PIGS
'Je weet toch dat het modeweek is?'
If it's Tuesday, this must be Milan, het financiële hart van Italië. Maar terwijl de taxichauffeur op weg naar de luchthaven van Athene deze ochtend nog een heel sermoen afstak over de zware fouten van de Griekse regering en het feit dat de gewone Griek nog maar eens de dupe zal zijn van de nieuwe besparingsplannen, blijkt men in Noord-Italië met heel andere zaken bezig.
'Je weet toch dat het hier vanaf morgen modeweek is, hé', krijg ik te horen in de taxi op weg naar het hoofdkantoor van de UniCredit-bank, waar ik heb afgesproken met econome Loredana Federico. 'Vandaar dat het hier zo druk is, de komende dagen wordt het nog erger.' Niet veel later verneem ik dat Milaan nog maar eens is uitgeroepen tot de rijkste stad van heel Italië.
In betere papieren
Ben ik eigenlijk wel in een PIGS-land terechtgekomen? De UniCredit-econome moet me teleurstellen, voor zover in dit geval van teleurstelling kan spreken. 'Italië is er op dit moment veel beter aan toe dan Spanje, Portugal, laat staan Griekenland. We hebben inderdaad wel een enorme overheidsschuld, maar die was er al langer en is vrij stabiel gebleven tijdens de crisis. Waar de markten nu vooral aandacht voor hebben zijn de begrotingstekorten en de tekorten op de lopende rekening. En op dat vlak doen we het beter dan in veel andere Zuid-Europese landen', steekt Federico aan een rotvaart van wal in haar kantoor met zicht op de UniCredit-zaal.
En voor ik een vraag kan stellen vervolgt ze: 'Italië heeft ook veel minder te lijden gehad onder de financiële crisis, onder meer omdat de banken de kredietstorm veel beter hebben kunnen doorstaan. Bovendien hebben de gewone huishoudens hier ook veel minder schulden, en blijft de werkloosheid al bij al vrij laag hier.'
Einde van de goednieuwsshow
Ik word een beetje stil van al die onverwachte meevallers. Iets wat ook Federico merkt: 'De goednieuwsshow houdt hier op hoor', lacht ze. ' We kunnen misschien niet tot de PIGS worden gerekend, we zitten wel met een aantal structurele problemen die onze groei op langere termijn kunnen bedreigen, klinkt het.'
Hét belangrijkste probleem? 'Een gebrek aan concurrentiekracht met andere landen', klinkt het. 'De regering doet bijvoorbeeld te weinig om de arbeidsmarkt te hervormen, waardoor we een land zijn van 'micro-ondernemingen', piepkleine bedrijfjes die eigenlijk niet kunnen optornen tegen de grotere spelers die je nu in de opkomende economieën ziet ontstaan.'
'Je weet toch dat het hier vanaf morgen modeweek is, hé', krijg ik te horen in de taxi op weg naar het hoofdkantoor van de UniCredit-bank, waar ik heb afgesproken met econome Loredana Federico. 'Vandaar dat het hier zo druk is, de komende dagen wordt het nog erger.' Niet veel later verneem ik dat Milaan nog maar eens is uitgeroepen tot de rijkste stad van heel Italië.
In betere papieren
Ben ik eigenlijk wel in een PIGS-land terechtgekomen? De UniCredit-econome moet me teleurstellen, voor zover in dit geval van teleurstelling kan spreken. 'Italië is er op dit moment veel beter aan toe dan Spanje, Portugal, laat staan Griekenland. We hebben inderdaad wel een enorme overheidsschuld, maar die was er al langer en is vrij stabiel gebleven tijdens de crisis. Waar de markten nu vooral aandacht voor hebben zijn de begrotingstekorten en de tekorten op de lopende rekening. En op dat vlak doen we het beter dan in veel andere Zuid-Europese landen', steekt Federico aan een rotvaart van wal in haar kantoor met zicht op de UniCredit-zaal.
En voor ik een vraag kan stellen vervolgt ze: 'Italië heeft ook veel minder te lijden gehad onder de financiële crisis, onder meer omdat de banken de kredietstorm veel beter hebben kunnen doorstaan. Bovendien hebben de gewone huishoudens hier ook veel minder schulden, en blijft de werkloosheid al bij al vrij laag hier.'
Einde van de goednieuwsshow
Ik word een beetje stil van al die onverwachte meevallers. Iets wat ook Federico merkt: 'De goednieuwsshow houdt hier op hoor', lacht ze. ' We kunnen misschien niet tot de PIGS worden gerekend, we zitten wel met een aantal structurele problemen die onze groei op langere termijn kunnen bedreigen, klinkt het.'
Hét belangrijkste probleem? 'Een gebrek aan concurrentiekracht met andere landen', klinkt het. 'De regering doet bijvoorbeeld te weinig om de arbeidsmarkt te hervormen, waardoor we een land zijn van 'micro-ondernemingen', piepkleine bedrijfjes die eigenlijk niet kunnen optornen tegen de grotere spelers die je nu in de opkomende economieën ziet ontstaan.'
Nog iets waar de regering Berlusconi in tekortschiet: 'Investeringen in onderwijs. Er wordt wel degelijk geld opzij gezet voor universiteiten, alleen gebeurt het niet op de juiste manier. Er zou veel doelgerichter moeten worden geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Research naar nieuwe technologieën, bijvoorbeeld, of in de farmasector. Nu zijn we nog veel te veel afhankelijk van traditionele sectoren, zoals textiel bijvoorbeeld. Maar op dat terrein kunnen we eigenlijk niet op tegen de concurrentie van de opkomende markten.'
Een volledig verslag van de Milaan-stop in de PIGS-reis kan u volgende week lezen in De Tijd. Morgen trekken we voor de PIGS-Odyssee naar de Spaanse hoofdstad Madrid.


Reacties