Zanna
Den Duits
Eindejaarslijstjes. Je houdt ervan of je haat ze. Ik deed gretig mee met de verkiezing van de Tijd-persoonlijkheid 2011 en ik was er achteraf niet goed van. Wie wilde ik allemaal nomineren? Mohamed Bouazizi, de onfortuinlijke fruitverkoper. Steve Jobs. Friedrich Hayek - goed idee om het duo Hayek/Keynes als persoonlijkheden van het jaar naar voren te schuiven. Mouammar Khadaffi. En, waarom niet Osama bin Laden? Toen ik mijn lijstje overliep, zag ik het. Die mannen zijn allemaal dood! Hoe macaber kan je zijn, Zanna? Brrrr...
Gelukkig is Angela Merkel springlevend. En natuurlijk is zij de persoonlijkheid van het jaar. Daar kan niemand onderuit. De hele wereld voelt de gevolgen van haar beslissingen. Niemand is machtiger dan Merkel vandaag.
Of toch? In een democratie heeft de leider een baas. De leider dient zijn volk. En als de leider dat niet doet naar de zin van zijn volk, mag hij opkrassen.
Vandaar mijn keuze voor de persoonlijkheid van 2011: den Duits. Niet enkel Angela, maar Otto Normalverbraucher ook. En zeker ook de Duitse leiders die in de schaduw van Merkel dingen bewogen en veel andere dingen onbeweeglijk betonneerden. De rolstoelminister Wolfgang Schaüble, even Duits maar net iets zachter dan zijn kanselier.
Het duo Weber-Stark, dat uit onvrede met het beleid van Jean-Claude Trichet de deur van de Centrale Bank met een luide klap achter zich dichtgooide. Jens Weidmann, een relatief jonge wolf die nu de Duitse waakhond van een onbuigzame ECB is.
Duitsland leidde de wereld in 2011. Helaas niet als gezonde economische motor, maar eerder als een gigantisch machtige stoorzender. Uit psychologisch standpunt kan ik Merkel en co begrijpen. Zij vinden dat ze veel opgegeven hebben voor de euro. Hun geliefde Bundesbank. Maar ook hebben zij straffe sociale opofferingen gedaan om hun slabakkende economie van tien jaar geleden opnieuw op de rails te krijgen. Moeten zij dan opdraaien voor het wanbeleid in eurolanden met een meer 'Latijn-Griekse' aanpak?
Bovendien zijn die Duitse dutskes na 89 jaar nog altijd getraumatiseerd door hyperinflatie. Hun munt ontaardde toen zo snel dat een busritje op het einde twee keer duurder was dan in het begin. Dat trauma zorgde ervoor dat de moderne Bundesbank slechts één doel na te streven had: prijsstabiliteit.
Die Duitse onverzettelijkheid werd treffend geïllustreerd in 1992, toen de Italiaanse lire en het Britse pond uit het toenmalige Europees Monetair Systeem werden geknikkerd - munten moesten binnen een bandbreedte tegenover elkaar bewegen. Met een verlaging van de Duitse rente zouden beide een kans gemaakt hebben in dat EMS. Maar neen hoor. Bundesbank-voorzitter Helmut Schlesinger gaf geen krimp, zelfs niet toen de ziedende Britse minister van Financiën Norman Lamont zijn vuist op tafel sloeg en riep: 'Hier zitten twaalf ministers van Financiën om de tafel en die vragen u allemaal de rente te verlagen. Waarom doet u het dan niet?'
Uiteraard deed die politieke uitval de verstandhoudingen geen deugd. De Bundesbank stond nogal op haar onafhankelijkheid. Enkele dagen later zou Schlesinger de speculant George Soros toevertrouwd hebben: 'Tuurlijk, ik vind het concept van een gezamenlijke Europese munt een tof idee. Maar niet met ECU als naam. 'Mark' lijkt me beter.' Dat hij dat nu met of zonder knipoog zei, dat specificeert de overlevering niet.
In elk geval wist Soros wat Schlesinger wilde: een Europese munt, maar niet tot elke prijs. Schlesinger zou de rente niet verlagen, want hij wilde een strenge anti-inflatoire koers varen. Vooral in het licht van de eenheidsmunt, die ook een Europese Centrale Bank zou vragen. Dat Schlesinger de almacht van zijn geliefde Bundesbank moest afgeven was al erg genoeg. Maar dan zou hij niet mee opdraaien voor het zwakke beleid van landen als Italië, het VK en (toen) Finland. O neen, meneer!
En dus zat het VK gevangen met een te dure munt, een knoert van een recessie en een Bundesbank die de rente veel te hoog liet. Soros wist dat een devaluatie de enige uitweg was voor de Britse leiders. Hij begon massaal ponden te verkopen, voor meer dan 10 miljard dollar. De Britse schatkist kocht al die miljarden op die Soros verkocht, uiteraard tegen een onhoudbaar hoge prijs.
Enkele dagen later was het patat: het pond devalueerde, en Soros en zijn kompaan Stanley Druckenmiller staken een winst van 1 miljard op zak, rechtstreeks vanuit de zakken van de Britse belastingbetaler. Het imago van de hedge funds was gevestigd. Maar ook den Duits vestigde daar zijn imago als onwrikbaar superstreng. En dat hebben we dit jaar allemaal goed mogen voelen.
Kleine kanttekening toch: den Duits is vooral zeer streng voor een ander. In 2001 was Duitsland het eerste land, samen met Italië, Portugal en Griekenland, dat de 3%-begrotingsregel van Maastricht aan zijn laars lapte. Een mooi kwartet was dat...

Reacties