Geplaatst op 26 januari 2012 door Daan Ballegeer

Gonzo

Geen kinderen zonder plek onder de zon

Collega Peter De Groote sprak onlangs in zijn nieuwjaarsbrief zijn ergernis uit over de hoge woningprijzen in het Gentse.

'Hoe graag mijn vriendin en ik ook willen kopen, betalen kunnen we zelden. We leven er nochtans niet op los. We werken en sparen. We zijn modale tweeverdieners. Ik een jaar of vijf aan de slag, zij iets minder. Maar in het Gent van vandaag zijn we teweinigverdieners.'

Een doorsneewoning in Gent is op tien jaar tijd gemiddeld 175 procent duurder geworden tot gemiddeld 210.000 euro, stelt Peter vast. 

'Zo leidt die dekselse baksteen in de maag automatisch tot een indigestie. [...] Als mijn wederhelft en ik in 2012 eindelijk dat veel te dure huis in Gent kopen, is de kans groot dat onze spaarcenten bij een van uw generatiegenoten terechtkomen.'

Hoe graag we ook willen kopen, betalen kunnen we zelden. We leven er nochtans niet op los. We werken en sparen. We zijn modale tweeverdieners. Ik een jaar of vijf aan de slag, zij iets minder. Maar in het Gent van vandaag zijn we teweinigverdieners.

Peter en zijn vriendin zijn zeker niet alleen. Het dure vastgoed is veel jonge koppels een doorn in het oog. Het is ook niet toevallig dat die koppels relatief gezien minder kinderen hebben dan generatiegenoten die wel een huis aangeschaft hebben. Dat blijkt althans uit onderzoek* van Lisa Dettling en Melissa Schettini Kearney, economen verbonden aan de University of Maryland. Ze baseerden zich op Amerikaanse data, maar er is geen reden om er van uit te gaan dat dezelfde redenering niet zou opgaan voor het Oude Continent.

Dettling en Kearney onderzochten in welke mate de prijs van vastgoed meespeelt in de beslissing van een koppel om kinderen te krijgen. Afgaand op de economische theorie zou een stijging van de huizenprijzen een negatieve impact moeten hebben op de vruchtbaarheid. Dat zou zowel moeten gelden voor mensen die hun eerste huis willen kopen als voor koppels die al een woning bezitten maar zouden verhuizen naar een groter huis als er een kind bijkomt. In het economisch jargon staat dit bekend als het subsitutie-effect.

Tegelijkertijd betekent een toename van de vastgoedprijzen ook dat huizenbezitters rijker worden, wat dan weer een positieve impact zou hebben op het aantal kinderen. Economen spreken hier dan weer over het inkomenseffect.

Die veronderstellingen blijken ook in de realiteit uit te komen. Als de huizenprijzen op korte termijn met 10 procent stijgen, dan stijgt het geboortecijfer bij huizenbezitters met 4 procent, en daalt het met een procent bij niet-huizenbezitters.

'Dit onderzoek bewijst dat eigenaars van woningen een deel van de toegenomen waarde van hun vastgoed gebruiken om de kostprijs van hun kinderen op te vangen', schrijven de vorsers.

Veel jonge koppels lijken dus te redeneren: eerst maar eens dat huis kopen, en dan pas de kinderen. Dit onderzoek kan mee helpen verklaren waarom Belgen steeds langer wachten om aan kinderen te beginnen. Volgens de recentste cijfers (2009) is een Vlaamse vrouw gemiddeld 28,2 jaar oud bij de bevalling van haar eerste kind. Nooit eerder lag die leeftijd zo hoog. In 1990 was dat nog 26,1 jaar. Het aantal kinderen per duizend vrouwen is wel gestegen van 43,8 in 1998 naar 48,7 in 2008.

Aan dat soort cijfers hebben Peter en zijn vriendin natuurlijk niet veel. Gelukkig is er nog René Froger om hen wat op te beuren. Zeg nou zelf: een Hollander in een roze jasje, daar wordt toch elke mens vrolijk van?

* Dettling L. & M.S. Kearney, 2011, House Prices and Birth Rates: The Impact of the Real Estate Market on the Decision to Have a Baby, NBER Working Paper No. 17485

@daanballegeer

Addendum: Lees ook Wie te veel vraagt voor zijn woning, eindigt met minder.

Reacties

Volg Bear&Bull ook via TwitterRSS

Laatste reacties op Bear&Bull

Onze blogs

Meer

Live vanop de blogs

Related Posts with Thumbnails