Geplaatst op 27 januari 2012 door Pierre Huylenbroeck

Waldorf

Keynes' kleinzoon

'De slimste mens die ik ooit tegenkwam', stamelden talloze bewonderaars en ideologische tegenstanders na een ontmoeting met de econoom John Maynard Keynes.

Twee generaties later krijgt Lawrence Summers die eer. Als hij spreekt, vult de rest van de kamer zich met respectvolle stilte. Summers was minister van Financiën onder Bill Clinton, topadviseur van Barack Obama, rector van de prestigieuze universiteit Harvard en winnaar van de John Bates Clark Medal voor meest briljante econoom jonger dan 40.

De legendarische econoom en Nobelprijswinnaar Paul Samuelson was de broer van Summers' vader. De legendarische econoom en Nobelprijswinnaar Kenneth Arrow was de broer van Summers' moeder. Vader en moeder waren ook economen. Een betere stamboom dan die van Summers is niet te vinden.

Deze week sprak Summers in Financial Times. In een opiniestuk drukt de academicus zijn verwondering uit over de lage koers-winstverhouding (k/w) van Amerikaanse aandelen. De koers (k) van de beursindex S&P500 ligt 13 keer hoger dan de gemiddelde winst (w) van de S&P-bedrijven. Veel is dat niet in een omgeving van lage inflatie. Het is het laagste peil sinds 1987. Summers: 'Dit wijst op een abnormaal hoge vrees voor de toekomst.'

Summers zegt niets nieuws, maar hij legt de vinger op de wonde: wij, westerlingen, schieten paniekerig in onze eigen voet. Als niet-durvende ondernemer: Summers heeft het over het 'abnormaal hoge cashpeil op de bedrijfsbalansen en de tegenzin om personeel aan te werven'. En als niet-durvende consument: Summers stelt vast dat de Amerikaan zichzelf te weinig trakteert op een eenmalig tof cadeau.

De econoom, die zijn voorliefde voor Keynes niet onder stoelen of banken steekt, ziet één grote remedie: de overheid moet de vrees wegnemen, het vertrouwen teruggeven en de bewoners van deze planeet opnieuw tot genereus spenderen aanzetten. Amen.

Jeremy Grantham, een levende legende onder de vermogensbeheerders, vindt ook dat die Amerikaanse k/w nogal laag gevallen is. Grantham wijst op de twee grote motoren achter de beurskoersen: bedrijfswinstmarges en inflatie. De winstmarges zitten goed (de marge van Apple gezien?). Voorts begint eindelijk een meerderheid meer voor deflatie (een algemene prijsdaling) dan inflatie te vrezen.

Knipsel

Dus ja, die k/w mag best wat hoger. En dan kan het snel gaan met de beurs. Stel dat de S&P-k/w morgen naar een nog steeds relatief laag peil van 16 punten stijgt bij gelijkblijvende winst, dan stijgt Wall Street prompt 23 procent.

Enig angeltje waar ook Grantham op wijst: een verder verzwakkende economie zou die winstmarges kunnen wegvreten. Dan zal de k/w bij gelijkblijvende koersen stijgen. Of, plausibeler, zullen de koersen bij een gelijkblijvende k/w zakken.

Dat liever niet, natuurlijk. En daarom willen we hier Summers' oproep herhalen: overheden, neem de vrees weg.

In Waldorf bespreekt Pierre Huylenbroeck dagelijks een stukje economische actualiteit.

 

Reacties

Volg Bear&Bull ook via TwitterRSS

Laatste reacties op Bear&Bull

Onze blogs

Meer

Live vanop de blogs

Related Posts with Thumbnails