Flanders Fashion
Het is toch even wennen wanneer ik begin deze week rond het middaguur het Flanders House in New York binnenstap. Het indrukwekkend uitzicht op de skyline van Manhattan ben ik intussen gewoon. Maar deze keer is het spektakel binnenin het kantoor bijna evenzeer de moeite. Nog nooit zoveel volk gezien op de 44ste verdieping van het New York Times-gebouw. En vooral nog nooit zoveel ‘kleurrijke’ figuren bij elkaar gezien: een struisgebouwde kerel met lange jas in luipaardmotief en witte hoed, een twintiger in een groene overall/gevangenisoutfit met een reusachtige ketting rond zijn nek,... Het is duidelijk dat de fashionista’s Flanders House ontdekt hebben. En dan moet de beroemde ontwerpster Diane von Furstenberg nog binnengewandeld komen, gekleed in een strakke broek waarvoor eveneens een of andere luipaard model had gestaan.
Aanleiding voor al dat vestimentair vertoon is het mode-event dat Flanders House in samenwerking met Flanders Fashion Institute (FFI) heeft opgezet. Het FFI – dat zichzelf omschrijft als hét kenniscentrum voor de modesector in Vlaanderen – selecteerde zeven Belgische ontwerpers om hun creaties te tonen tijdens de New Yorkse ‘Fashion Week’. De zeven zijn Anke Loh, Anna Heylen, Idriz Jossa, Lenny Leleu, Marc-Philippe Coudeyre, Peter Ceursters en Stephan Schneider. Naast mode is nog een ander, beroemder Belgisch exportproduct aanwezig: diamant. In verschillende vitrinekasten die tussen de paspoppen en kledingrekken verspreid staan zijn zeven diamantjuweelontwerpen te zien van de HRD Awards 2009, een ontwerpwedstrijd van het Antwerp World Diamond Centre.
Edith Vervliet, general manager van Flanders Fashion Institute, is duidelijk tevreden over het initiatief. ‘Dit is een mooi platform om de collecties van onze ontwerpers te tonen in New York, en dat samen met andere Vlaamse troeven, zoals diamant. In de toekomst willen we voor de promotie in het buitenland vaker diverse producten bundelen die de creativiteit van de Vlaamse industrie tonen’, aldus Vervliet. Flanders House stuurde alvast meer dan 1.000 uitnodigingen uit voor het weeklange event.
Vervliet is hier uiteraard in de eerste plaats voor de Vlaamse mode, net als de meeste bezoekers trouwens. De beroemde ‘Antwerp Six’ – met onder andere Dries van Noten en Ann Demeulemeester – hielpen Vlaanderen op de wereldkaart zetten als modenatie. Maar hoe zit het met de opvolging? Staat er een nieuwe generatie klaar om Vlaamse mode tot ver buiten de landsgrenzen te exporteren? Vervliet: ‘De hype rond de Antwerp Six is er nog altijd, die gaat al 25 jaar mee. Maar de internationale modewereld kijkt nu met argusogen naar de nieuwe lading Vlaamse ontwerpers. Met onder meer Véronique Branquinho en Bruno Pieters hebben we een tweede generatie gehad die in de voetsporen van de Antwerp Six is getreden. Nu staat een jonge derde generatie te trappelen.’
Het is deze derde generatie die hier nu in New York een naam voor zichzelf probeert te maken. Makkelijk is dat niet. ‘De concurrentie in de modewereld is de voorbije 25 jaar enorm toegenomen’, vertelt Vervliet. ‘Er zijn talloze fashion weeks, modebeurzen en ontwerpers bijgekomen. Als je wil opvallen moet je dat op een andere manier doen, bijvoorbeeld door krachten te bundelen zoals hier. Jonge ontwerpers die zich willen profileren op buitenlandse markten hebben ook begeleiding nodig. Het is niet omdat je een creatieve ontwerper bent dat je jezelf ook kan verkopen.’
Alsof een internationale doorbraak forceren niet moeilijk genoeg is, komt ook de crisis nog eens roet in het eten gooien. ‘De VS zijn een belangrijke markt’, zegt Vervliet. ‘In het verleden waren we hier meer aanwezig, maar de laatste jaren zijn bestellingen uit de VS gedaald als gevolg van de crisis. Toch blijven Amerikaanse kopers op zoek naar nieuwigheden. Alles wat uit het Oude Continent komt spreekt hen aan.’
Anna Heylen – een ontwerpster die al een meer gevestigde waarde is dan de meeste van haar meegereisde collega’s – erkent de recente terughoudendheid van Amerikaanse mode-inkopers. ‘Mijn verkopen in de VS zijn gedaald. Voorlopig zijn hier geen budgetten meer voor kleine ontwerpers. Grote namen krijgen de voorkeur’, vertelt Heylen te midden van haar acht paspoppen die elk een fictieve vrouw met een heel levensverhaal en de bijhorende outfit moeten voorstellen. Haar Antwerpse winkel doet het gelukkig nog goed, zegt Heylen. En ze heeft nog een andere reden om optimistisch te zijn. ‘De crisis brengt ook iets goed voort. Ik voel heel veel vibraties. Er verandert veel, op alle vlakken. Ik merk veel creativiteit. Mensen willen andere dingen.’
En wat denkt de ‘celebrity guest designer’ – Diane von Furstenberg, die overigens in België geboren is – van de nieuwe generatie Belgische ontwerpers? ‘Ik had hoge verwachtingen, en die zijn beantwoord. Sommige dingen zijn uitzonderlijk goed. De ontwerpers maken een kans op de Amerikaanse markt. Ze moeten focussen op de winkels die hun werk echt begrijpen en die dat soort kleding verkopen. New York is wel competitiever geworden, maar kwaliteit wint altijd’, verzekert von Furstenberg, waarna ze naar buiten stormt in haar luipaardbroek.
Kris van Hamme
Reacties