Geplaatst op 22 mei 2012 door Roel Verrycken

Peilingmoeheid

Vijf en een halve maand is nog lang, er kan nog vanalles gebeuren, en het zijn maar peilingen (en wat is er volatieler en vluchtiger dan een peiling?). Maar toch, een verse lading polls voorspelt een uitermate spannende 6 november. Waar Obama een maand geleden, toen Romney aan zijn algemene campagne begon, nog lichtjes voorop leek te liggen, is het nu nek-aan-nek.

De New York Times en tv-zender CBS pakten vorige week uit met een verrassend resultaat. Uit hun meest recente peiling bleek dat Romney zelfs 3 procentpunten voorsprong neemt op Obama. 46 procent van de ondervraagden zou voor Romney stemmen mochten er vandaag verkiezingen zijn. 43 procent voor Obama. Dat is binnen de foutenmarge en dus in theorie exact hetzelfde als een maand geleden, toen de twee allebei 46 procent haalden.

Een gelijkaardige uitslag bij The Washington Post en ABC: 49 procent gaf aan voor Obama te zullen stemmen en 46 procent voor Romney. Dezelfde foutenmarge, dus dezelfde gelijke stand.

Enigszins verrassend, want het leek erop dat Obama de voorbije weken het meest gunstig in het nieuws was geweest. Er was natuurlijk het nieuwe standpunt over het homohuwelijk, er was het nachtelijke retourtje Kaboel compleet met primetime speech, er was de recordinzameling aan de zijde van superster George Clooney en er waren enkele strategisch geplande cameos bij populaire tv-programma's.

Obama gebruikt zo goed en zo kwaad mogelijk de schijnwerpers die hij als zittend president automatisch krijgt. Romney maakte nieuws toen hij behoorlijk dubieus claimde dat hij pluimen verdient voor de renaissance bij de autobouwers GM en Chrysler. En hij maakte een verhaal over pesterijen die hij vijftig jaar geleden op de middelbare school in Michigan heeft uitgehaald alleen maar erger door er zich uitvoerig voor te excuseren.

Maar als de peilingen één ding bevestigen, dan wel het grootste cliché over deze verkiezingen: ze gaan over de economie. Een duidelijke meerderheid van de ondervraagde Amerikanen in beide peilingen laten verstaan dat de gezondheid van de economie hun stemgedrag zal bepalen. Daar gaat Obama's nieuwe standpunt over het homohuwelijk niets aan veranderen. (Integendeel, sommigen verwijten hem zelfs opportunisme.)

De perceptie over die economie oogt niet fraai. In peiling 1 vindt 32 procent dat die in goede gezondheid is, terwijl die voor 67 procent nog altijd slecht aanvoelt. In peiling 2 heeft meer dan 80 procent een negatief oordeel over de economie. Aan de horizon is er wel wat optimisme: meer dan de helft van de respondenten zegt hoopvol te zijn en bullish over de eigen financiële vooruitzichten.

Een andere opmerkelijke peiling leert dat er een inflatie aan peilingen optreedt. Pew, het zeer gerespecteerde onderzoeksbureau, deed de ultieme meta-peiling en concludeert dat de Amerikanen stilaan moe gepeild zijn.

For decades survey research has provided trusted data about political attitudes and voting behavior, the economy, health, education, demography and many other topics. But political and media surveys are facing significant challenges as a consequence of societal and technological changes.

It has become increasingly difficult to contact potential respondents and to persuade them to participate. The percentage of households in a sample that are successfully interviewed – the response rate – has fallen dramatically. At Pew Research, the response rate of a typical telephone survey was 36% in 1997 and is just 9% today.


Amper 9 op de 100 telefoontjes die Pew doet levert dus relevante informatie op. Het doet de peilers van Pew nadenken of hun resultaten nog wel te vertrouwen zijn.

Reacties

Onze blogs

Meer