Geplaatst op 10 februari 2012 door Ywein Van den Brande Reacties | Reageren

Hoe privé zijn mails, facebookposts, chatsessies...?

Is je facebook pagina openbaar, mag je e-mails van je ex op je blog zwieren, mag je surfgedrag worden getraceerd?

Ons gedrag op het internet lijkt één open boek ... maar is dit eigenlijk niet privé? Een antwoord op deze vraag is niet eenvoudig, nu er drie wetten zijn die samen van toepassing zijn. Ze hebben alle drie hun eigen toepassingsgebied en dienen alle drie samen te worden gerespecteerd. Deze wetten zijn:

1. Het Strafwetboek (art. 314 bis betreffende het telecommunicatiegeheim);

2. De wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie (hierna "WEC");

3. De wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (hierna de "Privacywet" of "WVP").

Verder zijn er nog twee gevallen wanneer deze wetten niet (volledig) van toepassing zijn. Dit is het geval wanneer de toestemming van de betrokkenen is bekomen en in geval van nood.

1. Het telecommunicatiegeheim (art. 314 bis Strafwetboek)

Het telecommunicatiegeheim is één van de fundamentele rechten van de moderne rechtstaat. Het wordt dan ook in diverse verdragen en wetten erkend, waaronder artikel 8 van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM): "Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie".

Dit principe werd in België uitgewerkt in art. 314 bis Strafwetboek. Volgens de eerste paragraaf van dit artikel is het verboden, tijdens de overbrenging, opzettelijk en met behulp van een toestel andermans privé-communicatie of -telecommunicatie af te luisteren of te doen afluisteren, er kennis van te nemen of doen van nemen, het op te nemen of doen opnemen, zonder de toestemming van alle deelnemers aan die privé-communicatie of -telecommunicatie.

Deze wet is een strafwet en dient dan ook eng te worden geïnterpreteerd. Daden die niet onder de letter van de wet vallen, zijn niet strafbaar. Zo staat er "met behulp van een toestel" in de wet. Dit maakt dat kennisname zonder toestel niet strafbaar is onder deze wet. Het over de schouder meelezen van een e-mail of luistervinken aan de deur is dus onder dit artikel niet strafbaar.

De termen communicatie en telecommunicatie dienen wel in hun meest ruime zin te worden begrepen. Telefonie, e-mail, fax, online banking, VOIP, chatten... vallen hier dus zeker onder. Wel dienen ze privé te geschieden. Dit wil zeggen dat ze niet bestemd mogen zijn om door iedereen te worden gehoord/gelezen. Boodschappen op een website, blog of publiek forum zijn niet privé en worden niet beschermd door artikel 314 bis § 1. Boodschappen binnen een beperkte groep, bv. facebook of ander sociaal netwerk zijn een twijfelgeval. Veel zal afhangen van het gedrag van de gebruiker en van de door hem gekozen instellingen. Zo werd van facebook vermeldingen reeds geoordeeld dat ze publiek zijn doordat de gebruiker er voor koos dat vrienden van vrienden de berichten konden lezen. De rechter zal geval per geval oordelen of er sprake is van een private dan wel publieke communicatie.

Het is belangrijk goed voor ogen te houden dat de term "privé" onder deze wet een specifieke betekenis heeft: met name dat deze niet bestemd is om door iedereen te worden gehooord/gelezen. Deze term valt dus bv. niet altijd samen met het onderscheid privaat-zakelijk binnen dienstverband. Het is perfect mogelijk dat een bericht van een werknemer dat in se zakelijk is, toch als privé onder artikel 314 bis Strafwet wordt beschouwd omdat het niet bestemd is om door iedereen te worden gelezen. 

Of ook surfen op het internet zelf onder wet valt, is een goede vraag. Het kan in ieder geval niet a priori worden uitgesloten. In de rechtsleer wordt bv. verwezen naar het geval wanneer men via een website persoonlijke gegevens doorgeeft die niet voor het grote publiek bestemd zijn (bv. orders betreffende banktransacties). Die stelling kan zeker worden toegetreden. Maar vinden we niet allemaal dat ons surfgedrag persoonlijk is en niet bestemd is voor het grote publiek? Hoe ruim deze interpretatie dient te gaan, is niet duidelijk. Wel duidelijk is dat een te ruime interpretatie van de wet vele online (social) marketing technieken in de grijze zone brengt.

Let wel, opdat artikel 314 bis §1 Strafwet van toepassing zou zijn, dient het kennisnemen, afluisteren of opnemen "tijdens de overbrenging" te gebeuren. Dit geeft evident aanleiding tot discussie. Wat is "tijdens de overbrenging" immers precies? Het is duidelijk dat het stiekem lezen van een papieren outprint van andermans fax of e-mail, hoewel laakbaar, niet strafbaar is onder deze wet. De fase van de overbrenging is immers afgesloten. Van gelezen e-mails in de inbox kan men argumenteren dat de overbrengingsfase is afgesloten. Maar wat met ongelezen e-mails? De rechtspraak terzake is fragmentarisch. Zo werd reeds geoordeeld dat een werkgever de facturen van gsm gebruik in rechte kon aanwenden nu de desbetreffende communicatie was afgesloten en de werknemer kon verwachten dat de facturen aan de werkgever ter hand zouden worden gesteld. 

Wanneer dergelijke (tele)communicatie privé geschiedt, mogen derden op geen enkele wijze kennis nemen van de inhoud ervan of deze opnemen, tenzij met toestemming van alle deelnemers eraan. De toestemming van één persoon uit de groep volstaat dus niet. Op de niet naleving van dit verbod staan strenge straffen tot één jaar gevangenisstraf en geldboetes.

Hou wel voor ogen dat het dient te gaan om andermans communicatie. Het opnemen van de eigen communicatie wordt dus niet geviseerd. De wet is dus niet van toepassing op het opnemen van een eigen telefoongesprek, het opslaan op harde schijf van eigen e-mails en chatsessies edm. Dit betekent natuurlijk niet dat e-mails waarin jezelf geaddresseerde bent zomaar op het internet mogen worden gepubliceerd. De verzender heeft immers ook zijn rechten (zie verder).

De eerste paragraaf van art. 314 bis Strafwetboek bepaalt wanneer het afluisteren en opnemen van (tele)communicatie onwettig is. De volgende paragraaf is er de logische doortrekking van en bepaalt dat dergelijk illegaal verkregen materiaal niet mag worden bijgehouden, onthuld, verspreid of anderszins gebruikt. Het verder verspreiden van een dergelijke (tele)communicatie zou immers opnieuw een inbreuk betekenen op het private karakter ervan. Wanneer men bv. de e-mails van zijn werkgever onwettig onderschept, zal men deze niet kunnen aanwenden in het kader van een ontslagprocedure of ander geschil. Ieder gebruik van het ontdekte materiaal is volgens de wet automatisch verboden (los van de vraag naar bedrieglijk opzet of oogmerk tot schaden). Zelfs het bewaren van het onwettig verkregen materiaal is strafbaar. Ondanks dit wettelijke mechanisme, zien we dat rechters in de praktijk toch vaak een belangenafweging maken en dergelijk materiaal soms toch aanvaarden. Zo zal een werknemer zich niet op zijn privacy kunnen beroepen enkel en alleen om aan de gevolgen van zijn frauduleus gedrag te ontsnappen.

De derde paragraaf van art. 314 bis Strafwetboek stelt ook de poging strafbaar. Het installeren van software met als doel e-mailcorrespondentie te onderscheppen, is op zich dus strafbaar. 

2. De bescherming van de elektronische communicatie (art. 124 en 125 WEC)

Uit de bespreking boven blijkt duidelijk dat art. 314 bis Strafwetboek de elektronische communicatie onvoldoende beschermt, bv. omdat reeds gelezen e-mails niet onder haar toepassingsgebied vallen. Daarom heeft de wetgever een bijkomende bescherming toegevoegd in art. 124 WEC:

"Indien men daartoe geen toestemming heeft gekregen van alle andere, direct of indirect betrokken personen, mag niemand:
1° met opzet kennis nemen van het bestaan van informatie van alle aard die via elektronische weg is verstuurd en die niet persoonlijk voor hem bestemd is;
2° met opzet de personen identificeren die bij de overzending van de informatie en de inhoud ervan betrokken zijn;
3° (...) met opzet kennis nemen van gegevens inzake elektronische communicatie en met betrekking tot een andere persoon;
4° de informatie, identificatie of gegevens die met of zonder opzet werden verkregen, wijzigen, schrappen, kenbaar maken, opslaan of er enig gebruik van maken."

Deze bepaling stelt dus dat het is verboden om zonder toestemming: (1) opzettelijk kennis te nemen van het bestaan van andermans elektronische communicaties; (2) de personen die bij dergelijke communicatie betrokken zijn te identificeren of (3) er andere gegevens uit af te leiden.

Van belang is ook het vierde verbod dat maakt dat het wijzigen, schrappen, kenbaar maken, opslaan of op enige wijze gebruik maken van informatie, identificatie of gegevens zonder dat hier enig opzet mee gemoeid is, strafbaar is.

Al deze handelingen zijn strafrechtelijk gesanctioneerd.

De rechtsleer argumenteerde enige tijd dat deze bepaling enkel betrekking had op de kennisname van het bestaan van de informatie en niet van de inhoud ervan. Aldus zou bv. de inhoud van een e-mail niet vallen onder deze verbodsbepalingen. Aldus zou het kennisnemen van de inhoud van een e-mail in de inbox (en dus na de fase van de overbrenging), noch onder het verbod van art. 314 bis Strafwetboek, noch onder het verbod van art. 124 WEC vallen. In een belangrijk arrest van 1 oktober 2009 heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat deze zienswijze verkeerd is omdat het kennisnemen van de inhoud van een e-mail samengaat met de kennisname en gebruik ervan en dus wel degelijk onder het verbod van art. 124 WEC valt. Ook de inhoud van de informatie is aldus beschermd.

Het vierde lid maakt dat ook wanneer men niet opzettelijk kennis krijgt van andermans e-mails ieder gerbuik ervan (wijzigen, schrappen, kenbaar maken, opslaan of ander) strafbaar is. Aldus kan men argumenteren dat bv. een werkgever die toevallig kennis krijgt van de inhoud van een e-mail van een werknemer en deze aanwendt in een ontslagprocedure, strafsancties riskeert.

Art. 314 bis Strafwet en art. 124 WEC bevatten dus verboden die bijzonder ruim en algemeen zijn geformuleerd. Daarom bepaalt de WEC in artikel 125 limitatief wanneer de verbodsbepalingen art. 124 WEC en art. 314 bis Strafwet niet van toepassing zijn. Dit is het geval wanneer (1) de wet een handeling toestaat of oplegt; (2) handelingen worden gesteld met als enig doel de goede werking van het netwerk na te gaan en de goede uitvoering van een elektronische communicatiedienst te garanderen; (3) het nodig is voor de interventie van hulp- en nooddiensten of de taken van andere overheidsdiensten, waaronder ook de ombudsdienst voor telecommunicatie; en (4) het nodig is om spam te vermijden, dit laatste mits toestemming van de eindgebruiker. 

3. Privacy

Het is niet omdat de kennisname van bepaalde communicaties niet strafbaar is gesteld onder artikel 314 bis Strafwetboek of 124 WEC, dat men deze zonder meer kan lezen en gebruiken. De betrokkenen hebben immers recht tot respect van hun privacy. Ieder gebruik van persoonsgegevens dient te worden afgewogen ten opzichte van het recht op privacy van de betrokkenen. Voor een uitgebreide bespreking van dit aspect, zie hier.

4. De wetten zijn niet absoluut

a. Toestemming van de betrokkenen

Er is geen inbreuk op de artikelen 314bis Sw. en 124 van de Wet Elektronische Communicatie wanneer men de toestemming tot kennisname bekomt van alle deelnemers aan de elektronische communicatie.

Het spreekt voor zich dat dit niet steeds evident is. Het gaat immers over de toestemming van alle deelnemers en die is niet steeds makkelijk te verkrijgen. Laten we kijken naar het verschil tussen (basisfunctionaliteiten van) facebook en gmail om dit te verduidelijken. Beide diensten verwerken en analyseren de inhoud van de berichten tussen gebruikers om relevante advertenties te tonen.

Wanneer een facebookgebruiker gegevens of berichten achterlaat op facebook, kan men argumenteren dat deze heeft ingestemd met de verwerking ervan door facebook als uiteengezet in de privacy policy van facebook. Moeilijker wordt het wanneer vrienden van de gebruiker zijn persoonlijke gegevens verspreiden (door hem te taggen, linken, vermelden...). Hier wordt het al grijzer, maar men kan nog steeds argumenteren dat de gebruiker in de facebookvoorwaarden zijn toestemming hiervoor heeft gegeven.

Gmail daarentegen scant en verwerkt de inhoud van e-mails waar doorgaans slechts één van de partijen (de gmailgebruiker) heeft ingestemd met de privacyvoorwaarden. Google argumenteert dat dit volstaat nu het scanningsproces volledig is geautomatiseerd en de privacy van zowel de zendende als de ontvangende partij is gewaarborgd (lees hier). Waar dit wel het minimum is waar Google voor kan zorgen, volstaat dit niet om aan het verbod uit art. 314 bis Strafwet en art. 124 WEC te ontsnappen. Deze verboden worden immers pas opgeheven bij toestemming van alle betrokkenen, en niet van één betrokkene (de gmailgebruiker). De belofte van Google om niet naar persoonsgegevens te kijken doet geen afbreuk aan deze verboden. Maar Google moet de e-mails toch scannen voor virus-scanning, bescherming tegen spam en dergelijke meer? Dit is zeker correct en deze handelingen zijn expliciet toegestaan onder art. 125 WEC dat een uitzondering voorziet voor handelingen met als enig doel de goede werking van het netwerk na te gaan en antispam filters. Deze uitzonderingen laten evenwel niet toe dat ook voor advertentieredenen tot scanning van e-mails mag worden overgegaan.  

b. Noodtoestand

"Nood breekt wet" is een algemeen bekend rechtsbeginsel. Het recht op privacy is niet absoluut. In bijzondere situaties zal het moeten wijken. Zo zal een werknemer zich niet op zijn privacy kunnen beroepen om te verhinderen dat zijn/haar frauduleus gedrag aan het licht komt.

Wel dient men voor ogen te houden dat de noodtoestand een uitzonderingsituatie is. De lat om hieraan te voldoen ligt hoog en dan nog zal men slechts kunnen overgaan tot schending van de privacy voor zover alle andere minder indringende middelen zijn uitgeprobeerd. Het is aan de feitenrechter om de afweging te maken tussen de ernst van de feiten en het recht op privacy van de betrokkene.

Meer weten over informaticarecht?

Lees Het Praktijkboek Informaticarecht op www.crealaw.eu: alles wat u moet weten over Informaticarecht. 

Ywein Van den Brande

Advocaat

Crealaw - Specialist in recht en technologie 

ywein@crealaw.eu - @ywein
 

Geplaatst op 9 februari 2012 door Micadam Reacties | Reageren

Gebruik sociale media door de vakbonden voor de sociale verkiezingen nog in de kinderschoenen

De inkt van vorige blogpost over sociale media  policies voor de vakbonden was nog niet droog of lap daar kwam de hashtag #30j aan.  Wat een heisa en toen bleven de vakbonden stil.  Dit kan alleen maar het begin betekenen van nog meer dergelijke “ongevallen” of moet ik ze blunders noemen.

In het kader van de sociale verkiezingen zijn er ondertussen al wat groepen en fan pagina’s bijgekomen op Facebook.  Een kleine ‘tour de horizon’ levert ons volgend resultaat op:

ACLVB

Op de website kun je doorklikken naar een campagne rond de sociale verkiezingen.  Op deze pagina verschijnt de “DEEL” knop die je toelaat om de website link te delen op sociale media zoals Facebook, Twitter of andere.  Er wordt op geen enkele manier verwezen naar de sociale media accounts die ze mogelijks hebben.

Een zoektocht op Facebook leverde een hit op.  Maar het ACLVB heeft Facebook nog niet echt gesnapt want ze hebben een persoonlijke account aangemaakt ipv een fan pagina voor de sociale verkiezingen. 

 Aclvb


Er is wel ACLVB twitter account maar die wordt tot op vandaag niet ingezet voor de sociale verkiezingen.  Een zoektocht op Youtube leverde dit filmpje op waarbij ik me vraag of dit de beruchte "stamp of approval" heeft van de vakbond:   

 

of via de link: http://youtu.be/g20YokjKyrg

ABVV

Als je op de thuispagina van het ABVV komt, dan kun je de links naar de sociale media profielen van de vakbond terugvinden.  De vakbond is zelf aktief op Facebook (pagina), YouTube (kanaal met interviews) en Flickr (foto’s met beelden van stakingen).  Tot op heden blijft de info over de sociale verkiezingen op deze kanalen beperkt.

Wat betreft de sociale verkiezingen kun je een open ABVV groep vinden  op Facebook die het onderwerp aansnijd.

 Abvv

Ik vermoed dat dit een groep is die aangemaakt werd vanuit een privébedrijf (Volvo Parts) en spreekt waarschijnlijk niet naam van het ABVV zelf.  Ondertussen is dit een "geheime" groep geworden.

LBC-NVK

Het LBC-NVK als deel van het ACV is aktief op sociale media via een aantal profielen.  Op facebook zijn ze echter net als het ACLVB als persoon ivp van organisatie aktief.  Daarnaast hebben ze een blog, een foto website (Picasa) en een Twitter account.

 Lbc

Als het over de sociale verkiezingen gaat dan verwijzen ze duidelijk door naar het ACV.

ACV-CSC

Dit lijkt de vakbond die het best bezig is met sociale media in het kader van de sociale verkiezingen.  Naast het hebben van verschillende sociale media profielen voor de vakbond, zijn zij de enigen die een fan pagina hebben opgezet voor de sociale verkiezingen.  Je komt op hun pagina via de links om je kandiaat te stellen voor de sociale verkiezingen.

 Acv

De Twitter en Youtube links leiden je naar de standaard accounts van het ACV-CSC en hebben niet direct iets te maken met de sociale verkiezingen (vandaag).

Conclusie

Het gebruik van sociale media door de vakbonden staat, zoals dat bij veel bedrijven het geval is is, nog in de kinderschoenen.  Je krijgt de indruk dat sociale media  gedreven word vanuit een persoonlijke drive van een medewerker ipv een gestructureerde approach. Het voeren van een structurele campagne rond de sociale verkiezingen via website is goed maar die doortrekken op sociale media staat nergens. Uit mijn rondvraag blijkt dat geen enkele vakbond richtlijnen heeft noch een approach aanreikt voor zijn kandidaten rond sociale media en dan begint er stilaan een wildgroei te ontstaan van groepen, pagina’s en accounts die enkel groter zal worden in de loop van de volgende weken.  Ik kijk er al naar uit om de volgende drama’s in de pers te zien verschijnen.

Niet akkoord?  Neem aktie en stuur mij je kommentaar.

 Reageren kan ook op adammic@vanguard-leadership.be

 Mic Adam is "Sociale Media Policy Creator" en bedrijfsleider bij Vanguard Leadership.  Dit artikel is in eigen naam geschreven.

Geplaatst op 27 januari 2012 door Pieter Hoekstra Reacties | Reageren

#30J Doe een dubbele staking, dat werkt

30januari

De allereerste keer dat ik #30J zag, maakte ik de link met 30 jarigen. Ik dacht dat de vakbond ABVV heel specifiek Twitter gebruikte om met die groep jongeren te discusseren over wel of niet staken. Via Twitter kwam ik, dankzij een bericht van Marc Spruyt (Communication Manager ABVV), op de website van ABVV. 

 

#30J staat dus voor 30 januari en er wordt niet gediscusseerd, er wordt gestaakt. En ABVV heeft een link op haar website met een munitiedepo aan redenen om te staken. Persoonlijk vind ik staken een zeer waardig instrument, dat in het verleden met veel moed gebruikt werd om mensen tot inzicht te brengen. Vandaag de dag vind ik staken te vaak haar doel voorbij streven. Door de stakingen van het openbaar vervoer is de beeldvorming en nut van staken ook flink veranderd.

Ik wil de ABVV oproepen de staking af te lasten, dus we staken met de staking. Een dubbele staking, dat geeft denk ik nog veel meer effect. Net zoals Dhr Bellens van Belgacom de PS aan het denken zet door 2x achter elkaar niet de waarheid te zeggen. Je zal zien wat voor een effect dit heeft op zijn rol binnen Belgacom en er komt een dag dat hij denkt: "Had ik maar beter naar Saskia Mermans geluisterd".

Zo schrijft Daniel Richard in het boek: "Solidariteit in beweging, perspectief van de vakbond van morgen", ook dat het "lastpakgehalte" van de bonden ten opzichte van gebruikers de beeldvorming niet ten goede komt. Dus ABVV, er komt een dag dat jullie denken ...

Dus een dubbele staking, dat zet generaties tot denken, want dat we op een andere manier met arbeid, geld en sociale zekerheid om moeten gaan, is een feit. We zitten met een complexe uitdaging; we zullen de kloof tussen arm en rijk wereldwijd kleiner moeten maken en ook moeten stimuleren dat mensen die veel risico nemen (en voor veel mensen werkgelegenheid geven), extra beloond worden. Misschien dat we dat belonen op een creatievere manier zouden kunnen oplossen, dan alleen maar met geld.

Pieter Hoekstra is werkzaam als Country Manager België en Luxemburg bij Quint Wellington Redwood, een internationaal onafhankelijk managementadviesbureau dat zich volledig toelegt op het oplossen van IT-gerelateerde organisatievraagstukken. Pieter richt zich in het bijzonder op succesvolle groeps- of systeem veranderingen door destructieve versus groei patronen inzichtelijk te maken binnen (organisatorische) relaties. Volg Pieter op Twitter.

 

Geplaatst op 14 januari 2012 door Ywein Van den Brande Reacties | Reageren

Het Praktijkboek Informaticarecht

 

Het Praktijkboek Informaticarecht2
Met regelmaat blog ik op deze website over actuele onderwerpen rond IT en recht. Maar voor wie een meer totaal begrip wil hebben, is er nu “Het Praktijkboek Informaticarecht”. 


Recht rendeert voor uw onderneming”, dat is het centrale idee van Het Praktijkboek Informaticarecht. Goede afspraken vermijden geschillen en een optimale licentiestrategie verhoogt uw omzet.

Het Praktijkboek legt op een duidelijke en praktische manier uit hoe uw creaties worden beschermd, welke afspraken u dient te maken met personeel en toeleveranciers en welke juridische opties er zijn om uw producten in de markt te zetten.

Vooral de niet-juridisch geschoolde leverancier of gebruiker van software producten krijgt een vlotte en deskundige handleiding over hoe om te gaan met de juridische problemen waar hij in de praktijk dagelijks mee te maken krijgt.

Het Praktijkboek bevat volgende hoofdstukken:

I. Overzicht van de belangrijkste intellectuele rechten

II. Ontwikkeling van software

III. Gebruik van software van derden in een eigen applicatie

IV. Free en Open Source Software

V. Belangrijkste contracten

VI. Distributie van software

VII. Overheidsopdrachten

VIII. Verwerking van persoonsgegevens

IX. Personeel en zelfstandige medewerkers


Meer info op www.crealaw.eu.

 

Ywein Van den Brande - Advocaat

Crealaw is een niche kantoor dat gespecialiseerd is in technologie en nieuwe media.

 

 

Met regelmaat blog ik op deze website over actuele onderwerpen rond IT en recht. Maar voor wie een meer totaal begrip wil hebben, is er nu “Het Praktijkboek Informaticarecht”. 

Recht rendeert voor uw onderneming”, dat is het centrale idee van Het Praktijkboek Informaticarecht. Goede afspraken vermijden geschillen en een optimale licentiestrategie verhoogt uw omzet.

Het Praktijkboek legt op een duidelijke en praktische manier uit hoe uw creaties worden beschermd, welke afspraken u dient te maken met personeel en toeleveranciers en welke juridische opties er zijn om uw producten in de markt te zetten.

Vooral de niet-juridisch geschoolde leverancier of gebruiker van software producten krijgt een vlotte en deskundige handleiding over hoe om te gaan met de juridische problemen waar hij in de praktijk dagelijks mee te maken krijgt.

Het Praktijkboek bevat volgende hoofdstukken:

I. Overzicht van de belangrijkste intellectuele rechten

II. Ontwikkeling van software

III. Gebruik van software van derden in een eigen applicatie

IV. Free en Open Source Software

V. Belangrijkste contracten

VI. Distributie van software

VII. Overheidsopdrachten

VIII. Verwerking van persoonsgegevens

IX. Personeel en zelfstandige medewerkers

Meer info op www.crealaw.eu.

 

 

Geplaatst op 9 januari 2012 door Adammic Reacties | Reageren

Krijgen we dit jaar ‘Sociale’ verkiezingen?

2012 is weeral een verkiezingsjaar.  Er zijn om te beginnen de US primaries gevolgd door de presidentsverkiezingen en idem Frankrijk.  Maar ook in Belgie stevenen we af op weer eens een verkiezingsjaar.  Er zijn natuurlijk de gemeentraadsverkiezingen, maar ook de sociale verkiezing.

 Je zult het al gehoord hebben dat in de USA social media heel hard wordt ingezet om de kiezers te overtuigen van allerlei standpunten.  Ik kijk al uit naar het moment dat de Obama machine zich op gang trekt om met volle kracht ervoor te zorgen dat hij herverkozen wordt.  Intussen hoor je nu en dan wel eens van de ene of de ander flater van een politicus, of hoe het ook tegen jou kan keren.

Ik ben ervan overtuigd dat in navolging van de USA, sociale media ook hier zijn kop zal opsteken tijdens de gemeenteraadsverkiezingen.  Maar het zal ook niet lang meer duren vooraleer de vakbonden deze sociale media volledig ontdekken en ze inzetten tijdens de sociale verkiezingen van het voorjaar. Dus even een goed moment om een kleine “state of the nation” op te zetten.

Een kleine ‘tour de horizon’ op Facebook levert reeds een aantal pagina’s en groepen op.

  • De overheid lijkt voorbereid en laat zich vooral niet onbetuigd met een Pagina en een App op Facebook:

Government

  • Wat de vakbonden betreft, daar heeft blijkbaar alleen het ACV een begin gemaakt met zijn aanwezigheid.  De anderen hebben het blijkbaar nog niet in de mot...

ACV

  • En dan zijn er de akties van individuele bedrijven en mensen

Andere co

  • Tenslotte zijn er de Entreprise Social Networks (Yammer, Jive, Etc.) waar vakbonden nu ook vragen om gebruik van te mogen maken om hun interne campagne te mogen voeren.

 

De grote bedenking die ik me maak hoe de vakbonden en de bedrijven zullen omgaan met deze sociale media in aanloop naar de sociale verkiezingen.  Ze kunnen natuurlijk niet stoppen dat hun leden of medewerkers allerlei accounts, groepen en Pagina’s maken, maar vooral het gebruik van allerlei logo’s van de vakbonden en bedrijven is niet in te schatten.  Het gebruik zal van het logo zal verwarring stichten ivm het officieel karakter van deze componenten.

Ik ben ervan overtuigd dat er er geen “policies” of richtlijnen zijn, die dit soort dingen in goede banen zal leiden.  Ik weet bijna zeker dat mijn vakbond er geen social media policy op na houd, laat staan er één gecommuniceerd heeft.  Daarnaast hebben veel bedrijven zelf geen interne sociale media policy om dergelijke communicatie binnen de Enterprise Social Networks te regelen.   Je kunt natuurlijk terugvallen op allerlei wetgevingen maar dan moet je het wel eerst weten door aan monitoring te doen.   Ik denk dat hoger voorbeeld van Caterpillar al duidelijk aangeeft dat dit niet het geval is.

Mijn conclusie is dat er in 2012 zeer veel vraag zal zijn voor de sociale media expertise van zowel vakbonden, bedrijven als politieke partijen om de verschillende campagnes in goede banen te leiden, maar er vooral een nood zal zijn aan goede en gecommuniceerde sociale media richtlijnen.  Ik vraag me af...

Andere inzichten? Commentaren? Ik hoor ze graag.

Reageren kan ook op adammic@vanguard-leadership.be

 Mic Adam is "Sociale Media Policy Creator" en bedrijfsleider bij Vanguard Leadership.  Dit artikel is in eigen naam geschreven.

 

Geplaatst op 4 januari 2012 door VerschuerenT Reacties | Reageren

De New "New Way of Work"

Ik kan me niet ontdoen van het gevoel dat NWoW toch voornamelijk een concept is van de Lage Landen. Als je daarbuiten NWoW zou schrijven, vermoed ik dat men denkt dat het een nieuwe World of Warcraft versie betreft.

We focussen ons daarbij ook heel sterk op het aspect thuiswerken in dat hele NWoW gedoe, waarschijnlijk ook zo gek nog niet als je bedenkt dat zowel België als Nederland echt wel kampen met ongelofelijke mobiliteitsproblemen waar je op een doorsnee werkdag bij de minste tegenslag uren in de file doorbrengt.

Niet dat de rest van de wereld niet bezig is met een nieuwe manier van werken ontwikkelen, maar de focus ligt dan vaak toch meer op het vernieuwen van de manieren waarop je binnen en over organisaties heen kan samenwerken. Telewerk is daar natuurlijk een onderdeel van, maar het gaat toch ook nog veel verder.

In mijn vorige blog post had ik het kort over de opkomst van nieuwe interfaces voor het aansturen van allerlei toestellen, waarbij natuurlijk Apple’s Siri en Microsoft’s Kinect momenteel toch wel als zeer interessante acceleratoren zouden kunnen werken.

Mijn blogtekst was echter nog niet koud, of er verscheen op YouTube een filmpje van een zeer leuke case genaamd “Code Space” over hoe door middel van Kinect technologie en wat wel eens de volgende generatie Microsoft Surface zou kunnen zijn, software ontwikkelaars met verschillende toestellen, van laptops, tot tablets en zelfs smartphones tijdens een werkvergadering samenwerken.

Zeker de moeite waard om eens te bekijken.

 

Thomas Verschueren

Werkt als Marketing & Communications Manager bij RealDolmen, maar schrijft hier volledig in eigen naam.
Twitter | BlogLinkedIn

Geplaatst op 29 december 2011 door Jan De Bondt Reacties | Reageren

Cyborg Yourself ?!

De "F" van frustratie.

Ik heb dit express in de vette hoofdletter "F" gezet, want ik sukkel nu al een paar dagen met een knie die het carrément laat afweten.

En ondanks mijn sterke wil & ontkenningsdynamiek geeft mijn knie echter géén duimbreed toe. Net alsof ik verwikkeld ben in een aanslepende regeringsvorming. Een "vind ik niet leuk" button zou ondertussen ferm versleten zijn...

Toch wel straf dat een "scharnier" zoveel miserie kan berokkenen. Nu besef ik pas hoe afhankelijk een mens wel is van zijn bewegende & scharnierende onderdelen. En zolang je dit niet zelf aan den lijve mag ondervinden, stel je jezelf er géén vragen bij of sta je er zelfs niet bij stil.

Reality hits hard when you least expect it

Quasi Herr Flick gewijs sleep ik mij dus nu van a naar b en terug. Maar gelukkig is mijn "Helga" er nog, om in te springen waar nodig. Jammer, maar helaas, de bijpassend outfit was een brug te ver. Aber man kann im Leben ja leider nicht alles haben, dacht ik bij mezelf al sussend. Humor helpt het verwerkingsproces.

En wellicht was de SAW marathon van een aantal weken geleden toch ook weer niet zo'n goed idee. In de welke - voor de niet kenners - de ledematen zonder enige vorm van schroom & op spitsvondige wijze van de zondaars verwijderd worden. Zonder dat er anesthesie of zelfs maar een zorgzame verpleegster in de buurt is.

Mijn onderbewustzijn speelt handig in op dit soort impressie, want als kers op de taart was het een nachtmerrie - en hopelijk géén visioen - die mij bruusk, en drijvend in eigen zweet, uit mijn R.E.M. slaap haalde. Het onderwerp van mijn droom ? Een amputatie, in ware "Saw" stijl, van mijn o zo weerspannige knie. Ik bedankt alvast Leigh Whannell voor de aangepaste kerstsfeer !

My Bionical Science Project

Alle gekheid op een stokje: wat als nu blijkt dat de knie echt afgeschreven wordt door de plaatselijke medicijnman, en hierdoor effectief vertikaal dient geklasseerd te worden in een Biogrip KG450338 ? Bionical upgrade parts coming soon to a store near you ? Science to the rescue ! Ik mag het hopen...

Niet dat het in mijn geval zo'n vaart zal lopen, maar ik vroeg mij toch af in welke mate de huidige wetenschap & technologie in staat is om lichaamsdelen te vervangen, als het momentum zich aanbiedt.

En zo ja, rijst dan spontaan ook de volgende vraag: wanneer & waarom vervangen we ?

Louter reactief, m.a.w. bij verlies of ontbreken (van bij de geboorte) ervan. Of eerder proactief, om bijvoorbeeld een hogere resistentie annex performantie te bekomen? Hoe ver kunnen & mogen we hierin gaan ? Of is er géén sprake van een menselijke limiet in dit debat. Onder het moto: we spelen immers niet zelf voor God want we "tweaken" enkel zijn creatie...

Six Million Dollar Man meets Bionic Woman

Twilight zone c.q. ethisch vraagstuk ? Want door het continu vervangen van lichaamsdelen (in de veronderstelling dat we ook alle, maar dan ook alle mogelijke weefsels, cellen, aders, DNA kunnen copieëren & reproduceren) zou de oeroude onsterfelijkheidswens wel eens kunnen uitkomen.

Een kwestie van tijd ? Ik denk het eerlijk gezegd wel. En het invoeren van een paar keywoords in Google & Bing leert ons alvast het volgende:

Össur ontwikkelt protheses (knie & voet) die door middel van ingebouwde microprocessoren continu leren & daardoor zich kunnen aanpassen aan de gebruiker ervan.  

Verleden maand voorzag Second Sight een blinde patient van hun Argus II Retinal Prothesis System. Met succes, want de man in kwestie herwon gedeeltelijk zijn zicht. 

De firma Abiomed levert met zijn AbioCor een volledig werkend hart dat mogelijks een oplossing biedt als je hart er dreigt mee op te houden om welke reden dan ook.

Het is in mijn ogen dan ook een kwestie van tijd vooraleer we, net zoals wat de plastische chirurgie nu aanbiedt, kunnen kiezen uit verschillende "upgrade packages". In plaats van een borstvergroting onder de kerstboom, kan je nu ook gaan voor een stel benen die je aan 60km/u laat rennen. Of tot zolang de batterij het volhoudt.

Vervanging van bijvoorbeeld de neus door een exemplaar dat 10.000x beter ruikt dan het huidige model. Deze link je aan een "geuren database" wat dan weer andere perspectieven opent.

Of ogen waardoor je plots over een haarscherp adelaarszicht beschikt. Misschien wil je ook beschikken over meer bijtkracht of een steviger handdruk ? 

Waarbij het reactief karakter van de ingreep evolueert naar een optioneel c.q. must have, afhankelijk van wat je budget toelaat. De film Repo Men schets hier alvast een mogelijks toekomstbeeld. Het zal allemaal een kwestie van de flexibiliteit van je budget zijn...

En net zoals met zovele andere innovaties zal de invloed, maar vooral ook de (vaak in eerste instantie oneindige) funding van het militaire apparaat niet onbelangrijk zijn, aangezien ontwikkeling veel geld & tijd kost. Want ook hier is de inzetbaarheid van - even oneerbiedwaardig & kort door de bocht - opgewaard kanonenvlees niet te versmaden.

Waar we ook naar toe evolueren, voor de medemens die een vervanging of zelfs een upgrade om gezondheidsredenen nodig heeft, biedt de wetenschap steeds meer soelaas. Hopelijk valt het kostenplaatje dan ook nog binnen de grenzen van het betaalbare.

Stof tot nadenken & voor het voeren van discussies. Benieuwd naar wat de lezers van deze blog zouden willen aanpassen, mocht de technologie - los van het budget - dit toelaten.

Zelf zou ik opteren voor een geoptimaliseerd spijsverteringsstelsel dat een strikt minimum aan vetten toelaat en de rest afvoert in plaats van het op te slaan ter hoogte van de "love handles"...

Jan De Bondt, managing partner Channel Reflex

Linkedin / Twitter

 

 

 

 

 

 

Geplaatst op 9 december 2011 door Adammic Reacties | Reageren

Sociale Media: "Return Before Investment" of "Return On Investment"?

Vorige week was er de jaarlijkse hoogmis voor marketeers, namelijk het Stichting Marketing congres.  De rode draad van dit event was natuurlijk sociale media.  Bijna elke spreker nam het woord sociale media in de mond.  Het is echter jammer te moeten vaststellen dat ze deze term eigenlijk reduceren tot Facebook en Twitter.  En ja, dat zijn nu éénmaal de platformen met het grootst aantal deelnemers, maar er is zoveel meer dat relevant kan zijn voor marketeers.  De sprekers bieden dan ook het beeld aan dat je enkel op die 2 platformen moet zijn en dat het niet zo veel werk is om er aan deel te nemen.  Maar ik wil niet de wereld verbeteraar spelen en leg mij hierbij (voorlopig) neer.

De grote vraag die toch bij veel marketeers blijft hangen is: “wat is nu de ROI van sociale media?”.  Het antwoord blijven de meesten schuldig of gebruiken de vele voorbeelden van grote bedrijven wat niet altijd van toepassing is op ons belgisch B2B bestel.  Deze vraag werd mij deze week ook eens gesteld door een student in het kader van zijn thesis.  Dus even een moment nemen om hierop verder te borduren.

Misschien goed om even een korte reflectie te doen.  ROI betekent “Return on Investment” en doet onmiddelijk de vraag rijzen: is er wel sprake van een “Investering” als het over sociale media gaat?  In veel (KMO) bedrijven wordt sociale media aan een bestaande funktie (meestal marketing) toegevoegd.  Dus is er eigenlijk geen “Investering” in personeel voor sociale media.  Die mensen moeten aan de slag met vooral gratis producten (zelfs als het over monitoring gaat) en dus weeral geen “Investering”.  In het beste geval gaat iemand naar een cursus of wordt er een consultant eventjes binnengehaald om wat diensten te leveren maar ook deze kosten zijn zeer beperkt.  En toch wordt er verwacht dat er een “Return” komt – op nul investering kan dat toch niet veel zijn?  Hum, iets om even bij stil te staan!  De conclusie zou kunnen zijn dat we vandaag vaak spreken over RBI (Return Before Investment) als het op sociale media aankomt.

Toch hoor je vaak dat je toch moet aanwezig zijn op sociale media maar wat is dan een realistische ROI?  Je hoort nogal eens de uitdrukking “Your business will exist in 5 years” (Erik Qualman) – Tja, dan zullen er in Belgie nog weinig KMO’s overblijven…

Daarnaast worden er verschillende metrics naar voor geschoven zoals: aantal fans/followers, conversaties, amplication rate, attractie rates, viewability rate, click through rate, etc.  Soms praat men over share of voice, sentiment, brand awareness en andere wollige begrippen (althans voor de belgische B2B KMO), maar eigenlijk is er toch maar 1 echte “Return” die voor elke CEO of investeerder telt namelijk hoeveel geld/profit hebben we bereikt met onze investering.  Als die nul is kan het resultaat eigenlijk ook alleen maar nul zijn...

Ik ben het volledig eens met Olivier Blanchard, de schrijver van Social Media ROI, dat sociale media moet ingebakken zijn in de bedrijfstrategie en doelstellingen.  Net zoals je moet investeren in andere technologieën en mensen om de bedrijfsdoelstellingen te halen met een aanvaardbare ROI, zul je dit ook voor sociale media moeten doen.  Dus gaan we niet meer praten over een ROI voor sociale media maar het behalen van de bedrijfsdoelstellingen waarbij sociale media maar één onderdeel van uitmaken.

Andere inzichten? Commentaren? Ik hoor ze graag.

Reageren kan ook op adammic@vanguard-leadership.be

Mic Adam is "Sociale Media Policy Creator" en bedrijfsleider bij Vanguard Leadership.  Dit artikel is in eigen naam geschreven.

Twitter/LinkedIn

Geplaatst op 1 december 2011 door Matthieu Van den Bogaert Reacties | Reageren

Oh oh nee reality op den TV

Ik dacht persoonlijk dat de moestuin met rare kwieten na programma’s als Man bijt Hond, Afrit 9 en Temptation Island volledig waren leeggeplukt, maar het kan blijkbaar steeds erger. Het Nederlandse format Oh oh Cherso bewees dit al vorig jaar bij onze noorderburen en zal dit volgend jaar met een Vlaamse versie wellicht ook hier nogmaals bewijzen. Jongemannen met hersenen zo groot als erwten en jongedames die geoogst werden in een barbiewinkel, lopen doelloos over het scherm te paraderen. Ondertussen kunnen de reality-tv liefhebbers hun honger stillen met Superfans. Een programma waarin mensen zonder schaamte Willy Sommers, Garry Haggar (of is het Harry Gagger) en consoorten aanbidden als halfgoden. In de middeleeuwen zou je voor minder op de brandstapel zijn beland.

De geheime toneelschool

Waar komen al deze mensen vandaan? Het is niet alleen vraag die ik me stel bij de Smurfen. Ik kan me moeilijk inbeelden dat al deze mensen echt bestaan. Er rijst dan ook al een tijdje het sterke vermoeden dat er een geheime toneelschool bestaat in Vlaanderen waar gewone burgers – naar analogie met de Amerikaanse Navy Seals – een intense onderdompeling krijgen in deviante gedragspatronen. De cursussen West-Vlaams mompelen voor beginners, interieurinrichting met de Franse slag, inhoudsloos debatteren en fashiontips voor blinden lijken me alvast op het curriculum te staan. Vlaanderen houdt van deze acteurs alsof ze de Kennedies zijn. Bekende alumni als Betty en Lesley-Ann Poppe zijn volgens onbekende bronnen het bekendste uithangbord van deze geheime toneelschool.

Niet te filmen!

Alle gekheid op een stokje – en dat Vlaams audiovisueel stokje is vrij lang – erger ik me vaak aan het paradoxaal lage reality gehalte van dergelijke reality reeksen. Het is een hypothese die eveneens bevestigd wordt door het recent verschenen boek ‘Niet te filmen’ van Barbara Kuipers. Deze 32-jarige journaliste werkte jarenlang mee aan reeksen zoals Temptation Island en Peking Express. Het wordt snel duidelijk dat dergelijke producties niets aan het toeval overlaten en ‘De Bijbel’ (het draaiboek) beter volgen dan de strengste religieus van het land. Afleveringen van een uur zijn bijvoorbeeld het resultaat van het knip-en plakwerk van dagenlang filmen. Zinnen worden aan elkaar gemonteerd alsof ze door een nobelprijswinnaar werden verzonnen.

Moreel verval of onschuldig carnaval

Ik moet toegeven dat de reden waarom mensen zo verslaafd zijn aan dergelijke reality reeksen me wel fascineert. Is het een zoveelste voorbeeld van het failliet van de rationele samenleving, een samenleving waarbij bedrijven die winst maken mensen ontslaan om nog meer winst te maken, een samenleving waar politici de belangen van het volk reduceren tot het eigen belang, popdiva’s zo kort gerokt op het podium staan dat je vreest dat de textielindustrie binnenkort volledig failliet zal gaan. Of is het gewoon een vorm van brood en spelen? Zegt u het maar! U kijkt toch ook?

Matthieu van den Bogaert is marketeer bij de Vlerick Leuven Gent Management School. Dit artikel is volledig in eigen naam geschreven.

[B] http://www.yudai.be [T] @marketingyudai [E] matthieu.vandenbogaert@gmail.com

Geplaatst op 29 november 2011 door Guido Van Humbeeck Reacties | Reageren

Nakennis wordt belangrijker dan voorkennis.

Plus est en vous. De Jezuieten wisten het al. Maar deze mooie uitspraak geldt vandaag nog meer voor informatie en data. Informatie die we vandaag uit de meest verschillende bronnen binnen en buiten onze bedrijven kunnen vinden of beter nog: kunnen afleiden. We kunnen met andere woorden kennis halen uit dingen die gebeurd zijn, die groepen van mensen hebben achtergelaten op het internet, facebook, op blogs, fora, chatrooms, ... . Nakennis: geschreven kennis en ervaringen, registratie van gedrag van een massa individuen. Elke feitje is onbelangrijk an sich, maar de kennis zit in het volume van feitjes.

Wie kent niet het experiment waarbij door analyse van de twitter berichten van de brokers men kon voorspellen of de beurs al dan niet op winst of verlies ging staan. Of enkele jaren geleden kon Google beter voorspellen hoe de griep zich ging verspreiden over het land, gewoon door analyse van hoe vaak en waar de surfer googlede op “flu”. Indien we nu eens de aan- en verkopen van de succesvolle traders in de wereld kunnen analyseren “after the facts” dan kunnen we zelf een succesvolle strategie ontwikkelen.

Of een ziekenhuis dat op basis van het profiel van zijn oncologen en het profiel van de binnenkomende patient (ook zijn persoonlijkheidskenmerken) bepaalt bij welke dokter deze patient de meeste kans op genezing heeft. Of Linked-in die je een telefoontje geeft om te zeggen dat het volgens hun niet goed gaat met je bedrijf want je medewerkers zijn massaal hun profiel aan het bijwerken.

M.a.w. kennis after the facts: nakennis wordt gebruikt om beslissingen te nemen. Net zoals voorkennis. Alleen is nakennis vandaag te halen uit massaal beschikbare of massaal geregistreerde gegevens/informatie, gestructureerde informatie (onze typische databases) maar nog belangrijker : niet-gestructureerde gegevens zoals teksten, clickgedrag, zoektermen, facebook, fora, commentaren ... .

Het analyseren van al deze informatie en het halen van nakennis hieruit wordt één van de belangrijkste volgende stappen in wat we in IT data-mining noemen. En daardoor zou nakennis wel eens belangrijker kunnen worden dan voorkennis.

Misschien komt er wel een wet die het gebruik van nakennis strafbaar maakt. Wie weet?

Guido Van Humbeeck

http://www.linkedin.com/in/guidovh
email : guido.vanhumbeeck@ae.be
twitter: gvanhumbeeck

Senior Partner, AE nv : www.ae.be
Lid Raad van Bestuur SAI: www.sai.be

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer