Einde van de persvrijheid in zicht?
Ik heb ze geteld en gebeld, officieel en off-the-record: de ICT media zitten in een zware crisis. Het aandeel advertenties is gedaald met 40 tot 70%. Redacteurs én hoofdredacteurs vliegen de laan uit. Eén van de belangrijkste ICT bladen slaagt er deze week zelfs in om slechts 8 advertenties te plaatsen, waarvan 4 mini-ads en 2 van een event dat ze zelf sponsoren. Met de inkomsten van deze oplage kunnen ze zelfs het loon van de hoofdredacteur niet betalen.
Deze terugval aan inkomsten heeft een belangrijk gevolg. Een gevolg dat mij bijzonder veel angst inboezemt. Dat mij doet wanhopen zelfs.
Geen advertising, geen coverage!
Het begon enkele weken geleden met één van de meest vooraanstaande dagbladen in Vlaanderen. Een freelance journalist heeft een gesprek met één van onze IT klanten en schrijft daarover een diepgaand en gefundeerd artikel. Het dagblad in kwestie weigert het artikel te publiceren ... omdat de concurrent van onze klant een advertising campagne heeft geboekt in datzelfde medium.
Enkele dagen later. Ik neem deel aan een debat georganiseerd door BJIT (de vereniging voor ICT journalisten). Journalisten versus bureaus ... dat durft al eens bitsig te verlopen. Eén van de rode draden in dit debat: de onafhankelijkheid van de pers. Bureaus zouden de informatie van hun klant al te vaak kleuren en bijsturen.
Nog geen dag later vernemen we onverbloemd van één van de redacteurs (die de avond ervoor erg tekeer was gegaan): “interessante informatie van uw klant, maar gezien de crisis moeten we voorrang verlenen aan coverage rond onze adverteerders”.
Vandaag, enkele weken later, reeds het vijfde vooraanstaande ICT medium dat met een gelijkaardige eis komt. Een bloemlezing van de ondergang van onze persvrijheid: “De weinige redactionele ruimte die we beschikbaar hebben geven we bij voorkeur aan berichtgeving rond onze adverteerders”. “Een interview kàn natuurlijk - heeft uw klant budget?”. “In plaats van de publireportage kunnen we het ook schrijven onder de vorm van een redactioneel artikel”. En de hoofdvogel: “Als je voor X euro adverteert, plaatsen we jouw product als Beste Koop”.
Het is intussen duidelijk dat steeds minder journalisten het zich kunnen permitteren om negatief te schrijven over de weinige bedrijven die met advertentiebudget komen aankloppen. En als tegelijk andere bedrijven geen plaats meer krijgen ...
Dit is een stap te ver !
Dit zijn geen geïsoleerde gevallen meer. Het is een epidemie. Eén met zware gevolgen. Objectiviteit is fundamenteel in berichtgeving. Zeker op het niveau van bovenstaande sukkelaars. Want dat zijn het. Ik leef 100% met hen mee. Het is schrijven naar de broodheer of schrijven op het stempelformulier. Als het kiezen is tussen deontologie of de boterham met choco van hun kinderen ... ik begrijp het als geen ander. Maar mogen wij - de samenleving - daaraan toegeven? Nooit!
Niet alleen voorziet onze Belgische grondwet (februari 1831) vrijheid van pers en meningsuiting (art. 19), ze zijn zelfs één van de belangrijkste fundamenten en onstaansredenen van onze maatschappij. We hebben er samen voor gevochten tot bloedens toe. En nu zijn we stilaan terug naar af.
Nu zondag, 3 mei, is het de Internationale Dag van de Persvrijheid. Traditioneel om malafiede regeringen te wijzen op de beginselen van persvrijheid. Ik denk dat het méér dan hoog tijd is om onze eigen belangen in de kijker te stellen. Vlaanderen is in nood. Nood aan objectiviteit.
Managing Director Out of the Crowd
Wat u als slecht nieuws beschouwt is voor mij niet alleen prachting nieuws maar was compleet voorspelbaar:
http://u.nu/54c3
Laat het einde van de klassemaatschappij maar komen.
Reactie van Steven Devijver | 30 april 2009 om 2:46
Beste Bart,
ik zou het waarderen als je naast de slechte vaststellingen ook de positieve zou vermelden: dat er nog steeds redacties zijn waar je zulke reacties niet krijgt, en dat de crisis - hoe zwaar ze ons ook treft - niet per se tot morele uitverkoop hoeft te leiden.
Ik zou het jammer vinden als ook maar één lezer van je blog zou denken dat het over een blad bij Minoc gaat, want daarvoor durf ik nog steeds mijn hand in het vuur te steken. En ik ben ervan overtuigd dat er nog wel enkele Mohikanen oveeind blijven voorlopig. Maar spreek me gerust tegen als jouw ervaring bewijst dat we echt de laatste zijn.
Dus: net zoals wat jullie van ons redacties verlangen, had ik graag iets meer nuancering gezien in je blog. Maar ja, dan had ik ook niet gereageerd, hé.
Nog veel succes met jullie kruistochten, wij gaan onverdroten voort met de onze.
Stef
Reactie van Stef Gyssels, hoofdredacteur IT Professional | 30 april 2009 om 12:58
Beste Stef,
je opmerking is méér dan terecht.
Eerst een verduidelijking voor de lezers van deze blog:
De term “ICT media” is voor ons als IT-communicatiebureau de term die als verzamelnaam wordt gebruikt voor alle relevante media waar we onze ICT klanten visibiliteit in kunnen geven. Deze omvatten bijgevolg - naast de ‘pure’ IT bladen - ook IT consumer bladen, verticals, business, dagbladen en een hele rits online media met IT rubrieken. Misschien had ik dat moeten verduidelijken in de blogpost, maar het verandert niets aan de feiten.
Aan Stef
We kennen elkaar goed genoeg om te weten dat we beiden deontologie hoog in het vaandel voeren - we trekken aan dezelfde kar. Gelukkig zijn er inderdaad nog redacties - zoals die van Minoc (en andere) - die een duidelijke lijn trekken tussen redationele inhoud en commerciële behoeften. Het is door samen te werken met redacties als deze dat de titel van mijn blogpost - gelukkig - nog steeds een vraagteken kan bevatten.
Ik heb bewust gekozen om mijn blogpost niet te nuanceren. Daarvoor dienen reacties zoals die van jou voor. De huidige trend naar puur broodschrijven is dermate prominent aanwezig dat elke nuancering de ernst van de situatie zou kunnen verdoezelen.
Ik vermoed uit jouw reactie dat ik een medestander heb gevonden. En zeker van iemand in jouw positie kan ik dat alleen maar toejuigen.
Bart
Reactie van Bart Van der Leenen | 30 april 2009 om 3:49