juni 2009

Geplaatst op 29 juni 2009 door Roland Legrand 0 reacties | Reageren

De vuvuzela, het ultieme voetbalattribuut

Vuvuela

Dit is 'm dus, de vuvuzela. Voor alle Zuidafrikanen het ultieme voetbalattribuut, voor de rest van de wereld het meest vervelende geluid ooit gehoord op een voetbalveld.

En ik kan daar alleen maar mee akkoord gaan. De trompet wordt gedurende de volle 90 minuten aangeblazen, zonder enige nuance of het nu spannend is of niet. In andere landen wordt er gejuicht, gezongen of gescholden afhankelijk van wat er gebeurt op het veld.

Vuvuela2 Hier gewoon dat monotone getoeter dat door sommigen wordt vergeleken  met de kreet van een olifant, het gezoem van 10.000 muggen of het geluid van een stoomboot. Hoedanook niet echt aangenaam. En of er nu gescoord wordt of niet, telkens datzelfde geluid, zonder enige stijging of daling in volume.

Ik kreeg al menig berichtjes van mijn 'vrienden op FaceBook', en ik las het ook op Europese websites, dat mensen overal ter wereld niet meer kijken naar de Confederations Cup, alleen al voor dat lawaai. Ik vraag mij af wat FIFA gaat beslissen voor het WK, want ik vrees dat de sponsors ook niet graag horen dat kijkers afhaken.

Uitgezonderd Total misschien, want via Unicef kregen we vandaag op bureau allemaal een vuvuzela...

Christophe Verhellen

Geplaatst op 22 juni 2009 door Roland Legrand 0 reacties | Reageren

Inpakstrategie

Na een lange reis ben je blij dat je koffers allemaal op de lopende band liggen in de luchthaven van bestemming. Je denkt dat je alle hindernissen met verve hebt genomen en dat alleen nog het vinden van een taxi als uitdaging overblijft. Think again!

Je hobbelt met het volgeladen karretje richting 'Exit' en dan denk je 'Shit, ik moet nog voorbij de douane!'. Vaak hangen er dan groen of rood oplichtende bordjes met respectievelijk 'Nothing to declare' en 'Goods to declare' en kies je als brave toerist voor het groene bordje.

Heb je niet te veel koffers en zie je er een beetje betrouwbaar uit dan kan je zo richting taxi's. In Denpasar zijn de rode en groene bordjes nergens te bespeuren. In de plaats daarvan een legertje geüniformeerde en streng kijkende ambtenaren die jou en je karretje bekijken met dollartekens in de hebzuchtige ogen.

Of je niets hebt aan te geven: voedingsproducten, alcohol, sigaretten, ...? 'Neen hoor, alleen personal stuff' zeg je dan, toch een beetje onzeker want je weet maar nooit wat in dit land allemaal mag en niet mag. Toch willen ze dan dat je een koffer openmaakt om er dan naar hartenlust en met merkbaar genoegen in te kunnen graaien.

Alles wat er schoon uitziet beschouwen ze automatisch als nieuw en dus in aanmerking komend voor gepeperde invoerrechten. Je mag dan weer palaveren en zoeken naar krasjes of tekenen van gebruik om de douanier ervan te overtuigen dat je die haardroger echt al jaren hebt.

Om in Indonesië, en waarschijnlijk in heel wat van de omliggende landen, dit stresserend intermezzo zo snel mogelijk achter de rug te hebben volstaat een eenvoudige strategie. Tenminste als er een vrouwelijke medereiziger aanwezig is.

Primo: Laat haar het woord voeren bij de inspectie van de koffers. Secundo: Zorg er bij het inpakken van de koffers voor dat er bovenaan steeds een heleboel lingerie ligt. Gooi daarom nooit oude slipjes en bh's weg. Bewaar die, speciaal voor dit soort gelegenheden.

Tertio: Zodra de koffer opengaat zorg je er, als woordvoerster voor niet te dicht in de buurt van de koffer te staan en negeer je straal elke hint om de inhoud van de koffer te beroeren. Je kijkt de beambte ook zo direct mogelijk aan.

Je zult merken dat zijn enthousiasme om in de koffer te graaien tot dichtbij het nulpunt daalt op het moment dat hij de bh's en slipjes in het oog krijgt. Die werken als zovele stopborden en gevarendriehoeken op 's mans schaamtegevoel dat hij de koffer nog nauwelijks een blik waardig keurt, zeker niet wanneer de vermoedelijke eigenares van die niemendalletjes hem diep in de ogen blijft kijken.

Je zal merken dat het werkt.

Dirk Weemaes

PS: Reis je als man alleen, vervang dan in de boven beschreven strategie enkele details: - ga juist heel dicht bij de beambte staan. - vervang de niemendalletjes door een laag, schijnbaar ongewassen, want verkreukte, onderbroeken. Het werkt, echt.

Geplaatst op 7 juni 2009 door Roland Legrand 2 reacties | Reageren

Een Balinees rijbewijs

Je hebt dan eindelijk je verblijfsvergunning (KITAS)! Je bent gepokt en gemazeld door de Indonesische bureaucratie en je hebt het gehaald! Dan is de voor de hand liggende volgende stap: het afhalen van een Balinees rijbewijs (SIM).

Je bent zo vooruitziend geweest om in je vaderland een internationaal rijbewijs aan te vragen dus dat wordt een akkefietje van niks.

Even binnenspringen bij 'Kepolisian Kota Besar' (Poltabes) in Denpasar wanneer je toch in de stad bent voor boodschappen lijkt dan een goed plan.

Daarmee toon je dus aan er nog niets van begrepen te hebben.
Ondanks je KITAS en je mondje Bahasa Indonesia.
In Indonesië is iets administratiefs per definitie NOOIT eenvoudig.
Dat kan eenvoudigweg niet.

Administratie is iets duisters, geheimzinnigs, ondoorgrondelijks.
Ambtenaren zijn moderne alchemisten die in hun kantoortjes, achter hun loketten en met hun pc's allerlei mysterieuze dingen uitspoken waar wij, de buitenstaanders geen enkel besef van hebben.
En: er zijn altijd veel mensen bij betrokken.

Die alles door elkaar moeten laten nalezen, paraferen, afstempelen, aanvullen, ondertekenen, corrigeren, kopiëren enz.
Zelden is een handeling, hoe triviaal ook, gratis.

De molen blijft alleen draaien als je er op tijd en stond een paar tienduizend Rupiah insteekt. Gelukkig lijkt dat meer dan het is, maar toch blijft het frustrerend. Voor een groentje.
Het is niet haalbaar in Indonesië te wonen en je over dit soort praktijken te blijven opwinden.
Je moet meebuigen, als bamboe in de wind of je breekt vroeg of laat.

Dit systeem zorgt natuurlijk voor een boel jobs. Iets wat je in Europa zelf zou afhandelen, via het internet bijvoorbeeld, wordt in Indonesië 'afgehandeld', en dat mag je bijna letterlijk nemen, door een batterij ambtenaren.
Het kost tijd maar dat is geen argument.

"Jam karet" zeggen de Indonesiërs. Vrij vertaald: "De tijd is rekbaar, elastisch".
Karet betekent rubber.
Wie maalt er in godsnaam om een uurtje vertraging?

Terug naar het Balinees rijbewijs.

Wat heb je nodig om het aan te vragen?

1. KITAS: je verblijfsvergunning;

2. Je internationaal paspoort;

3. Het rijbewijs uit je vaderland;

4. Een registratiecertificaat uitgereikt door de politiediensten van je woonplaats.


En dan kan de molen beginnen draaien.

Stap 1

Ga naar het politiekantoor in Denpasar, Loket II, boven de garages en toon je documentatie. Je krijgt een stempel op je registratiecertificaat die bewijst dat het certificaat geldig is;

Stap 2

Ga naar de dokter - aan de overkant van de parkeerplaats. Betaal 25.000 Rp om je bloeddruk te laten meten en je ogen te laten checken. Je krijgt een dokterscertificaat;

Stap 3

Ga het kantoortje van Anisa Private Management binnen, naast het dokterskabinet, en betaal 85.000 Rp voor een 'Indonesian Drivers Certificate;

Stap 4

Ga opnieuw naar Loket II en toon je, inmiddels aangegroeide documentatie. Je krijgt een aanvraagformulier waarmee je voorlopig niets doet;

Stap 5

Ga naar Loket I (Loket Bank) in het hoofdgebouw, overhandig je papieren en betaal 75.000 Rp. Je krijgt een ontvangstbewijs en je documenten worden in een blauw mapje geniet;

Stap 6

Ga (vrolijk fluitend) terug naar Loket II waar je een testformulier krijgt, in het Engels opgesteld;

Stap 7

Beantwoord de vragen in het kamertje naast Loket II.

De leukste vraag is nummer 15:

"If you are involved in a accident where there is a fatal what do you do?"


a. Leave the scene and change your number plate and your identity so the police cannot find you

b. Take the body to your house and hide it

c. Report the accident to the police

Stap 8

Breng je ingevulde test naar één van de politiemannen die vooraan in het lokaaltje zitten;

Stap 9

Ga met je blauwe mapje en je test opnieuw naar Loket II. Men zal je vragen het aanvraagformulier uit Stap 4 in te vullen. Het is in het Indonesisch opgesteld maar je krijgt hulp bij het invullen. Je krijgt een stempel op de test en een betalingsbewijs;

Stap 10

Ga naar buiten, over de parkeerplaats, voorbij het kantoortje van de dokter en Anisa en loop 500 meter door tot bij het testterrein. Geef je folder af, ga zitten en wacht tot je geroepen wordt; 

Stap 11

Je wordt geroepen voor een praktische rijtest op een circuitje, uitgezet op het terrein van het politiekantoor. Je hoeft dus niet op de openbare weg. De test duurt 5 minuten maar pas op dat je de afgeleefde koppeling niet laat knarsen tijdens je testrit. Het resultaat van de test wordt genoteerd in je blauwe mapje;

Stap 12

Ga terug naar het hoofdgebouw en zoek 'Loket Koreksi SIM'. Geef je mapje af en wacht. Vergeet niet dat jam karet is;

Stap 13

Zodra je naam genoemd wordt, ga je naar het loket en je krijgt je mapje terug samen met een nummer. Ga daarmee het aangrenzende kamertje binnen waar 6 politiemannen achter computers zitten. Zodra je geroepen wordt ga je naar de politieman toe en bevestig je alle gegevens die hij in zijn database invult. Deze gegevens komen op je rijbewijs dus controleer alles nauwkeurig om later misverstanden te vermijden;

Stap 14

Je krijgt je mapje terug en gaat ermee naar een klein, aangrenzend kamertje. Daar staan 3 computers, uitgerust voor het nemen van vingerafdrukken en foto's. Doe gewoon zoals je hebt gezien in Amerikaanse films en ga daarna naar buiten, neem plaats en wacht;

Stap 15

De politieman achter Loket 'Produksi SIM' zal je naam omroepen. Je loopt naar het loket, geeft je blauwe mapje af en hij overhandigt je Balinees rijbewijs.
Zo eenvoudig is dat.
Zorg wel dat je er 's morgens op tijd bent.
Ze sluiten om 12:00.


Geplaatst op 4 juni 2009 door Roland Legrand 2 reacties | Reageren

Laat de kinderen tot Mij komen


Toen we onlangs naar de eerste communiemis gingen hier in Kilbrittain sprak de priester de woorden van Jezus "laat de kinderen tot mij komen". Mijn 12 jarige zoon, Fintan, begon te giechelen en Milo, 10, vond het duidelijk maar akelig.

En dit was vóór het Ryan report over institutioneel kindermisbruik.

Iedereeen heeft het vast al gehoord. Het rapport over kindermisbruik in de 'industrial schools' is uit. Uit dit rapport blijkt dat duizenden kinderen lichamelijk, seksueel en psychologisch misbruikt werden door de mensen die men hier het meest vertrouwde: nonnen, paters en broeders.

De individuele verhalen zijn te verschrikkelijk om te blijven lezen. Het gaat hier om echte wrede lijfstraffen, verkrachtingen, slavenarbeid, enz.

De kinderen die in deze instituten terecht kwamen, werden daar gezonden omdat ze iets gestolen hadden, omdat ze geen ouders hadden, omdat, zoals uit één getuigenis blijkt, hun moeder wilde scheiden en dus volgens de Ierse authoriteiten, niet geschikt was voor moederschap.

Of, zoals in de film 'The Magdalen Sisters', omdat ze verkracht waren, dikwijls door een familielid, ongehuwd zwanger waren, een kind van een ongehuwde moeder waren of gewoon iets te veel naar de jongens keken.

Heel Ierland was in schok. De regering haastte zich om hun medeleven te uiten met de slachtoffers, de aartsbisschop vroeg om pardon, de christian brothers, sisters of Mercy, oblaten en andere kleinere congregaties vroegen ook om vergiffenis,( hoewel de Christian Brothers nog tot 15 Mei bleven beweren dat er nooit kindermishandeling had plaatsgehad in hun instellingen) maar zegden wel dat ze niet méér zouden uitbetalen dan wat voor de verschijning van het rapport was afgesproken met de regering.

De regering had dus al op voorhand onderhandeld met 2 nonnen, afgevaardigden van de congregaties. Als resultaat zouden de congregaties 128 miljoen uitbetalen, de regering bijna 2 miljard.
En, tot ieders verontwaardiging, werd er beloofd dat er geen namen zouden genoemd worden. Het rapport heeft een alias gebruikt voor elke non of priester die kinderen misbruikt heeft.

Staat men hier dan boven de wet omdat men priester of non is? De katholieke kerk heeft hier nog altijd veel macht, natuurlijk. Bijna elke National School ( niet privé) is katholiek en heeft een priester in zijn board of management.

De regering consulteert hier nog regelmatig de kerkleiders . Er is nog steeds een sterke band tussen de twee.

De kranten staan inmiddels dagelijks vol van lezersbrieven die uiting geven aan de woede van de burgers.
In Dublin werd een rouwboek geopend voor het publiek. Het zou twee dagen ter beschikking zijn, maar al vlug werd besloten om het de hele week toegankelijk te houden, en er was een constante stroom van mensen die kwamen tekenen.

President Mac Aleese heeft zelf ook geëist dat de misbruikers vervolgd moeten worden, of dat zal gebeuren moeten we nog afwachten, en de congregaties hebben uiteindelijk ingestemd om opnieuw te onderhandelen over het compensatie pak.

En natuurlijk is er dan, af en toe, een burger die de congreagaties wil verdedigen, en de mensen vraagt om te denken aan al het goede dat ze ook gedaan hebben.

Ikzelf heb het hier heel moeilijk mee. Ik kan maar niet begrijpen hoe priesters en nonnen tot zulke afschuwelijke daden in staat kunnen zijn.

Ik denk aan mijn eigen nonkel pater, een oblaat, en een hele lieve mens, en aan pater Pol zaliger, een kozijn van mijn vader, jezuiet en een hele wijze man. Dit zijn heel goede mensen, er moeten ook zo'n paters geweest zijn in die instellingen.

Maar hoe meer ik erover denk, hoe meer ik ervan overtuigd ben dat al dat goede in het niets verdwijnt omwille van het slechte dat deze goede mensen hebben laten gebeuren.

En dat brengt mij dan bij de Ierse bevoling. Net na het rapport was er een 'wir haben es nicht gewusst' reactie. Maar al vlug kwamen er meer en meer mensen naar voren die zegden dat ze het wel wisten, niet in detail misschien, maar ze wisten dat de instellingen slecht waren, dat de kinderen er als slaven moesten werken, dat ze er slecht verzorgd uitzagen. En ze hebben niets gedaan. Want tegen de kerk kan je niet op.

En dan zijn er de rechters, de dokters de buren, ze zijn allemaal even verantwoordelijk voor wat er gebeurd is. Niemand heeft er iets tegen gedaan.
Hoe is dat toch mogelijk?

Engeland en Ierland zijn wrede landen. Niet alleen in de instellingen was er wreedheid. Ook in de normale scholen werden elke dag met geweld geconfronteerd.

Lijfstraffen werden officieel in de jaren 70 afgeschaft, maar in vele scholen werden ze nog toegepast tot begin van de jaren tachtig.

In mijn zoon Sipke's school zijn er nog een aantal leraars uit die periode. Eén ervan was berucht om zijn woede aanvallen en vreselijke slaagpartijen. Tijdens éen van die aanvallen hebben rtwee scholieren hem moeten overmeesteren, anders had hij zijn slachtoffer gedood. Deze verhalen hoor je in elk dorp, in elke school. Kinderen werden overal geslagen en vernederd.

Ik ben niet gelovig, maar ik houd wel van het verhaal van Jezus.
'Laat de kinderen tot mij komen', is waarschijnlijk het gruwelijkste dat een priester nu kan zeggen.

Roos Demol

Geplaatst op 3 juni 2009 door Roland Legrand 2 reacties | Reageren

Exit GM, de ondraaglijke lichtheid van de comfort-zone

Het zijn aparte dagen om als bankier Detroit aan te doen. Brothers in arms. Wellicht de stad die ik de laatste 2 jaar het meeste aandeed. Flint, Lansing, Brighton, downtown…parels van ondernemerschap, krankzinnigheid en ellende.

Grote, ouderwetse fabrieken waarin ik het verplichte bedrijfsbezoek regelmatig mocht ondergaan. Als je er rondliep voelde je de frustratie, de hopeloosheid, en tegelijkertijd de niet aflatende fierheid. Verlammend.

Een lasser raadde me deze week aan mijn Ipod te uploaden en te genieten van Bruce Springsteen`s juiste toon in het deprimerende lied 'Factory'. Alle respect voor Bruce, en Mike, maar geen tijd in dit leven om in zelfmedelijden weg te zinken.

Want geef toe, het was iets te lang wachten op de Big Bang (wat de GM implosie zonder twijfel is). Zonder enige twijfel HET moment van deze globale depressie. Neen, Enron, WaMu, WorldCom en Lehman stonden niet in dezelfde league. GM was een van de ledematen van dit prachtige, krankzinnige land. Het voelt erg ongemakkelijk aan, het verlies van je been. Redelijk vermoeiend en oncomfortabel, zowat het minste wat je kan zeggen.

Maar je wordt er wel slimmer van, je gaat meer nadenken. Je doet meer beroep op je omgeving. Je neemt niet meer alles aan als zomaar vanzelfsprekend. GM was gewoon te diep weggezonken in haar vanzelfsprekendheid, in de comfortzone.

Stel je eens voor dat Tiger Woods in een comfort-zone wegzinkt. Tom Boonen gebruik ik even niet als referentie. Denk je dat Tiger alles als makkelijk en comfortabel beschouwd? Integendeel, en daarom is hij ook de beste in wat hij doet.

Tiger, in tegenstelling met Detroit, heeft al sinds zijn vierde levensjaar het onverzadigbaar verlangen beter te zijn en continu te groeien, boven zich uit te stijgen. Dat geeft, om een understatement te gebruiken, op zijn minst een oncomfortabel gevoel.

Jezelf elke dag uit die comfortzone duwen, man dat is vermoeiend. Echte ondernemers kunnen het ook niet laten, en vertonen ook die nooit aflatende drang tot ongemakkelijkheid, de afgunst van de status quo.

De liefde voor de groei, de verandering en de onzekerheid. De lichte hartklopping net voor het slapengaan. De gezonde, niet-aflatende stress net voor de vakantieperiode. Het kloppend hart in de keel. Krankzinnig.

Ondernemerschap staat niet voor niets gelijk met gezonde krankzinnigheid. Het is net die krankzinnigheid, die ongeremde wil om het te halen en steeds boven zichzelf uit te stijgen, steeds de groteren uitdagen die de VS maakt tot wat het is.

Maar GM verklaarde zichzelf tot de grootste, en vond dan ook dat het niemand meer had om uit te dagen. Exit GM.

Olivier Smekens
President Belgian-American Chamber of Commerce

Geplaatst op 2 juni 2009 door Roland Legrand 2 reacties | Reageren

Ons bloed is blou!

Blou Bulle Het normaal o zo stille Pretoria heeft er een -voor zijn normen toch- bewogen maand mei opzitten. Eerst was er de inauguratie van de nieuwe president. En gisteren was de stad in de ban van rugby. Rugby is hier namelijk de nationale sport nummer 1, en gisteren was het de finale van de Super 14, een soort Champions League van de beste teams van Australie, Nieuw Zeeland en Zuid Afrika.

En aangezien die 3 landen ook beschouwd worden als de 3 beste rugbynaties ter wereld, werd deze finale dan ook gezien als de officieuze finale van de wereldbeker voor ploegen.

De plaatselijke ploeg van Pretoria, "die blou bulle" of "the blue bulls", eindigden als eerste in de reguliere competitie, en kregen vorige week dan ook het thuisvoordeel voor hun halve finale tegen de Crusaders uit Nieuw-Zeeland .

Ook die wedstrijd wonnen ze vlot, zodat ook de finale gisteren op de home ground kon gespeeld worden: Loftus Versfeld in Pretoria. Tegenstander: the Chiefs, ook al uit Nieuw-Zeeland.

Al van vlak na de halve finales waren de die hardsupporters meteen gaan camperen voor de tickets office om toch maar zeker te zijn van een ticketje voor de finale.  De stad zag de hele week blauw van het volk, de media konden over niks anders schrijven! Want "die bulle" moesten en zouden winnen.

En of ze wonnen. Ze verpletterden de Chiefs met maar liefst 61-17. Een verschil van 44 punten, meteen het grootste verschil ooit in een finale van de Super 14. Heel Pretoria op zijn kop, en alle Zuidafrikanen waarschijnlijk gevierd tot een stuk in de ochtend. Want die blou bulle is die beste span, en ons bloed is blou...

Als extraatje een grappig TV spotje voor "player 23" , de Zuidafrikaanse variant van 'de 12de man', zijnde de supporters. Alle bijrollen worden gespeeld door de beste rugbyspelers van het land.




Christophe Verhellen

Geplaatst op 2 juni 2009 door Roland Legrand 1 reacties | Reageren

Story on the River Kwai

Bezoeken aan historische sites in Azië hebben vaak als nadeel dat de (kunst)geschiedenis moeilijk in een breder geheel geplaatst kan worden voor de Westerling – ook al heeft die altijd goed opgelet tijdens de les geschiedenis.

Maar in de de Provincie Kanchanaburi, zo’n 150 km ten noord – westen van Bangkok, ligt dat anders.
Door de gelijknamige provinciehoofdstad stroomt een rivier, en over die rivier loopt een brug. De rivier heet Kwai, en de brug is gebouwd door krijgsgevangenen in de Tweede Wereldoorlog.

De goeden in dit verhaal zijn 60.000 Britten, Australiërs en Nederlanders die na gevangenname in hun respectievelijke kolonies naar Thailand gedeporteerd werden. Ze kregen gezelschap van 200.000 “vrijwilligers” uit de regio.

De rol van slechteriken wordt vertolkt door hun Japanse en Koreaanse beulen, die ervoor gezorgd hebben binnen 15 maanden de helft van deze mensen gedecimeerd werd.
Bijna 300 doden per dag, hoe krijg je zoiets voor elkaar?

Toen het jaar 1942 halfweg was, hadden de Japanners, in hun versie van de Blitzkrieg, al grote delen van het continent bezet. Ze maakten zich op om via Birma (Myanmar) Indië op de Britten te veroveren. De bevoorrading van de troepen via de zee verliep moeilijk door de aanwezigheid van geallieerde schepen, en dus werd naar een oplossing over land uitgekeken.

Het beste idee leek om Thailand met Birma te verbinden door middel van een 415 km lange spoorweg.
Alleen: het moest snel gaan, er was geen zwaar materiaal beschikbaar in de streek en het uitgekozen traject was zeer onherbergzaam door de combinatie van jungle, rotsen en klimaat.
Dus werden gevangenen aangesleept en werd vanuit beide landen naar elkaar toegewerkt.

Langs de uitgestippelde route waren er een 55 – tal kampen met verschillende opdrachten. Één ervan was dus de beroemde “Bridge on the River Kwai”: een stalen brug met stenen pijlers. Maar dit was niet de enige in z’n soort: in Birma werden nog 7 dergelijke constructies opgetrokken.

De hardste noten om te kraken waren een aantal kloven die door de rotsen gehouwen moesten worden, met niks meer dan hamers, beitels en dynamiet. De meest beruchte kloof strekt zich uit over 75 m en is maximaal 25 m diep. Ze werd door de slaven “Hellfire Pass” gedoopt. Dit omdat er rond de klok aan gewerkt werd. De weerkaatsing van de fakkels op de rotswanden en op de levende geraamtes die er voortzwoegden, leverden een grimmig beeld op.

Om de uitdaging wat aan te scherpen, viel het begin van de werken samen met de moesson, was er nauwelijks voedsel of medische verzorging en bleek het met de Japanners en Koreanen moeilijk samen te werken. Die hadden niet enkel de taak van opzichter: ze leverden ook de ingenieurs, die nauw met de gevangenen samenwerkten.

Als ingenieur ken ik het cliché dat we niet uitblinken in interpersonal – skills, maar die hadden een license-to-kill en bleken ook inventief in het bedenken van folteringen. De getuigenissen van de slachtoffers zijn huiveringwekkend.

In de herfst van 1943 was de spoorlijn klaar – maar de lijdensweg van de krijgsgevangenen niet, want de oorlog duurde nog wel een tijdje voort.

Na amper twee jaar dienst werd de spoorlijn door de geallieerden in de geschiedenis gebombardeerd.

Eigenaardig aan het hele verhaal is hoe snel het in de vergeethoek geraakte: slechts een klein deel van het traject werd na de oorlog actief gebruikt, de rest leverde bouwmaterialen voor constructies overal in de streek en de woekerende jungle vervaagde verdere sporen. Zonder de beroemde film was dit hoofdstuk helemaal uit het collectieve geheugen gewist. 

Maar er is nog best wat te zien: musea, soldatenkerkhoven (je waant je even in de Westhoek), originele treinen en de brug zelf. Die heeft echter een hoog Disney – gehalte. Dit is een vrij arme streek, dus kan je het de lokale ondernemers niet kwalijk nemen dat ze het maximum proberen te halen uit hun “5 square meters of fame”.

Veel serener is de site van Hellfire Pass. Pas in 1984 werd die herontdekt door een Australische ex – krijgsgevangene. Met steun van de Australische overheid werd een gedeelte van 4 km vrijgemaakt, dat als oorlogsmonument onderhouden wordt. Het telt een stuk of 6 kloven, een 7 m hoge spoordijk en locaties van typische houten bruggen.

Er is ook een informatief museum en hoewel gratis, zorgen ze zeer goed voor de 80.000 bezoekers die er jaarlijks passeren: toen we aankondigden dat we het volledige trajekt wilden aflopen, kregen we zelfs een walkie – talkie mee, zodat ze konden checken of alles goed ging onderweg.  

Een aanrader voor wie een reis naar Thailand plant, en weg wil van de platgewandelde paden en tempels.

Thomas Jacxsens

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer