Zo zijn er wel meer in Wenen. Hij is daarnaast ook bankier. Zo zijn er ook wel meer, maar hij is net iets anders. Milan, laat ik hem gemakshalve zo maar noemen, werkt als financieel raadgever in een filiaal van de grootste Oostenrijkse bank in Belgrado en ziet er de jongste tijd niet zo goed uit.
Hij loopt wat minder recht, het wit van zijn hemden is niet zo kraak meer, en toen hij ongeschoren aan mijn deur stond had ik hem bijna niet herkend.Toen ik hem binnenliet en vroeg hoe het met hem ging keek hij me verwonderd aan. “Ik ben bankier,” zei hij, “hoe zou het met me gaan?”
Op weg naar het balkon waar ik meestal met hem een sigaret ga roken, zei hij dat hij me niet lang wou storen maar een wat uitzonderlijk verzoek had, of ik even naar hem kon luisteren. Ik luister eigenlijk niet graag naar een huiseigenaar in Wenen, laat staan een bankier, maar hij zag er zo zorgelijk uit dat ik hem uit puur medelijden een schnaps in de hand stak en mijn welwillend oor leende. Even toch.
Hij gaf me de jaarlijkse witte enveloppe, hij weet dat ik bruine haat, de huurrekeningen voor het volgend jaar.
“Weet je,” fluisterde hij, “ik heb in het gebouw nog twee woningen die dringend gesaneerd moeten worden. In de toestand waarin ze zich bevinden kan ik niet de huur vragen die ik ervoor zou moeten krijgen. En daar ligt precies mijn probleem.”
Een bankier met een probleem, een financieel probleem dan nog. Ik was nu een en al oor.
Of ik uitzonderlijk, eenmalig, als vriendendienst – want zo zag hij mij plots, als vriend – de hele huur voor het hele jaar niet zou kunnen overschrijven op 2 januari. Dat zou hem ontzettend helpen. Het gaat in de business zo slecht dat hij, als personeelslid van zijn bank, zelfs geen lening krijgt om de saneringskosten te betalen. “En ik zal je nog iets meer vertellen,” zweerde hij samen, “de tijdbom tikt!”
Toen hij zag dat ik aan zijn lippen hing, dat hij al mijn aandacht had, zei hij dat hij me natuurlijk graag interest betaalt. Een procent hoger dan wat ik vandaag bij mijn eigen bank zou krijgen. En dat hij zich ertoe verbindt de volgende drie jaar mijn huurprijs niet te verhogen, zelfs niet te indexeren. Hij ging wat achteruit zitten en keek me aan alsof hij me net verteld had dat ik het groot lot had gewonnen.
Een half uur later stond hij buiten met een deal.
Wat ik vooral onthouden heb uit dat half uur is hoe blij de banken zijn dat alle media-aandacht ondertussen naar Nobelprijswinnaars, griepepidemie en klimaatconferenties gaat, dat Tiger Woods vreemd gaat en de universiteiten staken, dat in Dubai het vastgoedlicht uit gaat in plaats dat de journalisten de tweede bancaire tijdbom analyseren waarover hij het had.
En hoewel sommigen onder ons daar wel een vermoeden van hadden, was Milan duidelijk en gedocumenteerd: er liggen nog hopen lijken in de kast, om van die uit de kelders maar te zwijgen, ze hebben hun lessen niet geleerd, en zolang de staat blijft bijspringen - zoals deze week de Oostenrijkse regering de Kärtner Hypobank met miljarden moest redden – liggen wat hem betreft te weinig bankiers wakker.
De financiële markt in Oostenrijk is zenuwachtig. Vooral omdat investeerders naar het jaareinde toe hun risicoposities verminderen. Maar ook wegens de reeks slechte berichten: eerst Dubai, dan Griekenland en nu Oostenrijk. De factor Oostenrijk is ernstig te nemen, meer dan de meeste Oostenrijkers zich bewust zijn.
Het land speelt een relatief belangrijke rol bij de stijgende onstabiliteit van de Euro, niet alleen wegens gevallen zoals de Hypobank, ook omdat analisten verwachten dat de zwaarste en meest massale afschrijvingen van slechte schulden in Oost-Europa (lang de groeimarkt en melkkoe voor Oostenrijkse banken) ten laatste in het tweede kwartaal van 2010 zullen vallen.
Daartegen heeft Milan met mijn geld hopelijk de sanering aangevat van zijn appartementen. Dat is precies wat we van bankiers verwachten, saneren, toch?
Roel Verschueren, Wenen 17 december 2009
Laatste reacties op onze blogs