december 2009

Geplaatst op 31 december 2009 door Roland Legrand 0 reacties | Reageren

Daar wordt aan de deur geklopt

Gekko 'Wie is daar?' riep mijn vrouw, midden van de nacht. Ze was bang, dat kon ik zo horen.
Na nog een laatste, kloppend geluid begon dan het 'gekko, gekko, gekkoooo,...' en wist ze dat er helemaal niemand had

Er zit een mannetjesgekko met last van zijn hormonen precies naast ons slaapkamerraam.

Wanneer hij van zich laat horen, lijkt het of er helemaal geen raam is en hij ergens binnen op het plafond zit. Zijn paringsroep begint met drie kloppende geluiden. Flink luide geluiden bovendien. Of er iemand hard op een houten deur klopt. Daarna roept hij een aantal keer zijn eigen naam.
Wanneer hij meer dan zeven keer roept brengt dat geluk volgens de Balinezen.

Maar ja, volgens de Balinezen mag je ook geen slang doodslaan omdat anders de volgende dag vader- of moederslang zich komen wreken.

Ik neem daarom die gelukswens met een korreltje zout.
De directeur van het Maya Ubud Hotel vertelde me onlangs dat hij wel vaker gasten heeft gehad die van kamer wilden veranderen omdat ze overtuigd waren van de aanwezigheid van een klopgeest in hun kamer. 
Gekkos zijn nachtelijke insecteneters en volstrekt ongevaarlijk. Voor alles wat er niet als een insect uitziet tenminste.

Ze hebben de reputatie giftig te zijn, maar dat is dus niet zo.
De Gekkonidae bestaan uit een 65-tal hagedisachtigen die vooral in tropische streken voorkomen.
Ze hebben zuignappen aan hun tenen en kunnen daarom, ondersteboven, op het plafond lopen.
Doordat ze de zuignapjes telkens moeten lostrekken, lijkt het net of ze met wiegende heupjes lopen.
'Panta bengko' voor de Ambonese lezers. Grappig.

Mijn vrouw heeft een hekel aan die aardige beestjes omdat ze wel eens wat durven laten vallen op een tafel of een stoel. Dat is natuurlijk niet leuk maar hé, dit zijn wel de tropen, en als tegenprestatie eten ze allerhande vervelende insecten.
'You can't have the cake and eat it.'

Kies optie 2 (gecko mating call) om het bovenstaande beter te begrijpen.

Dirk Weemaes
Villa Sabandari – boutique hotel in Ubud

Geplaatst op 26 december 2009 door Roel Verschueren 0 reacties | Reageren

Zalige Kerst!

Heeft u ze ook gekregen, de kerstkaarten met kinderen verkleed zoals de aapjes aan het Amsterdams draaiorgel, of treurig kijkend aan een leiband voor het Bolsjoi-theater in Moskou? Maar dan nu voor de verlichte kerstboom, moe lachend in de lens van de camera, tegen hun zin poserend met de rode muts van de Kerstman? De Kerstman waarvan mijn spellingchecker niet aanvaardt dat ik hem met kleine ‘K’ schrijf. Een zeldzaam kaartje nog verstuurd met de post, op tijd, de meeste echter als bijlage bij een nachtelijke e-mail. Lief, ze zien er allemaal echt lief uit. Ook zalig Kerstfeest. Zalig mag ik met een kleine ‘z’ schrijven midden in mijn zin.

In Oostenrijk wil de traditie dat moeders de kerstboom kopen op 24 december, niet vroeger, want het Christkind is verondersteld die te brengen. Kerstman? Vergeet het, die bestaat niet, daar mogen wij, laaglanders zelfs niet over praten. Ik verspreek me nog elk jaar, Christkind, daarover gaat het. In Oostenrijk, Zwitserland en bepaalde katholieke streken in Duitsland maken miljoenen ouders hun kinderen wijs dat met kerst het Christuskind komt en heimelijk de kerstgeschenken annex boom brengt. Het kind is uiteraard blond, heeft krullen in het haar, draagt vleugels en een gouden zwevend kroontje.

Duizenden vaders worden zonder mededogen met hun kinderen de vrieskou ingestuurd en mogen pas twee uur, liefst drie uur later terug naar huis, zo lang heeft moeder nodig om (1) de boom uit de kelder te halen en op te stellen (2) de boom te versieren (3) de geschenken onder de boom te schikken (4) zich zelf voor de kerstavond op te smukken (5) alle deuren te sluiten die tot de kerstboom leiden, het klokje ergens strategisch op te stellen zodat vader, nadat de kinderen iets te eten kregen, stiekem het signaal kan geven dat het Christkind is gekomen en de hel kan losbreken.

Het is niet te verwonderen dat deze niet lang vol te houden leugen overal anders in Europa snel vervangen werd door een meer aanvaardbare andere kwakkel: de eerder protestantse Kerstman. Geen rooms-katholieke heiligenverering op een protestantse kerst. Luther had zo zijn verdiensten.

Het is veelbetekenend voor de twintigste eeuw dat de commercie Kerst in bezit genomen heeft. Sinterklaas, het Christkind én de Kerstman dragen als onverwoestbaar trio actief bij tot het in stand houden van de omzet en de hele heisa rond de feestdagen. Maar dat weten we allemaal. En daar doen we allemaal noodgedwongen aan mee. Het was een goede Kerst koppen de kranten. Geld bedoelen ze.

Het klokje rinkelt, kinderen stormen ten lande in massa de keukens uit en begeven zich in de woonkamer waar de echte kaarsen in de boom branden, lichtjes schitteren, de geplande cd de liedjes speelt en even, heel even en kort is er een momentum. De bewondering, de verwondering, één liedje, laat het één liedje lang duren voor de betovering verdwijnt.

En dan is er alleen nog oog voor wat onder de boom ligt. Te veel geschenken die de kinderen zich gewenst hebben, brieven hebben ze er voor geschreven, al lang van de vensterbank gehaald en ergens verstopt, tekeningen verdwenen ergens in een doos tot ze volwassen zijn, en dan PAKJESTIJD!

Opvallend is hoe kinderen met die pakjes omgaan. Het ene is nog niet open en het andere is al aan de beurt. Er is een gevoel van hebben, heb ik alles wat ik gewenst heb? Het eerste is al binnen, het tweede is ook oké, het derde… het vierde… zonder einde. Want er is veel familie in Oostenrijk, veel nichtjes, tantes, cousins-cousines, dus de boom hangt zwaar onderuit.

Het is pas de volgende dag, als alles rustig is, Kerst eigenlijk voorbij is, dat de geschenken aan waarde winnen. Pas dan ontdekken ze wat ze echt hebben gekregen en is het een paar uur rustig, moet niets, kan alles.

Niets is meer kortstondig dan Kerst. Niets is vluchtiger dan het Christkind. Maar geen zorgen… Nieuwjaar komt eraan. Ook met een hoofdletter.

 

Roel Verschueren, Wenen 26 december 2009

Geplaatst op 22 december 2009 door Roel Verschueren 1 reacties | Reageren

Visie is in Oostenrijk schaarser dan sneeuw

Elk jaar opnieuw komt dezelfde onheilsboodschap net voor Kerst. Die heeft in Oostenrijk dan rechtstreeks met het winter toerisme te maken, de overkoepelende organisaties voor toerisme maken de jaarbalans op en er worden – nog maar eens – geen lessen uit getrokken.

Het is tamelijk laat beginnen sneeuwen en hoewel de pistes er in de Alpen goed bij liggen, blijven de noodzakelijke korte-seizoen boekingen wat uit. Daarom is in de categorie van een tot driesterrenhotels een prijsdumping aan de slag die alleen op korte termijn een oplossing biedt. Probleem is dat uitgerekend deze categorie nagelaten heeft de jongste paar jaar te investeren in het updaten van de infrastructuur. Niet alleen omdat het geld ontbrak, ook omdat gegokt wordt dat zolang het aantal overnachtingen niet daalt, de banken eventueel opnieuw bereidwilliger worden om voor de nodige investeringsfondsen te zorgen. Aantallen overnachtingen lijkt belangrijker dan omzet of winst. Bankiers hebben altijd al een eigenaardige verhouding tot balansen gehad, ze kijken niet noodzakelijk naar de trends die belangrijker zijn dan cijfers van overnachtingen. En omdat de knip toch op de leningen bij banken zit, zitten ook de hoteliers een paar rondjes uit.

Het prijsverschil tussen een drie en een viersterrenhotel werd alsmaar groter. En updaten is nog iets anders dan upgraden. De driesterrenhotels die erin geslaagd zijn met de nodige middelen naar de categorie van vier-sterren over te stappen (upgraden) komen er voorlopig als winnaar uit, ook al zijn ze op een paar handen te tellen.

Een jaar of twee wachten om het noodzakelijke opfrissen (updaten) van wat achterop geraakte kleinere hotels aan te pakken is gebaseerd op een wel erg riskante gok: de nieuwe toeristen die vanaf 2010 voor het eerst op Oostenrijkse latten willen staan komen niet uit het rijke Westen, maar uit Zuid-Europa. Sinds vorig weekend mogen Serviërs, Montenegrijnen en Macedoniërs, zonder vernederende visumaanvraag, de EU-Schengen landen in. Dat deze nieuwe toeristen niet noodzakelijk in vier-sterrenhotels een onderkomen zoeken ligt eerder voor de hand. De meesten rijden voorlopig nog gewoon de grens naar Hongarije over voor een koffie, en keren dan met het gelukzalige gevoel van nieuwe vrijheid naar huis terug. Het vangt altijd zo aan. En daar waar het zo begonnen is stelt men vast dat snel de eerste echte toeristen een paar dagen langer blijven, absoluut de sfeer van de Oostenrijkse pistes willen opsnuiven, ook al is het een of twee-sterren hotelletje niet dat van het, het gevoel telt, er over kunnen praten daar gaat het om. Ze voelen zich nu minstens zo evenwaardig als de Kroaten, voor wie de visumplicht al langer is afgeschaft. Bosnië, Kosovo en Albanië zullen volgen, de hoop daar is groot. De zes landen samen vertegenwoordigen zo’n 20,5 miljoen nieuwe consumenten en hoewel consumptie in dit deel van Zuid-Europa nog een andere dimensie heeft dan bij ons, zijn er binnen het Europa van de 27 genoeg voorbeelden te vinden van hoe snel zo’n situatie kan veranderen na toetreding tot de EU. Hierdoor zou ook het overaanbod aan vakantiekamers bij privaat personen in Oostenrijk kunnen opgelost worden, en misschien nog voor de kleinere hotels aan bod komen. Oostenrijk telt 128 miljoen overnachtingen per jaar, op iets meer dan acht miljoen inwoners en is ervan overtuigd dat dit in de toekomst alleen maar kan stijgen. Op korte termijn lijkt zich dus voor de wat doorgezakte kleine hotelletjes een oplossing voor de daling aan overnachtingen aan te bieden. Op langere termijn zullen ze echter de verliezers zijn. Nu nog de genoegzame lokale bankdirecteur van deze visie overtuigen en dan is er voor die categorie hotels ook weer hoop. Visie is in Oostenrijk een schaarser goed dan sneeuw.

Roel Verschueren - www.verschueren.at

Geplaatst op 17 december 2009 door Raphael Cockx 0 reacties | Reageren

Mijn huisbaas is een Serviër

Zo zijn er wel meer in Wenen. Hij is daarnaast ook bankier. Zo zijn er ook wel meer, maar hij is net iets anders. Milan, laat ik hem gemakshalve zo maar noemen, werkt als financieel raadgever in een filiaal van de grootste Oostenrijkse bank in Belgrado en ziet er de jongste tijd niet zo goed uit.

Hij loopt wat minder recht, het wit van zijn hemden is niet zo kraak meer, en toen hij ongeschoren aan mijn deur stond had ik hem bijna niet herkend.Toen ik hem binnenliet en vroeg hoe het met hem ging keek hij me verwonderd aan. “Ik ben bankier,” zei hij, “hoe zou het met me gaan?”

Op weg naar het balkon waar ik meestal met hem een sigaret ga roken, zei hij dat hij me niet lang wou storen maar een wat uitzonderlijk verzoek had, of ik even naar hem kon luisteren. Ik luister eigenlijk niet graag naar een huiseigenaar in Wenen, laat staan een bankier, maar hij zag er zo zorgelijk uit dat ik hem uit puur medelijden een schnaps in de hand stak en mijn welwillend oor leende. Even toch.

Hij gaf me de jaarlijkse witte enveloppe, hij weet dat ik bruine haat, de huurrekeningen voor het volgend jaar.

“Weet je,” fluisterde hij, “ik heb in het gebouw nog twee woningen die dringend gesaneerd moeten worden. In de toestand waarin ze zich bevinden kan ik niet de huur vragen die ik ervoor zou moeten krijgen. En daar ligt precies mijn probleem.”

Een bankier met een probleem, een financieel probleem dan nog. Ik was nu een en al oor.
Of ik uitzonderlijk, eenmalig, als vriendendienst – want zo zag hij mij plots, als vriend – de hele huur voor het hele jaar niet zou kunnen overschrijven op 2 januari. Dat zou hem ontzettend helpen. Het gaat in de business zo slecht dat hij, als personeelslid van zijn  bank, zelfs geen lening krijgt om de saneringskosten te betalen. “En ik zal je nog iets meer vertellen,” zweerde hij samen, “de tijdbom tikt!”

Toen hij zag dat ik aan zijn lippen hing, dat hij al mijn aandacht had, zei hij dat hij me natuurlijk graag interest betaalt. Een procent hoger dan wat ik vandaag bij mijn eigen bank zou krijgen. En dat hij zich ertoe verbindt de volgende drie jaar mijn huurprijs niet te verhogen, zelfs niet te indexeren. Hij ging wat achteruit zitten en keek me aan alsof hij me net verteld had dat ik het groot lot had gewonnen.
Een half uur later stond hij buiten met een deal.

Wat ik vooral onthouden heb uit dat half uur is hoe blij de banken zijn dat alle media-aandacht ondertussen naar Nobelprijswinnaars, griepepidemie en klimaatconferenties gaat, dat Tiger Woods vreemd gaat en de universiteiten staken, dat in Dubai het vastgoedlicht uit gaat in plaats dat de journalisten de tweede bancaire tijdbom analyseren waarover hij het had.

En hoewel sommigen onder ons daar wel een vermoeden van hadden, was Milan duidelijk en gedocumenteerd: er liggen nog hopen lijken in de kast, om van die uit de kelders maar te zwijgen, ze hebben hun lessen niet geleerd, en zolang de staat blijft bijspringen - zoals deze week de Oostenrijkse regering de Kärtner Hypobank met miljarden moest redden – liggen wat hem betreft te weinig bankiers wakker.

De financiële markt in Oostenrijk is zenuwachtig. Vooral omdat investeerders naar het jaareinde toe hun risicoposities verminderen. Maar ook wegens de reeks slechte berichten: eerst Dubai, dan Griekenland en nu Oostenrijk. De factor Oostenrijk is ernstig te nemen, meer dan de meeste Oostenrijkers zich bewust zijn.

Het land speelt een relatief belangrijke rol bij de stijgende onstabiliteit van de Euro, niet alleen wegens gevallen zoals de Hypobank, ook omdat analisten verwachten dat de zwaarste en meest massale afschrijvingen van slechte schulden  in Oost-Europa (lang de groeimarkt en melkkoe voor Oostenrijkse banken) ten laatste in het tweede kwartaal van 2010 zullen vallen.

Daartegen heeft Milan met mijn geld hopelijk de sanering aangevat van zijn appartementen. Dat is precies wat we van bankiers verwachten, saneren, toch?

Roel Verschueren, Wenen 17 december 2009

Geplaatst op 17 december 2009 door Raphael Cockx 0 reacties | Reageren

Een nieuwe expat-blogger: Roel Verschueren vanuit Wenen

VerschuerenBeste bezoeker of deelnemer aan Expats' Corner: we kondigen hierbij een nieuwe blogger aan!

Roel Verschueren is geboren Gentenaar en leeft en werkt sinds 2004 in Wenen. Hij is schrijver, vrij journalist en vertaler.

Tussen zijn twee volwassen Vlaamse kinderen en de twee peuters in Wenen ligt een half leven. Zijn eerste roman "zwijg als je praat" verscheen in 2008. In 2010 verschijnt de Duitse vertaling bij een Oostenrijks uitgever en een bundel kortverhalen en columns.

Hij werkt aan zijn tweede roman, eveneens gepland voor 2010. Hij blogde voor De Standaard onder andere omtrent de Europese verkiezingen en als expat, en draagt nu actief bij aan deze blog. Meer: www.verschueren.at

Geplaatst op 17 december 2009 door Roland Legrand 0 reacties | Reageren

Naderende kerst

17 december, en in België valt blijkbaar de eerste sneeuw. Net op YouTube eens geluisterd naar Jan Dewilde en zijn "eerste sneeuw", kwestie van een beetje in de sfeer te komen.



Hier is het ondertussen volop zomer. Vandaag voorspellen ze 31 graden, en voor kerstdag zelf lijken we richting 35 graden te gaan. Hier dus geen eerste sneeuw, maar eerste hete zon. En dat heb ik vorig weekend ook ten overvloede mogen ondervinden.

Ik moest voor "het werk" naar een internationaal rugbytoernooi in het stadje George. Mooie streek, ergens in de Garden Route, en een fijn weerzien met de Indische Oceaan, maar toch de zon een beetje onderschat. Ondertussen heb ik de slang in mezelf losgelaten, en ben ik van vel veranderd. Maar dat even tussendoor.

35 graden op kerst, het lijkt een beetje onwezenlijk. Het blijft hoedanook heel raar aandoen om bij deze temperaturen mensen met kerstmutsen te zien rondlopen. Of versierde kerstbomen in de shopping malls, door de speakers begeleid van de nodige Christmas Carols, zoals Jingle Bells of Mary's Little Boy Child.

En natuurlijk het verplichte "Dreaming of a white Christmas". daar zullen ze hier nog lang moeten op wachten, of het zou moeten zijn dat ze nu écht niet tot een akkoord komen in Kopenhagen. Want dan zou die white Christmas hier nog sneller kunnen zijn dan verwacht...

Christophe Verhellen
Pretoria, South Africa

Geplaatst op 4 december 2009 door Erwin Glassée 5 reacties | Reageren

Is Zwitserland moslimvijandig ?

Zwitserland zorgt voor wereldwijde Schlagzeilen, kopte mijn favoriet gratisblad 20 minuten deze maandag. Het zal dus wel niemand ontgaan zijn, het volgende komt in de Zwitserse grondwet te staan:

Art. 72 Abs. 3 (neu)
3 Der Bau von Minaretten ist verboten.

Ik kan bij mijn landgenoot niet achterblijven. Tegen de peilingen en de verwachtingen in stemde 57,5% voor, bij een zeer hoge deelname van 53,4%. De gemiddelde opkomst ligt normaal rond de 44%. De peilingen zaten tussen de 30 en 40% ja. Wat is er gebeurd ? Aangezien het onderwerp heel emotioneel is (het ging al lang niet meer om een bouwtechnische kwestie), en velen een niet altijd even onderbouwde maar wel snelle interpretatie naar voor brengen, is het zinvol ter objectivering de cijfers te bekijken. De kantonale statistieken die vandaag gepubliceerd werden, wijzen erop dat de voorstanders van het verbod sterker gemotiveerd waren om te gaan stemmen, wat versterkt werd door het licht miezerige weer, en dat de tegenstanders ervan uit gingen dat het voorstel toch wel door de anderen zou worden weggestemd. De andere twee onderwerpen en de Regierungsratsitz (kantonaal parlement) waren ook niet de moeite om te gaan stemmen. Hier het kaartje voor het kanton Zürich (bron: Tagesanzeiger), waar 51,8% voor stemde.

1
In het midden onderaan ziet u de Zürisee, met Zürich-Stadt aan de noordelijke tip. De determinerende factoren waren inkomen en de al dan niet stedelijke levenswijze. In de stad en rondom de Zürisee (waar de grond- en huurprijzen het hoogst zijn) is meestal neen gestemd (rood). Die andere rode vlek is de stad Winterthur (de kleurenschaal is een beetje misleidend, in de lichtrode gemeenten heeft het verbod het meestal nipt gehaald). De landelijke gebieden, waar ook de opkomst het hoogst was, hebben overweldigend voor gestemd. Dezelfde tendenzen zijn er op nationaal niveau, waar het stedelijke kanton Genève, de andere grote steden Basel, Bern en Zürich en de tolerantere Romandie tegen stemden, en de  landelijke gebieden voor. Uitschieters bij de voorstemmers zijn het oerconservatieve Appenzell-Innerrhoden (waar de laatste vrouwen in Europa pas in 1991 stemrecht kregen) en het italiaanstalige Ticino (waar men zich cultureel graag aansluit bij de taalgenoten in het zuiden).

Door alle islamofobische en godsdienstvrijheidlievende emoties is het moeilijk een genuanceerde mening te vertegenwoordigen. Ik vond het initiatief overbodig, een vorm van extremistische misleiding zelfs om de echte (financiele en technisch moeilijke) issues te verbergen; maar ik ben wel van de directe democratie overtuigd, die ik beter vind dan ons eigen representatief systeem. De befaamde kloof tussen samenleving en politiek is kleiner, het debat is open, en velen nemen scherp stelling en brengen hun argumenten. De mentaliteit is "besturen en wetten maken doen wij zelf", heel anders dan de belgische idee van "wij stemmen en daarna doen de politiekers wat ze zelf willen". Mogelijk zal er nu een initiatiefcomité opstaan om het verbod weer af te schaffen. Daar zal dan wel nog zeker anderhalf jaar overheen gaan, het systeem werkt traag. Ondertussen kan het verbod ook in Straatsburg onder vuur komen en worden de al dan niet financiele relaties met de moslimwereld bemoeilijkt.

De buitenlandse kritiek helpt echter niet. De moraliserende vingertjes en vooral de overtrokken reacties werken eerder averechts, de Zwitsers zijn van hun eigen politiek systeem overtuigd en vinden dat politici die representatief of indirect gekozen werden, maar half zoveel recht van spreken hebben als de stem van het volk. Enige terughoudendheid zou beter zijn, ook dat is in de Zwitserse mentaliteit ingebakken.

Geplaatst op 3 december 2009 door Roland Legrand 1 reacties | Reageren

Verblindend geloof

Geloof is een integraal deel van het Ierse leven. Sinds St Patrick in Ierland toekwam en het land bekeerde heeft godsdienst en vooral de katholieke kerk steeds een belangrijke plaats gehad in het Ierse leven.

De laatste jaren had de katholieke kerk het moeilijk. Er zijn minder roepingen, minder kerkgangers en ze hebben minder zeg in de alledaagse regering van het land.

Als je over Ierland schrijft, kan je de godsdient niet negeren. Traditionele Ierse muziek gaat dikwijls over rebellie tegen de Engelsen , maar een groot deel gaat over het rotsvaste geloof.

Ik ben hier in Ierland verschillende doorgoede mensen tegengekomen, van het soort dat ik mij in Belgie niet kan herinneren. Het zijn mensen , protestant of katholiek, met een diep geloof in het goede. Je kan voor die gelovigen alleen respect opbrengen.

Wat een ramp moet het voor al die kerkgangers zijn om het ene schandaal na het andere te horen over de katholieke kerk.

Het laatste nieuwe schandaal werd nu in het Murphy rapport gepubliceerd. Het gaat over de manier waarop de katholieke kerk in het dioscesaan Dublin de gevallen van seksueel misbruik in de kerk heeft verzwegen tussen 1975 en 2004. Er wordt gesproken over duizenden gevallen van misbruik, 46 betrokken priesters en 4 bisschoppen die erover wisten en zeer bewust de zaken verzwegen hebben.

De priesters werden gewoon naar een andere parochie gebracht, waar ze steevast weer andere kinderen misbruikten. Niet alleen de kerk, ook de politie werd hierbij vernoemd.

De huidige aartsbischop, Diarmuid Martin, heeft steeds weer de moeilijke taak om de kerk op één of andere manier te redden. Vorige zondag heeft hij elke parochiepriester een brief doen voorlezen in de kerk.

Hier een klein extract:
The hurt done to a child through sexual abuse is horrific. Betrayal of trust is compounded by the theft of self esteem. The horror can last a lifetime. Today, it must be unequivocally recalled that the Archdiocese of Dublin failed to recognise the theft of childhood which survivors endured and the diocese failed in its responses to them when they had the courage to come forward, compounding the damage done to their innocence.
For that no words of apology will ever be sufficient.
En hoe reageert het publiek? Aan de lezersbrieven in de kranten te zien zijn vele, zelfs trouwe katholieken verward, kwaad en gekwetst. En toch zijn er diegenen die de bischoppen nog verdedigen.
De kerk verdedigt niemand meer, maar vele gelovigen kunnen duidelijk niet zonder de rigide structuur die de kerk altijd geweest is.

Zelfs Brian Cowen verdedigde het Vaticaan, waarvan in het rapport gezegd werd dat ze het onderzoek heel moeilijk maakten door antwoorden te weigeren en brieven onbeantwoord te laten.

Vanmorgen las ik deze uitspraak in de Irish Times van John A.Costello, de eerste minister in 1958. Brian Cowen denkt duidelijk hetzelfde, net als een groot deel van de Ierse bevolking: 'Ik ben een Ier in de tweede plaats, ik ben eerst een katholiek, en ik aanvaard zonder twijfel en op alle vlakken de leerstof en de hierarchie van de kerk waartoe ik behoor.'

Een deel van de bevolking heeft het nu op zich genomen om zelf het katholieke geloof te redden.
Er zijn bijvoorbeeld de Maria watchers. Een zekere Joe Coleman is intussen een echte Maria verschijning voorspeller geworden. Eén zo'n verschijningen ging er komen in Knock in de maand Oktober. Tienduizend gelovigen gingen ernaar toe. Niemand zag Maria, maar ze zagen de zon dansen.

Nu, een maand later blijkt er een epidemie te zijn van mensen met retina beschadiging. De zon zien dansen is , volgens de plaatselijke ophtalmoloog één van de eerste tekenen van retinabeschadiging. Sommige mensen hebben tot 50% van hun zicht verloren. Er waren ook veel kinderen aanwezig, wiens ouders hen naar de zon deden kijken. De ogen specialist denkt dat er nog honderden slachtoffers zijn wiens zicht serieus beschadigd is.

Roos Demol

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer