Geplaatst op 24 januari 2010 door Roel Verschueren

Het leven in Wenen is goed ...voor wie geluk heeft.

“Bianca?” vroeg ik.

“Ja,” antwoordde het meisje, maar het was Bianca niet. Ze trok er op, hetzelfde haar, die trekken in haar gezicht, die zelfverzekerde nonchalance waarmee ze door de straat liep. Ik zou gezworen hebben dat ze dezelfde kleren aan had, de te zomerse schoenen voor het ijskoude winterweer van vandaag, de tweedehands dikke jas, duidelijk een mannenjas. Sneeuw in haar haren die nog meer krulden dan normaal. De glimlach was wat ijziger, wat wil je als je kou hebt, hoe zou die smelten zijn zonder zon? Ik hield haar kort bij haar arm en draaide haar dichter naar me toe, probeerde Bianca te herkennen in een meisje dat Bianca niet was.

De echte Bianca is sinds een paar weken niet meer te vinden. We kenden elkaar, ze verkocht waardeloze tijdschriften op elke hoek van elke straat, ik gaf haar geld zonder ooit een van haar blaadjes gelezen te hebben. Het is grijs en koud, iedereen kent die min vijf die als min vijftien aanvoelt. Ik kom normaal gezien niet buiten in dit hondenweer, maar melk en brood zijn belangrijk met kleine kinderen thuis.

Ik zocht haar op de hoek van de beenhouwer waar ze meestal op woensdag stond. Ik zocht haar aan de ingang van de supermarkt waar ze gehurkt zat als niemand anders er zat. Ik heb op haar gewacht aan de bank waar ik af en toe wat geld afhaal. Drie weken missen is lang, ook als het een ander soort missen is. Je bepaalt niet altijd zelf hoe een band geschapen wordt.

“De Bianca die jij bedoelt is niet meer,” zei ze vluchtig. Alsof ze zei dat ze net haar metro had gemist. Slikken is moeilijk, het is ijzig droog en de stem wil ook niet mee. Woorden ontsnappen als damp, uitgesproken zinnen bevriezen zichtbaar voor ze voleindigd zijn. Of ze wist wat haar overkomen was?

“Uitgewezen,” zei ze kort en wilde weggaan, haar tijdschrift verkopen en wat geld verdienen. “Alle meisjes noemen Bianca,” riep ze nog, ze wou me troosten, “tot ze teruggaan naar hun land. 'Bianca' helpt, de mensen hier hebben vertrouwen in die naam, vraag me niet waarom.”

Ik vraag haar niet waarom. Ik kijk haar na als ze de trappen van de metro neemt en nog eens omkijkt en de schouders ophaalt. Ik ben te licht gekleed en ga naar huis. Trek laarzen aan, een dikke wollen trui, een fleece erover en dan de warme ganzenveren winterjas. Sjaal er rond, muts over de oren, geen kat die me zal herkennen op de lege markt op zoek naar Bianca.

Ik praat met Jimmy de prullenverkoper in open boots zonder kousen, hij duwt een gestolen supermarktkar voor zich uit, Rudolf de zuiplap heeft ook zijn verhaal, altijd hetzelfde, luisteren wordt pijnlijk op de duur. Jessy ligt op de bank in het kleine witgesneeuwde park en herinnert zich zwaar onder invloed dat ze Bianca gisteren nog heeft gezien. Ze zag er niet goed uit zei ze, zelf een wrak. Jessy zegt om het even wat om een gesprek kort te houden. Ik neem de metro, ik ken de lijnen ondertussen als mijn binnenzak, ik weet waar mensen zonder onderdak samenhokken, waar inkomen geen betekenis heeft omdat onderkomen in dit weer primeert. Overleven verworden tot kunst.

En daar is ze. Twintig jaar ouder, Bianca’s moeder, op de trap naar het busstation. Het is de warmte die Miruna naar hier gedreven heeft, een reuze ventilator die de overtollige warme lucht van het metrostation onder de straat naar boven blaast en toch heeft ze het nog koud. Ik zak naast haar neer op de trappen, kijk in het schaaltje dat voor haar staat, ik schat negentig eurocent. Ik neem haar hand, dat mag als mensen elkaar kennen en de vrieskou ons verbindt. Ik vraag waar Bianca is. Ze weet het niet zeker. Ergens onderweg. Ze is sinds vorige week meerderjarig, dan ligt uitgewezen worden op de loer. Ze houden het allemaal goed in de gaten, zegt ze, wie moet gaan en wie nog niet. Omdat haar jongste pas zes is krijgt ze zelf nog even respijt, een woord dat voor Bianca definitief werd geschrapt. Uitgewezen is voor haar onbegrijpelijk, ze zegt dat ze de mensen niet begrijpt. Ik soms ook niet. Ik blijf nog even zitten en haal dan het schaaltje weg. We gaan koffie drinken en calorieën cumuleren ergens waar het echt warm is. Ergens in Wenen moet het  toch nog echt warm kunnen zijn, toch? Ook voor Miruna?

Roel Verschueren, 24 januari 2010 - www.verschueren.at

Reacties

Controleer uw reactie

Voorbeeld van uw reactie

Dit is slechts een voorbeeld, uw reactie is nog niet geplaatst.

Even geduld
Uw reactie kon niet geplaatst worden. Volgende fout deed zich voor:
Uw reactie werd geplaatstPlaats nog een reactie

De letters en cijfers die uw invoerde zijn niet correct. Probeer het nog een keer.

Uw reactie wordt zo dadelijk geplaatst. Om spam op onze blogs te voorkomen dient u echter nog eerst de letters en cijfers die u in onderstaande afbeelding ziet in te voeren.

Is deze afbeelding moeilijk leesbaar?Maak er dan een nieuwe aan.

Even geduld

Laat een reactie achter

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer