januari 2010

Geplaatst op 26 januari 2010 door Roel Verschueren 9 reacties | Reageren

Schaamteloosheid opnieuw gedefinieerd: een blog aan het been

In Oostenrijk ontspoorde vorige week het debat over buitenlanders, asielzoekers, criminaliteit, corruptie, bedrog en de bouw van nieuwe asielcentra dermate dat online kranten en websites van de openbare omroep ORF tijdelijk hun internetfora moesten sluiten.

Bloggers, we kennen ze allemaal. Of het nu over bloggende vast aangestelde journalisten van de krant gaat, over columnisten met reputatie en media-ervaring, of amateurbloggers die gratis de online pagina's vullen met vaak ondermaatse kwaliteit, de lezers kunnen er niet genoeg van krijgen. En dat laten ze maar al te graag blijken in reacties die - al naargelang het onderwerp - alsmaar sneller, agressiever, en meestal puur vanuit de buik worden geformuleerd zonder de grijze hersenmassa te passeren. Te lang, te saai, te veel taalfouten, naast de kwestie, te persoonlijk, te slecht opgebouwd, vaak arm aan argumenten, niet gedocumenteerd. En geen redactie online of niet die daar een passende oplossing voor heeft. De angst om in het nieuwe directe medium in te grijpen als het fout gaat is te groot, want de lezer heeft zijn uitlaatklep gevonden en is niet bereid die door wie dan ook ingeperkt te zien.

Onder druk van de heilige persvrijheid, vrijheid van meningsuiting, de kostprijs van wat altijd een betwistbare vorm van bewaking zou kunnen zijn, speciale programma's die jacht maken op vulgariteiten, de onderbezetting van online redacties, verliezen online kranten, tijdschriften en televisiezenders volledig grip op het fenomeen dat ze zelf hebben geschapen.

Een reactie van een lezer die lasterlijk kritiek spuit kan dan wel door andere lezers aangeklaagd worden via een nieuwe reactie, ik moet het nog meemaken dat de redactie zelf een bijdrage delete.

Wat doe je als je (ook) leeft van blogs en columns online en de lezers daarop vrijelijk toelaat te reageren enerzijds, maar anderzijds een duidelijke procedure of gedragscode mist waardoor de kwaliteit van blog én de reacties erop aan elke vorm van redactie ontsnapt. Censuur is het gevaarlijkste woord dat bestaat, zeker voor journalisten en redacteuren.

Het probleem dat groeit is dat van de langzame aftakeling van wat nieuws en communicatie verondersteld zijn te zijn. De interactiviteit die menig online kranten in leven houdt blijkt onbeheersbaar. Interactiviteit zet de deur open voor amateurisme, populisme en geeft extreme standpunten een platform. Op zich niets verkeerd mee, maar zelfs extreme standpunten moeten onderbouwd zijn, beschaafd en redactioneel zuiver worden geformuleerd. Anders horen ze thuis op Twitter, Facebook, Hi5 en andere sociale netwerken die niet pretenderen enig redactioneel gehalte te hebben en zich ook niet bewegen binnen de broze wereld van de journalistiek.

Het liep vorige week in Oostenrijk dusdanig de spuigaten uit dat vele websites van media overbelast waren of gewoon tijdelijk werden gesloten om de escalerende vuilspuiterij een halt toe te roepen.

Als ik de inhoud van vele reacties van gefrustreerde lezers herlees, overvalt me een soort schaamte die ik voordien niet heb gekend.

Een tijdschrift publiceerde een online lezersbrief als achtergrond voor een artikel van de hoofdredacteur die zich vragen stelt bij deze nieuwe schaamteloosheid van sommige van zijn eigen lezers. De helft van de tekst moest - om niet volledig aanstootgevend te zijn - met tekstuele "pieps" worden vervangen. Wat overbleef tart nog altijd elke verbeelding en is een belangrijk tijdsdocument van hoe diep haat en degout, racisme en vulgariteit zich bij een aanzienlijk deel van de Oostenrijkse bevolking heeft genesteld. Er kwamen op de publicatie van de lezersbrief in het gedrukte tijdschrift meer nieuwe reacties die de amateurauteur ervan ondersteunden dan van verontwaardiging of steunbetuiging aan de redactie.

Primeur was dat iets wat interactief online gebeurd was, de normale maandageditie van het gedrukte tijdschrift heeft gehaald.

De cirkel van de nieuwe schaamteloosheid was gesloten. Van moderatoren die op andere sites als normaal worden aanvaard en waarover ik zelf met bepaalde kranten al lang discussieer nog altijd geen sprake.

En dan - toeval of niet - neemt precies vandaag De Standaard een nieuwe stelling in: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20100126_056

Roel Verschueren, Wenen 26 januari 2010 - www.verschueren.at

Geplaatst op 25 januari 2010 door Roland Legrand 0 reacties | Reageren

Nieuwjaar

Je mag tot einde januari een gelukkig Nieuwjaar wensen meen ik me te herinneren.
Dus bij dezen: aan alle lezers van deze blog een gelukkig, succesvol en vooral een gezond 2010 toegewenst!

Zelf heb ik het nooit zo nauw genomen met data. Nu we op Bali wonen wordt alles echter nog een stukje gecompliceerder vermits ook de Balinese kalender erbij komt en daarin wordt niet gekeken op een feestdag meer of minder. Er is elke week wel wat aan de hand zodat de dames zich feestelijk mogen uitdossen en met een stapel offers op het hoofd richting tempel kunnen vertrekken.

Driekoningen wordt in België gevierd op 6 januari. Dat heeft me er nooit van weerhouden om met de voorbereidingen van start te gaan ergens tussen Kerstmis en Nieuwjaar. Er moesten drie kronen geknipt worden uit karton en bedekt met een laagje zilverpapier. Een weckfles moest worden voorzien van een handvat en beplakt met zilveren of gouden sterretjes.

Die kocht je toen niet bij de Blokker in een pakje van vijftig, maar moest je zelf uitknippen. Daar gingen toch ook gauw een paar uurtjes in zitten. Wat kaarsvet op de bodem laten smelten en een stompje kaars erin vastzetten en we hadden onze lantaarn.

De planning voorzag natuurlijk een paar reserve stompjes, dat spreekt vanzelf. We droegen om beurt de lantaarn om onze verkleumde vingers weer wat op te warmen want het kon flink koud zijn begin januari en van al dat zingen werden je handen heus niet warm. Jongens, wat hebben wij kou geleden tijdens die zangexpedities!
Er moesten mantels komen voor de koningen natuurlijk. Gelukkig was onze moeder wereldklasse met naald en draad en veranderde ze dat blauw geblokt tafelkleed en dat stuk gebloemd gordijn in gewaden van brokaat en hermelijn. Enfin, dat vonden wij toch.

De jaren dat vader's hulp werd ingeroepen bij het maken van de ster kon die ook echt draaien boven op de bezemsteel en dit dankzij een ingenieus mechanisme waarop hij (dachten wij) wel het patent moest hebben. Je trok aan een touwtje en de, met goudpapier beplakte, kartonnen ster begon te draaien tot verbazing van onze toehoorders. Dat leverde dan, naast de obligate koekjes of snoepjes toch algauw een extra muntje van een frank of (halleluja!) een stuk van 5 frank op.

Sinaasappels hadden we niet graag. Veel volume en gewicht dat je de hele tijd maar liep mee te zeulen. Snel opeten die handel.

Het belangrijkste attribuut was natuurlijk het blikje. Dat was vaak een potje van Kwatta chocopasta want daar zat een deksel op dat goed sloot en waarin je bovenaan een gleufje kon maken. Ook ons geldblikje werd gewikkeld in zilverpapier natuurlijk. De kunst bestond er nu in om tijdens het zingen van:

Draai keeuninge, draai keeuninge, geft maai ne nieven (h)oed. Menenouwen is verslee-eete,  ons  moeder  magget nie wee-eete. Ons vader hévet geld, oep de rooster geteld.

discreet maar met nadruk en gevoel voor timing met het blikje te schudden. Voor we thuis vertrokken hadden we er al enkele één frank muntjes ingestoken. Anders heeft in het begin van de avond dat schudden niet veel effect natuurlijk. De mensen konden dan makkelijk denken dat je het gewoon koud had.

Het gerinkel van de centjes was een subtiele indicatie naar ons publiek toe dat we geen neen zouden zeggen tegen een beperkte hoeveelheid letterkoekjes of van die ronde met gekleurde suiker erop, maar dat het ons eigenlijk te doen was om de pecuniën.

Als we dan weer eens, na een doorleefde uitvoering van bovenstaand lied, beloond werden met zo'n zielig bruin muntje van 50 of (godbetert!) 20 centiemen dan zongen we op weg naar het volgende huis:

Hoewg huis, leejg huis, der zit een gierige pin in huis.


Kwestie van onze frustratie en ontgoocheling even te ventileren en weer met een serene gelaatsuitdrukking bij het volgende huis aan te komen voor een nieuw vocaal hoogstandje.

Teneinde deze unieke opportuniteit om wat bij te verdienen maximaal te benutten, beperkten we ons natuurlijk niet tot 6 januari. Neen, soms starten we al op 4 januari en gingen dan tot 7 januari door. Dat gaf toch, na opmaken van de eindbalans een omzet die 2.5 tot 3 keer hoger lag dan de losers die alleen op 6 januari gingen zingen.

Er werd er wel eens deur voor onze neus dicht geslagen wanneer we te vroeg of te laat aanbelden, maar dat namen we dan maar op de koop toe.

Onze omzet lag sowieso hoger omdat we in de voorbereidende fase (tussen kerst en Nieuwjaar weet u wel), onze zangroutes optimaliseerden. Geen straten met vrijstaande huizen en lange oprijlanen: de meeropbrengst woog niet op tegen het tijdverlies.

Geen winkels want daar had je de kans dat ze je lieten wachten tot een klant bediend was. Neen, rijwoningen in een degelijke buurt zodat je al op de bel van de buren kon drukken wanneer de vrouw des huizes nog op zoek was naar haar portemonnee. Drie stappen zijwaarts en je kon opnieuw zingen.

Er zat ook een logica in de te volgen route zodat we op het einde van de avond weer bij ons huis aankwamen. In die vier dagen werkten we een soort spinnenwebpatroon af rond huize Weemaes en de buit groeide met de dag.

Thuis, de schmink nog op onze gezichten, werden de tassen omgekeerd op de tafel en het geld geteld.
We voelden ons telkens weer de koning te rijk.

Dirk Weemaes uit Villa Sabandari

Geplaatst op 24 januari 2010 door Roel Verschueren 0 reacties | Reageren

Het leven in Wenen is goed ...voor wie geluk heeft.

“Bianca?” vroeg ik.

“Ja,” antwoordde het meisje, maar het was Bianca niet. Ze trok er op, hetzelfde haar, die trekken in haar gezicht, die zelfverzekerde nonchalance waarmee ze door de straat liep. Ik zou gezworen hebben dat ze dezelfde kleren aan had, de te zomerse schoenen voor het ijskoude winterweer van vandaag, de tweedehands dikke jas, duidelijk een mannenjas. Sneeuw in haar haren die nog meer krulden dan normaal. De glimlach was wat ijziger, wat wil je als je kou hebt, hoe zou die smelten zijn zonder zon? Ik hield haar kort bij haar arm en draaide haar dichter naar me toe, probeerde Bianca te herkennen in een meisje dat Bianca niet was.

De echte Bianca is sinds een paar weken niet meer te vinden. We kenden elkaar, ze verkocht waardeloze tijdschriften op elke hoek van elke straat, ik gaf haar geld zonder ooit een van haar blaadjes gelezen te hebben. Het is grijs en koud, iedereen kent die min vijf die als min vijftien aanvoelt. Ik kom normaal gezien niet buiten in dit hondenweer, maar melk en brood zijn belangrijk met kleine kinderen thuis.

Ik zocht haar op de hoek van de beenhouwer waar ze meestal op woensdag stond. Ik zocht haar aan de ingang van de supermarkt waar ze gehurkt zat als niemand anders er zat. Ik heb op haar gewacht aan de bank waar ik af en toe wat geld afhaal. Drie weken missen is lang, ook als het een ander soort missen is. Je bepaalt niet altijd zelf hoe een band geschapen wordt.

“De Bianca die jij bedoelt is niet meer,” zei ze vluchtig. Alsof ze zei dat ze net haar metro had gemist. Slikken is moeilijk, het is ijzig droog en de stem wil ook niet mee. Woorden ontsnappen als damp, uitgesproken zinnen bevriezen zichtbaar voor ze voleindigd zijn. Of ze wist wat haar overkomen was?

“Uitgewezen,” zei ze kort en wilde weggaan, haar tijdschrift verkopen en wat geld verdienen. “Alle meisjes noemen Bianca,” riep ze nog, ze wou me troosten, “tot ze teruggaan naar hun land. 'Bianca' helpt, de mensen hier hebben vertrouwen in die naam, vraag me niet waarom.”

Ik vraag haar niet waarom. Ik kijk haar na als ze de trappen van de metro neemt en nog eens omkijkt en de schouders ophaalt. Ik ben te licht gekleed en ga naar huis. Trek laarzen aan, een dikke wollen trui, een fleece erover en dan de warme ganzenveren winterjas. Sjaal er rond, muts over de oren, geen kat die me zal herkennen op de lege markt op zoek naar Bianca.

Ik praat met Jimmy de prullenverkoper in open boots zonder kousen, hij duwt een gestolen supermarktkar voor zich uit, Rudolf de zuiplap heeft ook zijn verhaal, altijd hetzelfde, luisteren wordt pijnlijk op de duur. Jessy ligt op de bank in het kleine witgesneeuwde park en herinnert zich zwaar onder invloed dat ze Bianca gisteren nog heeft gezien. Ze zag er niet goed uit zei ze, zelf een wrak. Jessy zegt om het even wat om een gesprek kort te houden. Ik neem de metro, ik ken de lijnen ondertussen als mijn binnenzak, ik weet waar mensen zonder onderdak samenhokken, waar inkomen geen betekenis heeft omdat onderkomen in dit weer primeert. Overleven verworden tot kunst.

En daar is ze. Twintig jaar ouder, Bianca’s moeder, op de trap naar het busstation. Het is de warmte die Miruna naar hier gedreven heeft, een reuze ventilator die de overtollige warme lucht van het metrostation onder de straat naar boven blaast en toch heeft ze het nog koud. Ik zak naast haar neer op de trappen, kijk in het schaaltje dat voor haar staat, ik schat negentig eurocent. Ik neem haar hand, dat mag als mensen elkaar kennen en de vrieskou ons verbindt. Ik vraag waar Bianca is. Ze weet het niet zeker. Ergens onderweg. Ze is sinds vorige week meerderjarig, dan ligt uitgewezen worden op de loer. Ze houden het allemaal goed in de gaten, zegt ze, wie moet gaan en wie nog niet. Omdat haar jongste pas zes is krijgt ze zelf nog even respijt, een woord dat voor Bianca definitief werd geschrapt. Uitgewezen is voor haar onbegrijpelijk, ze zegt dat ze de mensen niet begrijpt. Ik soms ook niet. Ik blijf nog even zitten en haal dan het schaaltje weg. We gaan koffie drinken en calorieën cumuleren ergens waar het echt warm is. Ergens in Wenen moet het  toch nog echt warm kunnen zijn, toch? Ook voor Miruna?

Roel Verschueren, 24 januari 2010 - www.verschueren.at

Geplaatst op 20 januari 2010 door Roel Verschueren 0 reacties | Reageren

Schaf het Bruto Binnenlands Product als maatstaf voor vooruitgang af!

De meeste commentatoren schrijven de economische en sociale crisis toe aan een niet aan regels gebonden groei, de rode draad in het globale kapitalisme. Misschien ware het niet slecht zich af te vragen in welke mate eerder de maatstaf Bruto Binnenlands Product in vraag moet worden gesteld als meetmethode voor economische ontwikkeling, een zuiver kwantitatief criterium gebaseerd op actuele marktprijzen.

The-spirit-level Dat is precies wat twee Britse onderzoekers hebben gedaan in hun recent verschenen boek: “The Spirit Level, Why More Equal Societies Almost Always Do Better.” Richard Wilkinson en Kate Pickett vervangen het BBP door het principe van de gelijke verdeling. Men kan deze these in vergelijking met de gangbare regel dat welstand van bevolkingsgroepen en landen gebouwd is op constante toename van de economische prestatie en de daaruit volgende inkomensgroei, minstens een paradigmaverschuiving noemen.

Het in “The Spirit Level” opgevoerde principe van gelijke verdeling berust op het onderscheid tussen de rijkste en de armste 20% van de bevolking. In moderne samenlevingen beschikt de armste helft van de bevolking over zowat 20 tot 25% van het staatsinkomen, waar de rijkste helft met de overige 75 tot 80% economisch actief mag zijn. Wilkinson en Pickett berekenden en rangschikten het BBP van 21 landen en 50 Amerikaanse staten. Daaruit blijk dat de meeste landen en staten zeer afwijkende posities innamen in de ranglijst BBP enerzijds en die van gelijke verdeling anderzijds. De Verenigde Staten behoren tot de landen met de grootste rijkdom, echter ook tot de meest “onrechtvaardige verdeler” van die rijkdom. Tot de groep van de “ongelijke verdelers” behoren onder andere ook Singapore, Portugal, Groot-Brittannië en Australië, waar Japan en de Scandinavische landen daarentegen het hoogst scoren in de ranking van “gelijke verdelers”. De beslissende vraag blijft echter welke relatie bestaat tussen “(her)verdeling” en levenskwaliteit. 

In principe kan elk specifiek kenmerk en elke prestatie van een sociaal systeem als indicator genomen worden voor de mate waarin het goed en kwalitatief functioneert. Zo worden bijvoorbeeld lage cijfers voor babysterfte, criminaliteit, analfabetisme, aantal gevangenissen en het lage percentage van bevolking zonder gezondheidszorg als positief beoordeeld. Datzelfde geldt voor de mate waarin de positie van de vrouw in het beroepsleven met die van de man gelijkgesteld is. En hoewel bijvoorbeeld de Verenigde Staten bijna het hoogste inkomen pro capita kan voorleggen, heeft het bijna de laagste cijfers qua levensverwachting binnen de groep van de ontwikkelde landen, en een niveau van geweldmisdrijven – moord in het bijzonder – dat buiten elke schaal valt. Van alle geweldplegingen staat moord het nauwst in relatie tot het niveau van ongelijkheid in een staat, een land of een stad.

De auteurs stellen dat het succes van een maatregel die sociale rechtvaardigheid beoogt niet gemeten moet worden op basis van de mate waarin (een deel van) de samenleving meer welstellend is geworden, maar eerder op basis van de toename van de levenskwaliteit voor de gehele bevolking. Ongelijke verdeling van goederen en financiële voordelen is niet alleen schadelijk omdat daardoor een ongelijke welstand wordt gecreëerd en afgunst wordt gewekt, maar ook omdat daardoor gevoelens van minderwaardigheid worden aangewakkerd en door het ontbreken van waardering het psychisch evenwicht en de trots wordt ondermijnt bij diegenen die bereid waren zich te engageren in een nieuwe sociale context.

De grote verdienste van Wilkinson en Pickett is dat ze de politieke wereld feiten en nieuwe premissen aanreiken om de economische ontwikkeling van hun land of regio anders te bekijken en te waarderen.  

"The Spirit Level" verscheen bij Uitgeverij Penguin, 325 bladzijden en kost 19€  

Roel Verschueren, Wenen 20 januari 2010 – www.verschueren.at

Geplaatst op 20 januari 2010 door Roland Legrand 0 reacties | Reageren

De room historie

Affiche-quiche-lorraine

We waren er eindelijk in geslaagd het bovenste deel van de gasoven te laten branden. Mijn vrouw zou dan ook quiche maken voor het avondeten. Hoera!


Willy was iets minder enthousiast. Ze wist namelijk niet wat quiche was en wat ze niet kent wantrouwt ze. Nadat we haar hadden uitgelegd dat het een soort taart was met een hartige vulling draaide ze wat bij.
Mijn vrouw gaf aan Willy door wat ze allemaal nodig had zodat ze, samen met Made, op de brommer naar de Bintang supermarkt kon.

Groenten, gehakt en room moesten gekocht worden, de rest hadden we in huis.
Saar vroeg nog of Willy wist wat 'room' was. Ja, dat wist ze. Dat gebruikte je in taarten.
 's Avonds tijdens het eten van de, tussen haakjes erg lekkere quiche, hoorde ik het verhaal over de Babylonische spraakverwarring.

Willy was van haar boodschappentocht teruggekomen met de groenten, het gehakt en een klein flesje rum.
Toen mijn vrouw vroeg wat de bedoeling was van die rum antwoordde ze dat tante toch rum had besteld voor in de taart.
'Room!", zei mijn vrouw 'niet Rum!'. 

Na enige verduidelijking en raadpleging van het Engels-Indonesisch woordenboek, had Willy gezegd 'Oh, krim!'. 'Waarom zei tante dan niet gelijk krim (= cream)!'

Ik zat me te verkneukelen bij dit alles, en niet alleen om de spraakverwarring en de nog steeds verontwaardigde gezichten van beide partijen, stellig overtuigd van het eigen gelijk.

Na het eten zei ik dan ook: 'En nu tijd voor een kopje koffie met een lekker glaasje rum!'
Willy keek me een beetje zielig aan en zei toen 'Tidak bisa (dat kan niet) oom.'
'Hoezo, dat kan niet!?' vroeg ik.

Bleek dat ze bij haar tweede shoppingronde het flesje rum van mijn vrouw had moeten omruilen voor een familiepak toiletpapier.
Mijn vrouw keek me aan met een sardonisch lachje om de mond.

'Je wou toch vermageren', zei ze, 'dan is rum heel slecht: veel suiker en veel alcohol. Het was voor je bestwil, geloof me'.

Ja potverdorie nog eens aan toe zeg!

Dirk Weemaes

Geplaatst op 18 januari 2010 door Roel Verschueren 0 reacties | Reageren

Wat is het probleem?

Zeg nu niet dat Oostenrijk niets doet om toekomstige nieuwe staatsburgers te helpen.

Dat het vier jaar geleden ingestelde examen dat daarvoor moet worden afgelegd veel met kennis van de Duitse taal te maken heeft is logisch.

Dat ook enige basiskennis van de Oostenrijkse geschiedenis vereist is kan een kandidaat nieuwe Oostenrijker ook nog begrijpen. En het Ministerie van Binnenlandse Zaken helpt hen daarbij. Het geeft een studieboekje uit dat buitenlanders die het Oostenrijks staatsburgerschap willen verkrijgen begeleidt naar het examen. Prachtig toch?

Ware het niet dat met nogal wat historische feiten in dat boekje een flink loopje wordt genomen. Volgens het studieboek deed Keizer Karel I afstand van de troon en ging in exil. “Fout!” roept Andrea Stangl die voor het Ministerie van Onderwijs leraren opleidt. Karel I heeft weliswaar in Zwitserland geleefd en zijn bevoegdheden overgedragen, hij heeft echter nooit zijn troon afgestaan. Een belangrijke nuance, waarop niet alleen de Habsburgers tot op vandaag nog altijd staan.

In april 1955 zou in Moskou het Oostenrijks staatsverdrag opgesteld zijn. Wat ook niet klopt omdat toen alleen maar de grote krijtlijnen voor het verdrag werden besproken. Tot de dag voor de ondertekening op 15 mei in Wenen, werd immers nog altijd gediscussieerd of Oostenrijk mede schuldig is aan de Tweede Wereldoorlog of niet, waardoor het verdrag in Moskou zelfs niet kon worden opgesteld.

De oprichters van EFTA (European Free Trade Association) Groot-Brittannië en Denemarken worden (spijts hun lidmaatschap bij de NATO en dus onterecht) als “neutrale” landen bestempeld. En zo gaat het in dat leerboek maar door.

Johann Bezdeka, verantwoordelijk voor de afdeling staatsburgerschap bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken, antwoordt dat het ter beschikking stellen van het studieboekje eigenlijk puur goodwill is, dat ze daar hoe dan ook niet toe verplicht zijn. Dat het daarbij om een vereenvoudigde en samengevatte weergave gaat van de leerstof om het de toekomstige staatsburgers eenvoudiger te maken. “We zijn hier bij het ministerie noch pedagogen, noch historici,” verdedigt hij verder. De duidelijke slordigheid waarmee het boekje werd opgesteld is volgens de verantwoordelijke voor onderwijs bij de Groenen, typisch voor hoe het Ministerie van Binnenlandse Zaken met vreemdelingen omgaat. Het Ministerie wou in een kort radio-interview alleen nog kwijt dat trouwens niemand benadeeld wordt. Zolang op het examen de antwoorden worden gegeven zoals die in het boekje staan, worden punten toegekend. Dus wat is het probleem?


Roel Verschueren, Wenen 18 januari 2010

Geplaatst op 15 januari 2010 door Roland Legrand 0 reacties | Reageren

Survival of the fittest

Ireland 

Vorige week kregen we bezoek van 3 Zweden, Tomas, Jurgen and Lota. Tomas and Lota vlogen van Stockholm naar Dublin, en wilden van daar een auto huren om tot Clonakilty in Cork te rijden. Toen we hen dat probeerden af te raden, waren ze een beetje op de tenen getrapt.'Wij komen uit Stockholm in Zweden, wij zijn gewend aan sneeuw en ijs, wij kunnen gerust met de wagen naar Cork'.
'Ja,' dacht ik,' maar dit is Ierland!!!'

En, gelukkig maar, werd het koppel aangeraden om naar Cork te vliegen, omdat de banen té gevaarlijk waren. Er was zo'n 10 cm sneeuw gevallen en in Cork vroor het tot -3 C.

De rit van Cork airport naar Clonakilty, waar ze verbleven was, zo bleek later, zó gevaarlijk, dat Tomas en Lota vlug overtuigd waren dat rijden in Ierland en in Zweden( waar het dan tot -20 C vroor) twee totaal verschillende ervaringen zijn.

Want, beste lezers, in Ierland geldt de wet van 'survival of the fittest'. De wegen worden niet bestrooid, de sneeuw wordt niet geruimd. Als je ergens naartoe moet, moet je er letterlijk naartoe glijden.
Twee weken na het begin van de vorst, na ettelijke ongevallen ,honderden breuken en een schrijnened tekort aan water in verschillende steden, kwam er eindelijk een emergency response team bij elkaar om de situatie te bepreken. De scholen werden gesloten en er werd de volgende dag hier en daar gestrooid op de grotere banen. Strooien betekent hier een tractor die wat zout rondstrooit en twee council workers die met een emmertje en schupje rondlopen en zout rond gooien. Zo kan je natuurlijk niet ver geraken. Bij ons is er nooit gestrooid geweest.

Volgens de plaatselijke diensten is het omwille van geld tekort dat er niet voldoende zout is.
Maar de gevolgen van deze nalatigheid zijn niet te onderschatten. Er was een stijging van 25% van mensen die spoedgevallen diensten bezochten met een breuk.
Januari is normaal een goede maand voor handelaars, omwille van de koopjes, maar niemand riskeert zijn leven om een goedkoop t-shirtje te gaan kopen, en de stad en winkelstraten blijven zo goed als leeg.Er wordt gevreesd dat nóg meer winkels zullen sluiten.
De oudere- van- dagen, die op het platteland wonen hebben met niemand contact. De helplijnen van de samaritanen melden een felle stijging van oproepen van oudere mensen die wenend klagen van eenzaamheid.
De straten brokkelen zienderogen af, de kosten zullen ongeloofelijk hoog liggen.
En dan zijn er de ongelukkige zielen die omgekomen zijn omwille van de gladde wegen. In Bandon is één jonge man omgekomen na een ongelukkige val, een andere ligt in kritieke toestand in het ziekenhuis na een ongeval op de uiterst gladde weg naar Cork.
Dan is er het absenteisme, dat volgens de Small Firms Association zo'n 7 miljoen € aan productiviteitsverlies zal kosten.

Een andere vreemde toestand is dat de mensen hier het voetpad voor hun huis niet ruimen. Er gaat namelijk een gerucht rond dat men, als men het wel zou doen , verantwoordelijkheid zou dragen voor eventuele ongevallen. Vreemd en misschien niet volledig juist. Niemand weet het zeker. De voetpaden blijven dus ook gevaarlijk glad, met alle gevolgen vandien.

De kinderen zijn vandaag, na 1 week, terug naar school gegaan. De baan was nog steeds heel glad, maar morgen zou het moeten beteren.
Ze verveelden zich dood.
Gelukkig was er hier die éne dag, vorige zondag, dat er sneeuw gevallen was, iets dat hier nog nooit gebeurd was. En we hebben er hier echt veel plezier mee gehad. We konden nergens naartoe, de straten waren té gevaarlijk. We zijn dus de body boards van de zolder gaan halen, Sipke nam de wielen van zijn dirtboard en toverde het om in een snow board. We trokken naar het veld van de buren, en hebben daar een volle dag plezier gehad. De ontgoocheling was groot toen de sneeuw op Disdag al volledig verdwenen was, maar de sneeupwret vergeten de kinderen nooit meer.

Bovenaan zie je Coolmain Bay, in Kilbrittain, voor 1 dag niet in het groen, maar in het wit.

En hier : 'Sneeuwpret'
Snowboy

 Snowplay

Roos Demol

Geplaatst op 12 januari 2010 door Roel Verschueren 1 reacties | Reageren

Het zekere lot van de zeepbel: uiteenspatten

Franz Voves, nu niet bepaald een Oostenrijks politicus die enige financiële expertise mag verweten worden, bulderde tijdens de eerste parlementszitting van het nieuwe jaar in de deelstaat Stiermarken dat de politici gefaald hebben. De meeste Oostenrijkers zijn het daar in het algemeen en sinds lang mee eens, dat een politicus dit zegt was nieuws. "Ze hebben geen adequate middelen gevonden om de opnieuw opduikende speculatie het hoofd te bieden, de volgende zeepbel staat op springen." Omdat de lokale politicus daar niet verder op in ging en ik hem geen ongelijk kan geven, steek ik hem een handje toe.

Cd 

Als we de stemmingmakerij de jongste weken correct gelezen hebben loopt het opnieuw aanzienlijk scheef, en niet in een enkele specifieke economische sector. De puzzelstukken zijn niet alleen groot, als men ze samenvoegt ontkomt men niet aan een zeker gevoel van onrust, aan het déjà-vu valt niet te ontsnappen.

Neem nu de groeilanden. Het klinkt absurd, de financiële crisis is nog niet voorbij en Brazilië zit op te veel geld. Groeipercentages van 5% en meer, investeerders uit de hele wereld die massa's kapitaal binnenbrengen, de regering nam al maatregelen door belastingen te heffen op inkomend kapitaalverkeer. Niet weinig analisten twijfelen er aan of het enorm snelle herstel in landen zoals Brazilië en China kan stand houden. De marktanalist van de Raiffeisen Zentralbank is duidelijk: "De Chinese aandelenmarkt zal stoom moeten aflaten."

Of bekijk wat er gebeurt in de metaalindustrie. Omdat de prijsvorming van koper, zink, lood en aluminium sinds een paar maanden door speculatie en niet door vraag en aanbod wordt gestuurd, spreekt zelfs de analist van de Commerzbank van een klassieke zeepbel in wording. Het IWF waarschuwde vorige week nog voor de "grondstoffenrally". De prijs voor koper steeg in 2009 met 167%, die voor zink met 100%. De volgende zeepbel ligt op de loer.

Wat te zeggen over de olieprijs? Hoewel de prijs voor ruwe olie niet op het hoogste niveau ooit staat, voorspelt ook deze situatie niets goeds. Grondstoffenanalist Eugen Weinberg van de Commerzbank zegt dat de markt aan één oor doof is. Alleen positief nieuws dringt door. Bij de Amerikaanse Commodity Futures Trading Commission (CFTC) wordt in de diepe zetels onrustig heen en weer geschoven: het aantal oliecontracten overstijgt tienvoudig het productieniveau. En hoewel Gary Gensler geprobeerd heeft speculatie als prijsbepaler uit te schakelen door enkele al te solo spelende actoren op de markt in te binden, is van zijn plan nog niet veel in huis gekomen. De grootste speculanten kregen sinds augustus 2009 te veel tijd om uitwijkmogelijkheden te vinden.

"Maar in de aandelenmarkt is alles oké. Daar is geen sprake van zeepbellen." Stefan Schulmeister, econoom bij het onderzoeksinstituut WIFO zegt klaar en duidelijk dat de analisten van de grote financiële instellingen niets anders durven zeggen. Er werd in de naoorlogse periode nooit zo veel kortetermijnwinst gerealiseerd als sinds maart 2009. Wat Christian Helmenstein, chef economie van de vereniging voor de industrie ertoe brengt te besluiten dat binnen enkele maanden een zware correctie te verwachten is. Dan nadert immers de vervaldatum van de financiële hulp die door de nationale banken werd verleend en wordt de 'normale' realiteit weer ingesteld met alle gevolgen van dien voor de financiële instellingen en speculanten.

Maar de waarzeggers van de consultancy-industrie staan zoals altijd paraat om het vuur te blussen. Zoals in de jongste studie van Ernst & Young: "De meeste marktanalisten gaan ervan uit dat de financiële branche het ergste overleefd heeft."

De retoriek van de politici en analisten is groot, van Stiermarken tot in Washington. De beloofde radicale markthervormingen blijven echter uit. Heeft de wereld dan blijkbaar toch nog een lesje nodig?

Roel Verschueren, Wenen 12 januari 2009 - www.verschueren.at

Geplaatst op 10 januari 2010 door Roel Verschueren 2 reacties | Reageren

Het mooiste boek aller tijden: een liefdesverklaring aan het gedrukte woord.

Sorry voor de titel, ik wou gewoon kort uw aandacht en beloof u niet te ontgoochelen. Het is maar omdat echte aandacht iets meer aandacht vraagt, ik neem u mee op een korte reis die u niet mag missen.

Herinnert u zich “In Europa” nog van Geert Mak, de kanjer van 853 bladzijden die ik in een lange adem verorberd heb, gewoon omdat destijds mijn honger zo groot was? Ik gebruik het nog bijna dagelijks, sommige boeken worden naslagwerken waarnaar men graag teruggrijpt als de schrijversnood hoog is en details ontbreken. Of misschien ging uw voorkeur uit naar James Joyce’s “Ulysses”, die ik mondjesmaat geproefd heb tot het einde, in blijvende bewondering voor wat zo alles op een dag kan gebeuren. Albert Fösling’s “Albert Einstein” is ook zo’n turf, 882 bladzijden puur genieten, dagen lang, nachten lang, het werd een soort ‘overnachten’ op den duur, het genie had zo zijn verdiensten. Of de 752 bladzijden pure Vlaamse poëzie in “Hotel New Flandres”, stof die je beter geduldig tot je neemt, indigestie ligt met poëzie altijd op de loer.

Nichtsalsdiewelt-big Onlangs verscheen “Nichts als die Welt” van Georg Brunold, 681 bladzijden puur genot. Een adembenemend werk samengesteld uit 2500 jaar journalistiek. We kennen de klaagzang: journalistiek, vooral op gedrukt papier, is de ondergang nabij. De nieuwe mens, de ‘burgerjournalist’ wil bloggen, twitteren, scrollen, en liefst gratis. De kranten die de bloggers nodig hebben om hun online pagina’s te vullen beseffen plots ook dat ze lezers hebben die snel reageren, meestal gefrustreerd, vaak scheldend, meestal slecht geschreven en absoluut zoniet achterlijk dan toch minachtend geformuleerd, typen kan ondertussen iedereen. En de redacties staan daar redelijk machteloos tegenover, hebben de juiste instelling nog niet gevonden hoe met het groeiend aantal reacties om te gaan. Persvrijheid en vrije meningsuiting, weet je wel?

Als we de massa mogen geloven zijn boeken en kranten nog slechts een anachronisme, zoals de beroepsreporter, die papier vult met goed gewogen en perfect geformuleerde beschouwingen. En dan verschijnt zo’n vijfentachtig Euro duur boek op de markt en ondergraaft die stelling in seconden. Het ding weegt meer dan een laptop, het is in een hand niet te lezen. Het is zo’n meesterwerk dat je zorgvuldig voor je op tafel moet leggen en met handschoenen van getwijnd garen voorzichtig opendoet, zo mooi is het uitgegeven. Het is een ode aan het gedrukte boek, een reactie tegen de dreiging van dematerialisatie in de datazee. Tegen de ontstoffelijking van het woord op papier. Honderdvierenzestig reportages en ooggetuigenverslagen uit 2500 jaar journalistiek, of wat daar in die tijd voor doorging. Reisverhalen, stadsreportages, ooggetuigenverslagen en oorlogsverslaggeving. Hippocrates beschrijft hoe zieken sterven (“Giftige urine vloeide in stromen”), Niketas Choniates beschrijft het bloedbad dat de kruisvaarders in Konstantinopel aanrichten (“Het onheil droop van ieders hoofd”). Columbus roept om twee uur ’s morgens “Land in zicht!” terwijl Stendhal bij de grote brand in Moskou over totaal bezopen mensen struikelt die in slaap gevallen zijn. Daniel Defoe beleeft de pest in Londen, Simenon loopt Hitler in een lift tegen het lijf en Timothy Garton Ash is een van de velen die in 1989 De Muur hebben zien vallen.

De reis begint met Herodes die 2500 jaar geleden Egypte bezocht. Hij beschrijft hoe dat ‘gecultiveerd volkje’ kookt, ploegt, pist (“De vrouwen rechtstaand”) en krokodillen vangt (“met een schreiend varken dat de dieren naar de oever lokt waar men hen dan leem in de ogen wrijft”).

De jonge Berlijnse uitgever Galiani brengt met “Nichts als die Welt” een ode aan de sociale reportage, het geschreven woord maar dan in al haar grootsheid, zinnen waaraan werd gewerkt, geschrapt en die moeizaam maar zekerder opnieuw werden opgebouwd. De harde labeur van het echte schrijven, de echte journalistiek, de reportage die ontstaat vanuit het perspectief van de schrijver die zich als persoon nog durft te mengen in zijn verhaal, als ooggetuige, die ook de waarneming nog toelaat naast de feiten, waar de subjectiviteit van de man met de pen onvoorwaardelijk deel uitmaakt van het verslag.

Een kanon van een boek, monumentaal, van Thykydides in 429 voor Christus, over Perikles, via Plinius, Lampert von Hersfeld, Claude Levi-Strauss tot een fotoreportage over de verslagen bankiers van het failliete Lehman Brothers in 2008. Reportages met een lexicaal karakter, die de lezer intellectueel bezatten.

Mocht u dit boek aan iemand willen schenken waarvan u weet dat die persoon/klant/vriend het zou kunnen waarderen, één goede raad: lees het eerst zelf, de ontvanger zal er zeker regelmatig naar verwijzen, en dan ben je beter voorbereid.

Met dank aan de echte journalisten van de laatste tweeënhalf millennia.


Roel Verschueren, Wenen 10 januari 2010 – www.verschueren.at

Geplaatst op 6 januari 2010 door Roland Legrand 0 reacties | Reageren

Accentuate the positive!

2009 ,het annus horribilis van de Ierse Republiek, is eindelijk voorbij, en we zijn er niet kwaad om. De recessie en de schandalen in de katholieke kerk maakten 2009 een jaar dat iedere Ier waarschijnlijk zo snel mogelijk wilt vergeten.

Het lijkt er op dat de Ierse Staat op alle vlakken een aantal stappen terug gezet heeft. De Keltische tijger is nu morsdood, en al wat ervan overblijft zijn de immense schulden, de mensen die hun huizen verliezen wegens achterstand in terugbetalingen, hoge werkeloosheid, en een algemeen gevoel van doem.

Er zijn nog een aantal dingen veranderd. Zoals ik voordien al vertelde nemen de gelovige Ieren zelf het geloof in handen en krijgen we hier te maken met massahysterie zoals de zogenaamde Maria verschijningen.

Ook op andere gebieden heeft de Ierse samenleving een paar stappen terug gezet. Onlangs werd een man uit County Kerry veroordeeld voor de seksuele aanranding van een jonge vrouw. Na de gerechtszitting stond er een rij van 50 mannen uit zijn dorp aan te schuiven om de hand van de veroordeelde te schudden.

De priester, die toch wel beter had moeten weten, had tijdens de gerechtszitting een getuigenis gegeven waarin hij de man volledig steunde, zeggende dat hij altijd heel respectvol was voor vrouwen. Het feit dat er CCTV beelden waren die de hele aanslag hadden opgenomen bleek de priester noch de dorpsgenoten van de misdadiger te deren.

Het arme slachtoffer zat in de gerechtszaal toe te kijken terwijl haar aanrander schouderklopjes kreeg van zijn buren. Dit lijkt een verhaal van de jaren 50, maar het gebeurde een maand geleden.

Het slechte weer is nog een andere reden om 2009 zo snel mogelijk te vergeten. De overstromingen, hebben niet alleen de huizen en plaatselijke winkels vernietigd, ook de straten zijn er erg aan toe. In de stad Cork alleen is er naar schatting 1 miljoen schade aan de straten, van de county Cork is er nog geen bedrag bekend gemaakt, maar we moeten maar om ons heen kijken om te weten hoe erg het is.

Tot overmaat van ramp hebben we nu met de grote vries te maken. En in Ierland wordt er niet gestrooid. Sommige dagen regent het hier op het ijs, en je riskeert dan elke keer als je in de auto stapt je leven. Strooien doen ze blijkbaar alleen in Dublin. Ik heb hier in Cork nog geen enkele strooiwagen gezien. 'Het is de recessie' is het excuus van de openbare diensten.

Och, ik kan zo nog uren doorgaan. En toch, en toch. Eén ding kan je hier niet veranderen. In moeilijke tijden moet je naar de positieve dingen blijven zoeken. En die vind je hier vlug. Al wat je moet doen is naar buiten kijken. Het land is één van de mooiste landen ter wereld.

En om dit te bewijzen, hier een nieuwjaarscadeautje voor jullie: dit is de Gap of Dunloe, tussen de Macgillycuddy Reeks en de Blue Mountains in County Kerry. Wij zijn er vorige week (traagjes) naartoe gereden en hebben er een prachtig weekend doorgebracht. Het is maar een anderhalf uur rijden van bij ons, en we hebben er met volle teugen van genoten. Dat kan geen enkele recessie ons afnemen!

Gapofdunloe

Gapofdunloe2

Roos Demol

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer