Story on the River Kwai
Bezoeken aan historische sites in Azië hebben vaak als nadeel dat de (kunst)geschiedenis moeilijk in een breder geheel geplaatst kan worden voor de Westerling – ook al heeft die altijd goed opgelet tijdens de les geschiedenis.
Maar in de de Provincie Kanchanaburi, zo’n 150 km ten noord – westen van Bangkok, ligt dat anders.
Door de gelijknamige provinciehoofdstad stroomt een rivier, en over die rivier loopt een brug. De rivier heet Kwai, en de brug is gebouwd door krijgsgevangenen in de Tweede Wereldoorlog.
De goeden in dit verhaal zijn 60.000 Britten, Australiërs en Nederlanders die na gevangenname in hun respectievelijke kolonies naar Thailand gedeporteerd werden. Ze kregen gezelschap van 200.000 “vrijwilligers” uit de regio.
De rol van slechteriken wordt vertolkt door hun Japanse en Koreaanse beulen, die ervoor gezorgd hebben binnen 15 maanden de helft van deze mensen gedecimeerd werd.
Bijna 300 doden per dag, hoe krijg je zoiets voor elkaar?
Toen het jaar 1942 halfweg was, hadden de Japanners, in hun versie van de Blitzkrieg, al grote delen van het continent bezet. Ze maakten zich op om via Birma (Myanmar) Indië op de Britten te veroveren. De bevoorrading van de troepen via de zee verliep moeilijk door de aanwezigheid van geallieerde schepen, en dus werd naar een oplossing over land uitgekeken.
Het beste idee leek om Thailand met Birma te verbinden door middel van een 415 km lange spoorweg.
Alleen: het moest snel gaan, er was geen zwaar materiaal beschikbaar in de streek en het uitgekozen traject was zeer onherbergzaam door de combinatie van jungle, rotsen en klimaat.
Dus werden gevangenen aangesleept en werd vanuit beide landen naar elkaar toegewerkt.
Langs de uitgestippelde route waren er een 55 – tal kampen met verschillende opdrachten. Één ervan was dus de beroemde “Bridge on the River Kwai”: een stalen brug met stenen pijlers. Maar dit was niet de enige in z’n soort: in Birma werden nog 7 dergelijke constructies opgetrokken.
De hardste noten om te kraken waren een aantal kloven die door de rotsen gehouwen moesten worden, met niks meer dan hamers, beitels en dynamiet. De meest beruchte kloof strekt zich uit over 75 m en is maximaal 25 m diep. Ze werd door de slaven “Hellfire Pass” gedoopt. Dit omdat er rond de klok aan gewerkt werd. De weerkaatsing van de fakkels op de rotswanden en op de levende geraamtes die er voortzwoegden, leverden een grimmig beeld op.
Om de uitdaging wat aan te scherpen, viel het begin van de werken samen met de moesson, was er nauwelijks voedsel of medische verzorging en bleek het met de Japanners en Koreanen moeilijk samen te werken. Die hadden niet enkel de taak van opzichter: ze leverden ook de ingenieurs, die nauw met de gevangenen samenwerkten.
Als ingenieur ken ik het cliché dat we niet uitblinken in interpersonal – skills, maar die hadden een license-to-kill en bleken ook inventief in het bedenken van folteringen. De getuigenissen van de slachtoffers zijn huiveringwekkend.
In de herfst van 1943 was de spoorlijn klaar – maar de lijdensweg van de krijgsgevangenen niet, want de oorlog duurde nog wel een tijdje voort.
Na amper twee jaar dienst werd de spoorlijn door de geallieerden in de geschiedenis gebombardeerd.
Eigenaardig aan het hele verhaal is hoe snel het in de vergeethoek geraakte: slechts een klein deel van het traject werd na de oorlog actief gebruikt, de rest leverde bouwmaterialen voor constructies overal in de streek en de woekerende jungle vervaagde verdere sporen. Zonder de beroemde film was dit hoofdstuk helemaal uit het collectieve geheugen gewist.
Maar er is nog best wat te zien: musea, soldatenkerkhoven (je waant je even in de Westhoek), originele treinen en de brug zelf. Die heeft echter een hoog Disney – gehalte. Dit is een vrij arme streek, dus kan je het de lokale ondernemers niet kwalijk nemen dat ze het maximum proberen te halen uit hun “5 square meters of fame”.
Veel serener is de site van Hellfire Pass. Pas in 1984 werd die herontdekt door een Australische ex – krijgsgevangene. Met steun van de Australische overheid werd een gedeelte van 4 km vrijgemaakt, dat als oorlogsmonument onderhouden wordt. Het telt een stuk of 6 kloven, een 7 m hoge spoordijk en locaties van typische houten bruggen.
Er is ook een informatief museum en hoewel gratis, zorgen ze zeer goed voor de 80.000 bezoekers die er jaarlijks passeren: toen we aankondigden dat we het volledige trajekt wilden aflopen, kregen we zelfs een walkie – talkie mee, zodat ze konden checken of alles goed ging onderweg.
Een aanrader voor wie een reis naar Thailand plant, en weg wil van de platgewandelde paden en tempels.
Thomas Jacxsens
Laatste reacties op onze blogs