Sydney, Australië

Geplaatst op 28 augustus 2008 door Roland Legrand 0 reacties | Reageren

'Alles vergeten', ooit in België, nu in Australië

Julie en ik dalen langzaam de trappen af. Het brandalarm in ons faculteitsgebouw loeit. We hebben geen haast. Het alarm wordt regelmatig getest. We gaan er van uit dat er ook vandaag niet echt iets aan de hand is.

We kopen een koffie en keuvelen wat op het grasveld tegenover de bibliotheek. Sydney is niet zichzelf. De lucht oogt onheilspellend grijs. Julie zegt dat de kleur haar doet denken aan de liedjes van Jacques Brel. Julie is van Melbourne maar doceert Europese geschiedenis en schrijft vooral over Frankrijk. Toch ben ik verwonderd dat ze Brel zo goed kent. Ik krijg te horen dat ze een wel erg speciale band heeft met België.

Julie behoort tot de grote joodse gemeenschap van Australië die vooral na de Tweede Wereldoorlog sterk aangroeide met vluchtelingen. Eén van die nieuwkomers toen was de grootmoeder van Julie. Als kind overleefde zij de oorlog in België doordat zowel Vlamingen als Walen haar hielpen onderduiken. Er zijn nog altijd banden met een Franstalige familie in België en de grootmoeder heeft een aantal woorden van een Vlaamse familie doorgegeven aan Julie.

‘Alles vergeten’ bijvoorbeeld, herhaalt Julie voorzichtig met een sterke Engelse tongval. Ik probeer me in te beelden wat die woorden destijds hebben betekend. Dat het joodse kind er voor haar eigen veiligheid en die van anderen best aan deed alles te vergeten? Waar ze vandaan kwam, wie haar ouders waren, wie ze zelf was?

Er waait een frisse wind. Het alarm loeit niet meer. We zakken terug af naar onze faculteit. Voor Julie is dit geen verhaal van vergeten maar van overleven. ‘Ik hou ervan’, zegt Julie, ‘om ‘s morgens, op weg naar het werk, in de auto naar Brel te luisteren. Le Plat Pays bijvoorbeeld. Of Il Neige sur Liège.’

De warmte van het faculteitsgebouw doet goed. Soms kan je je als Belg, ondanks alles, plots erg trots voelen.

Dr Peter Schrijvers
School of History
The University of New South Wales
Sydney
Australia

Geplaatst op 21 juli 2008 door Roland Legrand 0 reacties | Reageren

Blow

Een stralende vrijdagochtend. We zijn op weg naar downtown Sydney met de bus. Zelfs de gedachte dat dit de laatste weekdag is, lijkt bij de meeste medereizigers niet erg veel optimisme teweeg te brengen. Ik kijk met enige bewondering naar de hardcore pendelaars. De mevrouw die ongestoord de krant van haar buurman zit te lezen in het door hem opgelegde tempo.

Het rechtstaande meisje dat er in slaagt zich met één hand vast te klampen terwijl ze met de andere hand niet alleen haar boek vasthoudt maar ook nog eens de bladzijden omslaat. Buiten haasten mannen met das en vrouwen op naaldhakken, velen met bittere koffie in de hand, zich naar de imposante gebouwen met spiegelglas in het CBD – het Central Business District.

Nauwelijks enkele minuten later is het onze beurt om de bus te verlaten. Voor ons ligt Circular Quay. Links bevindt zich het Museum of Contemporary Art en wat verder weg de aanlegsteiger voor de reusachtige cruiseschepen die hier regelmatig binnenvaren vanuit de hele wereld. Aan de rechterkant ligt het onbeschrijflijk mooie Opera House. Ook nu, met de zon nog laag aan de horizon, ziet het mysterieuze gebouw er weer heel anders uit, ditmaal als een prehistorisch dier dat weigert te ontwaken.

We wandelen rustig naar onze bestemming, een wat kleinere aanlegsteiger tegenover het museum. Het is erg rustig. De pendelaars hebben hier niets verloren. De toeristen liggen nog te slapen in hun hotels.

Opnieuw enkele minuten later legt een catamaran aan. We gaan aan boord en voegen ons bij een groepje van een tiental mensen. De koffie staat klaar. Appels en koekjes liggen in grote manden. In de haven is de wind krachtiger en we trekken onze North Face aan terwijl we naar het bovendek klimmen. Hier worden we opgevangen door een onderzoekster van Macquarie University.

Zij weet alles over de walvissen waarvoor we een dag hebben vrij genomen. De humpbacks zijn enkele weken geleden aan hun grote jaarlijkse migratie begonnen. Ze reizen van de zuidpool naar de warme wateren nabij het Great Barrier Reef. Op weg naar de warmte blijven de walvissen gezellig dicht bij de kust. Dit is dus het ideale seizoen om ze gemakkelijk gade te slaan.

Nog eens enkele minuten later snijdt de wind ons de adem af als we de open ocean bereiken. Meteen zijn we bus, pendelaars, dassen, hoge hakken en spiegelglas vergeten. De Sydney skyline lijkt onbeduidend klein. De overgang is onwezenlijk abrupt in een stad die zich wijselijk heeft weten nestelen in wat zonder twijfel een van de mooiste natuurlijke havens van de wereld is.

Voor we het goed en wel beseffen bevinden we ons met de catamaran op de deinende verkeersader die gedurende weken druk zal worden gebruikt door humpbacks die van het bestaan van Sydney niets afweten. We krijgen vlug wat tips en instructies en staan dan gespannen te staren naar de watermassa. Waar we vooral naar moeten uitkijken is de blow – het iconische dunne mistgordijn dat de walvis uitblaast wanneer hij weer naar lucht komt happen.

“Remember,” fluistert een bemanningslid, “the bigger the blow, the bigger the whale.” Ik kan me moeilijk inbeelden dat je je weekend kan inzetten met een meer natuurlijke high.      

Dr Peter Schrijvers
School of History
The University of New South Wales
Sydney
Australia

Geplaatst op 2 juli 2008 door Roland Legrand 1 reacties | Reageren

Greenpeace?

Profschrijvers Terwijl de studenten naar buiten drummen op het einde van mijn les over de oorzaken van de Koude Oorlog, sijpelen de eerste studenten de aula al binnen voor het volgende vak dat hier zal worden gegeven door een collega.

Ik ben nog even bezig met het afsluiten van computer en projector; PowerPoint presentaties en YouTube beeldmateriaal zijn voor deze studenten wat voor mijn generatie krijt en dia’s waren. Het doet me vaak denken aan de oude professor en jezuïet die ons destijds historische methode bijbracht in Leuven. Hij hield niet van kopieerapparaten, had het bestaan ervan nooit echt aanvaard, en drukte ons steeds weer op het hart dat met de hand overschrijven nog altijd de beste manier was om informatie te verwerken. Het lijkt wel een herinnering uit de negentiende eeuw.

Wanneer ik weer de aula inkijk, zie ik dat een aantal Aziatische studenten hebben plaats genomen op de eerste rij. Ik sla vlug een praatje en kom te weten dat ze van China zijn en dat ze hier binnen enkel minuten een vak mijnbouw gaan volgen. De ingenieurs in spe zijn zich aan het specialiseren in steenkoolontginning. ‘Steenkool?’ vraag ik verrast. Het gesprek stokt plots en het glimlachen verstart. ‘Greenpeace?’ willen ze weten.

Als Limburger heb ik het sociale drama van de mijnsluitingen meegemaakt en het hele reconversieverhaal op de voet gevolgd. Ik besef dat ik waarschijnlijk iets te veel verbazing heb gelegd in mijn reactie op steenkool. Ik leg hun beknopt uit dat ik afkomstig ben van België, een land dat ooit een grote steenkoolproducent was maar waar al een hele tijd geleden alle mijnen werden gesloten omdat ze niet langer rendabel waren.

De studenten geven aan dat ze het begrijpen. Ik verander de richting van het gesprek. We praten over de reusachtige aardschok in hun land en over de al even indrukwekkende Three Gorges Dam die binnenkort voltooid zal zijn en gisteren nog uitvoerig op de Australische televisie werd belicht.

Ik informeer of de studenten van plan zijn na hun studies terug te keren naar China. ‘Ja, waarschijnlijk wel,’ zeggen ze enigszins ontwijkend. ‘Waarschijnlijk?’ vraag ik. ‘Ja, we gaan in elk geval nog wel wat hier blijven,’ laten ze me weten. ‘We hebben immers al een contract op zak van een Australisch mijnbedrijf.’

De Chinese appetijt voor Australische grondstoffen is onuitputtelijk en draagt aanzienlijk bij tot de economische boom die er nu al jaren heerst Down Under. Ook steenkool blijft, ondanks de ommezwaai in de houding ten opzichte van global warming sedert het recent aan de macht komen van Kevin Rudd’s Labor partij, een belangrijk Australisch exportproduct dat handenvol geld opbrengt.

De Chinese studenten die hier voor mij zitten met een lucratief contract op zak zijn nog maar pas hun tweede jaar aan de unief begonnen. Het lijkt me dat ze Greenpeace geen al te groot obstakel gaan laten vormen in hun loopbaan in ‘de put’.

Dr Peter Schrijvers
School of History
The University of New South Wales
Sydney
Australia

Geplaatst op 23 juni 2008 door Roland Legrand 0 reacties | Reageren

Motten

Peterschrijvers Om wat tijd te doden terwijl mijn echtgenote sandalen aan het passen is in downtown Sydney vraag ik aan de verkoper met het ietwat ongewone accent of hij van de VS is. Zichtbaar ontgoocheld laat hij mij weten dat hij Canadees is en dat hij hij zowat elke dag met die vraag te maken krijgt.

Ik verontschuldig me met een lach en vraag waar hij vandaan is in Canada. Ik kom al vlug te weten dat hij is opgegroeid in Vancouver maar dat zijn moeder van Quebec is en dat hij dus ook Frans spreekt. Wanneer ik hem zeg dat wij van België zijn, blijken we al vlug veel gemeen te hebben en slaat het gesprek onvermijdelijk over naar communautaire thema’s.

De Canadees blijkt nog maar een maand in Sydney te zijn. Hij heeft onmiddellijk werk gevonden als verkoper om zijn verdere reisplannen te financieren. Maar, zo vertrouwt hij me toe wanneer we aan de kassa afrekenen, hij heeft intussen al beslist dat hij veel langer in Australië wil blijven. Niet als verkoper weliswaar, maar als kinesist, want dat is de opleiding die hij net thuis voltooid heeft.

Op straat, omstuwd door massa’s kooplustigen, blijf ik even mijmeren over wat het is dat Australië jongeren doet aantrekken als motten naar een vlam. Ik heb er alleen al de voorbije weken weer talloze voorbeelden van gezien. Het Japanse meisje dat een collega is van mijn echtgenote en dat met tranen in de ogen meedeelt dat haar toeristenvisum is afgelopen en dat ze er niet in geslaagd is een manier te vinden om langer te mogen blijven.

Een Duitse studente van mij die, met een MBA van een Berlijnse universiteit op zak, hier Cultural Studies komt bijstuderen en nu van plan is een beurs vast te krijgen om ook te kunnen blijven voor een doctoraat. Talloos zijn de verhalen van jongeren die een studiebeurs of een relatie met iemand met de Australische nationaliteit hebben gebruikt als brug naar een permanent verblijf Down Under.

Veel jongeren vallen meteen voor de flexibiliteit van de Australische samenleving. Als student of backpacker heb je meestal de toestemming om te werken, bijvoorbeeld, en vind je zonder veel problemen snel een job. Een job die je bovendien vandaag kan aannemen en morgen weer opzeggen in een hongerige economie die, opgejaagd door China en andere Aziatische tijgers, er in heel wat sectoren gewoonweg niet in slaagt voldoende werknemers te vinden. Dat alleen al ademt optimisme uit en een gevoel van dynamiek die de grootste blauwe hemel van de wereld en de machtige golven van de Pacific alleen maar versterken.

Het gaat allemaal gepaard met het niet te onderschatten gevoel van welkom dat de Australische maatschappij uitstraalt. Dat is zeker het geval in immens kosmopolitische steden zoals het bijna vijf miljoen inwoners tellende Sydney waar de Aziatische gezichten zo talrijk lijken als de Westerse en een sterk gevoel oproepen van hoe de wereld er weldra zou kunnen uitzien. Die aanvaarding van nieuwkomers komt het sterkst tot uitdrukking in de steeds opnieuw te horen vraag die mij ook in de VS telkens weer verbaasde: “Ben je van plan te blijven?” Een vraag die totale vrijheid uitstraalt. En tegelijk ook eindeloze mogelijkheden. Een vraag ook die gesteld wordt met opvallende vanzelfsprekendheid.

En dan heeft Australië natuurlijk ook steeds het niet te evenaren voordeel die vraag te kunnen stellen in het Engels zodat iedereen, van waar ook ter wereld, ze kan begrijpen. Ik hoor steeds weer dat Mandarijn Chinees de nieuwe lingua franca zal worden. Maar wanneer ik lees dat de aardbeving in China scholen heeft doen instorten terwijl kinderen Engels aan het studeren waren en wanneer de zoveelste Chinese student mij op de campus de weg vraagt naar IELTS (International English Language Testing System), vraag ik mij af of de Chinezen die trend niet zelf aan het afremmen zijn.

Intussen blijft het Engels de grote troef. De EU met haar half miljard mensen mag dan een machtige wereld lijken. Toch reduceren de talloze relatief kleine talen het vasteland tot niet meer dan een groep exotische eilandjes. Ik herinner me goed dat een Deense universiteit heel wat moeite heeft gedaan om me te overtuigen voor haar departement te komen werken. Als Amerikanoloog heb ik het geluk ook in Europa meestal in het Engels te kunnen doceren. Mijn echtgenote daarentegen zag zich niet snel voldoende goed het Deens beheersen om een lokale job aan de haak te slaan. Het verklaart voor een groot deel waarom ik nu als expat uit Sydney bericht. Blame it on Danish.

Dr Peter Schrijvers
                                                 School of History
                         The University of New South Wales
Sydney
Australia

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer