Om wat tijd te doden terwijl mijn echtgenote sandalen aan het passen is in downtown Sydney vraag ik aan de verkoper met het ietwat ongewone accent of hij van de VS is. Zichtbaar ontgoocheld laat hij mij weten dat hij Canadees is en dat hij hij zowat elke dag met die vraag te maken krijgt.
Ik verontschuldig me met een lach en vraag waar hij vandaan is in Canada. Ik kom al vlug te weten dat hij is opgegroeid in Vancouver maar dat zijn moeder van Quebec is en dat hij dus ook Frans spreekt. Wanneer ik hem zeg dat wij van België zijn, blijken we al vlug veel gemeen te hebben en slaat het gesprek onvermijdelijk over naar communautaire thema’s.
De Canadees blijkt nog maar een maand in Sydney te zijn. Hij heeft onmiddellijk werk gevonden als verkoper om zijn verdere reisplannen te financieren. Maar, zo vertrouwt hij me toe wanneer we aan de kassa afrekenen, hij heeft intussen al beslist dat hij veel langer in Australië wil blijven. Niet als verkoper weliswaar, maar als kinesist, want dat is de opleiding die hij net thuis voltooid heeft.
Op straat, omstuwd door massa’s kooplustigen, blijf ik even mijmeren over wat het is dat Australië jongeren doet aantrekken als motten naar een vlam. Ik heb er alleen al de voorbije weken weer talloze voorbeelden van gezien. Het Japanse meisje dat een collega is van mijn echtgenote en dat met tranen in de ogen meedeelt dat haar toeristenvisum is afgelopen en dat ze er niet in geslaagd is een manier te vinden om langer te mogen blijven.
Een Duitse studente van mij die, met een MBA van een Berlijnse universiteit op zak, hier Cultural Studies komt bijstuderen en nu van plan is een beurs vast te krijgen om ook te kunnen blijven voor een doctoraat. Talloos zijn de verhalen van jongeren die een studiebeurs of een relatie met iemand met de Australische nationaliteit hebben gebruikt als brug naar een permanent verblijf Down Under.
Veel jongeren vallen meteen voor de flexibiliteit van de Australische samenleving. Als student of backpacker heb je meestal de toestemming om te werken, bijvoorbeeld, en vind je zonder veel problemen snel een job. Een job die je bovendien vandaag kan aannemen en morgen weer opzeggen in een hongerige economie die, opgejaagd door China en andere Aziatische tijgers, er in heel wat sectoren gewoonweg niet in slaagt voldoende werknemers te vinden. Dat alleen al ademt optimisme uit en een gevoel van dynamiek die de grootste blauwe hemel van de wereld en de machtige golven van de Pacific alleen maar versterken.
Het gaat allemaal gepaard met het niet te onderschatten gevoel van welkom dat de Australische maatschappij uitstraalt. Dat is zeker het geval in immens kosmopolitische steden zoals het bijna vijf miljoen inwoners tellende Sydney waar de Aziatische gezichten zo talrijk lijken als de Westerse en een sterk gevoel oproepen van hoe de wereld er weldra zou kunnen uitzien. Die aanvaarding van nieuwkomers komt het sterkst tot uitdrukking in de steeds opnieuw te horen vraag die mij ook in de VS telkens weer verbaasde: “Ben je van plan te blijven?” Een vraag die totale vrijheid uitstraalt. En tegelijk ook eindeloze mogelijkheden. Een vraag ook die gesteld wordt met opvallende vanzelfsprekendheid.
En dan heeft Australië natuurlijk ook steeds het niet te evenaren voordeel die vraag te kunnen stellen in het Engels zodat iedereen, van waar ook ter wereld, ze kan begrijpen. Ik hoor steeds weer dat Mandarijn Chinees de nieuwe lingua franca zal worden. Maar wanneer ik lees dat de aardbeving in China scholen heeft doen instorten terwijl kinderen Engels aan het studeren waren en wanneer de zoveelste Chinese student mij op de campus de weg vraagt naar IELTS (International English Language Testing System), vraag ik mij af of de Chinezen die trend niet zelf aan het afremmen zijn.
Intussen blijft het Engels de grote troef. De EU met haar half miljard mensen mag dan een machtige wereld lijken. Toch reduceren de talloze relatief kleine talen het vasteland tot niet meer dan een groep exotische eilandjes. Ik herinner me goed dat een Deense universiteit heel wat moeite heeft gedaan om me te overtuigen voor haar departement te komen werken. Als Amerikanoloog heb ik het geluk ook in Europa meestal in het Engels te kunnen doceren. Mijn echtgenote daarentegen zag zich niet snel voldoende goed het Deens beheersen om een lokale job aan de haak te slaan. Het verklaart voor een groot deel waarom ik nu als expat uit Sydney bericht. Blame it on Danish.
Dr Peter Schrijvers
School of History
The University of New South Wales
Sydney
Australia
Laatste reacties op onze blogs