Storende pensioendiscussie
De aangekondigde pensioenhervormingen lokken een hevig debat uit met hevige reacties. Een aantal dingen in de polemiek storen.
Ten eerste: hoewel de principes klaar en duidelijk in het regeerakkoord staan, zijn de maatregelen nog lang niet allemaal in wetteksten gegoten. De pensioenhervormingen zijn tegen een hels hoog tempo goedgekeurd. Gevolg? Er ontstaat een tussenperiode die onduidelijkheid creëert. En dat veroorzaakt ongerustheid. Dat had vermeden kunnen worden. Meer zelfs: het had vermeden moeten worden.
De waarheid geweld aan doen
Ten tweede: vakbonden hebben geen enkele moeite gedaan om die ongerustheid weg te nemen. Integendeel, het leek er vaak op dat de vakbonden de onduidelijkheid gebruikt hebben om de ongerustheid te vergroten. Hadden ze ongerustheid nodig om hun achterban te mobiliseren om te staken? En was die staking nu echt nodig om de scherpe kantjes van de plannen af te vijlen? Was er zonder staking geen extra overleg gekomen over overgangsmaatregelen? Het ABVV insinueert dat dankzij dat overleg de contractbreuk van de baan is. En dat doet de waarheid op zijn minst geweld aan. Ook in de oorspronkelijke hervormingsplannen was nergens sprake van te raken aan de opgebouwde pensioenrechten van mensen die al met brugpensioen waren of tijdskrediet opnamen.
Maak werk van langer werk
Ten derde: de regering heeft de stok die mensen moet ontraden om vroeger te stoppen duidelijk in de hand genomen. Maar waar is de wortel? Hoe wil ze dat langer werken ‘werkbaar’ maken? De regering, minister van Werk Monica De Coninck op kop, moet dringend samen met de vakbonden en ondernemingen een vernieuwend loopbaanbeleid uitwerken. Zodat iedereen langer kan werken. Veel werknemers denken dat ze van begin tot eind van hun carrière dezelfde job zullen uitoefenen, en dat idee moet daarbij als eerste op de wip. En dat je meer moet verdienen naarmate je ouder wordt – dat idee moeten we ook durven laten vallen. Werkgevers moeten stoppen met 50-plussers, of zelfs al 40-plussers als je sommigen mag geloven, als ‘oudere werknemers’ te bekijken.
Iedereen is iedereen
Ten vierde: overgangsmaatregelen zijn nodig in een pensioenhervorming. Voor een pensioen bouw je gedurende heel je carrière rechten op. Die rechten plots aanpassen kan niet. Dat moet geleidelijk gebeuren. Uiteraard. Maar de vraag is: hoe geleidelijk is geleidelijk? Is het te verantwoorden dat de helft van het vergrijzende ambtenarenkorps ontsnapt aan de minder voordelige pensioenberekening op basis van het loon van de laatste 10 jaar in plaats van de laatste 5 jaar?
Iedereen, maar ik toch niet?
En ten vijfde: de hevige reacties op de pensioenhervormingen lijken vooral een uiting van het toenemend gebrek aan solidariteit in de hoofden van velen. Dan hebben we het nog niet eens over ‘ouderen’ versus ‘jongeren’ in deze discussie. Ook binnen een generatie zorgen de verschillende statuten voor jaloezie. Het kan niet dat de ander van een voorkeurregeling geniet. Maar tegelijkertijd vindt iedereen van zichzelf wel dat hijzelf een voorkeurregeling verdient. En terwijl iedereen vooral kijkt naar wat die ander wel heeft en zijzelf niet, vergeten ze mee te tellen wat hij zelf wel heeft en de ander niet. En zo goed als iedereen zegt wel te beseffen dat we allemaal langer moeten werken, toch vinden velen dat zij wel een gerechtvaardigde reden hebben om af te wijken van dit principe.
Allemaal zeer menselijke reflexen misschien. Maar ze dragen niet bij tot een sereen debat. Maar desondanks kan de regering er toch een belangrijke les uittrekken. Ze zijn het beste bewijs dat we dringend komaf moeten maken met al die verschillende statuten van arbeider, bediende, vastbenoemde ambtenaar, statutaire ambtenaar, enzovoort.
Nadine Bollen


Laatste reacties op onze blogs