februari 2008

Geplaatst op 23 februari 2008 door Netto blog 1 reacties | Reageren

Honkvast

Covernetto2302 Is het u ook al opgevallen? De kranten staan dezer dagen vol met berichten over de mate waarin u en ik sparen (of net niet?) en lenen voor een woning. Dat is geen toeval. Volgende week opent de (ver)bouwbeurs Batibouw haar deuren. Deze beurs is zowat het mekka voor vastgoedminnend België.

Ook al blijft de Belg erg honkvast, de tijd dat hij slechts eenmaal in zijn leven een woning bouwde of kocht, ligt ondertussen al enige tijd achter ons. We kopen op steeds jongere leeftijd. Vaak gaat het om een appartement of een kleine rijwoning die wordt aangekocht als opstapje. Enkele jaren later wordt dat ingeruild voor een grotere woning met een tuin, die aangepast is aan de noden van een gezin met opgroeiende kinderen. Als de kinderen eenmaal het huis uit zijn, moet de te groot geworden gezinswoning plaats ruimen voor een comfortabel en goed uitgerust appartement in de stad. Maatschappelijke evoluties, zoals het grote aantal echtscheidingen, de vorming van nieuwsamengestelde gezinnen en het feit dat we niet meer levenslang bij dezelfde werkgever aan de slag blijven, werken de trend van woonmobiliteit nog verder in de hand.

Steeds meer particuliere vastgoedeigenaars treden daardoor niet alleen op als koper, maar ook als verkoper op de vastgoedmarkt. In tegenstelling tot de aandelenmarkt is de vastgoedmarkt geen liquide markt. Als verkoper moet u daarom beseffen dat de waarde van uw pand bepaald wordt door de prijs die die ene koper bereid is om op tafel te leggen. Die marktwaarde kan in de praktijk fel afwijken van de theoretische waarde die vastgoedschatters en vastgoedkantoren - hoe onderbouwd die waardering ook is - op uw pand plakken.

Verkopers staan dus voor de uitdaging om hun pand zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor potentiële kopers. Enkele werken uitvoeren vooraleer u het bordje 'te koop' in de tuin plant, kan de moeite lonen, zoals u kan lezen in ons coverdossier vanaf pagina 10. Als verkoper is uw investeringshorizon evenwel beperkt waardoor bepaalde investeringen rendabeler zijn voor de koper dan voor de verkoper. Dat geldt zeker voor groene investeringen. Wie overweegt te investeren in zonnepanelen bijvoorbeeld moet toch al snel een investeringstermijn van zo'n 20 jaar voor ogen houden vooraleer de investering niet alleen ecologisch maar ook economisch de moeite loont. In welke mate de fiscus uw groene uitgaven sponsort, leest u eveneens in ons coverdossier, de eerste aflevering van een vastgoedreeks.

De komende twee weken gaan we in die praktische reeks dieper in op het financiële aspect van vastgoedprojecten. Met tips over hoe u een zo voordelig mogelijk woonkrediet kan onderhandelen bij uw bankier. Hoe u in alle omstandigheden zo optimaal mogelijk kan profiteren van het fiscale voordeel dat uw hypothecair krediet u oplevert, leest u volgende week in Netto.

Geplaatst op 15 februari 2008 door Raphael Cockx 0 reacties | Reageren

Ken uzelf

Cover135 Een zichtrekening. Zo goed als iedereen heeft er minstens één. Het is dan ook een onmisbaar instrument om uw dagelijkse bankverrichtingen mee te doen. Geld uit de muur halen, betalen met uw bankkaart, overschrijvingen uitvoeren, het kan allemaal alleen maar dankzij het geld op uw zichtrekening.

Maar weet u eigenlijk wel hoeveel u voor die zichtrekening betaalt? En waarvoor betaalt u eigenlijk allemaal? Zoals u kunt lezen in ons dossier vanaf pagina 10 is de ene zichtrekening de andere niet. Banken koppelen er heel wat diensten aan en bundelen dat alles in ‘pakketrekeningen’. Het is aan u als klant om het pakket te kiezen dat het beste past bij uw bankprofiel. Om dat te bepalen zal u even moeten stilstaan bij de manier waarop u bankiert: betaalt u vooral met de kaart of vooral cash? Gebruikt u papieren overschrijvingen of bent u een aanhanger van internetbankieren?

Geen zin om daarover na te denken? Misschien kan het kostenplaatje u motiveren om het toch te doen. Een zichtrekening is immers verre van gratis. In de praktijk kunnen de jaarlijkse kosten zelfs oplopen tot meer dan 200 euro per jaar. En laat u niets wijsmaken, ook banken die op het eerste gezicht gratis zichtrekeningen aanbieden, hanteren vaak verborgen kosten. Of koppelen er bepaalde voorwaarden aan vast. Voldoet u daar niet aan, dan blijkt ‘gratis’ plots toch een aanzienlijk prijskaartje te dragen.

De hoge kostprijs van een zichtrekening staat in schril contrast met de schamele opbrengst die ze u oplevert. Op enkele uitzonderingen na, zoals Deutsche Bank en Keytrade Bank die stunten met een creditrente van 3 procent, is de rente op de zichtrekening met 0,10 of 0,25 procent bedroevend laag. Zeker omdat het gaat om een brutorente. Want in tegenstelling tot bij het spaarboekje, moet u vanaf de eerste euro rente die u erop ontvangt roerende voorheffing betalen. En dat terwijl u meestal pas rente begint te verdienen als u meer dan 2.500 euro op uw zichtrekening heeft geparkeerd. In de praktijk brengt zo’n zichtrekening dus nul euro op, maar kost ze u alleen maar geld.

Psychologisch ligt dat moeilijk: geld moeten betalen om aan uw eigen zuurverdiende centen te kunnen. ‘Het is mijn geld. Maar als ik er iets mee wil doen, rekent de bank er mij kosten voor aan.’ Die reflex is vooral hoorbaar als de banken een dienst die eerst gratis was, plots wel gaan tariferen. Denk maar aan de discussie enkele maanden geleden toen bepaalde banken besloten toch kosten aan te rekenen telkens als u geld gaat afhalen aan een automaat van een concurrerende bank.

Banken zijn echter geen overheids- en al zeker geen liefdadigheidsinstellingen. Het zijn bedrijven met een winstoogmerk. Het is dus niet meer dan terecht dat ze laten betalen voor de diensten waar u gebruik van maakt. In een Europese context behoren de Belgische banken overigens tot de goedkoopste. Bovendien rekenen de banken voor heel wat courante transacties zoals geldafhalingen en overschrijvingen niet de werkelijke kostprijs aan. Het tekort compenseren ze door de winstmarge die ze vragen op andere diensten. En door hun diensten in een pakket aan te bieden waarvan de praktijk hen leert dat het gros van de cliënten die pakketten niet ten volle benutten.

Misschien moet u dus toch maar even door de zure appel heen bijten en eens de moeite nemen om uw bankprofiel te bepalen.

Nadine Bollen

Geplaatst op 8 februari 2008 door Netto blog 0 reacties | Reageren

Het juiste perspectief

Netto_3 We hebben het de voorbije jaren herhaaldelijk te horen gekregen en de boodschap is ondertussen goed doorgedrongen. We zullen met zijn allen langer aan de slag moeten blijven, willen we de kosten van de vergrijzing kunnen opvangen en onze algemene levensstandaard op peil houden. De huidige 50-plusser is bereid te blijven werken tot zijn 62ste, blijkt uit een overheidsenquête. In 2003, voor er ooit sprake was van het Generatiepact, lag de gemiddelde leeftijd waarop de Belgische mannen en vrouwen met pensioen hoopten te gaan nog aanzienlijk lager: op 60. Enkele jaren geleden hoopten nog heel wat optimisten op 58 of zelfs vroeger de bedrijfsdeuren voorgoed achter zich dicht te kunnen trekken, maar in deze enquête zijn die met geen spoor meer te bekennen.

Langer blijven werken alleen zal niet volstaan om uw persoonlijke levensstijl te kunnen behouden eens u op rust bent. Met 1.078 euro voor een man is het doorsnee wettelijk pensioen immers erg karig. Vrouwen moeten het met 806 euro met nog minder stellen. Ook dat besef dringt bij meer en almaar jongere mensen door.

Steeds meer Belgen doen daarom aan pensioensparen. Ongeveer 1 miljoen Belgen hebben een pensioenspaarverzekering en nog eens 1,2 miljoen Belgen bezitten een pensioenspaarrekening. Het uitstaande bedrag op de pensioenspaarrekeningen bedraagt zowat 11,5 miljard euro. Pensioenspaarverzekeringen met fiscaal voordeel, die wél een rendementgarantie bieden, blijven steken op 6 miljard euro. Ter vergelijking: we hebben met zijn allen nog altijd 150 miljard euro geparkeerd op een spaarboekje.

Terwijl het rendement op een pensioenspaarverzekering (gedeeltelijk) gegarandeerd is, is het rendement van pensioenspaarfondsen afhankelijk van de beurs. En dat kwam de voorbije weken uitvoerig aan bod in de pers. Door de capriolen op de aandelenmarkten sinds begin dit jaar verloren de pensioenspaarfondsen zowat 6 procent van hun waarde. Daardoor werd meer dan 700 miljoen euro kapitaal weggeveegd of een kleine 600 euro per pensioenspaarder, lazen we deze week in de krant.

Puur wiskundig klopt de berekening. Maar de achterliggende redenering houdt veel minder steek. Pensioensparen is sparen op lange termijn. Het is zelfs dé vorm van langetermijnsparen bij uitstek. Waardeschommelingen uitlichten in uiterst korte tijdspannes in bijzonder wispelturige beurstijden is te kortzichtig. Opvallend trouwens dat dergelijke berekeningen enkel gemaakt worden in crisistijden...

De voorbije 10 jaar brachten pensioenspaarfondsen gemiddeld 6,3 procent per jaar op. En dat zelfs ondanks de slechte beursjaren van 2001 en 2002. Wie pas 5 jaar geleden instapte, behaalde jaarlijks een rendement van 13,2 procent. En dat zonder rekening te houden met de fiscale voordelen van 30 tot 40 procent op de gestorte premies die de overheid u gunt. In 2007, dat voor de Belgische belegger geen goed beursjaar was omdat de Bel20 zowat 6 procent kwijtspeelde, haalde het gemiddelde pensioenspaarfonds een rendement van 2,1 procent. Dat is nog steeds meer dan 1,5 of in het beste geval 1,75 procent die de grootbanken hun klanten gunnen op het spaarboekje.

Nadine Bollen

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer