juni 2008

Geplaatst op 24 juni 2008 door Netto blog 4 reacties | Reageren

Wie zal de kloof dichten

Het was uitgebreid aangekondigd. Honderden boze truckers en landbouwers zouden woensdagochtend het verkeer in Brussel lam leggen. De transportsector, of althans het meest radicale deel ervan, uitte met deze actie zijn ongenoegen over de hoge diesel- en energieprijzen. Ze willen dat de regering maatregelen neemt, bijvoorbeeld door de accijnzen te beperken of de btw te verlagen. Diezelfde oproep hoorden we vorige week ook al van de vakbonden tijdens hun nationale actieweek voor een verhoging van de koopkracht. Is het überhaupt terecht dat vakbonden en transportsector in dit dossier hun pijlen in deze richten op de regering?.

NEEN
De oliereserves zijn uitputbaar. Het aanbod zal dus alsmaar beperkter worden. Daar kan geen enkele regering iets aan veranderen. Er zit niets anders op dan ons gedrag aan te passen aan deze realiteit. Hoe sneller we daar in slagen, hoe beter. In de economie noemt men dit de Schumpeter-theorie van de ‘creative destruction’. Die creatieve vernietiging bestaat erin dat de oude economische structuren moeten worden vervangen, zodat zich een volledig nieuwe economie kan ontwikkelen.

JA
Sinds de verkiezingen van 9 juni 2007 zijn de macro-economische statistieken zienderogen verslechterd. De Belgische inflatie piekt, de consumenten zien de toekomst somber in, het beleggersvertrouwen bevindt zich op een dieptepunt en de economische groei dreigt stil te vallen. Ondanks deze achtergrond, neemt onze federale regering nauwelijks tot geen maatregelen die ons kunnen wapenen tegen de structurele uitdagingen waar ons land voor staat. Armoedebestrijding is een van die structurele uitdagingen.

PENSIOEN
Vooral gepensioneerden zijn op dit vlak een kwetsbare groep. Momenteel leeft reeds een kwart van hen onder de armoedegrens. Tegen 2016 zal liefst vier op tien van de 75-plussers in de armoede vergleden zijn omdat onze pensioenen geen gelijke tred houden met de globale groei van de welvaart. Terwijl de welvaart van de rest van de bevolking gemiddeld met 2,25 procent per jaar stijgt, gaan de pensioenen maar met 0,5 procent per jaar omhoog. Dus gaan ze jaar na jaar met 1,75 procent achteruit. Het wordt dringend tijd dat onze regering haar verantwoordelijkheid opneemt op dat vlak.

RATIO
Ook voor het nastreven van de verworven levensstandaard scoort België niet goed. De netto vervangingsratio -het verschil tussen het laatste loon en het pensioen bedraagt 63 procent van het gemiddelde loon. In vergelijking met de OESO-landen is dit een laag cijfer. Vooral voor de hogere en gemiddelde lonen wordt de kloof tussen het pensioen en het laatste loon dat mensen kregen steeds groter. Daarom leggen we u in ons coverdossier (vanaf pagina 9), aan de hand van concrete voorbeelden en met handige tips, uit hoe u deze kloof kunt dichten. Want iedereen heeft
recht om te kunnen genieten van zijn oude dag met een levensstandaard die in lijn ligt met deze tijdens de actieve loopbaan.

Nadine Bollen
chef redactie Netto

 

Geplaatst op 16 juni 2008 door Netto blog 0 reacties | Reageren

Perceptie versus realiteit

Afgelopen week was het syndicale actieweek voor meer koopkracht. De drie grote vakbonden trokken de straat op opdat de regering maatregelen zou nemen tegen de dalende koopkracht en tegen de stijgende energie- en brandstofprijzen. Ze eisen onder andere hogere lonen, een lagere btw op energie en de stopzetting van de onverantwoorde prijsstijgingen.

BIJ ALLE LAGEN
De acties van de vakbonden konden op veel bijval rekenen. Het concept van ‘dalende koopkracht’ leeft dan ook als nooit tevoren, bij alle lagen van de bevolking. De rondvraag die wij hielden bij 815 lezers bevestigt dat (zie dossier pagina 12). Ook de meer gegoede gezinnen, die maandelijks een netto-inkomen hebben van meer dan 4.000 euro, hebben het gevoel dat hun koopkracht onder druk staat. Ook zij zeggen dat ze genoodzaakt zijn om hun gedrag aan te passen aan de stijgende prijzen.

HYSTERIE
Terwijl de vakbonden van de dalende koopkracht hét actiethema hebben gemaakt, menen de werkgevers dat het zo’n vaart niet loopt. Het woord ‘koopkrachthysterie’ zullen zij vandaag, in tegenstelling tot enkele maanden geleden, waarschijnlijk niet meer in de mond  durven te nemen, maar hun standpunt blijft hetzelfde: 90 procent van de Belgen heeft geen last van dalende koopkracht. De naakte cijfers lijken de werkgevers op het eerste gezicht gelijk te geven. Een gemiddeld gezin zal dit jaar zowat 1.300 euro meer moeten uitgeven door de stijgende prijzen. Maar daartegenover staat een toename van het beschikbaar inkomen van 1.700 euro.

DALENDE WERKLOOSHEID
Daaruit afleiden dat de koopkracht voor Jan Modaal met 400 euro toeneemt, is te kort door de bocht. Een gemiddelde verbergt immers altijd een deel van de waarheid. In de interpretatie van dat cijfer is het ook goed om in het achterhoofd te houden dat de werkloosheid de afgelopen twee jaar fors is gedaald. Meer mensen aan de slag betekent dat meer mensen een loon of wedde ontvangen. Op het vlak van koopkracht zijn ex-werklozen er beter aan toe dan vroeger. Maar Belgen die al langer een job hebben, profiteren daar niet van.

BEWUST CONSUMEREN
De stijgende prijzen laten niemand onberoerd, zoveel is duidelijk. De acties van de vakbonden richten zich tot de politiek. Vraag is of politici ook maar enigszins invloed kunnen uitoefenen op de factoren die aan de basis liggen van de stijgende voedsel- en energieprijzen. En zelfs als de politieke wereld met kennis van zaken en een duidelijke visie maatregelen zou kunnen nemen, dan zou dat pas op lange termijn impact hebben. In tussentijd zal de consument inderdaad zijn gedrag moeten aanpassen. Hij zal bewuster moeten consumeren en zuiniger moeten omspringen met de uitputbare energie- en voedselvoorraden op onze planeet. Of vindt u het verantwoord – voor uw eigen portemonnee en vooral op ethisch vlak - dat de gemiddelde Belg een kwart van alle voedingswaren die hij koopt in de vuilnisbak kiepert?

Nadine Bollen
chef redactie Netto

Geplaatst op 9 juni 2008 door Netto blog 1 reacties | Reageren

Waarom beleggen als u kunt sparen?

Goed nieuws voor wie in deze tijden van stijgende energiefacturen, oplopende benzineprijzen en de pan uit rijzende voedselprijzen nog wat geld aan de kant heeft staan of opzij kan zetten. De ene na de andere Belgische grootbank kwam afgelopen week met een persbericht om te melden dat ze de vergoedingen op haar termijnrekeningen en kasbons optrekt. Een kasbon op 1 jaar levert een rente van 4,5 procent.

GEEN EXCUUS MEER
Daarmee bieden ‘de grote vier’, Dexia, ING, Fortis en KBC, op hun kasbon en termijnrekening opnieuw vergoedingen aan die de concurrentie echt aankunnen met de hoogrentende spaarboekjes van de kleinere spelers. Zelfs spaarders die ervoor terugdeinzen om (een deel van) hun spaarcenten over te hevelen naar een (internet)bank met een verre van vertrouwd in het oor klinkende naam, kunnen zo genieten van een niet onaardig rendement. Er is dus geen enkel excuus meer om uw geld te laten verkommeren op een spaarboekje dat amper 1,5 procent of 1,75 procent rente biedt.

AFWEGEN EN VERGELIJKEN
Meer nog. Met die vergoedingen worden de kasbons en termijnrekeningen opnieuw het overwegen waard voor particulieren die op zoek zijn naar een aardig rendement, maar zelf geen tijd, kennis of goesting hebben om actief te beleggen. In tegenstelling tot aandelen en fondsen bieden kasbons en termijnrekeningen een zekere  opbrengst. U bent ook zeker dat u uw inleg terugkrijgt. Aandelen bieden die zekerheid per definitie niet. Fondsen kunnen die garantie wél bieden, maar die weegt op het potentiële rendement.

BEGRIJPEN
Nog een troef van de kasbon en de termijnrekening: er zijn nauwelijks of zelfs geen instapkosten aan verbonden. Ervaren fondsenbeleggers weten dat transactiekosten heel wat van het voorgespiegelde rendement kunnen afromen. Een ander niet te onderschatten voordeel is dat kasbons en termijnrekeningen eenvoudige en begrijpelijke producten zijn. Dat is niet altijd het geval voor de duizenden fondsen die in ons land op de markt zijn. En terwijl het aanhouden van een aandelenportefeuille opvolging vereist, is dat niet nodig voor een kasbon of termijnrekening.

GRENS
Het is niet 100 procent duidelijk af te bakenen waar sparen eindigt en beleggen begint, maar over het algemeen spreekt men over sparen als u geld opzij zet voor minder dan 1 jaar. Zet u uw geld langer aan de kant, dan bent ‘aan het beleggen’. Maar ook al koopt men aandelen of fondsen initieel voor de lange termijn, in turbulente beurstijden is het niet eenvoudig om lijdzaam toe te blijven kijken hoe het verlies oploopt. Menig belegger zal dan ook - al dan niet op ‘aanraden’ van zijn bankier - niet altijd aan de verleiding kunnen weerstaan om sneller dan voorzien te verkopen of vroegtijdig het fonds in te ruilen voor een ander fonds. Met als mogelijk eindresultaat dat uw totale rendement lager uitvalt dan 4,5 procent. Wilt u liever niet in die valkuil trappen, dan is sparen met het huidige marktaanbod nog niet zo’n slecht alternatief voor beleggen.

Nadine Bollen
chef redactie

Geplaatst op 2 juni 2008 door Netto blog 0 reacties | Reageren

Jong geleerd is oud gedaan

Op eigen benen staan, gaan samenwonen, een huis kopen, trouwen, kinderen krijgen. Dat zijn stuk voor stuk sleutelmomenten in een mensenleven. Stappen die u en ik zetten op een moment dat we er emotioneel klaar voor zijn. Maar het zijn stuk voor stuk ook beslissingen met niet te onderschatten financiële, fiscale en burgerrechtelijke consequenties.

ANALFABEET
Al te vaak wordt net de impact van die aspecten niet ten volle correct ingeschat. Dat komt door een gebrek aan financiële en fiscale kennis en een onvolledig inzicht in ons wetgevend kader. Oorzaak: een compleet gebrek aan welke vorm dan ook van ‘financiële opvoeding’ in ons onderwijssysteem. Gevolg: veel mensen zijn financieel analfabeet. Nochtans kan men niet jong genoeg beginnen met de waarde van geld te leren kennen. Onderzoek toont aan dat volwassenen die een goede financiële opvoeding hebben gehad, beter met hun geld omgaan dan volwassenen die dat niet hebben gehad. Wat geldt voor alles geldt ook voor geld: (negatief) gedrag op volwassen leeftijd vindt vaak zijn oorsprong in aangeleerd gedrag op jonge leeftijd.

VERKEER
Een goed financieel inzicht hebben is net zo belangrijk als op de hoogte zijn van de verkeersregels. Want wie de regels van het spel niet kent, maakt brokken. Zakgeld geven is de meest voorkomende manier om uw kroost wegwijs te maken in de wondere wereld van het budgetbeheer (zie pagina 18). Zo leert uw oogappel onderscheid te maken tussen wat noodzakelijk is en wat niet. Niet altijd gemakkelijk, zeker niet in een wereld waarin reclame werkelijk overal is.

GRENS
Reclame dient om te verleiden. Maar de grens tussen verleiden en misleiden is dun en wordt niet altijd gerespecteerd. Dat geldt ook voor advertenties voor financiële producten. Niet zelden zetten zij de consument op het verkeerde been over het rendement van spaar- en beleggingsproducten. Als belegger is het niet eenvoudig om het kaf van het koren te scheiden. Dergelijke advertenties spelen handig in op de irrationaliteit die eigen is aan de mens in het algemeen en de belegger in het bijzonder. En dat maakt het nog moeilijker.

IRRATIONEEL
In tegenstelling tot computers nemen beleggers hun beslissingen niet louter op basis van objectieve fundamentele criteria en wiskundige modellen. Emoties, inconsequent gedrag, zijn niet uit te sluiten. Het zit zelfs zodanig ingebakken in ons dat een hele wetenschap dat soort gedrag bestudeert: de behavioural finance (zie pagina 24). Die gedragswetenschap bevestigt dat irrationeel gedrag in onze natuur zit en leert u als belegger hoe u dat soort inconsequent gedrag kunt herkennen en benutten. Of hoe u als belegger al doende kunt leren en misschien zelfs kunt winnen door andermans fouten. N

Nadine Bollen

chef redactie

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer