Lijken uit de kast
Haast en spoed zijn zelden goed. Wie daar nog aan twijfelde, zal dezer dagen ongetwijfeld zijn mening herzien. Met dank aan het haastwerk van onze politici die de sociaal-economische hervormingen op een drafje hebben beklonken.
Onmiddellijk na het afsluiten van het regeerakkoord kreeg vooral de nieuwbakken minister van Pensioenen Vincent Van Quickenborne de wind van voren. Dat een liberaal dit bij uitstek ‘sociale departement’ onder zijn vleugels kreeg, zal ongetwijfeld niet geholpen hebben om de gemoederen te bedaren. De kritiek op ‘Mister Q’ kwam erop neer dat hij de belangrijke ingrepen in het pensioensysteem ‘door de strot van de sociale partners wilde duwen’, zonder overleg met die sociale partners. En dat zijn beleidsnota erg vaag was, met alle onduidelijkheid tot gevolg.
Over de fiscale ingrepen, die elke belastingbetaler bijna meteen in zijn portemonnee zou voelen, was er ook wel wat gemor. Iedereen weet dat als er 11 miljard euro bespaard moet worden, iedereen zijn steentje zal moeten bijdragen. Natuurlijk vindt iedereen dat niet hij maar iemand anders als eerste het zwaarste steentje moet bijdragen, maar het algemene overheersende gevoel was toch vooral dat de aangekondigde veranderingen wel snel doorgevoerd worden, maar wel duidelijk zijn.
Onzekerheid troef
Een kleine maand later weten we beter. De fiscale aanpassingen zijn niet alleen snel genomen, ze bevatten ook heel wat onzekerheid. Denk aan de gewijzigde behandeling van bedrijfswagens. Die regeling werd al eens aangepast nog voor ze werd goedgekeurd. En nu ligt het dossier opnieuw op de regeringstafel. Want de vooropgestelde doelstelling lijkt al onhaalbaar nog voor de regeling goed en wel in werking treedt.
Bij de gewijzigde behandeling van de roerende voorheffing bleek een onverwacht, maar behoorlijk giftig addertje onder het gras te zitten. Plots bleek dat door de extra belasting op roerende inkomsten boven 20.000 euro ook het bevrijdende karakter van de roerende voorheffing verleden tijd is. In mensentaal: voortaan moet iedereen op zijn belastingaangifte aangeven hoeveel rente en dividenden hij of zij ontvangt. Dat is een ommekeer in dit land, waar alle spaarders en beleggers zich comfortabel voelen bij het feit dat als de roerende voorheffing eenmaal wordt afgehouden, de kous af is. En in hun haast werd over het hoofd gezien dat door die aangifte ook gemeentebelastingen betaald moeten worden op die inkomsten. Een reparatiewet is nodig om dat euvel recht te zetten.
Storm in een glas water
Maar het meest in het oog springende dossier is dat van de fiscale voordelen verbonden aan woonkredieten. Een storm in een glas water, want op dat vlak stond alles wel degelijk al in het regeerakkoord. Maar door de tegenstrijdige verklaringen van regeringsleden van verschillende partijen op uiteenlopende beleidsniveaus wist niemand nog waar hij aan toe was. Hoe kunnen burgers gerust zijn als zelfs politici, die het een en ander hebben uitgewerkt, zelf niet 100 procent weten hoe de vork aan de steel zit. Dat de polemiek ook nog werd gebruikt om politieke spelletjes te spelen, maakt het des te beschamender.
Veranderingen doorvoeren kan nooit onopgemerkt gebeuren. En als de belastingbetaler in zijn portemonnee geraakt wordt, is het te verwachten dat hij behoorlijk aandachtig en kritisch zal zijn. Hij verdient dat politici doordachte maatregelen nemen en die ook duidelijk communiceren. Zo niet, voelt hij zich gerold. Laat ons daarom hopen dat bij deze alle lijken uit de fiscale kast gevallen zijn.
Nadine Bollen
Laatste reacties op onze blogs