Geplaatst op 10 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Grote champagnehuizen weer een stukje groener

Biologische druiventeelt, zelfs onder een streng biodynamisch regime, is in opmars in Champagne. Logisch, want in een appellatie die tegenwoordig weer zo’n torenhoge rendementen realiseert (lees Champagne: business as usual) en, na een ferme dip in 2009, commercieel opnieuw hoogdagen beleeft, maken steeds meer spelers zich zorgen dat veel terroirs te arm worden aan micro-organismen en mineralen, dus eerder kwantiteit dan kwaliteitsdruiven opleveren. Elementen die nochtans zo cruciaal zijn om er later mooie bubbels van te maken.

Vandaar dat niet alleen de officiële belangenorganisatie C.I.V.C. (Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne) regelmatig campagnes lanceert om lichtgewichtflessen te gebruiken of snoeihout te recupereren (lees o.a. Champagne wil zijn ecologische voetafdruk verder verkleinen of Champagne goes light(er)), maar dat ook individuele producenten een groene boodschap beginnen te prediken.

Aankoopgolf(je)

Natuurlijk waren het tot nu toe hoofdzakelijk voor het grote publiek minder bekende merken of vignerons die zich als pioniers in deze bio-sfeer begaven, met namen als het Maison Beaufort - dat reeds in 1974 zijn eerste bio-champagne op de markt lanceerde - gevolgd door o.a. Bedel, Geutherot, Jean-Pierre Fleury, Pascal Agrapart, Larmandier-Bernier, Franck Pascal, Catherine & Bruno Michel, Erick De Sousa en het ook bij ons reeds populair geworden Drappier.

Maar stilaan volgen ook de ‘grote’, wereldbekende maisons de champagne dit voorbeeld. In januari van dit jaar bijvoorbeeld raakte bekend dat Lanson-BBC ruim 13 hectare wingerd had verworven van Leclerc Briant, gelegen nabij Verneuil in de Marne-vallei. Nog eens 2 hectare van de biodynamisch gecultiveerde wijngaard van dit merk werden bovendien gekocht door die andere bekende naam, Louis Roederer.

Daar bleef het niet bij, want recent werd bevestigd dat de rest van het domein Leclerc Briant, circa 14 hectare die nog in handen waren van Pascal Leclerc’s dochters nadat deze eind 2010 overleed, eveneens in de portfolio van Roederer is terechtgekomen. Het gaat in concreto om premiers crus wingerds in Hautvillers en Cumières die door Leclerc reeds sinds de oogst 2000 integraal naar de biodynamische landbouw waren geconverteerd.

Roederer nu de grootste

Door deze nieuwe acquisitie wordt Louis Roederer in één klap het grootste champagnehuis op het vlak van organische en biodynamische cultuur. Roederer bezat immers tot voor kort reeds 26 hectare wijngaarden die fifty-fifty volgens biodynamische en/of organische landbouwpraktijken worden geëxploiteerd, nadat rond het millennium met de eerste experimenten was gestart.

Op dit moment is er dus ruim 40 hectare biovriendelijke wijngaard in het bezit van dit champagnehuis, waarmee het de concurrentie voorlopig ver achter zich laat. Jean-Baptiste Lécaillon, de chef-wijnmaker bij Roederer, bevestigt echter dat het niet de ambitie van dit huis is om absoluut gecertificeerd te geraken of voortaan de cuvées ook als biodynamisch of organisch te gaan etiketteren.

De nieuwe acquisitie en de bestaande ecovriendelijke wingerds worden eerder gezien als experimenten om de kwaliteit verder op te krikken: “Ons doel is het nog véél te leren om zo een beter, expressiever product te kunnen afleveren” klinkt het.

Benieuwd wie de volgende ‘grote jongen’ wordt die in dit groene champagneverhaal stapt.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 6 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Heeft de champagneflûte afgedaan?

 

Kurk

Eindelijk krijgen wij gelijk! Met ‘wij’ bedoel ik de kleine groep wijnschrijvers die hun bubbels in een functioneel glas geserveerd willen zien in plaats van een modieus nonsensexemplaar. En niet bijvoorbeeld in die charmante, maar nutteloze‘coupe’, die volgens urban legends gemodelleerd werd naar de borsten van één of andere courtisane aan het Franse hof.

 

Veel efficiënter is inderdaad al de zogeheten ‘flûte à champagne’ of fluitglas, alhoewel het in onze Belgische horeca vaak huilen met de pet op blijft, want veel fluitmodellen zijn lomp en lopen niet, zoals het hoort, naar beneden spits toe, waardoor de belletjesstroom zich onvoldoende kan ontwikkelen.

Daar is de tulp!

Maar voor wie écht zijn - betere, zeker wat rijpere en complexere - champagnes in topvorm wil genieten, is zelfs deze traditionele flête maar een compromis. Ideaal is immers een meer naar een wijnglas neigend, uiteraard van een niet té gigantische kelk voorzien, tulpvormig glas.

Deze stelling krijgt nu steun uit ‘onverdachte’ hoek. De wereldbekende glasfabrikant Georg Riedel predikt nu overal dat ook de Champagnehuizen hun fluitglazen stilaan inruilen voor een wijnglas met een tulpkelk, vergelijkbaar met exemplaren waarin ze hun witte wijn schenken.

De verklaring voor deze stap? De toch objectief grotere oppervlakte van deze tulpvormige kelk - groter alleszins dan bij een veel nauwer flûteglas - laat het boeket mooier ontwikkelen, zorgt voor extra complexiteit en een romiger mondgevoel. De traditionele flûtes hebben bovendien nog een ander nadeel: ze worden vaak, weliswaar met de beste bedoelingen, tot aan de top met bubbels gevuld, zodat de mousserende wijn nog nauwelijks kan ademen en zijn aroma’s potentieel ontwikkelen. Met het tulpglas valt deze handicap grotendeels weg.

Uiteraard is deze boodschap van Riedel niet vrij van enig commercieel nut. Deze glasgigant heeft namelijk recent ook een nieuw eigen bubbelglas in tulpvorm gecommercialiseerd, ronder en groter dan de klassieke fluitvorm.

Emoties versus efficiëntie

Niet iedereen in Champagne is het trouwens met deze visie tegen de flûte eens.

Want tijdens een recent event in Londen verdedigde Pierre-Emmanuel Taittinger van het gelijknamige huis nog enthousiast de ‘flûte’. Volgens Taittinger is dit fluitglas nu net een prima middel voor bubbelwijnen om zich te differentiëren van stille wijnen. Champagne drinken uit een wijnglas lijkt voor hem een vergissing en zelfs haast doodzonde. Want, zo klonk het enigszins pathetisch: “Champagne is per slot van rekening niet alleen een wijn, maar ook een symbool van liefde en generositeit. Als we dàt vergeten, zijn we dood”.

Sorry, maar ik schaar me toch in het Riedel-kamp, vooral als het gaat om de meer complexere, rijke bubbels. Die kunnen inderdaad baat hebben bij zo’n extra kelkruimte. En bovendien, iemand die zoals Taittinger als enig argument pro de flûte aandraagt “...We hebben nu eenmaal een specifiek glas. En Champagne is geen wijn, maar een groot symbool”, die gelooft toch iets teveel in sprookjes en legt de feiten naast zich neer.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 3 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijn en ski, één strijd?

Skier280
Hij is toch onklopbaar als het er om gaat in de media terecht te komen!

Bernard Magrez, wijnmagnaat die nu reeds een imperium bezit van 37 domeinen in o.a. Frankrijk Spanje, Chili, Argentinië, Californië, Marokko, Uruguay en Japan - waaronder het bekende Château Pape Clément in de Bordelaise appellatie Pessac-Léognan -, heeft weer een gloednieuw luxeproduct gevonden om er slimme marketingcampagnes rond te bouwen.

Vorig jaar kwam hij reeds uitvoerig in het nieuws door de aankoop van een authentieke Stradivarius-viool. Volgens de geruchten hing er toen een indrukwekkend prijskaartje van 2 à 3 miljoen euro aan vast. Uniek historisch instrument natuurlijk dat hij als een echte mecenas via zijn pas opgericht ‘institut culturel’ ter beschikking stelt van topmuzikanten (lees Wijntycoon Bernard Magrez speelt eerste viool).

Maar ditmaal zocht Bernard Magrez het in de sportieve sfeer en meer bepaald in de skiwereld.

Ultralicht én elegant

Want wie de voorbije jaren ondanks alle crisissen toch goed geboerd heeft met aandelen of grondstoffen, kan vanaf nu de set luxeskilatten aanschaffen van het merk “Château Pape-Clément”.

Een op het eerste zich wel vreemde combinatie, want het veilig afzoeven van zwarte/rode pistes associëren we nu niet meteen met wijn en alcohol, maar aangezien Magrez met deze marketingstunt vooral mikt op het Bon Chic Bon Genre-publiek, zal hij wel weten waarmee hij bezig is.

Bij nader inzien blijkt het trouwens te gaan om een bijzonder exclusief sneeuwstel: er werd namelijk slechts een gelimiteerde serie van vijf exemplaren geproduceerd. De wijze waarop deze skilatten in het perscommuniqués worden beschreven lijkt echter eerder op een wijndegustatie. Want wat dacht u hier van? De ski’s getuigen van “...une incroyable légèreté”, samengesteld uit vederlicht materialen als koolstof, gecombineerd met “...le cuivre à des essences nobles telles que le frêne et le balsa”. Een technisch wondertje, maar “...le design joue la carte de la modernité et de l’élégance”. Zeg nu zelf: dit is toch eerder een pure wijncommentaar dan een technische bespreking van een technische uitrusting?

Bijna 6.000 euro

Deze unieke latten werden onlangs – waar anders? - in het supermondaine skioord Courchevel voorgesteld, maar dan wel à la Magrez. Het luxepakket ‘Skis Pape Clément’ bevat immers, naast het paar latten en stokken haut de gamme, een lederen etui bewerkt volgens de ‘façon sellier’ plus - en hier komt de kat op de koord - een kist waarin zes flessen van het Château Pape Clément millésime 2006, een nachtelijk verblijf voor 2 personen op het domein (met rondleiding én degustatie) plus een individuele skiles met Sébastien Amiez, ooit een gevierd Alpijnse slalomkampioen.

Voelt u zich meteen aangesproken door deze nieuwe mix van ‘exclusieve’ wijn, sport en marketing? Dan zal u wel diep in uw dividenden, bonus of bankrekening moeten tasten, want voor deze luxeset dient er 5.995 euro neergeteld. Die aankoop kan vooral in Courchevel, zowel in de skishop ‘The Edge’ (één van de partners achter dit project), als in de lokale boutique van Bernard Magrez of de vestigingen van de Groupe Tournier (Le Lana, le Saint-Roch, le St Joseph en le Cap Horn). Ook als u binnenkort Pape Clément bezoekt of de Magrez-shop in Parijs liggen deze luxelatten annex verwenpakket op u te wachten.

Als u het mij vraagt: is het niet eenvoudiger en vooral stukken goedkoper bij meteen een kist Pape Clément 2006 te bestellen, zonder al die tierlantijntjes? Per fles betaalt u dan tussen de 65 à 100 euro…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 1 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Duurzaamheid wordt nieuwe marketingbonus

Chile

Natuurlijke wijnproductie, duurzaamheid en ecovriendelijkheid worden stilaan begrippen met een goudwaarde in de wijnmarketing.

Ook al komt er vaak terecht scherpe kritiek op de soms semireligieuze en/of elitaire benadering van deze wijnbouw - recent nog vergeleek een Britse toonaangevende wijnimporteur van natuurlijke wijnen (!) deze wijncategorie met Marxisme, “...aangezien de werken van Karl Marx vooral lectuur waren voor een kleine groep mensen die ze konden begrijpen én waarderen, en niet bestemd voor de massa” - is iedereen het erover eens dat méér aandacht voor duurzamere wingerd, -vinificatie -en transportprocessen uiteindelijk alleen maar winnaars oplevert.

De eerste toetsing overleefd

In Chili heeft men deze boodschap goed begrepen en werd voorjaar 2011, onder impuls van de belangenorganisatie Vinos de Chile - een bijzonder invloedrijke vereniging waarvan de leden goed zijn voor ruim 92% van alle gebottelde wijnexport - , een gloednieuwe en naar verluidt strenge ‘Sustainability Code’ gelanceerd. Code waarmee individuele wijndomeinen kunnen gecertificeerd worden op al hun (al dan niet) duurzame praktijken, van druif tot fles.

Zopas werden de namen bekend gemaakt van de eerste 14 wineries die, na een schijnbaar zeer rigoureus assessment en een lang inspectieproces, als eersten officieel dit certificatiezegel in de wacht sleepten.

Althans: deze 14 wijnbedrijven werden reeds bekroond voor het eerste luik van de drie hoofdstukken tellende duurzaamheidscode. Dit eerste hoofdstuk - geldigheidsduur één jaar - bestrijkt namelijk de evaluatie van ecovriendelijke beheersprocessen en normen in de wijngaard (het zogeheten ‘Green Chapter’, focussend op de praktijken in de ‘Vineyard’), waardoor natuurlijke resources maximaal worden beschermd.

De 14 feestvarkens werden inderdaad nog niet getoetst op de duurzaamheid van hun activiteiten in de productiekelders (het ‘Red Chapter’met focus op ‘Winery’) of op hun totale maatschappelijke verantwoordelijkheid (het Orange Chapter, gericht op de ‘Community’). Die andere etappes worden in de loop van dit jaar verder beoordeeld en eventueel extra gecertificeerd voor een geldigheidsduur van twee jaar. Naar verluidt presteerden de 14 kandidaatdomeinen wél uitstekend tijdens deze assessmentronde. Ze haalden immers een gemiddelde score van 83 procent.

De 14 winnaars op een rij

In Chileense wijnkringen slaat men zich in ieder geval trots op de borst, want deze alomvattende benadering van het duurzaamheidsconcept is momenteel het meest ambitieuze van alle wijnproducerende landen: “We are committed to becoming the number one producer of premium, sustainable and diverse wines from the New World by 2020,” aldus een opgetogen René Araneda, president van Wines of Chile. “To achieve this goal it is imperative to create innovation that boosts our competitiveness. The development and implementation of Wines of Chile's state-of-the-art Sustainability Code is a key pillar to achieve this objective.”

Natuurlijk heeft Chili van nature een streepje voor op de concurrentie wanneer het op duurzame wijngaarden aan komt. Het microklimaat, de topografie, de geografische locatie (nabij de Oceaan of in de schaduw van de Andes) en de aanwezigheid van veel prephylloxera-druivelaars, lenen zich in de meeste wijnvalleien perfect voor zulke ecovriendelijke aanpak.

Als duurzaamheid dus één van uw koopcriteria is wanneer u uw wijnkelder of schenkmand vult, zijn dit de namen van de laureaten die nu gecertificeerd werden: Anakena, Arboleda, Caliterra, Casa Silva, Cremaschi Furlotti, Emiliana, Errázuriz, Montes, MontGras, Santa Cruz, Santa Ema, Santa Rita, Ventisquero en Vía Wines. Als ik me niet vergis liggen minstens 10 van deze 14 ook reeds in onze Belgische wijnrekken.

Hoe ze te herkennen? Deze domeinen zullen gedurende zeker een jaar een speciaal ‘Certified Sustainable Wine of Chile’-zegel op hun etiket, flessen en zelfs promotiemateriaal mogen dragen. Wees er dus maar zeker van dat ze deze bekroning dik in de verf zullen zetten in al hun volgende communicatie. Binnenkort zal dit duurzame koppeloton vermoedelijk serieus aangroeien, want nog eens 24 wineries hebben zich reeds ingeschreven voor dit certificatieproces.

Het is m.a.w. opnieuw de Nieuwe Wereld die het ‘Oude’ Europa een lesje in slimme wijnmarketing geeft. Nu maar hopen dat de gelauwerde domeinen deze marketingbonus niet aangrijpen om snel hun prijskaartjes te verhogen...

Frank Van der Auwera

Foto: Mark Scott Johnson op Flickr (Creative Commons licentie).

Geplaatst op 29 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Zeg nooit zomaar Bordeaux tegen Bordeaux

Bordeaux laat als wijngebied wereldwijd geregeld de bloeddruk stijgen.

Enerzijds bij de miljoenen loyale fans, die er nog altijd heilig van overtuigd zijn dat er nergens fijnere, complexere wijn wordt gebotteld dan in de regio rond de Gironde. Ze dwepen haast slaafs met châteaux, klassementen, etiketten en de eeuwenlange historiek, die ze beschouwen als hét rolmodel voor de klassieke (vooral rode) wijn.

Anderzijds bij de groeiende schare bordeauxhaters, die hun buik stilaan vol hebben van onbetaalbare labels, snobby garagewijnen, primeurcampagnes of nouveaux riches uit de BRIC-landen die de prijskaartjes voor iedereen de hoogte injagen. Hun irritatie met de Bordelais is vooral de voorbije tien jaar zo toegenomen, dat ze vaak deze crus resoluut uit hun glazen en kelders weren. Genoeg alternatieve appellaties op de wereldmarkt zonder dikkenek, zo klinkt hun credo.

6.150 wijnbedrijven op de teller

Maar tot welk kamp u ook behoort: Bordeaux blijft fascineren, al is het maar wegens zijn economische rol. En toch weten we er vaak statistisch beduidend weinig van. Zelfs op het internet circuleren nog massa’s verouderde cijfers, die helaas tot in den treure worden gekopieerd in blogs en artikels. Het feitelijke gewicht van ‘Bordeaux’ is daarom soms moeilijk in te schatten.

Vandaar dat ik met veel interesse de interessante studie heb doorbladerd die recent in opdracht van de Chambre d’agriculture de la Gironde werd uitgevoerd.

Uit deze studie een paar frappante cijfers. Zo telt de Bordelais actueel 6.150 professionele ‘exploitations viticoles’ (wijnbedrijven), die samen officieel 54.000 medewerkers op hun loonlijsten hebben staan. Qua oppervlakte bezit ongeveer 1 op de 10 van de wijneigendommen méér dan 35 hectare, maar er is duidelijk sprake van een tendens tot schaalvergroting.

Maar tussen al deze nog operationele kastelen en domeintjes gapen er soms enorme verschillen, niet alleen qua wingerdoppervlakte maar ook qua inkomsten en management. De studie identificeerde in de Bordelais namelijk een typologie met vijf types van wijnexploitaties.

Typologie met vijf

Eerste basistype wordt gevormd door de coöperatieve druivenleveranciers. Momenteel overkoepelen ze in de regio ongeveer 2.000 viticulteurs, die samen circa 23.000 hectare wingerd beheren. Omgerekend zowat een vijfde van het totale Bordelaise druivenareaal dat actueel op 115.000 hectare wordt geraamd. Deze coöperatieve tendens blijkt vooral sterk vertegenwoordigd in appellaties als Entre-deux-Mers en de zogeheten ‘Côtes’. Hun motto in deze crisistijden is: permanent snijden in de productiekosten.

Het tweede exploitatietype blijkt dan weer goed voor ongeveer 1.400 vignerons, die samen 30.000 hectare wijngaard bewerken. Zij leveren vooral in bulk goedkope wijn aan de zogeheten négoce van Bordeaux. Een marktsegment dat momenteel qua inkomsten zeer onzeker is geworden, tenzij er een langdurig contract loopt met een négociant of wijnmakelaar.

Het derde basistype wijnonderneming werkt volgens een gemengd systeem. Een deel van hun jaarlijkse druivenoogst wordt daarbij aan de (coöperatieve) cave geleverd, terwijl een ander percentage onder eigen beheer wordt gecommercialiseerd. Dat kan zowel in gebottelde vorm zijn, als in bulk. Geschat wordt dat deze weinig gespecialiseerde bedrijfsvorm geldt voor zo’n 1.100 wijnbouwers, die samen 23.700 hectare wingerd onder hun hoede hebben. Volgens deze studie verliest deze mixvorm echter aan populariteit.

Bedrijfsvorm nummer vier in deze typologie groepeert een vrij vief marktsegment: wijnbouwers die focussen op de verkoop van gebottelde wijn. Cuvées die dikwijls via directe kanalen worden verkocht aan particulieren of via exportkanalen. Deze exploitatievorm zou naar verluidt ruim 1.400 wijnbouwers bestrijken. Voor het merendeel geleid door zelfstandige bedrijfsleiders, waarbij de volgende generatie bereid is om de fakkel over te nemen. Deze domeinen lijden minder onder de economische crisis dan de vorige bedrijfstypes.

En dan rest nog het vijfde en laatste type. Deze domeinen vormen het theoretische neusje van de ‘zalm’, want commercialiseren het Bordelaise haut de gamme. Het is de elite van geklasseerde of door de markt geviseerde crus, ruwweg geschat op zo’n 250 viticulteurs. Deze (duurdere) domeinen vormen ook de kern van de jaarlijkse primeurcampagnes. Momenteel boeren deze elitaire exploitaties prima, maar hun Achilleshiel blijkt de opvolging. Familiale ruzies, erfeniskwesties of dochters/zonen die niet echt in het vak geïnteresseerd zijn, blijken momenteel hun grootste kopzorg.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 27 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

China: FC de wijnkampioenen

Toegegeven, zelfs als wijnschrijver kijken we soms met enige argwaan naar de Chinese wijnconsument.

Want deze nieuwe stroom van wijnliefhebbers belandt hoofdzakelijk in de media als nouveaux riches-kopers van Bordelaise kastelen, als onverantwoorde prijsopzwepers van ‘grote’ geklasseerde crus uit Bordeaux en Bourgogne tijdens veilingen of primeurcampagnes, of zelfs als regelrechte vervalsers, die het niet zo nauw nemen met internationale copyrights (lees o.a. China is op wijngebied het Wilde Westen of www.Lafite.nep of De tactiek van de opgestoken vinger of 2010 was een vet veilingjaar deel 1 en deel 2 of Miljoenen lenen om topwijn te kopen? of Chinese invasie in Bordeaux of Lucratieve handel in lege flessen of Chinezen sjoemelen met Bordeaux 2009 of Kijk uit voor Lafite 1982).

Een opinie die vaak nog eens extra negatief gekleurd wordt omdat deze gigantische natie voorlopig zelf nog maar weinig aantrekkelijke wijnen produceert, ondanks de royaal aanwezige geldstromen, genoeg geschikte geografische/klimatologische locaties én steeds meer ingehuurde wijnknowhow. Bovendien bezit China ook een lange geschiedenis van home made wijngeklungel, waarbij - door een wetgeving die lang zo lek was als een zeef - zowat elk ingrediënt ingeschakeld werd om er ‘wijn’ mee te brouwen. Elk ingrediënt, op druiven na tenminste.

Spectaculaire groeicijfers

En toch is er wel degelijk sprake van een structurele verschuiving, waarbij China als wijnconsument duidelijk een wereldmacht is geworden waarmee rekening dient gehouden.

Misschien wel de grootste verrassing voor velen is nog steeds het cijfermateriaal verzameld via de studie van The International Wine & Spirit Research (I.W.S.R.) in opdracht van het wijnsalon Vinexpo. Deze onderzoeksorganisatie analyseerde de consumptiepatronen -en prognoses in 114 consumentenmarkten en 28 wijnproducerende landen.

Uit deze analyse blijkt namelijk dat China in de hitparade van de wereldwijde wijnconsumptie nu al opgeklommen is tot positie 5, met andere woorden groter is geworden dan het Verenigd Koninkrijk. Tussen 2009 en 2010 groeide het Chinese verbruik - China én Hong Kong opgeteld - van stille, lichte en mousserende wijnen met een indrukwekkende +33,4 procent. Dat resulteerde in 2011 tot een totale wijnconsumptie van 156,19 miljoen 9 liter-flessen, waardoor het V.K. naar positie 6 op deze wereldrangschikking zakte.

Daarbij mogen we niet uit het oog verliezen dat we waarschijnlijk nog maar aan de startlijn staan van deze Chinese wijnpiek. Het consumptieproces versnelt zich immers aan een onvoorstelbaar tempo. Kijken we bijvoorbeeld naar de vijfjarige referentieperiode 2006-2010, dan blijkt dat de wijnconsumptie in China en Hong Kong met een factor 2,4 aandikte. De reeds geciteerde I.W.S.R.-studie voorspelt bovendien dat tussen 2011 en 2015 het wijnverbruik er nog eens met +54,25 procent zal groeien. Verwacht wordt dat het per capita wijnverbruik in China tegen 2015 zeker zal blijven toenemen met 1,9 tot 2 liter per jaar.

Amerikanen houden stand

Lach ze dus niet zomaar weg, onze Chinese wijnfans (lees ook Waarom Frankrijk met China flirt of Het Oosten kleurt bordeaux). Want voor we het hier in Europa beseffen, staan ze straks te pronken als de nieuwe globale numero uno qua wijnconsumptie. Positie die nu nog, ook met vlag en wimpel, wordt ingenomen door de V.S.A. Amerikanen kochten en consumeerden vorig jaar immers 3,7 miljard flessen wijn en tussen 2011-2015 zou dit volume met nog eens +10 procent aangroeien. Maar ze voelen nu al de hete adem van de Chinese drinkers...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

2.000 euro per vierkante meter wingerd

De prijs van vastgoed mag in veel Europese landen dan verzwakt zijn, wat wijngrond betreft blijft het geregeld records regenen. Zeker als het gaat om terreinen gelegen in de prestigieuze appellaties van Bourgogne.

Euromillions

Al enkele weken gonst het zo van geruchten dat het wereldberoemde huis Domaine Leroy eind december in alle stilte 7 ‘ouvrées’ Batard-Montrachet zou gekocht hebben, wijngaard gesitueerd in één van de meest exclusieve Grand Cru terreinen van Puligny-Montrachet.

Voor u aan Googelen slaat: een ‘ouvrée’ is een oude maatstaf voor Bourgondische wijngaarden, het equivalent van 428 m2, die er in professionele kringen nog heel frequent gebruikt wordt. De naam verwijst naar de oppervlakte land die één persoon op één dag kon omploegen. Logisch dat deze historische maatstaf nog steeds populair is in deze regio, want het Bourgondische druivenpatrimonium is een lappendeken van doorgaans smurfenkleine wingerds, zodat er zelden meerdere of zelfs hele hectaren in één klap worden aangekocht.

Hoeveel Domaine Leroy exact betaald heeft voor deze 7 ouvrées botst voorlopig op een omertà, maar kwatongen beweren dat de koopprijs gegarandeerd tussen de 800.000 à 900.000 euro per ouvrée schommelt.

Bedrijfseconomische nonsens

Kortom, de factuur voor deze 7 ouvrées Batard-Montrachet - of omgerekend: voor amper 2.996 m2 - zal vermoedelijk niet ver van de 6 miljoen euro liggen. Om het in perspectief te zetten voor wie geen wiskundeknobbel bezit: 1 hectare is gelijk aan 10.000 m2, dus voor minder dan een derde van een hectare wingerd betaalde Leroy vermoedelijk 6 miljoen euro. Of circa 2.000 euro per vierkante meter.

Dat dit gerucht niet ver naast de waarheid zal zitten, kan uit een concreet voorbeeld afgeleid worden. Voorjaar 2011 betaalde een ander domein 700.000 euro per ouvrée bij zijn aankoop van totaal 8,5 ouvrées.

Vraag die me echter bezighoudt: hoe kan zo’n zware investering in hemelsnaam ooit bedrijfseconomisch lonen? Met een geschatte opbrengst van 750 à 1.000 liter voor dit perceel, dus hooguit 1.000 à 1.250 flessen per oogstjaar, zal het decennia duren alvorens alleen nog maar de aankoopprijs van dit lapje gouden grond wordt gecompenseerd. En dan spreken we nog niet over de personeelskosten, onderhoudskosten, winstmarges, vinificatie-investeringen, stockagekosten, bankkosten, bottelkosten, et cetera die al die jaren vereist zijn.

Maar er zullen wel andere beweegredenen (prestigekwestie; afblokken concurrentie;...) meespelen zeker?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 22 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Olympische Spelen en horeca: medaille met twee kanten

London

De organisatie van Olympische Spelen kan niet alleen een hele regio of stad een ‘boost’ geven, maar betekent vaak ook extra zuurstof voor een aantal industrietakken. Maar dat het niet altijd de bouwsector is die automatisch profiteert van dergelijke mega-evenementen, wordt nog maar eens geïllustreerd door recente Britse prognoses.

 

Als we de studie van de belangrijke wijndistributeur Bibendum en het ingehuurde onderzoeksbureau Local Data Company mogen geloven, zou er over gans 2012 maar liefst voor 1,24 miljard Pond Sterling in de Londense horeca gespendeerd worden aan eten & drinken, waarbij wijn uiteraard een grote rol kan spleen. Ongeveer de helft van dit gepronostikeerde bedrag zal binnenstromen in hotels, ruim een derde in pubs en bars, terwijl zo’n 13 procent in restaurants wordt opgedronken/opgegeten, aldus de berekeningen.

Een meer dan significante toename tegenover 2011 toen er ‘slechts’ 917 miljoen Pond werd uitgegeven. Deze groei van zowat extra 300 miljoen Pond kan volgens dit onderzoek vrijwel geheel op conto van de Olympics geschreven worden.

Leveringen in het gedrang

Maar vooraleer de Londense horecasector reeds vrolijk de polonaise inzet, waarschuwt dezelfde studie toch voor een aantal potentiële stoorzenders tijdens de Zomerspelen die het positieve effect kunnen hypothekeren.

Zo zou ruim een vijfde van de in London gevestigde on-trade horecazaken - 21 procent van het totaal of ruwweg zo’n 2.500 bedrijven - grote hinder ondervinden omdat ze binnen het zogeheten Olympic Route Network liggen. Concreet zullen deze zaken enorme moeilijkheden ondervinden om tijdig bevoorraad te worden, omdat bepaalde wegen tijdens de Olympische Spelen tussen 6 uur ‘s ochtends en middernacht worden afgesloten voor alle niet-Olympisch verkeer. Noodzakelijke leveringen zijn dan zo goed als uitgesloten.

Dit toch reeds hoge cijfer kan zelfs op bepaalde momenten stijgen tot een indrukwekkende 63 procent zaken waar leveringen bemoeilijkt of zelfs tijdelijk onmogelijk worden. Immers: er bestaat ook een Alternative Route Network, dat ingeschakeld wordt bij noodgevallen, en een Venue Olympic Route Network, waarbij wegen buiten het eigenlijke Olympische Park eveneens geregeld worden afgesloten wanneer er manifestaties plaatsgrijpen.

Kortom, de Olympische Zomerspelen in Londen zijn voor de lokale food -en drankensector duidelijk een medaille met twee totaal tegenovergestelde kanten. Leverstiptheid blijkt nu al de Achilleshiel.

Frank Van der Auwera

Foto: TJ Morris op Flickr (Creative Commons licentie)

Geplaatst op 22 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijn en gezondheid: toch een leugen?

Al jaren worden we overspoeld door wetenschappelijke studies die aantonen, of toch minstens serieuze indicaties geven, dat het (matig) gebruik van wijn voor veel mensen een mooie gezondheidsbonus kan opleveren. Vooral rode wijn, rijk aan het antioxidant resveratrol, zou immers onze energiehuishouding en celstofwisseling gunstig beïnvloeden en zo een positief effect hebben op de meest uiteenlopende ziektebeelden waaronder tumoren, borstkanker, dementie, hartinfarcten, trombose, longkanker en zelfs obesitas of diabetes.

Maar zopas kregen veel believers van deze stelling een koude douche toen bekend raakte dat de Amerikaanse vorser Dr. Dipak Das, bekend voor zijn langlopende studies over het positieve gezondheidsimpact van rode wijn, bepaalde onderzoeksresultaten vervalste en zelfs radicaal uit zijn duim zoog. Of het op zijn minst niet al te nauw nam met de statistische zuiverheid van zijn kostelijke research.

60.000 pagina’s op de korrel

De in opspraak gekomen wetenschapper is inderdaad geen derderangsfiguur. Dr. Dipak Das is professor in de medicijnen én directeur van het cardiovasculair onderzoekslaboratorium aan de Faculteit van Medicijnen van de University of Connecticut. Hij publiceert al jaren rapporten waarin de deugden van resveratrol, dat zowel in fruit als in (rode) wijn wordt aangetroffen, werden bevestigd.

Toch rees bij bepaalde wetenschappers stilaan argwaan tegen sommige resultaten en toen een klokkenluider suggereerde dat er op grote schaal gesjoemeld was tijdens de research, begon de universiteit in alle discretie reeds in 2008 met een enquête. Daarin werd een maar liefst 60.000 bladzijden tellende studie, output van zeven jaar onderzoeksactiviteiten van Dr. Das, kritisch onder de loep genomen.

En de uitkomst was ontluisterend. De enquêteurs ontdekten naar verluidt 145 frappante voorbeelden van vervalste of puur gefantaseerde gegevens. De Faculteit van Medicijnen waarschuwde dan ook meteen een tiental wetenschappelijke vakbladen die deze besmette data eerder hadden gepubliceerd. Op dit moment lopen er nog bijkomende enquêtes naar het ‘wetenschappelijke’ werk van Dr. Das, waarbij onder andere ex-medewerkers van zijn laboratorium aan de tand worden gevoeld.

Gevreesd wordt dat uit deze interviews nog meer systematische fraudegevallen zullen opleveren.

Iedereen een verliezer?

Welke feiten nu specifiek vervalst werden - en dus of ze de potentieel positieve gezondheidseffecten van resveratrol al dan niet fundamenteel ondergraven - werd in deze fase nog niet publiek gemaakt.

Maar voor Dr. Das en zijn laboratorium zijn de consequenties nu reeds zwaar. De frauderende wijnprof werd immers op staande voet ontslagen door de Universiteit van Connecticut, instelling waar hij reeds sinds 1984 aan de slag was. Bovendien bevroor de Faculteit voor Medicijnen alle externe onderzoeksfondsen voor zijn laboratorium en weigerde bovendien een overheidsgift van 890.000 US$, die eveneens voor Dr. Das bestemd was.

Mijn reactie? Ik zou mijn glas rode Cabernet of Shiraz er niet voor laten, zelfs als straks blijkt dat Dr. Das zijn hele studie uit de duim zoog. Ten eerste liggen er nog genoeg andere wetenschappelijke rapporten op tafel die wél ernstig en ethisch werden verzameld, en die bovendien ook de potentiële bonus van resveratrol onderschrijven. En ten tweede, nog belangrijker: wijn is gewoon lekker en moet vooral plezier in plaats van een ersatzmedicijn blijven.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 19 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

De oorlog tegen de kurksmaak

Diam
Het ‘kurkprobleem’ blijft, ondanks de inspanningen van de industrie, toch nog geregeld wijnliefhebbers irriteren. Op hygiënisch vlak en qua controles heeft de kurknijverheid beslist grote vooruitgang geboekt, maar vooral als het om oudere, rijpere - en helaas: duurdere - flessen gaat, kan het probleem van de ‘bouchonné’ zuur opbreken.

Ook restaurantuitbaters en sommeliers zitten nog geregeld met zo’n kurkkater, want geschat wordt dat tot 1 op de 15 flessen van courante (goedkope) wijnen en toch nog 1 op 40 à 50 van de exclusievere crus met dit kurkprobleem te kampen krijgt. En dus de facto ondrinkbaar c.q. waardeloos wordt.

Boosdoener TCA

Kurksmaak ontstaat als de kurkstop besmet raakt met Trichloranisol (TCA), waardoor de wijn uiteindelijk die kenmerkende muffe aroma’s en eerder metalige smaak krijgt. TCA is laagdrempelig, wat betekent dat er maar een minieme dosis aanwezig moet zijn om reeds die voor ons zo hinderlijke geuren te ontwikkelen en dus het eindproduct onomkeerbaar te verknoeien. Diverse oorzaken zijn reeds onderzocht die de kurksmaak zouden activeren, zoals het gebruik van chlooroplossingen bij het steriliseren van de kurk.

In het verleden zijn al talrijke pogingen ondernomen om het productieproces zo te organiseren, dat het risico op een geïnfecteerde kurk geminimaliseerd wordt. Zo kwamen wetenschappers van de NASA enkele jaren terug op de proppen met ‘Airocide’. Een purificatieprocédé dat in de jaren ’90 werd ontwikkeld om fruit en groenten vers te houden in de ruimtestations. Hetzelfde procédé werd echter door hen ingeschakeld om natuurkurken te toetsen. Met positief resultaat, zo bleek, want tests wezen uit dat 90 tot 95% van alle TCA-besmettingen in een verzegelde ruimte binnen de 24 uur werden geëlimineerd. (lees: Kurkprobleem definitief uit de wereld?).

Daar is Diam

Recent horen we in vakkringen echter steeds meer spreken over de ‘Diam’, een speciaal aangepast kurktype dat reeds in 2005 op punt werd gesteld door de groep Oeno, maar nu volop door de Fransman Pascal Popelier wereldwijd wordt gepromoot. Blijkbaar met groeiend succes, want van deze Diam worden nu reeds in alle stilte per jaar circa 1 miljard stuks geproduceerd. Zo onderstreept expert Pascal Popelier dat er reeds 100 miljoen flessen Bordeaux - circa 1 op de 7 - per oogst met deze nieuwe kurkvorm worden afgesloten, zij het vooral in het prijsgunstige genre. De grands crus houden blijkbaar voorlopig nog de boot af en beperken zich tot de klassieke natuurkurk. De kans dat u echter al een Diam-fles hebt ontkurkt, wordt met dag groter.

Naar verluidt is de Diam-kurk gegarandeerd vrij van kurksmaak dankzij een uniek gepatenteerd fabricageproces. “Nous avons breveté un processus de fabrication unique mené dans notre usine d'Extremadura, au sud-ouest de l'Espagne", aldus Popelier in een recent interview.

Concreet wordt de kurk geplet waarbij al zijn moleculen worden onttrokken en geëlimineerd. Na dit proces blijft er slechts een poeder over, dat totaal neutraal én gepurifieerd is. Dat wordt vervolgens geagglomereerd met zogeheten microbilles (microbolletjes) plus een bindmiddel. In een volgende productiestap worden dan kurken van het type Diam individueel gegoten in de gewenste vorm, bijvoorbeeld volgens diverse grootte of hun bestemming (voor mousserende of stille wijnen?).

Het oog wil ook wat

Niet alleen is zo alle risico op kurkaantasting verdwenen, maar extra voordeel van dit procédé - althans voor de producent - is dat men zelfs schorsafval van de kurkeik kan gebruiken om zo’n Diam-kurk samen te stellen. Uiteraard reflecteert zich dat ook in de prijzen, want de Diam kan op deze tegenwoordig bijzonder concurrentiële markt zijn prijskaartje goed scherp positioneren.

Is dit dan met andere woorden de Reddende Engel voor de ganse wijnindustrie? Helaas bezit ook de Diam een zwakke plek: zijn ‘looks’. Visueel ziet de koper immers meteen dat het om een samengesteld product gaat, dat inderdaad niet zo mooi oogt als de klassieke natuurkurk.

Vandaar dat voorlopig de opmars van deze ‘veilige’ kurk beperkt blijft tot wijnen in het prijssegment 3 à 12 euro, maar de exclusievere crus niet meteen toehappen. Want die beseffen maar al te best dat het totaalimago van een fles letterlijk geld waard is.

Frank Van der Auwera

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer