augustus 2009

Geplaatst op 31 augustus 2009 door Wijntijd 0 reacties | Reageren

Coca Cola is een kind van Franse wijn

Picture-8 Zomer komkommertijd? Vergeet het: een wijnliefhebber blijft zeker niet op zijn dorst. En sprokkelt soms verrassend nieuwtjes. Zo las ik onlangs tot mijn grote verbazing in de economische pagina's van de Franse krant Le Figaro dat er een historische link bestaat tussen enerzijds Coca Cola - de moeder van alle cola-frisdranken - en anderzijds Franse wijn.

Inderdaad, ik heb niet te diep in het glas gekeken. Ik weet wel dat elke rechtgeaarde wijnfan 'cola' zowat als de tegenpool en natuurlijke vijand beschouwt van zijn/haar geliefde druivendrank, maar toch kunnen we niet voorbij dit naakte historische feit: de fabricage van Cola is geïnspireerd op (Franse) wijn.

Cola en Corsica

Hoe zit de steel nu in de vork of eerder de wijn in de cola?

De legendarische uitvinder van Coca Cola, Dr. John Pemberton, inspireerde zich namelijk bij het brouwen van zijn 'magische drank' op een zoete versterkte wijn uit Corsica. Hij vermengde op zijn beurt wijn met cocabladeren en commercialiseerde die in de jaren ’80 van de 19de eeuw als remedie tegen onder meer zware hoofdpijn. Verrijkt met colanoten verscheen de drank voor het eerst in 1885 in Atlanta onder de alleszeggende naam 'Pemberton's French Wine Coca'. Dus zelfs in zijn etikettering was de connectie met Franse wijn van meet af aan duidelijk.

Maar in datzelfde jaar stelde Atlanta officieel een strenge drooglegging in, wat maakte dat John Pemberton zijn nu plots illegale succesdrank moest herb(r)ouwen. Hij zocht en vond een nieuw receptuur, waarin hij de wijn verving door spuitwater. Het kind kreeg eveneens een nieuwe doopnaam: Coca-Kola. In die periode schreef de Amerikaanse wetgever namelijk voor dat de samenstelling van een product duidelijk de naam van de ingrediënten moest bevatten.

De rest is geschiedenis. De 'K' van 'Kola' werd een 'C', de flesjes kregen hun nog altijd bekende cursieve lettergrafiek en de commerciële opmars kon beginnen. En zo verdween de wijncomponent voor eens en altijd uit het flesje cola...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 28 augustus 2009 door Wijntijd 0 reacties | Reageren

Koning Discount regeert in Britse wijnhandel

Rodewijn In veel sectoren zijn de orderboekjes een stuk minder gevuld dan pakweg twee jaar geleden, maar de Belgische wijnhandel boert nog relatief goed. Voorlopig lijkt ons wijncircuit inderdaad grotendeels gespaard van herstructureringen, banenverlies of spectaculaire omzetdalingen - de Belg blijft wijn drinken, alhoewel met een kritischer budget - , maar dat er toch enige druk op de ketel staat, zal niemand ontkennen.

De meeste wijnhandelaars die ik de voorbije maanden en weken sprak over de marktsituatie, hadden het over een surplaçende omzet, daar waar ze de vorige jaren makkelijk 10 à 15 procent per boekjaar groeiden. Slechts in één niche sneuvelt nog steeds het ene record na het andere: de verkoop van de mousserende cava's. Daar hoor ik omzetstijgingen op jaarbasis in de double digits.

Voorlopig geen vuiltje aan de lucht dus? Het kan natuurlijk ook zijn dat de echte gevolgen op onze (overbevolkte) Belgische wijnhandel pas eind dit jaar duidelijker contouren aannemen. En er dan misschien een shake-out plaatsgrijpt of nieuwe samenwerkingsverbanden 'van moetes' worden gesloten.

Maar in het Verenigd Koninkrijk, waar de wijnhandel al wél enkele rake klappen kreeg, gooit men het ondertussen - zolang de wereldeconomie niet structureel opveert - reeds over een andere boeg: daar wordt wijn met soms onvoorstelbare kortingen verkocht. Vooral speciaalzaken die veel 'grote' (dure) namen in hun portfolio hebben steken, willen hun flessenvoorraad namelijk liever tegen scherp verlaagde prijzen kwijt, dan ze te blijven stockeren. Zo hopen ze de gevolgen van de recessie te keren en de liquiditeitsstroom op gang te houden.

Mouton 1986 aan halve prijs

Een frappant voorbeeld van deze 'radicale retailing' is de bekende wine marchant Berry Bros. & Rudd. Die organiseerde onlangs in zijn fabrieksshop in Basingstoke een 'Fine Wine Weekend'. Geïnspireerd op de outlet-formule van merkkledij, waarbij zowel kleinere als grote wijnen tijdelijk flink werden afgeprijsd.

Blijkbaar met gigantisch succes, want volgens een bron binnen het bedrijf sneuvelden tijdens dit koopjesweekend alle verkooprecords, zelfs die van de kerstperiode. De omzet van de shop lag 19 procent boven dezelfde periode vorig jaar en ook liepen er nog eens 17 procent méér bestellingen binnen.

Vanwaar deze koopwoede? Dat de Britten massaal het relatief goedkope private champagnelabel van Berry Bros. & Rudd. buiten sleepten, lag voor de hand. Zeker omdat deze bestseller nog eens met een korting van maar liefst 25 procent werd aangeboden.

Maar de wijnfanaten kwamen ook in bosjes af op de "Grote Namen'.

Wie er snel bij was kon zo zelfs flessen Château Mouton-Rothschild uit de legendarische 1986 (!) oogst bemachtigen tegen 425 pond per fles. Een koopje, als we bedenken dat het prijskaartje in het Verenigd Koninkrijk normaliter rond de 851 pond schommelt. Kortom: halve prijs. De Spaanse icoonwijn Vega Sicilia 1995 Unico die normaal 240 pond moet kosten, werd tegen 145 pond in de vitrine gezet.

Ik geef toe, nog altijd flinke prijskaartjes, maar voor wie de 'goesting' en het 'geld' heeft, toch buitenkansen om zo'n bijna onvindbare cultwijn in zijn/haar kelder te krijgen. Om straks te ontkurken als de economie weer vrolijk boomt...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 27 augustus 2009 door Wijntijd 0 reacties | Reageren

Wijn in India: tussen vloek en zegen (deel 2)

Er is nog relatief weinig ruchtbaarheid aan gegeven - tenzij in de Angelsaksische media, die van nature nog altijd graag het Gemenebest-gevoel uitstralen - , maar Indage Vintners (IVL), de oudste en voorlopig nog meest belangrijke wijnholding in India, zit in de puree met zijn personeel.

Een groep van nu al zeker 60 werknemers, verspreid over gans het land, heeft officieel een klacht ingediend bij de politie - onder meer in Mumbai - omdat ze naar verluidt als 3 tot 8 maanden geen salaris kregen uitbetaald.

Nochtans probeert de legendarische chairman van Indage, Shamrao Chougule, die door vriend en vijand wordt beschouwd als dé pionier die de Indische wijnindustrie in de steigers heeft gezet, het conflict te blussen. Hij verspreidde zelfs een communiquée waarin o.a. deze alleszeggende (en tegelijk nietszeggende) zin: “The hardship caused to the employees and their families will remain a nightmare for me for my lifetime.”

Maar blijkbaar had het personeel de voorbije maanden al teveel water in zijn wijn moeten gieten, want nu lijkt er een serieus juridisch staartje te komen aan dit sluimerend sociaal conflict. Vooral omdat de deadline van 5 augustus, waarbij IVL plechtig beloofde alle openstaande salarissen te honoreren, niet werd gehaald. Er werd daarom door het gedupeerde personeel, zoals de Indische arbeidswet het voorschrijft, tegen de top van Indage een petitie met een 'Breach of Employment Terms' ingediend bij de officiële instanties.

Quasimonopolist in de problemen

Dit conflict kan niet op een slechter moment komen, omdat de Indage-groep al een tijdje in slechte papieren zit en naar verluidt structureel een enorme schuldenlast meetorst. De voorbije maanden heeft de onderneming daarom al in een eerste reddingsoperatie een aantal wijnfaciliteiten over heel India gesloten, onder druk van de almaar dalende verkoop en het krimpend marktaandeel.

Waarnemers zagen deze duikeling al langer aankomen, omdat Indage lang een quasimonopolist was in de Indische wijnbusiness en blijkbaar dacht dat de sky the limit was. Dus: continu vooruitliep op de in hun ogen gegarandeerd groeiende wijnconsumptie in eigen land. Medio 2008 was Indage bijvoorbeeld nog goed voor méér dan 40 procent marktaandeel van de thuisconsumptie, wat de verkoop van zo'n 1,5 miljoen kisten wijn (van telkens 12 flessen) vertegenwoordigde. En alle rapporten spraken toe over 'verdubbeling' in de komende periode.

De economische wereldcrisis heeft Indage echter structureel door elkaar geschud en ondertussen heeft de concurrentie daarvan blijkbaar kunnen profiteren om grote brokken van de thuiswijnmarkt af te snoepen. Volgens kwatongen is daardoor dit 40 procent thuismarktaandeel van Indage zelfs dramatisch verschrompeld, alhoewel exacte cijfers voorlopig ontbreken.

Te grote ambities

Waar is het dan in hemelsnaam misgelopen? Volgens analisten ontstonden de problemen omdat Indage 'overzees' té ambitieuze projecten opzette, o.a. door dure acquisities in Australië en het Verenigd Koninkrijk. In de twee jaar voor de economische crisis losbarstte en drijvend op de toen florissante aandelenbeurzen, nam Indage effectief twee wijnhuizen over down under en kocht bovendien een bottelingsfaciliteit in het Verenigd Koninkrijk.

Blijkbaar heeft het bedrijf toen enorme hoeveelheden aandelen in de markt gepompt, speculerend op jaren van continue groei. Maar vanaf november 2008 stortte het kaartenhuisje in elkaar en één van de uitwegen van het liquiditeitsprobleem was het uitstellen van de salarissen.

Shamrao Chougule mag in zijn brief aan het personeel dan nog ter elfder ure proberen de brokken te lijmen - “I have travelled a long distance in taking this pioneering industry to a level of global glory. I am sure the current temporary aberration will not result in any casualty so long, as all of you have desire and dedication to the cause” - maar feit is dat het boegbeeld van de locale wijnindustrie in India zich in een belabberde situatie bevindt. En dat voorlopig niemand echt een uitweg uit de crisis ziet.

De wet van de remmende voorsprong? Of simpelweg: slecht management?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 26 augustus 2009 door Wijntijd 0 reacties | Reageren

Wijn in India: tussen vloek en zegen (deel 1)

Indiaflag De voorbije weken werd er op wijngebied zowel koud als warm geblazen in India, dat als economische grootmacht ook een steeds belangrijkere 'target market' wordt voor zowel de thuisindustrie als de internationale wijnbusiness.

Laten we in deze eerste blogpost beginnen met het goede nieuws.

Ondanks het feit dat er in sommige deelstaten nog steeds zware taksen op geïmporteerde wijn kleven en er soms zelfs een fanatieke anti-alcohollobby actief is, meestal religieus geïnspireerd, blijkt dat steeds meer jonge, koopkrachtige, goed opgeleide twintigers en dertigers wijn hebben aanvaard als lifestyle-product en statussymbool.

Voor steeds meer jonge Indische kaderleden en high potentials wordt wijn de uitverkoren drank om met plezier te drinken tijdens de maaltijd, bij speciale gelegenheden of gewoon om zich te ontspannen met vrienden of familie. En dat ten nadele van andere 'westerse' sterke dranken, zoals whisky of rum.

Het staat chique

Indische kranten staan de laatste maanden bol van dit soort wijntrendanalyses en getuigenissen, zoals deze van ene Singh (een naam waarvan er in Indië tussen haakjes honderdduizenden rondlopen) die de huidige stemming onder de jonge consumenten perfect verwoordt: “I used to drink whisky earlier - but not any more. Wine is my drink now - I guess that's also because I go for business luncheons and dinners, where others around me drink wine.”

De pendel is dus duidelijk ten voordele van wijnconsumptie geslingerd. Het lijkt nu 'bon ton' onder de Indische nieuwe generatie: wijn wordt gezien als 'hot', 'chic', 'smart' en 'fashionable', zelfs meer respectabel dan andere dranken, ook onder de vrouwelijke bevolking. Vooral rode wijn is razend populair, populairder alvast dan witte wijn of rosé, omdat veel nieuwe consumenten oordelen dat de aroma's en smaken veel beter harmoniëren met hun soms kruidige Indische keuken. Vooral importwijn met een Frans, Australisch en Italiaans label wordt steeds frequenter gedronken door deze 'Nieuwe Generatie'.

Een ander fenomeen dat wijst op een toenemende interesse in wijn: de meer klassieke wijnclubs in metropolen als Delhi, tot nu toe voorbehouden aan en bevolkt door seniors in de beste Britse traditie, zien plots hun ledenbestand uitbreiden met wijnenthousiaste twintigers en dertigers. Vooral de luxewijnmarkt bevindt zich momenteel in een explosieve groeiperiode, waarbij de consumptie tussen 2004 en nu haast verdrievoudigd is.

Maar net op het moment dat een buitenstaander zou concluderen dat de lokale wijnindustrie moeiteloos in dit enorme marktgat moet springen, blijken er zaken grondig mis te lopen bij de Indische numero uno. Daar focussen we morgen op.

Frank Van der Auwera

<

Lees morgen: Wijn in India: tussen vloek en zegen (deel 2)

Geplaatst op 22 augustus 2009 door Wijntijd 0 reacties | Reageren

Krijgt Beaujolais straks een classificatie?

Beaujolais is altijd al het 'kleine broertje' gebleven van de Bourgogne. Commercieel en zeker qua prijs of reputatie moeiteloos overschaduwd door de crus van de Côte d’Or. Voor een flink stuk eigen schuld, want door jarenlang schaamteloos te profiteren van de (vaak ordinaire) 'Beaujolais Nouveau' en 'Beaujolais Primeur' rage - soms meer limonade dan volwassen wijn -, heeft men in de Beaujolais toch zijn kwaliteitsimago een flinke knauw toegebracht.

Het feit dat de appellatie ondertussen toch 10 crus kent die aan specifieke ‘villages’ gekoppeld liggen (denk maar aan Morgon, Fleurie,…) en die vaak wél serieuze kwaliteitswijnen voortbrengen, is voor veel consumenten nog een gesloten boek. En zo blijft het internationale succes en vooral de impact van deze 10 villagewijnen eerder beperkt.

Hitparade van terroirs

Een andere handicap van de Beaujolais is tevens dat de regio over geen echte classificatie of zelfs identificatie beschikt van zijn terroirs of lieu-dits. Kortom: voor velen blijft het ganse gebied één pot. Of zoals Guillaume de Castelnau, voorzitter van de Union des Crus de Beaujolais, het in een recent interview verwoordde: “Beaujolais beschikt wel degelijk over de terroirs om grote wijn te maken, maar we zitten nog altijd opgezadeld met het imago van de Beaujolais Nouveau. En liggen daardoor 50 jaar achter.”

Die vijftig jaar achterstand wil men nu versneld bijbenen door het lanceren van twee parallelle studies. Deze studies moeten immers de verschillen qua terroir eindelijk 'grondig' in kaart brengen, waarna later op basis van de resultaten dan misschien een volwaardige classificatie kan opgesteld worden.

De eerste studie zal specifiek de samenstelling van de bodemtypes en de topografie van de hellingen onderzoeken, terwijl de tweede exclusief focust op het microklimaat binnen de diverse subgebieden van de Beaujolais.

Klaar voor de afrekening?

En dan kan waarschijnlijk een zoveelste 'burenoorlog' losbreken, waarbij ontevreden wijnmakers - die in een 'slechter' terroir worden onderverdeeld - van de ene rechter naar de andere rechtbank spurten?

Want op basis van deze twee studies zal het I.N.A.O., de Franse waakhond over de appellations, via degustaties moeten akkoord gaan dat er wel degelijk een stilistisch en kwalitatief verband bestaat tussen enerzijds de 'terroirs' die beide studies identificeerden en anderzijds de geproduceerde wijnen.

Dat zelfs de Union des Crus de Beaujolais heibel verwacht na publicatie van beide onderzoeken, mag blijken uit het feit dat men nu al een legertje advocaten heeft ingehuurd om te anticiperen op mogelijke disputen. Beter voorkomen dan genezen. Tevens wordt er aan een protocol gewerkt dat vastlegt hoe straks de degustaties moeten verlopen die de link terorir-kwaliteit moeten toetsen.

Applaus voor de vooruitziende blik van de 'Union', maar ik geef ze toch weinig hoop dat hiermee alle plooien kunnen gladstrijken worden. De ervaring leert helaas dat om het even welke classificatie of poging tot herclassificatie in Frankrijk linea recta uitmondt in een jarenlange 'clash of crus'. En dat na alle inspanningen en investering vaak de 'oude' situatie weer in ere wordt hersteld.

Benieuwd of de Beaujolais deze vloek kan keren.

Frank Van der Auwera

Beaujolais

Geplaatst op 21 augustus 2009 door Wijntijd 6 reacties | Reageren

Grüner Veltliner kent eindelijk beide ouders

Grüner Veltliner is zonder twijfel de meest boeiende druivenvariëteit in Oostenrijk. En om eerlijk te zijn, zelfs één van de meest interessante witte soorten tout court in Europa. De gemiddelde kwaliteit van dit ras ligt doorgaans bijzonder hoog en de eindproducten combineren een evenwichtige dosis mineraliteit, kruidigheid en fraîcheur op soms onnavolgbare wijze. De betere cuvées blijken bovendien gastronomische passepartouts, die niet makkelijk van tafel geblazen worden.

Speuren naar pedigree

Uiteraard fascineert zo'n topprestatie wijnwetenschappers, die maar al te graag de pedigree van deze unieke druvienvariëteit in kaart willen brengen. Zulke wetenschappelijke speurtocht naar het ouderschap van een bepaalde variëteit gelijkt soms op een Olympische discipline, waarin massa's energie, knowhow én geld worden geïnvesteerd.

Een schoolvoorbeeld is de origine van de (Californische) Zinfandel, die daar als 'heritage grape' wordt beschouwd, de druif die de Califronische wijncultuur het best belichaamt. Na jaren onderzoek van de DNA-profielen ontdekte het team van professor Carole Meredith, een team dat eerder al het ouderschap van o.a. Cabernet Sauvignon, Chardonnay en Syrah wetenschappelijk had aangetoond, immers dat de (Italiaanse) Primitivo-druif en de (Amerikaanse) Zinfandel in essentie twee nazaten zijn van één gemeenschappelijk oerdruif. In casu de Kroatische Crljenak Kaštelanski, een ras dat via immigratiestromen en een Italiaans ommetje uiteindelijk in Californische bodem belandde. En daar een succes story werd.

Nog één druivelaar overleefde

Maar wat de Grüner Veltliner betreft, bleef het ouderkoppel lang een puzzel. Eén ouder had men al wel ontdekt, namelijk de Traminer-druif, maar nu lijkt de bloedband definitief vastgesteld: Grüner Veltliner stamt namelijk af van een wijnstok die werd aangetroffen in St. Georgen, een voorstad van Eisenstadt, dus in Burgenland op Oostenrijkse bodem. Deze wijnstok wordt beschouwd als de nog enige overlever van deze variëteit, die nu officieel (en uitermate logisch...) St. Georgen werd gedoopt.

Of deze St. Georgen nu de 'moeder' dan wel de 'vader' van de Grüner Veltliner is, dààr zijn de expert het nog niet over eens, maar duidelijk is wel dat de karakteristieken van de St. Georgen-druif veel sterker tot expressie komen in de Grüner Veltliner, dan de kenmerken van de reeds gekende ouder, de Traminer.

Momenteel werkt men ijverig aan de vermenigvuldiging van deze zeldzame St. Georgen-stok, in de hoop binnen enkele jaren zo een unieke 100 procent St. Georgen- cuvée te kunnen produceren.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 19 augustus 2009 door Wijntijd 0 reacties | Reageren

130.000 liter Duitse wijn vernietigd

Wijngebroken Waarschijnlijk bent u tijdens één of andere vakantie in Frankrijk, Italië, Spanje, Portugal... ook al eens toevallig een wijnhuis binnengestapt, waarbij u - ondanks de zomerse temperaturen buiten - meteen kippenvel kreeg.

Kippenvel door het schrijnende gebrek aan hygiëne, de rondslingerende rommel, de verouderde vinificatietoestellen. Zelfs een leek stelt zich dan spontaan de vraag: hoe kan men in zo'n situatie ooit kwaliteitswijn produceren? Of nog: worden zulke domeinen dan nooit gecontroleerd?

En zeker: waar is hier de uitgang?

Sjoemelen met schimmel

Om u toch enigszins gerust te stellen: er grijpen inderdaad inspecties plaats in Europese wijnhuizen, zij het met sterke verschillen per regio of appellatie. Vergelijk het met onze controles van de voedselinspectie in de Belgische horeca: ernstig maar met mondjesmaat, wegens constante onderbemanning.

Maar af en toe druppelt zo'n hygiënedossier in de wijnsfeer ook de internationale media binnen. Zo raakte bekend dat in Duitsland, en meer bepaald het Rheingau wijngebied, de politie en de wijncontroleautoriteiten 130.000 liter wijn confisceerden, respectievelijk 90.000 liter die nog in hun stainless tanks dreven en 40.000 reeds gebottelde liter.

Het motief bleek volgens het proces verbaal de “walgelijke onhygiënische situatie van de wijnkelder”. Zo groeiden er ondermeer schimmels op de tanks en in de opslagruimte van de flessen.

De identiteit van het domein in kwestie wordt voorlopig nog geheim gehouden, maar kwatongen roddelen dat het gaat om een oudere eigenaar van een wijndomein 'met een zeer lange traditie'. Het raden kan nu beginnen!

De in beslag genomen wijn werd uiteraard vernietigd en de wijnmaker kan een fikse boete in zijn bus verwachten. Bovendien krijgt hij gegarandeerd een rechtszaak wegens fraude aan zijn broek, want bij de controle bleek dat duizenden flessen op de markt werden gebracht met zogezegd officiële A.P.-controlenummers, codes die echter nooit werden toegekend.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 17 augustus 2009 door Wijntijd 0 reacties | Reageren

Chianti wil 20 procent achterhouden

Chianti Hoe koel je een (export)markt af die de grootste moeite heeft om commercieel tempo te houden?

Je kan natuurlijk aan de bron gaan snoeien en je productie (oogst) beperken door o.a. rooicampagnes te subsidiëren. Alles wegdistilleren. Of de prijzen in de rekken via drastische discountcampagnes verlagen, maar in de Chianti-regio heeft men blijkbaar nog een alternatieveweg gevonden: men houdt er gewoon een deel van de oogst in de kelders tot 'het economisch beter wordt'.

80 procent als plafond

Een scenario uit een humoristische reeks volgens u ? Vergeet het, want precies deze boodschap verzond het Consorzio van de Chianti Classico onlangs in een brief naar haar leden - officieel zelfs ondertekend door de president Marco Pallanti van het befaamde Castello di Ama - waarin deze belangenorganisatie zich hoogst verontrust toont over de krimpende afzetmarkt, met name in de Verenigde Staten.

Natuurlijk verwachtte iedereen die over een portie gezond verstand beschikt, na de mondiale financiële crisis van het voorbije semester, dat de wijnexport flinke klappen ging incasseren. Maar het Consorzio van Chianti maakt zich vooral zorgen over het feit dat zelfs het prijskaartje van bulk Chianti Classico alleen al in 2008 met maar liefst -12 procent kromp, waarbij als toetje nog eens een terugval kwam met opnieuw -10 procent gedurende het eerste trimester van dit jaar.

Daarom souffleert het Consorzio de leden nu een hoogst ongewone blocco delle vendite. In mensentaal vertaald: men wil dat de Chianti-producenten tot een vijfde van hun totale productie van de oogst 2009 minstens extra 24 maanden achterhouden, dus niet op de internationale markt introduceren vooraleer de economie hopelijk weer opveert.

Wijnhuizen in de Chianti Classico zone zullen met andere woorden maar maximaal 80 procent van hun jaarproductie mogen aanbieden om zo de markt mee te stabiliseren.

Schijnmaatregel?

Een op het eerste gezicht vrij radicaal advies dat wel aantoont dat zelfs bekende appellaties of D.O.C.'s niet langer onaantastbaar zijn in de huidige economische context. Zelfs de Italianen niet, die vaak toch op extra clementie kunnen rekenen bij heel wat consumenten, zeker in België.

Maar is deze maatregel zo dramatisch als ze lijkt?

Voor de producenten van Chianti Riserva's - momenteel toch goed voor 20 procent van de totale Chianit Classico-oogst - maakt het advies alleszins geen verschil, omdat hun wijnen toch al wettelijk verplicht tot twee jaar (vat)opvoeding genieten alvorens gecommercialiseerd te (mogen) worden.

Het Consorzio zegt het dus niet zo expliciet, maar mikt eigenlijk op een beperking van de bulkwijnen die onder het Chianti-label momenteel de markt overstromen, soms tegen heel lage verkoopprijzen. Om over hun kwaliteit nog te zwijgen. Als men op die manier namelijk een artificiële schaarste kan creëren, kunnen straks hopelijk de prijsniveaus opnieuw stijgen, zo is de impliciete redenering.

En wentelt men tenminste de potentiële imagoschade af voor gans de Chianti-productie. Want stel je voor dat de bulkwijnen plots serieus in hun prijskaartjes moeten knippen en de afstand met de duurdere betere Chianti's en riserva’s nog groter wordt, hoe zal de internationale wijnliefhebber dan reageren op deze appellatie die al zo lijdt onder de heterogeniteit van haar jaarlijkse output?

Alternatief weggestemd

Over een alternatieve oplossing lijkt ondertussen echter niemand te praten of wakker van te liggen: een veel strenger plafond voor de rendementen die jaarlijks in deze regio worden gerealiseerd. Beperk het volume wijn dat onder Chianti-label mag gebotteld worden en wees vooral strenger bij de controles en degustaties. Dat lijkt toch een redelijk standpunt waar elke consument van droomt?

Naar verluidt hebben de leden van het Consorzio zo'n rendementsbeperking echter zonder aarzelen naar de vuilbak gestemd, ten voordele van de voorgestelde 20 procents-blokkage.

Of: hoe men wel zogezegd het collectieve imago wil redden, maar zonder ondertussen ook maar één millimeter in eigen vlees te snijden...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 16 augustus 2009 door Wijntijd 0 reacties | Reageren

Druivenplukken wordt plots een populaire job

Druiven Ooit al eens, zelfs maar voor één dag, de 'vendange' meegelopen? Dus mee de druiven geplukt die maanden of jaren later pas in flessenvorm op onze tafels verschijnen?

Wie dit plukexperiment ooit aan den lijve heeft ervaren, weet dat het hier om hard labeur gaat, minder bucolisch dan in de boekjes wordt gesuggereerd. En bovendien een fysieke aanslag op onze ruggenwervels, knieën, ellebogen en eelterige handen, om nog te zwijgen van de soms stekende zon.

Wie dan 's avonds doodmoe, na het drinken van meestal ordinaire bulkwijn uit het zuiden die de domeineigenaar aan zijn plukkers gunt, doodvermoeid op zijn matras neervalt, heeft dan automatisch het gevoel van 'dit nooit meer'. Maar de volgende dag is er de kameraderie, het contact met de natuur én de handenarbeid en all is forgotten and forgiven...

Plukken als inkomstenbron

Ik moest er aan denken, niet alleen omdat straks weer de oogstkoorts in Frankrijk losbarst, maar ook omdat ik dit jaar tientallen 'exclusieve' invitaties heb ontvangen om ter plekke effectief mee te plukken. Zelfs op gerenommeerde châteaux. In mijn geval als wijnprofessional zal dit natuurlijk vaak meer in show dan hard werk uitmonden, want de relatievorming en diners met de eigenaars zullen méér doorwegen dan het aantal volle manden gezonde druiven die ik binnenbreng. Vandaar dat ik ze ook consequent weiger.

Maar nogmaals: in al die jaren dat ik over wijn schrijf is dit wel het piekjaar. Als ik het werkelijk wou en positief reageerde op alle uitnodigingen, zou ik op mijn eentje minstens 1 procent van de totale Franse wijnoogst eigenhandig kunnen plukken. Maar ik weet gelukkig wel beter: ik zit veel liever aan de proef -of eettafel bij het afgewerkte product.

Maar het gekke is dat in regio's waar nog massaal manueel wordt geplukt - in veel appellaties gebeurt zo'n oogst eerder op beperkte schaal en zijn het familieleden of vrienden die een handje/tandje bijsteken - deze plukarbeid tot voor kort een exclusiviteit was voor migranten en vaak slechtbetaalde seizoenarbeiders. Vergelijk het met de Siks die jarenlang het Limburgse fruit kwamen/komen oogsten.

Maar nu blijkt plots dat in deze crisistijden de 'traditionele' plukkers en migranten van deze toch heel tijdelijke arbeidsmarkt in Frankrijk worden verdrongen. Verdrongen door 'autochtone' Fransen, de ook een euro willen bijverdienen, zelfs via de harde labeur van het druiven plukken.

Beaujolais het beginpunt

Die trend bleek voor het eerst overduidelijk toen een week geleden de Beaujolais, een regio die jaarlijks tot zo'n 50.000 druivenplukkers tijdelijk rekruteert, tijdens het eerste selectieweekend overspoeld werd met nieuwe kandidaten.

In dit geval: met werkeloze Fransen, gepensioneerden en studenten, die zo hun inkomen willen aandikken. De kans dat deze 'autochtonen', waarvoor men tussen haakjes vaak geen extra logement moet verzorgen, de migrantenplukkers zo verdringen, is plots heel reëel geworden. Met alle conflictstof van dien.

Benieuwd of dit dé trend wordt in elke appellatie wanneer straks de vendanges écht losbarsten.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 14 augustus 2009 door Wijntijd 0 reacties | Reageren

Fastfood ontdekt wijn

Burger Blader even terug in deze rubriek en u merkt meteen dat internationaal steeds meer fastfoodketens plots het fenomeen 'wijn' ontdekt hebben. Zo experimenteert zelfs het koffieketen Starbucks in de Verenigde Staten met formules waarbij wijnconsumptie een integraal deel wordt van de totale ambiance in hun 'nieuwe' vestigingen (zie Starbucks: een boontje voor wijn?).

Maar blijkbaar is het stilaan een nieuwe trend in heel Amerika geworden, nu at ook Burgerville - een relatief kleiner voedingsketen actief in de Pacific Northeast - eveneens gradueel wijn en bier wil introduceren op zijn drankenkaart. Kaart die tot dan klassiek door frisdranken werd gedomineerd, zoals bij alle concurrenten.

“The guests have been surprised but very pleased with the idea” dixit de president van Burgerville, Jeff Harvey.

Wijn als must

Ook andere grills en fastfoodvestigingen in de V.S.A. lijken, zij het nog schuchter, dit voorbeeld te volgen. Uit noodzaak natuurlijk, want iedereen wil zijn krimpende inkomsten en winstmarges compenseren en via het wijnaanbod ook de loyaliteit van een bepaald cliënteel verhogen.

Wat tot voor kort nog 'not done' was in de fast food, lijkt onder impuls van de economische crisis dus plots wél mogelijk: de reuzenbekers cola moeten nu de glazen wijn naast zich dulden. Zeker fastfoodrestaurants die zich in de Verenigde Staten een 'premium'-imago aanmeten, kunnen deze dagen blijkbaar niet meer zonder een (beperkte) wijnkaart. Of ze worden als oubollig gepercipieerd.

Bij heel deze ontwikkeling hebben we, als nuchtere Belgen, toch enkele bedenkingen.

Eén: wanneer beginnen ook de McDonalds en Quicks in België met zo'n aanbod van wijn? Wordt er hier ook met het idee gespeeld?

Twee: hoe zal dit specifieke wijnaanbod er uit zien? Alleen maar Nieuwe Wereld-wijn? Per glas of in een anonieme karaf? En wat is de prijsdrempel voor dit fastfoodpubliek?

En drie: het is maar te hopen dat, wanneer dit echt dé trend wordt van de komende jaren in de fastfood, wijn er niet in plastieken bekertje wordt geserveerd of in die walgelijke bistroglaasjes, waarin alleen fruitsap tot zijn recht komt. Want dan drinken we liever cola.

Frank Van der Auwera

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer