Léoville Las Cases lanceert tweede wijn
Het is een tijdje relatief stil geweest rond de zogeheten 'deuxième vins' of tweede wijnen van de grote Bordelaise kastelen.
Vooral eind de jaren ’80 en begin de jaren ’90 van vorige eeuw kwamen die nochtans massaal opzetten. En wonnen het hart (en de portefeuille) van menige Bordeauxliefhebber.
Geen gloednieuw idee
Met tweede wijnen werden (en worden nog steeds) vooral de 'kleine' labels bedoeld van een domein. Cuvées die toch een bloedverwantschap vertonen met de topwijn, dus beduidend méér betekenen dan een generieke basiscuvée.
Wijn kortom die doorgaans werd samengesteld vanuit hetzelfde basisterroir, maar wel van druiven afkomstig van diverse percelen (bvb. andere, minder gunstige ligging qua microklimaat). Of een cuvée op basis van druivenmateriaal van vooral de jonge stokken. Fruit dat kwalitatief perfect in orde was, maar waarvan de vaten toch net niet geschikt werden bevonden om in de 'grand vin' geassembleerd te worden, kregen op die manier een tweede leven 'op niveau' via het tweede label. Bovendien maakte deze jongere versie doorgaans ook een kortere eiklagering mee dan de grote broer of verschilde de druivenblend van 'grote broer'.
Tussen haakjes: echt spiksplinternieuw is het concept niet, want onder meer in de archieven van château Pichon Longueville Comtesse de Lalande was al in 1874 sprake van een exportzending van een tweede wijn richting het tsarenhof. Ook andere Grote Namen ontwikkelden al véél langer hun deuxième vin, waaronder château Margaux, dat al sedert 1904 zijn 'Pavillon Rouge' produceert.
1/3 van de prijs
Dat vooral de grote, peperdure kastelen uit de bekende appellations zoals Pauillac, Saint-Julien of Margaux in de jaren '80 plots collectief met deze juniorlabels afkwamen, had vooral bedrijfseconomische redenen.
Eerst wilden ze natuurlijk incasseren op hun reputatie van cultwijn en met name ook alle beschikbaar druivenmateriaal optimaal verkopen i.p.v. 'braderen' richting groothandel voor de productie generieke (lees: goedkope) Bordeaux.
Verder kregen ze zo een unieke kans hun klantenbestand te verruimen op een moment dat het prijsniveau van hun 'grand vin' astronomisch hoog werd en voor veel consumenten werkelijk onbetaalbaar, aangezien de doorsnee-deuxième vin zowat 1/3 van de grote versie kostte/kost. In zekere zin zorgden deze tweede merken ook voor een kwaliteitsopstoot, aangezien er toch objectief een verschil diende te blijven tussen de 'eerste' en 'tweede' wijn. Hoe beter de deuxième vin dus werd, hoe complexer op papier ook de grand vind diende te worden.
Sommige van deze tweede wijnen gingen echter een eigen leven op de wijnmarkt leiden en bereikten op hun beurt zelfs prijskaartjes - en een schaarste-effect - die veel geklasseerde grands crus classés ruimschoots overklasten. Denk maar aan Les forts de Latour (2ième vin van château Latour), Carruades de Lafite (2ième vin van château Lafite) of Pavillon de Margaux (2ième vin van château Margaux). Ze verwierven in geen tijd hun eigen aanhang en loyale kopers.
De geboorte van Petit Leon
Maar nogmaals, de voorbije jaren bleef het relatief windstil rond deze 'tweede wijnen'. Er werden maar weinig nieuwkomers op de markt geïntroduceerd.
Maar nu komt dus château Léoville Las Cases, volgens velen toch dé ster van de A.O.C. Saint-Julien, plots op de proppen met een echt tweede label.
'Echt' dit keer, want wie een beetje thuis is in de Bordelaise handel en wandel weet dat Léoville Las Cases al jarenlang een ondermerk aanbiedt, in casu het Clos de Marquis. Maar naar de letter van de deuxième vins was dit eigenlijk een aparte, zelfstandige wijn, aangezien de druiven voor deze cuvée werden geoogst op een totaal andere locatie dan het moederkasteel, met een ander terroir, meer westelijk gelegen van Saint-Julien. Clos du Marquis is dus niet zozeer het kleinere broertje van Léoville Las Cases, dan wel zijn neefje.
Maar nu wil men op het domein dus een 100% tweede wijn lanceren, die deels van een wingerd komt uit het ommuurde clos waar de ‘grote’ Léoville Las Cases wordt gemaakt, en deels uit de wingerd waar nu de druiven van Clos du Marquis worden geplukt. Deze cuvée, die voor het eerst in de 2007-versie wordt gecommercialiseerd, kreeg de doopnaam Petit Leon de Léoville mee.
Wat de startprijs betreft, dàt blijft nog even gissen. Maar een collector's item zal deze eerste oogst gegarandeerd worden.
Frank Van der Auwera
Reacties