Home Markten Live Netto Sabato

Geplaatst op 26 mei 2016 door Wijntijd

Tachtig jaar jong/oud

In tegenstelling met wat sommige koppigaards beweren, zijn Franse appellations geen door Mozes van de berg Sinai meegebrachte kleitabletten, die voor eeuwig & altijd de waarheid en spelregels inzake de ideale wijncultuur bevatten. Er zit namelijk continu beweging in.

En vooral: als we terugblikken naar de beginjaren van het A.O.C.-systeem (appellation d’origine contrôlée) kunnen we meteen ook veel leren hoe grondig de markt veranderd is. Qua voorkeuren, selectiecriteria, stijlen en smaken.

De 75 pioniers

Want in deze Meimaand vieren we immers de tachtigste verjaardag van circa 75 appellaties die in 1936 in Frankrijk werden toegekend.

Het wettelijk kader voor dit uiteindelijk toch zeer lucratieve klassement waarvan veel domeinen nu nog gulzig profiteren, werd reeds in 1935 gestemd in een poging om productfraude in te dijken, maar pas het jaar daarop toegepast in de wijnindustrie.

De allereersten die zo officieel werden bekrachtigd waren overigens Arbois, Cassis, Châteauneuf-du-Pape, Tavel en Monbazillac. Op zich al een bizar lijstje waarin anno 2016 minstens een tweetal nog op de reservelijst zouden staan.

In de loop van datzelfde sleuteljaar 1936 werden nog zo’n 70 streken/regio’s eveneens erkend en gepromoveerd tot pionier-appellaties.

Zoet en Bordeaux

Wat direct opvalt als we snel deze 75 erkenningen overlopen: blijkbaar waren zoete wijnen en wijnstreken toen stukken populairder dan nu. Zelfs in de Languedoc, waar de overheid slechts drie districten erkende (!), draaide heel het toenmalige verhaal rond de zoete vin doux naturel Banyuls, Frontignan en Muscat de Frontignan.

Een tweede basistrend: Bordeaux en Bourgogne waren toen heer en meester in de ogen van de officiële keurders. Op het lijstje met A.O.C.’s anno 1936 prijken immers maar liefst 25 Bordelaise subregio’s – één op de drie nota bene! – en 22 Bourgondische. Ook de wijnkaarten- en kelders weerspiegelden toen hun quasi-monopolie.

Misschien dat de dominantie van Bordeaux ook kan verklaard worden door het feit dat de toenmalige voorzitter van het Comité National des Appellations d'Origine des Vins et Eaux-de-vie – dat later overvloeide in het I.N.A.O., Institut national des appellations d’origine – ene Joseph Capus was, een senator van de Gironde. Een vleugje nepotisme en burenliefde is nooit weg in deze branche.

Ondertussen is er gelukkig wel veel veranderd en telt het A.O.C.-systeem zo’n 350 erkende appellaties, geografisch al veel billijker verspreid over het ganse Franse territorium. Appellaties die zich nu zoetjesaan onder druk van de Europese regelneven allemaal herdoopt hebben tot A.O.P.’s (appellation d'origine protégée).

Frank Van der Auwera

Reacties

Onze blogs

Meer
Related Posts with Thumbnails