Home Markten Live Netto Sabato

Geplaatst op 12 september 2016 door Wijntijd

Cuvée Labo

DruppelWijnSedert het artikel in onze dagkrant (lees: Zonder druiven wijn maken in het labo) en mijn daaropvolgende radio-interview (Radio 1, ‘Nieuwe feiten’), word ik druk gemaild, aangesproken en gebeld met als hamvraag: gaat synthetische wijn straks nu écht de globale wijnmarkt radicaal verstoren en klassiek gemaakt wijn verdringen? Iedereen heeft er plots een mening over, ook al heeft nog niemand het artificiële eindproduct kunnen proeven.

Daarom deze column om nog een paar puntjes op de ‘i’ te zetten.

Wijn is altijd chemie

Neen, ik ben geen Luddiet, dus anti-technologie en innovatie, kortom niet per definitie contra synthetische wijn. Omdat nu reeds onze hedendaagse wijnmakerij dankzij de oenologische inzichten van de voorbije 30 à 40 jaar veel met (bio)chemie & wetenschap te maken heeft: gistculturen, additieven, eiken chips, noem maar op, worden reeds toegepast in veel cuvées. Soms overdreven veel – met veel kleur- en smaakstoffen -, soms goed gedoseerd en zo minimalistisch mogelijk.

Maar fundi’s die nog steeds geloven dat wijn zonder ‘chemie’ kan gemaakt worden en een soort bucolisch sprookje is, weten niet waarover ze praten. Zonder al die technische en chemische vondsten en middelen van de voorbije decennia, zouden onze nu betaalbare instapwijnen 2 à 3 keer zo duur in de rekken liggen, wegens jaarlijks teveel in de greep van de natuurgrillen. En zou mijn wijnkoopgids “De 300 Beste Wijnen Onder de 10 Euro” maar een flinterdunne brochure zijn.

Maar anderzijds vind ik wat deze start-up in San Francisco laboratoriumgewijs bekokstooft, er ook over. Zij maken immers een biochemische robotfoto van alle aanwezige moleculen, verbindingen, glucose, zuren et cetera in een specifieke wijn, analyseren die grondig en produceren er daarna een quasi-identieke copycat van.

Dat ze straks naar eigen zeggen een wijn ‘in 15 minuten’ kunnen reproduceren, neem ik met een flinke korrel zout. Maar zelfs als hun labo-proces enkele dagen of weken productietijd vereist, hebben ze natuurlijk commercieel een enorme bonus vergleken met de traditionele wijnbouwer. Die moet immers tijdens de vegetatieve cyclus van zijn druiven alleen al een honderdtal dagen met klamme handen in de wijngaard werken, biddend tot de weergoden. En dàn moet de eigenlijke vinificatie nog maar pas beginnen.

Steriel tot de laatste snik

Ik vind deze door witte-jassen in het labo geprepareerde cuvée er echter ‘over’, omdat primo wijn voor mij nog altijd alcoholisch gefermenteerd fruit is, bij voorkeur druiven. Secundo omdat het tevens een levend product is dat, zeker als het om complexe(re) cru’s gaat, nog jaren kan verder ontwikkelen op fles, richting zijn kwalitatieve 7de hemel. Daarin schuilt precies de ‘funfactor’ van een wijn.

Onze biochemische copycat cuvée bottelt daarentegen slechts een statische momentopname van een bepaalde cru, immuun voor het trage oxidatieve proces waarbij de wijn geleidelijk zijn primair fruit en soms ferme tannines afschudt, zich verder verdiept en de geur- en smaakcomponenten versmelten.

De labo-wijn blijft eeuwig steriel in zijn fles logeren.

Toch lucratief?

Hebben deze synthetische wijnen dan geen toekomst? Toch wel. Ik zie hun commercieel potentieel op twee vlakken, gefocust op twee types eindconsumenten.

Ten eerste: in het spotgoedkope instapgenre van wijnen die nu pakweg onder de 5 euro liggen en waar vooral budgetconsumenten op afkomen, meestal zonder voorkennis of voorkeuren. In die rayon kan zo’n snel geproduceerde, véél goedkopere, synthetische versie natuurlijk veel consumenten lokken. Zoals na elke accijnsverhoging van bijvoorbeeld cognac er massa’s drinkers zijn die automatisch downgraden naar een goedkopere type brandy.

De tweede consumentencategorie die vatbaar lijkt voor synthetische wijn, zit m.i. aan de andere kant van het spectrum: de wijnfreaks, de vaak zelfuitgeroepen kenners, de etikettenslaafjes én de the-next-big-thing-nieuwlichters, die hun vrienden/gasten/kennissen willen verrassen, of zelfs overbluffen.

Zij zullen met plezier straks een synthetisch gefabriceerde fles ‘Dom Pérignon’ uit een magisch jaar – of een Lafite – voor 35 à 50 euro aankopen in plaats van het origineel tegen een veelvoud van dit prijskaartje. Als gezelschapsspelletje tijdens een etentje garandeert zo’n imitatiefles veel plezier, in de hoop dat de meeste aanwezigen het verschil niet opmerken met het origineel.

Laat ons wel duimen dat de Belgische horeca geen vaste klant wordt van deze synthetische wijnen. En dat er straks in veel zaken dus wijnen-per-glas worden aangeboden aan de ‘oude prijs, maar de klant ondertussen wél een synthetisch alternatief krijgt ingeschonken, zonder dat hij/zij daarvan op de hoogte is.

Spannend versus saai

Conclusie? Zoals ik al tijdens mijn radio-interview verklaarde: voor mij mogen er gerust artificiële ‘wijnen’ op de markt komen, op voorwaarde dat ze én goedkoper blijven, én anders gelabeld worden, zodat er geen vergissing mogelijk is. Ik zal ze met plezier toetsen.

Maar het wezenlijke verschil tussen een ‘échte’ wijn – met al zijn cultuur en traditie, heel het terroir- en maakverhaal, de grillen van druif en natuur, de visie en persoonlijkheid van de wijnmaker et cetera – versus een synthetische versie, lijkt me zoals kijken naar een sportevenement. Ofwel kijk je live naar een voetbal/tennismatch, athletiekmeeting of wielerkoers, ofwel dagen later naar een opname ervan, terwijl je de uitslag al kent.

Dàt is voor mij het fundamentele verschil tussen ‘spanning’ en voorspelbare ‘saaiheid’.

Frank Van der Auwera

Reacties

Onze blogs

Meer
Related Posts with Thumbnails