Home Markten Live Netto Sabato

september 2016

Geplaatst op 26 september 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

De bittere smaak van Beaujolais Nouveau

BeaujolaisStraks, om precies te zijn een tweetal weken voor de officiële lanceringsdatum van de 17de november, probeert men voor de zoveelste keer de (inter)nationale consument weer warm te krijgen voor de ‘Beaujolais Nouveau’. Maar of de kleine accentverschillen in de campagne en de vele honderdduizenden geïnvesteerde euro's nu echt voor een kentering gaan zorgen, lijkt twijfelachtig.

Want niemand kan voorbij de feiten: de populariteit én verkoop van deze primeurwijn – die volgens veel critici eerder gelijkt op te dure gealcoholiseerde frisdrank dan op échte wijn – blijft dalen. Eventjes zorgden de Japanse consumenten nog voor een tijdelijke reddingsboei, maar veel andere exportmarkten haakten geleidelijk af. Tussen 2009 en 2014 bijvoorbeeld viel de verkoop qua volume in het buitenland nog maar eens terug met 13 procent.

Zelfs de Franse thuisconsument, grootdistributie én horeca hebben het tegenwoordig lastig om dit ‘tussenproduct’ te positioneren, waarschijnlijk omdat de kwaliteit ervan niet altijd beantwoordt aan het prijsniveau. Ook daar boerde de Nuoveau flink achteruit qua verkoop, gemiddeld tussen de -19 à -23%.

In ons land is trouwens de verkoop van dit product vooral nog een zaak van Wallonië of van de grootdistributie. De meeste detailhandelaars laten de november-hype al jaren links liggen en ook in onze cafés behoort het bordje met de juichende boodschap “Le Nouveau Beaujolais Est Arrivé!” tot de folklore.

Veel geblaat, weinig wol

Hoe de marketeers, met Frankrijk als uitvalsbasis, de ‘Nouveau’ dan toch weer populair willen maken?

Eerst en vooral door in het meervoud te spreken: het is niet langer ‘nouveau’ in de campagne, maar ‘nouveaux’. Méér dan een taalspelletje, zo beweren de bedenkers, want daarmee onderstrepen we de enorme pluraliteit van de wijnen en wijnbouwer: “On parle des beaujolais nouveaux et non plus du beaujolais nouveau et comme l'an passé, les vignerons, hommes et femmes, seront mis en avant, avec les 2000 domaines qui signent le millésime 2016”, aldus Anthony Collet, van de belangenbehartiger Inter Beaujolais.

Die ‘diversiteit’ wordt ook op de affichecampagne vereeuwigd door een fles met honderden handtekeningen van vignerons. Bovendien trekt diezelfde affiche ook de chauvinistische kaart: de kleuren van de Franse vlag domineren, volgens Collet “... pour rappeler l'origine France, et de montrer que nous en sommes fiers”. Ja, daar zullen alle Europese wijndrinkers meteen ontroerd van naar de winkels hollen...

In Frankrijk volgt er dan nog een intensieve radiocampagne (310 spots die in 28 miljoen contacten moeten resulteren) en voor het eerst ook webradio en web-TV bij cavisten en bistrots. Ook de sociale media Facebook, Pinterest, Twitter en Instagram zullen worden bespeeld, zo klinkt het. Dit alles gaat minstens 500.000 euro kosten.

2CV

Ik blijf echter met de sleutelvraag zitten: wat gaat deze modieuze marketing allemaal uithalen zolang de flesseninhoud van driekwart van alle gebottelde ‘Beaujolais Nouveau’ - op zijn zachtst uitgedrukt - wel fruitig maar futloos is, en qua smaak elke fles als twee druppels op elkaar gelijkt?

Gelooft men nu echt dat de Belgen, Duitsers of Britten weer massaal naar de fles Nouveau gelokt worden omdat ‘de maker’ voortaan centraal staat in de campagne en men bijvoorbeeld op de lanceringsdag een vijftigtal onder hen in Parijs laat tuffen in een sympathiek deux-cheveautje?

Ik denk dat er véél meer nodig is om het geknakte vertrouwen in het product te herstellen. Het valt samen te vatten in één woord: kwaliteit...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 19 september 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijnbar in de supermarkt

WijnOpenIs het een trend die straks vanuit het Brexit-rijk toch richting het Europese continent overwaait? Feit is dat de Britse reuzen van de grootdistributie, met hun soms waanzinnige discount-campagnes, continu op zoek zijn naar nieuwe manieren en concepten om de wijnconsument in hun vestigingen te lokken. En hun wijnverkoop te stimuleren.

Het paard van Troje lijkt nu gevonden: net zoals er reeds lang in-house bakkerijen of charcuterieshops zijn, investesteert gigant Waitrose niet langer in de expansie van zijn netwerk en nieuwe filialen, maar in een interne wijnbar binnen bestaande supermarkten.

Geen occasioneel hoekje met een tafel en drie proefflessen zoals wij dat in ons land ook geregeld aantreffen - met meestal dan nog abominabel slechte proefglazen en een 'verkoper' die een wijntje van 4 euro opleukt tot een grand cru van 40 euro -, maar een écht uitgebouwde in-store bar, met als filosofie ‘try before you buy’.

Waitrose – of liever de moedermaatschappij John Lewis Partnership - heeft effectief besloten zijn ongeveer 350 vestigingen in het Verenigd Koninkrijk voorlopig niet langer numeriek uit te breiden, maar integendeel te investeren in de bestaande panden en de lokale 'hospitality sales', waarin het nieuwe wijnbarconcept zeker een plaats heeft. De verkoop in die in-store faciliteiten – waaronder nu reeds 121 cafés, 81 bakkerijzones, 9 versesappenbars en 7 wijnbars – blijken immers de winstmakers (+7,1% omzet) in een voor de rest vooral dalende markt.

Sir Charlie Mayfield, chairman van de John Lewis Partnership, legt deze nieuwe focus zo uit: “We hebben bruto-omzet en het marktaandeel in zowel Waitrose als John Lewis laten groeien, maar toch is onze winst gedaald. Dit weerspiegelt de marktomstandigheden (…) en deze trend is niet het gevolg van het EU-referendum, die tot nu toe weinig merkbare invloed op de verkoop heeft gehad. In plaats daarvan zijn er ingrijpende veranderingen in de samenleving, in de detailhandel en op de werkplek die een veel grotere impact hebben.”

Mooie post-Brexit-praat, maar ik vraag me af: wanneer volgen de Belgische grootdistributeurs deze strategie en zien we ook dit wijnbar-concept structureel in onze steden opduiken? Een Belgische wijnmarkt die toch zo zwaar in de greep van de grote ketens ligt, zeker in het betaalbare instapgenre, zal ongetwijfeld dit Britse voorbeeld willen volgen.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 12 september 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Cuvée Labo

DruppelWijnSedert het artikel in onze dagkrant (lees: Zonder druiven wijn maken in het labo) en mijn daaropvolgende radio-interview (Radio 1, ‘Nieuwe feiten’), word ik druk gemaild, aangesproken en gebeld met als hamvraag: gaat synthetische wijn straks nu écht de globale wijnmarkt radicaal verstoren en klassiek gemaakt wijn verdringen? Iedereen heeft er plots een mening over, ook al heeft nog niemand het artificiële eindproduct kunnen proeven.

Daarom deze column om nog een paar puntjes op de ‘i’ te zetten.

Wijn is altijd chemie

Neen, ik ben geen Luddiet, dus anti-technologie en innovatie, kortom niet per definitie contra synthetische wijn. Omdat nu reeds onze hedendaagse wijnmakerij dankzij de oenologische inzichten van de voorbije 30 à 40 jaar veel met (bio)chemie & wetenschap te maken heeft: gistculturen, additieven, eiken chips, noem maar op, worden reeds toegepast in veel cuvées. Soms overdreven veel – met veel kleur- en smaakstoffen -, soms goed gedoseerd en zo minimalistisch mogelijk.

Maar fundi’s die nog steeds geloven dat wijn zonder ‘chemie’ kan gemaakt worden en een soort bucolisch sprookje is, weten niet waarover ze praten. Zonder al die technische en chemische vondsten en middelen van de voorbije decennia, zouden onze nu betaalbare instapwijnen 2 à 3 keer zo duur in de rekken liggen, wegens jaarlijks teveel in de greep van de natuurgrillen. En zou mijn wijnkoopgids “De 300 Beste Wijnen Onder de 10 Euro” maar een flinterdunne brochure zijn.

Maar anderzijds vind ik wat deze start-up in San Francisco laboratoriumgewijs bekokstooft, er ook over. Zij maken immers een biochemische robotfoto van alle aanwezige moleculen, verbindingen, glucose, zuren et cetera in een specifieke wijn, analyseren die grondig en produceren er daarna een quasi-identieke copycat van.

Dat ze straks naar eigen zeggen een wijn ‘in 15 minuten’ kunnen reproduceren, neem ik met een flinke korrel zout. Maar zelfs als hun labo-proces enkele dagen of weken productietijd vereist, hebben ze natuurlijk commercieel een enorme bonus vergleken met de traditionele wijnbouwer. Die moet immers tijdens de vegetatieve cyclus van zijn druiven alleen al een honderdtal dagen met klamme handen in de wijngaard werken, biddend tot de weergoden. En dàn moet de eigenlijke vinificatie nog maar pas beginnen.

Steriel tot de laatste snik

Ik vind deze door witte-jassen in het labo geprepareerde cuvée er echter ‘over’, omdat primo wijn voor mij nog altijd alcoholisch gefermenteerd fruit is, bij voorkeur druiven. Secundo omdat het tevens een levend product is dat, zeker als het om complexe(re) cru’s gaat, nog jaren kan verder ontwikkelen op fles, richting zijn kwalitatieve 7de hemel. Daarin schuilt precies de ‘funfactor’ van een wijn.

Onze biochemische copycat cuvée bottelt daarentegen slechts een statische momentopname van een bepaalde cru, immuun voor het trage oxidatieve proces waarbij de wijn geleidelijk zijn primair fruit en soms ferme tannines afschudt, zich verder verdiept en de geur- en smaakcomponenten versmelten.

De labo-wijn blijft eeuwig steriel in zijn fles logeren.

Toch lucratief?

Hebben deze synthetische wijnen dan geen toekomst? Toch wel. Ik zie hun commercieel potentieel op twee vlakken, gefocust op twee types eindconsumenten.

Ten eerste: in het spotgoedkope instapgenre van wijnen die nu pakweg onder de 5 euro liggen en waar vooral budgetconsumenten op afkomen, meestal zonder voorkennis of voorkeuren. In die rayon kan zo’n snel geproduceerde, véél goedkopere, synthetische versie natuurlijk veel consumenten lokken. Zoals na elke accijnsverhoging van bijvoorbeeld cognac er massa’s drinkers zijn die automatisch downgraden naar een goedkopere type brandy.

De tweede consumentencategorie die vatbaar lijkt voor synthetische wijn, zit m.i. aan de andere kant van het spectrum: de wijnfreaks, de vaak zelfuitgeroepen kenners, de etikettenslaafjes én de the-next-big-thing-nieuwlichters, die hun vrienden/gasten/kennissen willen verrassen, of zelfs overbluffen.

Zij zullen met plezier straks een synthetisch gefabriceerde fles ‘Dom Pérignon’ uit een magisch jaar – of een Lafite – voor 35 à 50 euro aankopen in plaats van het origineel tegen een veelvoud van dit prijskaartje. Als gezelschapsspelletje tijdens een etentje garandeert zo’n imitatiefles veel plezier, in de hoop dat de meeste aanwezigen het verschil niet opmerken met het origineel.

Laat ons wel duimen dat de Belgische horeca geen vaste klant wordt van deze synthetische wijnen. En dat er straks in veel zaken dus wijnen-per-glas worden aangeboden aan de ‘oude prijs, maar de klant ondertussen wél een synthetisch alternatief krijgt ingeschonken, zonder dat hij/zij daarvan op de hoogte is.

Spannend versus saai

Conclusie? Zoals ik al tijdens mijn radio-interview verklaarde: voor mij mogen er gerust artificiële ‘wijnen’ op de markt komen, op voorwaarde dat ze én goedkoper blijven, én anders gelabeld worden, zodat er geen vergissing mogelijk is. Ik zal ze met plezier toetsen.

Maar het wezenlijke verschil tussen een ‘échte’ wijn – met al zijn cultuur en traditie, heel het terroir- en maakverhaal, de grillen van druif en natuur, de visie en persoonlijkheid van de wijnmaker et cetera – versus een synthetische versie, lijkt me zoals kijken naar een sportevenement. Ofwel kijk je live naar een voetbal/tennismatch, athletiekmeeting of wielerkoers, ofwel dagen later naar een opname ervan, terwijl je de uitslag al kent.

Dàt is voor mij het fundamentele verschil tussen ‘spanning’ en voorspelbare ‘saaiheid’.

Frank Van der Auwera

Onze blogs

Meer