Home Markten Live Netto Sabato

februari 2018

Geplaatst op 15 februari 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Coops willen cool worden

WijnrekkenVooroordelen zijn van alle tijden en het internet met zijn virtuele communities en real-time informatiestroom heeft daarin weinig of geen verandering gebracht.

Zo blijft ook het hardnekkige cliché bestaan dat elke wijncoöperatieve per definitie een anonieme wijnfabriek is. Terwijl steeds meer coops in hun subappellatie net de reddende engelen zijn, dankzij hun investeringen in nieuwe technieken en technologieën, of het inhuren van zogeheten flying winemakers die nieuwe ideeën injecteren in een verroeste of zeker ingedommelde herkomstbenaming. Ook al kunnen we legio voorbeelden aanhalen van coops die wél beantwoorden aan dit cliché, namelijk oubollige wijnen blijven produceren op grootvaders/moeders wijze, op basis van derderangs druivenmateriaal.

Anno 2018 proberen echter een aantal Franse wijncoops, voor de zoveelste keer tussen haakjes, hun imago op te poetsen, ook en vooral door samenwerkingspacten.

200 miljoen flessen per jaar

Dat Franse wijncoöperatieven weer eens een charmecampagne opstarten is logisch, zeker als we ons realiseren dat ze grosso modo de helft van iedere totale jaaroogst in Frankrijk verwerken. Het zijn dus zeker geen figuranten.

Eén van die spelers in Marques & Coop, een koepel van 12 Franse coöperatieven die in een bonte reeks appellaties produceren. Een nieuwe club die maar liefst 4.000 individuele telers/wijnbouwers overspant die samen bijna 30.000 hectare wijngaarden exploiteren. Economisch vertaal: jaarlijks goed voor een productie van 200 miljoen flessen en een omzetcijfer van circa 410 miljoen euro.

Het lijstje leden van deze coöperatieve superclub komt werkelijk uit de vier windstreken van Frankrijk: Celliers des Prince (de enige coop in Châteauneuf-du-Pape), Chassenay d’Arce (Côte des Bar/Champagne), Estandon Vignerons (Provence), Loire Propriétés, Ortas Cave de Rasteau (Rhône-vallei), Sieur d’Arques (Limoux), Les Vignerons de Tutiac (Bordeaux), Agamy (rond Lyon), UDP Saint Emilion (Bordeaux), Union des Vignerons de l’Île de Beauté (Corsica), Vignerons Ardéchois (zuidelijke Rhône-vallei) en Vinovalie (in het Zuidwesten).

Benieuwd of de ‘marken’ en ‘châteaux’ van deze coöperatieven door hun samenwerking straks ook makkelijker in onze rekken en glazen belanden.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 11 februari 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Alcoholvrij of Alcoholarmer?

Ook al is deze editie het enthousiasme voor de alcoholvrije maand Tour Minérale met tienduizenden deelnemers gedaald, toch blijft het natuurlijk een fenomeen. Alleen al in de Belgische grootdistributie verdrievoudigde het volume aan alternatieven op één jaar tijd.

Dat het niet exclusief een Belgisch, maar vooral ook internationaal fenomeen betreft, blijkt uit het feit dat bekende wijnhuizen (waaronder Torres, Codorníu, Ackerman,..) ook recent hun alcoholvrije alternatieven lanceerden. Met stijgend succes.

Toch zijn we ervan overtuigd dat er waarschijnlijk een groter marktsegment wacht voor de lage-alcoholwijnen, cuvées van pakweg 8,5 à 10%. Het eindproduct van dit gamma leunt immers nauwer aan bij wat de gemiddelde wijndrinker percipieert als ‘wijn’, zeker als het om rode cuvées gaat die het nog altijd lastiger hebben in hun zero-procentgedaante. Bovendien bewijzen Duitse wijnmakers al jaren dat ze schitterende cru’s kunnen bottelen die vaak tussen de 9 à 11% alcoholvolume zweven.

Technisch is het verlagen van alcohol geen simpel proces, met draaiende kegelkolommen (onder vacuüm bij lage temperatuur) of omgekeerde osmose, waarbij een deel van de aanwezige alcohol wordt verwijderd. De fermentatie vroegtijdig stoppen – de gistcellen zetten de suikers immers om in (hogere) alcohol – is geen optie, want dan zit men opgezadeld met eindproducten die nog veel restsuikers bevatten, dus per definitie (half)zoet smaken.

Natuur contra alcohol

Dat deze niche echter lucratief kan worden, blijkt ook uit de plannen in Nieuw-Zeeland om dé marktleider te worden inzake ‘low-alcohol wines’. Daar komt nu volop het ‘Lighter Wines’-luik van het in 2014 opgestarte Primary Growth Partnership-programma onder stoom. Een partnership tussen Nieuw-Zeelandse wijnbouwers met co-financiering van het Ministry for Primary Industries.

Het is tot op heden het grootste R&D-initiatief dat ooit door de Nieuw-Zeelandse wijnindustrie werd genomen met de ambitie om van het land dé marktleider inzake lage-alcohol en lage-caloriewijnen te maken. Daarbij wordt lichte wijn gedefinieerd als alle cuvées met minder dan 10% alcohol per volume.

In de spaarpot van dit zevenjarenprogramma zit immers $16 miljoen. Geld dat niet alleen besteed wordt voor de ontwikkeling van lage-alcoholwijnen, maar ook onderzoek steunt inzake nieuwe duurzame technieken en natuurlijke gistculturen. De Nieuw-Zeelanders maken er echter geen wollig verhaal van, want de ambitie van dit megaproject is duidelijk marktgedreven, namelijk hun wijnexport aanzwengelen.

Innovatief op vinificatievlak is dat er in de Nieuw-Zeelandse filosofie géén de-alcoholisering aan te pas komt om zo het totale alcoholpercentage in de wijn te reduceren. Het onderzoeksproject focust integendeel op natuurlijke methodes om dit resultaat te bekomen.

Daarmee wordt bedoeld: nieuwe technieken toegepast in de wijngaard of de selectie van andere gistculturen die rijpe druiven met veel lagere suikerconcentraties opleveren. De eerste resultaten zijn er al, want ‘down under’ zijn Sauvignon Blancs met 10% alcohol reeds behoorlijk populair.

Straks ook massaal in onze rekken?

Frank Van der Auwera

Onze blogs

Meer