Bordeaux

Geplaatst op 12 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Beledig Chinezen en… kassa kassa?

Naarmate de wijnhandel globaliseert, neemt ook de kans toe op communicatieve misverstanden. Vooral taalproblemen kunnen, meestal onbedoeld, voor verrassingen zorgen in een nieuwe afzetmarkt.

En dan hebben we eventjes niet over doelbewuste, bizarre doopnamen van wijnmerken, zoals ‘Fat Bastard’ (een Frans merk geproduceerd door een Frans-Brits partnership dat in de V.S.A. ruim 400.000 kisten per jaar verkoopt), het Australische ‘Bitch’ of het Franse ‘Le Vin de Merde’. In dat soort gevallen heeft de producent er met zijn in het oog springend label namelijk duidelijk voor gekozen om een welbepaald consumentensegment te bereiken. Meestal Amerikaanse consumenten trouwens die kicken op dit soort provocatieve woordspelletjes en blijkbaar minder in de flesseninhoud geïnteresseerd zijn.

Maar veel delicater wordt het wanneer een wijnhuis zijn succesvolle merkwijn op een totaal nieuwe markt introduceert en dan plots geconfronteerd wordt met een heuse taalrel.

F**K?

In die netelige situatie belandde recent de Chileense bodega Via Wines uit Maule Valley, toen het nietsvermoedend zijn merkcuvée ‘Chilensis’ in Hong Kong begon te commercialiseren.

Meteen ontstond een rel in de lokale media, omdat naar verluidt het etiket expliciet beledigend zou zijn voor Chinezen die Kantonees als moedertaal spreken. Zo zou ‘Chilensis’ in het standaardkantonees - we citeren de Angelsaksische bron, want onze persoonlijke kennis van deze taal met zijn honderden varianten en dialecten is nihil - vrij vertaald zoveel betekenen als  “f*cking nuts”, of “kus mijn kl***n”. Qua marketing inderdaad een miskleun.

Maar toen gebeurde iets gek: de aanvankelijke ‘verontwaardiging’ bij sommigen liep snel over in een heuse ‘hype’. De flessen ‘Chilensis’, die tot dan rustig in de rekken van off-licence shops en supermarkten in Hong Kong lagen voor HK$49, vlogen de deur uit en zagen in enkele dagen hun prijskaartje al klimmen tot HK$59. Iedereen in Hong Kong wou/wil blijkbaar plots zo’n fles. Uiteraard gaat het hier niet om een exclusieve topcuvée, want zelfs met het verhoogde prijskaartje schommelt de huidige winkelprijs maar rond de 6 euro.

Geluk in de mond

Maar blijkbaar komen dit soort komische taalbotsingen vaker voor dan we vermoeden, zeker voor wie op de veelbelovende Aziatische markt mikt. De afloop ervan is financieel echter niet altijd even lucratief als in het geval van ‘Chilensis’.

Zo rapporteerde een onderzoeksbureau recent nog dat ‘slechte’ of ‘pejoratieve’ betekenissen van een châteaunaam nefast kunnen zijn voor het commercieel succes van zelfs een beresterk merk. Als voorbeeld werd Château Latour aangehaald, de nochtans zeer gereputeerde, peperdure Premier grand Cru Classé uit Pauillac. Waarnemers vinden het al een tijdje vreemd dat de populariteit ervan in China achterblijft op de andere ‘groten’ zoals Château Lafite-Rothschild of Château Margaux, zelfs als Latour topscores krijgt.

Ook hier zou een taalprobleem aan de basis liggen, want losjes vertaald betekent de domeinnaam “to fall down”. Niet bepaald een hoopgevende doopnaam om een zakendeal mee te beklinken, zoals vaak in Chinese kringen gebeurt.

Het is trouwens niet alleen de wijnbusiness die met zulke taalconflicten te kampen krijgt. Ook de belangrijke frisdrankenmerken slaan wel eens de bal mis. Toen Pepsi Cola bijvoorbeeld zijn oorspronkelijke slogan “Pepsi Brings you Back to Life” in het Chinees liet vertalen, bleek die omzetting niet geheel te stroken met het origineel, maar klonk die in Chinese oren eerder als “Pepsi Brings Your Ancestors Back from the Grave”. Tenzij de consument op Zombies kickt, niet meteen een wervende slogan.

Niet dat concurrent Coca Cola beter presteerde. De eerste poging van deze producent om zijn merknaam fonetisch zo letterlijk mogelijk in het Chinees te vertalen klonk wel leuk als “Ke-kou-ke-la”, maar betekent echter zoveel als “female horse stuffed with wax”. Evenmin een smakelijke marketingzet om je product aan te prijzen.

Pas toen de vertalers hun vergissing in het snuitje kregen, werd een nieuwe vertaling gezocht en gaat Coca Cola sindsdien in China als “Ko-kou-ko-le” over de toonbank. Vrij vertaald: “happiness in the mouth”, toch al iets toepasselijker en productvriendelijker, zij het misschien toch nog steeds met een dubbele bodem.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 3 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijn en ski, één strijd?

Skier280
Hij is toch onklopbaar als het er om gaat in de media terecht te komen!

Bernard Magrez, wijnmagnaat die nu reeds een imperium bezit van 37 domeinen in o.a. Frankrijk Spanje, Chili, Argentinië, Californië, Marokko, Uruguay en Japan - waaronder het bekende Château Pape Clément in de Bordelaise appellatie Pessac-Léognan -, heeft weer een gloednieuw luxeproduct gevonden om er slimme marketingcampagnes rond te bouwen.

Vorig jaar kwam hij reeds uitvoerig in het nieuws door de aankoop van een authentieke Stradivarius-viool. Volgens de geruchten hing er toen een indrukwekkend prijskaartje van 2 à 3 miljoen euro aan vast. Uniek historisch instrument natuurlijk dat hij als een echte mecenas via zijn pas opgericht ‘institut culturel’ ter beschikking stelt van topmuzikanten (lees Wijntycoon Bernard Magrez speelt eerste viool).

Maar ditmaal zocht Bernard Magrez het in de sportieve sfeer en meer bepaald in de skiwereld.

Ultralicht én elegant

Want wie de voorbije jaren ondanks alle crisissen toch goed geboerd heeft met aandelen of grondstoffen, kan vanaf nu de set luxeskilatten aanschaffen van het merk “Château Pape-Clément”.

Een op het eerste zich wel vreemde combinatie, want het veilig afzoeven van zwarte/rode pistes associëren we nu niet meteen met wijn en alcohol, maar aangezien Magrez met deze marketingstunt vooral mikt op het Bon Chic Bon Genre-publiek, zal hij wel weten waarmee hij bezig is.

Bij nader inzien blijkt het trouwens te gaan om een bijzonder exclusief sneeuwstel: er werd namelijk slechts een gelimiteerde serie van vijf exemplaren geproduceerd. De wijze waarop deze skilatten in het perscommuniqués worden beschreven lijkt echter eerder op een wijndegustatie. Want wat dacht u hier van? De ski’s getuigen van “...une incroyable légèreté”, samengesteld uit vederlicht materialen als koolstof, gecombineerd met “...le cuivre à des essences nobles telles que le frêne et le balsa”. Een technisch wondertje, maar “...le design joue la carte de la modernité et de l’élégance”. Zeg nu zelf: dit is toch eerder een pure wijncommentaar dan een technische bespreking van een technische uitrusting?

Bijna 6.000 euro

Deze unieke latten werden onlangs – waar anders? - in het supermondaine skioord Courchevel voorgesteld, maar dan wel à la Magrez. Het luxepakket ‘Skis Pape Clément’ bevat immers, naast het paar latten en stokken haut de gamme, een lederen etui bewerkt volgens de ‘façon sellier’ plus - en hier komt de kat op de koord - een kist waarin zes flessen van het Château Pape Clément millésime 2006, een nachtelijk verblijf voor 2 personen op het domein (met rondleiding én degustatie) plus een individuele skiles met Sébastien Amiez, ooit een gevierd Alpijnse slalomkampioen.

Voelt u zich meteen aangesproken door deze nieuwe mix van ‘exclusieve’ wijn, sport en marketing? Dan zal u wel diep in uw dividenden, bonus of bankrekening moeten tasten, want voor deze luxeset dient er 5.995 euro neergeteld. Die aankoop kan vooral in Courchevel, zowel in de skishop ‘The Edge’ (één van de partners achter dit project), als in de lokale boutique van Bernard Magrez of de vestigingen van de Groupe Tournier (Le Lana, le Saint-Roch, le St Joseph en le Cap Horn). Ook als u binnenkort Pape Clément bezoekt of de Magrez-shop in Parijs liggen deze luxelatten annex verwenpakket op u te wachten.

Als u het mij vraagt: is het niet eenvoudiger en vooral stukken goedkoper bij meteen een kist Pape Clément 2006 te bestellen, zonder al die tierlantijntjes? Per fles betaalt u dan tussen de 65 à 100 euro…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 29 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Zeg nooit zomaar Bordeaux tegen Bordeaux

Bordeaux laat als wijngebied wereldwijd geregeld de bloeddruk stijgen.

Enerzijds bij de miljoenen loyale fans, die er nog altijd heilig van overtuigd zijn dat er nergens fijnere, complexere wijn wordt gebotteld dan in de regio rond de Gironde. Ze dwepen haast slaafs met châteaux, klassementen, etiketten en de eeuwenlange historiek, die ze beschouwen als hét rolmodel voor de klassieke (vooral rode) wijn.

Anderzijds bij de groeiende schare bordeauxhaters, die hun buik stilaan vol hebben van onbetaalbare labels, snobby garagewijnen, primeurcampagnes of nouveaux riches uit de BRIC-landen die de prijskaartjes voor iedereen de hoogte injagen. Hun irritatie met de Bordelais is vooral de voorbije tien jaar zo toegenomen, dat ze vaak deze crus resoluut uit hun glazen en kelders weren. Genoeg alternatieve appellaties op de wereldmarkt zonder dikkenek, zo klinkt hun credo.

6.150 wijnbedrijven op de teller

Maar tot welk kamp u ook behoort: Bordeaux blijft fascineren, al is het maar wegens zijn economische rol. En toch weten we er vaak statistisch beduidend weinig van. Zelfs op het internet circuleren nog massa’s verouderde cijfers, die helaas tot in den treure worden gekopieerd in blogs en artikels. Het feitelijke gewicht van ‘Bordeaux’ is daarom soms moeilijk in te schatten.

Vandaar dat ik met veel interesse de interessante studie heb doorbladerd die recent in opdracht van de Chambre d’agriculture de la Gironde werd uitgevoerd.

Uit deze studie een paar frappante cijfers. Zo telt de Bordelais actueel 6.150 professionele ‘exploitations viticoles’ (wijnbedrijven), die samen officieel 54.000 medewerkers op hun loonlijsten hebben staan. Qua oppervlakte bezit ongeveer 1 op de 10 van de wijneigendommen méér dan 35 hectare, maar er is duidelijk sprake van een tendens tot schaalvergroting.

Maar tussen al deze nog operationele kastelen en domeintjes gapen er soms enorme verschillen, niet alleen qua wingerdoppervlakte maar ook qua inkomsten en management. De studie identificeerde in de Bordelais namelijk een typologie met vijf types van wijnexploitaties.

Typologie met vijf

Eerste basistype wordt gevormd door de coöperatieve druivenleveranciers. Momenteel overkoepelen ze in de regio ongeveer 2.000 viticulteurs, die samen circa 23.000 hectare wingerd beheren. Omgerekend zowat een vijfde van het totale Bordelaise druivenareaal dat actueel op 115.000 hectare wordt geraamd. Deze coöperatieve tendens blijkt vooral sterk vertegenwoordigd in appellaties als Entre-deux-Mers en de zogeheten ‘Côtes’. Hun motto in deze crisistijden is: permanent snijden in de productiekosten.

Het tweede exploitatietype blijkt dan weer goed voor ongeveer 1.400 vignerons, die samen 30.000 hectare wijngaard bewerken. Zij leveren vooral in bulk goedkope wijn aan de zogeheten négoce van Bordeaux. Een marktsegment dat momenteel qua inkomsten zeer onzeker is geworden, tenzij er een langdurig contract loopt met een négociant of wijnmakelaar.

Het derde basistype wijnonderneming werkt volgens een gemengd systeem. Een deel van hun jaarlijkse druivenoogst wordt daarbij aan de (coöperatieve) cave geleverd, terwijl een ander percentage onder eigen beheer wordt gecommercialiseerd. Dat kan zowel in gebottelde vorm zijn, als in bulk. Geschat wordt dat deze weinig gespecialiseerde bedrijfsvorm geldt voor zo’n 1.100 wijnbouwers, die samen 23.700 hectare wingerd onder hun hoede hebben. Volgens deze studie verliest deze mixvorm echter aan populariteit.

Bedrijfsvorm nummer vier in deze typologie groepeert een vrij vief marktsegment: wijnbouwers die focussen op de verkoop van gebottelde wijn. Cuvées die dikwijls via directe kanalen worden verkocht aan particulieren of via exportkanalen. Deze exploitatievorm zou naar verluidt ruim 1.400 wijnbouwers bestrijken. Voor het merendeel geleid door zelfstandige bedrijfsleiders, waarbij de volgende generatie bereid is om de fakkel over te nemen. Deze domeinen lijden minder onder de economische crisis dan de vorige bedrijfstypes.

En dan rest nog het vijfde en laatste type. Deze domeinen vormen het theoretische neusje van de ‘zalm’, want commercialiseren het Bordelaise haut de gamme. Het is de elite van geklasseerde of door de markt geviseerde crus, ruwweg geschat op zo’n 250 viticulteurs. Deze (duurdere) domeinen vormen ook de kern van de jaarlijkse primeurcampagnes. Momenteel boeren deze elitaire exploitaties prima, maar hun Achilleshiel blijkt de opvolging. Familiale ruzies, erfeniskwesties of dochters/zonen die niet echt in het vak geïnteresseerd zijn, blijken momenteel hun grootste kopzorg.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 19 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

De oorlog tegen de kurksmaak

Diam
Het ‘kurkprobleem’ blijft, ondanks de inspanningen van de industrie, toch nog geregeld wijnliefhebbers irriteren. Op hygiënisch vlak en qua controles heeft de kurknijverheid beslist grote vooruitgang geboekt, maar vooral als het om oudere, rijpere - en helaas: duurdere - flessen gaat, kan het probleem van de ‘bouchonné’ zuur opbreken.

Ook restaurantuitbaters en sommeliers zitten nog geregeld met zo’n kurkkater, want geschat wordt dat tot 1 op de 15 flessen van courante (goedkope) wijnen en toch nog 1 op 40 à 50 van de exclusievere crus met dit kurkprobleem te kampen krijgt. En dus de facto ondrinkbaar c.q. waardeloos wordt.

Boosdoener TCA

Kurksmaak ontstaat als de kurkstop besmet raakt met Trichloranisol (TCA), waardoor de wijn uiteindelijk die kenmerkende muffe aroma’s en eerder metalige smaak krijgt. TCA is laagdrempelig, wat betekent dat er maar een minieme dosis aanwezig moet zijn om reeds die voor ons zo hinderlijke geuren te ontwikkelen en dus het eindproduct onomkeerbaar te verknoeien. Diverse oorzaken zijn reeds onderzocht die de kurksmaak zouden activeren, zoals het gebruik van chlooroplossingen bij het steriliseren van de kurk.

In het verleden zijn al talrijke pogingen ondernomen om het productieproces zo te organiseren, dat het risico op een geïnfecteerde kurk geminimaliseerd wordt. Zo kwamen wetenschappers van de NASA enkele jaren terug op de proppen met ‘Airocide’. Een purificatieprocédé dat in de jaren ’90 werd ontwikkeld om fruit en groenten vers te houden in de ruimtestations. Hetzelfde procédé werd echter door hen ingeschakeld om natuurkurken te toetsen. Met positief resultaat, zo bleek, want tests wezen uit dat 90 tot 95% van alle TCA-besmettingen in een verzegelde ruimte binnen de 24 uur werden geëlimineerd. (lees: Kurkprobleem definitief uit de wereld?).

Daar is Diam

Recent horen we in vakkringen echter steeds meer spreken over de ‘Diam’, een speciaal aangepast kurktype dat reeds in 2005 op punt werd gesteld door de groep Oeno, maar nu volop door de Fransman Pascal Popelier wereldwijd wordt gepromoot. Blijkbaar met groeiend succes, want van deze Diam worden nu reeds in alle stilte per jaar circa 1 miljard stuks geproduceerd. Zo onderstreept expert Pascal Popelier dat er reeds 100 miljoen flessen Bordeaux - circa 1 op de 7 - per oogst met deze nieuwe kurkvorm worden afgesloten, zij het vooral in het prijsgunstige genre. De grands crus houden blijkbaar voorlopig nog de boot af en beperken zich tot de klassieke natuurkurk. De kans dat u echter al een Diam-fles hebt ontkurkt, wordt met dag groter.

Naar verluidt is de Diam-kurk gegarandeerd vrij van kurksmaak dankzij een uniek gepatenteerd fabricageproces. “Nous avons breveté un processus de fabrication unique mené dans notre usine d'Extremadura, au sud-ouest de l'Espagne", aldus Popelier in een recent interview.

Concreet wordt de kurk geplet waarbij al zijn moleculen worden onttrokken en geëlimineerd. Na dit proces blijft er slechts een poeder over, dat totaal neutraal én gepurifieerd is. Dat wordt vervolgens geagglomereerd met zogeheten microbilles (microbolletjes) plus een bindmiddel. In een volgende productiestap worden dan kurken van het type Diam individueel gegoten in de gewenste vorm, bijvoorbeeld volgens diverse grootte of hun bestemming (voor mousserende of stille wijnen?).

Het oog wil ook wat

Niet alleen is zo alle risico op kurkaantasting verdwenen, maar extra voordeel van dit procédé - althans voor de producent - is dat men zelfs schorsafval van de kurkeik kan gebruiken om zo’n Diam-kurk samen te stellen. Uiteraard reflecteert zich dat ook in de prijzen, want de Diam kan op deze tegenwoordig bijzonder concurrentiële markt zijn prijskaartje goed scherp positioneren.

Is dit dan met andere woorden de Reddende Engel voor de ganse wijnindustrie? Helaas bezit ook de Diam een zwakke plek: zijn ‘looks’. Visueel ziet de koper immers meteen dat het om een samengesteld product gaat, dat inderdaad niet zo mooi oogt als de klassieke natuurkurk.

Vandaar dat voorlopig de opmars van deze ‘veilige’ kurk beperkt blijft tot wijnen in het prijssegment 3 à 12 euro, maar de exclusievere crus niet meteen toehappen. Want die beseffen maar al te best dat het totaalimago van een fles letterlijk geld waard is.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 15 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Veilinghuizen 2012: Bourgogne nieuwste speeltje (2)

Gisteren keken we hoe vrij jonge wijnveilinghuizen als Bonhams of Acker Merrall & Condit ­- dé grote winnaar van 2011 - het er van afbrachten, maar hoe presteerden de ‘klassiekers’ Christie’s en Sotheby’s het afgelopen jaar? (zie Veilinghuizen 2012: Bourgogne nieuwste speeltje 1).

Stabiliteit verwacht

Bij Christie’s is men nog volop bezig de exacte omzet te becijferen, maar verwacht wordt dat die voor 2011 zeker boven de 90 miljoen US$ zal uitkomen. Met als orgelpunt natuurlijk de verkoop van de vertikale reeks - in casu 300 flessen uit de oogsten 1981 tot en met 2005 - Château Lafite-Rothschild, die in Hong Kong van eigenaar verwisselde voor een indrukwekkend bedrag van 4.200.000 HK$.

David Elwood, internationale verantwoordelijke voor de wijnverkoop bij Christie’s, resumeert veilingjaar 2011 als volgt: “This year we held 29 sales, achieving an average sell through rate of 89%; four sales in 2011 were 100% sold. We expect the market to continue to stabilise in the first quarter of 2012, leading to renewed demand internationally throughout the rest of the year.”

Verder noteert hij niet alleen een toename van het aantal particuliere kopers dat deelneemt aan deze veilingen, maar ook een toename van het aantal kopers die regelmatige cliënten worden, dus frequent meespelen bij deze internationale veilingen.

Leve Londen

Concurrent Sotheby’s van zijn kant sluit 2011 eveneens positief af. De wijntak van dit veilinghuis registreerde immers een totale verkoop van 85.467.096 US$. Een fraai rapportcijfer waarmee het nipt niet het record van 2010 evenaarde - dat bedroeg 88.270.000 US$ -, maar wèl nog steeds ruim het dubbele omzetcijfer van het rampjaar 2009. In volle crisis werd toen slechts 41.848.101 wijn verkocht.

Vooral de verkoop in Londen beïnvloedde deze resultaten positief, met een omzet van 27.191.060 US$ of een stijging met circa 30 procent. Daarmee realiseerde Shotheby’s in zijn thuishaven het hoogste totaal sedert de start van het wijndepartement in 1970 en laat Londen de verkoop in de VSA, met een jaaromzet van 13.538.442 US$, ruim achter zich.

Puur in volume bekeken blijft echter Hong Kong het leeuwendeel van de omzet voor Sotheby’s leveren, want vorig jaar werd er voor 44.737.594 US$ afgehamerd. Het percentage verkochte loten lag tijdens Sotheby’s 23 veilingen vorig jaar trouwens opvallend hoog: 96 procent. Dit percentage (on)verkochte loten zal trouwens dit jaar ook één van de voornaamste indicatoren worden om de gezondheid van de wijnveilingen te toetsen.

International head of wine bij Sotheby’s, Serena Sutcliffe, ziet overigens net als haar collega’s bij Bonhams, Bourgogne de nieuwe hype worden bij internationale kopers:“Bordeaux remains the backbone of classic wine auctions but top-end Burgundy is highly sought after, with buyers from every corner of the globe” besluit ze.

Wie dus nog ‘grote’ Bourgogne in zijn/haar kelder wil halen, zal met andere woorden dit jaar er als de kippen bij moeten zijn. Er liggen veel grote vissen op de loer...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 14 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Veilinghuizen 2012: Bourgogne nieuwste speeltje (1)

Aan de startlijn van een nieuw jaar worden er altijd lijstjes vrijgegeven met de trends van de voorbije 12 maanden. Ook in het circuit van de wijnveilingen telt men nu zijn baten of likt de wonden.

Maar 2011 bleek commercieel als jaargang best mee te vallen, want de markt lijkt vrij stabiel, met nog voldoende groeiniches. Ook al waarschuwt iedereen dat 2012 wel eens een ‘magerder’ veilingmillésme kan worden.

Bourgogne houdt beter stand

Alhoewel de totale verkoopcijfers vaak iets lager uitvallen dan tijdens het recordjaar 2010, hebben vooral in Hong Kong en Londen verschillende wijnveilinghuizen het voorbije jaar toch nog flinke groei geboekt.

Dat geldt vooral voor Acker Merrall & Condit, het veilinghuis dat puur in wijn gespecialiseerd is. Het sloot het jaar immers indrukwekkend af als de numero uno qua wijnverkoop in zowel Azië (omzet: 68.835.590 US$), de VSA (41.619.211 US$) als ‘worldwide’ (110.454.801 US$). Qua waarde won het, vergeleken met 2010, vorig jaar +8,5 procent qua wijnomzet en de verkoop in de VSA dikte zelfs in waarde met een ferme +19 procent aan.

Ook bij Bonhams blije gezichten, want voor het tweede jaar op rij zag men zowel in Londen als in de VSA de wijnveilingomzet met +40 procent stijgen, tot een (internationaal) totaal van 17 miljoen US$. Bonhams scoorde vooral goed met een aantal opmerkelijke bourgognepartijen, waaronder de veelbesproken verkoop van een kist Domaine de la Romanée-Conti 1990, die in september werd afgehamerd voor een spectaculaire £126.500. Ook aparte kisten van de jaargang 1988 haalden telkens hoge hamerprijzen.

In een perscommuniqué wijst men bij Bonhams daarom op een trend: topbourgogne lijkt in de huidige marktcondities beter zijn prijsniveau te behouden dan ‘grote’ Bordeaux: “These prices show that Burgundy, notably Romanée-Conti, has held its price level in the second half of the year, while top Bordeaux and particularly Château Lafite Rothschild has fallen away; the 1982 vintage made over £39.000 a case in February but had fallen to £28.750 by December.”

Alhoewel die conclusie natuurlijk ook relatief is: 28.750 pond sterling voor 12 flessen Lafite lijkt me toch nog steeds een gezonde meerwaarde...

Kopen globaliseert verder

In hetzelfde statement van Bonhams vinden we overigens nog een tweede opmerkelijke trendanalyse terug. De analisten van dit veilinghuis oordelen namelijk dat er in Hong Kong, nu al zo’n tweetal jaar dé onbetwiste groeipool in de wijnveilingmarkt, stilaan ‘too much wine’ circuleert. Zo globaliseren de (ver)koopstromen steeds meer: “The other interesting development in 2011 has been the internationalisation of the wine auction market. Five of the six top lots in our November Hong Kong auction were bought by a European buyer, while the major buyer in our London sale the following week was from the Far East. Hong Kong is no longer achieving a premium over London for top wines.”

Kortom, Hong Kong blijft cruciaal voor de internationale wijnveilingmarkt, maar het zijn niet noodzakelijk uitsluitend Aziaten die er hun kelders komen vullen. Ook Europeanen of Amerikanen weten tegenwoordig maar al te goed dat er in de voormalige kroonkolonie vaak fantastische partijen onder de hamer komen, net zoals de Aziatische kopers zich niet langer beperken tot hun eigen veilinghuizen.

Frank Van der Auwera

Lees morgen: Veilinghuizen 2012: Bourgogne nieuwste speeltje (2)

Geplaatst op 12 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Cheval Blanc op oorlogspad

Chevalblanc
Hoe ver kan men gaan met de bescherming van een domeinnaam? De voorbije jaren hebben we geregeld dossiers becommentarieerd waarbij vooral de bekende, peperdure premiers crus uit het klassement van 1855 het slachtoffer werden van naamdieven. Oplichters die ook steeds vaker nepwebsites lanceren om een graantje mee te pikken van andermans veel betere reputatie (lees o.a. www.Lafite.nep).

Niemand die betwijfelt dat het copyright beschermd moet worden, zeker nu de Chinese markt zich voor zoveel Europese crus en domeinen opent, maar soms krijg ik toch wel eens het gevoel: dit gaat juridisch veel te ver en creëert eerder een gevaarlijk precedent.

Wit paard steigert

Die indruk kreeg ik zeker bij de recente uitspraak van een Franse rechtbank in Bordeaux, die komaf wou maken met de ‘verwarring’ tussen het Château Cheval Blanc, deze topper (in casu Premier Grand Cru Classé A) uit de appellatie Saint-Emilion, en het veel bescheidener Château Guiraud-Cheval-Blanc uit de Côtes de Bourg.

Dit laatste domein kreeg van de rechter van het hof van Cassatie namelijk het definitieve verbod om nog de toevoeging Cheval Blanc op zijn etiket te hanteren, nadat eerder al de rechtbank van eerste aanleg en de rechter in beroep eenzelfde vonnis velden.

Daarmee komt in principe en einde aan een juridische procedure die al in oktober 2006 werd ingezet na een klacht van de vennootschap die Château Cheval Blanc beheert. Eén van de vele klachten trouwens waarmee Cheval Blanc elke vorm van ‘imitatie’ zwaar aanvalt, vanuit de argumentatie dat deze kleine eigendommen - Château Guirau-Cheval-Blanc bijvoorbeeld wordt verkocht aan nog geen 7 euro de fles ! - parasiteren op de internationale renommee van het échte Cheval Blanc.

Diefstal van een geschiedenis?

“Voor mij is dat echter pure diefstal”, dixit Laurent Deliaune, de gerant van de vennootschap die o.a. het nu gedupeerde Château Guiraud-Cheval-Blanc produceert. "Le vol de mon nom, de mon histoire.” En hij heeft natuurlijk een paar sterke argumenten om dit vonnis onrechtvaardig te vinden.

Primo spelen zijn domein en het grote Cheval Blanc niet in dezelfde prijscategorie, dus mikken ze duidelijk op een ander publiek. Als er écht consumenten zouden bestaan die 7 euro voor een fles betalen en tegelijk toch denken dat ze hiermee een Premier Grand Cru Classé A op de kop tikken, dan betwijfel ik toch aan hun gezond verstand.

Secundo komt de naam van Château Guiraud-Cheval-Blanc niet recent uit de lucht vallen, maar wordt al jaren openlijk onder dit label gecommercialiseerd, vermelding in gidsen zoals de Guide Hachette incluis.

Tertio bestaat er inderdaad een historische link met de naam en heeft de familie Deliaune niet zomaar een marketingzet gedaan. De naam ‘Cheval Blanc’ correspondeert immers effectief met een specifiek perceel van hun domein, een zogeheten lieu-dit gelegen in de gemeente Saint-Ciers-de-Canesse.

In mijn ogen toch een sterke verdediging die de rechters echter negeerden, met het argument dat er wel degelijk volgens de code van het intellectuele eigendom sprake is van ‘verwarring’, dus de kans dat de consument misleid wordt en de échte Cheval Blanc hierdoor merkschade kan lijden. Door zijn tweede merk te commercialiseren met de toevoeging ‘Cheval Blanc’ heeft de familie Deliaune volgens de rechtbank duidelijk willen profiteren van zijn bekende broer uit Saint-Emilion.

Met als gevolg: de definitieve annulatie van de naam Guiraud-Cheval-Blanc.

Uitzonderingen zijn mogelijk

Larie & apekool volgens Laurent Deliaune, die onderstreept dat de rechter duidelijk geen rekening heeft gehouden met een decreet uit 1993, dat wél de nodige speelruimte laat. Dat decreet bevestigt inderdaad het unieke merkprincipe van "une exploitation, un nom de château", maar laat toch twee uitzonderingen toe.

Eén: als beide betrokken partijen overleggen en een compromis sluiten, wat hier echter duidelijk niet het geval was. En twee: als de gelijkende naam reeds enige bekendheid geniet sedert meer dan 10 jaar voor de goedkeuring van het decreet uit 1993, wat bij Guiraud-Cheval-Blanc duidelijk het geval was. Wanneer aan één van beide voorwaarden voldaan is, kan in principe de gelijkende merknaam behouden blijven.

De Deliaune’s kregen tot nu toe slechts op één vlak voldoening: de claim tot schadevergoeding en vette interesten die door Château Cheval Blanc bij de cassatierechter werd geëist, werd verworpen. Een schrale troost...

Frank Van der Auwera

 

Geplaatst op 5 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Languedoc schrikt wakker

Het was te denken dat de reactie ‘uit het zuiden’ niet kon achterblijven, toen onlangs bekend raakte dat Bordeaux eindelijk ook het idee van Vin de France heeft geaccepteerd (lees Bordeaux slikt Vin de France).

Door deze beslissing van het C.I.V.B. (Conseil Interprofessionnel du Vin de Bordeaux) en de Bordelaise wijnbusinerss zullen immers voortaan honderdduizenden hectoliters bordeauxbasiswijn gedeclasseerd worden en aangeboden onder dit vrij anonieme, immers zeer ruime, groepslabel.

De zoveelste poging om de overschotten van instapwijntjes weg te werken en daar nog een eurocent aan te verdienen.

Duurzaam en sprankelend

Maar deze stap van de Bordelaise handel impliceert wel dat er op de Franse wijnmarkt een nieuwe concurrent opstaat voor de reeds in moeilijkheden verkerende Languedoc-Roussillon, wijnschuur waar duizenden kleinschalige wijnbouwers en coops reeds moeten opboksen tegen o.a. de prijskrakers uit de Nieuwe Wereld, Spanje en Italië. Elke nieuwe lancering van wijnen zonder I.G., dus zonder specifieke geografische indicatie maar wél met vermelding op het etiket van de druivenrassen, vormt immers een serieuze bedreiging voor hun eigen winkel.

Logisch dat de gemoederen in het zuiden dus opwarmen. Dat bleek duidelijk uit een recente meeting van de assemblée générale die de producenten van Pays d’Oc overkoepelt. De interprofessionele belangenorganisatie Inter Oc begon alvast met een klassieke truc: een verhoging van de ledenbijdrage, zodat er extra geld in de oorlogskas belandt. “L’interprofession a besoin de plus de moyens pour défendre le label Oc dans un environnement concurrentiel et réglementaire modifié par l’arrivée des vins sans IG avec mention du cépage”, aldus Olivier Simonou, president van Inter Oc, die verdacht veel klonk als onze Belgische politici.

Maar buiten een centenkwestie kwamen er ook andere argumenten, dekpistes en strijdkreten op tafel. “Il faut remuscler la qualité de l’IGP Oc à travers une démarche de modernité“ klonk het strijdvaardig. Wat dit in concreto kan betekenen? De verdere ontwikkeling van de duurzame wijnbouw bleek één piste waarmee men de toegang tot de (wereld)markt wil veiligstellen. Een andere invalshoek: extra focus zetten op kwaliteitsbubbels uit de Languedoc, waarvan het potentieel zeer hoog ingeschat wordt, want “C’est un produit d’avenir, le marché mondial des effervescents est en pleine croissance.”

Spectaculaire volumedaling?

Tegelijk werd gekeken hoe de IGP Pays d’Oc zijn positie op de Franse thuismarkt kan versterken, want we mogen niet vergeten dat - ondanks het jarenlange succes van deze landwijncategorie in de export - zowat de helft van het volume IGP Pays d’Oc in Frankrijk zelf kopers vindt.

Om dit marktaandeel op te peppen wordt het clubidee nog eens opgepoetst. Binnen de belangenorganisatie Inter Oc bestaat namelijk al een tijdje de ‘Club des Marques’ (merkenclub), maar nu wil men ook een gelijkaardige ‘Club des enseignes’ oprichten, zeg maar de club van de verkooppunten. Distributeurs die tot dit clubje toetreden zouden dan een cofinanciering krijgen van hun promotieacties met Pays d’Oc-wijnen.

Als u het ons vraagt: voorlopig veel geblaat en weinig wol.

Waarschijnlijk moet iedereen nog de resultaten van de studie verwerken die in opdracht van Inter Oc door ABSO Conseil werd uitgevoerd. Enquête die inzicht moet geven hoe de IGP Pays D’oc in zijn geheel en specifiek de cépagewijnen ‘haut de gamme’ en de instapcuvées zich moeten herpositioneren.

Eén van de mogelijke hypotheses die namelijk in deze prospectieve studie werd uitgetekend oogt behoorlijk catastrofaal. Als de belangenorganisatie en producenten jarenlang passief blijven en zich dus niet wapenen tegen de nieuwe toevloed van wijnen zonder geografische indicatie, zou er bij de OC-wijnen wel eens een volumedaling tot 70 procent kunnen optreden. Voor de Languedoc, die al decennia financiële zuurstof haalt uit de commercialisering van deze nog populaire landwijnen, zou dat de doodsteek zijn.

Als er daarentegen wél een coherent offensief wordt ontwikkeld dat het label ‘Oc’ helpt beschermen, dan ligt de uitkomst nog op de wip: ofwel zal de verkoop de volgende jaren dan minder dramatisch dalen (tot -10 procent qua volume), ofwel zelfs lichtjes vooruitgaan.

In de Languedoc hebben veel wijnboeren dus nog wat anders dan de euro om van wakker te liggen...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 29 december 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

De Franse wijnwereld krimpt

DruivenDe Europese rooicampagnes en soms gigantische subsidiepotten - bestemd om de overschotten weg te werken of wijnbouwers te begeleiden in hun (vroegtijdige) pensionering -, hebben dan blijkbaar toch effect in Frankrijk.

Volgens de dienst voor statistiek van het Ministerie van Landbouw is zowel het aantal wijnexploitaties, als de oppervlakte gecultiveerde wijngaarden in de periode 2000-2010 namelijk flink geslonken. De hiërarchie tussen de diverse wijngebieden, vooral in termen van volumeproductie, staat dan ook soms onder druk.

Zo telde de Franse wijnbouw vorig jaar officieel nog 85.200 ‘exploitations’ tegen ruim 110.000 in het jaar 2000, of omgerekend een daling met maar liefst -25 procent in amper een decennium.

Ook de oppervlakte wingerds maakte in diezelfde periode een ferme duikeling, zij het iets minder spectaculair: het wijnareaal kromp van 876.200 hectare in 2000 tot 788.700 hectare in 2010, wat neerkomt op een daling met toch -11 procent.

Een vijfde minder Languedoc-Roussillon

Vooral wat de oppervlakte verbouwde wingerds betreft, werd niet elke wijnregio de voorbije tien jaar echter even hard getroffen. Misschien is ‘getroffen’ wel de verkeerde woordkeuze, want in streken die lange tijd vooral puur op volume mikten, is een structurele daling van het aantal wijngaarden vaak ook een prima zaak richting meer kwaliteitsbewuste wijncultuur. Althans, we mogen hopen dat net niet de verkeerde terreinen werden gerooid om de subsidies op te strijken.

Vooral de Languedoc-Roussillon zag zo ruim een vijfde van zijn aanplant (-21,3 procent) in tien jaar tijd verdwijnen, tot nu een actueel toch nog altijd respectabele 201.500 hectare. Daarmee blijft de Languedoc-Roussillon, zelfs na die drastische rooicampagnes, toch de numero uno in Frankrijk qua gecultiveerde wijnoppervlakte.

In deze hitparade wordt de Languedoc-Roussillon gevolgd door de Vallée du Rhône-Provence (met 148.500 hectare wingerd, daling met -11,4 procent) en Aquitaine (137.600 hectare of -5,4 procent). Wat deze laatste regio, thuisland van de Bordelaise appellaties, betreft: ook daar zien we de aanplant serieus krimpen, vooral onder invloed van de subsidiestroom. Belangenorganisatie C.I.V.B. berekende dat het wijnareaal in Bordeaux van zijn piek in 2007 (namelijk: 125.000 hectare) in 2009 al terug gedaald was tot 115.100 hectare. Een volumekrimp van toch ongeveer -8 procent.

Achteruitgang werd buiten deze ‘Grote Drie’ trouwens ook elders opgetekend, zoals in le Sud-Oeust (40.400 hectare nog, -15 procent), de Val de Loire et le Centre (62.100 hectare, -8,1 procent), of in het wijnbassin samengesteld uit Bourgogne, Beaujolais, Savoie en Jura, dat nu nog 53.100 hectare telt, maar in tien jaar tijd toch ook met -5,7 procent terugviel.

Toch ook stijgers

Maar in deze context zijn er opvallend ook twee wijngebieden die tegen deze trend ingaan en het afgelopen decennium zelfs in oppervlakte aandikten: Champagne en de Alsace, die respectievelijk met +7,6 procent (nu 33.400 hectare) en +5,1 procent (nu 16.200 hectare) groeiden.

Een derde regio hield eveneens goed stand. De Charentes bleef met zijn 79.900 hectare wingerd nagenoeg stabile (-0,1 procent), waarschijnlijk te danken aan de toegenomen populariteit van de Cognac.

Morgen bekijken we uit dezelfde studie nog enkele andere frappante trendverschuivingen, die het aanbod in ons glas de komende jaren mee zullen bepalen.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 december 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Bordeaux slikt Vin de France

IStock_000014342903XSmallWe zitten volop in de feestdagen en ik geef het u op een briefje: op veel tafels zullen weer de flessen bordeaux belanden, ook al verliest deze appellatiecluster gedurende het jaar steeds vaker de concurrentiestrijd met o.a. de Nieuwe Wereld, Spanje of Italië.

Precies die verscherpte concurrentie verklaart waarschijnlijk waarom men in Bordeaux bereid is tot een serieuze toegeving. Stilaan is er in de lokale wijnbusiness namelijk consensus gegroeid rond de idee van een declassering van een aanzienlijk oogstvolume onder de noemer ‘Vin de France’.

Tot 20 procent anoniem

De belangenorganisatie C.I.V.B. (Conseil Interprofessionnel du Vin de Bordeaux) heeft namelijk in het kader van zijn anticrisisplan ‘Bordeaux Demain’ begin december een charter getekend met de lokale wijnbusiness. Hierdoor wordt het mogelijk om in de toekomst honderdduizenden hectoliters bordeauxwijn ook onder het algemene ‘Vin de France’-label te verkopen.

Een heuse paleisrevolutie voor deze trotse regio, want onder deze benaming - die tussen haakjes de oude categorie van vin de table vervangt - wordt dan Bordelaise wijn op de markt gebracht zonder dat er op het etiket nog de vermelding ‘Vin de Bordeaux’ prijkt. Deze anonieme cuvées drukken wel nog de gebruikte druivenrassen en/of hun oogstjaar af, maar alle referenties naar Bordeaux worden richting eindconsument doorgeknipt.

Deze beslissing kan men natuurlijk op twee manieren interpreteren.

Enerzijds als een nederlaag voor de Bordelaise wijnindustrie, die lang heeft gedacht - én volgehouden - dat ze ‘crisisproof’ was, maar net zoals andere regio’s of concurrenten (denk maar aan Australië) met een flink wijnsurplus en soms weinig rendabele exploitaties opgezadeld zit. Een bedrijfseconomisch dubbel probleem waarvoor een uitweg wordt gezocht via deze ‘Vin de France’-categorie.

Anderzijds als een bewijs dat men ook in Bordeaux de crisis effectief durft aan te pakken en daarbij desnoods zijn trots inslikt. Door een deel van de overschotten te laten wegvloeien in de (anonieme) categorie ‘Vin de France’, beschermt men op papier immers beter de appellatiewijnen uit de regio. En wordt de kwaliteitslat zo hoger gelegd. Die visie vertolkte ook Philippe Vasseur, de president van FDSEA (Fédération départementale des syndicats d'exploitants agricoles de Gironde), dit voorjaar reeds in de Franse media: “Cela permettrait d'assurer au producteur le même chiffre d'affaires que l'AOC Bordeaux, mais avec des contraintes en moins.”

Om u een idee te geven over welke volumes we hier spreken: volgens de eerste ramingen zou 15 tot 20 procent van de Bordelaise jaarproductie in aanmerking komen om onder het etiket ‘Vin de France’ verkocht te worden.

En zo wordt de internationale wijnzee van spotgoedkope 'anonieme' wijntjes weer met honderdduizenden hectoliters groter...

Frank Van der Auwera

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer