Home Markten Live Netto Sabato

Chili

Geplaatst op 17 november 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Italië weer wereldkampioen volume

DruivenDe statistieken zijn nog voorlopig, want worden nu bijna maandelijks bijgesteld, maar de hitparade van de belangrijkste wijnproducenten wereldwijd naar volume ligt toch al min of meer vast. Volgens de berekeningen van het O.I.V. ziet de Top Tien er als volgt uit voor de oogst 2016:

Hitparade Wijnproducenten Wereldwijd in 2016

1) Italië, 48,8 miljoen hectoliter

2) Frankrijk, 41,9 miljoen hectoliter

3) Spanje, 37,8 miljoen hectoliter

4) V.S., 22,5 miljoen hectoliter

5) Australië, 12,5 miljoen hectoliter

6) China, 11,5 miljoen hectoliter

7) Chili, 10,1 miljoen hectoliter

8) Zuid-Afrika, 9,1 miljoen hectoliter

9) Argentinië, 8,8 miljoen hectoliter

10) Duitsland, 8,4 miljoen hectoliter

Een paar conclusies: in totaal wordt de wereldwijnproductie voor de oogst 2016 globaal geraamd op 259,5 miljoen hectoliter, een van de laagste scores in de voorbije 20 jaar. Grillige klimaatcondities hebben diverse productielanden serieus geteisterd voordit millésime. In totaal ging het om een duik van -5% in 2016 vergeleken met het productievolume in 2015.

Vooral de kwantiteit in Frankrijk (-12% in vergelijking met de campagne 2016/2015), Chili (-21%), Zuid-Afrika (-19%) en Argentinië (-35%) zagen beduidend minder druivenmateriaal in hun kelders arriveren.

Verderop in de hitparade zijn er zelfs nog dramatischer resultaten te vinden. Zo halveerde het productievolume zelfs in Brazilië en noteerde ook de Oostenrijkse wijnbouw een terugval met -21%.

Wat deze krimp zal betekenen op prijsvlak valt voorlopig nog moeilijk te voorspellen.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 13 juli 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Ronde van Frankrijk blijft wijnallergisch

TourDeFranceKomt het ooit écht goed tussen de Ronde van Frankrijk en de Franse wijnsector? We twijfelen er sterk aan.

Een paar weken geleden berichtten we over het conflict tussen de vignerons uit de Aude en de tourdirectie, omdat deze een Chileens wijnhuis als officiële wijnpartner koos (lees: Tour de France drinkt Chileens). Er werd wekenlang gedreigd met blokkades en harde acties, tot de plooien op zijn Frans weer gladgestreken werden (Lees: Het zijn toeren).

Maar zelfs na dit laattijdige compromis blijkt het nog steeds te boteren tussen beide partijen.

Loire aan de klaagmuur

Nu zijn immezrs ook de wijnboeren uit de Loire-vallei op hun teen getrapt. Of toch minstens zwaar ontgoocheld.

Zij, in casu ‘Les vignerons Angevins’ wilden namelijk publicitair maximaal profiteren van de passage van de Ronde van Frankrijk door de steden Angers en Saumur. Het was immers al 12 jaar geleden dat de Ronde nog eens de wegen van Maine-et-Loire aandeed en dus zochten de lokale wijnbouwers naar visibiliteit. En investeerden daar een serieus pak geld in.

Zo werden tientallen affichepanelen afgehuurd op het parcours in Angers en Saumur en een groot zeil van 15 meter uitgerold in Savennières en Montreuil-Bellay met de boodschap “Bienvenue au Tour de France”. Dit welkomstzeil zou normaliter door de helikopters van France Télévision gefilmd worden, die immers trouw al dit soort volkse boodschappen registreert.

Maar dit keer dus niet. Alles bleef systematisch netjes buiten beeld, alsof het om een racistisch incident ging dat geen aandacht verdiende. Sterker nog: ook de diverse degustatiemomenten die de wijnsector organiseerde in Angers - o.a. voor de meereizende persmeute - kregen nauwelijks proevers over de vloer.

Alleen de duizenden uitgedeelde roze petjes en zonnebrillen, een initiatief van de roséproducenten van Anjou, vielen enigszins op aan de finish tussen de overheersend gele varianten, en kwamen dus effectief in beeld. Als een soort vredespijp, en waarschijnlijk bang voor een nieuwe boycot waarmee ‘het zuiden’ al eerder gedreigd had, stemde de tourdirectie in in Saumur Loire-wijnen werden voorgesteld in de ‘espace VIP’.

Maar de bilan inzake visibiliteit is wel magertjes, zeker als men rekening houdt met de gemaakte investeringen en inspanningen.

Blijkbaar heeft de wielrennerij, waar doping al jaren een structureel probleem vormt, meer last met wijn en wijnbouwers dan met deze chemische pepmiddelen en fietsende fraudeurs. Idem wat de Franse TV betreft.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 29 februari 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Tour de France drinkt Chileens

TourDeFranceHet wielerseizoen is pas gestart, maar in Frankrijk is er al een eerste rel in het milieu.

Het Syndicat des Vignerons de l’Aude is er namelijk geschandaliseerd door het feit dat de officiële wijn van de komende Tour de France… een Chileen is. De drie toekomstige edities zal het inderdaad het Chileense Cono Sur zijn – label van de ook bij ons bekende groep Concha y Toro – dat als ‘cuvée officielle’ fungeert. Deze sponsordeal werd recent voorgesteld door een enthousiaste Tour-directeur Christian Prudhomme, met als voornaamste argumentatie: “le Tour, comme le vignoble, a de profondes racines européennes, mais il gagne constamment de nouvelles terres.”

Het syndicaat van de wijnbouwers van de Aude schoot na die mededeling in een Franse koleire en dreigt nu met harde acties. Hun president Frédéric Rouanet spreekt zelfs van heuse blokkades van bepaalde etappes: “We hebben het parcours grondig bestudeerd en we zullen ons overal in Frankrijk positioneren’. Vooral de etappe op 13 juli die van Carcasonne naar Montpellier loopt, dus door de Languedoc, lijkt een potentieel doelwit.

Wat bij de wijnbouwers van de Aude vooral kwaad bloed zet is dat er naar verluidt ruim een jaar met de organisatie van de Tour werd onderhandeld voor een mogelijke partnership en sponsoring, binnen de zeer strikte beperkingen van de ‘Loi Evin’ die te opzichtige publiciteit voor ‘alcohol’ aan banden legt. Maar net nu deze wet versoepeld werd blijkt het een Chileens label te zijn dat van deze nieuwe speelruimte profiteert.

En waarom zou één van de grootste sportevenementen van Frankrijk dan per se niet-Franse wijnen in the picture zetten, zo klinkt het kritisch?

Vraag blijft natuurlijk: een Ronde van Frankrijk die zelfs in het buitenland start en nog diverse 'vreemde' etappes telt, kan die wel 100% chauvinistisch zijn wat het wijnaanbod betreft?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 29 januari 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Schiet Chili in eigen voet?

ChileChileense wijn is de voorbije 10 à 15 jaar uitgegroeid tot een blijver op onze markt. Populair vooral in het betaalbare genre onder de 10 euro consumentenprijs.

Globaal is Chili zelfs de 4de belangrijkste wijnexporteur geworden - na de drie Europese natiën Frankrijk, Italië en Spanje - én zo ook meteen de grootste uitvoerder binnen de Nieuwe Wereld.

Maar volgens sommige analisten begeeft de Chileense wijnindustrie zich tegenwoordig commercieel in sommige afzetmarkten - met name het Verenigd Koninkrijk, nog altijd een ijkpunt - toch op dun ijs en zou ze haar internationaal succes op termijn zo wel eens kunnen hypothekeren.

Carmenère én duurzaamheid de sleutel

De twee boosdoeners die nu reeds meetbaar zijn in het Verenigd Koninkrijk zijn enerzijds de voortdurende prijzen/discountoorlogen die daar vooral in de grootdistributie worden gevoerd, en anderzijds de soms excessieve massaproductie van bepaalde domeinen.

Twee strategieën die volgens Mario Pablo Silva, president van de sectororganisatie Wines of Chile, echter bijzonder risicovol zijn voor de toekomst. Dat hij en andere analisten vooral op deze V.K.-markt focussen, is logisch: bijna een kwart (23%) van alle Chileense wijn vloeit naar verluidt jaarlijks richting onze eilandburen. Toch is dit volume 'slechts' goed voor 17% qua waarde, wat betekent dat vooral de 'bas de gamme' er enthousiast afzet vindt.

Eén van de sleutelproblemen van deze massaproductie is dat veel Chileense huizen in rood bijvoorbeeld nog altijd de voorkeur geven aan Cabernet Sauvignon - waar de internationale markt tussen haakjes al van overstroomt... -, ten nadele van de toch meer 'eigen' Carmenère. We vinden daardoor Chileense Cabernet werkelijk in alle gedaanten en prijsvorken, ook in de Belgische handel, meestal echter voor een habbekrats en helaas ook te vaak in het ordinair kruidige, fruitoppervlakkige genre. Cabernets die dan in de rekken moeten opboksen tegen zoveel concurrenten binnen en buiten Europa.

Kortom, aldus Silva, de Chileense wijnbouwers moeten zich dringend meer op iets duurdere premiumwijnen richten in plaats van op goedkope instapcuvées. Met als U.S.P.'s de Carmenère-druif én de duurzame wijnbouw die in Chili veel aanhang kent, samen met het steeds populairder wordende wijntoerisme.

Met als ambitie: tegen 2020 moet Chileense premiumwijn zo hét boegbeeld van de Chileens export vormen.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 januari 2014 door Wijntijd Reacties | Reageren

Scoort Braziliaanse wijn straks (2)?

Los van deze objectieve trends die we gisteren aanalyseerden (lees: Scoort Braziliaanse wijn straks (1)?), kan de wereldbeker voetbal wel als een katalysator werken voor de Braziliaanse wijnbouw. De consumptie én wijnkennis nemen immers sedert de toekenning van deze internationale competitie navenant toe.

Zo schieten in de economische hoofdstad São Paulo de wijnbars en de gespecialiseerde wijnshops als paddenstoelen uit de grond, terwijl de grootwarenhuizen er hun assortiment gevoelig hebben uitgebreid. Het effect zal ook duidelijk worden in de horeca, als straks honderdduizenden toeristen – waarvan velen wél een wijntraditie hebben – neerstrijken.

En het is in de wijnbusiness nu eenmaal een Wet van Meden & Perzen: waar de lokale consumptie groeit, stijgt simultaan ook de lokale productie. En op termijn de export.

Wijn zwaar belast

Eén zaak zal wel snel moeten veranderen: Brazilië is op wijngebied een duur land, wat de consumptie en productie ervan natuurlijk afremt. Wijn is er fiscaal het zwarte schaap.

Geïmporteerde wijnen worden er bijvoorbeeld zeer zwaar getaxeerd. Zo zal een fles die in Chili 13 euro kost na import voor de Braziliaanse eindconsument makkelijk 2,5 tot 3 keer duurder uitvallen. Voor importwijn die buiten het Mercosur-verdrag valt, kan deze taks zelfs oplopen tot 83% van de uiteindelijke flessenprijs.

De eigen wijnproductie van zijn kant heeft vaak te kampen met  het ‘dure’ geld bij leningen om in de broodnodige moderne vinificatie-apparatuur te kunnen investeren. Met als resultaat dat de Braziliaanse kwaliteitsflessen die wél de oversteek richting België maken, nooit echt spotgoedkoop zijn. Of althans zo gunstig geprijsd kunnen worden dat ze de concurrentie hier met de duizenden Chilenen, Fransen, Spanjaarden, Italianen, Argentijnen, Zuid-Afrikanen,.. et cetera aankunnen.

Zolang dit geldprobleem niet wordt opgelost aan de bron - en dan spreken we niet eens over de eventuele papiermolen of de taalhandicap voor onze wijnimporteurs -, zal het niet krioelen van Braziliaanse crus in onze handel.

Want waarom zou de Belgische consument 15 euro neertellen voor een Braziliaanse Merlot, als er in dezelfde rekken een even lekkere Chileen of Zuid-Afrikaan ligt voor maar 9 euro?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 maart 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Joepie, daar is de schaarste weer!

Oké, wat is het nu: warm of koud?

Net zoals we de voorbije 3 à 4 jaar tientallen malen voorspellingen konden lezen over het respectievelijke de verdere aftakeling van de wereldeconomie, zat ook de internationale wijnbusiness in de greep van tegenstrijdige berichtgeving over het voorzichtige herstel, het definitieve herstel, het bijna-herstel, de enorme wijnoverschotten, et cetera, (lees o.a. Australië zit nog altijd in een (wijn)dip of Wisselkoersen bevorderen bulkwijn deel 1 en deel 2 of Australië wil afslanken of Down Under: nog steeds down of Australië krijgt een nieuwe opdoffer of Franse wijncoops blij met oogstvolume 2011).

Tekort of teveel?

Geregeld werden we als wijndrinkers inderdaad met onze neus op de gigantische ‘wine glut’ gedrukt, het structurele en meerdere oogstjaren overspannende druivenoverschot. Surplus dat zich commercieel vertaalde in miljoenen liters overtollige, ergo onverkoopbare bulkwijn. Of dure want gesubsidieerde rooi -en distillatiecampagnes, afslankingsoperaties bij grote drankenholdings en duizenden ‘domeintjes’ die over kop gingen of financieel geen speelruimte meer vonden.

Maar even geregeld doken dan weer prognoses op over een plots dreigende schaarste. Uiteraard in specifieke niches en appellaties of druivenrassen, maar toch telkens: structurele tekorten, met prijsstijgingen als logische en vooral budgetpijnlijke consequentie voor ons eindconsumenten. Soms zwaaide de pendel echter al totaal de andere kant uit in amper 1 à 2 oogstjaren, waarna een regio van een surplusstatus transformeerde in een schaarstescenario. Kijk maar naar Nieuw-Zeeland (Nieuw-Zeelandse wijn wordt schaars(er) en duur(der) of Oef in Argentinië of Joepie, een kleine(re) oogst! of Druivenschaarste dreigt in Zuid-Afrika of Hoe beautiful is big deel 1 en deel 2?).

Maar geloof het of niet, we zitten voorjaar 2012 blijkbaar opnieuw in een fase waar plots het woord wijnschaarste bon ton is in de internationale handel.

Doemscenario zat fout

Dat de media om de haverklap deze geruchten opnieuw gulzig oppikken, heeft vooral te maken met de dominantie van Angelsaksische pers. Zo wordt de laatste weken weer druk gespeculeerd over een Californisch wijntekort, dat als symptomatisch wordt gezien voor een algemeen dreigende schaarste op wereldvlak.

Eerst even inzoomen op de voornaamste onruststoker. In casu rapporten die recent werden gepresenteerd tijdens de Central Coast Insights Conference bevestigen blijkbaar allemaal dezelfde these: de Californische wijnindustrie is beland in een (lange) periode van structurele aanbodschaarste. En dit dreigende tekort suggereert dat het tijdperk van de ‘global wine glut’ vrij snel zal eindigen.

Matt Turrentine, makelaar van Turrentine Wine Brokerage, presenteerde concrete cijfers tijdens de workshops. Er bestaat volgens hem momenteel een kloof van zo’n 47 miljoen kisten tussen de wijnen die recent vanuit Californië werden verscheept richting exportmarkten en de 210 miljoen kisten die werden geoogst tijdens de recente oogst 2011.

Nieuwe aanplant van Californische wijngaarden konden onvoldoende de opverende vraag voldoen. Kleinere oogstvolumes hebben de voorbije jaren bovendien meer impact gehad dan het structureel afbouwen van de voorraden in de wijnhandel, zeker omdat in bepaalde sleutelafzetmarkten de consumptie desondanks flink bleef groeien.  Eerste gevolg van dit alles: de prijzen van bulkwijn zijn in Californië de voorbije 2 maanden verdubbeld.

De algemene teneur luidt kortom: we hebben ons in slaap laten wiegen door al die doemverhalen over de gigantische wijnoverschotten, zeker als we kijken naar de constante groei van de wijnconsumptie in de V.S.A. en China.

Globale schaarste spookt

Dat het ondertussen echter niet alleen gaat over het (krimpende) wijnaanbod bij Uncle Sam of specifiek Californië, illustreren ook volgende cijfers.

Millesime 2011 in de Languedoc bijvoorbeeld zit kwalitatief pico bello, maar zou kwantitatief lager uitvallen, wat zich al vertaald heeft in druivenprijzen die een tienjarige piek bereikten. Zelfs in Spanje, dat toch veel appellaties telt met een chronische overproductie en waar de thuismarkt door de recessie als een soufflé in elkaar is gestort, zijn er wijnstreken die plots weer rekening houden met tekorten.

Zo viel het rendement in Rioja voor de oogst 2011 laag uit, zelfs een daling met -20 procent. Ook een traditionele wijnschuur en volumeproducent als La Mancha of een superdemocratische herkomstbenaming als Valdepeñas registreerden de voorbije maanden krimpende stocks en dus bijgevolg klimmende prijzen.

En geloof het of niet, ook down under noteren sommige Australische bronnen plotseling een trendverschuiving richting mogelijke schaarste. Neil McGuigan, CEO van Australian Vintage - goed voor pakweg 10 procent van het jaarlijkse oogstvolume - klinkt nu plots veel genuanceerder in de lokale media: “We have an oversupply of cooler climate and higher quality fruit. But if you look to the big producing areas, where production has been decreasing and vineyards left or uprooted, then there is hardly any spare capacity at all.”

Urban legend of niet?

Wat moeten we nu van deze drastische ommekeer in perceptie denken?

Ofwel schildert men ons nu het zoveelste broodje-aapverhaal voor, in een poging om de toch nog altijd flinke voorraden in bepaalde regio’s of appellaties versneld weg te werken. Aan prijsniveaus die ze eigenlijk niet waard zijn.

Ofwel is de wereldwijde dorst, onder andere door de koopkrachtige middenklasse in de BRIC-landen, inderdaad zo gestegen én blijf stijgen, dat er op termijn tekorten kunnen ontstaan.

Let wel: ‘kunnen’ ontstaan. Ik ben er namelijk nog altijd niet van overtuigd dat we plots met een acute druivenschaarste opgezadeld zitten, want dit lijkt me eerder een ideaal script voor wijnmarketeers om ons straks méér te laten betalen.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 1 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Duurzaamheid wordt nieuwe marketingbonus

Chile

Natuurlijke wijnproductie, duurzaamheid en ecovriendelijkheid worden stilaan begrippen met een goudwaarde in de wijnmarketing.

Ook al komt er vaak terecht scherpe kritiek op de soms semireligieuze en/of elitaire benadering van deze wijnbouw - recent nog vergeleek een Britse toonaangevende wijnimporteur van natuurlijke wijnen (!) deze wijncategorie met Marxisme, “...aangezien de werken van Karl Marx vooral lectuur waren voor een kleine groep mensen die ze konden begrijpen én waarderen, en niet bestemd voor de massa” - is iedereen het erover eens dat méér aandacht voor duurzamere wingerd, -vinificatie -en transportprocessen uiteindelijk alleen maar winnaars oplevert.

De eerste toetsing overleefd

In Chili heeft men deze boodschap goed begrepen en werd voorjaar 2011, onder impuls van de belangenorganisatie Vinos de Chile - een bijzonder invloedrijke vereniging waarvan de leden goed zijn voor ruim 92% van alle gebottelde wijnexport - , een gloednieuwe en naar verluidt strenge ‘Sustainability Code’ gelanceerd. Code waarmee individuele wijndomeinen kunnen gecertificeerd worden op al hun (al dan niet) duurzame praktijken, van druif tot fles.

Zopas werden de namen bekend gemaakt van de eerste 14 wineries die, na een schijnbaar zeer rigoureus assessment en een lang inspectieproces, als eersten officieel dit certificatiezegel in de wacht sleepten.

Althans: deze 14 wijnbedrijven werden reeds bekroond voor het eerste luik van de drie hoofdstukken tellende duurzaamheidscode. Dit eerste hoofdstuk - geldigheidsduur één jaar - bestrijkt namelijk de evaluatie van ecovriendelijke beheersprocessen en normen in de wijngaard (het zogeheten ‘Green Chapter’, focussend op de praktijken in de ‘Vineyard’), waardoor natuurlijke resources maximaal worden beschermd.

De 14 feestvarkens werden inderdaad nog niet getoetst op de duurzaamheid van hun activiteiten in de productiekelders (het ‘Red Chapter’met focus op ‘Winery’) of op hun totale maatschappelijke verantwoordelijkheid (het Orange Chapter, gericht op de ‘Community’). Die andere etappes worden in de loop van dit jaar verder beoordeeld en eventueel extra gecertificeerd voor een geldigheidsduur van twee jaar. Naar verluidt presteerden de 14 kandidaatdomeinen wél uitstekend tijdens deze assessmentronde. Ze haalden immers een gemiddelde score van 83 procent.

De 14 winnaars op een rij

In Chileense wijnkringen slaat men zich in ieder geval trots op de borst, want deze alomvattende benadering van het duurzaamheidsconcept is momenteel het meest ambitieuze van alle wijnproducerende landen: “We are committed to becoming the number one producer of premium, sustainable and diverse wines from the New World by 2020,” aldus een opgetogen René Araneda, president van Wines of Chile. “To achieve this goal it is imperative to create innovation that boosts our competitiveness. The development and implementation of Wines of Chile's state-of-the-art Sustainability Code is a key pillar to achieve this objective.”

Natuurlijk heeft Chili van nature een streepje voor op de concurrentie wanneer het op duurzame wijngaarden aan komt. Het microklimaat, de topografie, de geografische locatie (nabij de Oceaan of in de schaduw van de Andes) en de aanwezigheid van veel prephylloxera-druivelaars, lenen zich in de meeste wijnvalleien perfect voor zulke ecovriendelijke aanpak.

Als duurzaamheid dus één van uw koopcriteria is wanneer u uw wijnkelder of schenkmand vult, zijn dit de namen van de laureaten die nu gecertificeerd werden: Anakena, Arboleda, Caliterra, Casa Silva, Cremaschi Furlotti, Emiliana, Errázuriz, Montes, MontGras, Santa Cruz, Santa Ema, Santa Rita, Ventisquero en Vía Wines. Als ik me niet vergis liggen minstens 10 van deze 14 ook reeds in onze Belgische wijnrekken.

Hoe ze te herkennen? Deze domeinen zullen gedurende zeker een jaar een speciaal ‘Certified Sustainable Wine of Chile’-zegel op hun etiket, flessen en zelfs promotiemateriaal mogen dragen. Wees er dus maar zeker van dat ze deze bekroning dik in de verf zullen zetten in al hun volgende communicatie. Binnenkort zal dit duurzame koppeloton vermoedelijk serieus aangroeien, want nog eens 24 wineries hebben zich reeds ingeschreven voor dit certificatieproces.

Het is m.a.w. opnieuw de Nieuwe Wereld die het ‘Oude’ Europa een lesje in slimme wijnmarketing geeft. Nu maar hopen dat de gelauwerde domeinen deze marketingbonus niet aangrijpen om snel hun prijskaartjes te verhogen...

Frank Van der Auwera

Foto: Mark Scott Johnson op Flickr (Creative Commons licentie).

Geplaatst op 22 september 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

To stink or not to stink, the sequel

IStock_000016272889XSmall We komen terug op wat in de media nogal snel het ‘Oxfam-wijnschandaal’ werd genoemd, maar misschien uiteindelijk toch maar een storm in een glas (correcte) wijn was (lees To stink or not to stink).

De stroom reacties van de voorbije dagen, ook rechtstreeks via mail en telefoon en op sociale media - tot in Nederland toe -, toont wel aan dat veel wijnliefhebbers serieus begaan zijn met de kwaliteit van hun glas wijn. En zich terecht vragen stellen over bepaalde praktijken in chais en bottelarijen, aangezien veel van wat er in vinificatiekringen gebeurt van de buitenwereld wordt afgeschermd of in ondoordringbaar vakjargon gegoten. Dat veel consumenten de wereld van de wijnmakerij als één chemische hokus pokus zijn gaan zien, kan hen met andere woorden niet verweten worden.

Proef op de som

Maar ik ging het dossier even verder voor u uitpluizen.

Eerst en vooral ontving ik van Oxfam België het organoleptische onderzoek - in mensentaal: het proefwerk - dat in hun opdracht door BRUCEFO (het Brussels Centrum voor de Voedingsmiddelenexpertise) werd uitgevoerd. Verschillende flessenformaten van deze Sagrada Familia Cabernet Sauvignon 2010 uit Lontué Valley (Chili) - de vermeende stinkwijn - werden door deze derde partij gedegusteerd, met als conclusie: technisch perfect in orde.

Niet dat we deze experts van BRUCEFO niet op hun woord geloven, maar een goede wijnjournalist moet een Kritische Thomas blijven, dus vroegen én kregen we zonder problemen zelf proefstalen. Vier flesjes in 37,5 cl, dus half het formaat van de klassieke wijnfles. Deze werden in een blinddegustatie, dus anoniem, geplaatst naast andere Cabernets met een vergelijkbare prijsvork en geproefd door ons team waarin zowel ‘gewone’ consumenten als professionelen.

En niet dat dit de grootste Chileense Cabernet is die de voorbije maanden op onze tafel verscheen, maar van paardenmest of 100-jarige stinkeieren inderdaad geen spoor. In ons glas ontdekten we een fris robijnrode, gul tranende wijn met een eenvoudige, maar amusante en zuivere geur van rode neusjes, kers en aalbes. Ook in de mond domineren rond en soepel klein rood fruit en besjes, met een geprononceerde zuurtegraad, lichte cacaotoets en wat uitdunnend naar de afdronk toe. Duidelijk een product van jonge Cabernet-stokken, maar we praten hier niet over een wijn met een Cru Bourgeois-prijskaartje. Een fles kortom die ik, op voorwaarde dat ze voldoende koel en jong geserveerd wordt, op restaurant niet zou weigeren. En elk exemplaar gaf identiek resultaat.

De juiste dosis techniek

Wat de hele heisa dan toch maar een storm in een glas wijn, gelanceerd door een journalist die wel de klok maar niet de klepel had gevonden?

Wat deze specifieke cuvée betreft: ja dus. Deze Oxfam-Cabernet blijkt zeker geen vloeibaar zoölogisch experiment. Of er iemand met het lekken van wat blijkbaar een ‘normale’ procedure was de bedoeling had om deze organisatie te raken, is een andere kwestie.

Maar wat dit wijnincident wél aan het licht bracht - getuige daarvan de werkelijk honderden reacties die ik ook rechtstreeks en ‘live’ kreeg op mijn blog en radiopraatje -, is dat dit geval het Oxfam-dossier overstijgt. Veel wijnamateurs voelen zich duidelijk nog altijd niet op hun gemak met Belgische bottelingen en vrezen dat er in dat proces proportioneel meer gemanipuleerd wordt dan op het domein. Wat natuurlijk nonsens is. Geen van beide botteltypes bezit het absolute monopolie op kwaliteit.

Sterker nog, zonder moderne technologie en oenologie zouden we trouwens niet de fruitgedreven, vaak supersmakelijke wijntypes kunnen drinken die nu wél massaal in de rekken liggen. En ten tweede zou, zonder een aantal beperkte technische ‘ingrepen’, het prijskaartje van een pak wijnen snel vele malen duurder worden, gewoonweg omdat er dan minder druiven de toets van hun millésime en klimaatsgrillen doorstaan. Let op, dit is géén pleidooi voor ongebreideld gebruik van sulfiet, toevoeging van zuren, dealcoholisatie (= alcoholpercentage verlagen) of chaptalisatie (= alcoholpercentage verhogen) van een wijn-in-wording, maar een nuchter feit.

Wijn zonder (gedoseerde!) moderne technische ingrepen, zoals die dus nog door onze (bet)overgrootvaders werd gemaakt, zouden we anno 2011 eenvoudigweg uitspuwen, wegens ondrinkbaar.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 20 september 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

To stink, or not to stink...

IStock_000016283515XSmall Gisteren was het mijn dagje wel: om het kwartier hing er een collega-journalist aan de lijn van een krant, magazine of radioprogramma, die allemaal mijn reactie wilden weten over het ‘Oxfam-wijnschandaal’.

Wat is er aan de hand? Een tijdje geleden lekte blijkbaar mailverkeer uit tussen (wijn)verantwoordelijken bij de Belgische tak van Oxfam en de wijnexperts in de bottelarij van Delhaize. Deze grootdistributeur, die over één van de meest modern geëquipeerde bottelinstallaties beschikt, trekt namelijk contractueel jaarlijks hectoliters Fairtrade-wijnen op fles, die door Oxfam vooral bij Chileense coöperatieven worden aangekocht. De selectie ervan en het transport, evenals de etikettering en de goedkeuring van de botteling, gebeuren dus uitsluitend op verantwoordelijkheid van Oxfam, terwijl de botteleenheid van de Delhaize Group louter als facilitator fungeert.

Welkom in de stal

Maar een tijdje geleden had men daar bij een levering dadelijk in het snuitje dat er iets niet pluis was met een lading van maar liefst 48.000 liter Cabernet Sauvignon uit Chili. De geur was immers niet te harden: het lot stonk naar rotte eieren en had een zware fecale geur.

Op vraag van de aankopers van Oxfam werd deze wijn diverse malen overgepompt om zo ‘te verluchten’, waarna deze het licht op groen zetten en de wijn definitief werd gebotteld. Het merendeel van de flessen werd ondertussen verkocht, tot nu toe blijkbaar zonder klacht, maar dat was buiten De Morgen gerekend, die het stinkdossier gisteren terug ter sprake bracht.

En meteen liep de tsunami van telefoons bij mij binnen: wat was er hier aan de hand? Is zoiets schadelijk voor onze gezondheid? Is het nu écht opgelost? Gebeurt dit meer?

Zonder meteen in te technische details te vervallen: als er zoiets fundamenteels fout zit in de aroma’s van een partij wijn, kan de oorzaak maar uit vier bronnen komen.

Eén: fouten gemaakt bij de botteling, maar aangezien de stankhinder precies ontdekt werd bij de levering in de bottelarij van Delhaize, kunnen we deze factor uitschakelen.

Twee: tijdens het overzeese transport, alhoewel er geen indicaties zijn dat dit anders werd geregeld dan de honderden ladingen voordien. Dus: neen.

Drie: in de wijngaard zelf, door bijvoorbeeld een andere bemesting of het gebruik van nieuwe  chemicaliën. Aangezien we hier toch met Fairtrade-producten te maken hebben, die het ethische credo én duurzame landbouw hoog in het vaandel voeren, kunnen we deze factor in principe ook als stoorzender uitsluiten.

Dus blijft er alleen verklaring vier: een probleem tijdens het vinificatieproces. En ook al heb ik de cuvée in kwestie nooit in zijn ‘blote’ staat geroken, noch op fles geproefd, lijken d verhalen over stalmestaroma’s en rotte eieren eerder te wijzen op Brettanomyces, kortweg ‘Brett’.

Luchthappen als reddende engel

Brett is een bacterie die vooral in rode wijn spontaan aanwezig is. Zich onder andere bevindt op de druif zelf, op de gebruikte werktuigen en vooral in de kelders waar de wijn wordt geproduceerd, met name op de muren en in de eiken vaten. Vooral in een vochtig en warm microklimaat en bij gebruik van oudere vaten, floreert Brett.

Nu moet u niet meteen in paniek slaan, want tenslotte is elke vinificatie en elke wijnruimte één poel van (goede) bacteriën. Want hoe anders zou gist suikers in alcohol kunnen transformeren? En hoe denkt u trouwens dat onze vermaarde geuze of Lambic aan zijn specifiek smaakprofiel komt? Inderdaad, door zijn Brettanomyces bruxellensis en zijn kozijn de Dekkera bruxulensis.

Brett is trouwens een positieve component in veel wijnen die, in lage dosissen, bijvoorbeeld aroma’s van leder en specerijen kan afgeeft. Maar wanneer bijvoorbeeld de foeders al meerdere jaren worden gebruikt en onvoldoende werden ontsmet - dat gebeurt met zwaveldioxide - kan de Brett-bacterie zo aangroeien, dat het eindresultaat aromatisch door 99% van de mensen als zeer negatief wordt ervaren. Dan lijkt het wel alsof we ons in een paardenstal bevinden of net in een koeievla hebben getrapt. Dat er ook over rotte eieren wordt gesproken, betekent dat er bovendien nogal gul werd gezwaveld. Kortom, hoe je het ook draait of keert: een fout van de lokale oenoloog, die zulke partij nooit richting export had mogen laten vertrekken.

Voldeed het verluchten en frequent overpompen van de tanks met de ‘shit-wijn’? Nogmaals, ik heb de wijn persoonlijk nog niet kunnen toetsen, maar ik betwijfel het toch sterk. Als de Delhaize-experten zo’n manifeste geurhinder inderdaad signaleren - en zij zien jaarlijks véél hectoliters passeren in Brussel - moet het euvel wel hoogst irritant geweest zijn. En dan helpt wat luchthappen m.i. weinig.

In het artikel van De Morgen werd trouwens ook gesuggereerd dat Oxfam op een bepaald moment zelfs gevraagd had om de wijn eventueel te behandelen met een kopersulfaat. Als dit namelijk toegevoegd wordt aan de stinkwijn, verbindt dit kopersulfaat zich met de zwavel, die dan neerslaat als kopersulfide, waardoor dus de zwavelstank afneemt. Deze ingreep werd echter door Delhaize geweigerd. Logisch, want dit betekent niet alleen een manipulatie van het eindproduct, maar zover we weten is deze praktijk uitsluitend toegestaan aan de bron zelf, dus bij de producent, en onder toezicht van een oenoloog.

Het komt me overigens een beetje vreemd voor dat een organisatie die enthousiast voor Fairtrade en ecovriendelijke wijnen ijvert, het gebruik van dit soort chemische hulpmiddeltjes zou aanmoedigen. Natuurlijk, 48.000 liter betekent bedrijfeconomisch een hele slok voor elk bedrijf: 64.000 wijnflessen die je moet afkeuren, zal de jaarrekening rood kleuren.

Begint het nu pas?

Conclusie? Ik zie er drie.

Eén: dit incident is absoluut geen bewijs dat ‘Belgische bottelingen’ altijd sjoemel -of prutswerk zijn. Het heeft zelfs in se niets te maken met de bottelarij in kwestie, die gewoon in opdracht werkte en geen invloed uitoefende op de selectie of kwaliteitsborg van het basisproduct. Belgische bottelingen blijven dus veilig, maar zijn net zo afhankelijk van ‘wat men er in stopt’, als een originele ‘mise au domaine’. Daar komen dit soort accidents de parcours trouwens ook geregeld voor, vooral op soms heel slecht geëquipeerde domeinen die zelfs niet eens over een eigen bottelinstallatie beschikken.

Twee: er is geen enkele moment in dit bottelproces sprake geweest van een gezondheidsrisico. Toegegeven, een wijn ontkurken die stinkt alsof men net in  paarden -of hondenpoep is gewandeld, betekent een aanslag op onze goede smaak (reukzin), maar de gevolgen ervan situeren zich louter op het mentale vlak...

En drie: naar verluidt is dus heel deze (ex)stalmestlading reeds de Oxfam-rekken uitgevlogen en heeft nog geen enkele koper zich beklaagd over het fenomeen. Dat kan twee dingen betekenen. Ofwel heeft de Oxfam-aankoper dus gelijk en bleek de operatie ‘Geef Ze Lucht!' voldoende om de stank te verjagen. Ofwel zijn veel consumenten tot nu toe te weinig kritisch gebleken en mogen we pas nu de ‘poep-hysterie’ verwachten, waarbij honderden klanten plots rare bijgeurtje in hun cuvée ontdekken.

Frank Van der Auwera 

P.S.: Zie ook http://www.radio1.be/programmas/nieuwe-feiten/geen-klachten-over-stinkwijn

Geplaatst op 11 augustus 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Een oogje op Zuid-Korea

Zuidkorea Naarmate het gevreesde R-woord weer opduikt in de media en er soms dagenlang ware bloedbaden worden aangericht in de aandelenmarkten, zoeken wijnhuizen nerveus naar ‘lucratieve’ of ‘nieuwe’ afzetmarkten. Want in landen als Spanje, Frankrijk of Italië - nog altijd de Drie Gratiën van het Europese wijnbiotoop - kalft de thuismarkt steeds vaker af en biedt alleen export nog voor veel wijngroepen -of domeinen een uitweg uit de financiële crisis.

Perceptie is goud waard

Daarom precies dat iedereen tegenwoordig met vernieuwde aandacht kijkt naar Zuid-Korea. Want verschillende rapporten wijzen er op dat dit land een groeiende populatie van jonge en avontuurlijke wijndrinkers bevat. Zo blijkt uit een studie dat in de leeftijdsvork van 19 en 50 jaar, zeg maar dé kerndoelgroepen van de wijnconsumptie, ongeveer 6 op de 10 Zuid-Koreanen verklaart dat ze minstens één maal per maand een buitenlandse wijn ontkurken.

Dat lijkt op het eerste gezicht weinig, maar is herberekend toch goed nieuws uit dit land met bijna 49 miljoen inwoners en een flink herstellende economie. Voorlopig lijkt deze wijnpopulatie vooral geïnteresseerd in flessen met een Chileens of Frans label, maar ook Italiaanse, Californische en Australische alternatieven winnen er stilaan terrein.

Gunstiger taksregime

Verder blijkt dat Zuid-Koreaanse wijnconsumenten vooral heel gevoelig blijven voor de perceptie van een wijnproducerende natie. Zo staan ze, voorlopig althans, zeer positief tegenover landen als Frankrijk, Australië, Nieuw-Zeeland, Italië en Chili en dus ook tegenover hun wijnimport. Vreemd genoeg is hun perceptie van Zuid-Afrika veel negatiever. Het 'waarom' daarvan is niet meteen duidelijk.

Dat deze markt nu steeds meer in the picture komt, heeft nog een andere verklaring. Zuid-Korea boert economisch niet alleen vrij goed, maar per 1 juli 2011 geldt er eveneens een meer voordelige taksstatus voor uit de Europese Unie geïmporteerde wijnen. Ook dàt maakt deze markt plots dubbel zo interessant voor wie zijn exportomzet wil verhogen.

Frank Van der Auwera

Onze blogs

Meer