Druivenvariëteiten

Geplaatst op 10 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Grote champagnehuizen weer een stukje groener

Biologische druiventeelt, zelfs onder een streng biodynamisch regime, is in opmars in Champagne. Logisch, want in een appellatie die tegenwoordig weer zo’n torenhoge rendementen realiseert (lees Champagne: business as usual) en, na een ferme dip in 2009, commercieel opnieuw hoogdagen beleeft, maken steeds meer spelers zich zorgen dat veel terroirs te arm worden aan micro-organismen en mineralen, dus eerder kwantiteit dan kwaliteitsdruiven opleveren. Elementen die nochtans zo cruciaal zijn om er later mooie bubbels van te maken.

Vandaar dat niet alleen de officiële belangenorganisatie C.I.V.C. (Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne) regelmatig campagnes lanceert om lichtgewichtflessen te gebruiken of snoeihout te recupereren (lees o.a. Champagne wil zijn ecologische voetafdruk verder verkleinen of Champagne goes light(er)), maar dat ook individuele producenten een groene boodschap beginnen te prediken.

Aankoopgolf(je)

Natuurlijk waren het tot nu toe hoofdzakelijk voor het grote publiek minder bekende merken of vignerons die zich als pioniers in deze bio-sfeer begaven, met namen als het Maison Beaufort - dat reeds in 1974 zijn eerste bio-champagne op de markt lanceerde - gevolgd door o.a. Bedel, Geutherot, Jean-Pierre Fleury, Pascal Agrapart, Larmandier-Bernier, Franck Pascal, Catherine & Bruno Michel, Erick De Sousa en het ook bij ons reeds populair geworden Drappier.

Maar stilaan volgen ook de ‘grote’, wereldbekende maisons de champagne dit voorbeeld. In januari van dit jaar bijvoorbeeld raakte bekend dat Lanson-BBC ruim 13 hectare wingerd had verworven van Leclerc Briant, gelegen nabij Verneuil in de Marne-vallei. Nog eens 2 hectare van de biodynamisch gecultiveerde wijngaard van dit merk werden bovendien gekocht door die andere bekende naam, Louis Roederer.

Daar bleef het niet bij, want recent werd bevestigd dat de rest van het domein Leclerc Briant, circa 14 hectare die nog in handen waren van Pascal Leclerc’s dochters nadat deze eind 2010 overleed, eveneens in de portfolio van Roederer is terechtgekomen. Het gaat in concreto om premiers crus wingerds in Hautvillers en Cumières die door Leclerc reeds sinds de oogst 2000 integraal naar de biodynamische landbouw waren geconverteerd.

Roederer nu de grootste

Door deze nieuwe acquisitie wordt Louis Roederer in één klap het grootste champagnehuis op het vlak van organische en biodynamische cultuur. Roederer bezat immers tot voor kort reeds 26 hectare wijngaarden die fifty-fifty volgens biodynamische en/of organische landbouwpraktijken worden geëxploiteerd, nadat rond het millennium met de eerste experimenten was gestart.

Op dit moment is er dus ruim 40 hectare biovriendelijke wijngaard in het bezit van dit champagnehuis, waarmee het de concurrentie voorlopig ver achter zich laat. Jean-Baptiste Lécaillon, de chef-wijnmaker bij Roederer, bevestigt echter dat het niet de ambitie van dit huis is om absoluut gecertificeerd te geraken of voortaan de cuvées ook als biodynamisch of organisch te gaan etiketteren.

De nieuwe acquisitie en de bestaande ecovriendelijke wingerds worden eerder gezien als experimenten om de kwaliteit verder op te krikken: “Ons doel is het nog véél te leren om zo een beter, expressiever product te kunnen afleveren” klinkt het.

Benieuwd wie de volgende ‘grote jongen’ wordt die in dit groene champagneverhaal stapt.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 22 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijn en gezondheid: toch een leugen?

Al jaren worden we overspoeld door wetenschappelijke studies die aantonen, of toch minstens serieuze indicaties geven, dat het (matig) gebruik van wijn voor veel mensen een mooie gezondheidsbonus kan opleveren. Vooral rode wijn, rijk aan het antioxidant resveratrol, zou immers onze energiehuishouding en celstofwisseling gunstig beïnvloeden en zo een positief effect hebben op de meest uiteenlopende ziektebeelden waaronder tumoren, borstkanker, dementie, hartinfarcten, trombose, longkanker en zelfs obesitas of diabetes.

Maar zopas kregen veel believers van deze stelling een koude douche toen bekend raakte dat de Amerikaanse vorser Dr. Dipak Das, bekend voor zijn langlopende studies over het positieve gezondheidsimpact van rode wijn, bepaalde onderzoeksresultaten vervalste en zelfs radicaal uit zijn duim zoog. Of het op zijn minst niet al te nauw nam met de statistische zuiverheid van zijn kostelijke research.

60.000 pagina’s op de korrel

De in opspraak gekomen wetenschapper is inderdaad geen derderangsfiguur. Dr. Dipak Das is professor in de medicijnen én directeur van het cardiovasculair onderzoekslaboratorium aan de Faculteit van Medicijnen van de University of Connecticut. Hij publiceert al jaren rapporten waarin de deugden van resveratrol, dat zowel in fruit als in (rode) wijn wordt aangetroffen, werden bevestigd.

Toch rees bij bepaalde wetenschappers stilaan argwaan tegen sommige resultaten en toen een klokkenluider suggereerde dat er op grote schaal gesjoemeld was tijdens de research, begon de universiteit in alle discretie reeds in 2008 met een enquête. Daarin werd een maar liefst 60.000 bladzijden tellende studie, output van zeven jaar onderzoeksactiviteiten van Dr. Das, kritisch onder de loep genomen.

En de uitkomst was ontluisterend. De enquêteurs ontdekten naar verluidt 145 frappante voorbeelden van vervalste of puur gefantaseerde gegevens. De Faculteit van Medicijnen waarschuwde dan ook meteen een tiental wetenschappelijke vakbladen die deze besmette data eerder hadden gepubliceerd. Op dit moment lopen er nog bijkomende enquêtes naar het ‘wetenschappelijke’ werk van Dr. Das, waarbij onder andere ex-medewerkers van zijn laboratorium aan de tand worden gevoeld.

Gevreesd wordt dat uit deze interviews nog meer systematische fraudegevallen zullen opleveren.

Iedereen een verliezer?

Welke feiten nu specifiek vervalst werden - en dus of ze de potentieel positieve gezondheidseffecten van resveratrol al dan niet fundamenteel ondergraven - werd in deze fase nog niet publiek gemaakt.

Maar voor Dr. Das en zijn laboratorium zijn de consequenties nu reeds zwaar. De frauderende wijnprof werd immers op staande voet ontslagen door de Universiteit van Connecticut, instelling waar hij reeds sinds 1984 aan de slag was. Bovendien bevroor de Faculteit voor Medicijnen alle externe onderzoeksfondsen voor zijn laboratorium en weigerde bovendien een overheidsgift van 890.000 US$, die eveneens voor Dr. Das bestemd was.

Mijn reactie? Ik zou mijn glas rode Cabernet of Shiraz er niet voor laten, zelfs als straks blijkt dat Dr. Das zijn hele studie uit de duim zoog. Ten eerste liggen er nog genoeg andere wetenschappelijke rapporten op tafel die wél ernstig en ethisch werden verzameld, en die bovendien ook de potentiële bonus van resveratrol onderschrijven. En ten tweede, nog belangrijker: wijn is gewoon lekker en moet vooral plezier in plaats van een ersatzmedicijn blijven.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 5 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Languedoc schrikt wakker

Het was te denken dat de reactie ‘uit het zuiden’ niet kon achterblijven, toen onlangs bekend raakte dat Bordeaux eindelijk ook het idee van Vin de France heeft geaccepteerd (lees Bordeaux slikt Vin de France).

Door deze beslissing van het C.I.V.B. (Conseil Interprofessionnel du Vin de Bordeaux) en de Bordelaise wijnbusinerss zullen immers voortaan honderdduizenden hectoliters bordeauxbasiswijn gedeclasseerd worden en aangeboden onder dit vrij anonieme, immers zeer ruime, groepslabel.

De zoveelste poging om de overschotten van instapwijntjes weg te werken en daar nog een eurocent aan te verdienen.

Duurzaam en sprankelend

Maar deze stap van de Bordelaise handel impliceert wel dat er op de Franse wijnmarkt een nieuwe concurrent opstaat voor de reeds in moeilijkheden verkerende Languedoc-Roussillon, wijnschuur waar duizenden kleinschalige wijnbouwers en coops reeds moeten opboksen tegen o.a. de prijskrakers uit de Nieuwe Wereld, Spanje en Italië. Elke nieuwe lancering van wijnen zonder I.G., dus zonder specifieke geografische indicatie maar wél met vermelding op het etiket van de druivenrassen, vormt immers een serieuze bedreiging voor hun eigen winkel.

Logisch dat de gemoederen in het zuiden dus opwarmen. Dat bleek duidelijk uit een recente meeting van de assemblée générale die de producenten van Pays d’Oc overkoepelt. De interprofessionele belangenorganisatie Inter Oc begon alvast met een klassieke truc: een verhoging van de ledenbijdrage, zodat er extra geld in de oorlogskas belandt. “L’interprofession a besoin de plus de moyens pour défendre le label Oc dans un environnement concurrentiel et réglementaire modifié par l’arrivée des vins sans IG avec mention du cépage”, aldus Olivier Simonou, president van Inter Oc, die verdacht veel klonk als onze Belgische politici.

Maar buiten een centenkwestie kwamen er ook andere argumenten, dekpistes en strijdkreten op tafel. “Il faut remuscler la qualité de l’IGP Oc à travers une démarche de modernité“ klonk het strijdvaardig. Wat dit in concreto kan betekenen? De verdere ontwikkeling van de duurzame wijnbouw bleek één piste waarmee men de toegang tot de (wereld)markt wil veiligstellen. Een andere invalshoek: extra focus zetten op kwaliteitsbubbels uit de Languedoc, waarvan het potentieel zeer hoog ingeschat wordt, want “C’est un produit d’avenir, le marché mondial des effervescents est en pleine croissance.”

Spectaculaire volumedaling?

Tegelijk werd gekeken hoe de IGP Pays d’Oc zijn positie op de Franse thuismarkt kan versterken, want we mogen niet vergeten dat - ondanks het jarenlange succes van deze landwijncategorie in de export - zowat de helft van het volume IGP Pays d’Oc in Frankrijk zelf kopers vindt.

Om dit marktaandeel op te peppen wordt het clubidee nog eens opgepoetst. Binnen de belangenorganisatie Inter Oc bestaat namelijk al een tijdje de ‘Club des Marques’ (merkenclub), maar nu wil men ook een gelijkaardige ‘Club des enseignes’ oprichten, zeg maar de club van de verkooppunten. Distributeurs die tot dit clubje toetreden zouden dan een cofinanciering krijgen van hun promotieacties met Pays d’Oc-wijnen.

Als u het ons vraagt: voorlopig veel geblaat en weinig wol.

Waarschijnlijk moet iedereen nog de resultaten van de studie verwerken die in opdracht van Inter Oc door ABSO Conseil werd uitgevoerd. Enquête die inzicht moet geven hoe de IGP Pays D’oc in zijn geheel en specifiek de cépagewijnen ‘haut de gamme’ en de instapcuvées zich moeten herpositioneren.

Eén van de mogelijke hypotheses die namelijk in deze prospectieve studie werd uitgetekend oogt behoorlijk catastrofaal. Als de belangenorganisatie en producenten jarenlang passief blijven en zich dus niet wapenen tegen de nieuwe toevloed van wijnen zonder geografische indicatie, zou er bij de OC-wijnen wel eens een volumedaling tot 70 procent kunnen optreden. Voor de Languedoc, die al decennia financiële zuurstof haalt uit de commercialisering van deze nog populaire landwijnen, zou dat de doodsteek zijn.

Als er daarentegen wél een coherent offensief wordt ontwikkeld dat het label ‘Oc’ helpt beschermen, dan ligt de uitkomst nog op de wip: ofwel zal de verkoop de volgende jaren dan minder dramatisch dalen (tot -10 procent qua volume), ofwel zelfs lichtjes vooruitgaan.

In de Languedoc hebben veel wijnboeren dus nog wat anders dan de euro om van wakker te liggen...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 december 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Bordeaux slikt Vin de France

IStock_000014342903XSmallWe zitten volop in de feestdagen en ik geef het u op een briefje: op veel tafels zullen weer de flessen bordeaux belanden, ook al verliest deze appellatiecluster gedurende het jaar steeds vaker de concurrentiestrijd met o.a. de Nieuwe Wereld, Spanje of Italië.

Precies die verscherpte concurrentie verklaart waarschijnlijk waarom men in Bordeaux bereid is tot een serieuze toegeving. Stilaan is er in de lokale wijnbusiness namelijk consensus gegroeid rond de idee van een declassering van een aanzienlijk oogstvolume onder de noemer ‘Vin de France’.

Tot 20 procent anoniem

De belangenorganisatie C.I.V.B. (Conseil Interprofessionnel du Vin de Bordeaux) heeft namelijk in het kader van zijn anticrisisplan ‘Bordeaux Demain’ begin december een charter getekend met de lokale wijnbusiness. Hierdoor wordt het mogelijk om in de toekomst honderdduizenden hectoliters bordeauxwijn ook onder het algemene ‘Vin de France’-label te verkopen.

Een heuse paleisrevolutie voor deze trotse regio, want onder deze benaming - die tussen haakjes de oude categorie van vin de table vervangt - wordt dan Bordelaise wijn op de markt gebracht zonder dat er op het etiket nog de vermelding ‘Vin de Bordeaux’ prijkt. Deze anonieme cuvées drukken wel nog de gebruikte druivenrassen en/of hun oogstjaar af, maar alle referenties naar Bordeaux worden richting eindconsument doorgeknipt.

Deze beslissing kan men natuurlijk op twee manieren interpreteren.

Enerzijds als een nederlaag voor de Bordelaise wijnindustrie, die lang heeft gedacht - én volgehouden - dat ze ‘crisisproof’ was, maar net zoals andere regio’s of concurrenten (denk maar aan Australië) met een flink wijnsurplus en soms weinig rendabele exploitaties opgezadeld zit. Een bedrijfseconomisch dubbel probleem waarvoor een uitweg wordt gezocht via deze ‘Vin de France’-categorie.

Anderzijds als een bewijs dat men ook in Bordeaux de crisis effectief durft aan te pakken en daarbij desnoods zijn trots inslikt. Door een deel van de overschotten te laten wegvloeien in de (anonieme) categorie ‘Vin de France’, beschermt men op papier immers beter de appellatiewijnen uit de regio. En wordt de kwaliteitslat zo hoger gelegd. Die visie vertolkte ook Philippe Vasseur, de president van FDSEA (Fédération départementale des syndicats d'exploitants agricoles de Gironde), dit voorjaar reeds in de Franse media: “Cela permettrait d'assurer au producteur le même chiffre d'affaires que l'AOC Bordeaux, mais avec des contraintes en moins.”

Om u een idee te geven over welke volumes we hier spreken: volgens de eerste ramingen zou 15 tot 20 procent van de Bordelaise jaarproductie in aanmerking komen om onder het etiket ‘Vin de France’ verkocht te worden.

En zo wordt de internationale wijnzee van spotgoedkope 'anonieme' wijntjes weer met honderdduizenden hectoliters groter...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 3 december 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Australië zit nog altijd in een (wijn)dip

IStock_000014819406XSmallHoe relatief de wijnbusiness is, en zeker een zogezegd veilige marktpositie, wordt de voorbije 12 à 15 maanden continu geïllustreerd door Australië.

Ooit het schijnbaar onaantastbare wonderkind van de internationale wijnhandel, dat zeker op het vlak van sales & marketing geen fouten leek te maken. Integendeel: de halve wijnwereld, met Frankrijk op kop, was stikjaloers op de manier waarop de Aussies wijn met ‘toegevoegde waarde’ aan de man/vrouw konden brengen, aan de lopende band succesvolle merklabels lanceerden en bovendien fruitgedreven producten afleverden die reeds zeer jong smakelijk konden gedronken worden.

Maar sindsdien heeft Australië op wijngebied toch de zeven plagen over zich heen gekregen (lees o.a. Wisselkoersen bevorderen bulkwijn deel 1 en deel 2 of Australië wil afslanken of Down Under: nog steeds down of Australië krijgt een nieuwe opdoffer).

En blijkbaar is het einde van deze ellende nog niet in zicht, maar zijn er werkelijk structurele verschuivingen en aanpassingen bezig van de lokale wijnindustrie.

Het einde van Riverina?

Uit het groeiende aanbod paniekberichten die down under worden gepubliceerd, pikken we er twee uit.

We starten in Riverina, zeg maar de wijnschuur tot nu toe van Australië. Leverancier vooral van (spot)goedkoop mengmateriaal en qua volume de belangrijkste wijn/druivenregio van het continent. Een tweetal oogsten geleden heerste er echter al paniek, toen bleek dat de Wine Grapes Marketing Board van Riverina (W.G.M.B.) wijnbouwers en druiventelers openlijk opriep om hun druiventrossen niet langer te plukken, maar ze beter te laten rotten op de grond, omdat de handling en zeker het transport ervan bedrijfseconomische hara kiri zou betekenen. Zo diep was de kiloprijs inmiddels gezakt.

Sinds dat doemadvies is er blijkbaar niet veel ten gunste veranderd, want wat lezen we nu? Het W.G.M.B. kwam met nieuwe statistieken en analyses op de proppen, die helemaal kippenvel brengen.

Zo bleek dat slechts 1 op de 10 druiventelers in Riverina op dit moment geloven dat ze over vijf jaar nog in business zullen zijn. U leest het goed: slechts 10 procent. En nog eens 40 procent bekende dat ze hun laatste oogst integraal verkochten beneden hun productieprijs, dus met andere woorden met verlies.

Catastrofaal met andere woorden, en dat bevestigt ook WGMB chief executive Brian Simpson: “We had anecdotal evidence the situation was very tough, but to give true credibility to our statements, we commissioned an independent survey of our growers” klinkt het. “There were few surprises in there - it really just reinforced what we knew - that it is very, very tough for growers.” Deze anonieme (telefonische) survey waarop Simpson doelt, peilde bij wijnbouwers en druiventelers naar topics zoals de leefbaarheid van hun exploitatie, hun jaarlijkse druivenopbrengsten of hun off-farm inkomen.

Zo bleek, verrassend, dat maar liefst 6 op de 10 respondenten ook een niet-wijnbouw gerelateerd inkomen hadden, waardoor ze tenminste konden overleven.  Conclusie? Als deze situatie zich nog een jaar of twee doorzet, is Riverina als druivenproducent ten dode opgeschreven.

Het spook van private labels

Oké, maar misschien reageert u nu: het gaat over een massaproducerende regio. Waarover maken we ons druk? Wat echter te denken van de recente alarmkreet door Darren De Bortoli, managing director van het ook in ons land bekende De Bortoli Wines, één van de grootste wijngroepen down under die nog in familiehanden is?

De Bortoli windt er namelijk geen doekjes om: hij stelt dat de voortdurende uitbreiding van zogeheten private labels in de (Australische) supermarktrekken, samen met de vrij sterke Australische dollarkoers plus een aanzwellend druivensurplus, de winstgevendheid van de lokale wijnsector stilaan ondermijnt. Volgens Darren De Bortoli palmen deze supermarktlabels met hun soms zeer zware kortingen immers steeds meer rekken in, ten nadele van de ‘gewone’ domeinlabels. Steeds meer producenten worden door de huidige slechte marktcontext en het wijnsurplus in hun regio in de praktijk ‘gedwongen’ om tegen sterk gereduceerde prijzen de supermarkten te bevoorraden met wijn, die geregeld in private labels verdwijnt. Dus eigenlijk een directe concurrent van hun eigen producten in de rayons wordt.

Een gevaarlijke spiraal, zo meent De Bortoli, want “...it's tough because of their approach to private labels and the fact there are other wine companies being very aggressive in that area - someone has to supply wine to private labels. In a lot of cases the quality of private label wines is a lot lower, but it will take a while for the consumer to cotton on to that.”

Belgische toestand anders?

Dat Darren De Bortoli precies nu met deze scherpe kritiek naar buiten komt, heeft een reden. Recent verklaarde CEO van het grootste Australische supermarktketen Woolworths nog dat het streefdoel is het aandeel van private labels (voor food en wijn ) te verdubbelen, zodat ze ongeveer eenderde van de totale verkoop zullen realiseren. Dat betekent dat de komende maanden nog veel wineries het moeilijk zullen krijgen om een plekje op de rekken te veroveren, want Woolworths verdeelt momenteel in Australië 6.130 ‘domestic wines’, waarvan slechts 225 private labels, dus nog geen 4 procent. Een enorm groeipotentieel kortom, ten koste van de traditionele domeinlabels.

In België zal de substitutie van traditionele wijnen door private-labelcuvées waarschijnlijk minder grote omvang aannemen, ook al zien we bij de Grote Drie van onze distributie toch ook een tendens naar eigen bottelingen en merken.

Met weliswaar deze randbemerking: het gaat dan bijna steeds om vrij goedkope entry-levelwijnen. Eens een bepaald prijskaartje wordt bereikt, worden merk -en domeinnamen wel weer belangrijker voor de consument.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 27 november 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Cava speelt met vuur

Op de zopas gehouden Wine Future Conference in Hong Kong kwam Pedro Ferrer, hoofd van het ook bij ons bekende Cava-huis Freixenet, met een schijnbaar verrassende analyse. Volgens hem vormen de huidige spelregels voor Cava-productie namelijk een té strak korset voor wijnmakers: “We have a big book of rules how to make Cava” klonk het strijdvaardig. “There are a lot of things that are limiting the ability of our winemakers to make the best wine.”

Een historische recordverkoop

Alvorens op de details in te gaan: vanwaar deze plotse demarche? Ik zie drie onderliggende motieven.

Eén: concurrent champagne heeft de voorbije maanden zijn productievolume serieus opgeschroefd om in te spelen op de opnieuw gestegen wereldvraag (lees Champagne: business as usual). Dat prikt beslist.

Twee: de eindejaarscampagne is in volle gang zeker en voor de verkoop van bubbels wordt dit weer een broederstrijd tussen Champagne en Cava. Ter illustratie: alleen in de laatste 4 maanden van 2010 realiseerden Cava-producenten 41,4 procent van hun totale jaaromzet in Spanje zelf en 38,4 procent in hun exportmarkten.

En drie: de Spaanse thuismarkt van Cava heeft het momenteel economisch bijzonder moeilijk. Waar vorig jaar nog sprake was van een gezonde stijging (zie infra), heeft de crisis de voorbije maanden zo hard toegeslagen dat ook de grote Cava-huizen Freixenet en Codorniu de gevolgen ervan beginnen te voelen.  

Op papier en op wereldschaal bekeken heeft Cava echter voorlopig niets te vrezen, want 2010 was alvast een historisch recordjaar voor de verkoop van hun moussewijn. Vorig jaar werden wereldwijd immers 244,8 miljoen flessen geconsumeerd, wat een totale stijging inhoudt met +11,5 procent in vergelijking met 2009. Goed voor zo’n 1,03 miljard euro omzet. Historisch record, want een stuk boven de 230 miljoen flessen die in 1999 werden verkocht, toen er bovendien sprake was van het millenniumeffect.

Bubbelgekke Belgen

Weliswaar werden vorig jaar in Spanje zelf nog steeds het grootste aantal flessen Cava ontkurkt - 95,6 miljoen stuks of een stijging met +8,37 procent t.o.v. 2009 -, maar de success story van Cava ligt vooral in zijn export. Ongeveer 60 procent van de 2010-output - in concreto 149,2 miljoen flessen of een stijging met +13,68 procent - werd immers in buitenlandse markten gerealiseerd. Met Duitsland als grootste slokop (41 miljoen flessen, +17,7 procent), het Verenigd Koninkrijk als dorstige tweede (32 miljoen flessen, slechts +2 procent) en België (!) dat met het brons gaat lopen, goed voor 21 miljoen flessen of een spectaculaire +34,7 procent toename.  

Maar ook het feit dat er zoveel vooruitgang werd geboekt in de Amerikaanse markt - nummer 4 qua verkoop met 17,5 miljoen verkochte flessen of een klim met +18,2 procent -, Japan (nummer 5 met ruim 5 miljoen flessen of +19,8 procent) of de groeiende populariteit van Cava in het thuisland van de Champagne Frankrijk (nummer 6 qua verkoop met 3,9 miljoen flessen of +15 procent) laten zien dat het in 2010 echt wel snor zat met de globale Cava-verkoop.

Een gevaarlijke gok

Wie deze mooie rapportcijfers bekijkt, zelfs met in het achterhoofd de wetenschap dat veel spectaculaire groeicijfers natuurlijk komen na een zeer negatief verkoopjaar 2009 en dat bovendien de economische vooruitzichten in 2011 weer een stuk somberder zijn geworden, moet zich toch afvragen: wat wil Pedro Ferrer, die duidelijk de spreekbuis is van de grote spelers, eigenlijk?

In zijn speech gaf hij een aantal voorbeelden van wat hij graag veranderd zou zien aan de wetgeving rond Cava. Dat de ‘normale’ Brut vooral draait rond de drie druivenvariëteiten Parelleda, Xarel-lo en Macabeo – eventueel aangevuld met Chardonnay, Subirat Parent oof Malvasia Riojana - vindt hij bijvoorbeeld perfect, maar voor de productie van Rosado (nu een kwestie van Pinot Noir, Garnatxa, Monastrell en/of Trepat) zou hij ook heel graag Tempranillo getolereerd zien. Een druif die natuurlijk massaal aangeplant staat.

En dan komt de kat op de koord: beperkingen van de rendementen “are no good” volgens Pedro Ferrer en ook de regels die de totale aciditeit “should be left to the winemaker.”
 Met als orgelpunt: “The worst enemy that Cava has is Cava”, klinkt het eerder cryptisch. “If we take the wrong direction with the category by being more restrictive it would be a huge mistake.”

Wie tussen de lijnen leest, ontdekt echter meteen het échte motief : deze Cava-gigant wil de handen maximaal vrij houden om een stijgend vraag naar Cava-bubbels te kunnen invullen, net zoals de collega’s in Champagne het op een akkoord kunnen gooien om hun oogstvolume serieus op te krikken. En vooral technisch wil men blijkbaar niet teveel pottenkijkers.

Het grote verschil qua appellatieregeling tussen Cava en champagne is natuurlijk dat, los van kortere/langere periodes sur lattes of afwijkende druivensoorten, de DO Cava eerder een bepaald maakprocedé garandeert (namelijk de methode traditionelle), terwijl Champagne strikt geografisch gebonden is en wettelijk niet buiten deze afgebakende regio mag geproduceerd worden. In zekere zin geldt dat ook voor Cava, want in de praktijk komt nog steeds 90 à 95% van alle geregistreerde Cava uit Catalonia, ook al kunnen ook andere Spaanse regio’s - zoals La Rioja, Extremadura, Valencia of Cariñena - dit label claimen.

Maar ik voel me als consument toch een beetje ongemakkelijk met deze uitspraken, want ik interpreteer ze als "laat ons officieel gerust, want we willen kost wat kost véél méér bubbels produceren en champagne van zijn troon stoten". Kwaliteitsargumenten komen hier blijkbaar niet aan te pas.

Op termijn dreigt dan een ernstig perceptieprobleem. Kijk maar naar onze Belgische markt. Hoeveel schuimende rotzooi is er ondertussen al niet in de rekken beland van amper enkele euro’s, de doopnaam Cava onwaardig? Voorlopig lijkt de Belgische - lees Vlaamse - consument dat nog braafjes te slikken, maar er komt toch een moment dat het bubbelplezier verdampt, zeker als bijvoorbeeld de Italiaanse concurrentie blijft verbeteren of de Franse Crémants aan hun remonte beginnen.

Kortom, Cava is met zijn toekomst aan het spelen, verblind door de momentele hausse. En wie zit nu te wachten op een tweede Beaujolais-scenario?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 20 november 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Moet er nog suiker zijn?

IStock_000016870512XSmallSteeds meer studies leggen een verband tussen de opwarming van de aarde en de structurele verschuivingen in de wijnbouw. Soms gaat het om puur drama, zoals de stelling dat - wanneer we niet ingrijpen - we binnen enkele decennia Chianti in ons land moeten maken, bourgogne in Denemarken en Syrah de hoofddruif zal worden in de Côte d’Or, waar nu de Pinot Noir heerst.

Maar soms wordt er gewezen op het frequenter voorkomen van vroegtijdige oogsten en vooral op het feit dat er in ‘noordelijke’ appellaties nu veel minder gechaptaliseerd dient te worden, omdat de gemiddelde druif er van nature rijper en suikerrijker is. Met andere woorden, artificieel bijsuikeren om het alcoholpercentage, de body en het genereuzere mondgevoel op te krikken zou in die optiek stilaan verdwijnen als technische ingreep.

Maar een recente rechtszaak in Frankrijk toont aan dat de suikerpot nog regelmatig wordt ingeschakeld bij onze zuiderburen. De voorbije week werd immers het juridische dossier van Sainte-Croix-du-Mont druk besproken in wijnkringen.

In de ban van de jam

Eventjes de feiten op een rij: Sainte-Croix-du-Mont is een zoete appellatie in de vallei van de Garonne (Bordelais), waar de wijnbouwers wettelijk nog steeds het recht hebben om ‘magere’, zonarme millésimes te versterken via de toevoeging van suiker aan de druivenmost, om uiteindelijk zo hun dessertwijn extra push te geven. In vaktermen heet dat: chaptalisatie.

Elk jaar legt het I.N.A.O., de officiële waakhond van de Franse appellaties, exact vast welke dosis suiker er extra mag toegevoegd worden. Bovendien moet de wijnbouwer deze chaptalisatie ook declareren bij de belastingsdiensten, want er dient bij dit proces een flinke taks van 30 procent betaald. Maar waarom zouden Franse wijnbouwers anders zijn dan de gemiddelde Belgische belastingsbetaler? Kortom, deze aangifteplicht van de uitgevoerde chaptalisatie wordt nogal vaak ‘vergeten’.

En zo komen de fraude-inspecteurs dikwijls rare suikercircuits op het spoor, zoals recent dus in de Sainte-Croix-du-Mont, waar een kruidenier in amper twee jaar tijd - van November 2007 en oktober 2009 - blijkbaar ruim 157 ton gekristaliseerde suiker zonder factuur heeft verkocht, vooral aan lokale wijnboeren.

Een gebied dat nochtans niet bekend staat voor zijn confituur, alhoewel Thérèse Solano, de gérante van de geviseerde kruidenierszaak die al een eeuw lang in handen van haar familie is, halsstarrig volhoudt dat de duizenden kilo’s suiker met dat doel werden verkocht. Confituur, toerisme én vooral oudere klanten uit de naburige dorpen, wegens haar scherpe prijsstelling die tot 50% onder die van de concurrentie liggen, zo klinkt het ter verdegiging.

Seniorensprookje

Uiteraard geloofde niemand van het fraudeteam dit argumentarium, vooral omdat de suikerverkoop altijd precies piekt rond de oogstperiode en haar kruidenierszaak trouwens al jaren bekend staat als ‘Le dépanneur du coteau’, de reddende engel van de lokale wijnbouw.

Bovendien is er het gigantische volume dat de jampot ver overstijgt. In 2007 bijvoorbeeld werd op amper drie maanden tijd een hoeveelheid suiker verkocht die correspondeert met het totale jaarverbruik van een stad van 10.000 inwoners, terwijl Sainte-Croix-du-Mont tamper 900 zielen telt. En laat 2007 nu net een jaargang zijn van ‘mindere kwaliteit’ die dus een zoet ruggensteuntje best kon gebruiken.

Thérèse Solano beweerde verder ook dat ze helemaal geen weet had van die fiscale verplichtingen bij chaptalisatie. Pittig feit: haar cliënteel kocht vooral zakken van 20 kg, waar een factuur wettelijk verplicht wordt vanaf 25 kg. De substituut van de procureur concludeerde dan ook: "Ses explications ne sont absolument pas crédibles. Elle affirme avoir beaucoup de personnes âgées dans sa clientèle. Mais comment voulez-vous que celles-ci puissent porter des sacs de 20 kg ?".

Gevolg? Thérèse Solano moest verleden week voor de correctionele rechtbank verschijnen waar haar verdediging resoluut van tafel werd geveegd. De rechter was ervan overtuigd dat hier sprake was van een grootschalig zwart circuit met het oog op chaptalisatie. Solano werd dan ook veroordeeld tot 5.000 euro boete met opschorting.

Een zure finale van een zoete fraude.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 13 november 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

De rek is uit de Novello

De derde donderdag van november is het weer zover: de draak van de Beaujolais Nouveau ligt dan weer in onze rekken. Gelukkig in steeds kleinere hoeveelheden, want de Belgen - en vooral de Vlamingen plus een groot deel van de drinkende Brusselaars - hebben zich al lang afgekeerd van deze quasiwijn.

Product dat helaas het imago van de ganse Beaujolais-streek heeft aangetast én verknoeid, alhoewel we toch spreken over een regio waar tevens schitterende crus worden geproduceerd, die commercieel echter nog altijd tegen dit verleden moeten opboksen.

Minder limonade

We maken er dus niet teveel woorden aan vuil, maar om te illustreren dat heel deze nouveau-rage écht wel over zijn hoogtepunt is, zoomen we eventjes in op Italië. Want veel Italiaanse wijnproducenten, verblind door de hype rond de Beaujolais, hebben jarenlang dit succes willen imiteren door vanaf begin november jaarlijks hun ‘vino novello’ op de markt te introduceren.

Aanvankelijk leek dit Italiaanse variant aan te tikken, maar tegenwoordig klinken er minder optimistische geluiden. Recente cijfers laten immers een dramatische terugval zien van deze ‘novello’s’. De productie zou dit jaar zelfs -20 procent lager dan vorig jaar liggen, wat natuurlijk ook kan verklaard worden door de algemene krimp in het Italiaanse oogstvolume van 2011 (lees Italië wordt duurder, Frankrijk wacht af). Maar er is duidelijk ook sprake van een structurele smaak -en koopverandering. De Italiaanse thuismarkt, die steeds minder wijn per capita consumeert maar kritischer wordt qua kwaliteit, lijkt niet langer geïnteresseerd in dit product, terwijl ook de meeste exportmarkten duidelijk een nouveau-wijn niet langer als cool of trendy beschouwen.

Op zijn piekmoment in 2002 kon Italië weliswaar ongeveer 18 miljoen flessen ‘novello’ commercialiseren, maar die bloeiperiode ligt achter ons. De meest optimistische prognoses verwachten dat er op dit eigenste moment uiteindelijk slechts 5 miljoen flessen vino novello 2011 op de markt zullen belanden.

De naar schatting 300 Italiaanse wijnhuizen die zwaar hebben ingezet op deze novello-productie, richten zich deze dagen op andere niches of wijnstijlen die ook op de thuismarkt wél meer in trek zijn. Italiaanse wijnconsumenten zoeken anno 2011 immers vooral naar ‘serieuze’ rode wijnen met meer body en alcohol dan deze soms nogal limonadeachtige novello’s.

Een evolutie waar ik eerlijk gezegd heel blij mee ben.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 11 november 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Ethiopische wijn op komst

IStock_000011292891XSmallAls Europese wijnfans hebben we het vaak over ‘exotische’ wijnlanden, waaronder we - voorlopig dan toch - nieuwkomers zoals China, Indië of Brazilië rangschikken. Zelden of nooit denken we daarbij aan Afrika.

Want voor velen is het een uitgemaakte zaak: er wordt op dit continent vaak uitstekende wijn geproduceerd in het meest zuidelijke punt, namelijk Zuid-Afrika, én er komen soms redelijke producten uit Noord-Afrika, met name uit Marokko, Tunesië en zelfs Algerije. Maar de landen die tussen deze twee uitersten liggen, worden beschouwd als een complete wijnjungle of wijnwoestijn.

Start in 2008

En toch. De Franse wijngigant Groupe Castel is bijna klaar om de eerste partij te bottelen van wijn, gemaakt in zijn Zeway-wijngaard, gelegen op zo’n 170 km ten zuiden van Addid Abeba, de hoofdstad van Ethiopië. Als alles volgens plan verloopt vertrekt de eerste exportlading binnen de 6 maanden, waaronder een Chardonnay-cuvée. Deze werd immers op 1 november jongstleden geplukt en de productie ervan start begin januari.

Het Ethiopische avontuur van de groep begin in 2007, toen de onderhandelingen met het regime startten over een wijnproject, dat de lokale landbouw en economie moest helpen diversifiëren en ook het imago van het land opkrikken. Castel verwierf begin 2008 officieel als eerste buitenlandse groep van de Ethiopische staat deze wijngronden in de Rift-vallei en investeerde sindsdien ruim 5 miljoen pond in het project.

Momenteel staan reeds 125 hectare terrein beplant met meer dan 750.000 klassieke stokken Syrah, Merlot, Cabernet Sauvignon en Chardonnay - geïmporteerd uit Frankrijk, vooral uit Bordeaux - , maar zeker nog eens 175 hectare liggen braak voor eventuele expansie. In totaal zou Castel zelfs bijna 500 hectare, om precies te zijn 493 hectare, grond hebben aangekocht met het oog op dit project.

Eén of twee oogsten per jaar?

Wanneer u nu denkt, oké, maar het gaat misschien om enkele duizenden flessen, pure rariteten dus, dan slaat u de bal mis. De totale productie van dit jaar wordt immers geschat op 450.000 flessen en het potentieel wordt op korte termijn zelfs op 800.000 stuks geraamd. De helft van deze jaarproductie zal de Castel Groupe reserveren voor de internationale markt. En daarmee zal men vermoedelijk vooral Frankrijk en natuurlijk de V.S.A. bedoelen, want in dat laatste land leeft een zeer uitgebreide Ethiopische kolonie.

Wie als amateur een beetje thuis is in de wijnbouw en kan hoofdrekenen, zal zich meteen afvragen: normaal duurt het toch 5 à 6 jaar alvorens een wijngaard kwaliteitsfruit draagt dat geschikt is om er wijn van te maken? Feit is dat dit groeiproces door het Ethiopische klimaat blijkbaar versneld werd, want reeds na 3,5 jaar droegen de stokken druiven.

Volgens Olivier Spillebout, de oenoloog van het Castel-domein die belast is met de kwaliteitsbewaking, bevat het terroir in Zeway “... een lichtjes zanderige bodemstructuur, terwijl we ons bevinden in een gematigde klimaatszone, ideaal voor de druivencultuur. Deze klimaatsomstandigheden zijn zelfs zo ideaal dat we hier moeiteloos twee oogsten per jaar kunnen uitvoeren, maar aangezien we geen tafelwijntje maar échte kwaliteitswijn willen produceren, oogsten we maar één maal.”

Nijlpaarden in de wingerd

Eigenlijk geen verrassing, want Ethiopië had al eerder een (beperkte) wijnindustrie - met name in het merengebied - , vooral te danken aan Italianen, die het land bezetten tussen 1936 en 1941. Wijnsector die echter zwaar verloederde toen de domeinen werden genationaliseerd door het militair regime. Ook het conflict in buurland Somalië zette een serieuze domper op het wijngebeuren.

De Castel-groep was de eerste die opnieuw in dit marktgat sprong en dus blijkbaar met succes. Op de volle steun van het huidige Ethiopische overheid kan deze Franse gigant alvast rekenen, want die bewindvoerders steken hun ambities niet onder stoelen of banken: “We willen in de toekomst concurreren met de excellente Zuid-Afrikaanse producten, die vandaag worden beschouwd als de beste van het continent”, zo klinkt het in een officieel communiqué.

Voorlopig, en in afwachting dat we eindelijk deze Ethiopische crus eens zelf kunnen proeven, lijkt dus niets deze succes story te kunnen boycotten. Tenzij de natuur. Het domein heeft namelijk geregeld af te rekenen met indringers, zoals pythons, hyena’s of nijlpaarden, die uiteraard soms vernielingen aanbrachten. Daarom werd recent rondom de ganse wijngaard een twee meter brede gracht gegraven om deze invasie af te remmen, wat lijkt te lukken.

Een kopzorg waarvan Europese wijnbouwers voorlopig gelukkig niet wakker van hoeven te liggen.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 3 november 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Californië zit met een kater (deel 2)

Zelfs de ‘grote’ iccoondomeinen ontsnappen niet aan het huidige paniekvoetbal dat nu in de Californische wijnindustrie wordt gespeeld (lees Californië zit met een kater deel 1). “We're about three weeks late. The whole state is late,” aldus onlangs een nerveuze Chuck Wagner, eigenaar van het wereldberoemde Caymus Vineyards in Napa Valley. “Our Cabernet Sauvignon was definitely affected”.

Een ander dreiging van deze overvloedige neerslag blijft natuurlijk rotting. In Sonoma kampen wijnmakers met de schimmel botrytis op hun trossen Pinot Noir. Ook in andere AVA’s (Amerikaanse beschermde appellaties) treedt dit rottingprobleem op, vooral bij Cabernet Sauvignon, tenzij de wingerds hogerop in het gebergte liggen.

Zoals het er nu naar uitziet verwacht het Department of Food and Agriculture dat Californië dit jaar amper 3,3 miljoen ton druiven zal afleveren, of omgerekend zeker -9 procent minder tegenover 2010.

Vroege pluk is de sleutel

Maar Moedertje Klimaat heeft blijkbaar toch ook een positief effect, als we tenminste Gladys Horiuchi, een woordvoerdster van het California Wine Institute, mogen geloven. Zij ziet geen doemscenario, integendeel: “I think the crop will be similar to last year. Lower yields, late and terrific quality,” klinkt het.

Fluiten in het donker? Niet helemaal, want ondanks de talrijke doemberichten horen we nog andere joepie-geluiden. Zoals bij Warren Winiarski, stichter en voormalig eigenaar van een ander sterdomein Stag’s Leap Wine Cellars. Op zijn huidige Arcadia Vineyard plukte hij zijn Chardonnays wel vroeg in oktober, dus voor de extra neerslag en eventuele schimmelinfecties optraden. Met positief effect: “The grapes were beautiful,” luidt zijn tegendraadse conclusie. “Anyone who has a problem producing an outstanding Chardonnay this year should be in a different business.” Waaraan wel dient toegevoegd dat hij minstens 10 à 15 procent minder geoogst heeft.

Conclusie: wie vroeg in oktober plukte, dus voor de oktoberregens, of wie hogergelegen wingerds bezit, zal in 2011 weinig of geen problemen kennen. Al de andere Californische producenten zien een moeilijk millésime 2011, vooral bij klassiekers als Cabernet Sauvignon. En wat het productievolume betreft, ook dat krimpt gegarandeerd, in sommige subappellaties of wijngaarden zelfs tot -30 procent.

“A ghost crop” noemde één van de Californische wijnmakers de oogst-in-wording 2011. Terwijl anderen spreken over een ‘Bordeaux-like vintage’. Wie van beiden gelijk zal krijgen, weten we binnen enkele maanden pas. Maar ik lees tussen de lijnen alvast één boodschap: Californische crus zullen er zeker niet goedkoper op worden.

Frank Van der Auwera

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer