Duitsland

Geplaatst op 27 november 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Cava speelt met vuur

Op de zopas gehouden Wine Future Conference in Hong Kong kwam Pedro Ferrer, hoofd van het ook bij ons bekende Cava-huis Freixenet, met een schijnbaar verrassende analyse. Volgens hem vormen de huidige spelregels voor Cava-productie namelijk een té strak korset voor wijnmakers: “We have a big book of rules how to make Cava” klonk het strijdvaardig. “There are a lot of things that are limiting the ability of our winemakers to make the best wine.”

Een historische recordverkoop

Alvorens op de details in te gaan: vanwaar deze plotse demarche? Ik zie drie onderliggende motieven.

Eén: concurrent champagne heeft de voorbije maanden zijn productievolume serieus opgeschroefd om in te spelen op de opnieuw gestegen wereldvraag (lees Champagne: business as usual). Dat prikt beslist.

Twee: de eindejaarscampagne is in volle gang zeker en voor de verkoop van bubbels wordt dit weer een broederstrijd tussen Champagne en Cava. Ter illustratie: alleen in de laatste 4 maanden van 2010 realiseerden Cava-producenten 41,4 procent van hun totale jaaromzet in Spanje zelf en 38,4 procent in hun exportmarkten.

En drie: de Spaanse thuismarkt van Cava heeft het momenteel economisch bijzonder moeilijk. Waar vorig jaar nog sprake was van een gezonde stijging (zie infra), heeft de crisis de voorbije maanden zo hard toegeslagen dat ook de grote Cava-huizen Freixenet en Codorniu de gevolgen ervan beginnen te voelen.  

Op papier en op wereldschaal bekeken heeft Cava echter voorlopig niets te vrezen, want 2010 was alvast een historisch recordjaar voor de verkoop van hun moussewijn. Vorig jaar werden wereldwijd immers 244,8 miljoen flessen geconsumeerd, wat een totale stijging inhoudt met +11,5 procent in vergelijking met 2009. Goed voor zo’n 1,03 miljard euro omzet. Historisch record, want een stuk boven de 230 miljoen flessen die in 1999 werden verkocht, toen er bovendien sprake was van het millenniumeffect.

Bubbelgekke Belgen

Weliswaar werden vorig jaar in Spanje zelf nog steeds het grootste aantal flessen Cava ontkurkt - 95,6 miljoen stuks of een stijging met +8,37 procent t.o.v. 2009 -, maar de success story van Cava ligt vooral in zijn export. Ongeveer 60 procent van de 2010-output - in concreto 149,2 miljoen flessen of een stijging met +13,68 procent - werd immers in buitenlandse markten gerealiseerd. Met Duitsland als grootste slokop (41 miljoen flessen, +17,7 procent), het Verenigd Koninkrijk als dorstige tweede (32 miljoen flessen, slechts +2 procent) en België (!) dat met het brons gaat lopen, goed voor 21 miljoen flessen of een spectaculaire +34,7 procent toename.  

Maar ook het feit dat er zoveel vooruitgang werd geboekt in de Amerikaanse markt - nummer 4 qua verkoop met 17,5 miljoen verkochte flessen of een klim met +18,2 procent -, Japan (nummer 5 met ruim 5 miljoen flessen of +19,8 procent) of de groeiende populariteit van Cava in het thuisland van de Champagne Frankrijk (nummer 6 qua verkoop met 3,9 miljoen flessen of +15 procent) laten zien dat het in 2010 echt wel snor zat met de globale Cava-verkoop.

Een gevaarlijke gok

Wie deze mooie rapportcijfers bekijkt, zelfs met in het achterhoofd de wetenschap dat veel spectaculaire groeicijfers natuurlijk komen na een zeer negatief verkoopjaar 2009 en dat bovendien de economische vooruitzichten in 2011 weer een stuk somberder zijn geworden, moet zich toch afvragen: wat wil Pedro Ferrer, die duidelijk de spreekbuis is van de grote spelers, eigenlijk?

In zijn speech gaf hij een aantal voorbeelden van wat hij graag veranderd zou zien aan de wetgeving rond Cava. Dat de ‘normale’ Brut vooral draait rond de drie druivenvariëteiten Parelleda, Xarel-lo en Macabeo – eventueel aangevuld met Chardonnay, Subirat Parent oof Malvasia Riojana - vindt hij bijvoorbeeld perfect, maar voor de productie van Rosado (nu een kwestie van Pinot Noir, Garnatxa, Monastrell en/of Trepat) zou hij ook heel graag Tempranillo getolereerd zien. Een druif die natuurlijk massaal aangeplant staat.

En dan komt de kat op de koord: beperkingen van de rendementen “are no good” volgens Pedro Ferrer en ook de regels die de totale aciditeit “should be left to the winemaker.”
 Met als orgelpunt: “The worst enemy that Cava has is Cava”, klinkt het eerder cryptisch. “If we take the wrong direction with the category by being more restrictive it would be a huge mistake.”

Wie tussen de lijnen leest, ontdekt echter meteen het échte motief : deze Cava-gigant wil de handen maximaal vrij houden om een stijgend vraag naar Cava-bubbels te kunnen invullen, net zoals de collega’s in Champagne het op een akkoord kunnen gooien om hun oogstvolume serieus op te krikken. En vooral technisch wil men blijkbaar niet teveel pottenkijkers.

Het grote verschil qua appellatieregeling tussen Cava en champagne is natuurlijk dat, los van kortere/langere periodes sur lattes of afwijkende druivensoorten, de DO Cava eerder een bepaald maakprocedé garandeert (namelijk de methode traditionelle), terwijl Champagne strikt geografisch gebonden is en wettelijk niet buiten deze afgebakende regio mag geproduceerd worden. In zekere zin geldt dat ook voor Cava, want in de praktijk komt nog steeds 90 à 95% van alle geregistreerde Cava uit Catalonia, ook al kunnen ook andere Spaanse regio’s - zoals La Rioja, Extremadura, Valencia of Cariñena - dit label claimen.

Maar ik voel me als consument toch een beetje ongemakkelijk met deze uitspraken, want ik interpreteer ze als "laat ons officieel gerust, want we willen kost wat kost véél méér bubbels produceren en champagne van zijn troon stoten". Kwaliteitsargumenten komen hier blijkbaar niet aan te pas.

Op termijn dreigt dan een ernstig perceptieprobleem. Kijk maar naar onze Belgische markt. Hoeveel schuimende rotzooi is er ondertussen al niet in de rekken beland van amper enkele euro’s, de doopnaam Cava onwaardig? Voorlopig lijkt de Belgische - lees Vlaamse - consument dat nog braafjes te slikken, maar er komt toch een moment dat het bubbelplezier verdampt, zeker als bijvoorbeeld de Italiaanse concurrentie blijft verbeteren of de Franse Crémants aan hun remonte beginnen.

Kortom, Cava is met zijn toekomst aan het spelen, verblind door de momentele hausse. En wie zit nu te wachten op een tweede Beaujolais-scenario?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 18 november 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Franse wijncoops blij met oogstvolume 2011

Of u nu pro of contra coöperatieve wijnbedrijven bent, feit is: ze vormen nog steeds één van de pijlers onder de wijnproductie, zeker in Frankrijk.

In sommige minder populaire appellaties is de lokale coop zelfs dé ruggengraat, vaak trendsetter, van de wijnstreek gebleken, omdat deze belangencoalitie als enige de nodige investeringen kan doen in onder andere moderne vinificatietechnologie. Broodnodige investeringen die kleinschalige wijndomeinen zich soms individueel niet kunnen permitteren. Wat niet wegneemt dat er ook veel kaf tussen het koren schuilt.

Stijgers en dalers

Maar in Frankrijk heeft deze wijncoöperatieve beweging, die natuurlijk ook enkele jaren al serieuze klappen kreeg door de economische context, deze dagen eindelijk toch het een en ander te vieren. Want de kwantiteit is opnieuw op het appèl in 2011 en daar zaten ook deze coops nerveus op te wachten. Ook al sleutelen ze vaak aan meer kwaliteit, toch zijn ze in belangrijke mate gefocust op kwantiteit om de ‘vele mondjes’ te voeden.

De Confédération des Coopératives vinicoles de France (CCVF) berekende daarom met de glimlach dat de bilan van de voorbije oogst 2011 enorm meevalt. Na vijf opeenvolgende jaargangen met een eerder teleurstellend oogstvolume, noteren de 741 caves cooperatives nu opnieuw een volumineuze oogst. Zelfs in die mate dat Denis Verdiet, de president van de Vignerons coopérateurs de France stelt dat na een aantal zeer lastige jaren qua inkomsten, nu eindelijk een inhaalbeweging kan volgen die de producenten weer extra financiële zuurstof geeft. Hij is vooral ook blij met het feit dat bepaalde regio’s een serieuze volumesprong in 2011 maken, zoals de Alsace (+35 procent), Champagne (+21 procent) of de Languedoc-Roussillon (+21 procent).

Niet iedereen volgt natuurlijk dit scenario. De Bordelais (+2 procent) en Bourgogne gekoppeld aan de Beaujolais (+10 procent) groeien, maar minder spectaculair, en sommige regio’s noteren zelfs een lichte achteruitgang, zoals de Loire-vallei (-4 procent) of Corsica (-2 procent).

Winners en losers in Europa

In de rest van Europa ziet het er volgens het CCVF op productievlak wel anders, want veel gevarieerder, uit. De algemene vooruitzichten qua oogstvolume binnen de Europese unie spreken van een gemiddelde daling met -2 procent in vergelijking met 2010 en zelfs -7 procent als we de laatste vijf jaar in de berekening betrekken. Vooral Griekenland, Italië en Portugal boeken voor 2011 een volumekrimp die rond de -17 procent zweeft, terwijl ook die andere gigant Spanje zijn oogst met -9 procent zit slinken.

Het oogstplaatje ziet er wel spectaculair anders uit als we meer kijken naar Centraal- en Oost-Europa. Slowakije ziet in 2011 zijn oogstvolume ontploffen met +169 procent, buur Tsjechië noteert ook een forse +95 procent, Hongarije +63 procent en Roemenië +47 procent vergeleken met vorig jaar. Zelfs onze oosterburen in Duitsland denken nu dat hun oogst 2011 zo’n eenderde boven die van 2010 zal uitkomen (+33 procent).

Alvorens u nu vreest dat we zo opnieuw een gigantisch surplus aan het opbouwen zijn: deze schijnbaar spectaculaire groeicijfers dienen afgezet tegen de vaak heel tegenvallende 2010-volumes. De 33 procent stijging bijvoorbeeld  in de Duitse wijnindustrie normaliseert eerder de teleurstellende oogstresultaten (in termen van kwantiteit) van vorig jaar.

En als we alle geruchten mogen geloven, zit gelukkig ook de kwaliteit snor in 2011.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 10 september 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Een glas uit de tijd van Bach

D1762222x Heel inspirerend aan de groeiende community van deze Wijntijd-columns, is het feit dat lezers/bezoekers ons geregeld suggesties of ervaringen doorsturen over hun persoonlijke proefervaringen. Niet altijd publiceerbaar materiaal, toegegeven, ondanks de passie die er uit spreekt, maar één ding is duidelijk: dit land krioelt van de informele én formele wijndegustatieclubs.

En ook al wil ik er echt geen gewoonte van maken om hun proefrelaas in deze rubriek op te nemen, toch graag een uitzondering voor een bijzonder exclusief verslag. Eind augustus werd immers in de wijnclub uit Begijnendijk, met de zeer toepasselijke en lichtjes ironische doopnaam “As men glas moar vol”, een Duitse Rudesheimer Apostelwein uit 1727 ontkurkt.

U leest het goed: een fles van 284 jaar oud.

Een teletijdmachine

Persoonlijk ben ik ondanks mijn connecties nooit verder geraakt dan een wijn uit 1793, dus die datum viel me op. Om hem even historisch te situeren: 1727 was onder andere het jaar waarin Isaac Newton en Catherina I van Rusland overleden, waarin Johan Sebastian Bach zijn nu legendarisch oratorium de Matthäus-Passion componeerde, de allereerste Amish naar Amerika emigreerde of de Royal Bank of Schotland werd opgericht via een koninklijk charter. Een fles als een heuse tijdsmachine, met andere woorden.

Bij navraag bleek dat deze semiprofessionele amateurproevers na een lange speurtocht dit unieke exemplaar op de kop konden tikken via eBay, waar een Duitser een fles aanbood die hij op zijn beurt had gekocht uit de kelder van een gefortuneerde familie uit Bremen.

Na lange onderhandelingen en verificatie van de authenticiteit in de Bremer Ratskeller, kon de Vlaamse club deze onvoorstelbaar zeldzame fles aankopen voor 1.500 euro. Een volbloed collector’s item, waarvan in de media tot nu toe nog maar drie proefnotities bekend zijn, waaronder die van de befaamde Britse ex-veilingmeester Michael Broadbent.

Nog niet versleten?

Omdat het inderdaad over zo’n unieke fles gaat, citeer ik hier graag het uitvoerige proefcommentaar van het bestuur:

* Zicht: De wijn heeft een zeer intense kristalheldere, lichtbruine, amberachtige kleur. De wijn is soepel en traant bijna niet.

* Geur: Als eerste indruk, zonder de wijn te walsen, koffiegeuren. Na het walsen komen er geuren vrij van karamel, koffie, honing, sinaasappelschil en chocolade. Ook geeft de wijn als tertiaire geuren licht scheikundige geuren af. Na een uur in het glas krijgt de wijn de neus van een Tokaji Aszu Essencia (oude geoxideerde methode).

* Smaak: De wijn is zeer droog en doet ons denken aan een oude Madeira Sercial. De wijn heeft ondertussen wel wat zuren gekregen en heeft een lange aangename afdronk van ongeveer 10 seconden. Zelfs na een uur blijft de smaak onveranderd.

* Conclusie: Deze wijn is nog lang niet dood en komt na het walsen voor zijn leeftijd nog zeer jong over. Een prachtwijn die de aankoop en het proeven zeker waard is.

Niet dat u nu meteen naar de dichtstbijzijnde wijnshop kan hollen of op het web moet zoeken naar deze cuvée, maar wanneer u straks ook een gelijkaardig unieke fles soldaat maakt, geef ons dan vooraf tijdig een seintje...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 17 juli 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wie heeft de grootste dorst?

Terwijl de wereldeconomie nog duidelijk van het ene been op het andere hinkt, dus blijkbaar maar kan kiezen tussen ‘definitief herstel’ en ‘nieuwe recessie’, lijkt het met de wijnconsumptie stilaan de goede kant uit te gaan.

Althans: goed vanuit het standpunt van de producenten.

Hoger, lager!

Want volgends Federico Castellucci, directeur-generaal van het O.I.V. (L'organisation internationale de la vigne et vin) is er misschien eindelijk sprake van een trendbreuk. Na jaren van een soms dramatisch tuimelende wijnconsumptie op wereldschaal , zou het globale verbruik verleden jaar nagenoeg stabiliseren of zelfs lichtjes stijgen tegenover 2009.

Castellucci raamde de wereldwijnconsumptie in 2010 voorlopig immers op 238 miljoen hectoliter. De meest pessimistische ramingen spreken nog van 236,3 miljoen hectoliter, wat slechts een minimale daling van -0,1 procent zou impliceren.

Alhoewel Europa binnen dit geheel nog altijd met grote voorsprong de slokop blijft, goed voor 64,9 procent van de totale consumptie, lieten de 15 belangrijkste Europese landen samen eveneens een minidaling van -0,2 miljoen hectoliter noteren. Rekening houdend met het feit dat dit nog steeds geen definitieve cijfers zijn, zou dit eveneens een surplaçe betekenen tegenover 2009, dus opnieuw: geen grote tuimeling meer. In economisch moeilijke tijden wordt dat reeds als bijzonder goed nieuws onthaald.

Kijken we naar de landentop 10 van de grootse wijnconsumenten, dan ziet deze hitparade er als volgt uit:

LAND MILJOEN HL. TREND?
Frankrijk 29,4 Dalend
V.S.A. 27,1 Stijgend
Italië 24,5 Dalend
Duitsland 20,2 Stijgend
China 14,3 Stijgend
V.K. 13,2 Stabiel
Spanje 10,9 Dalend
Argentinië 10,0 Stijgend
Rusland 9,7 Stijgend
Australië 5,3 Dalend

Bron: O.I.V. Forecast 2010

De waardeverhoudingen tussen de ‘klassieke’ en ‘opkomende’ wijnmarkten zijn duidelijk aan het kantelen, ook al blijven de nominale verschillen soms nog erg groot. Wie had tien jaar geleden echter kunnen/durven voorspellen dat China qua volume reeds positie 5 ging inpalmen onder de wijndrinkende naties? Of dat de beide voormalige aartsvijanden de V.S.A. en de Russische Federatie nu broederlijk tot de vinnigste wijnstijgers behoren?

Alternatieve Top Tien

Uiteraard ziet het plaatje er enigszins anders uit wanneer we de consumptie delen door de bevolking, dus het per capita verbruik berekenen via de meest recente demografische data uit 2008.

Want dan blijft Frankrijk weliswaar de numero uno, maar springt Portugal (tussen haakjes, van plaats 11 in de vorige top), naar plek 2, gevolgd door Italië, Zwitserland, Denemarken, Slovenië, Kroatië, Oostenrijk, Hongarije en... België. Met onze 10de positie drinken wij zelfs meer dan wijnproducerende (én zonnige!) landen als Griekenland of Australië.

Van China, met zijn 1,3 à 1,4 miljard inwoners, uiteraard geen spoor meer in deze hitparade...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 1 mei 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Kroniek van een aangekondigde zelfmoord (deel 1)

De voorbije weken is er heel wat vergaderd, gelobbyd en gepalaberd in kringen van Europese wijnmakers. Niet dat er veel ruchtbaarheid werd aan gegeven door onze Belgische media, maar de uitkomst van deze coalitievorming tussen pro’s en con’s kan wel eens heel belangrijk worden voor de toekomst van de Europese wijnindustrie. En vooral: de economische gezondheid van die business.

Want de inzet draait rond het straks al dan niet (mogen) aanleggen van nieuwe wingerds. Zo’n liberalisering van het plantrecht - waar bepaalde grote groepen voor ijveren, systeem dat de Europese Commissie vanaf 1 januari 2016 wil introduceren, na de initiële beslissing daar rond die reeds in 2008 werd genomen - is volgens de tegenstanders namelijk compleet idioot. Economisch zelfs gevaarlijk in het licht van de huidige productieoverschotten in bepaalde marktsegmenten.

Made in Italy bedreigd?

Enkele weken geleden loste het Italiaanse Ministerie van Landbouw weer een schot voor de boeg, nadat eerder al Angela Merkel (maart vorig jaar) en Nicolas Sarkozy (januari dit jaar) hun ongenoegen hadden uitgesproken over de geplande liberalisering: “Italië vraagt met klem aan Brussel om de reglementering, die voorziet in een liberalisering van de wijnaanplantingen in de Europese Unie vanaf 2015 ten nadele van het actuele systeem, te herdenken of zelfs grondig te herzien” klonk het strijdlustig. “Nog méér dan Frankrijk of Duitsland zal Italië zijn stem wat dit dossier betreft laten horen, want wij Italianen zijn extra bezorgd over de mogelijke effecten van deze Europese beslissing,  zeker gezien in het licht van de nieuwste marktscenario’s.”

Dergelijke liberalisering van het plantrecht mag er volgens de Italianen pas komen nadat de producenten en ganse wijnindustrie de certitude heeft dat bepaalde waarden van het huidige systeem intact zullen blijven; waarden die onder meer de ontwikkeling van kwaliteitswijnen ‘Made in Italy’ hebben verzekerd.

Kortom, Rome uitte duidelijke oorlogstaal tegen Europa. Ram deze liberaliseringplannen niet snel in onze strot, maar overweeg de modaliteiten van een eventuele aanpassing van het huidige systeem héél grondig.

Parlementariërs in de bres

Sedertdien bleef de bal in het njet-kamp rollen.

In april werd bijvoorbeeld een druk bijgewoond, partijpolitiek overstijgend colloqium georganiseerd rond “Les droits de plantation et la place de la viticulture dans la PAC”,georganiseerd door Gérard César (van het UMP), president van de studiegroep ‘Vigne et Vin’ in de Franse Senaat en zijn vicepresident Roland Courteau (van de PS), in samenwerking met FranceAgriMer en de CNAOC. Bovendien waren er bij deze meeting ook vertegenwoordigers aanwezig van o.a. het Italiaanse, Spaanse en Hongaarse parlement.

De conclusies van deze parlementariërs waren nochtans unaniem, over de partij -en landsgrenzen heen. Alle deelnemers spraken zich uit pro het behoud van het huidige reguleringsmechanisme en klonken unisono met wat Bruno Le Maire, de Franse Minister van Landbouw, in zijn inleiding verklaarde: de geplande liberalisering is volgens hem “… une folie économique (...) à un moment où tous les extrêmes retrouvent des couleurs politiques, une faute politique comme celle qui consiste à libéraliser les droits de plantation ne ferait qu’alimenter les tentatives de populisme”. Le Maire kondigde trouwens ook meteen zijn intentie aan “…de mobiliser le plus grand nombre d’Etats membres et d’adresser une  lettre commune à la Commission européenne lui demandant de maintenir ce régime.”

Blijf a.u.b. alert

Tijdens het voorbije, succesvolle wijnsalon VinItaly klonk de nieuwe Italiaanse Minister van Landbouw, Saverio Romano, al even scherp: “Ik heb een duidelijk streefdoel: de norm met betrekking tot de liberalisering van de plantrechten elimineren’. En ook zijn Oostenrijkse en Hongaarse collega’s vroegen op hetzelfde moment aan de Europese Commissie eveneens om terug te komen op haar liberaliseringbeslissing. Daarin trouwens gesteund door E.F.O.W., la Fédération européenne des vins d’origine.

Die organisatie waarschuwde om het niet bij woorden alleen te houden, maar bijzonder alert te blijven tegen de Europese bureaucratische molen. Riccardo Ricci Curbastro, president van de EFOW: “Cette accélération dans les prises de position est très encourageante et doit constituer un signal fort pour la Commission. Le signal que la filière est totalement déterminée à empêcher la dérégulation totale du secteur. Notre mobilisation va se poursuivre et déboucher dans les prochains  mois sur d’autres formes d’action”.

En gelijk kan hij wel eens hebben...

Frank Van der Auwera

Lees morgen: Kroniek van een aangekondigde zelfmoord (deel 2)

Geplaatst op 24 april 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Hoe populair is Zuid-Afrika?

Waar is de tijd van de ‘Apartheid’, toen Zuid-Afrikaanse wijn taboe was in onze glazen? Sedert de afschaffing van dit rassensegregatiesysteem in de jaren ‘90, is de Kaapse wijnindustrie inderdaad aan een flinke inhaalbeweging begonnen, die in sommige afzetmarkten zelfs resulteert in pure marktdominantie.

De hieronder volgende hitparade geeft aan dat het Verenigd Koninkrijk met lengten de grootste invoermarkt van Zuid-Afrikaanse wijn is en blijft. Maar er schuilen ook opvallende, misschien veel minder verwachte ‘toppers’ in deze rangorde. Zo blijkt alle wijn met Kaapse herkomst bijzonder populair bij onze noorderburen. Jaarlijks drinken zij ongeveer het drievoudige volume van ons Belgen, duidelijk nog gestimuleerd door hun historische banden met Zuid-Afrika. Geen wonder dat ongeveer 20 procent van de in Nederland ontkurkte wijnen trouwens een Kaaps etiket draagt.

Dorstige Noorderlingen

Maar nog verrassender en statistisch indrukwekkender lijkt ons de stevige positie van Scandinavië. Neem nu Zweden: nummer 3 in de hitparade van de belangrijkste exportmarkten. Zuid-Afrika is er niet alleen met vlag en wimpel de belangrijkste wijnleverancier, maar bovendien verzetten de Zweden - met hun bevolking die groso modo toch maar even groot is - jaarlijks wél tot bijna 4,5 kéér zoveel volume als wij Belgen. Zelfs Denemarken, met zijn circa 5,5 miljoen inwoners, scoort enorm sterk.

DE TIEN GROOTSTE AFZETMARKTEN VOOR ZUID-AFRIKAANSE WIJN

1- Verenigd Koninkrijk (121 miljoen liter)
2- Duitsland (72 miljoen liter)
3- Zweden (39 miljoen liter)
4- Nederland (28 miljoen liter)
5- Denemarken (16 miljoen liter)
6- V.S.A. (14 miljoen liter)
7- Canada (12 miljoen liter)
8- België (9 miljoen liter)
9- Frankrijk (9 miljoen liter)
10- Nieuw- Zeeland (6 miljoen liter)

Bron: DOAFF/SA

Eigenlijk zijn we beter...

Nog twee nuances op deze rangschikking. Wanneer we de bevolkingsomvang als variabele zouden gebruiken, zou ons land wel een paar plaatsen winnen. Duitsland bijvoorbeeld, ongeveer 7,5 keer zoveel inwoners als België, maar dikbevolkte landen als de V.S.A. (ca. 310 miljoen inwoners) of Canada (met ongeveer 3 keer zoveel inwoners als ons land) zouden we wél voorbijsteken.

Slotopmerking: uiteraard gaat het hier uitsluitend om een hitparade van kwantiteit, niet om de kwaliteit of prijsniveaus. Want wat dat betreft zou België opnieuw beduidend hoger kunnen stranden, gezien onze reputatie van ‘meerwaardejagers’ op wijnvlak.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 27 januari 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Fransen tonen hun smalste kant

Dat er met internationale wijnbeurzen een flinke boterham te verdienen valt, is algemeen geweten. Dat geldt beslist voor salons met de renommee van Vinexpo in Bordeaux, dat ondanks heel wat praktische problemen, toenemende concurrentie van o.a. The Londen Wine Trade Fair, ProWein of Vinitaly en zelfs recente boycots van bepaalde Nieuwe Wereld-producenten, nog altijd als het grootste podium voor wijnprofessionelen wordt beschouwd.

Samen in de tent

Maar vooral met die ‘boycots’ wordt blijkbaar niet gelachen, want de organisatoren van Vinexpo interpreteren ze vaak als pure insubordinatie van hun goddelijk recht. En de Franse rechtbanken volgen hun logica blijkbaar eveneens. Althans, dat zouden we als neutrale waarnemer toch besluiten bij het bericht dat een Bordelaise rechter onlangs Ital Assist, een promotievennootschap voor Italiaanse producten waaronder in eerste instantie natuurlijk wijn, veroordeelde wegens “parasitisme économique”.

Het conflict dateert van 2009, toen Italiaanse wijnhuizen massaal hun kat stuurden naar de hallen van Vinexpo. Ze weigerden deel te nemen aan het officiële salon omdat ze het totaal oneens waren met de plaatsing en oppervlakte van het geplande Italiaanse paviljoen.

Maar Italianen zouden geen Italianen zijn als ze geen elegante uitweg vonden om toch hun producten aan de wereld te presenteren. In plaats van de dure expositieruimte in Vinexpo zelf te betalen, huurden ze collectief een reusachtige ‘party tent’ van 600 vierkante meter en posteerden die trots aan hun hotel, het Novotel dat grenst aan het Parc des Expositions de Bordeaux waar de officiële Vinexpo plaatsgreep. Deze alternatieve Vinexpo à la Italienne kreeg de welklinkende doopnaam Italissima.

Uiteraard konden de organisatoren van Vinexpo niet lachen met deze Italiaanse stunt, ook al trok de tent vrij weinig bezoekers wegens een foute signalisatie. Maar dat kon het Vinexpo-management niet schelen, want men wou duidelijk een Voorbeeld stellen om andere dwarsliggers in de toekomst te ontmoedigen. En dus sleepte Vinexpo zonder pardon Ital Assist, de drijvende kracht achter dit parallelle event, voor de rechter in Bordeaux. Recent sprak deze een verdict uit: Ital Assist wordt effectief veroordeeld wegens economisch parasitisme en moet daarom een schadeclaim van 150.000 euro ophoesten.

De symboliek voorbij

Wat we van de Vinexpo-respons en deze rechterlijke uitspraak vinden? Kleintjes, heel kleingeestig.

Ten eerste omdat er tijdens Vinexpo altijd reeds andere nevenactiviteiten, al dan niet met het keurmerk van de organisatoren, plaatsgrijpen in Bordeaux - weliswaar zelden zo dicht gelocaliseerd bij de moederbeurs - ; off-events die zeker de aantrekkingskracht van het officiële salon verhogen en de bezoekersaantallen helpen opdrijven.

Ten tweede omdat de organisatie van Vinexpo zélf tijdens veel edities erg mank liep - ondraaglijke hitte in de expositieruimte wegens geen of slecht werkende airco; problemen met de inklaring van Kaapse wijnen; uit de stocks verdwenen flessen;... - wat toch zelden door de gedupeerde exposanten juridisch werd uitgevochten.

Ten derde omdat ondertussen de concurrentie in Groot-Brittannië, Duitsland of Italië - of in Frankrijk zelf: Vinisud - véél meer professionaliseerden. En volgens veel insiders en bezoekers een beter referentiepunt zijn geworden voor de internationale wijnhandel dan het ‘klassieke’ Bordeaux-salon, dat jaar na jaar grote namen uit vooral de Nieuwe Wereld forfait ziet geven.

En ten vierde: de hoogte van de schadevergoeding lijkt ons enorm overdreven. Deze 150.000 euro overstijgt immers een symbolische veroordeling en suggereert eerder dat ‘de Fransen’, als het er op aankomt hun Frans patrimonium of eigen copyrights te beschermen, nogal makkelijk de krachten bundelen. Tot de lokale rechtelijke macht toe.

Vermoedelijk zal het resultaat zijn dat er bij de volgende editie minder off-events worden georganiseerd en tegelijk ook minder bezoekers op Vinexpo afkomen. Die zullen in Londen of Dusseldorf wel met open armen ontvangen worden...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 15 januari 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Het Oosten kleurt bordeaux

Asiawine Terwijl wij Belgen onrustwekkend snel stijgen op de hitparade van de kredietrisicorijke landen, dalen we op een andere: die van de grootste bordeauxafnemers op wereldvlak.

Sterker, als u één klinkend bewijs zocht voor de toenemende invloed van ‘het Oosten’ - en met name de machtsgreep van de Chinese Volksrepubliek - op de huidige wijnmarkt, dan zal deze volgende statistiek van belangenbehartiger de Conseil interprofessionnel du Vin de Bordeaux u wel overtuigen (lees ook Aziatische wijndrinkers koopzot deel 1 en 2 of Bourgogne vrijt China op of Franse wijngigant geilt op China).

China en Hong Kong slokkoppen

Want wat blijkt? De tandem China annex Hong Kong werd in 2010 de onbetwiste numero uno klant in waarde van Bordeaux, want goed voor een totale factuur van 333 miljoen euro. Daarmee overklassen deze toch wel nieuwe consumenten met (rode) vlag en wimpel de traditioneel verankerde afnemers van Bordeaux zoals het Verenigd Koninkrijk (toch nog goed voor 221 miljoen euro), België en Duitsland.

Onze directe oosterburen houden nog wél een record in handen: Duitsland blijft voorlopig de kampioen qua volume, met vorig jaar 255.000 hectoliter bordeauximport, tegen ‘slechts’ 251.000 hectoliter voor ons Chinese duo.

En wat met de V.S.A., tot voor kort de absolute troetelmarkt van de Bordelaise exportbusiness? De import/verkoop in the States bereikt stilaan terug het niveau van 2009 qua volume (in casu 117.000 hectoliter), maar duikelde spectaculair in waarde met maar liefst -37 procent (tot 96 miljoen euro).

Een trend die zowel op conto van de recessie kan geschreven worden, als op het feit dat vorig jaar nog de primeurcampagne voor de dure grands crus classés uit 2009 er op volle toeren draaide. Eens dat effect weggeëbd, blijkt overduidelijk wat we in deze kolommen al langer beklemtoonden: Amerikanen drinken wel steeds méér wijn, maar staan qua flessenprijs vaker op de rem (lees o.a. Wijnmarkt blijkt nog altijd wankel of Amerikanen drinken weer méér wijn of V.S.A. : luxewijnen krijgen een dreun).

Rampjaar 2009 stilaan vergeten

Maar vooral de opmars van China/Hong Kong is onmiskenbaar en schijnbaar onstuitbaar. De import van bordeaux groeide er vorig jaar met maar liefst +71 procent in volume tot 190.000 hectoliter en zelfs 98 procent in waarde tot 125 miljoen euro.

Opvallend: Hong Kong is wel kleinschaliger qua volume (+65 procent tot 61.000 hectoliter), maar blijkt duidelijk de magneet van dure crus. Want in waarde steeg de verkoop van bordeaux in deze voormalige kroonkolonie vorig jaar met een spectaculaire +126 procent, tot nu reeds 208 miljoen euro. Het feit dat Hong Kong zich stilaan ontwikkelt tot dé wijnhub van Azië en er de ene na de andere prestigieuze veiling plaatsgrijpt, versterkt uiteraard deze trend (lees o.a. Hong Kong wordt heuse wijnhub).

Dat Bordeaux zich stilaan commercieel weer beter in zijn vel voelt, blijkt trouwens ook uit een ander cijfer. De export van bordeauxwijn steeg vorig jaar wereldwijd in waarde met +10 procent tot 1,68 miljoen hectoliter en 1,39 miljard euro in waarde (+ 7 procent). Mooie rapportcijfers, ware het niet dat deze geprojecteerd én gerelativeerd moeten worden tegenover de ronduit catastrofale resultaten in rampjaar 2009.

Azië lo(n)kt

Wanneer we de trend dus moeten samenvatten, kunnen we niet anders dan besluiten dat bordeauxwijn zijn dip grotendeels te boven is, maar dat er wel aan versneld tempo sprake is van een structurele verschuiving richting Aziatische groeimarkten.

Dààr waar het geld en de politieke/economische macht zich stilaan ook concentreert, kortom...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 22 december 2010 door Wijntijd Reacties | Reageren

Duitse cultwijn haalt 8.568 euro

Germanwine Geef het maar eerlijk toe: als we in deze kolommen rapporteren over de soms spectaculaire resultaten tijdens wijnveilingen, dan gaat het niet zozeer alleen om de locatie - the places to be van de moderne wijnhandel zoals New York, Londen, Hong Kong - maar vooral om het type wijn dat er zo zwaar afgehamerd wordt. In concreto: de grands crus uit Bordeaux of de Côte d’Or.

Die hebben zich de voorbije decennia immers commercieel losgescheurd van het gros van de andere topwijnen -en domeinen, zeker wanneer het om  opgehemelde millésimes draait, en realiseren daarom nu speculatieve prijzen die tegen de totale waanzin aanschurken (lees o.a. Aziatische wijndrinkers koopzot (1) en (2) of Lafite 2009 wordt onbetaalbaar of Azië in de ban van wijnbeurzen).

1,5 miljoen euro afgehamerd

Maar wat veel liefhebbers vaak nog onvoldoende beseffen, is dat de jacht op dergelijke cultwijnen een internationaal fenomeen dreigt te worden. Of reeds geworden is. Van legendarische Australiërs zoals Penfolds Grange Hermitage of Italiaanse super-Toscanen à la Sassicaia of Ornellaia vinden we dat nog enigszins vanzelfsprekend dat ze speculatieve prijskaartjes halen, maar dat ook ‘Duitsers’ zoveel kooplustigen kunnen begeesteren en benevelen, dàt is andere koek.

Maar: anno 2010 toch ook een objectief feit. Duitse topwijn kan immers vaak verbazingwekkend goed ouderen, zeker als het om halfzoete tot zoete smaaktypes gaat zoals de beerenauslese of trockenbeerenauslese, de evenknieën van wat de Fransen bijvoorbeeld vendange tardive of sélection de grains noblesdopen.

Toen onlangs dus de feestveiling werd georganiseerd naar aanleiding van het eeuwfeest van het Verband Deutscher Naturweinversteigerer - de voorloper van de huidige, bij onze oosterburen trendsettende VDP-organisatie, die vier regionale wijnbouwverenigingen overkoepelt uit de Nahe, Mosel, Rheingau en Rheinhessen - werden er dan ook ferme bedragen neergeteld voor unieke flessen.

In totaal kwamen 15.000 flessen onder de hamer, die na afloop 1,5 miljoen euro opbrachten. Maar een paar buitenbeentjes haalden prijzen waar zelfs veel Bordelaise crus van dromen.

122,4 euro per centiliter

Wat tijdens deze driedaagse veiling vooral opviel was de biedkoorts, waardoor sommige flessen inderdaad vele malen hun oorspronkelijke schattingsprijs overtroefden. Eén van die kampioenen bleek de 1966 “Niederhäuser Hermannshöhle Riesling Feine Auslese” van Weingut Dönnhoff (uit de Nahe), die 2.632,95 euro voor één fles opbracht, of maar liefst 28 maal de oorspronkelijke raming van de veilingexperts.

Een andere verrassing bleek het bedrag van 4.855,20 euro dat werd neergeteld voor eveneens 70 cl “1911 Wehlener Hammerstein Riesling Auslese” van S.A. Prüm (Mosel).

Maar de klap op de vuurpijl kwam toch met de “Steinberger Riesling Trockenbeerenauslese” uit 1943 van het Hessische Staatsweingüter Kloster Eberbach uit de Rehingau. Dat kleinood veranderde van eigenaar voor de lieve som van 8.568 euro. Voor 70 centiliter nota bene. Of omgerekend 122,4 euro per centiliter dessertwijn.

Misschien toch eens nauwkeuriger kijken naar dat erfenisje Duitse wijn dat u ooit van een suikertante/nonkel kreeg, maar altijd ‘links’ hebt laten liggen?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 27 september 2010 door Wijntijd Reacties | Reageren

Italiaanse wijn loopt lekker in de V.S.A.

Italymap We hebben het al dikwijls onderstreept: wat en vooral hoeveel men drinkt in de V.S.A., bepaalt momenteel de sfeer binnen de wijnbusiness. Stilaan zijn de Amerikanen immers de grootste wijnimporteurs op wereldniveau aan het worden en, crisis of geen crisis, het geld blijft er rollen.

Maar iedere importeur wil natuurlijk weten in welke richting de koop -en consumptietrend gaat. De voorbije maanden luidde de conclusie vooral dat veel Amerikaanse wijnliefhebbers downsizing ontdekt hebben: ze dronken nog zeker evenveel, soms zelfs meer, maar keken veel kritischer naar het prijskaartje (lees o.a. Eigen flessen eerst of Amerikanen drinken weer méér wijn of Amerika aan de fles 1 en 2 of V.S.A. : luxewijnen krijgen een dreun, of V.S.A.: dorst naar kwaliteit?, of VSA: groei wijnconsumptie vertraagt).

Forza Italia

Nu zijn er weer nieuwe cijfers vrij gekomen die de eerste vijf maanden van het jaar definitief in kaart brengen wat de importstroom betreft.

Daaruit blijkt primo dat de wijninvoer in de V.S.A. tijdens die vijf maanden van 2010 inderdaad een regressie lieten optekenen qua volume, maar parallel daarmee wel een stijging qua waarde, vergeleken met de identieke referentieperiode in 2009. Tijdens deze periode werd er namelijk 3,3 miljoen hectoliter wijn geïmporteerd of een terugval met 2,4 procent, terwijl de waarde van deze import piekte naar een bedrag van 1,3 miljard dollar, of een stijging met 6,5 procent.

Secundo behoudt Italië er qua gebottelde wijnimport - dus wijninvoer in fles, niet in bulk - zijn sterke positie. Gemiddeld bedroeg het prijskaartje van zo’n ingevoerde Italiaanse wijn in de V.S.A. namelijk 4,92 $ per liter, tegen 3,57 $ voor de grote concurrent Australië (die wel nipt iets meer volume importeerde), 3,30 $ voor Chili en 3,88 $ voor Argentijnse wijn. Alleen Frankrijk doet beter, wat daar ligt de gemiddelde literprijs qua import in de V.S.A. op 8,05 $, alhoewel dit een terugval impliceert tegenover vorig jaar, toen nog 9,39 $ werd gehaald.

Dat de Italiaanse marktpositie in de V.S.A. gezond oogt, kan ook opgemaakt worden uit de volgende trend: wanneer we zowel bulk als flessenimport vanuit Italië tellen, blijkt deze tussen januari en mei 2010 gestegen tot 871.910 hectoliter (+11,6 procent), wat een waardestijging met +9,3 procent betekent.

Andere stijgers, vooral qua waarde, bleken Spanje, Nieuw-Zeeland en Duitsland, maar wel met voorlopig veel kleinere marktaandelen.

Frank Van der Auwera

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer