Frankrijk

Geplaatst op 10 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Grote champagnehuizen weer een stukje groener

Biologische druiventeelt, zelfs onder een streng biodynamisch regime, is in opmars in Champagne. Logisch, want in een appellatie die tegenwoordig weer zo’n torenhoge rendementen realiseert (lees Champagne: business as usual) en, na een ferme dip in 2009, commercieel opnieuw hoogdagen beleeft, maken steeds meer spelers zich zorgen dat veel terroirs te arm worden aan micro-organismen en mineralen, dus eerder kwantiteit dan kwaliteitsdruiven opleveren. Elementen die nochtans zo cruciaal zijn om er later mooie bubbels van te maken.

Vandaar dat niet alleen de officiële belangenorganisatie C.I.V.C. (Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne) regelmatig campagnes lanceert om lichtgewichtflessen te gebruiken of snoeihout te recupereren (lees o.a. Champagne wil zijn ecologische voetafdruk verder verkleinen of Champagne goes light(er)), maar dat ook individuele producenten een groene boodschap beginnen te prediken.

Aankoopgolf(je)

Natuurlijk waren het tot nu toe hoofdzakelijk voor het grote publiek minder bekende merken of vignerons die zich als pioniers in deze bio-sfeer begaven, met namen als het Maison Beaufort - dat reeds in 1974 zijn eerste bio-champagne op de markt lanceerde - gevolgd door o.a. Bedel, Geutherot, Jean-Pierre Fleury, Pascal Agrapart, Larmandier-Bernier, Franck Pascal, Catherine & Bruno Michel, Erick De Sousa en het ook bij ons reeds populair geworden Drappier.

Maar stilaan volgen ook de ‘grote’, wereldbekende maisons de champagne dit voorbeeld. In januari van dit jaar bijvoorbeeld raakte bekend dat Lanson-BBC ruim 13 hectare wingerd had verworven van Leclerc Briant, gelegen nabij Verneuil in de Marne-vallei. Nog eens 2 hectare van de biodynamisch gecultiveerde wijngaard van dit merk werden bovendien gekocht door die andere bekende naam, Louis Roederer.

Daar bleef het niet bij, want recent werd bevestigd dat de rest van het domein Leclerc Briant, circa 14 hectare die nog in handen waren van Pascal Leclerc’s dochters nadat deze eind 2010 overleed, eveneens in de portfolio van Roederer is terechtgekomen. Het gaat in concreto om premiers crus wingerds in Hautvillers en Cumières die door Leclerc reeds sinds de oogst 2000 integraal naar de biodynamische landbouw waren geconverteerd.

Roederer nu de grootste

Door deze nieuwe acquisitie wordt Louis Roederer in één klap het grootste champagnehuis op het vlak van organische en biodynamische cultuur. Roederer bezat immers tot voor kort reeds 26 hectare wijngaarden die fifty-fifty volgens biodynamische en/of organische landbouwpraktijken worden geëxploiteerd, nadat rond het millennium met de eerste experimenten was gestart.

Op dit moment is er dus ruim 40 hectare biovriendelijke wijngaard in het bezit van dit champagnehuis, waarmee het de concurrentie voorlopig ver achter zich laat. Jean-Baptiste Lécaillon, de chef-wijnmaker bij Roederer, bevestigt echter dat het niet de ambitie van dit huis is om absoluut gecertificeerd te geraken of voortaan de cuvées ook als biodynamisch of organisch te gaan etiketteren.

De nieuwe acquisitie en de bestaande ecovriendelijke wingerds worden eerder gezien als experimenten om de kwaliteit verder op te krikken: “Ons doel is het nog véél te leren om zo een beter, expressiever product te kunnen afleveren” klinkt het.

Benieuwd wie de volgende ‘grote jongen’ wordt die in dit groene champagneverhaal stapt.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 6 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Heeft de champagneflûte afgedaan?

 

Kurk

Eindelijk krijgen wij gelijk! Met ‘wij’ bedoel ik de kleine groep wijnschrijvers die hun bubbels in een functioneel glas geserveerd willen zien in plaats van een modieus nonsensexemplaar. En niet bijvoorbeeld in die charmante, maar nutteloze‘coupe’, die volgens urban legends gemodelleerd werd naar de borsten van één of andere courtisane aan het Franse hof.

 

Veel efficiënter is inderdaad al de zogeheten ‘flûte à champagne’ of fluitglas, alhoewel het in onze Belgische horeca vaak huilen met de pet op blijft, want veel fluitmodellen zijn lomp en lopen niet, zoals het hoort, naar beneden spits toe, waardoor de belletjesstroom zich onvoldoende kan ontwikkelen.

Daar is de tulp!

Maar voor wie écht zijn - betere, zeker wat rijpere en complexere - champagnes in topvorm wil genieten, is zelfs deze traditionele flête maar een compromis. Ideaal is immers een meer naar een wijnglas neigend, uiteraard van een niet té gigantische kelk voorzien, tulpvormig glas.

Deze stelling krijgt nu steun uit ‘onverdachte’ hoek. De wereldbekende glasfabrikant Georg Riedel predikt nu overal dat ook de Champagnehuizen hun fluitglazen stilaan inruilen voor een wijnglas met een tulpkelk, vergelijkbaar met exemplaren waarin ze hun witte wijn schenken.

De verklaring voor deze stap? De toch objectief grotere oppervlakte van deze tulpvormige kelk - groter alleszins dan bij een veel nauwer flûteglas - laat het boeket mooier ontwikkelen, zorgt voor extra complexiteit en een romiger mondgevoel. De traditionele flûtes hebben bovendien nog een ander nadeel: ze worden vaak, weliswaar met de beste bedoelingen, tot aan de top met bubbels gevuld, zodat de mousserende wijn nog nauwelijks kan ademen en zijn aroma’s potentieel ontwikkelen. Met het tulpglas valt deze handicap grotendeels weg.

Uiteraard is deze boodschap van Riedel niet vrij van enig commercieel nut. Deze glasgigant heeft namelijk recent ook een nieuw eigen bubbelglas in tulpvorm gecommercialiseerd, ronder en groter dan de klassieke fluitvorm.

Emoties versus efficiëntie

Niet iedereen in Champagne is het trouwens met deze visie tegen de flûte eens.

Want tijdens een recent event in Londen verdedigde Pierre-Emmanuel Taittinger van het gelijknamige huis nog enthousiast de ‘flûte’. Volgens Taittinger is dit fluitglas nu net een prima middel voor bubbelwijnen om zich te differentiëren van stille wijnen. Champagne drinken uit een wijnglas lijkt voor hem een vergissing en zelfs haast doodzonde. Want, zo klonk het enigszins pathetisch: “Champagne is per slot van rekening niet alleen een wijn, maar ook een symbool van liefde en generositeit. Als we dàt vergeten, zijn we dood”.

Sorry, maar ik schaar me toch in het Riedel-kamp, vooral als het gaat om de meer complexere, rijke bubbels. Die kunnen inderdaad baat hebben bij zo’n extra kelkruimte. En bovendien, iemand die zoals Taittinger als enig argument pro de flûte aandraagt “...We hebben nu eenmaal een specifiek glas. En Champagne is geen wijn, maar een groot symbool”, die gelooft toch iets teveel in sprookjes en legt de feiten naast zich neer.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 3 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijn en ski, één strijd?

Skier280
Hij is toch onklopbaar als het er om gaat in de media terecht te komen!

Bernard Magrez, wijnmagnaat die nu reeds een imperium bezit van 37 domeinen in o.a. Frankrijk Spanje, Chili, Argentinië, Californië, Marokko, Uruguay en Japan - waaronder het bekende Château Pape Clément in de Bordelaise appellatie Pessac-Léognan -, heeft weer een gloednieuw luxeproduct gevonden om er slimme marketingcampagnes rond te bouwen.

Vorig jaar kwam hij reeds uitvoerig in het nieuws door de aankoop van een authentieke Stradivarius-viool. Volgens de geruchten hing er toen een indrukwekkend prijskaartje van 2 à 3 miljoen euro aan vast. Uniek historisch instrument natuurlijk dat hij als een echte mecenas via zijn pas opgericht ‘institut culturel’ ter beschikking stelt van topmuzikanten (lees Wijntycoon Bernard Magrez speelt eerste viool).

Maar ditmaal zocht Bernard Magrez het in de sportieve sfeer en meer bepaald in de skiwereld.

Ultralicht én elegant

Want wie de voorbije jaren ondanks alle crisissen toch goed geboerd heeft met aandelen of grondstoffen, kan vanaf nu de set luxeskilatten aanschaffen van het merk “Château Pape-Clément”.

Een op het eerste zich wel vreemde combinatie, want het veilig afzoeven van zwarte/rode pistes associëren we nu niet meteen met wijn en alcohol, maar aangezien Magrez met deze marketingstunt vooral mikt op het Bon Chic Bon Genre-publiek, zal hij wel weten waarmee hij bezig is.

Bij nader inzien blijkt het trouwens te gaan om een bijzonder exclusief sneeuwstel: er werd namelijk slechts een gelimiteerde serie van vijf exemplaren geproduceerd. De wijze waarop deze skilatten in het perscommuniqués worden beschreven lijkt echter eerder op een wijndegustatie. Want wat dacht u hier van? De ski’s getuigen van “...une incroyable légèreté”, samengesteld uit vederlicht materialen als koolstof, gecombineerd met “...le cuivre à des essences nobles telles que le frêne et le balsa”. Een technisch wondertje, maar “...le design joue la carte de la modernité et de l’élégance”. Zeg nu zelf: dit is toch eerder een pure wijncommentaar dan een technische bespreking van een technische uitrusting?

Bijna 6.000 euro

Deze unieke latten werden onlangs – waar anders? - in het supermondaine skioord Courchevel voorgesteld, maar dan wel à la Magrez. Het luxepakket ‘Skis Pape Clément’ bevat immers, naast het paar latten en stokken haut de gamme, een lederen etui bewerkt volgens de ‘façon sellier’ plus - en hier komt de kat op de koord - een kist waarin zes flessen van het Château Pape Clément millésime 2006, een nachtelijk verblijf voor 2 personen op het domein (met rondleiding én degustatie) plus een individuele skiles met Sébastien Amiez, ooit een gevierd Alpijnse slalomkampioen.

Voelt u zich meteen aangesproken door deze nieuwe mix van ‘exclusieve’ wijn, sport en marketing? Dan zal u wel diep in uw dividenden, bonus of bankrekening moeten tasten, want voor deze luxeset dient er 5.995 euro neergeteld. Die aankoop kan vooral in Courchevel, zowel in de skishop ‘The Edge’ (één van de partners achter dit project), als in de lokale boutique van Bernard Magrez of de vestigingen van de Groupe Tournier (Le Lana, le Saint-Roch, le St Joseph en le Cap Horn). Ook als u binnenkort Pape Clément bezoekt of de Magrez-shop in Parijs liggen deze luxelatten annex verwenpakket op u te wachten.

Als u het mij vraagt: is het niet eenvoudiger en vooral stukken goedkoper bij meteen een kist Pape Clément 2006 te bestellen, zonder al die tierlantijntjes? Per fles betaalt u dan tussen de 65 à 100 euro…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 29 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Zeg nooit zomaar Bordeaux tegen Bordeaux

Bordeaux laat als wijngebied wereldwijd geregeld de bloeddruk stijgen.

Enerzijds bij de miljoenen loyale fans, die er nog altijd heilig van overtuigd zijn dat er nergens fijnere, complexere wijn wordt gebotteld dan in de regio rond de Gironde. Ze dwepen haast slaafs met châteaux, klassementen, etiketten en de eeuwenlange historiek, die ze beschouwen als hét rolmodel voor de klassieke (vooral rode) wijn.

Anderzijds bij de groeiende schare bordeauxhaters, die hun buik stilaan vol hebben van onbetaalbare labels, snobby garagewijnen, primeurcampagnes of nouveaux riches uit de BRIC-landen die de prijskaartjes voor iedereen de hoogte injagen. Hun irritatie met de Bordelais is vooral de voorbije tien jaar zo toegenomen, dat ze vaak deze crus resoluut uit hun glazen en kelders weren. Genoeg alternatieve appellaties op de wereldmarkt zonder dikkenek, zo klinkt hun credo.

6.150 wijnbedrijven op de teller

Maar tot welk kamp u ook behoort: Bordeaux blijft fascineren, al is het maar wegens zijn economische rol. En toch weten we er vaak statistisch beduidend weinig van. Zelfs op het internet circuleren nog massa’s verouderde cijfers, die helaas tot in den treure worden gekopieerd in blogs en artikels. Het feitelijke gewicht van ‘Bordeaux’ is daarom soms moeilijk in te schatten.

Vandaar dat ik met veel interesse de interessante studie heb doorbladerd die recent in opdracht van de Chambre d’agriculture de la Gironde werd uitgevoerd.

Uit deze studie een paar frappante cijfers. Zo telt de Bordelais actueel 6.150 professionele ‘exploitations viticoles’ (wijnbedrijven), die samen officieel 54.000 medewerkers op hun loonlijsten hebben staan. Qua oppervlakte bezit ongeveer 1 op de 10 van de wijneigendommen méér dan 35 hectare, maar er is duidelijk sprake van een tendens tot schaalvergroting.

Maar tussen al deze nog operationele kastelen en domeintjes gapen er soms enorme verschillen, niet alleen qua wingerdoppervlakte maar ook qua inkomsten en management. De studie identificeerde in de Bordelais namelijk een typologie met vijf types van wijnexploitaties.

Typologie met vijf

Eerste basistype wordt gevormd door de coöperatieve druivenleveranciers. Momenteel overkoepelen ze in de regio ongeveer 2.000 viticulteurs, die samen circa 23.000 hectare wingerd beheren. Omgerekend zowat een vijfde van het totale Bordelaise druivenareaal dat actueel op 115.000 hectare wordt geraamd. Deze coöperatieve tendens blijkt vooral sterk vertegenwoordigd in appellaties als Entre-deux-Mers en de zogeheten ‘Côtes’. Hun motto in deze crisistijden is: permanent snijden in de productiekosten.

Het tweede exploitatietype blijkt dan weer goed voor ongeveer 1.400 vignerons, die samen 30.000 hectare wijngaard bewerken. Zij leveren vooral in bulk goedkope wijn aan de zogeheten négoce van Bordeaux. Een marktsegment dat momenteel qua inkomsten zeer onzeker is geworden, tenzij er een langdurig contract loopt met een négociant of wijnmakelaar.

Het derde basistype wijnonderneming werkt volgens een gemengd systeem. Een deel van hun jaarlijkse druivenoogst wordt daarbij aan de (coöperatieve) cave geleverd, terwijl een ander percentage onder eigen beheer wordt gecommercialiseerd. Dat kan zowel in gebottelde vorm zijn, als in bulk. Geschat wordt dat deze weinig gespecialiseerde bedrijfsvorm geldt voor zo’n 1.100 wijnbouwers, die samen 23.700 hectare wingerd onder hun hoede hebben. Volgens deze studie verliest deze mixvorm echter aan populariteit.

Bedrijfsvorm nummer vier in deze typologie groepeert een vrij vief marktsegment: wijnbouwers die focussen op de verkoop van gebottelde wijn. Cuvées die dikwijls via directe kanalen worden verkocht aan particulieren of via exportkanalen. Deze exploitatievorm zou naar verluidt ruim 1.400 wijnbouwers bestrijken. Voor het merendeel geleid door zelfstandige bedrijfsleiders, waarbij de volgende generatie bereid is om de fakkel over te nemen. Deze domeinen lijden minder onder de economische crisis dan de vorige bedrijfstypes.

En dan rest nog het vijfde en laatste type. Deze domeinen vormen het theoretische neusje van de ‘zalm’, want commercialiseren het Bordelaise haut de gamme. Het is de elite van geklasseerde of door de markt geviseerde crus, ruwweg geschat op zo’n 250 viticulteurs. Deze (duurdere) domeinen vormen ook de kern van de jaarlijkse primeurcampagnes. Momenteel boeren deze elitaire exploitaties prima, maar hun Achilleshiel blijkt de opvolging. Familiale ruzies, erfeniskwesties of dochters/zonen die niet echt in het vak geïnteresseerd zijn, blijken momenteel hun grootste kopzorg.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

2.000 euro per vierkante meter wingerd

De prijs van vastgoed mag in veel Europese landen dan verzwakt zijn, wat wijngrond betreft blijft het geregeld records regenen. Zeker als het gaat om terreinen gelegen in de prestigieuze appellaties van Bourgogne.

Euromillions

Al enkele weken gonst het zo van geruchten dat het wereldberoemde huis Domaine Leroy eind december in alle stilte 7 ‘ouvrées’ Batard-Montrachet zou gekocht hebben, wijngaard gesitueerd in één van de meest exclusieve Grand Cru terreinen van Puligny-Montrachet.

Voor u aan Googelen slaat: een ‘ouvrée’ is een oude maatstaf voor Bourgondische wijngaarden, het equivalent van 428 m2, die er in professionele kringen nog heel frequent gebruikt wordt. De naam verwijst naar de oppervlakte land die één persoon op één dag kon omploegen. Logisch dat deze historische maatstaf nog steeds populair is in deze regio, want het Bourgondische druivenpatrimonium is een lappendeken van doorgaans smurfenkleine wingerds, zodat er zelden meerdere of zelfs hele hectaren in één klap worden aangekocht.

Hoeveel Domaine Leroy exact betaald heeft voor deze 7 ouvrées botst voorlopig op een omertà, maar kwatongen beweren dat de koopprijs gegarandeerd tussen de 800.000 à 900.000 euro per ouvrée schommelt.

Bedrijfseconomische nonsens

Kortom, de factuur voor deze 7 ouvrées Batard-Montrachet - of omgerekend: voor amper 2.996 m2 - zal vermoedelijk niet ver van de 6 miljoen euro liggen. Om het in perspectief te zetten voor wie geen wiskundeknobbel bezit: 1 hectare is gelijk aan 10.000 m2, dus voor minder dan een derde van een hectare wingerd betaalde Leroy vermoedelijk 6 miljoen euro. Of circa 2.000 euro per vierkante meter.

Dat dit gerucht niet ver naast de waarheid zal zitten, kan uit een concreet voorbeeld afgeleid worden. Voorjaar 2011 betaalde een ander domein 700.000 euro per ouvrée bij zijn aankoop van totaal 8,5 ouvrées.

Vraag die me echter bezighoudt: hoe kan zo’n zware investering in hemelsnaam ooit bedrijfseconomisch lonen? Met een geschatte opbrengst van 750 à 1.000 liter voor dit perceel, dus hooguit 1.000 à 1.250 flessen per oogstjaar, zal het decennia duren alvorens alleen nog maar de aankoopprijs van dit lapje gouden grond wordt gecompenseerd. En dan spreken we nog niet over de personeelskosten, onderhoudskosten, winstmarges, vinificatie-investeringen, stockagekosten, bankkosten, bottelkosten, et cetera die al die jaren vereist zijn.

Maar er zullen wel andere beweegredenen (prestigekwestie; afblokken concurrentie;...) meespelen zeker?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 19 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

De oorlog tegen de kurksmaak

Diam
Het ‘kurkprobleem’ blijft, ondanks de inspanningen van de industrie, toch nog geregeld wijnliefhebbers irriteren. Op hygiënisch vlak en qua controles heeft de kurknijverheid beslist grote vooruitgang geboekt, maar vooral als het om oudere, rijpere - en helaas: duurdere - flessen gaat, kan het probleem van de ‘bouchonné’ zuur opbreken.

Ook restaurantuitbaters en sommeliers zitten nog geregeld met zo’n kurkkater, want geschat wordt dat tot 1 op de 15 flessen van courante (goedkope) wijnen en toch nog 1 op 40 à 50 van de exclusievere crus met dit kurkprobleem te kampen krijgt. En dus de facto ondrinkbaar c.q. waardeloos wordt.

Boosdoener TCA

Kurksmaak ontstaat als de kurkstop besmet raakt met Trichloranisol (TCA), waardoor de wijn uiteindelijk die kenmerkende muffe aroma’s en eerder metalige smaak krijgt. TCA is laagdrempelig, wat betekent dat er maar een minieme dosis aanwezig moet zijn om reeds die voor ons zo hinderlijke geuren te ontwikkelen en dus het eindproduct onomkeerbaar te verknoeien. Diverse oorzaken zijn reeds onderzocht die de kurksmaak zouden activeren, zoals het gebruik van chlooroplossingen bij het steriliseren van de kurk.

In het verleden zijn al talrijke pogingen ondernomen om het productieproces zo te organiseren, dat het risico op een geïnfecteerde kurk geminimaliseerd wordt. Zo kwamen wetenschappers van de NASA enkele jaren terug op de proppen met ‘Airocide’. Een purificatieprocédé dat in de jaren ’90 werd ontwikkeld om fruit en groenten vers te houden in de ruimtestations. Hetzelfde procédé werd echter door hen ingeschakeld om natuurkurken te toetsen. Met positief resultaat, zo bleek, want tests wezen uit dat 90 tot 95% van alle TCA-besmettingen in een verzegelde ruimte binnen de 24 uur werden geëlimineerd. (lees: Kurkprobleem definitief uit de wereld?).

Daar is Diam

Recent horen we in vakkringen echter steeds meer spreken over de ‘Diam’, een speciaal aangepast kurktype dat reeds in 2005 op punt werd gesteld door de groep Oeno, maar nu volop door de Fransman Pascal Popelier wereldwijd wordt gepromoot. Blijkbaar met groeiend succes, want van deze Diam worden nu reeds in alle stilte per jaar circa 1 miljard stuks geproduceerd. Zo onderstreept expert Pascal Popelier dat er reeds 100 miljoen flessen Bordeaux - circa 1 op de 7 - per oogst met deze nieuwe kurkvorm worden afgesloten, zij het vooral in het prijsgunstige genre. De grands crus houden blijkbaar voorlopig nog de boot af en beperken zich tot de klassieke natuurkurk. De kans dat u echter al een Diam-fles hebt ontkurkt, wordt met dag groter.

Naar verluidt is de Diam-kurk gegarandeerd vrij van kurksmaak dankzij een uniek gepatenteerd fabricageproces. “Nous avons breveté un processus de fabrication unique mené dans notre usine d'Extremadura, au sud-ouest de l'Espagne", aldus Popelier in een recent interview.

Concreet wordt de kurk geplet waarbij al zijn moleculen worden onttrokken en geëlimineerd. Na dit proces blijft er slechts een poeder over, dat totaal neutraal én gepurifieerd is. Dat wordt vervolgens geagglomereerd met zogeheten microbilles (microbolletjes) plus een bindmiddel. In een volgende productiestap worden dan kurken van het type Diam individueel gegoten in de gewenste vorm, bijvoorbeeld volgens diverse grootte of hun bestemming (voor mousserende of stille wijnen?).

Het oog wil ook wat

Niet alleen is zo alle risico op kurkaantasting verdwenen, maar extra voordeel van dit procédé - althans voor de producent - is dat men zelfs schorsafval van de kurkeik kan gebruiken om zo’n Diam-kurk samen te stellen. Uiteraard reflecteert zich dat ook in de prijzen, want de Diam kan op deze tegenwoordig bijzonder concurrentiële markt zijn prijskaartje goed scherp positioneren.

Is dit dan met andere woorden de Reddende Engel voor de ganse wijnindustrie? Helaas bezit ook de Diam een zwakke plek: zijn ‘looks’. Visueel ziet de koper immers meteen dat het om een samengesteld product gaat, dat inderdaad niet zo mooi oogt als de klassieke natuurkurk.

Vandaar dat voorlopig de opmars van deze ‘veilige’ kurk beperkt blijft tot wijnen in het prijssegment 3 à 12 euro, maar de exclusievere crus niet meteen toehappen. Want die beseffen maar al te best dat het totaalimago van een fles letterlijk geld waard is.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 12 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Cheval Blanc op oorlogspad

Chevalblanc
Hoe ver kan men gaan met de bescherming van een domeinnaam? De voorbije jaren hebben we geregeld dossiers becommentarieerd waarbij vooral de bekende, peperdure premiers crus uit het klassement van 1855 het slachtoffer werden van naamdieven. Oplichters die ook steeds vaker nepwebsites lanceren om een graantje mee te pikken van andermans veel betere reputatie (lees o.a. www.Lafite.nep).

Niemand die betwijfelt dat het copyright beschermd moet worden, zeker nu de Chinese markt zich voor zoveel Europese crus en domeinen opent, maar soms krijg ik toch wel eens het gevoel: dit gaat juridisch veel te ver en creëert eerder een gevaarlijk precedent.

Wit paard steigert

Die indruk kreeg ik zeker bij de recente uitspraak van een Franse rechtbank in Bordeaux, die komaf wou maken met de ‘verwarring’ tussen het Château Cheval Blanc, deze topper (in casu Premier Grand Cru Classé A) uit de appellatie Saint-Emilion, en het veel bescheidener Château Guiraud-Cheval-Blanc uit de Côtes de Bourg.

Dit laatste domein kreeg van de rechter van het hof van Cassatie namelijk het definitieve verbod om nog de toevoeging Cheval Blanc op zijn etiket te hanteren, nadat eerder al de rechtbank van eerste aanleg en de rechter in beroep eenzelfde vonnis velden.

Daarmee komt in principe en einde aan een juridische procedure die al in oktober 2006 werd ingezet na een klacht van de vennootschap die Château Cheval Blanc beheert. Eén van de vele klachten trouwens waarmee Cheval Blanc elke vorm van ‘imitatie’ zwaar aanvalt, vanuit de argumentatie dat deze kleine eigendommen - Château Guirau-Cheval-Blanc bijvoorbeeld wordt verkocht aan nog geen 7 euro de fles ! - parasiteren op de internationale renommee van het échte Cheval Blanc.

Diefstal van een geschiedenis?

“Voor mij is dat echter pure diefstal”, dixit Laurent Deliaune, de gerant van de vennootschap die o.a. het nu gedupeerde Château Guiraud-Cheval-Blanc produceert. "Le vol de mon nom, de mon histoire.” En hij heeft natuurlijk een paar sterke argumenten om dit vonnis onrechtvaardig te vinden.

Primo spelen zijn domein en het grote Cheval Blanc niet in dezelfde prijscategorie, dus mikken ze duidelijk op een ander publiek. Als er écht consumenten zouden bestaan die 7 euro voor een fles betalen en tegelijk toch denken dat ze hiermee een Premier Grand Cru Classé A op de kop tikken, dan betwijfel ik toch aan hun gezond verstand.

Secundo komt de naam van Château Guiraud-Cheval-Blanc niet recent uit de lucht vallen, maar wordt al jaren openlijk onder dit label gecommercialiseerd, vermelding in gidsen zoals de Guide Hachette incluis.

Tertio bestaat er inderdaad een historische link met de naam en heeft de familie Deliaune niet zomaar een marketingzet gedaan. De naam ‘Cheval Blanc’ correspondeert immers effectief met een specifiek perceel van hun domein, een zogeheten lieu-dit gelegen in de gemeente Saint-Ciers-de-Canesse.

In mijn ogen toch een sterke verdediging die de rechters echter negeerden, met het argument dat er wel degelijk volgens de code van het intellectuele eigendom sprake is van ‘verwarring’, dus de kans dat de consument misleid wordt en de échte Cheval Blanc hierdoor merkschade kan lijden. Door zijn tweede merk te commercialiseren met de toevoeging ‘Cheval Blanc’ heeft de familie Deliaune volgens de rechtbank duidelijk willen profiteren van zijn bekende broer uit Saint-Emilion.

Met als gevolg: de definitieve annulatie van de naam Guiraud-Cheval-Blanc.

Uitzonderingen zijn mogelijk

Larie & apekool volgens Laurent Deliaune, die onderstreept dat de rechter duidelijk geen rekening heeft gehouden met een decreet uit 1993, dat wél de nodige speelruimte laat. Dat decreet bevestigt inderdaad het unieke merkprincipe van "une exploitation, un nom de château", maar laat toch twee uitzonderingen toe.

Eén: als beide betrokken partijen overleggen en een compromis sluiten, wat hier echter duidelijk niet het geval was. En twee: als de gelijkende naam reeds enige bekendheid geniet sedert meer dan 10 jaar voor de goedkeuring van het decreet uit 1993, wat bij Guiraud-Cheval-Blanc duidelijk het geval was. Wanneer aan één van beide voorwaarden voldaan is, kan in principe de gelijkende merknaam behouden blijven.

De Deliaune’s kregen tot nu toe slechts op één vlak voldoening: de claim tot schadevergoeding en vette interesten die door Château Cheval Blanc bij de cassatierechter werd geëist, werd verworpen. Een schrale troost...

Frank Van der Auwera

 

Geplaatst op 7 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Steel eens wat bubbels

ChampagneDat er weer bubbelrecords gebroken zullen zijn de voorbije week lijkt haast zeker. Champagne heeft daarbij zeker zijn remonte niet gemist, ondanks de sterke prestaties van o.a. Cava en Prosecco.

Wat veel eindconsumenten echter niet beseffen: het laatste trimester van elk jaar is traditioneel niet alleen het piekmoment voor de champagneverkoop, maar ook voor de lokale diefstallen van deze moussewijnen. De regio Champagne-Ardenne wordt dan geteisterd door malafide types die, rechtstreeks of onrechtstreeks, proberen gratis partijen van deze edele bubbels te pakken te krijgen.

Buitenkans voor oplichters

Dat het echt om faits divers maar om een plaag gaat, zeker in december, bewijst het feit dat de gendarmerie van Champagne-Ardenne de voorbije weken een heuse campagne heeft gevoerd in de regio, met als kernboodschap hoe zich tegen deze diefstallen te beschermen. Inclusief een gids en in sommige subregio’s zelfs audits ter plekke om na te gaan waar de zwakke punten in hun beveiligingssysteem of werkprocedures zaten.

De reden ligt voor de hand: “40% des expéditions se font durant le dernier trimestre. Les cartons sont prêts à partir, les vignerons, souvent débordés, sont moins vigilants... Aussi cette période est particulièrement propice aux voleurs et autres arnaqueurs,” legt Laure Perrier van het Syndicat général des vignerons uit.

In de informatiegids die de gendarmerie verspreidde worden een aantal illustere oplichterijen geciteerd, zoals recent een zaak waarbij 3.500 flessen champagne - waarde: 45.000 euro - illegaal (lees: onbetaald) van eigenaar verwisselden. Blijkbaar verifiëren veel champagnehuizen nog onvoldoende of een bedrijf dat een order plaatst wel effectief bestaat. Ook de identiteit van de duizenden transporteurs (of hun registratieplaat) die de ladingen komen ophalen, wordt tijdens deze hectische periode amper gecontroleerd.

Veel oplichters werken blijkbaar altijd volgens eenzelfde scenario. Eerst winnen ze het vertrouwen van het huis (bvb. door kleine aankopen) en plaatsen dan een grotere bestelling, die natuurlijk ‘zeer dringend’ is. En dan verdwijnt men met de noorderzon en de onbetaalde factuur.

Eigen schuld?

Het is zelfs zo erg geworden, dat de gendarmerie van de Aube al een tijdje gratis beveiligingsaudits aanbiedt, na een visite op het domein.

Die tientallen bezoeken brachten al veel slechte praktijken aan het licht, zoals flessenstocks die niet op een veilige centrale plek worden bewaard maar in een makkelijk te kraken lokaal vlakbij de straat, waardoor dieven slechts over het muurtje moeten kruipen om er bij te geraken en dan binnen een paar minuten verdwenen zijn. Nog een klassieker: detectiesystemen met bewegingsalarm waarvoor echter een pallet met kartonnen dozen werd geplaatst, zodat ze disfunctioneel werden. Ook bij de eigen leveringen gebeuren veel fouten. De meest voorkomende: chauffeurs van het champagnehuis die altijd de sleutel op hun (even onbemande) vrachtwagen laten.

Of al die acties en raadgevingen ook geholpen hebben, zullen we waarschijnlijk niet meteen horen. Want dit soort oplichterijen en diefstallen hangen de champagneproducenten liever niet aan de grote klok.

Frank Van der Auwera

Foto: Oskay op Flickr (Creative Commons licentie).

Geplaatst op 5 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Languedoc schrikt wakker

Het was te denken dat de reactie ‘uit het zuiden’ niet kon achterblijven, toen onlangs bekend raakte dat Bordeaux eindelijk ook het idee van Vin de France heeft geaccepteerd (lees Bordeaux slikt Vin de France).

Door deze beslissing van het C.I.V.B. (Conseil Interprofessionnel du Vin de Bordeaux) en de Bordelaise wijnbusinerss zullen immers voortaan honderdduizenden hectoliters bordeauxbasiswijn gedeclasseerd worden en aangeboden onder dit vrij anonieme, immers zeer ruime, groepslabel.

De zoveelste poging om de overschotten van instapwijntjes weg te werken en daar nog een eurocent aan te verdienen.

Duurzaam en sprankelend

Maar deze stap van de Bordelaise handel impliceert wel dat er op de Franse wijnmarkt een nieuwe concurrent opstaat voor de reeds in moeilijkheden verkerende Languedoc-Roussillon, wijnschuur waar duizenden kleinschalige wijnbouwers en coops reeds moeten opboksen tegen o.a. de prijskrakers uit de Nieuwe Wereld, Spanje en Italië. Elke nieuwe lancering van wijnen zonder I.G., dus zonder specifieke geografische indicatie maar wél met vermelding op het etiket van de druivenrassen, vormt immers een serieuze bedreiging voor hun eigen winkel.

Logisch dat de gemoederen in het zuiden dus opwarmen. Dat bleek duidelijk uit een recente meeting van de assemblée générale die de producenten van Pays d’Oc overkoepelt. De interprofessionele belangenorganisatie Inter Oc begon alvast met een klassieke truc: een verhoging van de ledenbijdrage, zodat er extra geld in de oorlogskas belandt. “L’interprofession a besoin de plus de moyens pour défendre le label Oc dans un environnement concurrentiel et réglementaire modifié par l’arrivée des vins sans IG avec mention du cépage”, aldus Olivier Simonou, president van Inter Oc, die verdacht veel klonk als onze Belgische politici.

Maar buiten een centenkwestie kwamen er ook andere argumenten, dekpistes en strijdkreten op tafel. “Il faut remuscler la qualité de l’IGP Oc à travers une démarche de modernité“ klonk het strijdvaardig. Wat dit in concreto kan betekenen? De verdere ontwikkeling van de duurzame wijnbouw bleek één piste waarmee men de toegang tot de (wereld)markt wil veiligstellen. Een andere invalshoek: extra focus zetten op kwaliteitsbubbels uit de Languedoc, waarvan het potentieel zeer hoog ingeschat wordt, want “C’est un produit d’avenir, le marché mondial des effervescents est en pleine croissance.”

Spectaculaire volumedaling?

Tegelijk werd gekeken hoe de IGP Pays d’Oc zijn positie op de Franse thuismarkt kan versterken, want we mogen niet vergeten dat - ondanks het jarenlange succes van deze landwijncategorie in de export - zowat de helft van het volume IGP Pays d’Oc in Frankrijk zelf kopers vindt.

Om dit marktaandeel op te peppen wordt het clubidee nog eens opgepoetst. Binnen de belangenorganisatie Inter Oc bestaat namelijk al een tijdje de ‘Club des Marques’ (merkenclub), maar nu wil men ook een gelijkaardige ‘Club des enseignes’ oprichten, zeg maar de club van de verkooppunten. Distributeurs die tot dit clubje toetreden zouden dan een cofinanciering krijgen van hun promotieacties met Pays d’Oc-wijnen.

Als u het ons vraagt: voorlopig veel geblaat en weinig wol.

Waarschijnlijk moet iedereen nog de resultaten van de studie verwerken die in opdracht van Inter Oc door ABSO Conseil werd uitgevoerd. Enquête die inzicht moet geven hoe de IGP Pays D’oc in zijn geheel en specifiek de cépagewijnen ‘haut de gamme’ en de instapcuvées zich moeten herpositioneren.

Eén van de mogelijke hypotheses die namelijk in deze prospectieve studie werd uitgetekend oogt behoorlijk catastrofaal. Als de belangenorganisatie en producenten jarenlang passief blijven en zich dus niet wapenen tegen de nieuwe toevloed van wijnen zonder geografische indicatie, zou er bij de OC-wijnen wel eens een volumedaling tot 70 procent kunnen optreden. Voor de Languedoc, die al decennia financiële zuurstof haalt uit de commercialisering van deze nog populaire landwijnen, zou dat de doodsteek zijn.

Als er daarentegen wél een coherent offensief wordt ontwikkeld dat het label ‘Oc’ helpt beschermen, dan ligt de uitkomst nog op de wip: ofwel zal de verkoop de volgende jaren dan minder dramatisch dalen (tot -10 procent qua volume), ofwel zelfs lichtjes vooruitgaan.

In de Languedoc hebben veel wijnboeren dus nog wat anders dan de euro om van wakker te liggen...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 30 december 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Meer vrouwen, verrassend veel vijftigers

Uit de statistieken die zopas door het Ministerie van Landbouw werden vrijgegeven (zie De Franse wijnwereld krimpt), plukken we nog een vijftal andere frappante verschuivingen die de Franse wijnbouw de voorbije 10 jaar markeerden.

Eén: de Franse wijnindustrie is verder gefeminiseerd. Waar in 1988 slechts 13,5 procent van de wijnexploitaties in Frankrijk een vrouwelijke ‘chef’ aan het hoofd had staan, was dit cijfer vorig jaar reeds verdubbeld tot 27 procent. Nog altijd een minderheid, maar wel een duidelijke progressie.

Twee: ruim twee derde van de Franse wijnexploitaties (om precies te zijn: 68 procent) produceert wijn onder een A.O.P.-label. A.O.P. staat voor Appellation d'Origine Protégée, de nieuwe terminologie voor wat vroeger de A.O.C. (Appellation d'Origine Contrôlée) heette. Dit cijfer van 68 procent wordt in bepaalde regio’s echter ruimschoots overtroefd. In Champagne, de Elzas, Aquitaine, Bourgogne, Beaujolais, de Savoie et de Jura bestaat de jaarproductie immers bijna exclusief uit A.O.P.-wijnen, op papier dus het betere kwaliteitswerk.

Drie: En wat met de rol van de coöperatieven? In 2010 vinifieerden die 39 procent van de totale Franse productie, tegen 55 procent door zogeheten caves particulières of onafhankelijke wijnboeren. Tien jaar geleden was deze laatste categorie goed voor 51 procent. Dat de onafhankelijke wijnbouwers dus hun aandeel lichtjes zagen toenemen, heeft vooral te maken met het feit dat de meeste herstructureringen onder invloed van de crisis en het subsidiebeleid precies gebeurden in wijnstreken waar de coops traditioneel de dominante speler zijn, zoals in de Languedoc-Roussillon. In regio’s waar coöperatieven historisch minder in de pap te brokken hebben, zoals in Bourgogne, is de ‘krimp’ in volume immers doorgaans minder gebleken.

Vier: de wijnverkoop wordt verder vooral gedomineerd door de négociants (wijnmakelaars) of de producentengroepen, die samen bijna twee derde (64 procent) van de markt beïnvloeden. Een dik kwart van de Franse wijnproductie (28 procent) wordt rechtstreeks gecommercialiseerd aan de eindconsument door de caves particulières. Die willen wel graag hun marktaandeel opschroeven, maar kunnen vaak moeilijk opboksen tegen de zeer scherpe prijsdruk die de négociants doorgaans hanteren.

Vijf: even raden hoe oud de gemiddelde viticulteur (wijnbouwer) in Frankrijk is? Op de kop af 52 jaar, ongeveer een jaartje ouder dan de gemiddelde leeftijd voor de ganse landbouwsector. Een cijfer dat toch enigszins sommige media relativeert die in hun wijndossiers vaak exclusief focussen op de (jonge) nieuwkomers.

Frank Van der Auwera

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer