Home Markten Live Netto Sabato

Frans Wijnbeleid

Geplaatst op 24 februari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Star Wars in Bourgogne en Beaujolais

HagelHet gaat dit keer niet om een (anti)terreuractie, maar om een technisch beschermingsplan tegen hagelstormen, die in deze regio vaak enorme schade toebrengen aan de wijngaarden.

Tegen juni dit jaar zullen in Bourgogne en de Beaujolais - op uitzondering van de Châtillonais – extra 90 zogeheten ‘générateurs anti-grêle’ worden geïnstalleerd, die dan zo samen ruim 45.000 hectare aanplant zullen beschermen tegen komende hagelbuien. Systeem dat tot nu toe reeds functioneert via 53 installaties in 14.000 hectare wingerd gelegen in de Côte d'Or, de Côtes-de-Beaune en Nuits, de Côte châlonnaise en le Couchois.

In concreto gaat het om een mobiele installatie die nitraatraketjes afschiet in een dreigende hagelwolk, waardoor de hagelkorrels kleiner worden en veel trager neerdalen. En hopelijk zo minder schade berokkenen aan de druivelaars. Dat is het ideale scenario, want deze methode is niet 100% onfeilbaar en waarschijnlijk ook een pak duurder dan een bescherming via netten, zoals die vaak elders wordt toegepast.

Hagel als kwelduivel

Dat een protectiesysteem een must is, staat buiten kijf. Bourgogne en zeker ook de Beaujolais worden de laatste jaren steeds frequenter geteisterd door hagelstormen.

Zo trokken voorjaar 2016 alleen al drie zware stormen over de Beaujolais. Zij zorgden ervoor dat maar liefst 2.136 hectare wijngaard voor gemiddeld 64% werden beschadigd, terwijl in nog eens 973 hectare maar liefst driekwart van de wijnstokken werden getroffen. In totaal werden in die periode zo 412 wijnexploitaties getroffen, waarvan 39 hun beplante oppervlakte zelfs met méér dan 75% beschadigd zagen.

En als we dan bedenken dat in de Beaujolais slechts 4 op de 10 wijnfirma’s verzekerd zijn tegen deze calamiteiten, vaak niet eens kostendekkend, dan wordt het waarom van deze technische investering in een rakettenschild duidelijk.

Gezocht: lanceerpersoneel

In Bourgogne en de Beaujolais gelooft men daarom heilig in deze Star Wars via nitraatraketten.

Alle betrokken ODG's (Les Organismes de Défense et de Gestion) van de appellaties uit de Mâconnais, Chablis, l'Auxerrois en Beaujolais – met ruggensteun van de CAVB (La Confédération des Appellations et Vignerons de Bourgogne) - zetten hun schouders nu onder dit rakettenschild voor bijna het integrale druivenareaal in hun regio's.

Het systeem bezit wel een belangrijke Achilleshiel: mankracht. Elk toestel heeft namelijk drie m/v nodig om de raketjes veilig en efficiënt te lanceren. Of die in tijden van hagelstormen tijdig paraat zullen staan, blijft dus de sleutelvraag…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 30 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Latour op de organische toer

LatourDat steeds meer domeinen, zelfs in de Bordelais, zich profileren als biologische of organische producent, is geen toeval. Een bio-imago kan tegenwoordig immers een flinke commerciële bonus betekenen, ook al wordt er reeds jaren zo natuurlijk mogelijk gewerkt. Maar perceptie is een sterk wapen in de wijnhandel.

Cruciaal in deze perceptie of een wijnstreek/appellatie als ‘natuurlijk’ wordt bekeken, is het feit dat er een aantal voortrekkers met naam en faam actief zijn.

Daarom is het voor een als traditioneel gepercipieerd wijngebied als Bordeaux zo belangrijk dat het legendarische Château Latour (Premier Grand Cru Classé Pauillac) zich deze dagen out als ‘organisch wijndomein’.

In 2018 gelukt?

Deze onbetwiste topper uit het klassieke klassement van 1855 produceert jaarlijks drie verschillende cuvées. De ‘grand Vin’ is het Château Latour waarvoor, zeker uit oudere millésimes, fortuinen worden voor neergeteld en waarvan het overlevingsparcours meerdere decennia overspant. Een gespierd Cabernet Sauvignon-beest dat in recente oogsten tussen de 900 à 1.400 euro wordt verhandeld. Het druivenmateriaal ervoor komt dan ook uit het historische ‘Enclos’ van 45 hectare, met zicht op de Gironde, waar de rijping optimaal gebeurt.

Als tweede wijn is er het label ‘Les Forts de Latour’ (samengesteld uit de jongere stokken die nog niet de grand vin-status verdienen) en de derde wijn gaat als ‘gewone’ Pauillac onder kurk, met dito lager prijskaartje natuurlijk.

De conversie richting organische wijncultuur draait nu integraal rond deze historische 45 hectare van het Enclos, prestigeperceel dat wel bijna de helft van het totale domein van 88 hectare beslaat.

Het conversieproces werd al in 2015 opgestart en aangezien de certificatie ten vroegste pas na drie jaar wordt toegekend, betekent het dat we moeten wachten tot de oogst 2018 alvorens we de eerste ‘organische’ Château Latour kunnen kopen.

Minder is meer

Wat er vooral verandert bij Latour nu ze de organische kaart trekken?

Voortaan worden uitsluitend koper en zwavel, in combinatie met diverse plantinfusies, ingezet om ziekten in de wingerd te bestrijden. Ook insecticiden worden taboe en vervangen door de techniek van seksuele verwarring, waardoor de voortplantingscyclus van bepaalde schadelijke insecten verstoord wordt. En natuurlijk worden geen onkruidverdelgers meer gebruikt en zal exclusief organische mest alle kunstmest vervangen.

Mijn vraag is echter: zullen we dat straks ook proeven in het eindproduct? Ik denk het niet, aangezien Château Latour ook voor deze organische conversie nu niet meteen een chemische veelgebruiker was die zijn cliënteel ‘vergiftigde’.

Maar dat het marketingverhaal er rond als zoete broodjes verkoopt, illustreert verdorie zelfs deze column…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 10 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Rhône weer verrijkt

RhoneOok al moeten we vaak met een flinke korrel zout nemen, toch zijn beschermde herkomstbenamingen een goudmijn(tje) voor veel Franse producenten. Hun geografisch appellatiesysteem blijft wereldwijd consumenten aantrekken, ook al worden de spelregels in bepaalde regio’s niet echt nauwgezet nageleefd. En worden er nog steeds flessen gebotteld die een schande zijn voor hun beschermde appellatie.

Maar commercieel gezien betekent het ook in deze 21ste eeuw absoluut een meerwaarde en daarom vechten lokale belangengroepen van dorpen, districten en subzones soms jaren keihard om hun dossier goedgekeurd te krijgen bij het INAO. Vooral in grootschalige wijngebieden met een zeer ruime appellatieparaplu en duizenden concurrenten is zo’n promotie van levensbelang.

Neem nu de Rhône-vallei. In deze tweede grootste appellatie van Frankrijk – zowel qua oppervlakte wijngaarden als productievolume - circuleren continu veel dossiers om een trapje hoger op de hiërarchische ladder te komen. En specifiek: om uit de zee van ‘gewone’ Côtes-du-Rhône Villages het recht te verwerven voortaan de eigen dorpsnaam op het etiket te vermelden.

Het rode trio

Eind 2016 is het na jaren lobbywerk nog nipt gelukt voor drie ‘villages’ in de zuidelijke Rhône: Sainte-Cécile, Vaison-la-Romaine en Suze-la-Rousse – bij veel landgenoten bekend voor zijn wijnuniversiteit – kregen recent alle drie deze upgrading van reguliere Côtes-du-Rhone Villages tot Côtes-du-Rhone Villages met de eigen dorpsnaam. Het trio situeert zich in het noordelijke deel van de zuidelijke Rhône-vallei. Het zijn allemaal dorpjes met Provençaalse charme, waar naast de wijnbouw ook de olijven- en lavendelcultuur floreert.

In totaal promoveren zo bijna 5.000 hectare wijngaard.

Côtes-du-Rhône Villages Sainte-Cécile bestrijkt 1.390 hectare, de Côtes-du-Rhône Villages Vaison-la-Romaine is het kleintje met slechts 766 hectare aanplant, en de grootste van het drietal wordt Côtes-du-Rhône Villages Suze-la-Rousse met zijn 2.607 hectare wingerd.

Deze drie – exclusief rode – promovendi zullen we voor het eerst dit jaar in de rekken zien verschijnen, met slechts één bedenking: we hopen dat deze promotie zich niet meteen vertaalt in euro’s prijsstijging.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 december 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Hoe groen is Bordeaux?

WijnDomeinIn deze tijd van Goede Voornemens en helaas ook vaak loze beloftes, legt Bordeaux de lat wel heel hoog op ecologisch vlak. Waar volgens de laatste statistieken de milieuvriendelijke en duurzame wijnbouw, in welke vorm ook, nu in de Bordelais toegepast wordt in circa 45% van de wijngaarden, wil men er volgens de nieuwste plannen zo snel mogelijk naar de ideale 100% komen.

Uiterst ambitieus, want het programma is niet van de poes. Het draait daarbij rond het drastisch verminderen van pesticides, het terugschroeven van het energie- en waterverbruik, de recyclage van de afvalberg, de bescherming van de lokale biodiversiteit én een algemene reductie van de CO2-uitstoot.

Ik stel me toch veel vragen bij dit ambitieuze duurzame milieuplan en vooral ook bij het perscommuniqué dat stelt dat nu reeds bijna de helft van de verbouwde druivenoppervlakte in de Bordelais ecologisch vriendelijk geëxploiteerd wordt.

Werkt Bordeaux werkelijk al zo groen?

Wildgroei aan labels

Want kijk naar deze cijfers. Volgens de laatst beschikbare statistieken zijn er slechts 480 chateaux (goed voor 6.091 hectare) die reeds gecertificeerd biologisch werken. Nog eens 1.330 hectare zijn momenteel in conversie.

Biodynamisch gecertificeerde domeinen vormen helemaal een minderheid: amper 29 stuks, met 696 hectare wingerd.

De andere gecertificeerde domeinen bezitten één of ander ‘duurzaam’ label. Zo zijn er de certificaties van de zogenaamde ‘viticulture intégrée’, met labels als Terra Vitis, Area of Qualenvi. Opgeteld gaat het om 265 domeinen of 8.568 hectare wijngaarden.

Een volgende luik bestrijkt de ‘viticulture raisonnée’, waar de certificaties vooral een grotere oppervlakte wijngaarden overkoepelen. Het label ‘Agriconfiance’ bijvoorbeeld bestrijkt nu reeds 384 wijnbedrijven (of 6.062 hectare) en bij het label ‘Destination Développement Durable’ zijn zelfs 1.968 vignerons betrokken die samen 14.802 hectare uitbaten.

Om het nog wat complexer te maken, zijn er tenslotte nog concurrerende duurzame labels die op hun beurt nog eens andere selectiecriteria hanteren: ‘Certification HVE’ telt nu 32 domeinen (1.200 hectare) en ‘SME du vin de Bordeaux’ zelfs reeds 134 gecertificeerde wijnbedrijven.

Lucratief groen

Als u deze cijfers correct wil interpreteren: volgens de meeste schattingen telt de Bordelais zo’n 10.000 ‘domeinen’ (vaak merken en minibedrijven zonder echt ‘château’) die collectief toch circa 112.000 hectare wijnterreinen exploiteren. Er ligt dus nog veel duurzaam missionariswerk op de plank en vooral: hoe staat het met de ‘leaders of the pack’, de grands crus classés in hun vergroeiing?

Misschien wordt het daarom ook tijd om eens met de grove borstel te gaan doorheen al die ‘duurzame’, ‘groene’ en ‘ecologische’ labels en organisaties, waarvan de criteria soms als dag en nacht verschillen.

De consument snapt er namelijk stilaan niks meer van. Of wantrouwt dan ook deze tsunami van groene labels, want krijgt zo makkelijk de indruk dat er een heleboel organisaties vooral geld geroken hebben in die groene business.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 15 december 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Het spel van de hitparades in Bordeaux

DruivenWe weten het allemaal: de ‘Fransen’ hebben iets met wijnklassementen. Deels puur uit status, maar deels ook omdat ze vaak zeer lucratief blijken en soms eeuwen geld in het laatje brengen. Hoe zouden we anders nog altijd het magnetisme van het classement des grands crus classés du Médoc & Sauternes uit 1855 verklaren?

Maar zij die structureel altijd uit de boot vielen of minder in de schijnwerpers van de media staan, blijven hopen op een promotie of lanceren al langer hun eigen classificaties.

Zo werd medio november bij het Franse Ministerie van Landbouw en Economie andermaal het lastencahier ingediend door de leden van het Syndicat des Crus Artisans en Médoc. Een vergeten categorie in het wijnlandschap van Bordeaux. Het nieuwe dossier moet het tienjaren-klassement vervangen dat al uit 2006 dateert.

Vijf jaar geldig

Want het syndicaat in kwestie droomt al jaren van een geactualiseerde hitparade die met de oogst van 2017 actief moet worden. Actueel vertegenwoordig deze koepelorganisatie 35 châteaux, goed voor 44 in 2006 geklasseerde domeinen.

De classificatie geldt voor de zogenaamde ‘caves particulières’, dus wijnbedrijven waarvan de uitbater/eigenaar quasi-permanent aanwezig is bij alle fasen van de productie en commercialisering.

De controle op dit nieuwe klassement gebeurt echter niet door de overheid, maar door een derde partij. De Franse politiek heeft blijkbaar de buik vol van al die Bordelaise hitparades, die uiteindelijk toch in juridische gevechten uitmonden: “Les pouvoirs publics ne veulent plus de décrets, après que ceux des Crus Bourgeois et de Saint-Emilion aient été annulés”, dixit Maxime Saint-Martin (de voorzitter van het syndicaat van de Crus Artisans).

Ambtenarij en de belangenbehartigers van de crus artisans touwtrokken immers lang rond de duur van zulke classificatie: het syndicaat wenste per se een tienjarige hitparade, terwijl de beleidsmakers een jaarlijkse herziening wilden doordrukken.

Uit de bus kwam een compromis: de nieuwe classificatie zou voor vijf jaar geldig zijn.

Nog kandidaten

In de praktijk zal de selectie voor deze Crus Artisans tijdens het tweede trimester van 2017 opstarten. Volgens het lastencahier zou daarbij 60% van de evaluatiepunten gaan naar de degustatie van de drie laatste oogstjaren van het domein in kwestie, en 40% van de totaalscore naar het ‘statut d’artisan’ van de eigenaar: "De ‘artisan’ is echt als een vakman verantwoordelijk voor alle beslissingen. Hij neemt deel aan de beslissingen in de wijngaard, de wijnmakerij, marketing, administratie … zonder dat dit betekent dat hij alle solo moet doen!” aldus Maxime Saint-Martin. Als u het mij vraagt een nogal vage definitie.

Mogelijk pijnpunt: de classificatie is momenteel gelimiteerd tot de acht appellaties in de Médoc, maar ook op de rechteroever of zeker in de Côtes de Bordeaux zijn er domeineigenaars die zich als ‘Cru Artisan’ willen profileren.

Hoe zal de harde kern uit de Médoc kortom met deze wens omgaan bij deze ‘outsiders’ ? Of ligt hier al de kern van een volgende juridische marathon rond een Bordelais klassement, hoe bescheiden ook?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 11 december 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Languedoc lijdt aan waterstress

Veel wijnmakers uit het Franse Zuiden – en meer specifiek de Languedoc - die ik de voorbije maanden sprak, haalden het reeds spontaan aan: hun wijngaarden worden tijdens de groeicyclus steeds vaker geconfronteerd met waterschaarste. Steeds langere periodes van droogte worden namelijk afgewisseld met dan plots hevige wolkbreuken, waar soms hoeveelheden neerslag van een hele maand in amper 24 uur vallen.

Door deze klimaatgrillen en oprukkende droogteperiodes ligt een oud dossier weer boven op tafel, zoals onlangs nog tijdens het technische wijnsalon Dionysud: irrigatie.

Want in de Languedoc-Roussillon, de regio die vaak te kampen heeft met deze waterschaarste, is op dit moment nauwelijks 10% (24.000 hectare) van de in totaal 240.000 hectare wijngaard uitgerust met een irrigatiesysteem. Volgens de Kamer van Landbouw van het departement Hérault wordt die situatie stilaan onhoudbaar, want de wijngaarden in de Languedoc hebben de voorbije jaren quasi elke recente oogst met waterstress af te rekenen. Diverse studies zijn dan ook lopende, onder meer om dé cruciale vraag te beantwoorden: waar moet uiteindelijk al dat water vandaan komen als iedereen zijn percelen wil irrigeren?

Actueel zijn de spelregels voor irrigatie streng, maar met toch reeds enkele achterpoortjes. Irrigatie is verboden voor alle wijnen tussen 15 augustus en de eigenlijke pluk. Maar voor midden-augsustus hangt alles af van de status van de wijngaard. Wijnen met een IGP en ‘Vin de France’ mogen immers probleemloos tot midden-augustus irrigeren, terwijl de (theoretisch) hoger gequoteerde AOP-kwaliteitswijnen er reeds op 1 mei moeten mee ophouden. Tenzij er zo’n catastrofe dreigt door een uiteonderlijke hete zomer, want er kan ook een uitzonderingsaanvraag worden ingediend die deze irrigatieperiode verlengt.

Gevolgen voor de consument

Wat die waterstress voor de eindconsument betekent? Meestal loopt dit fenomeen, zoals deze oogst in Frankrijk het geval is, samen met een serieus verminderd productievolume, maar toch een mooie kwaliteit en fruitconcentratie. Op voorwaarde natuurlijk dat er bekwame wijnmakers aan de slag zijn die hun druivenmateriaal wekenlang goed in het vizier houden en achteraf streng triëren.

Maar het resultaat in de rekken, zeker als meerdere opeenvolgende oogsten aan waterschaarste dus volumeverlies lijden, zal duidelijk zijn bij onze factuur. Prijsstijgingen zijn dan haast onvermijdelijk.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 26 september 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

De bittere smaak van Beaujolais Nouveau

BeaujolaisStraks, om precies te zijn een tweetal weken voor de officiële lanceringsdatum van de 17de november, probeert men voor de zoveelste keer de (inter)nationale consument weer warm te krijgen voor de ‘Beaujolais Nouveau’. Maar of de kleine accentverschillen in de campagne en de vele honderdduizenden geïnvesteerde euro's nu echt voor een kentering gaan zorgen, lijkt twijfelachtig.

Want niemand kan voorbij de feiten: de populariteit én verkoop van deze primeurwijn – die volgens veel critici eerder gelijkt op te dure gealcoholiseerde frisdrank dan op échte wijn – blijft dalen. Eventjes zorgden de Japanse consumenten nog voor een tijdelijke reddingsboei, maar veel andere exportmarkten haakten geleidelijk af. Tussen 2009 en 2014 bijvoorbeeld viel de verkoop qua volume in het buitenland nog maar eens terug met 13 procent.

Zelfs de Franse thuisconsument, grootdistributie én horeca hebben het tegenwoordig lastig om dit ‘tussenproduct’ te positioneren, waarschijnlijk omdat de kwaliteit ervan niet altijd beantwoordt aan het prijsniveau. Ook daar boerde de Nuoveau flink achteruit qua verkoop, gemiddeld tussen de -19 à -23%.

In ons land is trouwens de verkoop van dit product vooral nog een zaak van Wallonië of van de grootdistributie. De meeste detailhandelaars laten de november-hype al jaren links liggen en ook in onze cafés behoort het bordje met de juichende boodschap “Le Nouveau Beaujolais Est Arrivé!” tot de folklore.

Veel geblaat, weinig wol

Hoe de marketeers, met Frankrijk als uitvalsbasis, de ‘Nouveau’ dan toch weer populair willen maken?

Eerst en vooral door in het meervoud te spreken: het is niet langer ‘nouveau’ in de campagne, maar ‘nouveaux’. Méér dan een taalspelletje, zo beweren de bedenkers, want daarmee onderstrepen we de enorme pluraliteit van de wijnen en wijnbouwer: “On parle des beaujolais nouveaux et non plus du beaujolais nouveau et comme l'an passé, les vignerons, hommes et femmes, seront mis en avant, avec les 2000 domaines qui signent le millésime 2016”, aldus Anthony Collet, van de belangenbehartiger Inter Beaujolais.

Die ‘diversiteit’ wordt ook op de affichecampagne vereeuwigd door een fles met honderden handtekeningen van vignerons. Bovendien trekt diezelfde affiche ook de chauvinistische kaart: de kleuren van de Franse vlag domineren, volgens Collet “... pour rappeler l'origine France, et de montrer que nous en sommes fiers”. Ja, daar zullen alle Europese wijndrinkers meteen ontroerd van naar de winkels hollen...

In Frankrijk volgt er dan nog een intensieve radiocampagne (310 spots die in 28 miljoen contacten moeten resulteren) en voor het eerst ook webradio en web-TV bij cavisten en bistrots. Ook de sociale media Facebook, Pinterest, Twitter en Instagram zullen worden bespeeld, zo klinkt het. Dit alles gaat minstens 500.000 euro kosten.

2CV

Ik blijf echter met de sleutelvraag zitten: wat gaat deze modieuze marketing allemaal uithalen zolang de flesseninhoud van driekwart van alle gebottelde ‘Beaujolais Nouveau’ - op zijn zachtst uitgedrukt - wel fruitig maar futloos is, en qua smaak elke fles als twee druppels op elkaar gelijkt?

Gelooft men nu echt dat de Belgen, Duitsers of Britten weer massaal naar de fles Nouveau gelokt worden omdat ‘de maker’ voortaan centraal staat in de campagne en men bijvoorbeeld op de lanceringsdag een vijftigtal onder hen in Parijs laat tuffen in een sympathiek deux-cheveautje?

Ik denk dat er véél meer nodig is om het geknakte vertrouwen in het product te herstellen. Het valt samen te vatten in één woord: kwaliteit...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 10 augustus 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Namaakalcohol maakt 23.000 jobs kapot

DruppelwijnNamaakproducten zijn een grote economische pest. Ook de wereld van wijn & distillaten is niet immuun voor het fenomeen. De impact is zelfs veel zwaarder dan velen vermoeden.

Volgens een recent rapport van EUIPO, het Bureau voor Intellectuele Eigendom van de Europese Unie, kosten imitatieproducten jaarlijks Europese bedrijven 1,3 miljard euro aan inkomstenverlies.

Of anders berekend: zeker 4,4% van de wettelijke verkopen van alcoholische dranken plus 2,3% van de officiële wijnverkoop gaan elk jaar verloren door de namaakalcohol die op de markt komt.

Bij dit directe verlies qua verkoop in de Europese handel dient dan nog eens de 1,2 miljard euro ‘publiek’ verlies geteld, namelijk de niet-geïncasseerde BTW, accijnzen, sociale zekerheidsbijdragen of verloren belastingen op de winsten van de reguliere drankenhandel.

Spanje grote verliezer

Maar daarmee is de namaakpil nog niet geslikt. Buiten deze 2,5 miljard financieel verlies, is de vervalsingssector ook verantwoordelijk voor serieus jobverlies. De rapporteurs van EUIPO schatten immers dat er in de sector van wijn & distillaten zo direct 4.800 directe arbeidsplaatsen verloren gaan, plus nog eens 18.500 indirecte jobs, waarvan de helft in de landbouw en voedingsindustrie.

Niet elk land in de Europese unie wordt echter even zwaar getroffen door deze vervalsers.

Met grote voorsprong is Spanje de grote verliezer van deze namaakindustrie op alcoholgebied. Daar verliezen de betrokken ondernemingen per jaar 263 miljoen euro aan namaak, terwijl de Spaanse Schatkist nog eens 90 miljoen euro ziet verdampen aan verloren accijnzen.

Maar ook andere landen verliezen aan vervalsers. De bedragen in Italië (162 miljoen euro businessverlies, 18 miljoen euro belastingverlies), Duitsland (140 miljoen euro verlies, 65 miljoen euro belastingverlies), Frankrijk (136 miljoen euro verlies, 100 miljoen euro belastingverlies) of het Verenigd Koninkrijk (87 miljoen euro verlies, 197 miljoen euro belastingverlies) tikken eveneens aardig aan op jaarbasis.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 13 juli 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Ronde van Frankrijk blijft wijnallergisch

TourDeFranceKomt het ooit écht goed tussen de Ronde van Frankrijk en de Franse wijnsector? We twijfelen er sterk aan.

Een paar weken geleden berichtten we over het conflict tussen de vignerons uit de Aude en de tourdirectie, omdat deze een Chileens wijnhuis als officiële wijnpartner koos (lees: Tour de France drinkt Chileens). Er werd wekenlang gedreigd met blokkades en harde acties, tot de plooien op zijn Frans weer gladgestreken werden (Lees: Het zijn toeren).

Maar zelfs na dit laattijdige compromis blijkt het nog steeds te boteren tussen beide partijen.

Loire aan de klaagmuur

Nu zijn immezrs ook de wijnboeren uit de Loire-vallei op hun teen getrapt. Of toch minstens zwaar ontgoocheld.

Zij, in casu ‘Les vignerons Angevins’ wilden namelijk publicitair maximaal profiteren van de passage van de Ronde van Frankrijk door de steden Angers en Saumur. Het was immers al 12 jaar geleden dat de Ronde nog eens de wegen van Maine-et-Loire aandeed en dus zochten de lokale wijnbouwers naar visibiliteit. En investeerden daar een serieus pak geld in.

Zo werden tientallen affichepanelen afgehuurd op het parcours in Angers en Saumur en een groot zeil van 15 meter uitgerold in Savennières en Montreuil-Bellay met de boodschap “Bienvenue au Tour de France”. Dit welkomstzeil zou normaliter door de helikopters van France Télévision gefilmd worden, die immers trouw al dit soort volkse boodschappen registreert.

Maar dit keer dus niet. Alles bleef systematisch netjes buiten beeld, alsof het om een racistisch incident ging dat geen aandacht verdiende. Sterker nog: ook de diverse degustatiemomenten die de wijnsector organiseerde in Angers - o.a. voor de meereizende persmeute - kregen nauwelijks proevers over de vloer.

Alleen de duizenden uitgedeelde roze petjes en zonnebrillen, een initiatief van de roséproducenten van Anjou, vielen enigszins op aan de finish tussen de overheersend gele varianten, en kwamen dus effectief in beeld. Als een soort vredespijp, en waarschijnlijk bang voor een nieuwe boycot waarmee ‘het zuiden’ al eerder gedreigd had, stemde de tourdirectie in in Saumur Loire-wijnen werden voorgesteld in de ‘espace VIP’.

Maar de bilan inzake visibiliteit is wel magertjes, zeker als men rekening houdt met de gemaakte investeringen en inspanningen.

Blijkbaar heeft de wielrennerij, waar doping al jaren een structureel probleem vormt, meer last met wijn en wijnbouwers dan met deze chemische pepmiddelen en fietsende fraudeurs. Idem wat de Franse TV betreft.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 26 mei 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Tachtig jaar jong/oud

In tegenstelling met wat sommige koppigaards beweren, zijn Franse appellations geen door Mozes van de berg Sinai meegebrachte kleitabletten, die voor eeuwig & altijd de waarheid en spelregels inzake de ideale wijncultuur bevatten. Er zit namelijk continu beweging in.

En vooral: als we terugblikken naar de beginjaren van het A.O.C.-systeem (appellation d’origine contrôlée) kunnen we meteen ook veel leren hoe grondig de markt veranderd is. Qua voorkeuren, selectiecriteria, stijlen en smaken.

De 75 pioniers

Want in deze Meimaand vieren we immers de tachtigste verjaardag van circa 75 appellaties die in 1936 in Frankrijk werden toegekend.

Het wettelijk kader voor dit uiteindelijk toch zeer lucratieve klassement waarvan veel domeinen nu nog gulzig profiteren, werd reeds in 1935 gestemd in een poging om productfraude in te dijken, maar pas het jaar daarop toegepast in de wijnindustrie.

De allereersten die zo officieel werden bekrachtigd waren overigens Arbois, Cassis, Châteauneuf-du-Pape, Tavel en Monbazillac. Op zich al een bizar lijstje waarin anno 2016 minstens een tweetal nog op de reservelijst zouden staan.

In de loop van datzelfde sleuteljaar 1936 werden nog zo’n 70 streken/regio’s eveneens erkend en gepromoveerd tot pionier-appellaties.

Zoet en Bordeaux

Wat direct opvalt als we snel deze 75 erkenningen overlopen: blijkbaar waren zoete wijnen en wijnstreken toen stukken populairder dan nu. Zelfs in de Languedoc, waar de overheid slechts drie districten erkende (!), draaide heel het toenmalige verhaal rond de zoete vin doux naturel Banyuls, Frontignan en Muscat de Frontignan.

Een tweede basistrend: Bordeaux en Bourgogne waren toen heer en meester in de ogen van de officiële keurders. Op het lijstje met A.O.C.’s anno 1936 prijken immers maar liefst 25 Bordelaise subregio’s – één op de drie nota bene! – en 22 Bourgondische. Ook de wijnkaarten- en kelders weerspiegelden toen hun quasi-monopolie.

Misschien dat de dominantie van Bordeaux ook kan verklaard worden door het feit dat de toenmalige voorzitter van het Comité National des Appellations d'Origine des Vins et Eaux-de-vie – dat later overvloeide in het I.N.A.O., Institut national des appellations d’origine – ene Joseph Capus was, een senator van de Gironde. Een vleugje nepotisme en burenliefde is nooit weg in deze branche.

Ondertussen is er gelukkig wel veel veranderd en telt het A.O.C.-systeem zo’n 350 erkende appellaties, geografisch al veel billijker verspreid over het ganse Franse territorium. Appellaties die zich nu zoetjesaan onder druk van de Europese regelneven allemaal herdoopt hebben tot A.O.P.’s (appellation d'origine protégée).

Frank Van der Auwera

Onze blogs

Meer