Frans Wijnbeleid

Geplaatst op 10 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Grote champagnehuizen weer een stukje groener

Biologische druiventeelt, zelfs onder een streng biodynamisch regime, is in opmars in Champagne. Logisch, want in een appellatie die tegenwoordig weer zo’n torenhoge rendementen realiseert (lees Champagne: business as usual) en, na een ferme dip in 2009, commercieel opnieuw hoogdagen beleeft, maken steeds meer spelers zich zorgen dat veel terroirs te arm worden aan micro-organismen en mineralen, dus eerder kwantiteit dan kwaliteitsdruiven opleveren. Elementen die nochtans zo cruciaal zijn om er later mooie bubbels van te maken.

Vandaar dat niet alleen de officiële belangenorganisatie C.I.V.C. (Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne) regelmatig campagnes lanceert om lichtgewichtflessen te gebruiken of snoeihout te recupereren (lees o.a. Champagne wil zijn ecologische voetafdruk verder verkleinen of Champagne goes light(er)), maar dat ook individuele producenten een groene boodschap beginnen te prediken.

Aankoopgolf(je)

Natuurlijk waren het tot nu toe hoofdzakelijk voor het grote publiek minder bekende merken of vignerons die zich als pioniers in deze bio-sfeer begaven, met namen als het Maison Beaufort - dat reeds in 1974 zijn eerste bio-champagne op de markt lanceerde - gevolgd door o.a. Bedel, Geutherot, Jean-Pierre Fleury, Pascal Agrapart, Larmandier-Bernier, Franck Pascal, Catherine & Bruno Michel, Erick De Sousa en het ook bij ons reeds populair geworden Drappier.

Maar stilaan volgen ook de ‘grote’, wereldbekende maisons de champagne dit voorbeeld. In januari van dit jaar bijvoorbeeld raakte bekend dat Lanson-BBC ruim 13 hectare wingerd had verworven van Leclerc Briant, gelegen nabij Verneuil in de Marne-vallei. Nog eens 2 hectare van de biodynamisch gecultiveerde wijngaard van dit merk werden bovendien gekocht door die andere bekende naam, Louis Roederer.

Daar bleef het niet bij, want recent werd bevestigd dat de rest van het domein Leclerc Briant, circa 14 hectare die nog in handen waren van Pascal Leclerc’s dochters nadat deze eind 2010 overleed, eveneens in de portfolio van Roederer is terechtgekomen. Het gaat in concreto om premiers crus wingerds in Hautvillers en Cumières die door Leclerc reeds sinds de oogst 2000 integraal naar de biodynamische landbouw waren geconverteerd.

Roederer nu de grootste

Door deze nieuwe acquisitie wordt Louis Roederer in één klap het grootste champagnehuis op het vlak van organische en biodynamische cultuur. Roederer bezat immers tot voor kort reeds 26 hectare wijngaarden die fifty-fifty volgens biodynamische en/of organische landbouwpraktijken worden geëxploiteerd, nadat rond het millennium met de eerste experimenten was gestart.

Op dit moment is er dus ruim 40 hectare biovriendelijke wijngaard in het bezit van dit champagnehuis, waarmee het de concurrentie voorlopig ver achter zich laat. Jean-Baptiste Lécaillon, de chef-wijnmaker bij Roederer, bevestigt echter dat het niet de ambitie van dit huis is om absoluut gecertificeerd te geraken of voortaan de cuvées ook als biodynamisch of organisch te gaan etiketteren.

De nieuwe acquisitie en de bestaande ecovriendelijke wingerds worden eerder gezien als experimenten om de kwaliteit verder op te krikken: “Ons doel is het nog véél te leren om zo een beter, expressiever product te kunnen afleveren” klinkt het.

Benieuwd wie de volgende ‘grote jongen’ wordt die in dit groene champagneverhaal stapt.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 29 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Zeg nooit zomaar Bordeaux tegen Bordeaux

Bordeaux laat als wijngebied wereldwijd geregeld de bloeddruk stijgen.

Enerzijds bij de miljoenen loyale fans, die er nog altijd heilig van overtuigd zijn dat er nergens fijnere, complexere wijn wordt gebotteld dan in de regio rond de Gironde. Ze dwepen haast slaafs met châteaux, klassementen, etiketten en de eeuwenlange historiek, die ze beschouwen als hét rolmodel voor de klassieke (vooral rode) wijn.

Anderzijds bij de groeiende schare bordeauxhaters, die hun buik stilaan vol hebben van onbetaalbare labels, snobby garagewijnen, primeurcampagnes of nouveaux riches uit de BRIC-landen die de prijskaartjes voor iedereen de hoogte injagen. Hun irritatie met de Bordelais is vooral de voorbije tien jaar zo toegenomen, dat ze vaak deze crus resoluut uit hun glazen en kelders weren. Genoeg alternatieve appellaties op de wereldmarkt zonder dikkenek, zo klinkt hun credo.

6.150 wijnbedrijven op de teller

Maar tot welk kamp u ook behoort: Bordeaux blijft fascineren, al is het maar wegens zijn economische rol. En toch weten we er vaak statistisch beduidend weinig van. Zelfs op het internet circuleren nog massa’s verouderde cijfers, die helaas tot in den treure worden gekopieerd in blogs en artikels. Het feitelijke gewicht van ‘Bordeaux’ is daarom soms moeilijk in te schatten.

Vandaar dat ik met veel interesse de interessante studie heb doorbladerd die recent in opdracht van de Chambre d’agriculture de la Gironde werd uitgevoerd.

Uit deze studie een paar frappante cijfers. Zo telt de Bordelais actueel 6.150 professionele ‘exploitations viticoles’ (wijnbedrijven), die samen officieel 54.000 medewerkers op hun loonlijsten hebben staan. Qua oppervlakte bezit ongeveer 1 op de 10 van de wijneigendommen méér dan 35 hectare, maar er is duidelijk sprake van een tendens tot schaalvergroting.

Maar tussen al deze nog operationele kastelen en domeintjes gapen er soms enorme verschillen, niet alleen qua wingerdoppervlakte maar ook qua inkomsten en management. De studie identificeerde in de Bordelais namelijk een typologie met vijf types van wijnexploitaties.

Typologie met vijf

Eerste basistype wordt gevormd door de coöperatieve druivenleveranciers. Momenteel overkoepelen ze in de regio ongeveer 2.000 viticulteurs, die samen circa 23.000 hectare wingerd beheren. Omgerekend zowat een vijfde van het totale Bordelaise druivenareaal dat actueel op 115.000 hectare wordt geraamd. Deze coöperatieve tendens blijkt vooral sterk vertegenwoordigd in appellaties als Entre-deux-Mers en de zogeheten ‘Côtes’. Hun motto in deze crisistijden is: permanent snijden in de productiekosten.

Het tweede exploitatietype blijkt dan weer goed voor ongeveer 1.400 vignerons, die samen 30.000 hectare wijngaard bewerken. Zij leveren vooral in bulk goedkope wijn aan de zogeheten négoce van Bordeaux. Een marktsegment dat momenteel qua inkomsten zeer onzeker is geworden, tenzij er een langdurig contract loopt met een négociant of wijnmakelaar.

Het derde basistype wijnonderneming werkt volgens een gemengd systeem. Een deel van hun jaarlijkse druivenoogst wordt daarbij aan de (coöperatieve) cave geleverd, terwijl een ander percentage onder eigen beheer wordt gecommercialiseerd. Dat kan zowel in gebottelde vorm zijn, als in bulk. Geschat wordt dat deze weinig gespecialiseerde bedrijfsvorm geldt voor zo’n 1.100 wijnbouwers, die samen 23.700 hectare wingerd onder hun hoede hebben. Volgens deze studie verliest deze mixvorm echter aan populariteit.

Bedrijfsvorm nummer vier in deze typologie groepeert een vrij vief marktsegment: wijnbouwers die focussen op de verkoop van gebottelde wijn. Cuvées die dikwijls via directe kanalen worden verkocht aan particulieren of via exportkanalen. Deze exploitatievorm zou naar verluidt ruim 1.400 wijnbouwers bestrijken. Voor het merendeel geleid door zelfstandige bedrijfsleiders, waarbij de volgende generatie bereid is om de fakkel over te nemen. Deze domeinen lijden minder onder de economische crisis dan de vorige bedrijfstypes.

En dan rest nog het vijfde en laatste type. Deze domeinen vormen het theoretische neusje van de ‘zalm’, want commercialiseren het Bordelaise haut de gamme. Het is de elite van geklasseerde of door de markt geviseerde crus, ruwweg geschat op zo’n 250 viticulteurs. Deze (duurdere) domeinen vormen ook de kern van de jaarlijkse primeurcampagnes. Momenteel boeren deze elitaire exploitaties prima, maar hun Achilleshiel blijkt de opvolging. Familiale ruzies, erfeniskwesties of dochters/zonen die niet echt in het vak geïnteresseerd zijn, blijken momenteel hun grootste kopzorg.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 12 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Cheval Blanc op oorlogspad

Chevalblanc
Hoe ver kan men gaan met de bescherming van een domeinnaam? De voorbije jaren hebben we geregeld dossiers becommentarieerd waarbij vooral de bekende, peperdure premiers crus uit het klassement van 1855 het slachtoffer werden van naamdieven. Oplichters die ook steeds vaker nepwebsites lanceren om een graantje mee te pikken van andermans veel betere reputatie (lees o.a. www.Lafite.nep).

Niemand die betwijfelt dat het copyright beschermd moet worden, zeker nu de Chinese markt zich voor zoveel Europese crus en domeinen opent, maar soms krijg ik toch wel eens het gevoel: dit gaat juridisch veel te ver en creëert eerder een gevaarlijk precedent.

Wit paard steigert

Die indruk kreeg ik zeker bij de recente uitspraak van een Franse rechtbank in Bordeaux, die komaf wou maken met de ‘verwarring’ tussen het Château Cheval Blanc, deze topper (in casu Premier Grand Cru Classé A) uit de appellatie Saint-Emilion, en het veel bescheidener Château Guiraud-Cheval-Blanc uit de Côtes de Bourg.

Dit laatste domein kreeg van de rechter van het hof van Cassatie namelijk het definitieve verbod om nog de toevoeging Cheval Blanc op zijn etiket te hanteren, nadat eerder al de rechtbank van eerste aanleg en de rechter in beroep eenzelfde vonnis velden.

Daarmee komt in principe en einde aan een juridische procedure die al in oktober 2006 werd ingezet na een klacht van de vennootschap die Château Cheval Blanc beheert. Eén van de vele klachten trouwens waarmee Cheval Blanc elke vorm van ‘imitatie’ zwaar aanvalt, vanuit de argumentatie dat deze kleine eigendommen - Château Guirau-Cheval-Blanc bijvoorbeeld wordt verkocht aan nog geen 7 euro de fles ! - parasiteren op de internationale renommee van het échte Cheval Blanc.

Diefstal van een geschiedenis?

“Voor mij is dat echter pure diefstal”, dixit Laurent Deliaune, de gerant van de vennootschap die o.a. het nu gedupeerde Château Guiraud-Cheval-Blanc produceert. "Le vol de mon nom, de mon histoire.” En hij heeft natuurlijk een paar sterke argumenten om dit vonnis onrechtvaardig te vinden.

Primo spelen zijn domein en het grote Cheval Blanc niet in dezelfde prijscategorie, dus mikken ze duidelijk op een ander publiek. Als er écht consumenten zouden bestaan die 7 euro voor een fles betalen en tegelijk toch denken dat ze hiermee een Premier Grand Cru Classé A op de kop tikken, dan betwijfel ik toch aan hun gezond verstand.

Secundo komt de naam van Château Guiraud-Cheval-Blanc niet recent uit de lucht vallen, maar wordt al jaren openlijk onder dit label gecommercialiseerd, vermelding in gidsen zoals de Guide Hachette incluis.

Tertio bestaat er inderdaad een historische link met de naam en heeft de familie Deliaune niet zomaar een marketingzet gedaan. De naam ‘Cheval Blanc’ correspondeert immers effectief met een specifiek perceel van hun domein, een zogeheten lieu-dit gelegen in de gemeente Saint-Ciers-de-Canesse.

In mijn ogen toch een sterke verdediging die de rechters echter negeerden, met het argument dat er wel degelijk volgens de code van het intellectuele eigendom sprake is van ‘verwarring’, dus de kans dat de consument misleid wordt en de échte Cheval Blanc hierdoor merkschade kan lijden. Door zijn tweede merk te commercialiseren met de toevoeging ‘Cheval Blanc’ heeft de familie Deliaune volgens de rechtbank duidelijk willen profiteren van zijn bekende broer uit Saint-Emilion.

Met als gevolg: de definitieve annulatie van de naam Guiraud-Cheval-Blanc.

Uitzonderingen zijn mogelijk

Larie & apekool volgens Laurent Deliaune, die onderstreept dat de rechter duidelijk geen rekening heeft gehouden met een decreet uit 1993, dat wél de nodige speelruimte laat. Dat decreet bevestigt inderdaad het unieke merkprincipe van "une exploitation, un nom de château", maar laat toch twee uitzonderingen toe.

Eén: als beide betrokken partijen overleggen en een compromis sluiten, wat hier echter duidelijk niet het geval was. En twee: als de gelijkende naam reeds enige bekendheid geniet sedert meer dan 10 jaar voor de goedkeuring van het decreet uit 1993, wat bij Guiraud-Cheval-Blanc duidelijk het geval was. Wanneer aan één van beide voorwaarden voldaan is, kan in principe de gelijkende merknaam behouden blijven.

De Deliaune’s kregen tot nu toe slechts op één vlak voldoening: de claim tot schadevergoeding en vette interesten die door Château Cheval Blanc bij de cassatierechter werd geëist, werd verworpen. Een schrale troost...

Frank Van der Auwera

 

Geplaatst op 5 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Languedoc schrikt wakker

Het was te denken dat de reactie ‘uit het zuiden’ niet kon achterblijven, toen onlangs bekend raakte dat Bordeaux eindelijk ook het idee van Vin de France heeft geaccepteerd (lees Bordeaux slikt Vin de France).

Door deze beslissing van het C.I.V.B. (Conseil Interprofessionnel du Vin de Bordeaux) en de Bordelaise wijnbusinerss zullen immers voortaan honderdduizenden hectoliters bordeauxbasiswijn gedeclasseerd worden en aangeboden onder dit vrij anonieme, immers zeer ruime, groepslabel.

De zoveelste poging om de overschotten van instapwijntjes weg te werken en daar nog een eurocent aan te verdienen.

Duurzaam en sprankelend

Maar deze stap van de Bordelaise handel impliceert wel dat er op de Franse wijnmarkt een nieuwe concurrent opstaat voor de reeds in moeilijkheden verkerende Languedoc-Roussillon, wijnschuur waar duizenden kleinschalige wijnbouwers en coops reeds moeten opboksen tegen o.a. de prijskrakers uit de Nieuwe Wereld, Spanje en Italië. Elke nieuwe lancering van wijnen zonder I.G., dus zonder specifieke geografische indicatie maar wél met vermelding op het etiket van de druivenrassen, vormt immers een serieuze bedreiging voor hun eigen winkel.

Logisch dat de gemoederen in het zuiden dus opwarmen. Dat bleek duidelijk uit een recente meeting van de assemblée générale die de producenten van Pays d’Oc overkoepelt. De interprofessionele belangenorganisatie Inter Oc begon alvast met een klassieke truc: een verhoging van de ledenbijdrage, zodat er extra geld in de oorlogskas belandt. “L’interprofession a besoin de plus de moyens pour défendre le label Oc dans un environnement concurrentiel et réglementaire modifié par l’arrivée des vins sans IG avec mention du cépage”, aldus Olivier Simonou, president van Inter Oc, die verdacht veel klonk als onze Belgische politici.

Maar buiten een centenkwestie kwamen er ook andere argumenten, dekpistes en strijdkreten op tafel. “Il faut remuscler la qualité de l’IGP Oc à travers une démarche de modernité“ klonk het strijdvaardig. Wat dit in concreto kan betekenen? De verdere ontwikkeling van de duurzame wijnbouw bleek één piste waarmee men de toegang tot de (wereld)markt wil veiligstellen. Een andere invalshoek: extra focus zetten op kwaliteitsbubbels uit de Languedoc, waarvan het potentieel zeer hoog ingeschat wordt, want “C’est un produit d’avenir, le marché mondial des effervescents est en pleine croissance.”

Spectaculaire volumedaling?

Tegelijk werd gekeken hoe de IGP Pays d’Oc zijn positie op de Franse thuismarkt kan versterken, want we mogen niet vergeten dat - ondanks het jarenlange succes van deze landwijncategorie in de export - zowat de helft van het volume IGP Pays d’Oc in Frankrijk zelf kopers vindt.

Om dit marktaandeel op te peppen wordt het clubidee nog eens opgepoetst. Binnen de belangenorganisatie Inter Oc bestaat namelijk al een tijdje de ‘Club des Marques’ (merkenclub), maar nu wil men ook een gelijkaardige ‘Club des enseignes’ oprichten, zeg maar de club van de verkooppunten. Distributeurs die tot dit clubje toetreden zouden dan een cofinanciering krijgen van hun promotieacties met Pays d’Oc-wijnen.

Als u het ons vraagt: voorlopig veel geblaat en weinig wol.

Waarschijnlijk moet iedereen nog de resultaten van de studie verwerken die in opdracht van Inter Oc door ABSO Conseil werd uitgevoerd. Enquête die inzicht moet geven hoe de IGP Pays D’oc in zijn geheel en specifiek de cépagewijnen ‘haut de gamme’ en de instapcuvées zich moeten herpositioneren.

Eén van de mogelijke hypotheses die namelijk in deze prospectieve studie werd uitgetekend oogt behoorlijk catastrofaal. Als de belangenorganisatie en producenten jarenlang passief blijven en zich dus niet wapenen tegen de nieuwe toevloed van wijnen zonder geografische indicatie, zou er bij de OC-wijnen wel eens een volumedaling tot 70 procent kunnen optreden. Voor de Languedoc, die al decennia financiële zuurstof haalt uit de commercialisering van deze nog populaire landwijnen, zou dat de doodsteek zijn.

Als er daarentegen wél een coherent offensief wordt ontwikkeld dat het label ‘Oc’ helpt beschermen, dan ligt de uitkomst nog op de wip: ofwel zal de verkoop de volgende jaren dan minder dramatisch dalen (tot -10 procent qua volume), ofwel zelfs lichtjes vooruitgaan.

In de Languedoc hebben veel wijnboeren dus nog wat anders dan de euro om van wakker te liggen...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 30 december 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Meer vrouwen, verrassend veel vijftigers

Uit de statistieken die zopas door het Ministerie van Landbouw werden vrijgegeven (zie De Franse wijnwereld krimpt), plukken we nog een vijftal andere frappante verschuivingen die de Franse wijnbouw de voorbije 10 jaar markeerden.

Eén: de Franse wijnindustrie is verder gefeminiseerd. Waar in 1988 slechts 13,5 procent van de wijnexploitaties in Frankrijk een vrouwelijke ‘chef’ aan het hoofd had staan, was dit cijfer vorig jaar reeds verdubbeld tot 27 procent. Nog altijd een minderheid, maar wel een duidelijke progressie.

Twee: ruim twee derde van de Franse wijnexploitaties (om precies te zijn: 68 procent) produceert wijn onder een A.O.P.-label. A.O.P. staat voor Appellation d'Origine Protégée, de nieuwe terminologie voor wat vroeger de A.O.C. (Appellation d'Origine Contrôlée) heette. Dit cijfer van 68 procent wordt in bepaalde regio’s echter ruimschoots overtroefd. In Champagne, de Elzas, Aquitaine, Bourgogne, Beaujolais, de Savoie et de Jura bestaat de jaarproductie immers bijna exclusief uit A.O.P.-wijnen, op papier dus het betere kwaliteitswerk.

Drie: En wat met de rol van de coöperatieven? In 2010 vinifieerden die 39 procent van de totale Franse productie, tegen 55 procent door zogeheten caves particulières of onafhankelijke wijnboeren. Tien jaar geleden was deze laatste categorie goed voor 51 procent. Dat de onafhankelijke wijnbouwers dus hun aandeel lichtjes zagen toenemen, heeft vooral te maken met het feit dat de meeste herstructureringen onder invloed van de crisis en het subsidiebeleid precies gebeurden in wijnstreken waar de coops traditioneel de dominante speler zijn, zoals in de Languedoc-Roussillon. In regio’s waar coöperatieven historisch minder in de pap te brokken hebben, zoals in Bourgogne, is de ‘krimp’ in volume immers doorgaans minder gebleken.

Vier: de wijnverkoop wordt verder vooral gedomineerd door de négociants (wijnmakelaars) of de producentengroepen, die samen bijna twee derde (64 procent) van de markt beïnvloeden. Een dik kwart van de Franse wijnproductie (28 procent) wordt rechtstreeks gecommercialiseerd aan de eindconsument door de caves particulières. Die willen wel graag hun marktaandeel opschroeven, maar kunnen vaak moeilijk opboksen tegen de zeer scherpe prijsdruk die de négociants doorgaans hanteren.

Vijf: even raden hoe oud de gemiddelde viticulteur (wijnbouwer) in Frankrijk is? Op de kop af 52 jaar, ongeveer een jaartje ouder dan de gemiddelde leeftijd voor de ganse landbouwsector. Een cijfer dat toch enigszins sommige media relativeert die in hun wijndossiers vaak exclusief focussen op de (jonge) nieuwkomers.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 29 december 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

De Franse wijnwereld krimpt

DruivenDe Europese rooicampagnes en soms gigantische subsidiepotten - bestemd om de overschotten weg te werken of wijnbouwers te begeleiden in hun (vroegtijdige) pensionering -, hebben dan blijkbaar toch effect in Frankrijk.

Volgens de dienst voor statistiek van het Ministerie van Landbouw is zowel het aantal wijnexploitaties, als de oppervlakte gecultiveerde wijngaarden in de periode 2000-2010 namelijk flink geslonken. De hiërarchie tussen de diverse wijngebieden, vooral in termen van volumeproductie, staat dan ook soms onder druk.

Zo telde de Franse wijnbouw vorig jaar officieel nog 85.200 ‘exploitations’ tegen ruim 110.000 in het jaar 2000, of omgerekend een daling met maar liefst -25 procent in amper een decennium.

Ook de oppervlakte wingerds maakte in diezelfde periode een ferme duikeling, zij het iets minder spectaculair: het wijnareaal kromp van 876.200 hectare in 2000 tot 788.700 hectare in 2010, wat neerkomt op een daling met toch -11 procent.

Een vijfde minder Languedoc-Roussillon

Vooral wat de oppervlakte verbouwde wingerds betreft, werd niet elke wijnregio de voorbije tien jaar echter even hard getroffen. Misschien is ‘getroffen’ wel de verkeerde woordkeuze, want in streken die lange tijd vooral puur op volume mikten, is een structurele daling van het aantal wijngaarden vaak ook een prima zaak richting meer kwaliteitsbewuste wijncultuur. Althans, we mogen hopen dat net niet de verkeerde terreinen werden gerooid om de subsidies op te strijken.

Vooral de Languedoc-Roussillon zag zo ruim een vijfde van zijn aanplant (-21,3 procent) in tien jaar tijd verdwijnen, tot nu een actueel toch nog altijd respectabele 201.500 hectare. Daarmee blijft de Languedoc-Roussillon, zelfs na die drastische rooicampagnes, toch de numero uno in Frankrijk qua gecultiveerde wijnoppervlakte.

In deze hitparade wordt de Languedoc-Roussillon gevolgd door de Vallée du Rhône-Provence (met 148.500 hectare wingerd, daling met -11,4 procent) en Aquitaine (137.600 hectare of -5,4 procent). Wat deze laatste regio, thuisland van de Bordelaise appellaties, betreft: ook daar zien we de aanplant serieus krimpen, vooral onder invloed van de subsidiestroom. Belangenorganisatie C.I.V.B. berekende dat het wijnareaal in Bordeaux van zijn piek in 2007 (namelijk: 125.000 hectare) in 2009 al terug gedaald was tot 115.100 hectare. Een volumekrimp van toch ongeveer -8 procent.

Achteruitgang werd buiten deze ‘Grote Drie’ trouwens ook elders opgetekend, zoals in le Sud-Oeust (40.400 hectare nog, -15 procent), de Val de Loire et le Centre (62.100 hectare, -8,1 procent), of in het wijnbassin samengesteld uit Bourgogne, Beaujolais, Savoie en Jura, dat nu nog 53.100 hectare telt, maar in tien jaar tijd toch ook met -5,7 procent terugviel.

Toch ook stijgers

Maar in deze context zijn er opvallend ook twee wijngebieden die tegen deze trend ingaan en het afgelopen decennium zelfs in oppervlakte aandikten: Champagne en de Alsace, die respectievelijk met +7,6 procent (nu 33.400 hectare) en +5,1 procent (nu 16.200 hectare) groeiden.

Een derde regio hield eveneens goed stand. De Charentes bleef met zijn 79.900 hectare wingerd nagenoeg stabile (-0,1 procent), waarschijnlijk te danken aan de toegenomen populariteit van de Cognac.

Morgen bekijken we uit dezelfde studie nog enkele andere frappante trendverschuivingen, die het aanbod in ons glas de komende jaren mee zullen bepalen.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 december 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Bordeaux slikt Vin de France

IStock_000014342903XSmallWe zitten volop in de feestdagen en ik geef het u op een briefje: op veel tafels zullen weer de flessen bordeaux belanden, ook al verliest deze appellatiecluster gedurende het jaar steeds vaker de concurrentiestrijd met o.a. de Nieuwe Wereld, Spanje of Italië.

Precies die verscherpte concurrentie verklaart waarschijnlijk waarom men in Bordeaux bereid is tot een serieuze toegeving. Stilaan is er in de lokale wijnbusiness namelijk consensus gegroeid rond de idee van een declassering van een aanzienlijk oogstvolume onder de noemer ‘Vin de France’.

Tot 20 procent anoniem

De belangenorganisatie C.I.V.B. (Conseil Interprofessionnel du Vin de Bordeaux) heeft namelijk in het kader van zijn anticrisisplan ‘Bordeaux Demain’ begin december een charter getekend met de lokale wijnbusiness. Hierdoor wordt het mogelijk om in de toekomst honderdduizenden hectoliters bordeauxwijn ook onder het algemene ‘Vin de France’-label te verkopen.

Een heuse paleisrevolutie voor deze trotse regio, want onder deze benaming - die tussen haakjes de oude categorie van vin de table vervangt - wordt dan Bordelaise wijn op de markt gebracht zonder dat er op het etiket nog de vermelding ‘Vin de Bordeaux’ prijkt. Deze anonieme cuvées drukken wel nog de gebruikte druivenrassen en/of hun oogstjaar af, maar alle referenties naar Bordeaux worden richting eindconsument doorgeknipt.

Deze beslissing kan men natuurlijk op twee manieren interpreteren.

Enerzijds als een nederlaag voor de Bordelaise wijnindustrie, die lang heeft gedacht - én volgehouden - dat ze ‘crisisproof’ was, maar net zoals andere regio’s of concurrenten (denk maar aan Australië) met een flink wijnsurplus en soms weinig rendabele exploitaties opgezadeld zit. Een bedrijfseconomisch dubbel probleem waarvoor een uitweg wordt gezocht via deze ‘Vin de France’-categorie.

Anderzijds als een bewijs dat men ook in Bordeaux de crisis effectief durft aan te pakken en daarbij desnoods zijn trots inslikt. Door een deel van de overschotten te laten wegvloeien in de (anonieme) categorie ‘Vin de France’, beschermt men op papier immers beter de appellatiewijnen uit de regio. En wordt de kwaliteitslat zo hoger gelegd. Die visie vertolkte ook Philippe Vasseur, de president van FDSEA (Fédération départementale des syndicats d'exploitants agricoles de Gironde), dit voorjaar reeds in de Franse media: “Cela permettrait d'assurer au producteur le même chiffre d'affaires que l'AOC Bordeaux, mais avec des contraintes en moins.”

Om u een idee te geven over welke volumes we hier spreken: volgens de eerste ramingen zou 15 tot 20 procent van de Bordelaise jaarproductie in aanmerking komen om onder het etiket ‘Vin de France’ verkocht te worden.

En zo wordt de internationale wijnzee van spotgoedkope 'anonieme' wijntjes weer met honderdduizenden hectoliters groter...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 24 december 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

1 op de 3 Bordeauxdomeinen te koop?

Een dikke week geleden publiceerden we een column over het groeiende aantal Chinese investeerders die tegenwoordig een - weliswaar minder bekend - château kopen in de Bordelais (lees Chinese invasie in Bordeaux).

Maar te oordelen naar een reeks uitspraken van een aantal wijntenoren in de Franse media, is dit nog maar het begin van een heuse zondvloed. Volgens Philippe Laqueche, managing director bij het bekende handelshuis Yvon Mau, zou zelfs tot een derde van alle Bordelaise wijndomeinen rijp zijn voor een verkoop.

Voorlopig niet zozeer de hoogst gerangschikte crus, maar wel alle domeinen die zich onder deze elitegroep situeren.

Twee scenario’s denkbaar

Vanwaar deze gigantische eigendomswissel-in-de-knop? Philippe Laqueche beklemtoont dat nu en ook de komende jaren veel domeineigenaars in en rond Bordeaux op pensioen vertrekken, maar hun zonen of dochters niet altijd happig zijn om de scepter over te nemen en zich in de economisch toch moeilijke wijnmarkt te vestigen.

In dergelijke situatie blijven er slechts twee scenario’s over.

Scenario 1: gaat het om een weinig rendabele exploitatie in een minder gereputeerde appellatie, dan verdwijnt het domein uiteindelijk en worden de wingerds finaal gerooid. Op zich is zo’n shake-out misschien zelfs positief, omdat er nu eenmaal in de Bordelais naar schatting 8.200 officiële producenten actief zijn, waaronder veel slecht presterende eigendommen die niet meer kunnen opboksen tegen de mondiale concurrentie. Voor de stoppende wijnbouwers hoeft dat financieel zeker geen drama te vormen. Zo incasseren velen Europese en Franse subsidies wanener ze hun ‘retraite’ voorbereiden.

Veel van deze terreinen, vooral dichtbij de stadscentra gelegen, zijn bovendien in trek bij immobiliëngroepen en projectontwikkelaars. Nu al botst de wijnindustrie in Bordeaux geregeld met de uitdijende urbanisatieprojecten, waarbij soms de bouwsector en soms de wijnindustrie aan het langste eind trekt. Zo annuleerde enkele maanden geleden het administratief tribunaal van Bordeaux nog de urbanisatieplannen van de gemeente Cadillac. Die had namelijk een bouwproject goedgekeurd waarbij 48 hectare wijngaard werden opgeofferd, of maar liefst 12,5 procent van het lokale druivenareaal, maar de rechter blokkeerde deze ambitieuse plannen.

Scenario 2: is het domein daarentegen gevestigd in een ‘sterke’ appellatie, ligt het in een landschappelijk mooi gebied of bezit het extra troeven zoals architectonisch fraaie gebouwen, dan kan het veel makkelijker internationale kopers vinden. Zo hebben de Chinese investeerders duidelijk een zwak voor ‘oude stenen’ en fraaie panorama’s, aangezien ze buiten de eigenlijke wijnproductie ook mikken op het oenotoeristisch potentieel.

Koppen tellen

Uiteraard betekent dit alles niet dat de komende maanden meteen honderden domeinen in Chinese of Russische handen zullen overgaan en er straks in Bordeaux meer Kantonees dan Frans gesproken wordt.

De bijna 3.000 domeinen die volgens de analyse van Philippe Laqueche potentieel ‘in de vitrine’ liggen, werden tot op heden immers nog niet officieel op de markt aangeboden. Maar dat het clubje van pakweg een 15-tal bordeauxdomeinen onder Chinees bewind in de kleinere appellaties van Bordeaux snel zal verdubbelen, dàt staat wel vast.

Tenzij de Franse overheid plots weer een chauvinistische reflex krijgt en deze aankopen strenger gaat reglementeren om zo het wijnpatrimonium puur Frans te houden. Een interventie die ik op korte termijn eerlijk gezegd betwijfel, omdat het voorlopig niet de ‘grote vissen’ zijn waarop de buitenlandse investeerders jagen, maar eerder de kleinere châteaux, vaak gelegen in niet zo gereputeerde terroirs. Als er dient gekozen tussen (gesubsidieerd) rooien of buitenlandse kapitaalinbreng met mogelijk ook een extra instroom van (oeno)toeristen, dan is die keuze makkelijk gemaakt.

Eind 2012 maken we eens opnieuw de rekening…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 17 december 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Chinese invasie in Bordeaux

IStock_000014053202XSmallWe eindigen deze week opnieuw bij de Chinese wijnkopersinvasie, want naast primeuraankopen, wijnveilingen of nieuw gelanceerde beleggingskredieten – en fondsen die ze stilaan domineren, gooien gefortuneerde Chinezen nog een ander wapen in de strijd: het rechtstreeks opkopen van domeinen, met name in de Bordelais.

Herinnert u zich de Chinese tycoon (petroleum, immobiliën, toerisme,...) en miljardair Cheng Qu, die als verjaardagscadeautje voor zijn zoon het het Château Chenu-Lafitte aan kocht, ongetwijfeld ook aangetrokken door de associatie met de wereldberoemde ‘Lafite’ (lees Cadeautip: een eigen wijndomein). Toen konden we nog besluiten dat dit type domeinaankopen eerder uitzondering dan regel bleef.

Maar sindsdien is de aanwezigheid van nieuwbakken Chinese kasteeleigenaars in de Bordelais enorm gegroeid.

Acquisities op hoog toerental

Volgens recente cijfers zouden de voorbije maanden immers nu al minstens een 15 à 20 extra Bordelaise wijneigendommen in Chinese handen zijn en nog vele andere wissels worden druk onderhandeld.

Toegegeven, niet meteen de allerbekendste namen uit de meest ronkende appellaties, maar van domeinen als Latour Laguens (AOC Bordeaux), Richelieu (Fronsac), Viaud (Lalande-de-Pomerol), Laulan Ducos (Médoc) of Chenu-Lafitte (Côtes de Bourg) wisten we al dat Chinees kapitaal er momenteel de plak zwaait.

Maar het lijstje dikte de voorbije maanden serieus aan. Cheng Qu, de magnaat van de Haichang Group die zijn zoon een domein als cadeau schonk, kocht ondertussen zo vier châteaux, in casu Château Branda (Cadillac-en-Fronsadais), Château de Grand Branet (Capian), Château Laurette (Sainte- Croix-du-Mont) en Château Thebot (Saint-André-et-Appelles), samen nog eens goed voor 150 hectare wingerd.

Ook het Château Tour Saint-Christophe, gesitueerd in de appellatie Saint-Christophe-des-Bardes, werd door de Franse groep Castel verkocht aan Peter Kwok, zakenman uit Hong Kong, die eerder al acquisities had gedaan in de appellaties Pomerol en Lalande-de-Pomerol. Focussen we op de Médoc, dan kreeg de Chinese groep Marvelke Wine er recent het Château Barateau in handen (gelegen in Saint-Laurent), kocht Meng Gao in de appellatie Sainte-Croix-du-Mont, het Château Bertranon, et cetera. Andere aankopen door Chinese investeerders gebeurden o.a. in Saint-Hippolyte (Château Monlot door de bekende Chinese actrice Zhao Wei), in Blasimon (Château de Cugat). Ook in de Entre-Deux-Mers worden momenteel een pak acquisities onderhandeld, o.a. van het Château Blanchet en het Château Grand Mouëys.

Smaakmakers of niet?

Conclusie? Deze Chinese koophonger zal nog niet snel gestild zijn, alhoewel het voorlopig vooral investeren blijft in kleinere, minder gereputeerde domeinen en herkomstbenamingen, die weliswaar - vooral door de nog niet erg erudiete Chinese consument - makkelijk kunnen gelieerd worden aan het ‘merk’ Bordeaux.

Vaak zijn de kopers ook geïnteresseerd in de ‘oude stenen’, de bijhorende gebouwen en het potentieel om er oenotoerisme uit te bouwen. En geef toe: enkele tientallen kastelen in een regio die officieel 11.300 châteaunamen registreert, is nog géén revolutie. De écht grote kleppers uit de Bordelaise wijndynastie blijven bovendien voorlopig buiten schot, maar voor hoe lang? De fondsen waarover sommige Chinese investeringsgroepen én rijke particulieren beschikken lijken soms ongelimiteerd en heeft niet iedereen ‘een prijs’ waarvoor hij/zij bezwijkt?

Ik voorspel dus alvast: binnen hooguit 1 à 2 jaar bezit een Chinese holding één van de Franse kroonjuwelen op wijngebied.

En een tweede kritische bemerking, die mij als consument eigenlijk méér interesseert: bestaat het risico dat een Chinese eigenaar(sgroep) de aard en productie van het château ingrijpend wijzigt?

Dat kan immers op twee manieren.

Enerzijds door het leeuwendeel van de oogst jaarlijks te versluizen naar mainland China, waar miljoenen potentiële kopers nog altijd verblind worden als er maar ‘Bordeaux’ op een etiket prijkt. Zodat de Europese wijnliefhebber die deze betaalbare domeinen volgt nog nauwelijks flessen te pakken krijgt.

Maar anderzijds is het mogelijk dat onder Chinees bewind ook de vinificatie veranderd, aangepast aan de ‘Chinese smaak’, meer of minder eik, meer of minder alcohol, fruitzoeter of niet. En als dàt gebeurt, is deze Chinese ‘invasie’ op termijn absoluut geen zegen, maar een vloek, voor de Franse wijnindustrie.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 8 december 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Champagne: het 'Y' van Colombus?

Champagne
Uitvindingen moeten niet spectaculair zijn om impact te maken. Vaak is gezond verstand belangrijker dan spitstechnologie.

Dat wordt deze dagen geïllustreerd in Champagne. Of correcter, wordt ‘misschien’ geïllustreerd in deze appellatie, want voorlopig zitten we nog eerder in de pioniersfase.

Conservatieve fles

Concreet: elke champagnefles wordt afgesloten met een champignonvormige natuurkurk, die op zijn beurt in bedwang wordt gehouden door een ijzeren, vierbenig korfje, de muselet genaamd. De Champagneregio is wat ‘look & feel’ betreft echter oerconservatief, en dus is er eigenlijk in dit metalen vlechtwerk met zijn metalen kapje al decennia niets wezenlijks veranderd.

Talrijke pogingen om de sluiting van een champagnefles toch te veranderen, liepen immers spaak op de wetgeving van deze bijzonder zwaar beschermde appellatie. Dat ondervond in 2009 bijvoorbeeld ook het champagnehuis Duval-Leroy, dat toen met veel tamtam zijn revolutionaire stop maestro aankondigde, ontworpen door Alcan Packaging. Deze veredelde kroonkurk stierf echter aan reglementitis.

Maar nu is er een weer een innovatie, die misschien wél kans maakt om straks al onze flessen bubbels veilig af te sluiten, omdat ze niet zo ingrijpend is als de maestro. Een vondst van Pierre-Eric Jolly, die zelf champagne produceert in de Aude. Schijnbaar een ei van Colombus, die hem én kosten bespaart, én goed is voor het milieu.

2,5 keer de aardomtrek

Stel u even een klassieke muselet voor: dit draadkorfje bestaat normaliter uit vier spiraaltjes, die met elkaar verbonden zijn en afgesloten worden door een metalen capsule, waar het maison de champagne vaak zijn naam of blazoen op drukt. Jolly ontwierp nu een alternatieve versie die niet uit vier, maar slechts drie beentjes bestaat, dus in Y-vorm, bovendien gecombineerd met een plastiek kapje. Dit laatste hoedje bestaat voor 80 procent uit gerecycleerd plastiek.

So what? Voor u deze vernieuwing weglacht, moet u wel beseffen dat voor de productie van deze Y-vormige muselet er naar schatting 41 procent minder staal vereist is. Pierre-Eric Jolly berekende immers dat, indien straks alle champagneproducenten zouden overschakelen op zijn Y-vormige muselet er jaarlijks 105.000 km (!) staaldraad werd bespaard. Of: genoeg draad om 2,5 keer de omtrek van de aarde te bestrijken.

Ik ken alvast één groep tegenstanders: de tienduizenden verzamelaars van de huidige metalen capsules, die waarschijnlijk hun neus zullen ophalen voor de plastieken ‘hoedjes’. Benieuwd ook of de wetgever deze innovatie zal accepteren en of de grote huizen, die zich toch al een tijdje een eco-imago aanmeten, er straks willen in investeren.

Eén opmerking nog: in alle enthousiaste getuigenissen rond deze nieuwe capsule wordt nergens gesproken over de kostprijs. Het feit alleen dat er minder staaldraad nodig is en er met gerecycleerd plastiek wordt gewerkt, hoeft immers nog niet te betekenen dat het prijskaartje ervan beterkoop zal uitvallen.

Frank Van der Auwera

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer