Gezondheid

Geplaatst op 10 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Grote champagnehuizen weer een stukje groener

Biologische druiventeelt, zelfs onder een streng biodynamisch regime, is in opmars in Champagne. Logisch, want in een appellatie die tegenwoordig weer zo’n torenhoge rendementen realiseert (lees Champagne: business as usual) en, na een ferme dip in 2009, commercieel opnieuw hoogdagen beleeft, maken steeds meer spelers zich zorgen dat veel terroirs te arm worden aan micro-organismen en mineralen, dus eerder kwantiteit dan kwaliteitsdruiven opleveren. Elementen die nochtans zo cruciaal zijn om er later mooie bubbels van te maken.

Vandaar dat niet alleen de officiële belangenorganisatie C.I.V.C. (Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne) regelmatig campagnes lanceert om lichtgewichtflessen te gebruiken of snoeihout te recupereren (lees o.a. Champagne wil zijn ecologische voetafdruk verder verkleinen of Champagne goes light(er)), maar dat ook individuele producenten een groene boodschap beginnen te prediken.

Aankoopgolf(je)

Natuurlijk waren het tot nu toe hoofdzakelijk voor het grote publiek minder bekende merken of vignerons die zich als pioniers in deze bio-sfeer begaven, met namen als het Maison Beaufort - dat reeds in 1974 zijn eerste bio-champagne op de markt lanceerde - gevolgd door o.a. Bedel, Geutherot, Jean-Pierre Fleury, Pascal Agrapart, Larmandier-Bernier, Franck Pascal, Catherine & Bruno Michel, Erick De Sousa en het ook bij ons reeds populair geworden Drappier.

Maar stilaan volgen ook de ‘grote’, wereldbekende maisons de champagne dit voorbeeld. In januari van dit jaar bijvoorbeeld raakte bekend dat Lanson-BBC ruim 13 hectare wingerd had verworven van Leclerc Briant, gelegen nabij Verneuil in de Marne-vallei. Nog eens 2 hectare van de biodynamisch gecultiveerde wijngaard van dit merk werden bovendien gekocht door die andere bekende naam, Louis Roederer.

Daar bleef het niet bij, want recent werd bevestigd dat de rest van het domein Leclerc Briant, circa 14 hectare die nog in handen waren van Pascal Leclerc’s dochters nadat deze eind 2010 overleed, eveneens in de portfolio van Roederer is terechtgekomen. Het gaat in concreto om premiers crus wingerds in Hautvillers en Cumières die door Leclerc reeds sinds de oogst 2000 integraal naar de biodynamische landbouw waren geconverteerd.

Roederer nu de grootste

Door deze nieuwe acquisitie wordt Louis Roederer in één klap het grootste champagnehuis op het vlak van organische en biodynamische cultuur. Roederer bezat immers tot voor kort reeds 26 hectare wijngaarden die fifty-fifty volgens biodynamische en/of organische landbouwpraktijken worden geëxploiteerd, nadat rond het millennium met de eerste experimenten was gestart.

Op dit moment is er dus ruim 40 hectare biovriendelijke wijngaard in het bezit van dit champagnehuis, waarmee het de concurrentie voorlopig ver achter zich laat. Jean-Baptiste Lécaillon, de chef-wijnmaker bij Roederer, bevestigt echter dat het niet de ambitie van dit huis is om absoluut gecertificeerd te geraken of voortaan de cuvées ook als biodynamisch of organisch te gaan etiketteren.

De nieuwe acquisitie en de bestaande ecovriendelijke wingerds worden eerder gezien als experimenten om de kwaliteit verder op te krikken: “Ons doel is het nog véél te leren om zo een beter, expressiever product te kunnen afleveren” klinkt het.

Benieuwd wie de volgende ‘grote jongen’ wordt die in dit groene champagneverhaal stapt.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 1 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Duurzaamheid wordt nieuwe marketingbonus

Chile

Natuurlijke wijnproductie, duurzaamheid en ecovriendelijkheid worden stilaan begrippen met een goudwaarde in de wijnmarketing.

Ook al komt er vaak terecht scherpe kritiek op de soms semireligieuze en/of elitaire benadering van deze wijnbouw - recent nog vergeleek een Britse toonaangevende wijnimporteur van natuurlijke wijnen (!) deze wijncategorie met Marxisme, “...aangezien de werken van Karl Marx vooral lectuur waren voor een kleine groep mensen die ze konden begrijpen én waarderen, en niet bestemd voor de massa” - is iedereen het erover eens dat méér aandacht voor duurzamere wingerd, -vinificatie -en transportprocessen uiteindelijk alleen maar winnaars oplevert.

De eerste toetsing overleefd

In Chili heeft men deze boodschap goed begrepen en werd voorjaar 2011, onder impuls van de belangenorganisatie Vinos de Chile - een bijzonder invloedrijke vereniging waarvan de leden goed zijn voor ruim 92% van alle gebottelde wijnexport - , een gloednieuwe en naar verluidt strenge ‘Sustainability Code’ gelanceerd. Code waarmee individuele wijndomeinen kunnen gecertificeerd worden op al hun (al dan niet) duurzame praktijken, van druif tot fles.

Zopas werden de namen bekend gemaakt van de eerste 14 wineries die, na een schijnbaar zeer rigoureus assessment en een lang inspectieproces, als eersten officieel dit certificatiezegel in de wacht sleepten.

Althans: deze 14 wijnbedrijven werden reeds bekroond voor het eerste luik van de drie hoofdstukken tellende duurzaamheidscode. Dit eerste hoofdstuk - geldigheidsduur één jaar - bestrijkt namelijk de evaluatie van ecovriendelijke beheersprocessen en normen in de wijngaard (het zogeheten ‘Green Chapter’, focussend op de praktijken in de ‘Vineyard’), waardoor natuurlijke resources maximaal worden beschermd.

De 14 feestvarkens werden inderdaad nog niet getoetst op de duurzaamheid van hun activiteiten in de productiekelders (het ‘Red Chapter’met focus op ‘Winery’) of op hun totale maatschappelijke verantwoordelijkheid (het Orange Chapter, gericht op de ‘Community’). Die andere etappes worden in de loop van dit jaar verder beoordeeld en eventueel extra gecertificeerd voor een geldigheidsduur van twee jaar. Naar verluidt presteerden de 14 kandidaatdomeinen wél uitstekend tijdens deze assessmentronde. Ze haalden immers een gemiddelde score van 83 procent.

De 14 winnaars op een rij

In Chileense wijnkringen slaat men zich in ieder geval trots op de borst, want deze alomvattende benadering van het duurzaamheidsconcept is momenteel het meest ambitieuze van alle wijnproducerende landen: “We are committed to becoming the number one producer of premium, sustainable and diverse wines from the New World by 2020,” aldus een opgetogen René Araneda, president van Wines of Chile. “To achieve this goal it is imperative to create innovation that boosts our competitiveness. The development and implementation of Wines of Chile's state-of-the-art Sustainability Code is a key pillar to achieve this objective.”

Natuurlijk heeft Chili van nature een streepje voor op de concurrentie wanneer het op duurzame wijngaarden aan komt. Het microklimaat, de topografie, de geografische locatie (nabij de Oceaan of in de schaduw van de Andes) en de aanwezigheid van veel prephylloxera-druivelaars, lenen zich in de meeste wijnvalleien perfect voor zulke ecovriendelijke aanpak.

Als duurzaamheid dus één van uw koopcriteria is wanneer u uw wijnkelder of schenkmand vult, zijn dit de namen van de laureaten die nu gecertificeerd werden: Anakena, Arboleda, Caliterra, Casa Silva, Cremaschi Furlotti, Emiliana, Errázuriz, Montes, MontGras, Santa Cruz, Santa Ema, Santa Rita, Ventisquero en Vía Wines. Als ik me niet vergis liggen minstens 10 van deze 14 ook reeds in onze Belgische wijnrekken.

Hoe ze te herkennen? Deze domeinen zullen gedurende zeker een jaar een speciaal ‘Certified Sustainable Wine of Chile’-zegel op hun etiket, flessen en zelfs promotiemateriaal mogen dragen. Wees er dus maar zeker van dat ze deze bekroning dik in de verf zullen zetten in al hun volgende communicatie. Binnenkort zal dit duurzame koppeloton vermoedelijk serieus aangroeien, want nog eens 24 wineries hebben zich reeds ingeschreven voor dit certificatieproces.

Het is m.a.w. opnieuw de Nieuwe Wereld die het ‘Oude’ Europa een lesje in slimme wijnmarketing geeft. Nu maar hopen dat de gelauwerde domeinen deze marketingbonus niet aangrijpen om snel hun prijskaartjes te verhogen...

Frank Van der Auwera

Foto: Mark Scott Johnson op Flickr (Creative Commons licentie).

Geplaatst op 22 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijn en gezondheid: toch een leugen?

Al jaren worden we overspoeld door wetenschappelijke studies die aantonen, of toch minstens serieuze indicaties geven, dat het (matig) gebruik van wijn voor veel mensen een mooie gezondheidsbonus kan opleveren. Vooral rode wijn, rijk aan het antioxidant resveratrol, zou immers onze energiehuishouding en celstofwisseling gunstig beïnvloeden en zo een positief effect hebben op de meest uiteenlopende ziektebeelden waaronder tumoren, borstkanker, dementie, hartinfarcten, trombose, longkanker en zelfs obesitas of diabetes.

Maar zopas kregen veel believers van deze stelling een koude douche toen bekend raakte dat de Amerikaanse vorser Dr. Dipak Das, bekend voor zijn langlopende studies over het positieve gezondheidsimpact van rode wijn, bepaalde onderzoeksresultaten vervalste en zelfs radicaal uit zijn duim zoog. Of het op zijn minst niet al te nauw nam met de statistische zuiverheid van zijn kostelijke research.

60.000 pagina’s op de korrel

De in opspraak gekomen wetenschapper is inderdaad geen derderangsfiguur. Dr. Dipak Das is professor in de medicijnen én directeur van het cardiovasculair onderzoekslaboratorium aan de Faculteit van Medicijnen van de University of Connecticut. Hij publiceert al jaren rapporten waarin de deugden van resveratrol, dat zowel in fruit als in (rode) wijn wordt aangetroffen, werden bevestigd.

Toch rees bij bepaalde wetenschappers stilaan argwaan tegen sommige resultaten en toen een klokkenluider suggereerde dat er op grote schaal gesjoemeld was tijdens de research, begon de universiteit in alle discretie reeds in 2008 met een enquête. Daarin werd een maar liefst 60.000 bladzijden tellende studie, output van zeven jaar onderzoeksactiviteiten van Dr. Das, kritisch onder de loep genomen.

En de uitkomst was ontluisterend. De enquêteurs ontdekten naar verluidt 145 frappante voorbeelden van vervalste of puur gefantaseerde gegevens. De Faculteit van Medicijnen waarschuwde dan ook meteen een tiental wetenschappelijke vakbladen die deze besmette data eerder hadden gepubliceerd. Op dit moment lopen er nog bijkomende enquêtes naar het ‘wetenschappelijke’ werk van Dr. Das, waarbij onder andere ex-medewerkers van zijn laboratorium aan de tand worden gevoeld.

Gevreesd wordt dat uit deze interviews nog meer systematische fraudegevallen zullen opleveren.

Iedereen een verliezer?

Welke feiten nu specifiek vervalst werden - en dus of ze de potentieel positieve gezondheidseffecten van resveratrol al dan niet fundamenteel ondergraven - werd in deze fase nog niet publiek gemaakt.

Maar voor Dr. Das en zijn laboratorium zijn de consequenties nu reeds zwaar. De frauderende wijnprof werd immers op staande voet ontslagen door de Universiteit van Connecticut, instelling waar hij reeds sinds 1984 aan de slag was. Bovendien bevroor de Faculteit voor Medicijnen alle externe onderzoeksfondsen voor zijn laboratorium en weigerde bovendien een overheidsgift van 890.000 US$, die eveneens voor Dr. Das bestemd was.

Mijn reactie? Ik zou mijn glas rode Cabernet of Shiraz er niet voor laten, zelfs als straks blijkt dat Dr. Das zijn hele studie uit de duim zoog. Ten eerste liggen er nog genoeg andere wetenschappelijke rapporten op tafel die wél ernstig en ethisch werden verzameld, en die bovendien ook de potentiële bonus van resveratrol onderschrijven. En ten tweede, nog belangrijker: wijn is gewoon lekker en moet vooral plezier in plaats van een ersatzmedicijn blijven.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 20 september 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

To stink, or not to stink...

IStock_000016283515XSmall Gisteren was het mijn dagje wel: om het kwartier hing er een collega-journalist aan de lijn van een krant, magazine of radioprogramma, die allemaal mijn reactie wilden weten over het ‘Oxfam-wijnschandaal’.

Wat is er aan de hand? Een tijdje geleden lekte blijkbaar mailverkeer uit tussen (wijn)verantwoordelijken bij de Belgische tak van Oxfam en de wijnexperts in de bottelarij van Delhaize. Deze grootdistributeur, die over één van de meest modern geëquipeerde bottelinstallaties beschikt, trekt namelijk contractueel jaarlijks hectoliters Fairtrade-wijnen op fles, die door Oxfam vooral bij Chileense coöperatieven worden aangekocht. De selectie ervan en het transport, evenals de etikettering en de goedkeuring van de botteling, gebeuren dus uitsluitend op verantwoordelijkheid van Oxfam, terwijl de botteleenheid van de Delhaize Group louter als facilitator fungeert.

Welkom in de stal

Maar een tijdje geleden had men daar bij een levering dadelijk in het snuitje dat er iets niet pluis was met een lading van maar liefst 48.000 liter Cabernet Sauvignon uit Chili. De geur was immers niet te harden: het lot stonk naar rotte eieren en had een zware fecale geur.

Op vraag van de aankopers van Oxfam werd deze wijn diverse malen overgepompt om zo ‘te verluchten’, waarna deze het licht op groen zetten en de wijn definitief werd gebotteld. Het merendeel van de flessen werd ondertussen verkocht, tot nu toe blijkbaar zonder klacht, maar dat was buiten De Morgen gerekend, die het stinkdossier gisteren terug ter sprake bracht.

En meteen liep de tsunami van telefoons bij mij binnen: wat was er hier aan de hand? Is zoiets schadelijk voor onze gezondheid? Is het nu écht opgelost? Gebeurt dit meer?

Zonder meteen in te technische details te vervallen: als er zoiets fundamenteels fout zit in de aroma’s van een partij wijn, kan de oorzaak maar uit vier bronnen komen.

Eén: fouten gemaakt bij de botteling, maar aangezien de stankhinder precies ontdekt werd bij de levering in de bottelarij van Delhaize, kunnen we deze factor uitschakelen.

Twee: tijdens het overzeese transport, alhoewel er geen indicaties zijn dat dit anders werd geregeld dan de honderden ladingen voordien. Dus: neen.

Drie: in de wijngaard zelf, door bijvoorbeeld een andere bemesting of het gebruik van nieuwe  chemicaliën. Aangezien we hier toch met Fairtrade-producten te maken hebben, die het ethische credo én duurzame landbouw hoog in het vaandel voeren, kunnen we deze factor in principe ook als stoorzender uitsluiten.

Dus blijft er alleen verklaring vier: een probleem tijdens het vinificatieproces. En ook al heb ik de cuvée in kwestie nooit in zijn ‘blote’ staat geroken, noch op fles geproefd, lijken d verhalen over stalmestaroma’s en rotte eieren eerder te wijzen op Brettanomyces, kortweg ‘Brett’.

Luchthappen als reddende engel

Brett is een bacterie die vooral in rode wijn spontaan aanwezig is. Zich onder andere bevindt op de druif zelf, op de gebruikte werktuigen en vooral in de kelders waar de wijn wordt geproduceerd, met name op de muren en in de eiken vaten. Vooral in een vochtig en warm microklimaat en bij gebruik van oudere vaten, floreert Brett.

Nu moet u niet meteen in paniek slaan, want tenslotte is elke vinificatie en elke wijnruimte één poel van (goede) bacteriën. Want hoe anders zou gist suikers in alcohol kunnen transformeren? En hoe denkt u trouwens dat onze vermaarde geuze of Lambic aan zijn specifiek smaakprofiel komt? Inderdaad, door zijn Brettanomyces bruxellensis en zijn kozijn de Dekkera bruxulensis.

Brett is trouwens een positieve component in veel wijnen die, in lage dosissen, bijvoorbeeld aroma’s van leder en specerijen kan afgeeft. Maar wanneer bijvoorbeeld de foeders al meerdere jaren worden gebruikt en onvoldoende werden ontsmet - dat gebeurt met zwaveldioxide - kan de Brett-bacterie zo aangroeien, dat het eindresultaat aromatisch door 99% van de mensen als zeer negatief wordt ervaren. Dan lijkt het wel alsof we ons in een paardenstal bevinden of net in een koeievla hebben getrapt. Dat er ook over rotte eieren wordt gesproken, betekent dat er bovendien nogal gul werd gezwaveld. Kortom, hoe je het ook draait of keert: een fout van de lokale oenoloog, die zulke partij nooit richting export had mogen laten vertrekken.

Voldeed het verluchten en frequent overpompen van de tanks met de ‘shit-wijn’? Nogmaals, ik heb de wijn persoonlijk nog niet kunnen toetsen, maar ik betwijfel het toch sterk. Als de Delhaize-experten zo’n manifeste geurhinder inderdaad signaleren - en zij zien jaarlijks véél hectoliters passeren in Brussel - moet het euvel wel hoogst irritant geweest zijn. En dan helpt wat luchthappen m.i. weinig.

In het artikel van De Morgen werd trouwens ook gesuggereerd dat Oxfam op een bepaald moment zelfs gevraagd had om de wijn eventueel te behandelen met een kopersulfaat. Als dit namelijk toegevoegd wordt aan de stinkwijn, verbindt dit kopersulfaat zich met de zwavel, die dan neerslaat als kopersulfide, waardoor dus de zwavelstank afneemt. Deze ingreep werd echter door Delhaize geweigerd. Logisch, want dit betekent niet alleen een manipulatie van het eindproduct, maar zover we weten is deze praktijk uitsluitend toegestaan aan de bron zelf, dus bij de producent, en onder toezicht van een oenoloog.

Het komt me overigens een beetje vreemd voor dat een organisatie die enthousiast voor Fairtrade en ecovriendelijke wijnen ijvert, het gebruik van dit soort chemische hulpmiddeltjes zou aanmoedigen. Natuurlijk, 48.000 liter betekent bedrijfeconomisch een hele slok voor elk bedrijf: 64.000 wijnflessen die je moet afkeuren, zal de jaarrekening rood kleuren.

Begint het nu pas?

Conclusie? Ik zie er drie.

Eén: dit incident is absoluut geen bewijs dat ‘Belgische bottelingen’ altijd sjoemel -of prutswerk zijn. Het heeft zelfs in se niets te maken met de bottelarij in kwestie, die gewoon in opdracht werkte en geen invloed uitoefende op de selectie of kwaliteitsborg van het basisproduct. Belgische bottelingen blijven dus veilig, maar zijn net zo afhankelijk van ‘wat men er in stopt’, als een originele ‘mise au domaine’. Daar komen dit soort accidents de parcours trouwens ook geregeld voor, vooral op soms heel slecht geëquipeerde domeinen die zelfs niet eens over een eigen bottelinstallatie beschikken.

Twee: er is geen enkele moment in dit bottelproces sprake geweest van een gezondheidsrisico. Toegegeven, een wijn ontkurken die stinkt alsof men net in  paarden -of hondenpoep is gewandeld, betekent een aanslag op onze goede smaak (reukzin), maar de gevolgen ervan situeren zich louter op het mentale vlak...

En drie: naar verluidt is dus heel deze (ex)stalmestlading reeds de Oxfam-rekken uitgevlogen en heeft nog geen enkele koper zich beklaagd over het fenomeen. Dat kan twee dingen betekenen. Ofwel heeft de Oxfam-aankoper dus gelijk en bleek de operatie ‘Geef Ze Lucht!' voldoende om de stank te verjagen. Ofwel zijn veel consumenten tot nu toe te weinig kritisch gebleken en mogen we pas nu de ‘poep-hysterie’ verwachten, waarbij honderden klanten plots rare bijgeurtje in hun cuvée ontdekken.

Frank Van der Auwera 

P.S.: Zie ook http://www.radio1.be/programmas/nieuwe-feiten/geen-klachten-over-stinkwijn

Geplaatst op 22 juli 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijn is nog altijd geen tabak

Beer In de Australische wijnindustrie is recent flink wat onrust ontstaan naar aanleiding van een... tabaksreclame. British American Tobacco (B.A.T.), ‘s werelds meest vertakt tabakgigant die met zijn merkenportfolio aanwezig is in 180 markten, lanceerde er immers een opvallende advertentiecampagne in kranten. Elke advertentie toonde namelijk een flesje bier, maar gestript van zijn merketiket.

Daarmee refereert B.A.T. naar de door de overheid geplande anonimisering van het pakje sigaretten, waarop niet alleen steeds meer gezondheidwaarschuwingen of afschrikkende foto’s belanden, maar in sommige landen ook gestreefd wordt naar een ‘plain packaging’-beleid.

Dat komt de facto neer op een nagenoeg stijlloos, blanco pakje waarbij de merknaam in kleine lettertjes bovenaan gedrukt staat, onopvallend tegenover de waarschuwing ‘Smoking seriously harms you and others around you’, maar waarbij alle andere aspecten van de merkidentiteit (logo, kleuren, design) worden geschrapt.

Foute associatie

De tabaksindustrie trekt begrijpelijk keihard in de aanval tegen deze plannen die de basis onder haar activiteiten zou wegslaan en voor miljarden dollars merkwaarde vernielen, en vond het dus blijkbaar een slim idee om te laten zien hoe het flesje bier eruit zou zien, naar analogie van het merkgestripte pakje sigaretten.

Maar precies deze boodschap en associatie tussen alcohol en tabak schoot dus in het verkeerde keelgat van de Winemakers Federation of Australia (W.F.A.). Deze belangenorganisatie vreest namelijk dat zulke advertenties bepaalde politici op verkeerde gedachten zullen brengen en dat, eens men het ‘naakte doosje’ sigaretten aan de tabaksindustrie heeft opgelegd, de wijnsector wel eens effectief het volgende doelwit zou kunnen worden.

Daarom distantieerde W.F.A. zich onmiddellijk én krachtig van deze advertentiecampagne, er op wijzend dat zijn leden elke link tussen beide industrieën unaniem verwerpen. Stephen Strachan, de Chief Executive van W.F.A., verklaarde letterlijk in de Australische media: “Our industry does not like any association between tobacco and alcohol'.”

Een standpunt dat ik goed kan begrijpen, want ook al zorgt alcoholmisbruik voor enorm veel gezondheidsproblemen, toch is er in veel gevallen ook sprake van potentiële benefits voor o.a. ons hart en vatenstelsel. Wie deze groeiende stapel medische studies pro wijn naast zich legt, moet toch op zijn minst erkennen dat deze drank ‘neutraler’ is voor onze gezondheid dan sigaretten, die in geen enkel opzicht een gezondheidsbonus bezitten. Integendeel.

Moraalridders staan te trappelen

Is de reactie van de Winemakers Federation of Australia dat wijn het volgende slachtoffer van zo’n ‘plain packaging’-beleid kan worden kortom terecht, of eerder een staaltje overacting? Ik vrees dat ze het gevaar correct inschatten.

We moeten maar naar Frankrijk kijken en zijn verfoeilijke, want dubbelzinnige, ‘Wet Evin’, die gelukkig ondertussen wel wat versoepeld werd, maar die van elke wijnadvertentie nog steeds een hachelijke evenwichtsoefening maakt. Immers, de grens tussen ‘aanzetten tot alcoholgebruik’ en ‘nuchtere productinformatie’ blijft zeer subjectief (lees o.a. Tour de France breekt de Wet Evin of Frankrijk hypothekeert zijn eigen wijnindustrie).

In Europa zijn er ook genoeg verenigingen en beleidsmakers die al te graag de jacht zouden openen op alcohol in het geheel, maar die gemakkelijkheidhalve de populaire wijnconsumptie als eerste doelwit viseren. Voorlopig vertaalt zich dat hoofdzakelijk in extra taksen, verplichte waarschuwingen op het etiket (bvb. voor zwangere vrouwen; het feit dat de wijn sulfiet bevat,...) en – begrijpelijk - leeftijdsgrenzen voor alcoholaankoop.

Maar ik kan me perfect voorstellen dat straks één of andere moraalridder plots oordeelt dat wijnetiketten te ‘suggestief’ zijn en door hun aantrekkelijk design het alcoholmisbruik stimuleren. En dan zijn we vertrokken... Neem Château Mouton-Rothschild en zijn jaarlijks roterend artistiek label, speciaal ontworpen door een internationaal kunstenaar. Mag dat dan nog wel in die optiek, ‘kunst’ en ‘wijn’ met elkaar associëren? Of is dat aanzetten tot méér alcoholconsumptie, dus het label als miniatuuradvertentie? Het zullen bizarre discussies worden als zo’n wet ooit realiteit wordt.

U ziet het zo’n vaart niet lopen? Dat het tij snel kan keren, bewijst de antirookwet in de horeca. Wie had 10 jaar geleden immers kunnen voorspellen dat zelfs onze cafés rookvrij zouden worden?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 11 juli 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Hotdogs en hamburgers lonken naar wijn (deel 2)

Dat er wel degelijk schwung zit in de Amerikaanse fastfoodketens (lees Hotdogs en hamburgers lonken naar wijn deel 1) en hun wijnbeleid, illustreren een aantal voorbeelden.

Sonic, een voorlopig nog typisch Amerikaans fastfoodketen van drive-in restaurants dat hamburgers, corn dogs en hot dogs commercialiseert in zeker 3.500 vestigingen en 47 staten, schenkt nu reeds bier op vat en o.a. 10 soorten wijn in bepaalde vestigingen in Florida.

Burger King van zijn kant opende ook al zogenaamde Whopper Bars in o.a. New York City, Kansas City, Las Vegas, Miami en Orlando - trouwens ook buiten de V.S.A. zoals in Singapore, Venezuela en Spanje - plus in klassieke testlocaties, waar nu alcohol wordt verkocht.

Maar ook koffiegigant Starbucks experimenteert al een tijdje met meerdere vestigingen in zijn thuishaven Seattle, waar bier en wijn op het menu prijken, aan omgerekend maximaal 6,20 euro per glas wijn. (Lees ook: Starbucks: een boontje voor wijn?). In september zouden nog meer vestigingen elders deze formule overnemen.

Drank des duivels

Uiteraard wordt deze trend richting vlottere alcoholconsumptie in het soms zeer conservatieve Amerika waar de Tea Party thuis is, niet door iedereen in dank afgenomen. Volgens sommige critici ontbindt men op die manier alle duivels: “Fast food plus fast alcohol equals fast drunks," predikt Michele Simon, research and policy director bij het Marin Institute, een alcohol industry watchdog-groep.

En ook de decaan van de Boston University School of Hospitality Administration, Christopher Muller, vindt dat door wijn (en bier) te schenken in fastfoodtenten het foutieve signaal richting jongeren wordt gegeven: “You don't want someone downing a quick beer, then getting into their cars and driving off. It's a delicate balance of risk and reward.”

Dit laatste argument klinkt trouwens vals, want de voorzichtige pogingen om deze wijnniche in de Amerikaanse fastfoodindustrie te openen, betekent niet dat alcohol er nu vrij en vrolijk aan iedereen op elk moment wordt geserveerd. De service van wijn in de V.S.A. bij de fastfoodketens blijft er immers strikt beperkt tot volwassenen en ‘on-premise only’, dus voor tafelende klanten in het restaurant en niet voor het drive-thru cliënteel.

Flessenoorlog op komst

Wat betekent dit nu voor ons? Geen aardverschuiving, maar als straks inderdaad internationaal vertakte ketens Starbucks (méér dan 17.000 vestigingen wereldwijd), Burger king (12.200 outlets) of McDonalds (bijna 33.000 vestigingen) besluiten - zelfs alleen maar in de V.S.A., binnen bepaalde limieten – dat wijn voortaan een wezenlijk onderdeel vormt van hun menustrategie, zal dat ook de Europese vestigingen en het aanbod beïnvloeden. Want dan moet elke fastfoodspeler volgen.

Uiteraard blijven dan nog een pak vragen over, ook al kennen we in ons land bijvoorbeeld niet die strenge alcohollicenties zoals die in Noord-Amerika gelden. Vragen als: zal dan eindelijk de kwaliteit van de gemiddelde wijn in deze fastfoodtenten opgekrikt worden of blijven ‘Château Migraine’ en ‘Domaine Acide’ er de toon zetten? Net zoals overigens in onze meeste Belgische cafés, die deze wijnniche schromelijk verwaarlozen? En wat met de opleiding van het personeel, de vaak toch jonge jobstudenten die deze fastfoodtenten bemannen?

Want als zulke fastfoodgiganten zich collectief op de wereldwijde wijnmarkt gooien, komen er meteen een aantal zware spelers bij, die volop kunnen profiteren van hun schaalfactor en - net zoals nu al gebeurt met de Tesco-inkopers van deze wereld - een enorme prijsdruk kunnen uitoefenen.

Kortom, fastfood en wijn is helemaal geen marginaal verhaaltje waarmee we als 'betere' wijnliefhebber moeten grijnzen, want misschien wel een economisch nieuwe flessenoorlog...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 9 juli 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

De alcoholduivel en hoe hem te temmen (deel 2)

Maar een tweede deel van de studie die we gisteren bespraken over valse etikettering en continue rijzende alcoholpercentages in wijn (lees: De alcoholduivel en hoe hem te temmen deel 1) maakt komaf met een ander populair idee: volgens deze Amerikaanse onderzoekers is immers niet de klimaatopwarming van de aarde de oorzaak van deze golf van alcoholgespierde wijnen, maar zijn de (meeste) wijnmakers zélf de boosdoeners.

Procentenslag

Na het bestuderen van klimaatgegevens over de periode 1992-2009 en de ruim 129.000 wijnen uit gans de wereld, bleek namelijk dat de ‘heat index’ in de meeste wijnproducerende landen minder snel gestegen was dan de alcoholpercentages. Deze ‘heat index’ werd verkregen door het gemiddelde te berekenen van de dagelijkse hoge en lage temperaturen over het relevante druivengroeiseizoen in al de geanalyseerde productiegebieden.

Conclusie: klimaatopwarming kan een bijdragende factor zijn, maar het de menselijke factor is de hoofdverantwoordelijke voor het feit dat we tegenwoordig niet langer pakweg rode wijnen van 12,5 procent, maar eerder 13 à 14 procent drinken.

Want, zo blijkt, de voorbije 18 jaar klom het gemiddelde alcoholpercentage in wijn met maar liefst 1,12 procent, een véél significantere stijging dan kon verwacht worden wanneer we de ‘heat index’ over dezelfde periode in rekening brengen en er een alcoholpredictie uit distilleren. Volgens deze ‘heat index’ zou het alcoholpercentage gemiddeld maar met 0,05 procent per jaar mogen stijgen, om gelijke voet te houden met de opwarming van ons klimaat.

Alcohol in wijn steeg dus aan een aanzienlijk hoger tempo dan de klimaatsdata objectief lieten veronderstellen.

Dol op suiker

Om deze cijfers in een misschien nog een frappantere vergelijking te gieten: volgens deze studie zou ons klimaat wereldwijd met een spectaculaire 6,67°C gemiddeld moeten stijgen om die 1 procent stijging qua alcohol in onze wijn te veroorzaken/verklaren. En dat was duidelijk niet het geval.

Of zoals de Californische wijnmaker Christopher Howell tijdens het ‘Napa Valley Climate Seminar’ op het voorbije Vinexpo-salon ruiterlijk toegaf: “Temperatures have changed but nothing like as dramatically as the [grape] sugars… just over a period of two decades we have seen a huge increase in sugars and our claim is that most of this is due to fashion and winemaker choice.”
Deze suikerrevolutie is dus de voornaamste verklaring voor de huidige alcoholbo(o)m, zeker in Napa en Sonoma: “We are picking later than we used to, even if we have more warmth,” aldus Howell.

En ook hij sabelt het idee van een dominante temperatuurstijging neer:
“What we are finding in Napa is that the afternoon temperatures are going up but not as fast as the morning cold temperatures… it is the low temperature that is rising. Afternoon temperatures are not rising as much and this seems to be especially true as you go up the valley, and high up, summertime temperatures have not gone up at all (…) But reporting this is politically sensitive and we don’t want to be seen as climate change deniers.”

Hoger, hoger...

Kortom, ook al zijn er (misschien nog grotendeels onbekende) klimatologische variabelen in het spel die een rol kunnen spelen in deze race-naar-meer-alcohol, toch zijn het vooral menselijke beslissingen - zoals later plukken; de klemtoon op fenolische rijpheid; de toename van de plantdensiteit, nieuwe geleidingstechnieken van de stokken, ... - die er voor zorgden, en nog steeds zorgen, dat we almaar hogere alcoholdosissen in ons glas wijn aantreffen.

Liggen er dan geen oplossingen voor de hand? We refereren eventjes terug naar Howell en zijn Vinexpo-seminarie: “We want to train our fruit a little higher so it doesn’t get as much warmth from ground and we want to have a little bit more leaf area to provide some shade for the grapes. I think the best condition is dappled sunlight.”

Maar het is duidelijk dat het laatste woord over dit dossier nog niet is gezegd.

Wie ingrijpt in de wingerd om het alcoholpercentage te drukken, bijvoorbeeld door vroeger en dus aan lagere suikergehaltes in de druif te plukken, loopt het risico dat het eindresultaat een wijn is die een (te) hoge aciditeit bezit, zelfs wat te kruidig/plantaardig geurt en smaakt, lichter ook van textuur wordt. En zal de consument daar wel oren en tong naar hebben?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 8 juli 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

De alcoholduivel en hoe hem te temmen (deel 1)

Wijn U ervaart het dagelijks bij het ontkurken van een fles: de alcoholpercentages van de gemiddelde wijn zijn de voorbije twintig jaar pijlsnel de hoogte ingeschoten. Een cru van 13,5 à 14% procent is tegenwoordig eerder regel dan uitzondering, terwijl excessen tot zelfs boven de 15 procent voorkomen voor een niet versterkte wijn.

Bovendien gaat het om een wereldwijn fenomeen, want de meeste herkomstbenamingen worden met deze alcoholtrend geconfronteerd. Wat zelfs al geresulteerd heeft in een antibeweging, in casu Amerikaanse wijnimporteurs die weigeren té hoge alcoholwijnen te verkopen, omdat ze vinden dat deze meer met ‘Port’ dan met ‘rode wijn’ uitstaans hebben.

Legaal verdoezelen

Recent werd echter een uitgebreide Amerikaanse studie gepubliceerd die focust op dit fenomeen van quasipermanente alcoholverhoging, maar tegelijk toch enkele belangrijke nuances aan dit lopende debat toevoegt.

Deze  longitudinale studie onderzocht - nota bene: over een periode van maar liefst 16 jaar - de alcoholinhoud van 129.000 wijnen, afkomstig uit appellaties in zowel Europa als de Nieuwe Wereld. En wat blijkt? De sterkte van het alcoholpercentage wordt volgens het rapport systematisch én doelbewust ondergewaardeerd op het etiket.

Bijna 6 op de 10 geanalyseerde wijnen (57 procent om precies te zijn) bleken de facto een hoger alcoholpercentage te bezitten dan officieel op hun label stond afgedrukt. We drinken kortom onbewust ‘zwaarder’ dan we bij aankoop dachten.

De gemiddelde alcoholinhoud bedroeg immers 13,6 procent, terwijl volgens de labels de gemiddelde sterkte slechts 13,1 procent was. Producenten in alle wijnlanden camoufleren dus blijkbaar het alcoholpercentage, alhoewel de grootste schuinmarsjeerders werden gevonden in Chili, Argentinië en de VSA.

Let wel: de meeste wijnproducenten die hun alcoholpercentage op het label minimaliseren, doen dit nog steeds binnen de wettelijke bandbreedte van hun appellatie of exportmarkt, omdat ze zo hopen hun verkoop niet te beschadigen. Deze zogeheten ‘range of error’, dus de getolereerde afwijking, kan naargelang de origine of  bestemming tussen de 0,5 tot zelfs 1 procent bedragen. Handig, want in veel afzetmarkten rijzen er vragen over té zwaaralcoholische cuvees en 13,5 procent lijkt op het zicht van sommige consumenten aanvaardbaarder dan 14 procent.

Graves aan 15 procent

Maar gek genoeg is het omgekeerde ook waar: de studie vond namelijk dat 1 op de 3 wijnen hun alcoholpercentage op de het label integendeel ‘opbliezen’, omdat ze structureel te weinig alcohol bevatten. Een wijn van 12 procent oogt blijkbaar commercieel evenmin aantrekkelijk als eentje van 15 procent. Daarbij ging het vooral om het instapgamma.

Julian Alston van de University of California, één van de auteurs van dit rapport, concludeert: “We observe systematic patterns in the errors: a tendency to overstate the alcohol content for wine that has relatively low actual alcohol content and a tendency to understate the alcohol content for wine that has relatively high alcohol content.”

Deze meerjarige analyse laat trouwens ook zien dat tussen 1992 en 2006, de gemiddelde alcoholsterkte van een wijn wereldwijd met bijna een volledig procentpunt is aangedikt. Maar geregeld zijn er spectaculaire uitschieters en we moeten écht niet alleen met een straffend vingertje richting Nieuwe Wereld wijzen. Zo lanceerde de bekende Pessac-Léognan Château La Mission Haut-Brion onlangs zijn peperdure primeurwijn 2010 - momentele dagprijs 600 à 690 euro/fles - , die naar een ferme 15 procent (!) alcohol bevat.

Er zijn geen zekerheden meer...

Frank Van der Auwera

Lees morgen: De alcoholduivel en hoe hem te temmen (deel 2)

Geplaatst op 29 april 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Champagne wil zijn ecologische voetafdruk verder verkleinen

IStock_000016268305XSmall Wie had dat ooit pakweg tien jaar geleden durven dromen? Champagne dat in de frontlinie loopt van het ecologische bewustzijn?

Eerst kregen we de campagne uit deze prestigeregio dat men volop ging experimenteren met lichtgewichtflessen, om zo de CO2-emissie te beperken (lees o.a. Champagne goes light(er)). Initiatief dat trouwens enthousiast geïnitieerd én geruggensteund werd door het officiële belangenorgaan C.I.V.C. (Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne).

Het plan is immers om tegen 2020 de uitstoot van C02 met zeker 25 procent te reduceren: “De ganse Champagne community willen we via dit plan betere praktijken bijbrengen”, zo lichtte woordvoerder Daniel Lorson de ambitie toe. Alleen al dit nieuwe light champagnemodel, dat slechts 835 gram weegt tegen de 900 gram voor het huidige klassieke fles, zou qua transportbewegingen- of kosten en qua productie het equivalent van 4.000 wagens en hun jaarlijkse CO2-uitstoot kunnen besparen.

Vuurtjes à volonté

Daarna ‘lekten’ weer nieuwe perscommuniqués naar ons toe waarin de champagnesector fier op de borst klopte dat men tot 91 procent van het afvalwater zou proberen te recycleren.

Maar voor de volgende stap richting meer milieuvriendelijkheid binnen de Champagne, wordt opnieuw gefocust op het werk in de wijngaard en meer bepaald op het snoeiafval. Want wanneer u straks weer van een sprankelend glas moussewijn geniet - of zelfs van een gecorseerde rode cru -, beseft u amper dat vooraleer dit eindproduct in uw kelder belandde, er bij de talrijke snoeibeurten toch behoorlijk wat afval werd geproduceerd.

Een domeineigenaar die zijn taak serieus neemt - en dan spreken we nog niet meteen over de steeds frequenter toegepaste ‘groene oogst’ - zit namelijk na de winter op den duur opgezadeld met een flinke overlast aan snoeihout. Zeker na de traditionele wintersnoei worden normaliter, en dat al generaties lang trouwens ook in andere Europese appellaties, de weggeknipte scheuten en stokken in openlucht verbrand, waardoor er heel wat rookhinder ontstaat. Waarop tot nu toe niemand lette...

Goed voor 5.000 wagens

Overdreven maniërisme volgens u? Weet dan dat al deze (overigens noodzakelijke) snoeibeurten volgens voorzichtige ramingen alleen al binnen de Champagne-appellatie jaarlijks zo’n 150.000 ton afval laten cumuleren.

Bovendien heeft een recente audit aangetoond dat, alhoewel de productie en het transport van de klassieke zware champagneflessen - die immers voldoende moeten bestand zijn tegen de grote atmosferische bubbeldruk - per oogst 17 procent bijdragen tot de ‘carbon footprint’ van de ganse regio, het afval in de wingerd daar nauwelijks moet voor onderdoen. De emissies van CO2 van het wijngaardwerk en de daarbij horende houtverbranding zou namelijk tot 15 procent verantwoordelijk zijn van de jaarlijkse ecologische voetafdruk van gans Champagne.

Daarom lanceert het C.I.V.C. nu ook het zogeheten BIOVIVE-programma, dat producenten en druiventelers wil stimuleren om hun houtafval te verzamelen en aan lokale nutsbedrijven te leveren. Zodat die het als (gratis) brandstof kunnen gebruiken in hun generatoren, waardoor de botteleenheden in Champagne deze energie - die anders via aardolie of kolen wordt verkregen - op hun beurt kunnen benutten.

De lat ligt daarbij hoog: door deze recuperatie van snoeihout alleen zou de uitstoot van C02 in Champagne met minstens 10.000 ton - het equivalent van 5.000 auto’s die zich dagelijks op de weg begeven – kunnen beperkt worden.

Gezondheid!

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 16 maart 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijn tegen tumoren

IStock_000011318398XSmall Resveratrol is volgens velen nog altijd het wonderkind dat onder meer royaal in de schil van blauwe druiven en dus eveneens in het eindproduct rode wijn voorkomt. Een antioxidant, die als we veel medische studies mogen geloven, gunstig inwerkt op ons hart- en vatenstelsel en op die manier zelfs mee een barrière kan opwerpen tegen bepaalde kankers.

Veel planten maken deze chemische verbinding trouwens van nature aan als afweerschild voor hun immuunsysteem, als reactie op schimmelinfecties, beschadiging, stress en UV-straling. Simplistisch vertaald: een hoge dosis resveratrol zou dus ook de slijtage van ons hart- en vatenstelsel of kankerontwikkeling afremmen.

Tot drie keer meer antiodixant

Ook al moeten we al deze pro en contra studies met een behoorlijke korrel zout nemen, toch proberen wijnhuizen wereldwijd ondertussen deze mogelijke antioxidantenbonus commercieel te maximaliseren, zeker met het oog op de Amerikaanse consument die altijd hypersensitief is wanneer ‘wijn’ en ‘gezondheid’ in eenzelfde zin gedrukt staan.

En niet alleen domeinen tussen haakjes, want zo zijn er in de Verenigde Staten al resveratrol-tabletten op de markt en werd in Italië ooit een resveratrol-rijke ijscrème gelanceerd waar men zich schijnbaar gezond kon likken, maar waarover we echter de laatste tijd weinig of niets hebben vernomen.

Maar geen nood, nu is er een Spaans wijnhuis dat denkt het gouden ei in handen te hebben. Bodega Volvoreta, gelokaliseerd in Sanzoles (Zamora) binnen de beschermde herkomstbenaming Toro, maakte zopas bekend dat het er in geslaagd is bij zijn oogst 2010 het resveratrol-niveau in zijn wijn te verdrievoudigen. Concreet werd een niveau van 15,7 milligram van deze antioxidant per liter bereikt.

Anti-tumorbom

Deze verhoogde dosis resveratrol werd door deze organische wijnproducent naar verluidt gerealiseerd dankzij “..de innovatieve technieken in de wingerd en kelder”, een nogal vage omschrijving als u het ons vraagt.

Wat wel pleit voor dit project is dat het niet één of andere gladjanus is die zomaar lukraak praatjes de wereld in stuurt, maar dat deze bodega die de duurzame wijncultuur predikt al deel heeft genomen aan een wetenschappelijke studie van het Departement van Biochemie en Moleculaire Kankerbiologie van de universiteit van Barcelona. Deze afdeling focust o.a. op de vraag hoe een matige wijnconsumptie een rol kan spelen in  de preventie van spieratrofie gerelateerd aan kanker. Welnu, de Volvoreta 2005 werd toen in de universitaire laboratoria uitvoerig getest, waarbij de (voorlopige) conclusie luidde dat deze cuvee effectief de ontwikkeling van chemisch geïnduceerde tumoren afremt. Als marketingstatement kan dat natuurlijk tellen.

Ik weet niet wat u ervan denkt, maar voor mij is wijn nog altijd in de eerste plaats een plezierdrank, eerder dan een toevallig aangenaam medicijn.

Frank Van der Auwera

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer