Innovatie

Geplaatst op 12 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Beledig Chinezen en… kassa kassa?

Naarmate de wijnhandel globaliseert, neemt ook de kans toe op communicatieve misverstanden. Vooral taalproblemen kunnen, meestal onbedoeld, voor verrassingen zorgen in een nieuwe afzetmarkt.

En dan hebben we eventjes niet over doelbewuste, bizarre doopnamen van wijnmerken, zoals ‘Fat Bastard’ (een Frans merk geproduceerd door een Frans-Brits partnership dat in de V.S.A. ruim 400.000 kisten per jaar verkoopt), het Australische ‘Bitch’ of het Franse ‘Le Vin de Merde’. In dat soort gevallen heeft de producent er met zijn in het oog springend label namelijk duidelijk voor gekozen om een welbepaald consumentensegment te bereiken. Meestal Amerikaanse consumenten trouwens die kicken op dit soort provocatieve woordspelletjes en blijkbaar minder in de flesseninhoud geïnteresseerd zijn.

Maar veel delicater wordt het wanneer een wijnhuis zijn succesvolle merkwijn op een totaal nieuwe markt introduceert en dan plots geconfronteerd wordt met een heuse taalrel.

F**K?

In die netelige situatie belandde recent de Chileense bodega Via Wines uit Maule Valley, toen het nietsvermoedend zijn merkcuvée ‘Chilensis’ in Hong Kong begon te commercialiseren.

Meteen ontstond een rel in de lokale media, omdat naar verluidt het etiket expliciet beledigend zou zijn voor Chinezen die Kantonees als moedertaal spreken. Zo zou ‘Chilensis’ in het standaardkantonees - we citeren de Angelsaksische bron, want onze persoonlijke kennis van deze taal met zijn honderden varianten en dialecten is nihil - vrij vertaald zoveel betekenen als  “f*cking nuts”, of “kus mijn kl***n”. Qua marketing inderdaad een miskleun.

Maar toen gebeurde iets gek: de aanvankelijke ‘verontwaardiging’ bij sommigen liep snel over in een heuse ‘hype’. De flessen ‘Chilensis’, die tot dan rustig in de rekken van off-licence shops en supermarkten in Hong Kong lagen voor HK$49, vlogen de deur uit en zagen in enkele dagen hun prijskaartje al klimmen tot HK$59. Iedereen in Hong Kong wou/wil blijkbaar plots zo’n fles. Uiteraard gaat het hier niet om een exclusieve topcuvée, want zelfs met het verhoogde prijskaartje schommelt de huidige winkelprijs maar rond de 6 euro.

Geluk in de mond

Maar blijkbaar komen dit soort komische taalbotsingen vaker voor dan we vermoeden, zeker voor wie op de veelbelovende Aziatische markt mikt. De afloop ervan is financieel echter niet altijd even lucratief als in het geval van ‘Chilensis’.

Zo rapporteerde een onderzoeksbureau recent nog dat ‘slechte’ of ‘pejoratieve’ betekenissen van een châteaunaam nefast kunnen zijn voor het commercieel succes van zelfs een beresterk merk. Als voorbeeld werd Château Latour aangehaald, de nochtans zeer gereputeerde, peperdure Premier grand Cru Classé uit Pauillac. Waarnemers vinden het al een tijdje vreemd dat de populariteit ervan in China achterblijft op de andere ‘groten’ zoals Château Lafite-Rothschild of Château Margaux, zelfs als Latour topscores krijgt.

Ook hier zou een taalprobleem aan de basis liggen, want losjes vertaald betekent de domeinnaam “to fall down”. Niet bepaald een hoopgevende doopnaam om een zakendeal mee te beklinken, zoals vaak in Chinese kringen gebeurt.

Het is trouwens niet alleen de wijnbusiness die met zulke taalconflicten te kampen krijgt. Ook de belangrijke frisdrankenmerken slaan wel eens de bal mis. Toen Pepsi Cola bijvoorbeeld zijn oorspronkelijke slogan “Pepsi Brings you Back to Life” in het Chinees liet vertalen, bleek die omzetting niet geheel te stroken met het origineel, maar klonk die in Chinese oren eerder als “Pepsi Brings Your Ancestors Back from the Grave”. Tenzij de consument op Zombies kickt, niet meteen een wervende slogan.

Niet dat concurrent Coca Cola beter presteerde. De eerste poging van deze producent om zijn merknaam fonetisch zo letterlijk mogelijk in het Chinees te vertalen klonk wel leuk als “Ke-kou-ke-la”, maar betekent echter zoveel als “female horse stuffed with wax”. Evenmin een smakelijke marketingzet om je product aan te prijzen.

Pas toen de vertalers hun vergissing in het snuitje kregen, werd een nieuwe vertaling gezocht en gaat Coca Cola sindsdien in China als “Ko-kou-ko-le” over de toonbank. Vrij vertaald: “happiness in the mouth”, toch al iets toepasselijker en productvriendelijker, zij het misschien toch nog steeds met een dubbele bodem.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 10 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Grote champagnehuizen weer een stukje groener

Biologische druiventeelt, zelfs onder een streng biodynamisch regime, is in opmars in Champagne. Logisch, want in een appellatie die tegenwoordig weer zo’n torenhoge rendementen realiseert (lees Champagne: business as usual) en, na een ferme dip in 2009, commercieel opnieuw hoogdagen beleeft, maken steeds meer spelers zich zorgen dat veel terroirs te arm worden aan micro-organismen en mineralen, dus eerder kwantiteit dan kwaliteitsdruiven opleveren. Elementen die nochtans zo cruciaal zijn om er later mooie bubbels van te maken.

Vandaar dat niet alleen de officiële belangenorganisatie C.I.V.C. (Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne) regelmatig campagnes lanceert om lichtgewichtflessen te gebruiken of snoeihout te recupereren (lees o.a. Champagne wil zijn ecologische voetafdruk verder verkleinen of Champagne goes light(er)), maar dat ook individuele producenten een groene boodschap beginnen te prediken.

Aankoopgolf(je)

Natuurlijk waren het tot nu toe hoofdzakelijk voor het grote publiek minder bekende merken of vignerons die zich als pioniers in deze bio-sfeer begaven, met namen als het Maison Beaufort - dat reeds in 1974 zijn eerste bio-champagne op de markt lanceerde - gevolgd door o.a. Bedel, Geutherot, Jean-Pierre Fleury, Pascal Agrapart, Larmandier-Bernier, Franck Pascal, Catherine & Bruno Michel, Erick De Sousa en het ook bij ons reeds populair geworden Drappier.

Maar stilaan volgen ook de ‘grote’, wereldbekende maisons de champagne dit voorbeeld. In januari van dit jaar bijvoorbeeld raakte bekend dat Lanson-BBC ruim 13 hectare wingerd had verworven van Leclerc Briant, gelegen nabij Verneuil in de Marne-vallei. Nog eens 2 hectare van de biodynamisch gecultiveerde wijngaard van dit merk werden bovendien gekocht door die andere bekende naam, Louis Roederer.

Daar bleef het niet bij, want recent werd bevestigd dat de rest van het domein Leclerc Briant, circa 14 hectare die nog in handen waren van Pascal Leclerc’s dochters nadat deze eind 2010 overleed, eveneens in de portfolio van Roederer is terechtgekomen. Het gaat in concreto om premiers crus wingerds in Hautvillers en Cumières die door Leclerc reeds sinds de oogst 2000 integraal naar de biodynamische landbouw waren geconverteerd.

Roederer nu de grootste

Door deze nieuwe acquisitie wordt Louis Roederer in één klap het grootste champagnehuis op het vlak van organische en biodynamische cultuur. Roederer bezat immers tot voor kort reeds 26 hectare wijngaarden die fifty-fifty volgens biodynamische en/of organische landbouwpraktijken worden geëxploiteerd, nadat rond het millennium met de eerste experimenten was gestart.

Op dit moment is er dus ruim 40 hectare biovriendelijke wijngaard in het bezit van dit champagnehuis, waarmee het de concurrentie voorlopig ver achter zich laat. Jean-Baptiste Lécaillon, de chef-wijnmaker bij Roederer, bevestigt echter dat het niet de ambitie van dit huis is om absoluut gecertificeerd te geraken of voortaan de cuvées ook als biodynamisch of organisch te gaan etiketteren.

De nieuwe acquisitie en de bestaande ecovriendelijke wingerds worden eerder gezien als experimenten om de kwaliteit verder op te krikken: “Ons doel is het nog véél te leren om zo een beter, expressiever product te kunnen afleveren” klinkt het.

Benieuwd wie de volgende ‘grote jongen’ wordt die in dit groene champagneverhaal stapt.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 6 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Heeft de champagneflûte afgedaan?

 

Kurk

Eindelijk krijgen wij gelijk! Met ‘wij’ bedoel ik de kleine groep wijnschrijvers die hun bubbels in een functioneel glas geserveerd willen zien in plaats van een modieus nonsensexemplaar. En niet bijvoorbeeld in die charmante, maar nutteloze‘coupe’, die volgens urban legends gemodelleerd werd naar de borsten van één of andere courtisane aan het Franse hof.

 

Veel efficiënter is inderdaad al de zogeheten ‘flûte à champagne’ of fluitglas, alhoewel het in onze Belgische horeca vaak huilen met de pet op blijft, want veel fluitmodellen zijn lomp en lopen niet, zoals het hoort, naar beneden spits toe, waardoor de belletjesstroom zich onvoldoende kan ontwikkelen.

Daar is de tulp!

Maar voor wie écht zijn - betere, zeker wat rijpere en complexere - champagnes in topvorm wil genieten, is zelfs deze traditionele flête maar een compromis. Ideaal is immers een meer naar een wijnglas neigend, uiteraard van een niet té gigantische kelk voorzien, tulpvormig glas.

Deze stelling krijgt nu steun uit ‘onverdachte’ hoek. De wereldbekende glasfabrikant Georg Riedel predikt nu overal dat ook de Champagnehuizen hun fluitglazen stilaan inruilen voor een wijnglas met een tulpkelk, vergelijkbaar met exemplaren waarin ze hun witte wijn schenken.

De verklaring voor deze stap? De toch objectief grotere oppervlakte van deze tulpvormige kelk - groter alleszins dan bij een veel nauwer flûteglas - laat het boeket mooier ontwikkelen, zorgt voor extra complexiteit en een romiger mondgevoel. De traditionele flûtes hebben bovendien nog een ander nadeel: ze worden vaak, weliswaar met de beste bedoelingen, tot aan de top met bubbels gevuld, zodat de mousserende wijn nog nauwelijks kan ademen en zijn aroma’s potentieel ontwikkelen. Met het tulpglas valt deze handicap grotendeels weg.

Uiteraard is deze boodschap van Riedel niet vrij van enig commercieel nut. Deze glasgigant heeft namelijk recent ook een nieuw eigen bubbelglas in tulpvorm gecommercialiseerd, ronder en groter dan de klassieke fluitvorm.

Emoties versus efficiëntie

Niet iedereen in Champagne is het trouwens met deze visie tegen de flûte eens.

Want tijdens een recent event in Londen verdedigde Pierre-Emmanuel Taittinger van het gelijknamige huis nog enthousiast de ‘flûte’. Volgens Taittinger is dit fluitglas nu net een prima middel voor bubbelwijnen om zich te differentiëren van stille wijnen. Champagne drinken uit een wijnglas lijkt voor hem een vergissing en zelfs haast doodzonde. Want, zo klonk het enigszins pathetisch: “Champagne is per slot van rekening niet alleen een wijn, maar ook een symbool van liefde en generositeit. Als we dàt vergeten, zijn we dood”.

Sorry, maar ik schaar me toch in het Riedel-kamp, vooral als het gaat om de meer complexere, rijke bubbels. Die kunnen inderdaad baat hebben bij zo’n extra kelkruimte. En bovendien, iemand die zoals Taittinger als enig argument pro de flûte aandraagt “...We hebben nu eenmaal een specifiek glas. En Champagne is geen wijn, maar een groot symbool”, die gelooft toch iets teveel in sprookjes en legt de feiten naast zich neer.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 3 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijn en ski, één strijd?

Skier280
Hij is toch onklopbaar als het er om gaat in de media terecht te komen!

Bernard Magrez, wijnmagnaat die nu reeds een imperium bezit van 37 domeinen in o.a. Frankrijk Spanje, Chili, Argentinië, Californië, Marokko, Uruguay en Japan - waaronder het bekende Château Pape Clément in de Bordelaise appellatie Pessac-Léognan -, heeft weer een gloednieuw luxeproduct gevonden om er slimme marketingcampagnes rond te bouwen.

Vorig jaar kwam hij reeds uitvoerig in het nieuws door de aankoop van een authentieke Stradivarius-viool. Volgens de geruchten hing er toen een indrukwekkend prijskaartje van 2 à 3 miljoen euro aan vast. Uniek historisch instrument natuurlijk dat hij als een echte mecenas via zijn pas opgericht ‘institut culturel’ ter beschikking stelt van topmuzikanten (lees Wijntycoon Bernard Magrez speelt eerste viool).

Maar ditmaal zocht Bernard Magrez het in de sportieve sfeer en meer bepaald in de skiwereld.

Ultralicht én elegant

Want wie de voorbije jaren ondanks alle crisissen toch goed geboerd heeft met aandelen of grondstoffen, kan vanaf nu de set luxeskilatten aanschaffen van het merk “Château Pape-Clément”.

Een op het eerste zich wel vreemde combinatie, want het veilig afzoeven van zwarte/rode pistes associëren we nu niet meteen met wijn en alcohol, maar aangezien Magrez met deze marketingstunt vooral mikt op het Bon Chic Bon Genre-publiek, zal hij wel weten waarmee hij bezig is.

Bij nader inzien blijkt het trouwens te gaan om een bijzonder exclusief sneeuwstel: er werd namelijk slechts een gelimiteerde serie van vijf exemplaren geproduceerd. De wijze waarop deze skilatten in het perscommuniqués worden beschreven lijkt echter eerder op een wijndegustatie. Want wat dacht u hier van? De ski’s getuigen van “...une incroyable légèreté”, samengesteld uit vederlicht materialen als koolstof, gecombineerd met “...le cuivre à des essences nobles telles que le frêne et le balsa”. Een technisch wondertje, maar “...le design joue la carte de la modernité et de l’élégance”. Zeg nu zelf: dit is toch eerder een pure wijncommentaar dan een technische bespreking van een technische uitrusting?

Bijna 6.000 euro

Deze unieke latten werden onlangs – waar anders? - in het supermondaine skioord Courchevel voorgesteld, maar dan wel à la Magrez. Het luxepakket ‘Skis Pape Clément’ bevat immers, naast het paar latten en stokken haut de gamme, een lederen etui bewerkt volgens de ‘façon sellier’ plus - en hier komt de kat op de koord - een kist waarin zes flessen van het Château Pape Clément millésime 2006, een nachtelijk verblijf voor 2 personen op het domein (met rondleiding én degustatie) plus een individuele skiles met Sébastien Amiez, ooit een gevierd Alpijnse slalomkampioen.

Voelt u zich meteen aangesproken door deze nieuwe mix van ‘exclusieve’ wijn, sport en marketing? Dan zal u wel diep in uw dividenden, bonus of bankrekening moeten tasten, want voor deze luxeset dient er 5.995 euro neergeteld. Die aankoop kan vooral in Courchevel, zowel in de skishop ‘The Edge’ (één van de partners achter dit project), als in de lokale boutique van Bernard Magrez of de vestigingen van de Groupe Tournier (Le Lana, le Saint-Roch, le St Joseph en le Cap Horn). Ook als u binnenkort Pape Clément bezoekt of de Magrez-shop in Parijs liggen deze luxelatten annex verwenpakket op u te wachten.

Als u het mij vraagt: is het niet eenvoudiger en vooral stukken goedkoper bij meteen een kist Pape Clément 2006 te bestellen, zonder al die tierlantijntjes? Per fles betaalt u dan tussen de 65 à 100 euro…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 1 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Duurzaamheid wordt nieuwe marketingbonus

Chile

Natuurlijke wijnproductie, duurzaamheid en ecovriendelijkheid worden stilaan begrippen met een goudwaarde in de wijnmarketing.

Ook al komt er vaak terecht scherpe kritiek op de soms semireligieuze en/of elitaire benadering van deze wijnbouw - recent nog vergeleek een Britse toonaangevende wijnimporteur van natuurlijke wijnen (!) deze wijncategorie met Marxisme, “...aangezien de werken van Karl Marx vooral lectuur waren voor een kleine groep mensen die ze konden begrijpen én waarderen, en niet bestemd voor de massa” - is iedereen het erover eens dat méér aandacht voor duurzamere wingerd, -vinificatie -en transportprocessen uiteindelijk alleen maar winnaars oplevert.

De eerste toetsing overleefd

In Chili heeft men deze boodschap goed begrepen en werd voorjaar 2011, onder impuls van de belangenorganisatie Vinos de Chile - een bijzonder invloedrijke vereniging waarvan de leden goed zijn voor ruim 92% van alle gebottelde wijnexport - , een gloednieuwe en naar verluidt strenge ‘Sustainability Code’ gelanceerd. Code waarmee individuele wijndomeinen kunnen gecertificeerd worden op al hun (al dan niet) duurzame praktijken, van druif tot fles.

Zopas werden de namen bekend gemaakt van de eerste 14 wineries die, na een schijnbaar zeer rigoureus assessment en een lang inspectieproces, als eersten officieel dit certificatiezegel in de wacht sleepten.

Althans: deze 14 wijnbedrijven werden reeds bekroond voor het eerste luik van de drie hoofdstukken tellende duurzaamheidscode. Dit eerste hoofdstuk - geldigheidsduur één jaar - bestrijkt namelijk de evaluatie van ecovriendelijke beheersprocessen en normen in de wijngaard (het zogeheten ‘Green Chapter’, focussend op de praktijken in de ‘Vineyard’), waardoor natuurlijke resources maximaal worden beschermd.

De 14 feestvarkens werden inderdaad nog niet getoetst op de duurzaamheid van hun activiteiten in de productiekelders (het ‘Red Chapter’met focus op ‘Winery’) of op hun totale maatschappelijke verantwoordelijkheid (het Orange Chapter, gericht op de ‘Community’). Die andere etappes worden in de loop van dit jaar verder beoordeeld en eventueel extra gecertificeerd voor een geldigheidsduur van twee jaar. Naar verluidt presteerden de 14 kandidaatdomeinen wél uitstekend tijdens deze assessmentronde. Ze haalden immers een gemiddelde score van 83 procent.

De 14 winnaars op een rij

In Chileense wijnkringen slaat men zich in ieder geval trots op de borst, want deze alomvattende benadering van het duurzaamheidsconcept is momenteel het meest ambitieuze van alle wijnproducerende landen: “We are committed to becoming the number one producer of premium, sustainable and diverse wines from the New World by 2020,” aldus een opgetogen René Araneda, president van Wines of Chile. “To achieve this goal it is imperative to create innovation that boosts our competitiveness. The development and implementation of Wines of Chile's state-of-the-art Sustainability Code is a key pillar to achieve this objective.”

Natuurlijk heeft Chili van nature een streepje voor op de concurrentie wanneer het op duurzame wijngaarden aan komt. Het microklimaat, de topografie, de geografische locatie (nabij de Oceaan of in de schaduw van de Andes) en de aanwezigheid van veel prephylloxera-druivelaars, lenen zich in de meeste wijnvalleien perfect voor zulke ecovriendelijke aanpak.

Als duurzaamheid dus één van uw koopcriteria is wanneer u uw wijnkelder of schenkmand vult, zijn dit de namen van de laureaten die nu gecertificeerd werden: Anakena, Arboleda, Caliterra, Casa Silva, Cremaschi Furlotti, Emiliana, Errázuriz, Montes, MontGras, Santa Cruz, Santa Ema, Santa Rita, Ventisquero en Vía Wines. Als ik me niet vergis liggen minstens 10 van deze 14 ook reeds in onze Belgische wijnrekken.

Hoe ze te herkennen? Deze domeinen zullen gedurende zeker een jaar een speciaal ‘Certified Sustainable Wine of Chile’-zegel op hun etiket, flessen en zelfs promotiemateriaal mogen dragen. Wees er dus maar zeker van dat ze deze bekroning dik in de verf zullen zetten in al hun volgende communicatie. Binnenkort zal dit duurzame koppeloton vermoedelijk serieus aangroeien, want nog eens 24 wineries hebben zich reeds ingeschreven voor dit certificatieproces.

Het is m.a.w. opnieuw de Nieuwe Wereld die het ‘Oude’ Europa een lesje in slimme wijnmarketing geeft. Nu maar hopen dat de gelauwerde domeinen deze marketingbonus niet aangrijpen om snel hun prijskaartjes te verhogen...

Frank Van der Auwera

Foto: Mark Scott Johnson op Flickr (Creative Commons licentie).

Geplaatst op 27 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

China: FC de wijnkampioenen

Toegegeven, zelfs als wijnschrijver kijken we soms met enige argwaan naar de Chinese wijnconsument.

Want deze nieuwe stroom van wijnliefhebbers belandt hoofdzakelijk in de media als nouveaux riches-kopers van Bordelaise kastelen, als onverantwoorde prijsopzwepers van ‘grote’ geklasseerde crus uit Bordeaux en Bourgogne tijdens veilingen of primeurcampagnes, of zelfs als regelrechte vervalsers, die het niet zo nauw nemen met internationale copyrights (lees o.a. China is op wijngebied het Wilde Westen of www.Lafite.nep of De tactiek van de opgestoken vinger of 2010 was een vet veilingjaar deel 1 en deel 2 of Miljoenen lenen om topwijn te kopen? of Chinese invasie in Bordeaux of Lucratieve handel in lege flessen of Chinezen sjoemelen met Bordeaux 2009 of Kijk uit voor Lafite 1982).

Een opinie die vaak nog eens extra negatief gekleurd wordt omdat deze gigantische natie voorlopig zelf nog maar weinig aantrekkelijke wijnen produceert, ondanks de royaal aanwezige geldstromen, genoeg geschikte geografische/klimatologische locaties én steeds meer ingehuurde wijnknowhow. Bovendien bezit China ook een lange geschiedenis van home made wijngeklungel, waarbij - door een wetgeving die lang zo lek was als een zeef - zowat elk ingrediënt ingeschakeld werd om er ‘wijn’ mee te brouwen. Elk ingrediënt, op druiven na tenminste.

Spectaculaire groeicijfers

En toch is er wel degelijk sprake van een structurele verschuiving, waarbij China als wijnconsument duidelijk een wereldmacht is geworden waarmee rekening dient gehouden.

Misschien wel de grootste verrassing voor velen is nog steeds het cijfermateriaal verzameld via de studie van The International Wine & Spirit Research (I.W.S.R.) in opdracht van het wijnsalon Vinexpo. Deze onderzoeksorganisatie analyseerde de consumptiepatronen -en prognoses in 114 consumentenmarkten en 28 wijnproducerende landen.

Uit deze analyse blijkt namelijk dat China in de hitparade van de wereldwijde wijnconsumptie nu al opgeklommen is tot positie 5, met andere woorden groter is geworden dan het Verenigd Koninkrijk. Tussen 2009 en 2010 groeide het Chinese verbruik - China én Hong Kong opgeteld - van stille, lichte en mousserende wijnen met een indrukwekkende +33,4 procent. Dat resulteerde in 2011 tot een totale wijnconsumptie van 156,19 miljoen 9 liter-flessen, waardoor het V.K. naar positie 6 op deze wereldrangschikking zakte.

Daarbij mogen we niet uit het oog verliezen dat we waarschijnlijk nog maar aan de startlijn staan van deze Chinese wijnpiek. Het consumptieproces versnelt zich immers aan een onvoorstelbaar tempo. Kijken we bijvoorbeeld naar de vijfjarige referentieperiode 2006-2010, dan blijkt dat de wijnconsumptie in China en Hong Kong met een factor 2,4 aandikte. De reeds geciteerde I.W.S.R.-studie voorspelt bovendien dat tussen 2011 en 2015 het wijnverbruik er nog eens met +54,25 procent zal groeien. Verwacht wordt dat het per capita wijnverbruik in China tegen 2015 zeker zal blijven toenemen met 1,9 tot 2 liter per jaar.

Amerikanen houden stand

Lach ze dus niet zomaar weg, onze Chinese wijnfans (lees ook Waarom Frankrijk met China flirt of Het Oosten kleurt bordeaux). Want voor we het hier in Europa beseffen, staan ze straks te pronken als de nieuwe globale numero uno qua wijnconsumptie. Positie die nu nog, ook met vlag en wimpel, wordt ingenomen door de V.S.A. Amerikanen kochten en consumeerden vorig jaar immers 3,7 miljard flessen wijn en tussen 2011-2015 zou dit volume met nog eens +10 procent aangroeien. Maar ze voelen nu al de hete adem van de Chinese drinkers...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 19 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

De oorlog tegen de kurksmaak

Diam
Het ‘kurkprobleem’ blijft, ondanks de inspanningen van de industrie, toch nog geregeld wijnliefhebbers irriteren. Op hygiënisch vlak en qua controles heeft de kurknijverheid beslist grote vooruitgang geboekt, maar vooral als het om oudere, rijpere - en helaas: duurdere - flessen gaat, kan het probleem van de ‘bouchonné’ zuur opbreken.

Ook restaurantuitbaters en sommeliers zitten nog geregeld met zo’n kurkkater, want geschat wordt dat tot 1 op de 15 flessen van courante (goedkope) wijnen en toch nog 1 op 40 à 50 van de exclusievere crus met dit kurkprobleem te kampen krijgt. En dus de facto ondrinkbaar c.q. waardeloos wordt.

Boosdoener TCA

Kurksmaak ontstaat als de kurkstop besmet raakt met Trichloranisol (TCA), waardoor de wijn uiteindelijk die kenmerkende muffe aroma’s en eerder metalige smaak krijgt. TCA is laagdrempelig, wat betekent dat er maar een minieme dosis aanwezig moet zijn om reeds die voor ons zo hinderlijke geuren te ontwikkelen en dus het eindproduct onomkeerbaar te verknoeien. Diverse oorzaken zijn reeds onderzocht die de kurksmaak zouden activeren, zoals het gebruik van chlooroplossingen bij het steriliseren van de kurk.

In het verleden zijn al talrijke pogingen ondernomen om het productieproces zo te organiseren, dat het risico op een geïnfecteerde kurk geminimaliseerd wordt. Zo kwamen wetenschappers van de NASA enkele jaren terug op de proppen met ‘Airocide’. Een purificatieprocédé dat in de jaren ’90 werd ontwikkeld om fruit en groenten vers te houden in de ruimtestations. Hetzelfde procédé werd echter door hen ingeschakeld om natuurkurken te toetsen. Met positief resultaat, zo bleek, want tests wezen uit dat 90 tot 95% van alle TCA-besmettingen in een verzegelde ruimte binnen de 24 uur werden geëlimineerd. (lees: Kurkprobleem definitief uit de wereld?).

Daar is Diam

Recent horen we in vakkringen echter steeds meer spreken over de ‘Diam’, een speciaal aangepast kurktype dat reeds in 2005 op punt werd gesteld door de groep Oeno, maar nu volop door de Fransman Pascal Popelier wereldwijd wordt gepromoot. Blijkbaar met groeiend succes, want van deze Diam worden nu reeds in alle stilte per jaar circa 1 miljard stuks geproduceerd. Zo onderstreept expert Pascal Popelier dat er reeds 100 miljoen flessen Bordeaux - circa 1 op de 7 - per oogst met deze nieuwe kurkvorm worden afgesloten, zij het vooral in het prijsgunstige genre. De grands crus houden blijkbaar voorlopig nog de boot af en beperken zich tot de klassieke natuurkurk. De kans dat u echter al een Diam-fles hebt ontkurkt, wordt met dag groter.

Naar verluidt is de Diam-kurk gegarandeerd vrij van kurksmaak dankzij een uniek gepatenteerd fabricageproces. “Nous avons breveté un processus de fabrication unique mené dans notre usine d'Extremadura, au sud-ouest de l'Espagne", aldus Popelier in een recent interview.

Concreet wordt de kurk geplet waarbij al zijn moleculen worden onttrokken en geëlimineerd. Na dit proces blijft er slechts een poeder over, dat totaal neutraal én gepurifieerd is. Dat wordt vervolgens geagglomereerd met zogeheten microbilles (microbolletjes) plus een bindmiddel. In een volgende productiestap worden dan kurken van het type Diam individueel gegoten in de gewenste vorm, bijvoorbeeld volgens diverse grootte of hun bestemming (voor mousserende of stille wijnen?).

Het oog wil ook wat

Niet alleen is zo alle risico op kurkaantasting verdwenen, maar extra voordeel van dit procédé - althans voor de producent - is dat men zelfs schorsafval van de kurkeik kan gebruiken om zo’n Diam-kurk samen te stellen. Uiteraard reflecteert zich dat ook in de prijzen, want de Diam kan op deze tegenwoordig bijzonder concurrentiële markt zijn prijskaartje goed scherp positioneren.

Is dit dan met andere woorden de Reddende Engel voor de ganse wijnindustrie? Helaas bezit ook de Diam een zwakke plek: zijn ‘looks’. Visueel ziet de koper immers meteen dat het om een samengesteld product gaat, dat inderdaad niet zo mooi oogt als de klassieke natuurkurk.

Vandaar dat voorlopig de opmars van deze ‘veilige’ kurk beperkt blijft tot wijnen in het prijssegment 3 à 12 euro, maar de exclusievere crus niet meteen toehappen. Want die beseffen maar al te best dat het totaalimago van een fles letterlijk geld waard is.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 5 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Languedoc schrikt wakker

Het was te denken dat de reactie ‘uit het zuiden’ niet kon achterblijven, toen onlangs bekend raakte dat Bordeaux eindelijk ook het idee van Vin de France heeft geaccepteerd (lees Bordeaux slikt Vin de France).

Door deze beslissing van het C.I.V.B. (Conseil Interprofessionnel du Vin de Bordeaux) en de Bordelaise wijnbusinerss zullen immers voortaan honderdduizenden hectoliters bordeauxbasiswijn gedeclasseerd worden en aangeboden onder dit vrij anonieme, immers zeer ruime, groepslabel.

De zoveelste poging om de overschotten van instapwijntjes weg te werken en daar nog een eurocent aan te verdienen.

Duurzaam en sprankelend

Maar deze stap van de Bordelaise handel impliceert wel dat er op de Franse wijnmarkt een nieuwe concurrent opstaat voor de reeds in moeilijkheden verkerende Languedoc-Roussillon, wijnschuur waar duizenden kleinschalige wijnbouwers en coops reeds moeten opboksen tegen o.a. de prijskrakers uit de Nieuwe Wereld, Spanje en Italië. Elke nieuwe lancering van wijnen zonder I.G., dus zonder specifieke geografische indicatie maar wél met vermelding op het etiket van de druivenrassen, vormt immers een serieuze bedreiging voor hun eigen winkel.

Logisch dat de gemoederen in het zuiden dus opwarmen. Dat bleek duidelijk uit een recente meeting van de assemblée générale die de producenten van Pays d’Oc overkoepelt. De interprofessionele belangenorganisatie Inter Oc begon alvast met een klassieke truc: een verhoging van de ledenbijdrage, zodat er extra geld in de oorlogskas belandt. “L’interprofession a besoin de plus de moyens pour défendre le label Oc dans un environnement concurrentiel et réglementaire modifié par l’arrivée des vins sans IG avec mention du cépage”, aldus Olivier Simonou, president van Inter Oc, die verdacht veel klonk als onze Belgische politici.

Maar buiten een centenkwestie kwamen er ook andere argumenten, dekpistes en strijdkreten op tafel. “Il faut remuscler la qualité de l’IGP Oc à travers une démarche de modernité“ klonk het strijdvaardig. Wat dit in concreto kan betekenen? De verdere ontwikkeling van de duurzame wijnbouw bleek één piste waarmee men de toegang tot de (wereld)markt wil veiligstellen. Een andere invalshoek: extra focus zetten op kwaliteitsbubbels uit de Languedoc, waarvan het potentieel zeer hoog ingeschat wordt, want “C’est un produit d’avenir, le marché mondial des effervescents est en pleine croissance.”

Spectaculaire volumedaling?

Tegelijk werd gekeken hoe de IGP Pays d’Oc zijn positie op de Franse thuismarkt kan versterken, want we mogen niet vergeten dat - ondanks het jarenlange succes van deze landwijncategorie in de export - zowat de helft van het volume IGP Pays d’Oc in Frankrijk zelf kopers vindt.

Om dit marktaandeel op te peppen wordt het clubidee nog eens opgepoetst. Binnen de belangenorganisatie Inter Oc bestaat namelijk al een tijdje de ‘Club des Marques’ (merkenclub), maar nu wil men ook een gelijkaardige ‘Club des enseignes’ oprichten, zeg maar de club van de verkooppunten. Distributeurs die tot dit clubje toetreden zouden dan een cofinanciering krijgen van hun promotieacties met Pays d’Oc-wijnen.

Als u het ons vraagt: voorlopig veel geblaat en weinig wol.

Waarschijnlijk moet iedereen nog de resultaten van de studie verwerken die in opdracht van Inter Oc door ABSO Conseil werd uitgevoerd. Enquête die inzicht moet geven hoe de IGP Pays D’oc in zijn geheel en specifiek de cépagewijnen ‘haut de gamme’ en de instapcuvées zich moeten herpositioneren.

Eén van de mogelijke hypotheses die namelijk in deze prospectieve studie werd uitgetekend oogt behoorlijk catastrofaal. Als de belangenorganisatie en producenten jarenlang passief blijven en zich dus niet wapenen tegen de nieuwe toevloed van wijnen zonder geografische indicatie, zou er bij de OC-wijnen wel eens een volumedaling tot 70 procent kunnen optreden. Voor de Languedoc, die al decennia financiële zuurstof haalt uit de commercialisering van deze nog populaire landwijnen, zou dat de doodsteek zijn.

Als er daarentegen wél een coherent offensief wordt ontwikkeld dat het label ‘Oc’ helpt beschermen, dan ligt de uitkomst nog op de wip: ofwel zal de verkoop de volgende jaren dan minder dramatisch dalen (tot -10 procent qua volume), ofwel zelfs lichtjes vooruitgaan.

In de Languedoc hebben veel wijnboeren dus nog wat anders dan de euro om van wakker te liggen...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 december 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Bordeaux slikt Vin de France

IStock_000014342903XSmallWe zitten volop in de feestdagen en ik geef het u op een briefje: op veel tafels zullen weer de flessen bordeaux belanden, ook al verliest deze appellatiecluster gedurende het jaar steeds vaker de concurrentiestrijd met o.a. de Nieuwe Wereld, Spanje of Italië.

Precies die verscherpte concurrentie verklaart waarschijnlijk waarom men in Bordeaux bereid is tot een serieuze toegeving. Stilaan is er in de lokale wijnbusiness namelijk consensus gegroeid rond de idee van een declassering van een aanzienlijk oogstvolume onder de noemer ‘Vin de France’.

Tot 20 procent anoniem

De belangenorganisatie C.I.V.B. (Conseil Interprofessionnel du Vin de Bordeaux) heeft namelijk in het kader van zijn anticrisisplan ‘Bordeaux Demain’ begin december een charter getekend met de lokale wijnbusiness. Hierdoor wordt het mogelijk om in de toekomst honderdduizenden hectoliters bordeauxwijn ook onder het algemene ‘Vin de France’-label te verkopen.

Een heuse paleisrevolutie voor deze trotse regio, want onder deze benaming - die tussen haakjes de oude categorie van vin de table vervangt - wordt dan Bordelaise wijn op de markt gebracht zonder dat er op het etiket nog de vermelding ‘Vin de Bordeaux’ prijkt. Deze anonieme cuvées drukken wel nog de gebruikte druivenrassen en/of hun oogstjaar af, maar alle referenties naar Bordeaux worden richting eindconsument doorgeknipt.

Deze beslissing kan men natuurlijk op twee manieren interpreteren.

Enerzijds als een nederlaag voor de Bordelaise wijnindustrie, die lang heeft gedacht - én volgehouden - dat ze ‘crisisproof’ was, maar net zoals andere regio’s of concurrenten (denk maar aan Australië) met een flink wijnsurplus en soms weinig rendabele exploitaties opgezadeld zit. Een bedrijfseconomisch dubbel probleem waarvoor een uitweg wordt gezocht via deze ‘Vin de France’-categorie.

Anderzijds als een bewijs dat men ook in Bordeaux de crisis effectief durft aan te pakken en daarbij desnoods zijn trots inslikt. Door een deel van de overschotten te laten wegvloeien in de (anonieme) categorie ‘Vin de France’, beschermt men op papier immers beter de appellatiewijnen uit de regio. En wordt de kwaliteitslat zo hoger gelegd. Die visie vertolkte ook Philippe Vasseur, de president van FDSEA (Fédération départementale des syndicats d'exploitants agricoles de Gironde), dit voorjaar reeds in de Franse media: “Cela permettrait d'assurer au producteur le même chiffre d'affaires que l'AOC Bordeaux, mais avec des contraintes en moins.”

Om u een idee te geven over welke volumes we hier spreken: volgens de eerste ramingen zou 15 tot 20 procent van de Bordelaise jaarproductie in aanmerking komen om onder het etiket ‘Vin de France’ verkocht te worden.

En zo wordt de internationale wijnzee van spotgoedkope 'anonieme' wijntjes weer met honderdduizenden hectoliters groter...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 12 december 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Bordeaux per sportauto of oldtimer

Dat Frankrijk continu nieuwe pistes zoekt voor zijn oenotoerisme, is een feit. Terwijl wijntoerisme lange tijd zeer amateuristisch gebeurde - op initiatief van de toerist zelf die tijdens zijn doorreis of verblijf lokale caves ging bezoeken -, werden er ondertussen in vrijwel alle belangrijke wijnproducerende regio’s speciale wijnroutes uitgestippeld, met een varia aan bezoekmomenten en entertainment.

Maar soms vraag je je toch wel eens af of deze zucht naar ‘originele invalshoeken’ niet overdreven wordt. En vooral: of de link met het wijngebeuren, toch dé kern van deze toeristische tak, niet ondergesneeuwd raakt door alle modieuze en effectscorende tierlantijntjes.

Wijn als excuus

Zo heeft Gentleman Classic Car, een in Bordeaux gevestigde verhuurbedrijf van sportwagens en oldtimers, zich de voorbije maanden ook geworpen op dit schijnbaar lucratieve(re) oenotoerisme. Maar dan wel in luxeverpakking.

Wie wil kan namelijk voortaan in de Médoc én Champagne wijndomeinen bezoeken in een dure sport -of collectiewagen. In de champagneformule bijvoorbeeld krijgt men dan eerst twee uur initiatie op een circuit om deze ‘oude’ wagens te leren kennen en veilig te besturen, gevolgd door een etentje voor twee, de eigenlijke huur van de auto en het bezoek annex degustatie bij een cave. Wie opteert voor de (duurdere) formule ‘Ladies & Gentlemen’ krijgt als extra nog een gastronomisch diner voorgeschoteld plus een overnachting in het Château de Fère (Fère-en-Tardenois). Andere parcours werden reeds uitgedokterd in o.a. de Périgord of Saint-Emilion. Naargelang de gekozen formule bedraagt de instapprijs per dag zo’n 400 euro.

Zal ongetwijfeld leuk zijn, maar het lijkt me toch dat deze initiatieven eerder mikken op autofreaks en ambiancejagers, dan op mensen die effectief domeinen willen bezoeken of de Routes des Vins leren ontdekken. Maar ik geef toe, wat is het verschil met de ballonvaarten of treinreizen-met-proeverij die bijvoorbeeld al jaren in Californië worden georganiseerd?

Hoe dan ook, het is het zoveelste bewijs dat oenotoerisme in Frankrijk op een hoger toerental draait, of op zijn minst als excuus wordt gebruikt om eens in een antieke auto rond te tuffen of een jongensdroom te realiseren.

Frank Van der Auwera

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer