Home Markten Live Netto Sabato

Innovatie

Geplaatst op 24 februari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Star Wars in Bourgogne en Beaujolais

HagelHet gaat dit keer niet om een (anti)terreuractie, maar om een technisch beschermingsplan tegen hagelstormen, die in deze regio vaak enorme schade toebrengen aan de wijngaarden.

Tegen juni dit jaar zullen in Bourgogne en de Beaujolais - op uitzondering van de Châtillonais – extra 90 zogeheten ‘générateurs anti-grêle’ worden geïnstalleerd, die dan zo samen ruim 45.000 hectare aanplant zullen beschermen tegen komende hagelbuien. Systeem dat tot nu toe reeds functioneert via 53 installaties in 14.000 hectare wingerd gelegen in de Côte d'Or, de Côtes-de-Beaune en Nuits, de Côte châlonnaise en le Couchois.

In concreto gaat het om een mobiele installatie die nitraatraketjes afschiet in een dreigende hagelwolk, waardoor de hagelkorrels kleiner worden en veel trager neerdalen. En hopelijk zo minder schade berokkenen aan de druivelaars. Dat is het ideale scenario, want deze methode is niet 100% onfeilbaar en waarschijnlijk ook een pak duurder dan een bescherming via netten, zoals die vaak elders wordt toegepast.

Hagel als kwelduivel

Dat een protectiesysteem een must is, staat buiten kijf. Bourgogne en zeker ook de Beaujolais worden de laatste jaren steeds frequenter geteisterd door hagelstormen.

Zo trokken voorjaar 2016 alleen al drie zware stormen over de Beaujolais. Zij zorgden ervoor dat maar liefst 2.136 hectare wijngaard voor gemiddeld 64% werden beschadigd, terwijl in nog eens 973 hectare maar liefst driekwart van de wijnstokken werden getroffen. In totaal werden in die periode zo 412 wijnexploitaties getroffen, waarvan 39 hun beplante oppervlakte zelfs met méér dan 75% beschadigd zagen.

En als we dan bedenken dat in de Beaujolais slechts 4 op de 10 wijnfirma’s verzekerd zijn tegen deze calamiteiten, vaak niet eens kostendekkend, dan wordt het waarom van deze technische investering in een rakettenschild duidelijk.

Gezocht: lanceerpersoneel

In Bourgogne en de Beaujolais gelooft men daarom heilig in deze Star Wars via nitraatraketten.

Alle betrokken ODG's (Les Organismes de Défense et de Gestion) van de appellaties uit de Mâconnais, Chablis, l'Auxerrois en Beaujolais – met ruggensteun van de CAVB (La Confédération des Appellations et Vignerons de Bourgogne) - zetten hun schouders nu onder dit rakettenschild voor bijna het integrale druivenareaal in hun regio's.

Het systeem bezit wel een belangrijke Achilleshiel: mankracht. Elk toestel heeft namelijk drie m/v nodig om de raketjes veilig en efficiënt te lanceren. Of die in tijden van hagelstormen tijdig paraat zullen staan, blijft dus de sleutelvraag…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 17 februari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Het kurkprobleem eindelijk opgelost?

KurkNiets zo frustrerend voor een wijnliefhebber als een (dure) fles die ‘bouchonné’ blijkt, dus waarbij de natuurkurk aangetast is door de chemische component TCA, het boeket daardoor naar muf karton en schimmel ruikt en de inhoud quasi-ondrinkbaar is.

De kurkindustrie sleutelt al jaren, onder druk van de schroefdoppen- en plastiekindustrie die veel marktaandeel veroverden, aan een oplossing voor dit probleem en heeft via geavanceerde technologieën de foutenmarge serieus weten terug te dringen.

De ultieme natuurkurk

Maar recent kwam het Portugese Amorim, 's werelds grootste producent van natuurlijke wijnkurk, op de proppen met de nagenoeg TCA-vrije kurk. Doopnaam: NDtech.

Door gebruik te maken van snelle chromatografie en elke geproduceerde kurk individueel gedurende enkele seconden te scannen, wordt TCA teruggedrongen tot maximaal 0,5 nanogram per liter. In mensentaal: deze amper te detecteren hoeveelheid is het equivalent van één drupel water in 800 Olympische zwembaden. Of: risico op kurkgeur vrijwel nihil. Met garantie bovendien, want elke kurk die boven de 0,5 nanogram TCA wordt gescand, wordt automatisch uit de batch verwijderd.

Is dit echter wel een echte innovatie, vraagt de kritische wijnkenner zich af. Want er bestaat toch al langer een kurkgeurvrije ‘Diam’, geproduceerd door concurrent Oeneo?

Het verschil tussen beide zit echter in hun structuur. Waar deze ‘Diam’ een technische, want samengestelde kurk is, wordt de nieuwe NDtech in één geheel uit kurk gestript en is dus een ‘natuurkurk’ in de zuivere zin van het woord.

Deze innovatie ging niet over één nacht ijs, maar is het resultaat van een investering van ruim 10 miljoen euro en 5 jaar Research & Development.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 10 februari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Organisch van A tot Z

CavaKurkMisschien is het u ontgaan, zelfs als u tot de meest fanatieke believers van de biologische wijnkerk behoort, maar Europa - en meer bepaald Spanje - bezit wel een primeur: de eerste 100% pure organische appellatie.

Eventjes nadenken waar en wie? Het is namelijk een schisma in de cava-productie die tot dit resultaat leidde, in casu de Calataanse DO Clàssic Penedès.

Weg van de massaproductie

In 2014 braken immers een aantal producenten uit de cava-koepel, gestimuleerd door de lokale eco-paus Albet i Noya, omdat ze zich niet langer konden vereenzelvigen met de soms belabberde kwaliteit van deze populaire Spaanse bubbels. Want door het enorme exportsucces werd de spoeling ook steeds dunner en dunner, zodat er – zelfs op onze Belgische markt – cava's in de rekken belandden waarvan de basisfactuur (vinificatie, fles, botteling, etikettering, dus de blote aankoopprijs) inferieur werden aan alle bijkomende kosten (transport, winstmarge, accijnzen, eco-kosten,…). De inhoud werd soms ondergeschikt aan de uitmonstering en het imago. Dus kwamen steeds meer producenten in het geweer tegen deze nivellering richting bas de gamme.

De nieuwe subappellatie Clàssic Penedès bleek evenwel toch meer dan een stelletje dwarsliggers of dikkenekken-bodega's. Zo was één van de belangrijkste condities om tot deze nieuwe club toe te treden de vereiste om gecertificeerd organische wijn te produceren. Zonder deze certificatie en een kelderrijping van minimaal 15 maanden kunnen de (aspirant)leden immers nooit het label van de DO Clàssic Penedès dragen.

Met andere woorden: dit is de eerste unisono appellatie op Europese bodem, zij het dat het natuurlijk om een voorlopig nog klein clubje draait. Want momenteel zijn er slechts 15 bodega’s die de DO belichamen. Bodega's waarvan een aantal ook bij ons vlot te koop zijn: Albet i Noya, Bonans, Castell de Pujades, Celler Can Morral del Moli, Celler Grapissó, Celler Puig Romeu, Cellers AT Roca, Clos Lentiscus, Colet, Loxarel, Mas Bertran, Mas Comtal, Mas dels Clavers Can Gallego, Miquel Jané en Torre del Veguer.

Loont het?

Dubbele hamvraag blijft.

Eén: wanneer krijgen deze 15 pioniers eindelijk meer sympathisanten die ook hun buik vol hebben van de platvloerse en banale cava's, zodat deze DO geen (weliswaar boeiend) randfenomeen blijft in de cava-commercie?

En twee: valt deze organische origine en druivencultuur ook effectief te proeven in het glas? Met andere woorden, is de toegevoegde waarde - en de soms hogere prijsvork - van deze certificatie in een ‘mousseproces’ essentieel? Ik denk dat we de komende weken en maanden dringend een aantal vergelijkende degustaties moeten organiseren om hierop een antwoord te vinden.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 30 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Latour op de organische toer

LatourDat steeds meer domeinen, zelfs in de Bordelais, zich profileren als biologische of organische producent, is geen toeval. Een bio-imago kan tegenwoordig immers een flinke commerciële bonus betekenen, ook al wordt er reeds jaren zo natuurlijk mogelijk gewerkt. Maar perceptie is een sterk wapen in de wijnhandel.

Cruciaal in deze perceptie of een wijnstreek/appellatie als ‘natuurlijk’ wordt bekeken, is het feit dat er een aantal voortrekkers met naam en faam actief zijn.

Daarom is het voor een als traditioneel gepercipieerd wijngebied als Bordeaux zo belangrijk dat het legendarische Château Latour (Premier Grand Cru Classé Pauillac) zich deze dagen out als ‘organisch wijndomein’.

In 2018 gelukt?

Deze onbetwiste topper uit het klassieke klassement van 1855 produceert jaarlijks drie verschillende cuvées. De ‘grand Vin’ is het Château Latour waarvoor, zeker uit oudere millésimes, fortuinen worden voor neergeteld en waarvan het overlevingsparcours meerdere decennia overspant. Een gespierd Cabernet Sauvignon-beest dat in recente oogsten tussen de 900 à 1.400 euro wordt verhandeld. Het druivenmateriaal ervoor komt dan ook uit het historische ‘Enclos’ van 45 hectare, met zicht op de Gironde, waar de rijping optimaal gebeurt.

Als tweede wijn is er het label ‘Les Forts de Latour’ (samengesteld uit de jongere stokken die nog niet de grand vin-status verdienen) en de derde wijn gaat als ‘gewone’ Pauillac onder kurk, met dito lager prijskaartje natuurlijk.

De conversie richting organische wijncultuur draait nu integraal rond deze historische 45 hectare van het Enclos, prestigeperceel dat wel bijna de helft van het totale domein van 88 hectare beslaat.

Het conversieproces werd al in 2015 opgestart en aangezien de certificatie ten vroegste pas na drie jaar wordt toegekend, betekent het dat we moeten wachten tot de oogst 2018 alvorens we de eerste ‘organische’ Château Latour kunnen kopen.

Minder is meer

Wat er vooral verandert bij Latour nu ze de organische kaart trekken?

Voortaan worden uitsluitend koper en zwavel, in combinatie met diverse plantinfusies, ingezet om ziekten in de wingerd te bestrijden. Ook insecticiden worden taboe en vervangen door de techniek van seksuele verwarring, waardoor de voortplantingscyclus van bepaalde schadelijke insecten verstoord wordt. En natuurlijk worden geen onkruidverdelgers meer gebruikt en zal exclusief organische mest alle kunstmest vervangen.

Mijn vraag is echter: zullen we dat straks ook proeven in het eindproduct? Ik denk het niet, aangezien Château Latour ook voor deze organische conversie nu niet meteen een chemische veelgebruiker was die zijn cliënteel ‘vergiftigde’.

Maar dat het marketingverhaal er rond als zoete broodjes verkoopt, illustreert verdorie zelfs deze column…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 22 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Blauwe wijn loopt blauwtje op

Vorig jaar was het een hype: plots lag er ‘blauwe’ wijn in de Europese rekken.

Product dat meteen de drinkende gemeenschap in twee kampen verdeelde. Het (overgrote) deel bestond uit tegenstanders, producenten én liefhebbers die dit nieuwe wijntype als een pure marketinggimmick en een kunstmatige creatie beschouwden. Een hipster-drankje kortom. Maar de voorstanders vonden het integendeel een leuke, trendy nieuwe drank die volgens hen wel natuurlijk was en bovendien eindelijk enige afwisseling bracht in het klassieke kleurschema wit-rood-rosé.

Wat er ook van zij: in Spanje kan men er niet mee lachen.

Bastaardwijn

Alhoewel het een team van jonge Spanjaarden was dat vorige zomer onder het Gik-label de eerste blauwe wijn lanceerde en meteen ruim 100.000 flessen in 25 afzetmarkten verkocht, krijgen zij nu een njet van de Spaanse wetgever.

Na een anonieme klacht en duidelijke afkeer van de traditionele wijnlobby, kregen de makers immers inspecteurs over de vloer. En het verdict dat recent viel is hard: blauwe wijn mag voortaan niet langer als ‘wijn’ gelabeld en verkocht worden, zo klinkt het nu officieel. Een blauwe wijn als Gik hoort in Spanje nu thuis in de vage categorie ‘andere alcoholische dranken’.

Uiteraard een dikke streep door de rekening van de entrepreneurs achter ‘Gik’. En al hun imitatoren die overal mee op de blauwe trein sprongen. Zij vinden deze beslissing namelijk absurd, omdat hun product voor 100% van een selectie Spaanse druivenvariëteiten wordt gemaakt en zijn blauwe kleur slechts krijgt na toevoeging van een natuurlijk pigment dat uit de druivenpel wordt geëxtraheerd.

Wat hun dossier natuurlijk zwakker maakt is dat er ook indigo wordt toegevoegd, een in se natuurlijke kleurstof afkomstig van de Wede-plant, die echter al lang ook artificieel wordt vervaardigd. Dat wijkt toch al af van klassieke vinificatieprocessen.

Bovendien maakten de Gik-teamleden bij de lancering van hun blauwe wijn ook strategische PR-fouten. Zo gaven ze in interviews toe dat niemand van hun team écht expertise had op gebied van wijnmaken en dat voor hen de kleur er eigenlijk niet toe deed. Hun reclamecampagne draaide verder helemaal rond het ‘breken van de wijnregels’, het ‘heruitvinden van tradities’ of het ‘drinken van innovaties’. Niet meteen een taalgebruik waarmee je de traditionele wijnbusiness- of drinkers charmeert.

Slag in het water?

Maar nu kreeg blauwe wijn dus rood licht in Spanje. Voorlopig zijn deze blauwe revolutionairen echter nog niet zinnens zich neer te leggen bij deze officiële beslissing. Op Change.org lanceerden ze daarom een actie en petitie om zoveel mogelijk steun te verzamelen. In hun motivatie wordt het voorgesteld of zij de strijd aanbinden tegen de 'oubolligen' en 'conservatieven' die blauwe wijn als blasfemie beschouwen.

Wat ook de uitkomst wordt: heeft deze actie nog wel zin? Want waar enkele maanden geleden blauwe wijn nog een hot topic was in veel populaire media, lijkt de hype serieus afgekoeld.

Misschien is de houdbaarheidsdatum van blauwe wijn ondertussen reeds overschreden…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 11 december 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Languedoc lijdt aan waterstress

Veel wijnmakers uit het Franse Zuiden – en meer specifiek de Languedoc - die ik de voorbije maanden sprak, haalden het reeds spontaan aan: hun wijngaarden worden tijdens de groeicyclus steeds vaker geconfronteerd met waterschaarste. Steeds langere periodes van droogte worden namelijk afgewisseld met dan plots hevige wolkbreuken, waar soms hoeveelheden neerslag van een hele maand in amper 24 uur vallen.

Door deze klimaatgrillen en oprukkende droogteperiodes ligt een oud dossier weer boven op tafel, zoals onlangs nog tijdens het technische wijnsalon Dionysud: irrigatie.

Want in de Languedoc-Roussillon, de regio die vaak te kampen heeft met deze waterschaarste, is op dit moment nauwelijks 10% (24.000 hectare) van de in totaal 240.000 hectare wijngaard uitgerust met een irrigatiesysteem. Volgens de Kamer van Landbouw van het departement Hérault wordt die situatie stilaan onhoudbaar, want de wijngaarden in de Languedoc hebben de voorbije jaren quasi elke recente oogst met waterstress af te rekenen. Diverse studies zijn dan ook lopende, onder meer om dé cruciale vraag te beantwoorden: waar moet uiteindelijk al dat water vandaan komen als iedereen zijn percelen wil irrigeren?

Actueel zijn de spelregels voor irrigatie streng, maar met toch reeds enkele achterpoortjes. Irrigatie is verboden voor alle wijnen tussen 15 augustus en de eigenlijke pluk. Maar voor midden-augsustus hangt alles af van de status van de wijngaard. Wijnen met een IGP en ‘Vin de France’ mogen immers probleemloos tot midden-augustus irrigeren, terwijl de (theoretisch) hoger gequoteerde AOP-kwaliteitswijnen er reeds op 1 mei moeten mee ophouden. Tenzij er zo’n catastrofe dreigt door een uiteonderlijke hete zomer, want er kan ook een uitzonderingsaanvraag worden ingediend die deze irrigatieperiode verlengt.

Gevolgen voor de consument

Wat die waterstress voor de eindconsument betekent? Meestal loopt dit fenomeen, zoals deze oogst in Frankrijk het geval is, samen met een serieus verminderd productievolume, maar toch een mooie kwaliteit en fruitconcentratie. Op voorwaarde natuurlijk dat er bekwame wijnmakers aan de slag zijn die hun druivenmateriaal wekenlang goed in het vizier houden en achteraf streng triëren.

Maar het resultaat in de rekken, zeker als meerdere opeenvolgende oogsten aan waterschaarste dus volumeverlies lijden, zal duidelijk zijn bij onze factuur. Prijsstijgingen zijn dan haast onvermijdelijk.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 november 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Tokaj schrapt traditie

TokajiElke nationale wijnindustrie heeft commercieel minstens één ‘trekpaard’ nodig: een appellatie, liefst met een lange geschiedenis en renommee, die de interesse van de consument kan prikkelen. Zelfs zonder dat de meeste wijnliefhebbers er flessen van in hun kelder stockeren.

Dat geldt zeker voor wijnlanden die niet meteen tot het kransje van de ‘Untouchables’ (Frankrijk, Italië, Spanje,…) worden gerekend, zoals Hongarije. Iedere amateur zal het erover eens zijn dat er veel potentieel in dit wijnland schuilt, maar de kennis van domeinen, druivenrassen en stijlen blijft uiterst beperkt bij het grote(re) publiek.

Eén ding heeft echter altijd tot de verbeelding gesproken, ook bij consumenten die er nog nooit één druppel van dronken: de regio Tokaj, heimat van één van de oudste wijntypes ter wereld de Tokaji Aszú, een zoete wijn gemaakt van door edele schimmel aangetaste (en ingedroogde, dus verkrente) druiven.

Populair aan het hof

Deze exclusieve dessertwijn werd inderdaad eeuwenlang in verband gebracht met blauw bloed en vorstenhuizen, aangezien hij in die kringen razend populair was.

Zo zond Keizer Frans Jozef van Hongarije naar verluidt de Britse koningin Victoria steevast op haar verjaardag een partij Tokaji, namelijk voor ieder nieuw jaar een extra dozijn. Met als resultaat, zo blijkt uit de annalen, dat er voor haar 81ste verjaardag in mei 1900 maar liefst 972 flessen Tokaj richting London werden verscheept.

Maar ook de Russische Catharine de Grote was dol op de Tokaji, zelfs in die mate dat zij haar voorraad permanent liet bewaken door gewapende militairen.

Een reputatie die onder het communistische bewind echter serieus beschadigd werd - want er werd toen gesjoemeld met de kwaliteit en spelregels - , maar sedert de val van de Berlijnse Muur is dit wijntype aan een commerciële remonte bezig, o.a. dankzij de instroom van buitenlandse investeerders en knowhow.

Puttonyos in de ban

Tot voor kort kende de Tokaji Aszú een strakke rangorde (waarbij we eventjes de Eszenzia buiten beschouwing laten). Het suikergehalte, dus de zoetheidsgraad en concentratie van de wijn, werd op het etiket vermeld in het aantal "puttonyos", oplopend van 2 tot 6.

Een puttony is een mand die de plukker op zijn rug draagt en waarin de door botrytis (edele schimmel) aangetaste druiven zorgvuldig worden verzameld. Hoe meer van deze puttonyos tijdens de vinificatie aan de most worden toegevoegd, hoe zoeter en geconcentreerder de cuvée smaakt. En hoe duurder ook de fles in de winkel, want op papier ook langlevender.

Maar ook in de Tokaj-regio waait nu een nieuwe wind en heeft men besloten om deze oude classificatie radicaal te schrappen. De vermelding puttonyos verdwijnt dus van de etiketten.

Voortaan is de zoetste Tokaji de categorie ‘Eszencia’, buitenbeentje dat minimaal 450 gram (!) restsuiker per liter moet bevatten en een alcoholgehalte tussen de 1,2% (!) en 8% kan bevatten. Daaronder volgt de grootste groep, die simpelweg ‘Aszú’ wordt gedoopt, met zeker 120 gram residuele suikers per liter en minimaal 9% alcohol. Al de andere, speciale subsoorten zoals ‘szamorodni’, ‘fordítás’ of ‘máslás blijven in droge en zoete versie bestaan, waarbij de dessertversies minimaal 45 gram/liter restsuikers moeten dragen.

Of deze zogeheten simplificatie het nu makkelijker maakt voor de eindconsument betwijfelen we echter, want straks belanden er ‘Aszú’ - wijnen op onze markt die inhoudelijk enorm kunnen verschillen qua suiker- en alcoholpercentage. Zonder dat de koper dit kan aflezen van het label.

Het wordt voortaan dus veel gissen of googelen voor de liefhebbers.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 14 november 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

De wraak van de natuurkurk

KurkIn deze columns hebben wel al veel (virtuele) inkt geïnvesteerd in de commerciële strijd tussen wijnflessluitingen ‘natuurkurk’ en ‘schroefdop’. Maar gek genoeg komt nu plots de verdediging van de klassieke kurk uit onverwachte hoek: Australië, heimat van de screwcap.

Daar verklaarde immers Peter Gago, de Brits-Australische chief winemaker van het bekende Penfolds en sinds 2002 ook de ‘bewaker’ van de legendarische cultcuvée Penfolds Grange, recent dat hij niet langer exclusief gelooft in de schroefdop als sluiting voor grote, lees dure, wijn.

Zijn argumentatie? Nu de foutenmarge van de natuurkurk - vooral door allerlei inspanningen van de gespecialiseerde kurkindustrie - , stilaan is gedaald tot amper 1%, en ook blijkt dat zelfs screwcaps tot schade in de wijn kunnen leiden, pleit hij opnieuw voor natuurkurk. Want ook 1% van alle schroefdopwijnen blijken volgens hem op den duur geoxideerd omdat deze sluiting tijdens het transport of tijdens de handling beschadigd geraakte.

Gago ontdekte naar verluidt nog een ander negatief punt van de schroefdop: deze sluitingsvorm maskeert makkelijk de effecten van hitteschade. Zo zou rode wijn onder screwcap op het eerste gezicht nog quasi-perfect overkomen, zelfs als hij verschillende weken aan Sahara-temperaturen werd blootgesteld tijdens bijvoorbeeld een lang transport in een niet-gekoelde container.

Een natuurkurk daarentegen die aan dezelfde tropische condities werd blootgesteld, zal meteen de geur/smaakeffecten van deze mishandeling tonen. De fles gaat dan immers vaak lekken en de kurk vormt automatisch een bultje in de flessenhals.

Tot slot nog dit: Gago klinkt wel héél positief over de glazen flessensluiting, die hij als een zeer boeiend alternatief beschouwd. Kortom: het debat ligt weer helemaal open...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 28 oktober 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijn uit de hemel

AoYunWe hebben al veel exotische plekken besproken waar tegenwoordig, weliswaar op zeer bescheiden schaal, wijn wordt gemaakt, maar ik denk dat we nu toch wel het summum hebben bereikt. Letterlijk zelfs: wijn uit Shangri-La.

Iedereen kent ongetwijfeld de roman ‘Lost Horizon’ uit 1933 waarin de Engelse auteur James Hilton een soort mythologisch en paradijselijk Utopia, diep verborgen in de Himalaya, beschreef. Maar tegenwoordig is Shangri-La een arrondissement in zuidwestelijk China, dat tot 2001 de naam Zhongdian voerde.

Het is daar waar Moët Hennessy - onderdeel van de luxegroep LVMH - nu een prestigieuze en vooral peperdure cabernet sauvignon heeft geproduceerd, geblend met 10% cabernet franc. Doopnaam: Ao Yun, in het Engels vertaald “floating over the clouds.”

Tot 2560 meter boven zeespiegel

Deze luxecuvée werd recent in de Verenigde Staten gelanceerd met een startprijs van 300 USD per fles. Van de circa 2.300 geproduceerde kisten werden er ongeveer 500 richting Uncle Sam verscheept, zelfs eerder aan de gretige kopers voorgesteld dan in China zelf waar volgens Jean-Guillaume Prats, president van de wijndivisie van Moët Hennessy, “…nu reeds een enorm speculatieve vraag groeit voor deze speciale cuvée.” Lees: de startprijs zal snel verdubbelen.

Wat is nu het verhaal achter deze ‘Ao Yun’ oogstjaar 2013?

Een dikke tien jaar terug besliste de chief executive van Moët Hennessy, Christophe Navarre, dat de groep rode wijn in China moest maken. Naast de klassieke wijnregio’s in de Volksrepubliek, vonden de specialisten het geknipte microklimaat en terroir in de provincie Yunnan, grenzend aan Tibet, Myanmar en Vietnam, waar de Mekong-rivier zich doorheen de bergen slingert.

Eigenlijk geen nieuwe vondst, want Jezuïtische missionarissen plantten er reeds omstreeks 1840 de eerste druivenstokken. In 2002 werden er nog eens klassieke Bordelaise stokken soorten aangeplant. Toch beweert Prats dat geen kat geloofde dat deze regio ideaal was om er een fantastische cabernet sauvignon te produceren. Het was wachten tot in 2013, toen Moët Hennessy ongeveer 19 hectare wijngaard gebruikte die op zeer grote hoogte aangeplant stond – tussen 2.400 en 2560 meter boven zeeniveau – om er hun eerste Ao Yun cuvée van te maken.

Zon en Zen

Wie de wijngaard wil bezichtigen, moet wel de nodige inspanningen leveren. Eerst vliegen naar Shangri-La City, gelegen op bijna 3.675 meter hoogte. Na een grillige rit van zeker vier uur door het gebergte bereikt men pas het domein, waar de lucht zo droog en puur is dat allerlei bestrijdingsmiddelen (onkruidverdelgers, schimmelbestrijders, pesticides) overbodig zijn.

Gezien het reliëf van het perceel kan zelfs de irrigatie van de stokken zeer beperkt blijven én makkelijk beheerd worden. Het rijpingsproces en de fotosynthese verlopen er bovendien erg traag, omdat tijdens de cruciale periode de wijngaard maximaal zo’n zes uur zon per dag krijgt, waarna de temperaturen dramatisch dalen, zodat onder meer de aciditeit in de druiven perfect blijft.

De pluk gebeurt dan ook pas in november. De hoge ligging heeft nog een ander voordeel: tijdens de fermentatie is er veel minder zuurstof in de ijle lucht, wat volgens Prats het bewaarpotentieel ten goede komt.

Niet dat alles met deze maiden vintage van een leien dakje liep. Gistingstanks en zelfs de eiken barriques kwamen te laat op het domein, waardoor de wijn zelfs een tijdje op amfora’s moest verblijven.

Maar dat zal de speculanten en trendslaafjes natuurlijk geen barst schelen. De prijzenlotto zal er niet onder lijden...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 12 oktober 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Bubbels contra calorieën

ProseccoKan het nog gekker? De wereld van de wijn en de business van de diëten hebben elkaar blijkbaar gevonden. Het Engelse bedrijf Thomson & Scott lanceert immers nu in het V.K. zijn ‘Skinny Prosecco’ en ‘Skinny Champagne’, met de belofte dat hun mousserende wijnen veel gezonder zijn dan alle andere bubbels op de markt, “...want we voegen minimaal suikers bij”.

En natuurlijk, hoe overdreven deze stelling ook mag klinken, altijd zijn er media die mee stappen in deze allernieuwste hype. Zo werd de redactie van The Guardian bijna hilarisch bij dit nieuws en riep deze bubbels meteen uit tot “the basic bitch drink of summer 2016”. Wat ons meteen een idee geeft van hoeveel er op deze specifieke redactie gedronken wordt...

Volgens de CEO en stichter van deze ‘Skinny bubbles’, Amanda Thomson, heeft haar firma nu technisch een hele nieuwe sector in de drankenbusiness gecreëerd: “My mission is to be completely open about what we’re drinking and cut sugar where it’s not needed. We’re not counting calories, but we share them for transparency. My mission is for us to ask why we can’t drink better and cleaner.” Volgens haar ligt er een hele markt braak voor “… a portfolio of champagne and prosecco for the next generation of wine lovers globally who want something delicious and also want to know what’s in their bottle.”

Voorlopig wordt deze Skinny-reeks uitsluitend in het Verenigd Koninkrijk verkocht, waar de prosecco alvast een hit werd.

Maar zitten we er écht op te wachten? Alleen omdat alle bubbels van Thomson & Scott zich aan de lage kant bevinden qua suikertoevoeging? Op mijn proeftafels belanden al jaren ‘bruts’, ‘brut zero’ of ‘brut nature’ waar het toegevoegd suikerpercentage beperkt of zelfs nihil blijkt. Wat is daar dus revolutionair aan?

En wat me eigenlijk het meeste verontrust: over de smaakbeleving van deze ‘skinny bubbels’ lezen we weinig of niets. Mijn advies? Laat deze marketinghype aan u voorbij gaan en drink liever een of twee glazen minder, dan voortaan alleen maar te focussen op deze zogeheten dieet-bubbels.

Want voor we het beseffen, zitten we te nippen van een 'Skinny Sauternes' (sic)...

Frank Van der Auwera

Onze blogs

Meer