Home Markten Live Netto Sabato

Innovatie

Geplaatst op 25 mei 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Worden we straks virtuele wijntoeristen?

VirtualrealityKan virtual reality binnen enkele jaren een de facto bezoek/rondleiding aan een wijndomein vervangen? Steeds meer Australische wijnmakers geloven alvast in de formule en aanverwante technologieën, daarbij zelfs financieel gesteund door hun overheid.

Australië ligt natuurlijk, letterlijk, geografisch down under en kan daarom niet meteen rekenen op de spontane stroom internationale wijntoeristen die Frankrijk of Italië bijna ‘vanzelf’ aantrekken. Daarom heeft de federale regering er onlangs reeds een eerste enveloppe van $2.8 miljoen vrijgemaakt waarmee een aantal wijnmakersverenigingen kunnen investeren in toeristische projecten.

Een drietal ervan focust op de creatie van zogeheten ‘virtual or augmented reality experience’. Zo komt Riverland Wine met een virtuele wijnbeleving af waarvan het budget voorlopig op ruim 500.000 Australische dollars wordt begroot. Chris Byrne, voorzitter van deze belangenvereniging, hoopt namelijk dat deze virtuele investering voor een wereldwijde doorbraak gaat zorgen van het wijntoerisme in deze regio: "We are really confident that we can begin to attract a lot more attention to Riverland Wine, and what it has to offer the globe. The beauty of it is that it is entirely portable, so we will be able to experience it right here in the region, but we can also send it to international wine events. It is consistent with our whole approach here in the Riverland, which is to look towards technology as being the way forward, whether it be in the farm or on the marketplace.”

Focus op Chinezen

Wie na deze optimistische quote nu meteen denkt dat deze virtuele wijntoeristische projecten vooral mikken op Europese consumenten om wijngaarden, wijnroutes, evenementen en wijnkelders te ‘marketen’, slaat de bal mis. Dé commerciële booming markt voor de Australische wijnhandel is al een paar jaren met voorsprong China. Tussen maart 2017 en maart 2018 piekte die wijnexport vanuit Australië zelfs over de $1 miljard. En Chinezen in het bijzonder, maar Aziaten in het algemeen, blijken zeer gevoelig voor deze virtuele wijnbeleving, dus voor veel Australische producenten wordt dit online-gebeuren een dankbaar element in hun marketingmix.

Vraag blijft natuurlijk: belanden we binnen 5 à 10 jaar in een situatie waar live domeinbezoeken vrijwel compleet vervangen zijn door dit online toerisme?

Neen, als we Caroline Phillips, general manager van Destination Riverland, mogen geloven. Volgens haar zijn er nog altijd voldoende toeristen die wel ‘live’ on site deze wijnervaring willen beleven: “Ook al is dit online wijntoerisme zeker de toekomst, zie ik dit toch niet meteen een zwaar impact hebben op de feitelijke live bezoeken. Maar eerder als een enorme kans om mensen virtueel van onze regio en wijncultuur te laten ‘proeven’. En zo aan te moedigen om uiteindelijk toch hier naar toe te reizen en het zelf ter plekke te ervaren” klinkt het.

Een voorproefje dus, in afwachting van de échte degustatie.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 12 mei 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

And the winner is… Merlot!

DruivenFrankrijk bezit tegenwoordig naar schatting zo’n 806.000 hectare wijngaard.

Kijken we naar de meest aangeplante variëteiten, is de tiercé misschien verrassend. Merlot wint het met lengtes (112.000 hectare) en is misschien nog voorspelbaar, maar de tweede plek voor de witte druif Ugni Blanc (82.000 hectare) is vooral ook te danken aan haar rol in de Cognac-productie. Nummer drie is de zuiderse Grenache (81.000 hectare).  Samen is dit populaire trio goed voor ruim een derde van de totale wijngaardoppervlakte in La Douce France.

Op afstand wordt dit drietal gevolgd door Syrah (64.000 hectare), Chardonnay (51.000 hectare), Cabernet Sauvignon (48.000 hectare), Cabernet Franc (33.000 hectare), Carignan (33.000 hectare), Pinot Noir (32.000 hectare) en Sauvignon Blanc (30. 000). Verrassend is vooral dat Carignan en Cabernet Franc, toch eerder steun- dan solodruiven, méér oppervlakte inpalmen dan de zo immens populaire Sauvignon Blanc of Pinot Noir.

Het Franse wijnareaal getuigt met andere woorden van een grote concentratie, want deze Top Tien vertegenwoordigt grosso modo 70% van de totale aanplant.

Vergeten druiven

Deze dominantie betekent gelukkig niet dat er sprake is van een status quo, want recent werden bijvoorbeeld nog negen ‘nieuwe’ variëteiten officieel goedgekeurd voor aanplant.

Vijf daarvan zijn vergeten en bijna uitgeroeide druivenrassen uit het Zuidwesten en appellaties zoals Gaillac of Fronton: Bouysselet Blanc, Tardif, Verdanel Blanc, Gibert en Noual.

De vier andere behoren tot de familie van de zogeheten ‘resistente’ variëteiten. Het gaat om nieuwe kruisingen tussen Europese en Amerikaanse variëteiten: Vidoc, Artaban, Floréal en Voltis. Hybride rassen die een hoog weerstandsvermogen hebben tegen vooral schimmelziekten zoals meeldauw en oidium, dus in principe het gebruik van pesticiden moeten reduceren.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 16 april 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Drie op de tien reeds schroefdop

ScrewcapsQua studies is het een tijdje stil geweest rond de marktstrijd tussen natuurkurk en schroefdop als de ‘ideale’ wijnflessluiting

Maar zopas publiceerde Euromonitor een nieuw onderzoek, waaruit blijkt dat de aluminium schroefdop verder op rukt. De statistieken bestrijken de periode 2012-2016.

Waar het marktaandeel in Europa van deze ‘screwcaps’ in 2012 bijvoorbeeld rond de 26% schommelde, was dit aandeel al geklommen tot circa 30% in 2016. Een groeiritme van +14,5%.

Ook wereldwijd zien we hetzelfde fenomeen. In dezelfde periode bleek het markaandeel globaal ook 29,6% terwijl het groeitempo +13,2% bedroeg. En sinds 2016 is het aandeel waarschijnlijk nog toegenomen en naderen we stilaan 1 op de 3 flessen stille wijn die met een schroefdop worden afgesloten.

Uiteraard is dat munitie voor de betrokken producenten.

Zo voegde de Aluminium Closures Group, die circa 75% van de belangrijkste producenten van schroefdoppen en aanverwante producten overkoepelt, nog wat extra data toe aan dit debat.

Jaarlijks vertegenwoordigden schroefdoppen nu ongeveer 9 miljard wijnflessen (van alle formaten) op een totale wereldwijde verkoop van 30 miljard stuks (2016).

Naast de landen waar de screwcap traditioneel reeds goed ingeburgerd is – denk maar aan Australië, Nieuw-Zeeland, Oostenrijk en geheel Scandinavië – werd de vinnigste groei genoteerd in de Verenigde Staten, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Nederland.

Te oordelen naar wat er op onze Belgische rekken belandt of we jaarlijks op onzete proeven krijgen, ligt onze wijnhandel hier nog achter. Ik schat dat hooguit 1 op de 5 wijnflessen bij ons ‘geschroefdopt’ wordt. Want zelfs de grote warenhuisketens die zelf miljoenen flessen bottelen, durven het blijkbaar niet aan om deze Belgische bottelingen integraal onder schroefdop aan te bieden.  

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 17 maart 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Op het label of via een link

QrcodeAl jaren duurt het getouwtrek tussen de wijnorganisaties/belangenbehartigers en de Europese Unie over meer accurate voedingsinformatie op wijnflessen

Europa eist namelijk al langer voor alle alcoholische dranken dat bijvoorbeeld de calorieën per glas of per eenheid duidelijk op het (rug)label worden vermeld, om zo de consument te waarschuwen dat hij/zij over de schreef dreigt te gaan. Net zoals het trouwens reeds gebruikelijk is in veel productielanden uit de zogeheten Nieuwe Wereld, of vrijwillige initiatieven bij bepaalde grote ketens en drankengroepen (zoals Treasury Wine Estates, Diageo of Pernod Ricard).

Omdat vanuit de sector niet meteen een snelle oplossing kwam, verhoogde de Europese Commissie in maart 2017 de druk door de stellen dat alle alcoholische dranken precies 1 jaar de tijd hadden om zo’n etikettenregeling uit te werken. Anders zou de E.U. zonder inspraak zo’n regeling opleggen.

Logische keuze

Deadline die dus deze maand afliep, waardoor al maandenlang vertegenwoordigers van het CEEV (Comité Européen des Entreprises Vins) zich over dit dossier bogen. Het CEEV is de Europese koepelorganisatie van de wijnindustrie- en handel waarin 23 nationale wijnorganisaties uit de E.U., individuele wijnbedrijven en ook vertegenwoordigers van Zwitserland en de Oekraïne zetelen.

Enkele dagen geleden kwamen ze met hun ‘oplossing’: alle Europese wijnproducenten zullen voortaan extra informatie over de voedingswaarde en ingrediënten beschikbaar maken voor de consumenten. Waaronder dus ook het aantal calorieën per portie, uitgedrukt met het symbool ‘E’ van ‘energy’.

Wie tussen de lijnen kan lezen, begrijpt meteen dat de formulering “info beschikbaar maken voor de consument” een zekere speelruimte laat. Bedoeling is immers dat de informatie niet per se on-label wordt afgedrukt, maar ook off-label wordt verzameld, dus bijvoorbeeld via een QR-code en links naar een website. Het staat wijnproducenten dus vrij om voor een van beide formules te kiezen.

En op die dubbele mogelijkheid kwam reeds kritiek, omdat bij een off-label link de consument nog altijd actief op zoek moet naar de informatie.

Maar dit lijkt toch een zinvol compromis?

Primo: het wijnetiket bevat immers een beperkte papieren ruimte om alle reeds verplichte waarschuwingen (sulfiet, zwangerschap, alcohol en autorijden,...) af te drukken, en mag toch niet op een medische bijsluiter beginnen lijken.

En secundo: voor wie écht begaan is met haar/zijn gewicht of gezondheid, vraagt het toch maar een kleine inspanning om deze informatie surfend te consulteren, in een tijdperk waar vrijwel iedereen met een smartphone geconnecteerd is? Informatie die bovendien veel gedetailleerder kan weergegeven worden via zo’n internetlink dan op dat klassieke label.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 15 februari 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Coops willen cool worden

WijnrekkenVooroordelen zijn van alle tijden en het internet met zijn virtuele communities en real-time informatiestroom heeft daarin weinig of geen verandering gebracht.

Zo blijft ook het hardnekkige cliché bestaan dat elke wijncoöperatieve per definitie een anonieme wijnfabriek is. Terwijl steeds meer coops in hun subappellatie net de reddende engelen zijn, dankzij hun investeringen in nieuwe technieken en technologieën, of het inhuren van zogeheten flying winemakers die nieuwe ideeën injecteren in een verroeste of zeker ingedommelde herkomstbenaming. Ook al kunnen we legio voorbeelden aanhalen van coops die wél beantwoorden aan dit cliché, namelijk oubollige wijnen blijven produceren op grootvaders/moeders wijze, op basis van derderangs druivenmateriaal.

Anno 2018 proberen echter een aantal Franse wijncoops, voor de zoveelste keer tussen haakjes, hun imago op te poetsen, ook en vooral door samenwerkingspacten.

200 miljoen flessen per jaar

Dat Franse wijncoöperatieven weer eens een charmecampagne opstarten is logisch, zeker als we ons realiseren dat ze grosso modo de helft van iedere totale jaaroogst in Frankrijk verwerken. Het zijn dus zeker geen figuranten.

Eén van die spelers in Marques & Coop, een koepel van 12 Franse coöperatieven die in een bonte reeks appellaties produceren. Een nieuwe club die maar liefst 4.000 individuele telers/wijnbouwers overspant die samen bijna 30.000 hectare wijngaarden exploiteren. Economisch vertaal: jaarlijks goed voor een productie van 200 miljoen flessen en een omzetcijfer van circa 410 miljoen euro.

Het lijstje leden van deze coöperatieve superclub komt werkelijk uit de vier windstreken van Frankrijk: Celliers des Prince (de enige coop in Châteauneuf-du-Pape), Chassenay d’Arce (Côte des Bar/Champagne), Estandon Vignerons (Provence), Loire Propriétés, Ortas Cave de Rasteau (Rhône-vallei), Sieur d’Arques (Limoux), Les Vignerons de Tutiac (Bordeaux), Agamy (rond Lyon), UDP Saint Emilion (Bordeaux), Union des Vignerons de l’Île de Beauté (Corsica), Vignerons Ardéchois (zuidelijke Rhône-vallei) en Vinovalie (in het Zuidwesten).

Benieuwd of de ‘marken’ en ‘châteaux’ van deze coöperatieven door hun samenwerking straks ook makkelijker in onze rekken en glazen belanden.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 11 februari 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Alcoholvrij of Alcoholarmer?

Ook al is deze editie het enthousiasme voor de alcoholvrije maand Tour Minérale met tienduizenden deelnemers gedaald, toch blijft het natuurlijk een fenomeen. Alleen al in de Belgische grootdistributie verdrievoudigde het volume aan alternatieven op één jaar tijd.

Dat het niet exclusief een Belgisch, maar vooral ook internationaal fenomeen betreft, blijkt uit het feit dat bekende wijnhuizen (waaronder Torres, Codorníu, Ackerman,..) ook recent hun alcoholvrije alternatieven lanceerden. Met stijgend succes.

Toch zijn we ervan overtuigd dat er waarschijnlijk een groter marktsegment wacht voor de lage-alcoholwijnen, cuvées van pakweg 8,5 à 10%. Het eindproduct van dit gamma leunt immers nauwer aan bij wat de gemiddelde wijndrinker percipieert als ‘wijn’, zeker als het om rode cuvées gaat die het nog altijd lastiger hebben in hun zero-procentgedaante. Bovendien bewijzen Duitse wijnmakers al jaren dat ze schitterende cru’s kunnen bottelen die vaak tussen de 9 à 11% alcoholvolume zweven.

Technisch is het verlagen van alcohol geen simpel proces, met draaiende kegelkolommen (onder vacuüm bij lage temperatuur) of omgekeerde osmose, waarbij een deel van de aanwezige alcohol wordt verwijderd. De fermentatie vroegtijdig stoppen – de gistcellen zetten de suikers immers om in (hogere) alcohol – is geen optie, want dan zit men opgezadeld met eindproducten die nog veel restsuikers bevatten, dus per definitie (half)zoet smaken.

Natuur contra alcohol

Dat deze niche echter lucratief kan worden, blijkt ook uit de plannen in Nieuw-Zeeland om dé marktleider te worden inzake ‘low-alcohol wines’. Daar komt nu volop het ‘Lighter Wines’-luik van het in 2014 opgestarte Primary Growth Partnership-programma onder stoom. Een partnership tussen Nieuw-Zeelandse wijnbouwers met co-financiering van het Ministry for Primary Industries.

Het is tot op heden het grootste R&D-initiatief dat ooit door de Nieuw-Zeelandse wijnindustrie werd genomen met de ambitie om van het land dé marktleider inzake lage-alcohol en lage-caloriewijnen te maken. Daarbij wordt lichte wijn gedefinieerd als alle cuvées met minder dan 10% alcohol per volume.

In de spaarpot van dit zevenjarenprogramma zit immers $16 miljoen. Geld dat niet alleen besteed wordt voor de ontwikkeling van lage-alcoholwijnen, maar ook onderzoek steunt inzake nieuwe duurzame technieken en natuurlijke gistculturen. De Nieuw-Zeelanders maken er echter geen wollig verhaal van, want de ambitie van dit megaproject is duidelijk marktgedreven, namelijk hun wijnexport aanzwengelen.

Innovatief op vinificatievlak is dat er in de Nieuw-Zeelandse filosofie géén de-alcoholisering aan te pas komt om zo het totale alcoholpercentage in de wijn te reduceren. Het onderzoeksproject focust integendeel op natuurlijke methodes om dit resultaat te bekomen.

Daarmee wordt bedoeld: nieuwe technieken toegepast in de wijngaard of de selectie van andere gistculturen die rijpe druiven met veel lagere suikerconcentraties opleveren. De eerste resultaten zijn er al, want ‘down under’ zijn Sauvignon Blancs met 10% alcohol reeds behoorlijk populair.

Straks ook massaal in onze rekken?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 30 januari 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

De vage grens tussen lage en hoge alcohol

NapaTerwijl ook in België blijkt dat systematische taksverhogingen voor alcohol eerder minder dan extra inkomsten voor de staatskas opleveren – omdat consumenten als reactie vrij massaal over de grens gaan shoppen –, is er in de VS sprake van een ander, enigszins bizar, neveneffect tussen ‘taks’ en ‘wijn’.

Met name de flessen met een lager alcoholpercentage lijken er de dupe te worden van de recente belastinghervormingen van de regering Trump. En dreigen er duurder te worden.

1,5% tolerantie

Het Amerikaanse Congres keurde recent een belastingpakket goed, de zogeheten >Tax Cuts and Jobs Act 2017, waarin een vrij onverwacht – en waarschijnlijk onbeoogd – effect kan zitten voor de wijnmarkt.

Eventjes wat achtergrond. Wie nu in VS een wijn bestelt weet dat wijnen onder de 14% officieel beschouwd worden als ‘table wine’ en ook aan een navenant lagere voet werden getaxeerd, in casu ongeveer 21 dollarcent per fles. Of: circa 10 cents lager dan zogeheten ‘higher-alchol’ wines.

Voor kwaliteitsproducenten had deze regelgeving weinig invloed op hun prijs, maar vooral massaproducenten van goedkoper basiswijnen voor o.a. de supermarktketens hadden natuurlijk wél belang bij elke dollarcent die ze van de flessenprijs konden knijpen.

En dus pasten sommigen jarenlang zelfs omgekeerde osmosis toe of andere technieken om het alcoholgehalte in het eindproduct te reduceren tot net onder deze ‘table wine’-drempel.

Bovendien was er tot nu ook sprake van een zekere tolerantie vanwege de overheid. Het wijnetiket moe(s)t accuraat het alcoholpercentage weergeven binnen de limiet van 1,5% voor wijnen onder die magische 14%-drempel, en binnen 1% voor de zogeheten ‘higher-alcohol’ cuvées.

Wat in concreto betekent dat een cuvée uit Sonoma van officieel 13,9% misschien wel 15% of meer alcohol kon bevatten, maar toch nog steeds lager als tafelwijn belast werd. Er was in de huidige regeling daarom ook sprake van systematische onderschatting van de échte alcoholpercentages, niet alleen uit taksoverwegingen, maar tevens om sommige consumenten makkelijker te winnen.

Intolerant t.o.v. tolerantie?

Maar in het nieuwe pakket dat in december 2017 parlementair werd goedgekeurd, kan deze taksvoet drastisch veranderen, omdat de scheidslijn verandert.

In het nieuwe belastingpakket zullen wijnen onder de 16% alcohol namelijk allemaal identiek worden getaxeerd volgens de 21-cents-per-bottle rate. Slechts één uitzondering: bubbels, want die moeten in de VS 67 cents per fles ophoesten.

Wat mega-producenten vooral nerveus maakt is dat nieuwe regeling waarschijnlijk ook de tolerantiegrenzen van afwijkende alcoholpercentages verandert, die tot nu toe toch nog nipt binnen het lagere tarief vielen.

Want mega-producenten zijn natuurlijk slim. Uit een studie van UC Davis bleek dat het gemiddelde percentage tussen 1992-2009 van bijna 130.000 onderzochte Amerikaanse wijnen piekte op 13,99%, net tegen de fameuze maximumdrempel voor een lagere/hogere taks. Toeval of manipulatie?

Maar als straks deze tolerantie, parallel met de nieuwe belastingwet, eveneens wijzigt, zullen veel instap- en basiswijnen in de VS straks misschien in een hogere belastingschaal vallen.

Op dit moment is de uitkomst nog onduidelijk, omdat het TTB (The Federal Alcohol and Tobacco Tax and Trade Bureau dat als de alcoholwaakhond in de VS fungeert) nog geen strikte richtlijnen van het Congres meekreeg.

Maar er bestaat een reële kans dat lagere-alcoholwijnen – natuurlijk een relatief begrip als je over een grens van 14% spreekt – straks toch zwaarder worden getaxeerd in de VS dan voorheen. Wat ook voor de Europese import natuurlijk een serieuze meerkost kan worden.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 27 januari 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Kurk en het Kodak-syndroom

KodakTijd om als wijnliefhebber een nieuwe term te leren: het ‘Kodak Syndrome’.

Onlangs maakte Fabrice Chevallet, de Europese vicepresident sales & marketing van de synthetische wijnkurkproducent Nomacorc, een blitzbezoek aan ons land. Nomarcorc is geen kleine speler, want bestrijkt 14% van de totale markt en is wereldwijd de 2de grootste wijnsluitingsproducent, na het voorlopig ongenaakbare Amorim.

In de VS heeft Nomacorc zelfs 30% marktaandeel en zitten er cliënten als Gallo, Woodbridge by Robert Mondavi, Kendell Jackson en Cupcake in hun portfolio. Elders maken bekende huizen van hun producten gebruik zoals Zuccardi in Argentinië, Fontanafredda in Piemonte of JL Chave in de Rhône-vallei.

Uiteraard is Chevallet geen grote pleitbezorger voor natuurkurk, wat ook bleek uit zijn analyse van de flessenmarkt: “Twintig jaar geleden werden wijnflessen voor bijna 100% afgesloten met natuurkurk”, zo klonk het. “Vandaag heeft natuurkurk nog amper 50% in handen. Natuurkurkproducenten zijn met andere woorden de helft van hun markt kwijtgespeeld (…). Wat mij betreft lijden ze aan het Kodak Syndrome.”

Namelijk: de markt veranderde toen ook in de fotografiewereld technologisch aan hoog tempo – de opmars van de digitale fotografie –, maar Eastman Kodak had het blijkbaar moeilijk om deze veranderingen tijdig te herkennen en in een nieuw operationeel businessmodel toe te passen. En betaalden daarvoor een zware marktprijs.

Big Bang

Deze Big Bang van de flessensluitingsmarkt zal zich trouwens nog doorzetten, zo voorspelt Chevallet. Eén van die pistes is blijkbaar de niche van de ‘customised closures’, op maat van de klant gefabriceerde (synthetische) wijnkurken, zelfs als het prijskaartje daarbij hoger ligt. Volgens Chevallet groeit deze vraag continu.

Hij gelooft trouwens ook dat de impact van de Millenials op de wijnindustrie qua koopkracht en drinkgedrag zeer fundamenteel zal worden.

Millenials kopen namelijk zelden nog flessen om jàren te stockeren. Vaak zijn het integendeel last-minute aankopen net voor een etentje, want ze willen (jonge) wijn voor snelle consumptie. “Deze categorie wordt in de toekomst een grote uitdaging voor producenten van premiumwijnen”, aldus Chevallet. Want parallel met hun snelle wijnconsumptie zullen deze Millenials ook alternatieve wijnsluitingen, en zelfs verpakkingen zoals BIB’s (wijndozen), makkelijker aanvaarden en hun verspreiding in de handel zo pushen.

Waarmee nog eens bewezen wordt dat dé ideale wijnflessensluiting eigenlijk fictie is. Diverse sluitingstechnieken hebben namelijk hun nut bij verschillende wijntypes/productcategorieën, andere groepen consumenten of andere drinkmomenten.

Wie deze code kan ontcijferen, zal de ‘wijnstoppenmarkt’ de komende decennia domineren.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 december 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Happy Birthday d’Oc

PaysdOcHet is een verjaardag die relatief stilletjes voorbij is gegaan, maar die toch ook veel Belgische wijnfans aanbelangt: dit najaar is het immers op de kop 30 jaar geleden dat de landwijnen van d’Oc werden gecreëerd. Wijn die frequent in onze Belgische glazen belandt.

Het waren immers spitsbroeders Robert Skalli (négociant in Sète) en vooral Jacques Gravegeal (nog steeds de legendarische voorzitter van de lokale belangengroep) die eind 1987 de Vin de Pays d’Oc officieel boven de doopvont hielden, wat nu onder de nieuwe benaming de IGP Pays d’Oc is geworden.

Economisch uiteindelijk de financiële redder van de Languedoc, ook al zag het plaatje er bij de opstart somberder uit. Veel producenten én verantwoordelijken bij het INAO bleken immers aanvankelijk uiterst sceptisch over deze nieuwe wijncategorie, vooral omdat ze zo’n grootschalig gebied bestreek. Dat kon toch niet aantikken?

Bovendien vermeldde deze landwijn nog eens fier het druivenras op het etiket. Wat in die tijd eerder ongewoon was, tenzij in Californië, wat toen door veel Fransen nog als een derdewereldgebied qua wijn werd beschouwd. Maar omdat een belangrijke makelaar als Skalli toch bereid bleek om deze gok te wagen, werden velen toch over de streep getrokken.

On-Frans luidde het verdict van de critici, die echter ongelijk kregen. Vooral in de export sloeg het concept Vin de Pays d’Oc meteen aan, niet alleen wegens de grote herkenbaarheid, maar zeker ook de relatief lage prijsdrempel.   

Verveling dreigt

Succesverhaal, want vandaag de dag met een oogstvolume van gemiddeld 6 miljoen hectoliter, is de Pays d’Oc de meest geproduceerde IGP in Frankrijk.

Anno 2017/2018 dreigt er wel een groot probleem voor deze veelal mono-cépages: voorspelbaarheid. Of correcter: verveling.

Want Merlot, Cabernet sauvignon, Chardonnay, Sauvignon Blanc en Syrah vormen het onaantastbare kwintet dat, afhankelijk van de jaargang, 80 tot 85% van het productievolume voor zijn rekening neemt. Vooral Merlot is razend populair: naar schatting een kwart van elke oogst Pays d’Oc draagt dit druivenras op het label.

Jammer voor een regio waar toch zoveel andere boeiende variëteiten groeien dat een globetrottersdruif er baas is en het imago bepaalt. Verdient de Languedoc niet beter?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 30 november 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Eigen Bourgogne Eerst!

RouteDesVinsIn een wijnbusiness die met zevenmijlslaarzen-snelheid verandert, is het logisch dat de gevestigde waarden/appellaties zich vaak heel defensief opstellen tegenover vernieuwingen waardoor hun marktpositie misschien bedreigd wordt

Momenteel woedt zo’n strijd voor het ‘merkimago’ in Bourgogne.

Daar vrezen namelijk veel producenten – die tussen haakjes toch ook vaak miserabele cuvées onder hun gerenommeerde merknaam bottelen – namelijk dat er een tsunami van wijnen op hen afkomt zonder geografische origine.

Zoals ‘Vin de France’, de vroegere tafelwijnen. Een wettelijk erkende categorie waardoor er ook in Bourgogne in de toekomst plantrechten worden verleend voor dit wijntype.

Puur protectionisme

Waar de belangenbehartigers zoals het Bureau interprofessionnel des vins de Bourgogne (BIVB) vooral nerveus van worden, is dat deze nieuwe cuvées - alhoewel ze zich bedienen van de zeer algemene noemer ‘Vin de France’ - toch specifieke geografische benamingen op hun ruglabels kunnen afdrukken. Informatie die naar Bourgogne refereert.

En dat, zo redeneert het BIVB, zal de consument op het verkeerde been zetten.

Paniekvoetbal? Want de spelregels voor een ‘Vin de France’ bezitten wel veel souplesse, maar wijnbouwers kunnen toch niet zomaar een geografische merknaam als Bourgogne stelen.

Zo dienen de naam en het adres van de producent wettelijk vermeld. En als dit adres overeenkomt met een prestigieuze appellatie zoals Meursault of Gevrey-Chambertin mag zo’n Vin de France alleen de postcode vermelden. En niet de herkomstbenaming die inderdaad tot verwarring kan leiden.

Bovendien is het argument dat een kwaliteitsregio als Bourgogne straks een ‘invasie’ van dit soort streekvreemde wijnen mag verwachten ook lichtjes overdreven. Het Franse wijnareaal mag qua nieuwe aanplant jaarlijks immers maar met maximaal 1% groeien, dus de kans lijkt heel gering dat heel de Côte D’Or en al die dure grands crus overspoeld worden door tweede/derderangs imitatiewijnen.

Frank Van der Auwera

Onze blogs

Meer