V.S.A.

Geplaatst op 12 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Beledig Chinezen en… kassa kassa?

Naarmate de wijnhandel globaliseert, neemt ook de kans toe op communicatieve misverstanden. Vooral taalproblemen kunnen, meestal onbedoeld, voor verrassingen zorgen in een nieuwe afzetmarkt.

En dan hebben we eventjes niet over doelbewuste, bizarre doopnamen van wijnmerken, zoals ‘Fat Bastard’ (een Frans merk geproduceerd door een Frans-Brits partnership dat in de V.S.A. ruim 400.000 kisten per jaar verkoopt), het Australische ‘Bitch’ of het Franse ‘Le Vin de Merde’. In dat soort gevallen heeft de producent er met zijn in het oog springend label namelijk duidelijk voor gekozen om een welbepaald consumentensegment te bereiken. Meestal Amerikaanse consumenten trouwens die kicken op dit soort provocatieve woordspelletjes en blijkbaar minder in de flesseninhoud geïnteresseerd zijn.

Maar veel delicater wordt het wanneer een wijnhuis zijn succesvolle merkwijn op een totaal nieuwe markt introduceert en dan plots geconfronteerd wordt met een heuse taalrel.

F**K?

In die netelige situatie belandde recent de Chileense bodega Via Wines uit Maule Valley, toen het nietsvermoedend zijn merkcuvée ‘Chilensis’ in Hong Kong begon te commercialiseren.

Meteen ontstond een rel in de lokale media, omdat naar verluidt het etiket expliciet beledigend zou zijn voor Chinezen die Kantonees als moedertaal spreken. Zo zou ‘Chilensis’ in het standaardkantonees - we citeren de Angelsaksische bron, want onze persoonlijke kennis van deze taal met zijn honderden varianten en dialecten is nihil - vrij vertaald zoveel betekenen als  “f*cking nuts”, of “kus mijn kl***n”. Qua marketing inderdaad een miskleun.

Maar toen gebeurde iets gek: de aanvankelijke ‘verontwaardiging’ bij sommigen liep snel over in een heuse ‘hype’. De flessen ‘Chilensis’, die tot dan rustig in de rekken van off-licence shops en supermarkten in Hong Kong lagen voor HK$49, vlogen de deur uit en zagen in enkele dagen hun prijskaartje al klimmen tot HK$59. Iedereen in Hong Kong wou/wil blijkbaar plots zo’n fles. Uiteraard gaat het hier niet om een exclusieve topcuvée, want zelfs met het verhoogde prijskaartje schommelt de huidige winkelprijs maar rond de 6 euro.

Geluk in de mond

Maar blijkbaar komen dit soort komische taalbotsingen vaker voor dan we vermoeden, zeker voor wie op de veelbelovende Aziatische markt mikt. De afloop ervan is financieel echter niet altijd even lucratief als in het geval van ‘Chilensis’.

Zo rapporteerde een onderzoeksbureau recent nog dat ‘slechte’ of ‘pejoratieve’ betekenissen van een châteaunaam nefast kunnen zijn voor het commercieel succes van zelfs een beresterk merk. Als voorbeeld werd Château Latour aangehaald, de nochtans zeer gereputeerde, peperdure Premier grand Cru Classé uit Pauillac. Waarnemers vinden het al een tijdje vreemd dat de populariteit ervan in China achterblijft op de andere ‘groten’ zoals Château Lafite-Rothschild of Château Margaux, zelfs als Latour topscores krijgt.

Ook hier zou een taalprobleem aan de basis liggen, want losjes vertaald betekent de domeinnaam “to fall down”. Niet bepaald een hoopgevende doopnaam om een zakendeal mee te beklinken, zoals vaak in Chinese kringen gebeurt.

Het is trouwens niet alleen de wijnbusiness die met zulke taalconflicten te kampen krijgt. Ook de belangrijke frisdrankenmerken slaan wel eens de bal mis. Toen Pepsi Cola bijvoorbeeld zijn oorspronkelijke slogan “Pepsi Brings you Back to Life” in het Chinees liet vertalen, bleek die omzetting niet geheel te stroken met het origineel, maar klonk die in Chinese oren eerder als “Pepsi Brings Your Ancestors Back from the Grave”. Tenzij de consument op Zombies kickt, niet meteen een wervende slogan.

Niet dat concurrent Coca Cola beter presteerde. De eerste poging van deze producent om zijn merknaam fonetisch zo letterlijk mogelijk in het Chinees te vertalen klonk wel leuk als “Ke-kou-ke-la”, maar betekent echter zoveel als “female horse stuffed with wax”. Evenmin een smakelijke marketingzet om je product aan te prijzen.

Pas toen de vertalers hun vergissing in het snuitje kregen, werd een nieuwe vertaling gezocht en gaat Coca Cola sindsdien in China als “Ko-kou-ko-le” over de toonbank. Vrij vertaald: “happiness in the mouth”, toch al iets toepasselijker en productvriendelijker, zij het misschien toch nog steeds met een dubbele bodem.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 27 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

China: FC de wijnkampioenen

Toegegeven, zelfs als wijnschrijver kijken we soms met enige argwaan naar de Chinese wijnconsument.

Want deze nieuwe stroom van wijnliefhebbers belandt hoofdzakelijk in de media als nouveaux riches-kopers van Bordelaise kastelen, als onverantwoorde prijsopzwepers van ‘grote’ geklasseerde crus uit Bordeaux en Bourgogne tijdens veilingen of primeurcampagnes, of zelfs als regelrechte vervalsers, die het niet zo nauw nemen met internationale copyrights (lees o.a. China is op wijngebied het Wilde Westen of www.Lafite.nep of De tactiek van de opgestoken vinger of 2010 was een vet veilingjaar deel 1 en deel 2 of Miljoenen lenen om topwijn te kopen? of Chinese invasie in Bordeaux of Lucratieve handel in lege flessen of Chinezen sjoemelen met Bordeaux 2009 of Kijk uit voor Lafite 1982).

Een opinie die vaak nog eens extra negatief gekleurd wordt omdat deze gigantische natie voorlopig zelf nog maar weinig aantrekkelijke wijnen produceert, ondanks de royaal aanwezige geldstromen, genoeg geschikte geografische/klimatologische locaties én steeds meer ingehuurde wijnknowhow. Bovendien bezit China ook een lange geschiedenis van home made wijngeklungel, waarbij - door een wetgeving die lang zo lek was als een zeef - zowat elk ingrediënt ingeschakeld werd om er ‘wijn’ mee te brouwen. Elk ingrediënt, op druiven na tenminste.

Spectaculaire groeicijfers

En toch is er wel degelijk sprake van een structurele verschuiving, waarbij China als wijnconsument duidelijk een wereldmacht is geworden waarmee rekening dient gehouden.

Misschien wel de grootste verrassing voor velen is nog steeds het cijfermateriaal verzameld via de studie van The International Wine & Spirit Research (I.W.S.R.) in opdracht van het wijnsalon Vinexpo. Deze onderzoeksorganisatie analyseerde de consumptiepatronen -en prognoses in 114 consumentenmarkten en 28 wijnproducerende landen.

Uit deze analyse blijkt namelijk dat China in de hitparade van de wereldwijde wijnconsumptie nu al opgeklommen is tot positie 5, met andere woorden groter is geworden dan het Verenigd Koninkrijk. Tussen 2009 en 2010 groeide het Chinese verbruik - China én Hong Kong opgeteld - van stille, lichte en mousserende wijnen met een indrukwekkende +33,4 procent. Dat resulteerde in 2011 tot een totale wijnconsumptie van 156,19 miljoen 9 liter-flessen, waardoor het V.K. naar positie 6 op deze wereldrangschikking zakte.

Daarbij mogen we niet uit het oog verliezen dat we waarschijnlijk nog maar aan de startlijn staan van deze Chinese wijnpiek. Het consumptieproces versnelt zich immers aan een onvoorstelbaar tempo. Kijken we bijvoorbeeld naar de vijfjarige referentieperiode 2006-2010, dan blijkt dat de wijnconsumptie in China en Hong Kong met een factor 2,4 aandikte. De reeds geciteerde I.W.S.R.-studie voorspelt bovendien dat tussen 2011 en 2015 het wijnverbruik er nog eens met +54,25 procent zal groeien. Verwacht wordt dat het per capita wijnverbruik in China tegen 2015 zeker zal blijven toenemen met 1,9 tot 2 liter per jaar.

Amerikanen houden stand

Lach ze dus niet zomaar weg, onze Chinese wijnfans (lees ook Waarom Frankrijk met China flirt of Het Oosten kleurt bordeaux). Want voor we het hier in Europa beseffen, staan ze straks te pronken als de nieuwe globale numero uno qua wijnconsumptie. Positie die nu nog, ook met vlag en wimpel, wordt ingenomen door de V.S.A. Amerikanen kochten en consumeerden vorig jaar immers 3,7 miljard flessen wijn en tussen 2011-2015 zou dit volume met nog eens +10 procent aangroeien. Maar ze voelen nu al de hete adem van de Chinese drinkers...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 22 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijn en gezondheid: toch een leugen?

Al jaren worden we overspoeld door wetenschappelijke studies die aantonen, of toch minstens serieuze indicaties geven, dat het (matig) gebruik van wijn voor veel mensen een mooie gezondheidsbonus kan opleveren. Vooral rode wijn, rijk aan het antioxidant resveratrol, zou immers onze energiehuishouding en celstofwisseling gunstig beïnvloeden en zo een positief effect hebben op de meest uiteenlopende ziektebeelden waaronder tumoren, borstkanker, dementie, hartinfarcten, trombose, longkanker en zelfs obesitas of diabetes.

Maar zopas kregen veel believers van deze stelling een koude douche toen bekend raakte dat de Amerikaanse vorser Dr. Dipak Das, bekend voor zijn langlopende studies over het positieve gezondheidsimpact van rode wijn, bepaalde onderzoeksresultaten vervalste en zelfs radicaal uit zijn duim zoog. Of het op zijn minst niet al te nauw nam met de statistische zuiverheid van zijn kostelijke research.

60.000 pagina’s op de korrel

De in opspraak gekomen wetenschapper is inderdaad geen derderangsfiguur. Dr. Dipak Das is professor in de medicijnen én directeur van het cardiovasculair onderzoekslaboratorium aan de Faculteit van Medicijnen van de University of Connecticut. Hij publiceert al jaren rapporten waarin de deugden van resveratrol, dat zowel in fruit als in (rode) wijn wordt aangetroffen, werden bevestigd.

Toch rees bij bepaalde wetenschappers stilaan argwaan tegen sommige resultaten en toen een klokkenluider suggereerde dat er op grote schaal gesjoemeld was tijdens de research, begon de universiteit in alle discretie reeds in 2008 met een enquête. Daarin werd een maar liefst 60.000 bladzijden tellende studie, output van zeven jaar onderzoeksactiviteiten van Dr. Das, kritisch onder de loep genomen.

En de uitkomst was ontluisterend. De enquêteurs ontdekten naar verluidt 145 frappante voorbeelden van vervalste of puur gefantaseerde gegevens. De Faculteit van Medicijnen waarschuwde dan ook meteen een tiental wetenschappelijke vakbladen die deze besmette data eerder hadden gepubliceerd. Op dit moment lopen er nog bijkomende enquêtes naar het ‘wetenschappelijke’ werk van Dr. Das, waarbij onder andere ex-medewerkers van zijn laboratorium aan de tand worden gevoeld.

Gevreesd wordt dat uit deze interviews nog meer systematische fraudegevallen zullen opleveren.

Iedereen een verliezer?

Welke feiten nu specifiek vervalst werden - en dus of ze de potentieel positieve gezondheidseffecten van resveratrol al dan niet fundamenteel ondergraven - werd in deze fase nog niet publiek gemaakt.

Maar voor Dr. Das en zijn laboratorium zijn de consequenties nu reeds zwaar. De frauderende wijnprof werd immers op staande voet ontslagen door de Universiteit van Connecticut, instelling waar hij reeds sinds 1984 aan de slag was. Bovendien bevroor de Faculteit voor Medicijnen alle externe onderzoeksfondsen voor zijn laboratorium en weigerde bovendien een overheidsgift van 890.000 US$, die eveneens voor Dr. Das bestemd was.

Mijn reactie? Ik zou mijn glas rode Cabernet of Shiraz er niet voor laten, zelfs als straks blijkt dat Dr. Das zijn hele studie uit de duim zoog. Ten eerste liggen er nog genoeg andere wetenschappelijke rapporten op tafel die wél ernstig en ethisch werden verzameld, en die bovendien ook de potentiële bonus van resveratrol onderschrijven. En ten tweede, nog belangrijker: wijn is gewoon lekker en moet vooral plezier in plaats van een ersatzmedicijn blijven.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 19 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

De oorlog tegen de kurksmaak

Diam
Het ‘kurkprobleem’ blijft, ondanks de inspanningen van de industrie, toch nog geregeld wijnliefhebbers irriteren. Op hygiënisch vlak en qua controles heeft de kurknijverheid beslist grote vooruitgang geboekt, maar vooral als het om oudere, rijpere - en helaas: duurdere - flessen gaat, kan het probleem van de ‘bouchonné’ zuur opbreken.

Ook restaurantuitbaters en sommeliers zitten nog geregeld met zo’n kurkkater, want geschat wordt dat tot 1 op de 15 flessen van courante (goedkope) wijnen en toch nog 1 op 40 à 50 van de exclusievere crus met dit kurkprobleem te kampen krijgt. En dus de facto ondrinkbaar c.q. waardeloos wordt.

Boosdoener TCA

Kurksmaak ontstaat als de kurkstop besmet raakt met Trichloranisol (TCA), waardoor de wijn uiteindelijk die kenmerkende muffe aroma’s en eerder metalige smaak krijgt. TCA is laagdrempelig, wat betekent dat er maar een minieme dosis aanwezig moet zijn om reeds die voor ons zo hinderlijke geuren te ontwikkelen en dus het eindproduct onomkeerbaar te verknoeien. Diverse oorzaken zijn reeds onderzocht die de kurksmaak zouden activeren, zoals het gebruik van chlooroplossingen bij het steriliseren van de kurk.

In het verleden zijn al talrijke pogingen ondernomen om het productieproces zo te organiseren, dat het risico op een geïnfecteerde kurk geminimaliseerd wordt. Zo kwamen wetenschappers van de NASA enkele jaren terug op de proppen met ‘Airocide’. Een purificatieprocédé dat in de jaren ’90 werd ontwikkeld om fruit en groenten vers te houden in de ruimtestations. Hetzelfde procédé werd echter door hen ingeschakeld om natuurkurken te toetsen. Met positief resultaat, zo bleek, want tests wezen uit dat 90 tot 95% van alle TCA-besmettingen in een verzegelde ruimte binnen de 24 uur werden geëlimineerd. (lees: Kurkprobleem definitief uit de wereld?).

Daar is Diam

Recent horen we in vakkringen echter steeds meer spreken over de ‘Diam’, een speciaal aangepast kurktype dat reeds in 2005 op punt werd gesteld door de groep Oeno, maar nu volop door de Fransman Pascal Popelier wereldwijd wordt gepromoot. Blijkbaar met groeiend succes, want van deze Diam worden nu reeds in alle stilte per jaar circa 1 miljard stuks geproduceerd. Zo onderstreept expert Pascal Popelier dat er reeds 100 miljoen flessen Bordeaux - circa 1 op de 7 - per oogst met deze nieuwe kurkvorm worden afgesloten, zij het vooral in het prijsgunstige genre. De grands crus houden blijkbaar voorlopig nog de boot af en beperken zich tot de klassieke natuurkurk. De kans dat u echter al een Diam-fles hebt ontkurkt, wordt met dag groter.

Naar verluidt is de Diam-kurk gegarandeerd vrij van kurksmaak dankzij een uniek gepatenteerd fabricageproces. “Nous avons breveté un processus de fabrication unique mené dans notre usine d'Extremadura, au sud-ouest de l'Espagne", aldus Popelier in een recent interview.

Concreet wordt de kurk geplet waarbij al zijn moleculen worden onttrokken en geëlimineerd. Na dit proces blijft er slechts een poeder over, dat totaal neutraal én gepurifieerd is. Dat wordt vervolgens geagglomereerd met zogeheten microbilles (microbolletjes) plus een bindmiddel. In een volgende productiestap worden dan kurken van het type Diam individueel gegoten in de gewenste vorm, bijvoorbeeld volgens diverse grootte of hun bestemming (voor mousserende of stille wijnen?).

Het oog wil ook wat

Niet alleen is zo alle risico op kurkaantasting verdwenen, maar extra voordeel van dit procédé - althans voor de producent - is dat men zelfs schorsafval van de kurkeik kan gebruiken om zo’n Diam-kurk samen te stellen. Uiteraard reflecteert zich dat ook in de prijzen, want de Diam kan op deze tegenwoordig bijzonder concurrentiële markt zijn prijskaartje goed scherp positioneren.

Is dit dan met andere woorden de Reddende Engel voor de ganse wijnindustrie? Helaas bezit ook de Diam een zwakke plek: zijn ‘looks’. Visueel ziet de koper immers meteen dat het om een samengesteld product gaat, dat inderdaad niet zo mooi oogt als de klassieke natuurkurk.

Vandaar dat voorlopig de opmars van deze ‘veilige’ kurk beperkt blijft tot wijnen in het prijssegment 3 à 12 euro, maar de exclusievere crus niet meteen toehappen. Want die beseffen maar al te best dat het totaalimago van een fles letterlijk geld waard is.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 15 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Veilinghuizen 2012: Bourgogne nieuwste speeltje (2)

Gisteren keken we hoe vrij jonge wijnveilinghuizen als Bonhams of Acker Merrall & Condit ­- dé grote winnaar van 2011 - het er van afbrachten, maar hoe presteerden de ‘klassiekers’ Christie’s en Sotheby’s het afgelopen jaar? (zie Veilinghuizen 2012: Bourgogne nieuwste speeltje 1).

Stabiliteit verwacht

Bij Christie’s is men nog volop bezig de exacte omzet te becijferen, maar verwacht wordt dat die voor 2011 zeker boven de 90 miljoen US$ zal uitkomen. Met als orgelpunt natuurlijk de verkoop van de vertikale reeks - in casu 300 flessen uit de oogsten 1981 tot en met 2005 - Château Lafite-Rothschild, die in Hong Kong van eigenaar verwisselde voor een indrukwekkend bedrag van 4.200.000 HK$.

David Elwood, internationale verantwoordelijke voor de wijnverkoop bij Christie’s, resumeert veilingjaar 2011 als volgt: “This year we held 29 sales, achieving an average sell through rate of 89%; four sales in 2011 were 100% sold. We expect the market to continue to stabilise in the first quarter of 2012, leading to renewed demand internationally throughout the rest of the year.”

Verder noteert hij niet alleen een toename van het aantal particuliere kopers dat deelneemt aan deze veilingen, maar ook een toename van het aantal kopers die regelmatige cliënten worden, dus frequent meespelen bij deze internationale veilingen.

Leve Londen

Concurrent Sotheby’s van zijn kant sluit 2011 eveneens positief af. De wijntak van dit veilinghuis registreerde immers een totale verkoop van 85.467.096 US$. Een fraai rapportcijfer waarmee het nipt niet het record van 2010 evenaarde - dat bedroeg 88.270.000 US$ -, maar wèl nog steeds ruim het dubbele omzetcijfer van het rampjaar 2009. In volle crisis werd toen slechts 41.848.101 wijn verkocht.

Vooral de verkoop in Londen beïnvloedde deze resultaten positief, met een omzet van 27.191.060 US$ of een stijging met circa 30 procent. Daarmee realiseerde Shotheby’s in zijn thuishaven het hoogste totaal sedert de start van het wijndepartement in 1970 en laat Londen de verkoop in de VSA, met een jaaromzet van 13.538.442 US$, ruim achter zich.

Puur in volume bekeken blijft echter Hong Kong het leeuwendeel van de omzet voor Sotheby’s leveren, want vorig jaar werd er voor 44.737.594 US$ afgehamerd. Het percentage verkochte loten lag tijdens Sotheby’s 23 veilingen vorig jaar trouwens opvallend hoog: 96 procent. Dit percentage (on)verkochte loten zal trouwens dit jaar ook één van de voornaamste indicatoren worden om de gezondheid van de wijnveilingen te toetsen.

International head of wine bij Sotheby’s, Serena Sutcliffe, ziet overigens net als haar collega’s bij Bonhams, Bourgogne de nieuwe hype worden bij internationale kopers:“Bordeaux remains the backbone of classic wine auctions but top-end Burgundy is highly sought after, with buyers from every corner of the globe” besluit ze.

Wie dus nog ‘grote’ Bourgogne in zijn/haar kelder wil halen, zal met andere woorden dit jaar er als de kippen bij moeten zijn. Er liggen veel grote vissen op de loer...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 14 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Veilinghuizen 2012: Bourgogne nieuwste speeltje (1)

Aan de startlijn van een nieuw jaar worden er altijd lijstjes vrijgegeven met de trends van de voorbije 12 maanden. Ook in het circuit van de wijnveilingen telt men nu zijn baten of likt de wonden.

Maar 2011 bleek commercieel als jaargang best mee te vallen, want de markt lijkt vrij stabiel, met nog voldoende groeiniches. Ook al waarschuwt iedereen dat 2012 wel eens een ‘magerder’ veilingmillésme kan worden.

Bourgogne houdt beter stand

Alhoewel de totale verkoopcijfers vaak iets lager uitvallen dan tijdens het recordjaar 2010, hebben vooral in Hong Kong en Londen verschillende wijnveilinghuizen het voorbije jaar toch nog flinke groei geboekt.

Dat geldt vooral voor Acker Merrall & Condit, het veilinghuis dat puur in wijn gespecialiseerd is. Het sloot het jaar immers indrukwekkend af als de numero uno qua wijnverkoop in zowel Azië (omzet: 68.835.590 US$), de VSA (41.619.211 US$) als ‘worldwide’ (110.454.801 US$). Qua waarde won het, vergeleken met 2010, vorig jaar +8,5 procent qua wijnomzet en de verkoop in de VSA dikte zelfs in waarde met een ferme +19 procent aan.

Ook bij Bonhams blije gezichten, want voor het tweede jaar op rij zag men zowel in Londen als in de VSA de wijnveilingomzet met +40 procent stijgen, tot een (internationaal) totaal van 17 miljoen US$. Bonhams scoorde vooral goed met een aantal opmerkelijke bourgognepartijen, waaronder de veelbesproken verkoop van een kist Domaine de la Romanée-Conti 1990, die in september werd afgehamerd voor een spectaculaire £126.500. Ook aparte kisten van de jaargang 1988 haalden telkens hoge hamerprijzen.

In een perscommuniqué wijst men bij Bonhams daarom op een trend: topbourgogne lijkt in de huidige marktcondities beter zijn prijsniveau te behouden dan ‘grote’ Bordeaux: “These prices show that Burgundy, notably Romanée-Conti, has held its price level in the second half of the year, while top Bordeaux and particularly Château Lafite Rothschild has fallen away; the 1982 vintage made over £39.000 a case in February but had fallen to £28.750 by December.”

Alhoewel die conclusie natuurlijk ook relatief is: 28.750 pond sterling voor 12 flessen Lafite lijkt me toch nog steeds een gezonde meerwaarde...

Kopen globaliseert verder

In hetzelfde statement van Bonhams vinden we overigens nog een tweede opmerkelijke trendanalyse terug. De analisten van dit veilinghuis oordelen namelijk dat er in Hong Kong, nu al zo’n tweetal jaar dé onbetwiste groeipool in de wijnveilingmarkt, stilaan ‘too much wine’ circuleert. Zo globaliseren de (ver)koopstromen steeds meer: “The other interesting development in 2011 has been the internationalisation of the wine auction market. Five of the six top lots in our November Hong Kong auction were bought by a European buyer, while the major buyer in our London sale the following week was from the Far East. Hong Kong is no longer achieving a premium over London for top wines.”

Kortom, Hong Kong blijft cruciaal voor de internationale wijnveilingmarkt, maar het zijn niet noodzakelijk uitsluitend Aziaten die er hun kelders komen vullen. Ook Europeanen of Amerikanen weten tegenwoordig maar al te goed dat er in de voormalige kroonkolonie vaak fantastische partijen onder de hamer komen, net zoals de Aziatische kopers zich niet langer beperken tot hun eigen veilinghuizen.

Frank Van der Auwera

Lees morgen: Veilinghuizen 2012: Bourgogne nieuwste speeltje (2)

Geplaatst op 2 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Californische wijn breekt records

VatDe V.S.A. mag dan wel continu het schuldplafond optrekken en de staat Californië moet drastisch besparen, maar de Californische wijnindustrie sloot 2011 af als één van de grote winnaars.

De recente oogst 2011 noteerde wel een daling qua volume (-9 procent) en zal eerder lichtere, elegante cuvées voortbrengen, maar dat kan de pret niet drukken: de export floreert als nooit tevoren.

Leve de dollarkoers

Recente cijfers van het Wine Institute, de in San Francisco gevestigde handels -en promotieorganisatie voor deze industrie, laten inderdaad zien dat tijdens de Californische wijnuitvoer tijdens de eerste 10 maanden van 2011 reeds evenveel in kassa bracht als tijdens het ganse jaar 2010. Niet onbelangrijk, want 2010 ging toen reeds als een recordjaar in de boeken met een exportwaarde van 1,14 miljard USD.

Kortom, na 10 maanden 2011 - de resterende officiële statistieken lopen pas binnen enkele weken of maanden binnen - ligt de exportwaarde al 23 procent hoger dan het jaar voordien. De V.S.A. is dus niet alleen ‘s werelds grootste wijnimporteur geworden, maar een zeer belangrijke flessenexporteur die marktaandeel wint.

"California wines for the last couple of years have come into their own, offering quality, diversity and value,” aldus een zeer tevreden Linsey Gallagher, director of international marketing bij het Wine Institute.

De verklaring(en) voor deze success story? Ongetwijfeld speelde de zwakke dollarkoers tijdens het grootste deel van 2011 in de kaart van de wijnexport. Een fles die enkele jaren geleden rond de 10 USD kostte, werd nu verkocht aan een prijs van 7 à 8 USD. Ook het China-effect vertolkt zeker een rol, want alhoewel de export naar China voorlopig slechts 5 procent van het totaal uitmaakt - Europa blijft met voorsprong de grote slokop van Californische wijn -, nam deze wel de eerste 10 maanden van 2011 toe met +35 procent. Vooral de fruitgedreven, full-bodied rode Californiërs blijken erg in de smaak te vallen van de Chinese consument, onder andere omdat deze prima harmoniëren met de vaak kruidige Chinese gerechten.

Blijft het wel duren?

Vraag is: blijft deze hoera-stemming ook in 2012 duren voor de Californische wijnindustrie? Alle signalen wijzen er immers op dat de voornaamste exportprikkel - in casu de zwakke dollarkoers, dus de soms excellente prijs-kwaliteit ratio van de uitgevoerde wijnen - zijn limiet heeft bereikt.

Niet alleen klimt de dollarkoers de voorbije weken ten opzichte van o.a. de Euro, maar ook de daling van het productievolume in de oogst 2011 kan voor een prijsopstoot zorgen. In sommige (populaire) wijnstreken zijn de rendementen immers drastischer gedaald dan de -9 procent voor gans Californië. Zo werd met name Sonoma, toch een van de bekende appellaties in het buitenland, zwaar getroffen, want daar ligt de opbrengst bijna 20 procent beneden het vijfjarige gemiddelde. Dat verhoogt ongetwijfeld de prijsdruk.

Bovendien kennen we in Californië hetzelfde fenomeen als in Frankrijk: de verbouwde oppervlakte wijngaarden werd er een flink stuk kleiner (lees ook De Franse wijnwereld krimpt). Toen enkele jaren geleden nog iedereen begaan was met de dreigende ‘wine glut’ - het structurele wijnoverschot dat wereldwijd voor enorme afzetproblemen zorgde -, werden er vrij snel talrijke hectare gerooid. In een kwaliteitsregio als Sonoma bijvoorbeeld verdwenen er in enkele jaren tijd ruim 1.200 hectare wingerd. Waarnemers schatten dat voor gans Calfornië de vorobije jaren zo’n 100.000 acres of bijna 40.500 hectare uit roulatie zijn genomen.

Ook dàt kan al op korte termijn de prijzen voor Californische crus de hoogte injagen, dus stilaan de export afremmen. De oogst 2011 is in dat verband illustratief. Terwijl een totale volumedaling van -9 procent werd genoteerd, zag men ook de druiveninkopers terugkeren naar de markt. Geschat wordt dat de vraag naar Calfornische wijndruiven met +7 procent zal stijgen.

Al deze factoren suggereren dat de Calfornische wijnexport in 2012 wel eens stoom kan verliezen. Want zoals een Amerikaanse wijnexporteur het nog begin december verwoordde: “I think there will be fewer bargains for consumers six to nine months from now due to supply shortfalls.”

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 27 november 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Cava speelt met vuur

Op de zopas gehouden Wine Future Conference in Hong Kong kwam Pedro Ferrer, hoofd van het ook bij ons bekende Cava-huis Freixenet, met een schijnbaar verrassende analyse. Volgens hem vormen de huidige spelregels voor Cava-productie namelijk een té strak korset voor wijnmakers: “We have a big book of rules how to make Cava” klonk het strijdvaardig. “There are a lot of things that are limiting the ability of our winemakers to make the best wine.”

Een historische recordverkoop

Alvorens op de details in te gaan: vanwaar deze plotse demarche? Ik zie drie onderliggende motieven.

Eén: concurrent champagne heeft de voorbije maanden zijn productievolume serieus opgeschroefd om in te spelen op de opnieuw gestegen wereldvraag (lees Champagne: business as usual). Dat prikt beslist.

Twee: de eindejaarscampagne is in volle gang zeker en voor de verkoop van bubbels wordt dit weer een broederstrijd tussen Champagne en Cava. Ter illustratie: alleen in de laatste 4 maanden van 2010 realiseerden Cava-producenten 41,4 procent van hun totale jaaromzet in Spanje zelf en 38,4 procent in hun exportmarkten.

En drie: de Spaanse thuismarkt van Cava heeft het momenteel economisch bijzonder moeilijk. Waar vorig jaar nog sprake was van een gezonde stijging (zie infra), heeft de crisis de voorbije maanden zo hard toegeslagen dat ook de grote Cava-huizen Freixenet en Codorniu de gevolgen ervan beginnen te voelen.  

Op papier en op wereldschaal bekeken heeft Cava echter voorlopig niets te vrezen, want 2010 was alvast een historisch recordjaar voor de verkoop van hun moussewijn. Vorig jaar werden wereldwijd immers 244,8 miljoen flessen geconsumeerd, wat een totale stijging inhoudt met +11,5 procent in vergelijking met 2009. Goed voor zo’n 1,03 miljard euro omzet. Historisch record, want een stuk boven de 230 miljoen flessen die in 1999 werden verkocht, toen er bovendien sprake was van het millenniumeffect.

Bubbelgekke Belgen

Weliswaar werden vorig jaar in Spanje zelf nog steeds het grootste aantal flessen Cava ontkurkt - 95,6 miljoen stuks of een stijging met +8,37 procent t.o.v. 2009 -, maar de success story van Cava ligt vooral in zijn export. Ongeveer 60 procent van de 2010-output - in concreto 149,2 miljoen flessen of een stijging met +13,68 procent - werd immers in buitenlandse markten gerealiseerd. Met Duitsland als grootste slokop (41 miljoen flessen, +17,7 procent), het Verenigd Koninkrijk als dorstige tweede (32 miljoen flessen, slechts +2 procent) en België (!) dat met het brons gaat lopen, goed voor 21 miljoen flessen of een spectaculaire +34,7 procent toename.  

Maar ook het feit dat er zoveel vooruitgang werd geboekt in de Amerikaanse markt - nummer 4 qua verkoop met 17,5 miljoen verkochte flessen of een klim met +18,2 procent -, Japan (nummer 5 met ruim 5 miljoen flessen of +19,8 procent) of de groeiende populariteit van Cava in het thuisland van de Champagne Frankrijk (nummer 6 qua verkoop met 3,9 miljoen flessen of +15 procent) laten zien dat het in 2010 echt wel snor zat met de globale Cava-verkoop.

Een gevaarlijke gok

Wie deze mooie rapportcijfers bekijkt, zelfs met in het achterhoofd de wetenschap dat veel spectaculaire groeicijfers natuurlijk komen na een zeer negatief verkoopjaar 2009 en dat bovendien de economische vooruitzichten in 2011 weer een stuk somberder zijn geworden, moet zich toch afvragen: wat wil Pedro Ferrer, die duidelijk de spreekbuis is van de grote spelers, eigenlijk?

In zijn speech gaf hij een aantal voorbeelden van wat hij graag veranderd zou zien aan de wetgeving rond Cava. Dat de ‘normale’ Brut vooral draait rond de drie druivenvariëteiten Parelleda, Xarel-lo en Macabeo – eventueel aangevuld met Chardonnay, Subirat Parent oof Malvasia Riojana - vindt hij bijvoorbeeld perfect, maar voor de productie van Rosado (nu een kwestie van Pinot Noir, Garnatxa, Monastrell en/of Trepat) zou hij ook heel graag Tempranillo getolereerd zien. Een druif die natuurlijk massaal aangeplant staat.

En dan komt de kat op de koord: beperkingen van de rendementen “are no good” volgens Pedro Ferrer en ook de regels die de totale aciditeit “should be left to the winemaker.”
 Met als orgelpunt: “The worst enemy that Cava has is Cava”, klinkt het eerder cryptisch. “If we take the wrong direction with the category by being more restrictive it would be a huge mistake.”

Wie tussen de lijnen leest, ontdekt echter meteen het échte motief : deze Cava-gigant wil de handen maximaal vrij houden om een stijgend vraag naar Cava-bubbels te kunnen invullen, net zoals de collega’s in Champagne het op een akkoord kunnen gooien om hun oogstvolume serieus op te krikken. En vooral technisch wil men blijkbaar niet teveel pottenkijkers.

Het grote verschil qua appellatieregeling tussen Cava en champagne is natuurlijk dat, los van kortere/langere periodes sur lattes of afwijkende druivensoorten, de DO Cava eerder een bepaald maakprocedé garandeert (namelijk de methode traditionelle), terwijl Champagne strikt geografisch gebonden is en wettelijk niet buiten deze afgebakende regio mag geproduceerd worden. In zekere zin geldt dat ook voor Cava, want in de praktijk komt nog steeds 90 à 95% van alle geregistreerde Cava uit Catalonia, ook al kunnen ook andere Spaanse regio’s - zoals La Rioja, Extremadura, Valencia of Cariñena - dit label claimen.

Maar ik voel me als consument toch een beetje ongemakkelijk met deze uitspraken, want ik interpreteer ze als "laat ons officieel gerust, want we willen kost wat kost véél méér bubbels produceren en champagne van zijn troon stoten". Kwaliteitsargumenten komen hier blijkbaar niet aan te pas.

Op termijn dreigt dan een ernstig perceptieprobleem. Kijk maar naar onze Belgische markt. Hoeveel schuimende rotzooi is er ondertussen al niet in de rekken beland van amper enkele euro’s, de doopnaam Cava onwaardig? Voorlopig lijkt de Belgische - lees Vlaamse - consument dat nog braafjes te slikken, maar er komt toch een moment dat het bubbelplezier verdampt, zeker als bijvoorbeeld de Italiaanse concurrentie blijft verbeteren of de Franse Crémants aan hun remonte beginnen.

Kortom, Cava is met zijn toekomst aan het spelen, verblind door de momentele hausse. En wie zit nu te wachten op een tweede Beaujolais-scenario?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 november 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

www.Lafite.nep

WwwDat ‘bekende namen’ uit de wijnbusiness een fervente en vooral permanente strijd moeten voeren om hun copyrights te beschermen, is al lang een oud zeer van deze sector.

En dan hebben we het echt niet alleen over de juridische veldslagen tussen de Europese Unie en producenten uit de Nieuwe Wereld - vooral Australië en California - die soms nogal lukraak omspringen met beschermde en vooral historische appellatienamen of wijntypes zoals Sherry, Porto, Brandy, Sauternes of Chablis (lees o.a. Australië: kidnapping van appellaties taboe of Apera en Topaque).

Gedroomde slachtoffers

Maar wereldberoemde domeinen - lees: zij die hoge scores krijgen in de gespecialiseerde media en daarom ook hoge marktprijzen vangen, met name bij het  ‘nieuwe’ Aziatische cliënteel - worden tegenwoordig ook virtueel belaagd: cybersquatting, het in dit geval kapen van een châteaunaam en trademark om er hopelijk munt uit te slaan, heeft duidelijk ook de internationale wijnhandel geïnfecteerd.

De meest voor de hand liggende slachtoffers vinden we natuurlijk in Frankrijk en meer specifiek in de Bordelais, bij de grands crus classés waarop de integrale internationale markt (speculanten, loyale consumenten, importeurs, négociants en nouveaux riches) jaagt.

Om de omvang van dit probleem in te schatten, werd onlangs door het bureau Keep Alert een studie gelanceerd die zich uitsluitend toespitste op de premiers crus uit het officiële en nog altijd toonaangevende klassement van 1855: Château Haut-Brion (Pessac-Léognan), Château Lafite-Rothschild (Pauillac), Château Latour (Pauillac), Château Mouton-Rothschild (Pauillac) en Château Margaux (Magaux). De échte commerciële kleppers met andere woorden, die zowel in primeur als op wijnveilingen honderden, zoniet duizenden, euro per fles realiseren.

Ideaal wild kortom voor deze webmaffiosi.

Populair bij naamdieven

En wat blijkt uit deze analyse?

De naamsdiefstal op het internet van deze Franse topcrus is een wijdverspreid fenomeen, waarbij diverse technieken worden toegepast om te kunnen profiteren van deze reputaties. Zo worden er zowel enorm veel valse websites opgezet onder de (vergelijkbare) naam van het topdomein - vergelijkbaar met de valse persoonlijke accounts op Facebook - alsook webpagina’s ‘geparkeerd’ die de bezoeker afleiden naar verkoopsites met nagemaakte producten.

Keep Alert ontdekte zo een resem valse adressen die als bloedzuigers aan het echte château hangen, waaronder chateau-haut-brion.info, chateaulafite.com, latour.asia, buychateauhautbrion.com mylafiterothschild.com, lafite.cz of chateau-latour.de.

Het onderzoeksteam vond op die manier maar liefst een honderdtal naamsdiefstallen van Château Haut-Brion, bijna 500 van Château Margaux, een duizendtal voor Château Mouton-Rothschild en ‘enkele duizenden’ valse vermeldingen voor Château Latour. Verder kwamen de onderzoekers eveneens op het spoor van een Taiwanees die tientallen domeinnamen rond Lafite.com.tw had geclaimd. Wie op deze account klikte, werd onmiddellijk doorgestuurd naar een commerciële website die niets met deze super-Pauillac te doen had. Idem bis met het Russische schaduwbedrijf dat de naam margaux.ru gebruikt voor zijn in het Cyrillisch geformuleerde site, waar echter wel de naam én de visuals van Château Margaux klakkeloos werden overgenomen.

Boosdoener ICANN

Kernprobleem blijft echter: deze topdomeinen hebben tot nu toe weinig juridische middelen in handen om de zondvloed van imitatoren en nepsites te stoppen.

De logica van het internet vormt namelijk de voornaamste drempel. De manier waarop domeinnamen geregistreerd en beschermd worden, werkt misbruik immers in de hand. ICANN, de internationale autoriteit die de domeinnamen reguleert, introduceert om te beginnen voortdurend nieuwe extensies. Een château dat niet alle beschikbare naamextensies claimt maar alleen de klassiekers .net, .com, .org .tel, .eu of .fr, laat automatisch het poortje open voor imitatoren, terwijl het prijskaartje van zo’n registratie continu daalt.

Een simpele bank/creditkaart volstaat dan al om zijn eigen nepdomeinnaam te lanceren.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 6 november 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Koelt de veilingmarkt nu al af?

Het lijkt er op dat de voorspelling van master of wine Pancho Campo over de afkoeling van de globale wijnmarkt stilaan bevestigd wordt (lees De jonge Aziaat is de wijntoekomst). Misschien zelfs vroeger en sneller dan hij verwachtte.

Toppers verliezen pluimen

Eén van de indicatoren vinden we in wijnveilingen en meer bepaald deze in Hong Kong, momenteel hét zenuwknooppunt van veel internationale wijnhandel en de place to be voor gefortuneerde liefhebbers van speciale flessen (lees 2010 was een vet veilingjaar Deel 1 en Deel 2, Records sneuvelen op veilingen of Azië belegt gulzig in wijn).

Uit de analyse van de recente veilingresultaten blijkt immers dat de hamerprijzen steeds vaker hun oorspronkelijke ramingen niet halen. Die trend bleek duidelijk tijdens de veelbesproken tweedaagse Sotheby’s septemberveiling van ‘fine wines’ in Hong Kong. Weliswaar werden alle aangeboden loten ook effectief verkocht - op zich al uitzonderlijk, omdat veel huizen deze 100%-verkoop nog zelden realiseren -, maar veel favorieten bleven beneden de verwachtingen.

Millésimes als Château Pétrus 1995, Château Lafite-Rothschild 1982, Armand Rousseau Clos de la Roche 1945 of Château Mouton-Rothschild 1982 konden hun hoge schatting inderdaad niet waarmaken. Natuurlijk, veilingmeesters hebben tegenwoordig, na maanden van record na record, hun ramingen ook serieus opgetrokken, zodat de verwachtingen tegenwoordig misschien té hoog gespannen staan. Maar dit feit alleen verklaart niet de onderliggende trend, waarbij de gemiddelde hamerprijzen voor de toch felbegeerde oogstjaren als 1982, 1990 en 2000 flink zijn teruggevallen in vergelijking met vorig najaar.

Het meest frappant is de achteruitgang van Château Lafite-Rothschild 1982, waar zowat gans Azië (en vooral elke gefortuneerde Chinees) leek op te jagen (lees Kijk uit voor Lafite 1982). De gemiddelde veilingprijs kromp in de periode oktober 2010-juli 2011 met maar liefst -41 procent. Ook andere grootheden blijven weliswaar quasionbetaalbaar, maar verloren wél pluimen. Zo boerde Château Latour 2000 in dezelfde referentieperiode gemiddeld met -33 procent achteruit en boette het Bourgondische boegbeeld Domaine Romanée Conti 1990 tussen januari-april 2011 toch ook reeds -16 procent waarde in.

8.404 euro per fles

Ook al koelt de veilingmarkt dus schijnbaar af, blijven er toch nog records sneuvelen. Blijkbaar zijn de kopers selectiever geworden in de oogstjaren waarvoor ze diep, zelfs heel diep, in de portefeuille willen tasten. Zelfs op de reeds geciteerde tweedaagse Hong Kong-veiling waren er nog sensationele uitschieters. Zo werden twee identieke partijen van zes magnums Château Latour 1982, geschat op HK$ 240.000 (= ca. 21.530 euro) uiteindelijk afgehamerd op HK$ 314.600 (= ca. 28.222 euro), dus ruim +30 procent boven de oorspronkelijke raming van het veilinghuis.

Nog straffere kost noteerden we vorige week tijdens de wijnveiling van Christie’s in New-York. Daar brak Château Pétrus wél een nieuw record.

Het toplot bestond immers uit een kist van het legendarische millésime 1961, door velen beschouwd als één van de allerbeste oogsten van de 20ste eeuw. Christie’s had er een reeds forse schattingprijs van 50.000 tot 90.000 USD (= ca. 35.019 tot op 63.034 euro) op gekleefd, maar uiteindelijk viel de hamer pas toen een koper 144.000 USD (= 100.854 euro) neertelde. Bijna het drievoudige van de laagste raming of omgerekend ruim 8.404 euro per fles. Een absoluut wereldrecord ooit betaald voor een fles Pomerol tijdens een veiling. Blijkbaar was de koper een Europese wijnhandelaar.

Om te illustreren hoe goed deze 1961 wel in de markt ligt, nog dit: tijdens dezelfde veiling werd ook een geopende, dus onvolledige, kist van hetzelfde millésime Pétrus verkocht. Deze 11 stuks werden afgehamerd tegen 90.000 USD, m.a.w. precies de topschatting van Christie’s voor de intacte kist met 12 flessen. Nog altijd een respectabele 5.730 euro per fles.

Het prijsverschil maakt echter meteen duidelijk dat voor een deel van de handel een onaangeroerde kist topwijn véél kostbaarder is dan een geopende versie. Puur beleggingsproduct kortom, dat nog veel jaren in het circuit zal ronddraaien.

Frank Van der Auwera

 

 

 

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer