Home Markten Live Netto Sabato

Wijn & Milieu

Geplaatst op 16 oktober 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Californische wijnbouw in rouw

BrandCalifornieDat hevige bosbranden door de klimaatopwarming een frequenter fenomeen zijn geworden, wordt deze dagen helaas niet alleen in Europa geïllustreerd – Portugal, Spanje, Griekenland,... –, maar vooral in Californië is er nu al een dikke week sprake van een echte catastrofe. En dan spraken we niet alleen van de hoge tol qua mensenlevens

Voor het eerst wordt ook de wijnbouw in Napa en Sonoma op grote schaal geteisterd, nog altijd de slagader van de Californische – lees: Amerikaanse – wijnindustrie. Alleen al Napa Valley met zijn 700 druiventelers en 475 ‘fysieke’ wineries draagt per jaar 13 miljard USD bij aan de lokale economie en ruim 50 miljard USD aan de nationale economie, terwijl het – net zoals Sonoma – een toeristentrekpleister is.

Hoe ver de economische gevolgen uiteindelijk zullen reiken, valt nu nog moeilijk in te schatten omdat ook de communicatie-infrastructuur hapert, maar de bosbranden kunnen op diverse manieren schade toebrengen aan de wijnbusiness.

Drie rampspoedscenario’s

Het eerste doemscenario is de vernietiging van gebouwen (stockage, administratie,…) en vinificatiefaciliteiten, zoals reeds bij een tiental wineries is gebeurd. Waaronder Signerello en White Rock in Napa Valley, Nicolson Ranch, Paradise Ridge en B.R. Cohn in Sonoma, en Frey in Mendocino. Bij andere, ook bij ons meer bekende namen als Beringer, Chateau St. Jean, Stags’ Leap of Sterling Vineyards, is er sprake van “limited damage” aan de infrastructuur en sites. Duur, maar gebouwen en apparatuur zijn relatief makkelijk te vervangen. Bovendien lijkt het dat de meeste getroffen domeinen niet hun gehele voorraad verloren, omdat veel flessen vaak off-site bewaard worden, ver uit de gevarenzone.

Dramatischer blijkt het tweede scenario: wijngaarden die geheel of gedeeltelijk verwoest worden. Want hoe hoog ook de financiële kost kan oplopen van schade aan de infrastructuur, is het voor een wijndomein veel kwalijker wanneer ook de aanplant gedecimeerd wordt. Vaak gaat het immers om ‘old vines’ die superieure fruitkwaliteit leveren en die niet zomaar kunnen vervangen worden door piepjonge aanplant. Het is een verliespost die soms generaties werk tenietdoet. Tot nu toe zijn er echter nog maar weinig berichten dat effectief ook wingerds integraal in de vlammen opgingen.

Een derde schadepost betreft de nog niet geplukte trossen die, na dagen of zelfs weken hangen in dit dichte rookgordijn, de ‘verbrande’ geurmoleculen kunnen opzuigen, wat uiteindelijk resulteert in asbakaroma’s in het eindproduct. De storende geurcomponenten worden immers opgenomen via de bladeren en de pel en binden zich met de suikers. Bij de fermentatie ontkoppelen ze opnieuw en veranderen in wat ‘ashtray wines’ wordt genoemd. Hier speelt echter de timing in het voordeel van de wijnindustrie: toen de eerste bosbranden uitbraken, was reeds 90% van het druivenmateriaal geoogst. Alleen de laat rijpende cabernet sauvignon hing nog vaak in de wijngaarden, maar deze variëteit beschikt van nature over een dikkere pel, waardoor de opname van storende aroma’s veel trager verloopt.

Conclusie: voorlopig lijkt de wijnindustrie in Napa en Sonoma door het oog van de naald te kruipen, ook al kan de factuur van beschadigde infrastructuur, afnemend wijntoerisme en het eventuele productieverlies (dus: krimpende export) uiteindelijk enorm hoog oplopen.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 12 juli 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

De snoeischaren liggen al geslepen

Shutterstock_605948462Het blijft natuurlijk koffiedik kijken, want een paar dagen/weken met extreem lagere temperaturen of zware zomerstormen met overvloedige neerslag, en het plaatje ziet er compleet anders uit. Maar voorlopig wijst alles erop dat het millésime 2017 in Frankrijk een zeer vroege oogst wordt. Zoals een Frans magazine vorige week reeds blokletterde “Les grappes grossissent à vue d’œil!”.

Als deze situatie zo blijft, zouden de eerste pluksessies reeds eind augustus starten in bepaalde gebieden.

Het fenomeen ‘vroegtijdige oogst’ blijkt bovendien te gelden voor veel wijnstreken op het Franse territorium. In de Côte d’Or bijvoorbeeld kenden veel percelen einde juni reeds hun ‘fermeture de la grappe’, wat betekent dat er heel waarschijnlijk  - net zoals in 2007 of 2009 - reeds eind augustus of hoogstens vanaf de eerste week van september kan geoogst worden.

Idem in de Elzas, waar de rijpingsperiode van ‘bloem’ tot ‘fermeture de la grappe’ in amper drie weken plaatsvond, tegen normaal vijf weken. Vergeleken met vorig jaar liggen de meeste wijngaarden bijna 18 dagen voor op hun klassiek groeischema. Veel wijnbouwers zullen ook daar reeds eind augustus/begin september met de pluk starten, met name dan het druivenmateriaal dat voor de productie van de Crémant d’Alsace bestemd is.

En Bordeaux? Daar hebben de percelen die niet door de strenge voorjaarsvorst aangetast werden, voorlopig nog een voorsprong van drie weken op het oogstschema van 2016.

Maar nogmaals, ‘het kan vlug verkeren’ als de weergoden zich de komende periode van hun lelijkste kant laten zien.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 juni 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijnindustrie moet wakker worden

VriendenWijnOp de recent gehouden wijnvakbeurs ‘Vinexpo’ was één van de markante figuren de Spaanse wijnmaker Miguel Torres (75), die er zijn ‘Lifetime Achievement Award’ kwam ophalen.

Torres stapte in het (toen nog bescheiden) Catalaanse wijnbedrijf van zijn vader in 1962 en bouwde het geleidelijk om tot een heus wijnimperium dat wereldwijd verdeeld én gewaardeerd wordt.

Miguel was en is ook een innovator gebleven. Zo was hij het die de Cabernet Sauvignon introduceerde in de Penedès om de kwaliteit van de cru’s op te krikken en ook het gebruik van nieuwe barriques werd door hem gestimuleerd.

Seven Up!

Tijdens zijn aanvaardingsspeech sprak hij vooral over twee stokpaardjes: het feit dat we onze wijncultuur absoluut moeten verdedigen, én de strijd tegen de klimaatopwarming.

Wijn is immers een cultuurproduct dat we delen aan onze tafels met vrienden en dat het leven beter maakt, zo klonk het. Maar de aanvallen tegen wijnconsumptie worden steeds feller: “We moeten wijn verdedigen. Het probleem is echter dat er nu politici en artsen zijn die een echte anti-campagne voeren, zelfs tegen matig wijnverbruik.”

Tegelijk vindt hij dat de wijnindustrie grote sprongen heeft gemaakt. Zelfs nieuwe consumenten worden ‘beter’: “Zo herinner ik me dat jaren geleden in Chinezen mijn Mas La Plana gemixt met Seven Up dronken. Een praktijk die er nu gelukkig nagenoeg verdwenen is.”

Klimaat dé wijnuitdaging

Maar het leeuwendeel van zijn speech focuste op de opwarming van de aarde en de zware consequenties hiervan op de wijnmakerij: “Climate change is the biggest challenge for the whole of mankind and the survival of certain wine regions depends on their ability to adapt.”

Deze klimaatverandering betekent concreet o.a. dat wijnproducenten - via andere onderstokken, nieuwe druivenklonen, hoger gelegen koelere locaties en een aangepast management van het bladerdek - snel naar nieuwe middelen moeten zoeken om het rijpingsproces van de trossen te vertragen. Maar eveneens dat nieuwe gebieden ‘ideaal’ worden voor de wijnbouw, zoals Engeland.

De symptomen zijn nu reeds duidelijk volgens Torres. Hij wees o.a. op het fenomeen dat het tijdens de lunch 37°C was in Bordeaux, medio juni. “Niemand die ik hier sprak had dit ooit al ervaren” dixit Torres, die eraan toevoegde: “In de nu ruim halve eeuw dat ik actief ben in de wijnbouw heb ik nog nooit zo’n rampzalige late voorjaarsvorst meegemaakt in Spanje als degene waarmee we dit jaar geconfronteerd werden. We verloren er circa 20% van onze oogst door. In Chili, waar ik ook produceer, verloren we zelfs een volledige oogst door zware bosbranden. Maar ik ben er zeker van dat Moeder Natuur steeds meer van deze extremen zal laten zien. (…) Het op alle mogelijke manieren reduceren van onze CO2-uitstoot wordt dé challenge, ook voor wijnbouwers, zelfs al maken we nu over de gehele wereld kwalitatievere wijnen dan vroeger.”

Zo experimenteert Torres momenteel met een systeem om reeds tijdens het gistingsproces de CO2 op te vangen, zodat het niet in de atmosfeer terechtkomt.

Zijn conclusie: “Duurzaam werken zal ons geen fles wijn meer laten verkopen, maar we zijn het verplicht aan onze planeet.”

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 23 mei 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijnvandalisme à la Flamande

UrbainVandeurzenGeregeld berichten we in deze kolommen over de wijnterreur van het CAV of CRAV, Le Comité (Régional) d'Action Viticole. Een clandestien opererende groep militante wijnbouwers, vooral actief in de Languedoc-Roussillon, die gewelddadige acties opzetten bij bottelarijen, wijnimporteurs of gebouwen van het Ministerie van Landbouw.

Nooit echter gedacht dat ik ook over wijnvandalisme op Belgische bodem zou moeten schrijven.

Want een tijdje terug bleek dat in Linden, deelgemeente van Lubbeek in Vlaams-Brabant, vandalen 454 druivenstokken hebben vernield in de pas aangelegde wijngaard van entrepreneur Urbain Vandeurzen en zijn VF Wineries. De chardonnaystokken werden bijna allemaal afgeknipt onder de ent en zijn dus onbruikbaar. Niet alleen de directe financiële schade is aanzienlijk – naar schatting 78.000 euro -, maar meteen is ook het werk van de voorbije drie jaar aan de 11 hectare tellende wijngaard – de 2de grootste in Vlaanderen – letterlijk verknoeid.

Futuristisme contra conservatisme

Dat onbekenden tot zo’n drastische daad overgaan, heeft te maken met het toenemende protest tegen de bouwplannen van Vandeurzen.

Die wil namelijk op de flanken van de ronde Bos en Bleekbos, langs de Kasteeldreef, een futuristisch multifunctioneel wijncentrum bouwen. Deze bekende ondernemer – van o.a. Salk, van Gimv en het softwarebedrijf LMS – kocht in 2013 immers het wit Kasteel te Linden.

Hij liet er een wijngaard planten, wat door de lokale bevolking en natuurgroepen trouwens vlot werd geaccepteerd. Maar toen de bouwaanvraag voor het wijncentrum op tafel van het gemeentebestuur belandde, groeide het protest exponentieel. Het centrum moest immers een futuristisch ogende hal van 1.500 vierkante meter worden, 12 meter hoog met een gebogen dak van 57 op 25 meter, waarin o.a. een wijnbar voor proeverijen en opslagruimte. Het regende meteen ruim 650 bezwaarschriften.

Een eerste vergunning werd daarom geweigerd en de bouwplannen aangepast, o.a. door de constructie met een tiental meters in lengte in te korten. Maar deze ingreep mocht niet baten, want tegenstanders vonden het een ‘vlek’ in de natuurlijke omgeving en vreesden toenemende verkeershinder.

Eerste in de rij?

Sindsdien gingen de protesten crescendo: er werd graffiti aangebracht en er kwamen zelfs bedreigingen, met als triest orgelpunt de recente vernieling.

Los van wie achter dit vandalisme zit – alle actiegroepen ontkennen met klem–, zullen we m.i. de komende jaren dit soort botsingen nog meer meemaken in ons Belgische, zeker Vlaamse, wijnlandschap.

Want het is nu eenmaal een feit dat de beste terroirs precies liggen in of rond groene zones en/of op hellingen, die door de lokale bevolking als ‘hun’ (voor)recht wordt beschouwd.

Veel ruimte voor expansie heeft onze boomende wijnindustrie – jaarlijks worden er tientallen hectare extra aangelegd - echter niet. En wie een wijngaard aanvaardt, moet ook beseffen dat deze inplanting eveneens productie-, opslag- en proeffaciliteiten met zich meebrengt én wijntoeristen, i.p.v. alleen maar idyllische rijen druivelaars.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 24 februari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Star Wars in Bourgogne en Beaujolais

HagelHet gaat dit keer niet om een (anti)terreuractie, maar om een technisch beschermingsplan tegen hagelstormen, die in deze regio vaak enorme schade toebrengen aan de wijngaarden.

Tegen juni dit jaar zullen in Bourgogne en de Beaujolais - op uitzondering van de Châtillonais – extra 90 zogeheten ‘générateurs anti-grêle’ worden geïnstalleerd, die dan zo samen ruim 45.000 hectare aanplant zullen beschermen tegen komende hagelbuien. Systeem dat tot nu toe reeds functioneert via 53 installaties in 14.000 hectare wingerd gelegen in de Côte d'Or, de Côtes-de-Beaune en Nuits, de Côte châlonnaise en le Couchois.

In concreto gaat het om een mobiele installatie die nitraatraketjes afschiet in een dreigende hagelwolk, waardoor de hagelkorrels kleiner worden en veel trager neerdalen. En hopelijk zo minder schade berokkenen aan de druivelaars. Dat is het ideale scenario, want deze methode is niet 100% onfeilbaar en waarschijnlijk ook een pak duurder dan een bescherming via netten, zoals die vaak elders wordt toegepast.

Hagel als kwelduivel

Dat een protectiesysteem een must is, staat buiten kijf. Bourgogne en zeker ook de Beaujolais worden de laatste jaren steeds frequenter geteisterd door hagelstormen.

Zo trokken voorjaar 2016 alleen al drie zware stormen over de Beaujolais. Zij zorgden ervoor dat maar liefst 2.136 hectare wijngaard voor gemiddeld 64% werden beschadigd, terwijl in nog eens 973 hectare maar liefst driekwart van de wijnstokken werden getroffen. In totaal werden in die periode zo 412 wijnexploitaties getroffen, waarvan 39 hun beplante oppervlakte zelfs met méér dan 75% beschadigd zagen.

En als we dan bedenken dat in de Beaujolais slechts 4 op de 10 wijnfirma’s verzekerd zijn tegen deze calamiteiten, vaak niet eens kostendekkend, dan wordt het waarom van deze technische investering in een rakettenschild duidelijk.

Gezocht: lanceerpersoneel

In Bourgogne en de Beaujolais gelooft men daarom heilig in deze Star Wars via nitraatraketten.

Alle betrokken ODG's (Les Organismes de Défense et de Gestion) van de appellaties uit de Mâconnais, Chablis, l'Auxerrois en Beaujolais – met ruggensteun van de CAVB (La Confédération des Appellations et Vignerons de Bourgogne) - zetten hun schouders nu onder dit rakettenschild voor bijna het integrale druivenareaal in hun regio's.

Het systeem bezit wel een belangrijke Achilleshiel: mankracht. Elk toestel heeft namelijk drie m/v nodig om de raketjes veilig en efficiënt te lanceren. Of die in tijden van hagelstormen tijdig paraat zullen staan, blijft dus de sleutelvraag…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 10 februari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Organisch van A tot Z

CavaKurkMisschien is het u ontgaan, zelfs als u tot de meest fanatieke believers van de biologische wijnkerk behoort, maar Europa - en meer bepaald Spanje - bezit wel een primeur: de eerste 100% pure organische appellatie.

Eventjes nadenken waar en wie? Het is namelijk een schisma in de cava-productie die tot dit resultaat leidde, in casu de Calataanse DO Clàssic Penedès.

Weg van de massaproductie

In 2014 braken immers een aantal producenten uit de cava-koepel, gestimuleerd door de lokale eco-paus Albet i Noya, omdat ze zich niet langer konden vereenzelvigen met de soms belabberde kwaliteit van deze populaire Spaanse bubbels. Want door het enorme exportsucces werd de spoeling ook steeds dunner en dunner, zodat er – zelfs op onze Belgische markt – cava's in de rekken belandden waarvan de basisfactuur (vinificatie, fles, botteling, etikettering, dus de blote aankoopprijs) inferieur werden aan alle bijkomende kosten (transport, winstmarge, accijnzen, eco-kosten,…). De inhoud werd soms ondergeschikt aan de uitmonstering en het imago. Dus kwamen steeds meer producenten in het geweer tegen deze nivellering richting bas de gamme.

De nieuwe subappellatie Clàssic Penedès bleek evenwel toch meer dan een stelletje dwarsliggers of dikkenekken-bodega's. Zo was één van de belangrijkste condities om tot deze nieuwe club toe te treden de vereiste om gecertificeerd organische wijn te produceren. Zonder deze certificatie en een kelderrijping van minimaal 15 maanden kunnen de (aspirant)leden immers nooit het label van de DO Clàssic Penedès dragen.

Met andere woorden: dit is de eerste unisono appellatie op Europese bodem, zij het dat het natuurlijk om een voorlopig nog klein clubje draait. Want momenteel zijn er slechts 15 bodega’s die de DO belichamen. Bodega's waarvan een aantal ook bij ons vlot te koop zijn: Albet i Noya, Bonans, Castell de Pujades, Celler Can Morral del Moli, Celler Grapissó, Celler Puig Romeu, Cellers AT Roca, Clos Lentiscus, Colet, Loxarel, Mas Bertran, Mas Comtal, Mas dels Clavers Can Gallego, Miquel Jané en Torre del Veguer.

Loont het?

Dubbele hamvraag blijft.

Eén: wanneer krijgen deze 15 pioniers eindelijk meer sympathisanten die ook hun buik vol hebben van de platvloerse en banale cava's, zodat deze DO geen (weliswaar boeiend) randfenomeen blijft in de cava-commercie?

En twee: valt deze organische origine en druivencultuur ook effectief te proeven in het glas? Met andere woorden, is de toegevoegde waarde - en de soms hogere prijsvork - van deze certificatie in een ‘mousseproces’ essentieel? Ik denk dat we de komende weken en maanden dringend een aantal vergelijkende degustaties moeten organiseren om hierop een antwoord te vinden.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 30 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Latour op de organische toer

LatourDat steeds meer domeinen, zelfs in de Bordelais, zich profileren als biologische of organische producent, is geen toeval. Een bio-imago kan tegenwoordig immers een flinke commerciële bonus betekenen, ook al wordt er reeds jaren zo natuurlijk mogelijk gewerkt. Maar perceptie is een sterk wapen in de wijnhandel.

Cruciaal in deze perceptie of een wijnstreek/appellatie als ‘natuurlijk’ wordt bekeken, is het feit dat er een aantal voortrekkers met naam en faam actief zijn.

Daarom is het voor een als traditioneel gepercipieerd wijngebied als Bordeaux zo belangrijk dat het legendarische Château Latour (Premier Grand Cru Classé Pauillac) zich deze dagen out als ‘organisch wijndomein’.

In 2018 gelukt?

Deze onbetwiste topper uit het klassieke klassement van 1855 produceert jaarlijks drie verschillende cuvées. De ‘grand Vin’ is het Château Latour waarvoor, zeker uit oudere millésimes, fortuinen worden voor neergeteld en waarvan het overlevingsparcours meerdere decennia overspant. Een gespierd Cabernet Sauvignon-beest dat in recente oogsten tussen de 900 à 1.400 euro wordt verhandeld. Het druivenmateriaal ervoor komt dan ook uit het historische ‘Enclos’ van 45 hectare, met zicht op de Gironde, waar de rijping optimaal gebeurt.

Als tweede wijn is er het label ‘Les Forts de Latour’ (samengesteld uit de jongere stokken die nog niet de grand vin-status verdienen) en de derde wijn gaat als ‘gewone’ Pauillac onder kurk, met dito lager prijskaartje natuurlijk.

De conversie richting organische wijncultuur draait nu integraal rond deze historische 45 hectare van het Enclos, prestigeperceel dat wel bijna de helft van het totale domein van 88 hectare beslaat.

Het conversieproces werd al in 2015 opgestart en aangezien de certificatie ten vroegste pas na drie jaar wordt toegekend, betekent het dat we moeten wachten tot de oogst 2018 alvorens we de eerste ‘organische’ Château Latour kunnen kopen.

Minder is meer

Wat er vooral verandert bij Latour nu ze de organische kaart trekken?

Voortaan worden uitsluitend koper en zwavel, in combinatie met diverse plantinfusies, ingezet om ziekten in de wingerd te bestrijden. Ook insecticiden worden taboe en vervangen door de techniek van seksuele verwarring, waardoor de voortplantingscyclus van bepaalde schadelijke insecten verstoord wordt. En natuurlijk worden geen onkruidverdelgers meer gebruikt en zal exclusief organische mest alle kunstmest vervangen.

Mijn vraag is echter: zullen we dat straks ook proeven in het eindproduct? Ik denk het niet, aangezien Château Latour ook voor deze organische conversie nu niet meteen een chemische veelgebruiker was die zijn cliënteel ‘vergiftigde’.

Maar dat het marketingverhaal er rond als zoete broodjes verkoopt, illustreert verdorie zelfs deze column…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 december 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Hoe groen is Bordeaux?

WijnDomeinIn deze tijd van Goede Voornemens en helaas ook vaak loze beloftes, legt Bordeaux de lat wel heel hoog op ecologisch vlak. Waar volgens de laatste statistieken de milieuvriendelijke en duurzame wijnbouw, in welke vorm ook, nu in de Bordelais toegepast wordt in circa 45% van de wijngaarden, wil men er volgens de nieuwste plannen zo snel mogelijk naar de ideale 100% komen.

Uiterst ambitieus, want het programma is niet van de poes. Het draait daarbij rond het drastisch verminderen van pesticides, het terugschroeven van het energie- en waterverbruik, de recyclage van de afvalberg, de bescherming van de lokale biodiversiteit én een algemene reductie van de CO2-uitstoot.

Ik stel me toch veel vragen bij dit ambitieuze duurzame milieuplan en vooral ook bij het perscommuniqué dat stelt dat nu reeds bijna de helft van de verbouwde druivenoppervlakte in de Bordelais ecologisch vriendelijk geëxploiteerd wordt.

Werkt Bordeaux werkelijk al zo groen?

Wildgroei aan labels

Want kijk naar deze cijfers. Volgens de laatst beschikbare statistieken zijn er slechts 480 chateaux (goed voor 6.091 hectare) die reeds gecertificeerd biologisch werken. Nog eens 1.330 hectare zijn momenteel in conversie.

Biodynamisch gecertificeerde domeinen vormen helemaal een minderheid: amper 29 stuks, met 696 hectare wingerd.

De andere gecertificeerde domeinen bezitten één of ander ‘duurzaam’ label. Zo zijn er de certificaties van de zogenaamde ‘viticulture intégrée’, met labels als Terra Vitis, Area of Qualenvi. Opgeteld gaat het om 265 domeinen of 8.568 hectare wijngaarden.

Een volgende luik bestrijkt de ‘viticulture raisonnée’, waar de certificaties vooral een grotere oppervlakte wijngaarden overkoepelen. Het label ‘Agriconfiance’ bijvoorbeeld bestrijkt nu reeds 384 wijnbedrijven (of 6.062 hectare) en bij het label ‘Destination Développement Durable’ zijn zelfs 1.968 vignerons betrokken die samen 14.802 hectare uitbaten.

Om het nog wat complexer te maken, zijn er tenslotte nog concurrerende duurzame labels die op hun beurt nog eens andere selectiecriteria hanteren: ‘Certification HVE’ telt nu 32 domeinen (1.200 hectare) en ‘SME du vin de Bordeaux’ zelfs reeds 134 gecertificeerde wijnbedrijven.

Lucratief groen

Als u deze cijfers correct wil interpreteren: volgens de meeste schattingen telt de Bordelais zo’n 10.000 ‘domeinen’ (vaak merken en minibedrijven zonder echt ‘château’) die collectief toch circa 112.000 hectare wijnterreinen exploiteren. Er ligt dus nog veel duurzaam missionariswerk op de plank en vooral: hoe staat het met de ‘leaders of the pack’, de grands crus classés in hun vergroeiing?

Misschien wordt het daarom ook tijd om eens met de grove borstel te gaan doorheen al die ‘duurzame’, ‘groene’ en ‘ecologische’ labels en organisaties, waarvan de criteria soms als dag en nacht verschillen.

De consument snapt er namelijk stilaan niks meer van. Of wantrouwt dan ook deze tsunami van groene labels, want krijgt zo makkelijk de indruk dat er een heleboel organisaties vooral geld geroken hebben in die groene business.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 12 september 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Cuvée Labo

DruppelWijnSedert het artikel in onze dagkrant (lees: Zonder druiven wijn maken in het labo) en mijn daaropvolgende radio-interview (Radio 1, ‘Nieuwe feiten’), word ik druk gemaild, aangesproken en gebeld met als hamvraag: gaat synthetische wijn straks nu écht de globale wijnmarkt radicaal verstoren en klassiek gemaakt wijn verdringen? Iedereen heeft er plots een mening over, ook al heeft nog niemand het artificiële eindproduct kunnen proeven.

Daarom deze column om nog een paar puntjes op de ‘i’ te zetten.

Wijn is altijd chemie

Neen, ik ben geen Luddiet, dus anti-technologie en innovatie, kortom niet per definitie contra synthetische wijn. Omdat nu reeds onze hedendaagse wijnmakerij dankzij de oenologische inzichten van de voorbije 30 à 40 jaar veel met (bio)chemie & wetenschap te maken heeft: gistculturen, additieven, eiken chips, noem maar op, worden reeds toegepast in veel cuvées. Soms overdreven veel – met veel kleur- en smaakstoffen -, soms goed gedoseerd en zo minimalistisch mogelijk.

Maar fundi’s die nog steeds geloven dat wijn zonder ‘chemie’ kan gemaakt worden en een soort bucolisch sprookje is, weten niet waarover ze praten. Zonder al die technische en chemische vondsten en middelen van de voorbije decennia, zouden onze nu betaalbare instapwijnen 2 à 3 keer zo duur in de rekken liggen, wegens jaarlijks teveel in de greep van de natuurgrillen. En zou mijn wijnkoopgids “De 300 Beste Wijnen Onder de 10 Euro” maar een flinterdunne brochure zijn.

Maar anderzijds vind ik wat deze start-up in San Francisco laboratoriumgewijs bekokstooft, er ook over. Zij maken immers een biochemische robotfoto van alle aanwezige moleculen, verbindingen, glucose, zuren et cetera in een specifieke wijn, analyseren die grondig en produceren er daarna een quasi-identieke copycat van.

Dat ze straks naar eigen zeggen een wijn ‘in 15 minuten’ kunnen reproduceren, neem ik met een flinke korrel zout. Maar zelfs als hun labo-proces enkele dagen of weken productietijd vereist, hebben ze natuurlijk commercieel een enorme bonus vergleken met de traditionele wijnbouwer. Die moet immers tijdens de vegetatieve cyclus van zijn druiven alleen al een honderdtal dagen met klamme handen in de wijngaard werken, biddend tot de weergoden. En dàn moet de eigenlijke vinificatie nog maar pas beginnen.

Steriel tot de laatste snik

Ik vind deze door witte-jassen in het labo geprepareerde cuvée er echter ‘over’, omdat primo wijn voor mij nog altijd alcoholisch gefermenteerd fruit is, bij voorkeur druiven. Secundo omdat het tevens een levend product is dat, zeker als het om complexe(re) cru’s gaat, nog jaren kan verder ontwikkelen op fles, richting zijn kwalitatieve 7de hemel. Daarin schuilt precies de ‘funfactor’ van een wijn.

Onze biochemische copycat cuvée bottelt daarentegen slechts een statische momentopname van een bepaalde cru, immuun voor het trage oxidatieve proces waarbij de wijn geleidelijk zijn primair fruit en soms ferme tannines afschudt, zich verder verdiept en de geur- en smaakcomponenten versmelten.

De labo-wijn blijft eeuwig steriel in zijn fles logeren.

Toch lucratief?

Hebben deze synthetische wijnen dan geen toekomst? Toch wel. Ik zie hun commercieel potentieel op twee vlakken, gefocust op twee types eindconsumenten.

Ten eerste: in het spotgoedkope instapgenre van wijnen die nu pakweg onder de 5 euro liggen en waar vooral budgetconsumenten op afkomen, meestal zonder voorkennis of voorkeuren. In die rayon kan zo’n snel geproduceerde, véél goedkopere, synthetische versie natuurlijk veel consumenten lokken. Zoals na elke accijnsverhoging van bijvoorbeeld cognac er massa’s drinkers zijn die automatisch downgraden naar een goedkopere type brandy.

De tweede consumentencategorie die vatbaar lijkt voor synthetische wijn, zit m.i. aan de andere kant van het spectrum: de wijnfreaks, de vaak zelfuitgeroepen kenners, de etikettenslaafjes én de the-next-big-thing-nieuwlichters, die hun vrienden/gasten/kennissen willen verrassen, of zelfs overbluffen.

Zij zullen met plezier straks een synthetisch gefabriceerde fles ‘Dom Pérignon’ uit een magisch jaar – of een Lafite – voor 35 à 50 euro aankopen in plaats van het origineel tegen een veelvoud van dit prijskaartje. Als gezelschapsspelletje tijdens een etentje garandeert zo’n imitatiefles veel plezier, in de hoop dat de meeste aanwezigen het verschil niet opmerken met het origineel.

Laat ons wel duimen dat de Belgische horeca geen vaste klant wordt van deze synthetische wijnen. En dat er straks in veel zaken dus wijnen-per-glas worden aangeboden aan de ‘oude prijs, maar de klant ondertussen wél een synthetisch alternatief krijgt ingeschonken, zonder dat hij/zij daarvan op de hoogte is.

Spannend versus saai

Conclusie? Zoals ik al tijdens mijn radio-interview verklaarde: voor mij mogen er gerust artificiële ‘wijnen’ op de markt komen, op voorwaarde dat ze én goedkoper blijven, én anders gelabeld worden, zodat er geen vergissing mogelijk is. Ik zal ze met plezier toetsen.

Maar het wezenlijke verschil tussen een ‘échte’ wijn – met al zijn cultuur en traditie, heel het terroir- en maakverhaal, de grillen van druif en natuur, de visie en persoonlijkheid van de wijnmaker et cetera – versus een synthetische versie, lijkt me zoals kijken naar een sportevenement. Ofwel kijk je live naar een voetbal/tennismatch, athletiekmeeting of wielerkoers, ofwel dagen later naar een opname ervan, terwijl je de uitslag al kent.

Dàt is voor mij het fundamentele verschil tussen ‘spanning’ en voorspelbare ‘saaiheid’.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 7 juni 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Ongezonde reactie voor gezondere wijnbouw

PesticidenHoe ver kan men gaan om zijn visie op een meer ecologisch vriendelijke wijnbouw door te drukken? Volgens sommigen blijkbaar héél ver.

Recent ontdekte Jérôme Chevalier, de voorzitter van de Union des producteurs de vins Mâcon, immers een driegbrief thuis in zijn bus, samen met een kogel.

De voorlopig nog anonieme auteur van deze doodsbedreiging richt zich in deze brief niet alleen tegen de voorzitter, maar alle wijnmakers in de Mâconnais die nog chemische bestrijdingsmiddelen blijven gebruiken. Pesticiden die volgens de afzender te giftig zijn voor de burgers. Indien er niet onmiddellijk tegen opgetreden wordt om deze praktijk te stoppen, zullen er doden vallen onder de wijnbouwers, zo dreigt hij (of zij?).

Deze bedreiging werd een tijdje stil gehouden, maar lekte uiteindelijk toch in de regionale pers uit.

Jérôme Chevalier, die wel klacht neerlegde tegen onbekenden, poogt nu wel een positieve draai te geven aan deze brief. Hij wil in de media onder andere de redenen uitleggen van deze behandelingen en vooral wijzen op de beperkingen die er wettelijk worden opgelegd, o.a. in de context van de weersomstandigheden. Zo mag er bij bepaalde windrichtingen- of snelheden niet gesproeid worden.

Morele steun krijgt de voorzitter ondertussen van “Pesticides et Santé”. Dit recent opgerichte collectief in de Mâconnais is niet te spreken over de doodsbedreigingen en veroordeelt scherp deze “…schokkende en gruwelijke daad.”

Waarschijnlijk ook uit vrees dat deze brief een negatieve impact zal hebben op alle ecologische bewegingen, ook buiten de regio.

Frank Van der Auwera

Onze blogs

Meer