Wijn & Milieu

Geplaatst op 1 februari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Duurzaamheid wordt nieuwe marketingbonus

Chile

Natuurlijke wijnproductie, duurzaamheid en ecovriendelijkheid worden stilaan begrippen met een goudwaarde in de wijnmarketing.

Ook al komt er vaak terecht scherpe kritiek op de soms semireligieuze en/of elitaire benadering van deze wijnbouw - recent nog vergeleek een Britse toonaangevende wijnimporteur van natuurlijke wijnen (!) deze wijncategorie met Marxisme, “...aangezien de werken van Karl Marx vooral lectuur waren voor een kleine groep mensen die ze konden begrijpen én waarderen, en niet bestemd voor de massa” - is iedereen het erover eens dat méér aandacht voor duurzamere wingerd, -vinificatie -en transportprocessen uiteindelijk alleen maar winnaars oplevert.

De eerste toetsing overleefd

In Chili heeft men deze boodschap goed begrepen en werd voorjaar 2011, onder impuls van de belangenorganisatie Vinos de Chile - een bijzonder invloedrijke vereniging waarvan de leden goed zijn voor ruim 92% van alle gebottelde wijnexport - , een gloednieuwe en naar verluidt strenge ‘Sustainability Code’ gelanceerd. Code waarmee individuele wijndomeinen kunnen gecertificeerd worden op al hun (al dan niet) duurzame praktijken, van druif tot fles.

Zopas werden de namen bekend gemaakt van de eerste 14 wineries die, na een schijnbaar zeer rigoureus assessment en een lang inspectieproces, als eersten officieel dit certificatiezegel in de wacht sleepten.

Althans: deze 14 wijnbedrijven werden reeds bekroond voor het eerste luik van de drie hoofdstukken tellende duurzaamheidscode. Dit eerste hoofdstuk - geldigheidsduur één jaar - bestrijkt namelijk de evaluatie van ecovriendelijke beheersprocessen en normen in de wijngaard (het zogeheten ‘Green Chapter’, focussend op de praktijken in de ‘Vineyard’), waardoor natuurlijke resources maximaal worden beschermd.

De 14 feestvarkens werden inderdaad nog niet getoetst op de duurzaamheid van hun activiteiten in de productiekelders (het ‘Red Chapter’met focus op ‘Winery’) of op hun totale maatschappelijke verantwoordelijkheid (het Orange Chapter, gericht op de ‘Community’). Die andere etappes worden in de loop van dit jaar verder beoordeeld en eventueel extra gecertificeerd voor een geldigheidsduur van twee jaar. Naar verluidt presteerden de 14 kandidaatdomeinen wél uitstekend tijdens deze assessmentronde. Ze haalden immers een gemiddelde score van 83 procent.

De 14 winnaars op een rij

In Chileense wijnkringen slaat men zich in ieder geval trots op de borst, want deze alomvattende benadering van het duurzaamheidsconcept is momenteel het meest ambitieuze van alle wijnproducerende landen: “We are committed to becoming the number one producer of premium, sustainable and diverse wines from the New World by 2020,” aldus een opgetogen René Araneda, president van Wines of Chile. “To achieve this goal it is imperative to create innovation that boosts our competitiveness. The development and implementation of Wines of Chile's state-of-the-art Sustainability Code is a key pillar to achieve this objective.”

Natuurlijk heeft Chili van nature een streepje voor op de concurrentie wanneer het op duurzame wijngaarden aan komt. Het microklimaat, de topografie, de geografische locatie (nabij de Oceaan of in de schaduw van de Andes) en de aanwezigheid van veel prephylloxera-druivelaars, lenen zich in de meeste wijnvalleien perfect voor zulke ecovriendelijke aanpak.

Als duurzaamheid dus één van uw koopcriteria is wanneer u uw wijnkelder of schenkmand vult, zijn dit de namen van de laureaten die nu gecertificeerd werden: Anakena, Arboleda, Caliterra, Casa Silva, Cremaschi Furlotti, Emiliana, Errázuriz, Montes, MontGras, Santa Cruz, Santa Ema, Santa Rita, Ventisquero en Vía Wines. Als ik me niet vergis liggen minstens 10 van deze 14 ook reeds in onze Belgische wijnrekken.

Hoe ze te herkennen? Deze domeinen zullen gedurende zeker een jaar een speciaal ‘Certified Sustainable Wine of Chile’-zegel op hun etiket, flessen en zelfs promotiemateriaal mogen dragen. Wees er dus maar zeker van dat ze deze bekroning dik in de verf zullen zetten in al hun volgende communicatie. Binnenkort zal dit duurzame koppeloton vermoedelijk serieus aangroeien, want nog eens 24 wineries hebben zich reeds ingeschreven voor dit certificatieproces.

Het is m.a.w. opnieuw de Nieuwe Wereld die het ‘Oude’ Europa een lesje in slimme wijnmarketing geeft. Nu maar hopen dat de gelauwerde domeinen deze marketingbonus niet aangrijpen om snel hun prijskaartjes te verhogen...

Frank Van der Auwera

Foto: Mark Scott Johnson op Flickr (Creative Commons licentie).

Geplaatst op 19 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

De oorlog tegen de kurksmaak

Diam
Het ‘kurkprobleem’ blijft, ondanks de inspanningen van de industrie, toch nog geregeld wijnliefhebbers irriteren. Op hygiënisch vlak en qua controles heeft de kurknijverheid beslist grote vooruitgang geboekt, maar vooral als het om oudere, rijpere - en helaas: duurdere - flessen gaat, kan het probleem van de ‘bouchonné’ zuur opbreken.

Ook restaurantuitbaters en sommeliers zitten nog geregeld met zo’n kurkkater, want geschat wordt dat tot 1 op de 15 flessen van courante (goedkope) wijnen en toch nog 1 op 40 à 50 van de exclusievere crus met dit kurkprobleem te kampen krijgt. En dus de facto ondrinkbaar c.q. waardeloos wordt.

Boosdoener TCA

Kurksmaak ontstaat als de kurkstop besmet raakt met Trichloranisol (TCA), waardoor de wijn uiteindelijk die kenmerkende muffe aroma’s en eerder metalige smaak krijgt. TCA is laagdrempelig, wat betekent dat er maar een minieme dosis aanwezig moet zijn om reeds die voor ons zo hinderlijke geuren te ontwikkelen en dus het eindproduct onomkeerbaar te verknoeien. Diverse oorzaken zijn reeds onderzocht die de kurksmaak zouden activeren, zoals het gebruik van chlooroplossingen bij het steriliseren van de kurk.

In het verleden zijn al talrijke pogingen ondernomen om het productieproces zo te organiseren, dat het risico op een geïnfecteerde kurk geminimaliseerd wordt. Zo kwamen wetenschappers van de NASA enkele jaren terug op de proppen met ‘Airocide’. Een purificatieprocédé dat in de jaren ’90 werd ontwikkeld om fruit en groenten vers te houden in de ruimtestations. Hetzelfde procédé werd echter door hen ingeschakeld om natuurkurken te toetsen. Met positief resultaat, zo bleek, want tests wezen uit dat 90 tot 95% van alle TCA-besmettingen in een verzegelde ruimte binnen de 24 uur werden geëlimineerd. (lees: Kurkprobleem definitief uit de wereld?).

Daar is Diam

Recent horen we in vakkringen echter steeds meer spreken over de ‘Diam’, een speciaal aangepast kurktype dat reeds in 2005 op punt werd gesteld door de groep Oeno, maar nu volop door de Fransman Pascal Popelier wereldwijd wordt gepromoot. Blijkbaar met groeiend succes, want van deze Diam worden nu reeds in alle stilte per jaar circa 1 miljard stuks geproduceerd. Zo onderstreept expert Pascal Popelier dat er reeds 100 miljoen flessen Bordeaux - circa 1 op de 7 - per oogst met deze nieuwe kurkvorm worden afgesloten, zij het vooral in het prijsgunstige genre. De grands crus houden blijkbaar voorlopig nog de boot af en beperken zich tot de klassieke natuurkurk. De kans dat u echter al een Diam-fles hebt ontkurkt, wordt met dag groter.

Naar verluidt is de Diam-kurk gegarandeerd vrij van kurksmaak dankzij een uniek gepatenteerd fabricageproces. “Nous avons breveté un processus de fabrication unique mené dans notre usine d'Extremadura, au sud-ouest de l'Espagne", aldus Popelier in een recent interview.

Concreet wordt de kurk geplet waarbij al zijn moleculen worden onttrokken en geëlimineerd. Na dit proces blijft er slechts een poeder over, dat totaal neutraal én gepurifieerd is. Dat wordt vervolgens geagglomereerd met zogeheten microbilles (microbolletjes) plus een bindmiddel. In een volgende productiestap worden dan kurken van het type Diam individueel gegoten in de gewenste vorm, bijvoorbeeld volgens diverse grootte of hun bestemming (voor mousserende of stille wijnen?).

Het oog wil ook wat

Niet alleen is zo alle risico op kurkaantasting verdwenen, maar extra voordeel van dit procédé - althans voor de producent - is dat men zelfs schorsafval van de kurkeik kan gebruiken om zo’n Diam-kurk samen te stellen. Uiteraard reflecteert zich dat ook in de prijzen, want de Diam kan op deze tegenwoordig bijzonder concurrentiële markt zijn prijskaartje goed scherp positioneren.

Is dit dan met andere woorden de Reddende Engel voor de ganse wijnindustrie? Helaas bezit ook de Diam een zwakke plek: zijn ‘looks’. Visueel ziet de koper immers meteen dat het om een samengesteld product gaat, dat inderdaad niet zo mooi oogt als de klassieke natuurkurk.

Vandaar dat voorlopig de opmars van deze ‘veilige’ kurk beperkt blijft tot wijnen in het prijssegment 3 à 12 euro, maar de exclusievere crus niet meteen toehappen. Want die beseffen maar al te best dat het totaalimago van een fles letterlijk geld waard is.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 8 december 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Champagne: het 'Y' van Colombus?

Champagne
Uitvindingen moeten niet spectaculair zijn om impact te maken. Vaak is gezond verstand belangrijker dan spitstechnologie.

Dat wordt deze dagen geïllustreerd in Champagne. Of correcter, wordt ‘misschien’ geïllustreerd in deze appellatie, want voorlopig zitten we nog eerder in de pioniersfase.

Conservatieve fles

Concreet: elke champagnefles wordt afgesloten met een champignonvormige natuurkurk, die op zijn beurt in bedwang wordt gehouden door een ijzeren, vierbenig korfje, de muselet genaamd. De Champagneregio is wat ‘look & feel’ betreft echter oerconservatief, en dus is er eigenlijk in dit metalen vlechtwerk met zijn metalen kapje al decennia niets wezenlijks veranderd.

Talrijke pogingen om de sluiting van een champagnefles toch te veranderen, liepen immers spaak op de wetgeving van deze bijzonder zwaar beschermde appellatie. Dat ondervond in 2009 bijvoorbeeld ook het champagnehuis Duval-Leroy, dat toen met veel tamtam zijn revolutionaire stop maestro aankondigde, ontworpen door Alcan Packaging. Deze veredelde kroonkurk stierf echter aan reglementitis.

Maar nu is er een weer een innovatie, die misschien wél kans maakt om straks al onze flessen bubbels veilig af te sluiten, omdat ze niet zo ingrijpend is als de maestro. Een vondst van Pierre-Eric Jolly, die zelf champagne produceert in de Aude. Schijnbaar een ei van Colombus, die hem én kosten bespaart, én goed is voor het milieu.

2,5 keer de aardomtrek

Stel u even een klassieke muselet voor: dit draadkorfje bestaat normaliter uit vier spiraaltjes, die met elkaar verbonden zijn en afgesloten worden door een metalen capsule, waar het maison de champagne vaak zijn naam of blazoen op drukt. Jolly ontwierp nu een alternatieve versie die niet uit vier, maar slechts drie beentjes bestaat, dus in Y-vorm, bovendien gecombineerd met een plastiek kapje. Dit laatste hoedje bestaat voor 80 procent uit gerecycleerd plastiek.

So what? Voor u deze vernieuwing weglacht, moet u wel beseffen dat voor de productie van deze Y-vormige muselet er naar schatting 41 procent minder staal vereist is. Pierre-Eric Jolly berekende immers dat, indien straks alle champagneproducenten zouden overschakelen op zijn Y-vormige muselet er jaarlijks 105.000 km (!) staaldraad werd bespaard. Of: genoeg draad om 2,5 keer de omtrek van de aarde te bestrijken.

Ik ken alvast één groep tegenstanders: de tienduizenden verzamelaars van de huidige metalen capsules, die waarschijnlijk hun neus zullen ophalen voor de plastieken ‘hoedjes’. Benieuwd ook of de wetgever deze innovatie zal accepteren en of de grote huizen, die zich toch al een tijdje een eco-imago aanmeten, er straks willen in investeren.

Eén opmerking nog: in alle enthousiaste getuigenissen rond deze nieuwe capsule wordt nergens gesproken over de kostprijs. Het feit alleen dat er minder staaldraad nodig is en er met gerecycleerd plastiek wordt gewerkt, hoeft immers nog niet te betekenen dat het prijskaartje ervan beterkoop zal uitvallen.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 3 november 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Californië zit met een kater (deel 2)

Zelfs de ‘grote’ iccoondomeinen ontsnappen niet aan het huidige paniekvoetbal dat nu in de Californische wijnindustrie wordt gespeeld (lees Californië zit met een kater deel 1). “We're about three weeks late. The whole state is late,” aldus onlangs een nerveuze Chuck Wagner, eigenaar van het wereldberoemde Caymus Vineyards in Napa Valley. “Our Cabernet Sauvignon was definitely affected”.

Een ander dreiging van deze overvloedige neerslag blijft natuurlijk rotting. In Sonoma kampen wijnmakers met de schimmel botrytis op hun trossen Pinot Noir. Ook in andere AVA’s (Amerikaanse beschermde appellaties) treedt dit rottingprobleem op, vooral bij Cabernet Sauvignon, tenzij de wingerds hogerop in het gebergte liggen.

Zoals het er nu naar uitziet verwacht het Department of Food and Agriculture dat Californië dit jaar amper 3,3 miljoen ton druiven zal afleveren, of omgerekend zeker -9 procent minder tegenover 2010.

Vroege pluk is de sleutel

Maar Moedertje Klimaat heeft blijkbaar toch ook een positief effect, als we tenminste Gladys Horiuchi, een woordvoerdster van het California Wine Institute, mogen geloven. Zij ziet geen doemscenario, integendeel: “I think the crop will be similar to last year. Lower yields, late and terrific quality,” klinkt het.

Fluiten in het donker? Niet helemaal, want ondanks de talrijke doemberichten horen we nog andere joepie-geluiden. Zoals bij Warren Winiarski, stichter en voormalig eigenaar van een ander sterdomein Stag’s Leap Wine Cellars. Op zijn huidige Arcadia Vineyard plukte hij zijn Chardonnays wel vroeg in oktober, dus voor de extra neerslag en eventuele schimmelinfecties optraden. Met positief effect: “The grapes were beautiful,” luidt zijn tegendraadse conclusie. “Anyone who has a problem producing an outstanding Chardonnay this year should be in a different business.” Waaraan wel dient toegevoegd dat hij minstens 10 à 15 procent minder geoogst heeft.

Conclusie: wie vroeg in oktober plukte, dus voor de oktoberregens, of wie hogergelegen wingerds bezit, zal in 2011 weinig of geen problemen kennen. Al de andere Californische producenten zien een moeilijk millésime 2011, vooral bij klassiekers als Cabernet Sauvignon. En wat het productievolume betreft, ook dat krimpt gegarandeerd, in sommige subappellaties of wijngaarden zelfs tot -30 procent.

“A ghost crop” noemde één van de Californische wijnmakers de oogst-in-wording 2011. Terwijl anderen spreken over een ‘Bordeaux-like vintage’. Wie van beiden gelijk zal krijgen, weten we binnen enkele maanden pas. Maar ik lees tussen de lijnen alvast één boodschap: Californische crus zullen er zeker niet goedkoper op worden.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 2 november 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Californië zit met een kater (deel 1)

IStock_000014339090XSmallGeef maar toe, u lijdt soms ook aan het stereotyperingsyndroom: de wijnen uit de zogeheten Nieuwe Wereld - Chili, Argentinië, Californië, Zuid-Afrika,... - hebben volgens veel wijnliefhebbers continu minder last van klimatologische oogstinvloeden dan hun Europese concurrenten. Sterker nog, vaak horen we zelfs het argument dat domeinen in de Nieuwe Wereld het technisch per definitie veel makkelijker hebben, omdat ze toch elke jaargang een identieke product kunnen vinifiëren. Elke oogst is volgens deze theorie het spiegelbeeld van de volgende.

Laat het nu voor eens en altijd duidelijk zijn: dit is een puur broodjeaapverhaal, lang gesouffleerd door vooral de Franse wijnhandel die plots het spook van de Californiërs, Chilenen of Australiërs zag opduiken. En er niet meteen een commercieel antwoord op vond.

Aktie helikopter

Wijnmakers in andere continenten moeten in de praktijk echter evenveel opboksen tegen de natuurgrillen als Europese wijnbouwers. Vraag het maar aan de Australiërs, die de voorbije jaargangen respectievelijk droogte, bosbranden én wateroverlast te verwerken kregen. Deze dagen wordt dit nog maar eens geïllustreerd door de Californische wijnindustrie, die af te rekenen heeft met overvloedige neerslag. Lokale krantenkoppen vatten de hele situatie perfect samen: “Mother Nature stomps on U.S. wine harvest” of “U.S. Wine Harvest in Trouble”.

Vooral in Californië, nog altijd natuurlijk de ruggengraat van de totale Amerikaanse wijnindustrie met circa 90 procent van de totale productie, zitten wijnmakers in een lastig parket. Door de hevige lenteregens werden de wijnstokken namelijk reeds beschadigd, waarop nog eens een ongewoon kille zomer volgde die het rijpingsproces wekenlang vertraagde. Vooral de voorjaarsneerslag, soms tot zes keer het normale seizoensvolume, beschadigde de bloemzetting en zorgde meteen ook voor coulure, een metabolische reactie van de wijnstokken op extreem lenteweer, waardoor de druiven onvoldoende kunnen ontwikkelen na de bloemzetting. Het toen al bijzonder fragiele fruit kreeg de voorbije herfstweken dan nog eens op de koop toe extra overvloedige regenbuien te verwerken, met als resultaat dat het sap in veel trossen enorm werd verdund.

In talrijke Californische wineries is het daarom al wekenlang ‘red alert’, waarbij men heeft geprobeerd dit probleem kost wat kost te corrigeren. Soms lijken de oplossingsscenario’s wel pure sciencefiction. Zo huurde Bruce Cakebread van Cakebread Cellars in Rutherford, in een poging zijn wijngaard met Cabernet Sauvignon te redden, zelfs een helikopter in om permanent laag - amper 6 meter boven de grond - over de druivelaars te scheren en zo een artificiële wind te creëren die de aanplant helpt opdrogen. Cakebread’s viticulturist Toby Halkovich kruist de vingers dat deze drastische operatie ook effectief soelaas brengt: “It's hard to say if it worked. We don't know how bad it could have been if we hadn't done it. We don't know if we hadn't done it, there might have been nothing to pick.”

Frank Van der Auwera

Lees morgen: Californië zit met een kater (deel 2)

Geplaatst op 20 september 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

To stink, or not to stink...

IStock_000016283515XSmall Gisteren was het mijn dagje wel: om het kwartier hing er een collega-journalist aan de lijn van een krant, magazine of radioprogramma, die allemaal mijn reactie wilden weten over het ‘Oxfam-wijnschandaal’.

Wat is er aan de hand? Een tijdje geleden lekte blijkbaar mailverkeer uit tussen (wijn)verantwoordelijken bij de Belgische tak van Oxfam en de wijnexperts in de bottelarij van Delhaize. Deze grootdistributeur, die over één van de meest modern geëquipeerde bottelinstallaties beschikt, trekt namelijk contractueel jaarlijks hectoliters Fairtrade-wijnen op fles, die door Oxfam vooral bij Chileense coöperatieven worden aangekocht. De selectie ervan en het transport, evenals de etikettering en de goedkeuring van de botteling, gebeuren dus uitsluitend op verantwoordelijkheid van Oxfam, terwijl de botteleenheid van de Delhaize Group louter als facilitator fungeert.

Welkom in de stal

Maar een tijdje geleden had men daar bij een levering dadelijk in het snuitje dat er iets niet pluis was met een lading van maar liefst 48.000 liter Cabernet Sauvignon uit Chili. De geur was immers niet te harden: het lot stonk naar rotte eieren en had een zware fecale geur.

Op vraag van de aankopers van Oxfam werd deze wijn diverse malen overgepompt om zo ‘te verluchten’, waarna deze het licht op groen zetten en de wijn definitief werd gebotteld. Het merendeel van de flessen werd ondertussen verkocht, tot nu toe blijkbaar zonder klacht, maar dat was buiten De Morgen gerekend, die het stinkdossier gisteren terug ter sprake bracht.

En meteen liep de tsunami van telefoons bij mij binnen: wat was er hier aan de hand? Is zoiets schadelijk voor onze gezondheid? Is het nu écht opgelost? Gebeurt dit meer?

Zonder meteen in te technische details te vervallen: als er zoiets fundamenteels fout zit in de aroma’s van een partij wijn, kan de oorzaak maar uit vier bronnen komen.

Eén: fouten gemaakt bij de botteling, maar aangezien de stankhinder precies ontdekt werd bij de levering in de bottelarij van Delhaize, kunnen we deze factor uitschakelen.

Twee: tijdens het overzeese transport, alhoewel er geen indicaties zijn dat dit anders werd geregeld dan de honderden ladingen voordien. Dus: neen.

Drie: in de wijngaard zelf, door bijvoorbeeld een andere bemesting of het gebruik van nieuwe  chemicaliën. Aangezien we hier toch met Fairtrade-producten te maken hebben, die het ethische credo én duurzame landbouw hoog in het vaandel voeren, kunnen we deze factor in principe ook als stoorzender uitsluiten.

Dus blijft er alleen verklaring vier: een probleem tijdens het vinificatieproces. En ook al heb ik de cuvée in kwestie nooit in zijn ‘blote’ staat geroken, noch op fles geproefd, lijken d verhalen over stalmestaroma’s en rotte eieren eerder te wijzen op Brettanomyces, kortweg ‘Brett’.

Luchthappen als reddende engel

Brett is een bacterie die vooral in rode wijn spontaan aanwezig is. Zich onder andere bevindt op de druif zelf, op de gebruikte werktuigen en vooral in de kelders waar de wijn wordt geproduceerd, met name op de muren en in de eiken vaten. Vooral in een vochtig en warm microklimaat en bij gebruik van oudere vaten, floreert Brett.

Nu moet u niet meteen in paniek slaan, want tenslotte is elke vinificatie en elke wijnruimte één poel van (goede) bacteriën. Want hoe anders zou gist suikers in alcohol kunnen transformeren? En hoe denkt u trouwens dat onze vermaarde geuze of Lambic aan zijn specifiek smaakprofiel komt? Inderdaad, door zijn Brettanomyces bruxellensis en zijn kozijn de Dekkera bruxulensis.

Brett is trouwens een positieve component in veel wijnen die, in lage dosissen, bijvoorbeeld aroma’s van leder en specerijen kan afgeeft. Maar wanneer bijvoorbeeld de foeders al meerdere jaren worden gebruikt en onvoldoende werden ontsmet - dat gebeurt met zwaveldioxide - kan de Brett-bacterie zo aangroeien, dat het eindresultaat aromatisch door 99% van de mensen als zeer negatief wordt ervaren. Dan lijkt het wel alsof we ons in een paardenstal bevinden of net in een koeievla hebben getrapt. Dat er ook over rotte eieren wordt gesproken, betekent dat er bovendien nogal gul werd gezwaveld. Kortom, hoe je het ook draait of keert: een fout van de lokale oenoloog, die zulke partij nooit richting export had mogen laten vertrekken.

Voldeed het verluchten en frequent overpompen van de tanks met de ‘shit-wijn’? Nogmaals, ik heb de wijn persoonlijk nog niet kunnen toetsen, maar ik betwijfel het toch sterk. Als de Delhaize-experten zo’n manifeste geurhinder inderdaad signaleren - en zij zien jaarlijks véél hectoliters passeren in Brussel - moet het euvel wel hoogst irritant geweest zijn. En dan helpt wat luchthappen m.i. weinig.

In het artikel van De Morgen werd trouwens ook gesuggereerd dat Oxfam op een bepaald moment zelfs gevraagd had om de wijn eventueel te behandelen met een kopersulfaat. Als dit namelijk toegevoegd wordt aan de stinkwijn, verbindt dit kopersulfaat zich met de zwavel, die dan neerslaat als kopersulfide, waardoor dus de zwavelstank afneemt. Deze ingreep werd echter door Delhaize geweigerd. Logisch, want dit betekent niet alleen een manipulatie van het eindproduct, maar zover we weten is deze praktijk uitsluitend toegestaan aan de bron zelf, dus bij de producent, en onder toezicht van een oenoloog.

Het komt me overigens een beetje vreemd voor dat een organisatie die enthousiast voor Fairtrade en ecovriendelijke wijnen ijvert, het gebruik van dit soort chemische hulpmiddeltjes zou aanmoedigen. Natuurlijk, 48.000 liter betekent bedrijfeconomisch een hele slok voor elk bedrijf: 64.000 wijnflessen die je moet afkeuren, zal de jaarrekening rood kleuren.

Begint het nu pas?

Conclusie? Ik zie er drie.

Eén: dit incident is absoluut geen bewijs dat ‘Belgische bottelingen’ altijd sjoemel -of prutswerk zijn. Het heeft zelfs in se niets te maken met de bottelarij in kwestie, die gewoon in opdracht werkte en geen invloed uitoefende op de selectie of kwaliteitsborg van het basisproduct. Belgische bottelingen blijven dus veilig, maar zijn net zo afhankelijk van ‘wat men er in stopt’, als een originele ‘mise au domaine’. Daar komen dit soort accidents de parcours trouwens ook geregeld voor, vooral op soms heel slecht geëquipeerde domeinen die zelfs niet eens over een eigen bottelinstallatie beschikken.

Twee: er is geen enkele moment in dit bottelproces sprake geweest van een gezondheidsrisico. Toegegeven, een wijn ontkurken die stinkt alsof men net in  paarden -of hondenpoep is gewandeld, betekent een aanslag op onze goede smaak (reukzin), maar de gevolgen ervan situeren zich louter op het mentale vlak...

En drie: naar verluidt is dus heel deze (ex)stalmestlading reeds de Oxfam-rekken uitgevlogen en heeft nog geen enkele koper zich beklaagd over het fenomeen. Dat kan twee dingen betekenen. Ofwel heeft de Oxfam-aankoper dus gelijk en bleek de operatie ‘Geef Ze Lucht!' voldoende om de stank te verjagen. Ofwel zijn veel consumenten tot nu toe te weinig kritisch gebleken en mogen we pas nu de ‘poep-hysterie’ verwachten, waarbij honderden klanten plots rare bijgeurtje in hun cuvée ontdekken.

Frank Van der Auwera 

P.S.: Zie ook http://www.radio1.be/programmas/nieuwe-feiten/geen-klachten-over-stinkwijn

Geplaatst op 27 augustus 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Kaapse wijnindustrie: profiteur of zondebok? (1)

Ripewithabuse In Zuid-Afrika kan men er absoluut niet mee lachen en in wijnkringen is het momenteel dan ook gespreksonderwerp nummer één.

Logisch, want het zopas verschenen rapport met de niet mis te verstane titel “Ripe with Abuse: Human Rights Conditions in South Africa’s Fruit and Wine Industries” zou wel eens een serieuze imagokiller kunnen worden voor de nu toch florissante Kaapse wijnindustrie, de 7de grootste wijnleverancier op wereldschaal.

Leven in een varkensstel

Even de feiten op een rijtje. Alles draait rond een zopas verschenen, 96 pagina’s tellend rapport, samengesteld door Human Rights Watch. De rode draad van dit assessment is duidelijk: het succes van de Zuid-Afrikaanse wijnindustrie wordt vooral gemaakt op de rug van de (arme) lokale bevolking, die in abominabele, onderbetaalde en zelfs gevaarlijke omstandigheden moet leven en werken. Veel landbouwwerkers - en vaak hun uitgebreide inwonende familie - leven immers op het landgoed of farm, wat als een vorm van indirect loon wordt gezien, dus een onderdeel van hun arbeidscontract. Maar de activisten twijfelen niet: die voorzieningen zijn barslecht. Qua mensenrechten is de Zuid-Afrikaanse wijnindustrie dik gebuisd.

Een paar citaten geven de sfeer van dit rapport weer. Werknemers "are denied adequate housing, proper safety equipment, and basic labour rights”. In sommige gevallen krijgen ze zelfs “on-site housing that is unfit for living”. Zo bevat het rapport het schrijnende verhaal van een arbeider die met zijn gezin al 10 jaar in een varkensstal leeft. Bovendien worden werknemers systematisch blootgesteld aan schadelijke stoffen zonder adequate bescherming (“exposure to pesticides without proper safety equipment”). Veel werkgevers brengen de gezondheid van hun arbeiders verder in gevaar “...by not providing them with access to drinking water, hand washing facilities, or toilets, even though these are required by labor regulations. When farmworkers are ill or injured, as is fairly common in this line of dangerous work, they are almost always refused the paid sick leave required by law unless they provide a medical certificate”.

Ook wordt de vorming van vakbonden effectief tegengewerkt. Zo zou in de Western Cape, één van de kerngebieden voor de wijnindustrie, slechts 3 procent van de werknemers gesyndicaliseerd zijn, tegen 30 procent in het ganse land.

Zware beschuldigingen waaruit Daniel Bekele, Africa director van Human Rights Watch, de volgende les distilleert: “The wealth and well-being these workers produce shouldn’t be rooted in human misery. The government, and the industries and farmers themselves, need to do a lot more to protect people who live and work on farms.” Maar, zo klinkt het toch voorzichtig “The answer is not to boycott South African products, because that could be disastrous for farmworkers. But we are asking retailers to press their suppliers to ensure that there are decent conditions on the farms that produce the products they buy and sell to their customers.”

Uiteraard kwam er heftige reactie op deze beschuldigingen vanuit de Zuid-Afrikaanse wijnindustrie. Daarover hebben we het morgen in deel 2 van dit verhaal...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 9 juli 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

De alcoholduivel en hoe hem te temmen (deel 2)

Maar een tweede deel van de studie die we gisteren bespraken over valse etikettering en continue rijzende alcoholpercentages in wijn (lees: De alcoholduivel en hoe hem te temmen deel 1) maakt komaf met een ander populair idee: volgens deze Amerikaanse onderzoekers is immers niet de klimaatopwarming van de aarde de oorzaak van deze golf van alcoholgespierde wijnen, maar zijn de (meeste) wijnmakers zélf de boosdoeners.

Procentenslag

Na het bestuderen van klimaatgegevens over de periode 1992-2009 en de ruim 129.000 wijnen uit gans de wereld, bleek namelijk dat de ‘heat index’ in de meeste wijnproducerende landen minder snel gestegen was dan de alcoholpercentages. Deze ‘heat index’ werd verkregen door het gemiddelde te berekenen van de dagelijkse hoge en lage temperaturen over het relevante druivengroeiseizoen in al de geanalyseerde productiegebieden.

Conclusie: klimaatopwarming kan een bijdragende factor zijn, maar het de menselijke factor is de hoofdverantwoordelijke voor het feit dat we tegenwoordig niet langer pakweg rode wijnen van 12,5 procent, maar eerder 13 à 14 procent drinken.

Want, zo blijkt, de voorbije 18 jaar klom het gemiddelde alcoholpercentage in wijn met maar liefst 1,12 procent, een véél significantere stijging dan kon verwacht worden wanneer we de ‘heat index’ over dezelfde periode in rekening brengen en er een alcoholpredictie uit distilleren. Volgens deze ‘heat index’ zou het alcoholpercentage gemiddeld maar met 0,05 procent per jaar mogen stijgen, om gelijke voet te houden met de opwarming van ons klimaat.

Alcohol in wijn steeg dus aan een aanzienlijk hoger tempo dan de klimaatsdata objectief lieten veronderstellen.

Dol op suiker

Om deze cijfers in een misschien nog een frappantere vergelijking te gieten: volgens deze studie zou ons klimaat wereldwijd met een spectaculaire 6,67°C gemiddeld moeten stijgen om die 1 procent stijging qua alcohol in onze wijn te veroorzaken/verklaren. En dat was duidelijk niet het geval.

Of zoals de Californische wijnmaker Christopher Howell tijdens het ‘Napa Valley Climate Seminar’ op het voorbije Vinexpo-salon ruiterlijk toegaf: “Temperatures have changed but nothing like as dramatically as the [grape] sugars… just over a period of two decades we have seen a huge increase in sugars and our claim is that most of this is due to fashion and winemaker choice.”
Deze suikerrevolutie is dus de voornaamste verklaring voor de huidige alcoholbo(o)m, zeker in Napa en Sonoma: “We are picking later than we used to, even if we have more warmth,” aldus Howell.

En ook hij sabelt het idee van een dominante temperatuurstijging neer:
“What we are finding in Napa is that the afternoon temperatures are going up but not as fast as the morning cold temperatures… it is the low temperature that is rising. Afternoon temperatures are not rising as much and this seems to be especially true as you go up the valley, and high up, summertime temperatures have not gone up at all (…) But reporting this is politically sensitive and we don’t want to be seen as climate change deniers.”

Hoger, hoger...

Kortom, ook al zijn er (misschien nog grotendeels onbekende) klimatologische variabelen in het spel die een rol kunnen spelen in deze race-naar-meer-alcohol, toch zijn het vooral menselijke beslissingen - zoals later plukken; de klemtoon op fenolische rijpheid; de toename van de plantdensiteit, nieuwe geleidingstechnieken van de stokken, ... - die er voor zorgden, en nog steeds zorgen, dat we almaar hogere alcoholdosissen in ons glas wijn aantreffen.

Liggen er dan geen oplossingen voor de hand? We refereren eventjes terug naar Howell en zijn Vinexpo-seminarie: “We want to train our fruit a little higher so it doesn’t get as much warmth from ground and we want to have a little bit more leaf area to provide some shade for the grapes. I think the best condition is dappled sunlight.”

Maar het is duidelijk dat het laatste woord over dit dossier nog niet is gezegd.

Wie ingrijpt in de wingerd om het alcoholpercentage te drukken, bijvoorbeeld door vroeger en dus aan lagere suikergehaltes in de druif te plukken, loopt het risico dat het eindresultaat een wijn is die een (te) hoge aciditeit bezit, zelfs wat te kruidig/plantaardig geurt en smaakt, lichter ook van textuur wordt. En zal de consument daar wel oren en tong naar hebben?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 11 juni 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Druivenschaarste dreigt in Zuid-Afrika

IStock_000016460811XSmall In een periode waar zoveel regio’s en appellaties structureel met wijnoverschotten geconfronteerd worden en hierdoor duizenden wijnmakers de boeken moeten sluiten, is het altijd gek wanneer een tegengesteld bericht in de mailbox rolt (lees o.a. Minder wingerd, minder wijnproductie of Australië wil afslanken of Down Under: nog steeds down).

Want volgens de Distell Group, tussen haakjes de belangrijkste wijn -en distillatenproducenten van Zuid-Afrika, moet de Kaapse wijnindustrie binnen de vijf jaar met een druiventekort rekening houden.

Jojo in het aanbod

Inderdaad, u leest het correct: druivenschaarste in het land dat nu reeds de 7de grootste wijnproducent ter wereld is, goed voor zowat 3 procent van de globale jaarproductie. Een schijnbare paradox die volgens Erhard Wolf, general manager grape & wine supply van Distell, nochtans eenvoudig te verklaren valt: steeds meer druiventelers reduceren namelijk hun gecultiveerde oppervlakte.

De voorbije vijf jaar werd de Zuid-Afrikaanse markt immers over-bevoorraad, vooral met blauwe druiven en rode wijn. Op een bepaald moment heerste er namelijk een overdreven optimisme over de potentiële marktafzet voor Zuid-Afrikaanse wijn. Optimisme dat er toe leidde dat er aan hoog tempo méér nieuwe wijngaarden werden aangeplant dan op dat moment de facto nodig waren, aldus Erhard Wolf. Toen echter bleek dat de toekomst iets te rooskleurig was ingeschat, kwam de tegenbeweging op gang en begonnen talrijke telers en boeren druivenpercelen niet meer te vervangen of rooiden ze zelfs. Een inkrimping die blijkbaar nog volop aan de gang is.

Die jojo resulteert dus in een vreemde marktsituatie. Terwijl er voorlopig in de Zuid-Afrikaanse wijnindustrie nog steeds sprake is van een licht wijn -en druivenoverschot, dreigt binnen de vijf jaar opnieuw een druivenschaarste. Vorig jaar telde Zuid-Afrika officieel 101.016 hectare wingerd, maar als we 2005 als referentiebasis nemen, is er al zeker 5.000 hectare per jaar verloren gegaan, wegens niet meer in cultuur gehouden.

Een tweede storende factor versterkt mogelijk dit proces: de klimaatsopwarming. Zo noteerde men in de Kaap tijdens februari en maart veel hogere gemiddelde temperaturen dan normaal, wat de oogst ook kwantitatief beïnvloedt. De Distell Group, die maar liefst een derde van de totale Zuid-Afrikaanse wijn -en distillatenproductie vertegenwoordigt, voelde die trend trouwens al aan den lijve, want zag dit jaar zijn druivenoogst met -8 procent krimpen tegenover 2010.

Zoeken naar soelaas

Geen wonder dat Distell al een tijdje extra energie en geld investeert in het zoeken naar alternatieven. Gebaseerd op langjarige klimaatsdata en weerpatronen, werden bijvoorbeeld al ‘non-traditonal areas’ geselecteerd waar in de (nabije) toekomst nieuwe wijngaarden aangelegd kunnen worden om een verder druiventekort op te vangen. Ook worden nieuwe - nieuw voor Zuid-Afrika - variëteiten bestudeerd zoals de Malbec of Pinot Gris die populair zijn op de wereldmarkt én druivensoorten die beter resistent zijn tegen bijvoorbeeld schimmels of andere ziekten. Zo wordt intensief samengewerkt met een Duits onderzoeksinstituut dat een twintigtal variëteiten test die van nature ziekteresistent zijn en dus niet meer met pesticiden dienen besproeid.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 29 april 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Champagne wil zijn ecologische voetafdruk verder verkleinen

IStock_000016268305XSmall Wie had dat ooit pakweg tien jaar geleden durven dromen? Champagne dat in de frontlinie loopt van het ecologische bewustzijn?

Eerst kregen we de campagne uit deze prestigeregio dat men volop ging experimenteren met lichtgewichtflessen, om zo de CO2-emissie te beperken (lees o.a. Champagne goes light(er)). Initiatief dat trouwens enthousiast geïnitieerd én geruggensteund werd door het officiële belangenorgaan C.I.V.C. (Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne).

Het plan is immers om tegen 2020 de uitstoot van C02 met zeker 25 procent te reduceren: “De ganse Champagne community willen we via dit plan betere praktijken bijbrengen”, zo lichtte woordvoerder Daniel Lorson de ambitie toe. Alleen al dit nieuwe light champagnemodel, dat slechts 835 gram weegt tegen de 900 gram voor het huidige klassieke fles, zou qua transportbewegingen- of kosten en qua productie het equivalent van 4.000 wagens en hun jaarlijkse CO2-uitstoot kunnen besparen.

Vuurtjes à volonté

Daarna ‘lekten’ weer nieuwe perscommuniqués naar ons toe waarin de champagnesector fier op de borst klopte dat men tot 91 procent van het afvalwater zou proberen te recycleren.

Maar voor de volgende stap richting meer milieuvriendelijkheid binnen de Champagne, wordt opnieuw gefocust op het werk in de wijngaard en meer bepaald op het snoeiafval. Want wanneer u straks weer van een sprankelend glas moussewijn geniet - of zelfs van een gecorseerde rode cru -, beseft u amper dat vooraleer dit eindproduct in uw kelder belandde, er bij de talrijke snoeibeurten toch behoorlijk wat afval werd geproduceerd.

Een domeineigenaar die zijn taak serieus neemt - en dan spreken we nog niet meteen over de steeds frequenter toegepaste ‘groene oogst’ - zit namelijk na de winter op den duur opgezadeld met een flinke overlast aan snoeihout. Zeker na de traditionele wintersnoei worden normaliter, en dat al generaties lang trouwens ook in andere Europese appellaties, de weggeknipte scheuten en stokken in openlucht verbrand, waardoor er heel wat rookhinder ontstaat. Waarop tot nu toe niemand lette...

Goed voor 5.000 wagens

Overdreven maniërisme volgens u? Weet dan dat al deze (overigens noodzakelijke) snoeibeurten volgens voorzichtige ramingen alleen al binnen de Champagne-appellatie jaarlijks zo’n 150.000 ton afval laten cumuleren.

Bovendien heeft een recente audit aangetoond dat, alhoewel de productie en het transport van de klassieke zware champagneflessen - die immers voldoende moeten bestand zijn tegen de grote atmosferische bubbeldruk - per oogst 17 procent bijdragen tot de ‘carbon footprint’ van de ganse regio, het afval in de wingerd daar nauwelijks moet voor onderdoen. De emissies van CO2 van het wijngaardwerk en de daarbij horende houtverbranding zou namelijk tot 15 procent verantwoordelijk zijn van de jaarlijkse ecologische voetafdruk van gans Champagne.

Daarom lanceert het C.I.V.C. nu ook het zogeheten BIOVIVE-programma, dat producenten en druiventelers wil stimuleren om hun houtafval te verzamelen en aan lokale nutsbedrijven te leveren. Zodat die het als (gratis) brandstof kunnen gebruiken in hun generatoren, waardoor de botteleenheden in Champagne deze energie - die anders via aardolie of kolen wordt verkregen - op hun beurt kunnen benutten.

De lat ligt daarbij hoog: door deze recuperatie van snoeihout alleen zou de uitstoot van C02 in Champagne met minstens 10.000 ton - het equivalent van 5.000 auto’s die zich dagelijks op de weg begeven – kunnen beperkt worden.

Gezondheid!

Frank Van der Auwera

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer