Wijnfraude

Geplaatst op 22 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijn en gezondheid: toch een leugen?

Al jaren worden we overspoeld door wetenschappelijke studies die aantonen, of toch minstens serieuze indicaties geven, dat het (matig) gebruik van wijn voor veel mensen een mooie gezondheidsbonus kan opleveren. Vooral rode wijn, rijk aan het antioxidant resveratrol, zou immers onze energiehuishouding en celstofwisseling gunstig beïnvloeden en zo een positief effect hebben op de meest uiteenlopende ziektebeelden waaronder tumoren, borstkanker, dementie, hartinfarcten, trombose, longkanker en zelfs obesitas of diabetes.

Maar zopas kregen veel believers van deze stelling een koude douche toen bekend raakte dat de Amerikaanse vorser Dr. Dipak Das, bekend voor zijn langlopende studies over het positieve gezondheidsimpact van rode wijn, bepaalde onderzoeksresultaten vervalste en zelfs radicaal uit zijn duim zoog. Of het op zijn minst niet al te nauw nam met de statistische zuiverheid van zijn kostelijke research.

60.000 pagina’s op de korrel

De in opspraak gekomen wetenschapper is inderdaad geen derderangsfiguur. Dr. Dipak Das is professor in de medicijnen én directeur van het cardiovasculair onderzoekslaboratorium aan de Faculteit van Medicijnen van de University of Connecticut. Hij publiceert al jaren rapporten waarin de deugden van resveratrol, dat zowel in fruit als in (rode) wijn wordt aangetroffen, werden bevestigd.

Toch rees bij bepaalde wetenschappers stilaan argwaan tegen sommige resultaten en toen een klokkenluider suggereerde dat er op grote schaal gesjoemeld was tijdens de research, begon de universiteit in alle discretie reeds in 2008 met een enquête. Daarin werd een maar liefst 60.000 bladzijden tellende studie, output van zeven jaar onderzoeksactiviteiten van Dr. Das, kritisch onder de loep genomen.

En de uitkomst was ontluisterend. De enquêteurs ontdekten naar verluidt 145 frappante voorbeelden van vervalste of puur gefantaseerde gegevens. De Faculteit van Medicijnen waarschuwde dan ook meteen een tiental wetenschappelijke vakbladen die deze besmette data eerder hadden gepubliceerd. Op dit moment lopen er nog bijkomende enquêtes naar het ‘wetenschappelijke’ werk van Dr. Das, waarbij onder andere ex-medewerkers van zijn laboratorium aan de tand worden gevoeld.

Gevreesd wordt dat uit deze interviews nog meer systematische fraudegevallen zullen opleveren.

Iedereen een verliezer?

Welke feiten nu specifiek vervalst werden - en dus of ze de potentieel positieve gezondheidseffecten van resveratrol al dan niet fundamenteel ondergraven - werd in deze fase nog niet publiek gemaakt.

Maar voor Dr. Das en zijn laboratorium zijn de consequenties nu reeds zwaar. De frauderende wijnprof werd immers op staande voet ontslagen door de Universiteit van Connecticut, instelling waar hij reeds sinds 1984 aan de slag was. Bovendien bevroor de Faculteit voor Medicijnen alle externe onderzoeksfondsen voor zijn laboratorium en weigerde bovendien een overheidsgift van 890.000 US$, die eveneens voor Dr. Das bestemd was.

Mijn reactie? Ik zou mijn glas rode Cabernet of Shiraz er niet voor laten, zelfs als straks blijkt dat Dr. Das zijn hele studie uit de duim zoog. Ten eerste liggen er nog genoeg andere wetenschappelijke rapporten op tafel die wél ernstig en ethisch werden verzameld, en die bovendien ook de potentiële bonus van resveratrol onderschrijven. En ten tweede, nog belangrijker: wijn is gewoon lekker en moet vooral plezier in plaats van een ersatzmedicijn blijven.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 12 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Cheval Blanc op oorlogspad

Chevalblanc
Hoe ver kan men gaan met de bescherming van een domeinnaam? De voorbije jaren hebben we geregeld dossiers becommentarieerd waarbij vooral de bekende, peperdure premiers crus uit het klassement van 1855 het slachtoffer werden van naamdieven. Oplichters die ook steeds vaker nepwebsites lanceren om een graantje mee te pikken van andermans veel betere reputatie (lees o.a. www.Lafite.nep).

Niemand die betwijfelt dat het copyright beschermd moet worden, zeker nu de Chinese markt zich voor zoveel Europese crus en domeinen opent, maar soms krijg ik toch wel eens het gevoel: dit gaat juridisch veel te ver en creëert eerder een gevaarlijk precedent.

Wit paard steigert

Die indruk kreeg ik zeker bij de recente uitspraak van een Franse rechtbank in Bordeaux, die komaf wou maken met de ‘verwarring’ tussen het Château Cheval Blanc, deze topper (in casu Premier Grand Cru Classé A) uit de appellatie Saint-Emilion, en het veel bescheidener Château Guiraud-Cheval-Blanc uit de Côtes de Bourg.

Dit laatste domein kreeg van de rechter van het hof van Cassatie namelijk het definitieve verbod om nog de toevoeging Cheval Blanc op zijn etiket te hanteren, nadat eerder al de rechtbank van eerste aanleg en de rechter in beroep eenzelfde vonnis velden.

Daarmee komt in principe en einde aan een juridische procedure die al in oktober 2006 werd ingezet na een klacht van de vennootschap die Château Cheval Blanc beheert. Eén van de vele klachten trouwens waarmee Cheval Blanc elke vorm van ‘imitatie’ zwaar aanvalt, vanuit de argumentatie dat deze kleine eigendommen - Château Guirau-Cheval-Blanc bijvoorbeeld wordt verkocht aan nog geen 7 euro de fles ! - parasiteren op de internationale renommee van het échte Cheval Blanc.

Diefstal van een geschiedenis?

“Voor mij is dat echter pure diefstal”, dixit Laurent Deliaune, de gerant van de vennootschap die o.a. het nu gedupeerde Château Guiraud-Cheval-Blanc produceert. "Le vol de mon nom, de mon histoire.” En hij heeft natuurlijk een paar sterke argumenten om dit vonnis onrechtvaardig te vinden.

Primo spelen zijn domein en het grote Cheval Blanc niet in dezelfde prijscategorie, dus mikken ze duidelijk op een ander publiek. Als er écht consumenten zouden bestaan die 7 euro voor een fles betalen en tegelijk toch denken dat ze hiermee een Premier Grand Cru Classé A op de kop tikken, dan betwijfel ik toch aan hun gezond verstand.

Secundo komt de naam van Château Guiraud-Cheval-Blanc niet recent uit de lucht vallen, maar wordt al jaren openlijk onder dit label gecommercialiseerd, vermelding in gidsen zoals de Guide Hachette incluis.

Tertio bestaat er inderdaad een historische link met de naam en heeft de familie Deliaune niet zomaar een marketingzet gedaan. De naam ‘Cheval Blanc’ correspondeert immers effectief met een specifiek perceel van hun domein, een zogeheten lieu-dit gelegen in de gemeente Saint-Ciers-de-Canesse.

In mijn ogen toch een sterke verdediging die de rechters echter negeerden, met het argument dat er wel degelijk volgens de code van het intellectuele eigendom sprake is van ‘verwarring’, dus de kans dat de consument misleid wordt en de échte Cheval Blanc hierdoor merkschade kan lijden. Door zijn tweede merk te commercialiseren met de toevoeging ‘Cheval Blanc’ heeft de familie Deliaune volgens de rechtbank duidelijk willen profiteren van zijn bekende broer uit Saint-Emilion.

Met als gevolg: de definitieve annulatie van de naam Guiraud-Cheval-Blanc.

Uitzonderingen zijn mogelijk

Larie & apekool volgens Laurent Deliaune, die onderstreept dat de rechter duidelijk geen rekening heeft gehouden met een decreet uit 1993, dat wél de nodige speelruimte laat. Dat decreet bevestigt inderdaad het unieke merkprincipe van "une exploitation, un nom de château", maar laat toch twee uitzonderingen toe.

Eén: als beide betrokken partijen overleggen en een compromis sluiten, wat hier echter duidelijk niet het geval was. En twee: als de gelijkende naam reeds enige bekendheid geniet sedert meer dan 10 jaar voor de goedkeuring van het decreet uit 1993, wat bij Guiraud-Cheval-Blanc duidelijk het geval was. Wanneer aan één van beide voorwaarden voldaan is, kan in principe de gelijkende merknaam behouden blijven.

De Deliaune’s kregen tot nu toe slechts op één vlak voldoening: de claim tot schadevergoeding en vette interesten die door Château Cheval Blanc bij de cassatierechter werd geëist, werd verworpen. Een schrale troost...

Frank Van der Auwera

 

Geplaatst op 7 januari 2012 door Wijntijd Reacties | Reageren

Steel eens wat bubbels

ChampagneDat er weer bubbelrecords gebroken zullen zijn de voorbije week lijkt haast zeker. Champagne heeft daarbij zeker zijn remonte niet gemist, ondanks de sterke prestaties van o.a. Cava en Prosecco.

Wat veel eindconsumenten echter niet beseffen: het laatste trimester van elk jaar is traditioneel niet alleen het piekmoment voor de champagneverkoop, maar ook voor de lokale diefstallen van deze moussewijnen. De regio Champagne-Ardenne wordt dan geteisterd door malafide types die, rechtstreeks of onrechtstreeks, proberen gratis partijen van deze edele bubbels te pakken te krijgen.

Buitenkans voor oplichters

Dat het echt om faits divers maar om een plaag gaat, zeker in december, bewijst het feit dat de gendarmerie van Champagne-Ardenne de voorbije weken een heuse campagne heeft gevoerd in de regio, met als kernboodschap hoe zich tegen deze diefstallen te beschermen. Inclusief een gids en in sommige subregio’s zelfs audits ter plekke om na te gaan waar de zwakke punten in hun beveiligingssysteem of werkprocedures zaten.

De reden ligt voor de hand: “40% des expéditions se font durant le dernier trimestre. Les cartons sont prêts à partir, les vignerons, souvent débordés, sont moins vigilants... Aussi cette période est particulièrement propice aux voleurs et autres arnaqueurs,” legt Laure Perrier van het Syndicat général des vignerons uit.

In de informatiegids die de gendarmerie verspreidde worden een aantal illustere oplichterijen geciteerd, zoals recent een zaak waarbij 3.500 flessen champagne - waarde: 45.000 euro - illegaal (lees: onbetaald) van eigenaar verwisselden. Blijkbaar verifiëren veel champagnehuizen nog onvoldoende of een bedrijf dat een order plaatst wel effectief bestaat. Ook de identiteit van de duizenden transporteurs (of hun registratieplaat) die de ladingen komen ophalen, wordt tijdens deze hectische periode amper gecontroleerd.

Veel oplichters werken blijkbaar altijd volgens eenzelfde scenario. Eerst winnen ze het vertrouwen van het huis (bvb. door kleine aankopen) en plaatsen dan een grotere bestelling, die natuurlijk ‘zeer dringend’ is. En dan verdwijnt men met de noorderzon en de onbetaalde factuur.

Eigen schuld?

Het is zelfs zo erg geworden, dat de gendarmerie van de Aube al een tijdje gratis beveiligingsaudits aanbiedt, na een visite op het domein.

Die tientallen bezoeken brachten al veel slechte praktijken aan het licht, zoals flessenstocks die niet op een veilige centrale plek worden bewaard maar in een makkelijk te kraken lokaal vlakbij de straat, waardoor dieven slechts over het muurtje moeten kruipen om er bij te geraken en dan binnen een paar minuten verdwenen zijn. Nog een klassieker: detectiesystemen met bewegingsalarm waarvoor echter een pallet met kartonnen dozen werd geplaatst, zodat ze disfunctioneel werden. Ook bij de eigen leveringen gebeuren veel fouten. De meest voorkomende: chauffeurs van het champagnehuis die altijd de sleutel op hun (even onbemande) vrachtwagen laten.

Of al die acties en raadgevingen ook geholpen hebben, zullen we waarschijnlijk niet meteen horen. Want dit soort oplichterijen en diefstallen hangen de champagneproducenten liever niet aan de grote klok.

Frank Van der Auwera

Foto: Oskay op Flickr (Creative Commons licentie).

Geplaatst op 1 december 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

China is op wijngebied het Wilde Westen

IStock_000015268369XSmallParallel met de toegenomen ‘dorst’ naar Europese wijnen in China, stijgt ook de fraude. In die dossiers hebben we al geregeld gebladerd, maar er worden steeds maar nieuwe hoofdstukken aan toegevoegd (lees o.a. Lucratieve handel in lege flessen of Chinezen sjoemelen met Bordeaux 2009 of Kijk uit voor Lafite 1982 of www.Lafite.nep).

Naamdiefstal hoort zeker bij deze malafide praktijken, vooral rond de bekende en peperdure domeinen en grands crus classés uit Bordeaux. Maar nu blijkt dat het na-apen van dure châteaunamen zoals Lafite of Latour maar het tipje van een ijsberg is voor de Franse, lees Bordelaise, wijncommercie.

Appellation Graves Pomerol

Belangenorganisatie Conseil Interprofessionnel du Vin de Bordeaux (C.I.V.B.) luidt immers de alarmbel. Imitatienamen schaden inderdaad wel de individuele topdomeinen, maar er dreigt een nieuw, potentieel veel schadelijker, gevaar: in het Oosten, en meer bepaald in de Chinese markt, wordt steeds meer wijn onder fictieve Bordelaise appellaties gebotteld.

Het gaat hier dus niet langer meer om een al bij al nog beperkte vormfraude, maar om een veel grootschaliger inhoudelijk gesjoemel. Zo verklaarde Allan Sichel, bekende négociant in Bordeaux en een vooraanstaand lid van het C.I.V.B., onlangs in een interview “...het misbruik van de appellatienaam ‘Bordeaux’ is momenteel onze grootste kopzorg.”

Kernprobleem is inderdaad dat de Bordelaise handel in de huidige context weinig of geen wapens bezit om tegen deze ‘Bordeaux Made in China’ imitatiemaffia op te treden, aangezien deze appellatie nog altijd geen beschermde indication géographique protégée (I.G.P.) is op Chinees grondgebied.

Wanneer een westerse consument in een restaurant in Peking een ‘Gaves Pomerol’ of ‘Château Margot’ krijgt geserveerd, weet zelfs de grootste leek dat het label - en waarschijnlijk vooral de gebottelde inhoud - niet koosjer is, maar probleem is dat de tienduizenden nieuwe Chinese wijndrinkers deze kennis (nog) niet spontaan in huis hebben.

Voor wat, hoort wat

Eigenlijk is het toch bizar. Frankrijk, en met name de Bordeauxhandel, doet al jaren massaal business met de Chinese Volksrepubliek - in 2010 werden er officieel 42 miljoen flessen Bordeaux verkocht - , maar in de wetenschap dat sommige appellatienamen er nog niet eens beschermd zijn. Juridisch gebeurt de handel dus in een vacuüm, in tegenstelling met bijvoorbeeld Champagne of Cognac die wél van deze protectie genieten. Dat is voor Bordeaux toch de kat bij de melk zetten?

Dat risico bekent ook Georges Haushalter, de president van het C.I.V.B., publiekelijk: “Nu China onze nummer één exportmarkt is geworden, lanceren we een specifieke campagne bij de Chinese autoriteiten, want de bescherming van onze geografische appellaties voldoet helemaal niet” klonk zijn hard verdict.

Achter de schermen is ondertussen echter al flink gelobbyd en gewerkt. Zo tekende China dit voorjaar al wel een samenwerkingsakkoord met het C.I.V.B. en werden lokale afgevaardigden en inspecteurs op ‘wijnschool’ gestuurd om de nuances van de bordelaise appellaties onder de knie te krijgen. Bij deze trainees werd ook een ‘app’ (SmartBordeaux) op hun mobiele telefoons en tablets geïnstalleerd, in de hoop dat ze in de toekomst ‘onmogelijke labels’ zélf zouden opsporen en sanctioneren.

Vraag: is het too little too late? Want wat baten enkele tientallen of zelfs honderden ‘inspecteurs’, in een zo gigantisch land?

Vooral als we bedenken dat een solide tegenstrategie staat of valt met de erkenning van de geografische appellaties uit Bordeaux door de Chinese autoriteiten. En wat blijkt? Tijdens de onderhandelingen dit voorjaar eisten de gewiekste Chinezen ‘iets in ruil’ voor deze erkenning. Volgens sommige bronnen ging het om een onvoorstelbaar brute ruil: de Chinese autoriteiten zouden bepaalde Bordelaise appellaties namelijk stuk voor stuk officieel erkennen op voorwaarde dat evenveel Chinese herkomstbenamingen op hun beurt door Frankrijk werden erkend. Een nogal idioot voorstel als we bedenken dat China nu grosso modo een twintigtal appellaties bezit, maar Bordeaux een veelvoud hiervan.

Registratierace

Om in afwachting van een doorbraak toch deze fraudecarrousel af te remmen, adviseert het C.I.V.B. de Bordelaise domeinen om alvast het copyright van hun merk te registreren in China. Een kost tussen de $800 en $1.100 per merk/label, waarmee het tussen haakjes nog niet zeker is dat dan eenklaps alle imitaties efficiënt worden bestreden. Want momenteel zit deze merkregistratie meestal vastgelijmd aan een bepaalde lokale distributeur en wanneer het Bordelaise domein na verloop van tijd van Chinese handelspartner wil veranderen, blijft deze eerste distributeur toch eigenaar van het merk.

Of het daarbij om een châteaunaam gaat dat al een eeuw in handen is van een familie, heeft dan geen belang. Wie eerst het copyright registreert, kan langs de kassa passeren.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 november 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

www.Lafite.nep

WwwDat ‘bekende namen’ uit de wijnbusiness een fervente en vooral permanente strijd moeten voeren om hun copyrights te beschermen, is al lang een oud zeer van deze sector.

En dan hebben we het echt niet alleen over de juridische veldslagen tussen de Europese Unie en producenten uit de Nieuwe Wereld - vooral Australië en California - die soms nogal lukraak omspringen met beschermde en vooral historische appellatienamen of wijntypes zoals Sherry, Porto, Brandy, Sauternes of Chablis (lees o.a. Australië: kidnapping van appellaties taboe of Apera en Topaque).

Gedroomde slachtoffers

Maar wereldberoemde domeinen - lees: zij die hoge scores krijgen in de gespecialiseerde media en daarom ook hoge marktprijzen vangen, met name bij het  ‘nieuwe’ Aziatische cliënteel - worden tegenwoordig ook virtueel belaagd: cybersquatting, het in dit geval kapen van een châteaunaam en trademark om er hopelijk munt uit te slaan, heeft duidelijk ook de internationale wijnhandel geïnfecteerd.

De meest voor de hand liggende slachtoffers vinden we natuurlijk in Frankrijk en meer specifiek in de Bordelais, bij de grands crus classés waarop de integrale internationale markt (speculanten, loyale consumenten, importeurs, négociants en nouveaux riches) jaagt.

Om de omvang van dit probleem in te schatten, werd onlangs door het bureau Keep Alert een studie gelanceerd die zich uitsluitend toespitste op de premiers crus uit het officiële en nog altijd toonaangevende klassement van 1855: Château Haut-Brion (Pessac-Léognan), Château Lafite-Rothschild (Pauillac), Château Latour (Pauillac), Château Mouton-Rothschild (Pauillac) en Château Margaux (Magaux). De échte commerciële kleppers met andere woorden, die zowel in primeur als op wijnveilingen honderden, zoniet duizenden, euro per fles realiseren.

Ideaal wild kortom voor deze webmaffiosi.

Populair bij naamdieven

En wat blijkt uit deze analyse?

De naamsdiefstal op het internet van deze Franse topcrus is een wijdverspreid fenomeen, waarbij diverse technieken worden toegepast om te kunnen profiteren van deze reputaties. Zo worden er zowel enorm veel valse websites opgezet onder de (vergelijkbare) naam van het topdomein - vergelijkbaar met de valse persoonlijke accounts op Facebook - alsook webpagina’s ‘geparkeerd’ die de bezoeker afleiden naar verkoopsites met nagemaakte producten.

Keep Alert ontdekte zo een resem valse adressen die als bloedzuigers aan het echte château hangen, waaronder chateau-haut-brion.info, chateaulafite.com, latour.asia, buychateauhautbrion.com mylafiterothschild.com, lafite.cz of chateau-latour.de.

Het onderzoeksteam vond op die manier maar liefst een honderdtal naamsdiefstallen van Château Haut-Brion, bijna 500 van Château Margaux, een duizendtal voor Château Mouton-Rothschild en ‘enkele duizenden’ valse vermeldingen voor Château Latour. Verder kwamen de onderzoekers eveneens op het spoor van een Taiwanees die tientallen domeinnamen rond Lafite.com.tw had geclaimd. Wie op deze account klikte, werd onmiddellijk doorgestuurd naar een commerciële website die niets met deze super-Pauillac te doen had. Idem bis met het Russische schaduwbedrijf dat de naam margaux.ru gebruikt voor zijn in het Cyrillisch geformuleerde site, waar echter wel de naam én de visuals van Château Margaux klakkeloos werden overgenomen.

Boosdoener ICANN

Kernprobleem blijft echter: deze topdomeinen hebben tot nu toe weinig juridische middelen in handen om de zondvloed van imitatoren en nepsites te stoppen.

De logica van het internet vormt namelijk de voornaamste drempel. De manier waarop domeinnamen geregistreerd en beschermd worden, werkt misbruik immers in de hand. ICANN, de internationale autoriteit die de domeinnamen reguleert, introduceert om te beginnen voortdurend nieuwe extensies. Een château dat niet alle beschikbare naamextensies claimt maar alleen de klassiekers .net, .com, .org .tel, .eu of .fr, laat automatisch het poortje open voor imitatoren, terwijl het prijskaartje van zo’n registratie continu daalt.

Een simpele bank/creditkaart volstaat dan al om zijn eigen nepdomeinnaam te lanceren.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 20 november 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Moet er nog suiker zijn?

IStock_000016870512XSmallSteeds meer studies leggen een verband tussen de opwarming van de aarde en de structurele verschuivingen in de wijnbouw. Soms gaat het om puur drama, zoals de stelling dat - wanneer we niet ingrijpen - we binnen enkele decennia Chianti in ons land moeten maken, bourgogne in Denemarken en Syrah de hoofddruif zal worden in de Côte d’Or, waar nu de Pinot Noir heerst.

Maar soms wordt er gewezen op het frequenter voorkomen van vroegtijdige oogsten en vooral op het feit dat er in ‘noordelijke’ appellaties nu veel minder gechaptaliseerd dient te worden, omdat de gemiddelde druif er van nature rijper en suikerrijker is. Met andere woorden, artificieel bijsuikeren om het alcoholpercentage, de body en het genereuzere mondgevoel op te krikken zou in die optiek stilaan verdwijnen als technische ingreep.

Maar een recente rechtszaak in Frankrijk toont aan dat de suikerpot nog regelmatig wordt ingeschakeld bij onze zuiderburen. De voorbije week werd immers het juridische dossier van Sainte-Croix-du-Mont druk besproken in wijnkringen.

In de ban van de jam

Eventjes de feiten op een rij: Sainte-Croix-du-Mont is een zoete appellatie in de vallei van de Garonne (Bordelais), waar de wijnbouwers wettelijk nog steeds het recht hebben om ‘magere’, zonarme millésimes te versterken via de toevoeging van suiker aan de druivenmost, om uiteindelijk zo hun dessertwijn extra push te geven. In vaktermen heet dat: chaptalisatie.

Elk jaar legt het I.N.A.O., de officiële waakhond van de Franse appellaties, exact vast welke dosis suiker er extra mag toegevoegd worden. Bovendien moet de wijnbouwer deze chaptalisatie ook declareren bij de belastingsdiensten, want er dient bij dit proces een flinke taks van 30 procent betaald. Maar waarom zouden Franse wijnbouwers anders zijn dan de gemiddelde Belgische belastingsbetaler? Kortom, deze aangifteplicht van de uitgevoerde chaptalisatie wordt nogal vaak ‘vergeten’.

En zo komen de fraude-inspecteurs dikwijls rare suikercircuits op het spoor, zoals recent dus in de Sainte-Croix-du-Mont, waar een kruidenier in amper twee jaar tijd - van November 2007 en oktober 2009 - blijkbaar ruim 157 ton gekristaliseerde suiker zonder factuur heeft verkocht, vooral aan lokale wijnboeren.

Een gebied dat nochtans niet bekend staat voor zijn confituur, alhoewel Thérèse Solano, de gérante van de geviseerde kruidenierszaak die al een eeuw lang in handen van haar familie is, halsstarrig volhoudt dat de duizenden kilo’s suiker met dat doel werden verkocht. Confituur, toerisme én vooral oudere klanten uit de naburige dorpen, wegens haar scherpe prijsstelling die tot 50% onder die van de concurrentie liggen, zo klinkt het ter verdegiging.

Seniorensprookje

Uiteraard geloofde niemand van het fraudeteam dit argumentarium, vooral omdat de suikerverkoop altijd precies piekt rond de oogstperiode en haar kruidenierszaak trouwens al jaren bekend staat als ‘Le dépanneur du coteau’, de reddende engel van de lokale wijnbouw.

Bovendien is er het gigantische volume dat de jampot ver overstijgt. In 2007 bijvoorbeeld werd op amper drie maanden tijd een hoeveelheid suiker verkocht die correspondeert met het totale jaarverbruik van een stad van 10.000 inwoners, terwijl Sainte-Croix-du-Mont tamper 900 zielen telt. En laat 2007 nu net een jaargang zijn van ‘mindere kwaliteit’ die dus een zoet ruggensteuntje best kon gebruiken.

Thérèse Solano beweerde verder ook dat ze helemaal geen weet had van die fiscale verplichtingen bij chaptalisatie. Pittig feit: haar cliënteel kocht vooral zakken van 20 kg, waar een factuur wettelijk verplicht wordt vanaf 25 kg. De substituut van de procureur concludeerde dan ook: "Ses explications ne sont absolument pas crédibles. Elle affirme avoir beaucoup de personnes âgées dans sa clientèle. Mais comment voulez-vous que celles-ci puissent porter des sacs de 20 kg ?".

Gevolg? Thérèse Solano moest verleden week voor de correctionele rechtbank verschijnen waar haar verdediging resoluut van tafel werd geveegd. De rechter was ervan overtuigd dat hier sprake was van een grootschalig zwart circuit met het oog op chaptalisatie. Solano werd dan ook veroordeeld tot 5.000 euro boete met opschorting.

Een zure finale van een zoete fraude.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 22 september 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

To stink or not to stink, the sequel

IStock_000016272889XSmall We komen terug op wat in de media nogal snel het ‘Oxfam-wijnschandaal’ werd genoemd, maar misschien uiteindelijk toch maar een storm in een glas (correcte) wijn was (lees To stink or not to stink).

De stroom reacties van de voorbije dagen, ook rechtstreeks via mail en telefoon en op sociale media - tot in Nederland toe -, toont wel aan dat veel wijnliefhebbers serieus begaan zijn met de kwaliteit van hun glas wijn. En zich terecht vragen stellen over bepaalde praktijken in chais en bottelarijen, aangezien veel van wat er in vinificatiekringen gebeurt van de buitenwereld wordt afgeschermd of in ondoordringbaar vakjargon gegoten. Dat veel consumenten de wereld van de wijnmakerij als één chemische hokus pokus zijn gaan zien, kan hen met andere woorden niet verweten worden.

Proef op de som

Maar ik ging het dossier even verder voor u uitpluizen.

Eerst en vooral ontving ik van Oxfam België het organoleptische onderzoek - in mensentaal: het proefwerk - dat in hun opdracht door BRUCEFO (het Brussels Centrum voor de Voedingsmiddelenexpertise) werd uitgevoerd. Verschillende flessenformaten van deze Sagrada Familia Cabernet Sauvignon 2010 uit Lontué Valley (Chili) - de vermeende stinkwijn - werden door deze derde partij gedegusteerd, met als conclusie: technisch perfect in orde.

Niet dat we deze experts van BRUCEFO niet op hun woord geloven, maar een goede wijnjournalist moet een Kritische Thomas blijven, dus vroegen én kregen we zonder problemen zelf proefstalen. Vier flesjes in 37,5 cl, dus half het formaat van de klassieke wijnfles. Deze werden in een blinddegustatie, dus anoniem, geplaatst naast andere Cabernets met een vergelijkbare prijsvork en geproefd door ons team waarin zowel ‘gewone’ consumenten als professionelen.

En niet dat dit de grootste Chileense Cabernet is die de voorbije maanden op onze tafel verscheen, maar van paardenmest of 100-jarige stinkeieren inderdaad geen spoor. In ons glas ontdekten we een fris robijnrode, gul tranende wijn met een eenvoudige, maar amusante en zuivere geur van rode neusjes, kers en aalbes. Ook in de mond domineren rond en soepel klein rood fruit en besjes, met een geprononceerde zuurtegraad, lichte cacaotoets en wat uitdunnend naar de afdronk toe. Duidelijk een product van jonge Cabernet-stokken, maar we praten hier niet over een wijn met een Cru Bourgeois-prijskaartje. Een fles kortom die ik, op voorwaarde dat ze voldoende koel en jong geserveerd wordt, op restaurant niet zou weigeren. En elk exemplaar gaf identiek resultaat.

De juiste dosis techniek

Wat de hele heisa dan toch maar een storm in een glas wijn, gelanceerd door een journalist die wel de klok maar niet de klepel had gevonden?

Wat deze specifieke cuvée betreft: ja dus. Deze Oxfam-Cabernet blijkt zeker geen vloeibaar zoölogisch experiment. Of er iemand met het lekken van wat blijkbaar een ‘normale’ procedure was de bedoeling had om deze organisatie te raken, is een andere kwestie.

Maar wat dit wijnincident wél aan het licht bracht - getuige daarvan de werkelijk honderden reacties die ik ook rechtstreeks en ‘live’ kreeg op mijn blog en radiopraatje -, is dat dit geval het Oxfam-dossier overstijgt. Veel wijnamateurs voelen zich duidelijk nog altijd niet op hun gemak met Belgische bottelingen en vrezen dat er in dat proces proportioneel meer gemanipuleerd wordt dan op het domein. Wat natuurlijk nonsens is. Geen van beide botteltypes bezit het absolute monopolie op kwaliteit.

Sterker nog, zonder moderne technologie en oenologie zouden we trouwens niet de fruitgedreven, vaak supersmakelijke wijntypes kunnen drinken die nu wél massaal in de rekken liggen. En ten tweede zou, zonder een aantal beperkte technische ‘ingrepen’, het prijskaartje van een pak wijnen snel vele malen duurder worden, gewoonweg omdat er dan minder druiven de toets van hun millésime en klimaatsgrillen doorstaan. Let op, dit is géén pleidooi voor ongebreideld gebruik van sulfiet, toevoeging van zuren, dealcoholisatie (= alcoholpercentage verlagen) of chaptalisatie (= alcoholpercentage verhogen) van een wijn-in-wording, maar een nuchter feit.

Wijn zonder (gedoseerde!) moderne technische ingrepen, zoals die dus nog door onze (bet)overgrootvaders werd gemaakt, zouden we anno 2011 eenvoudigweg uitspuwen, wegens ondrinkbaar.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 20 september 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

To stink, or not to stink...

IStock_000016283515XSmall Gisteren was het mijn dagje wel: om het kwartier hing er een collega-journalist aan de lijn van een krant, magazine of radioprogramma, die allemaal mijn reactie wilden weten over het ‘Oxfam-wijnschandaal’.

Wat is er aan de hand? Een tijdje geleden lekte blijkbaar mailverkeer uit tussen (wijn)verantwoordelijken bij de Belgische tak van Oxfam en de wijnexperts in de bottelarij van Delhaize. Deze grootdistributeur, die over één van de meest modern geëquipeerde bottelinstallaties beschikt, trekt namelijk contractueel jaarlijks hectoliters Fairtrade-wijnen op fles, die door Oxfam vooral bij Chileense coöperatieven worden aangekocht. De selectie ervan en het transport, evenals de etikettering en de goedkeuring van de botteling, gebeuren dus uitsluitend op verantwoordelijkheid van Oxfam, terwijl de botteleenheid van de Delhaize Group louter als facilitator fungeert.

Welkom in de stal

Maar een tijdje geleden had men daar bij een levering dadelijk in het snuitje dat er iets niet pluis was met een lading van maar liefst 48.000 liter Cabernet Sauvignon uit Chili. De geur was immers niet te harden: het lot stonk naar rotte eieren en had een zware fecale geur.

Op vraag van de aankopers van Oxfam werd deze wijn diverse malen overgepompt om zo ‘te verluchten’, waarna deze het licht op groen zetten en de wijn definitief werd gebotteld. Het merendeel van de flessen werd ondertussen verkocht, tot nu toe blijkbaar zonder klacht, maar dat was buiten De Morgen gerekend, die het stinkdossier gisteren terug ter sprake bracht.

En meteen liep de tsunami van telefoons bij mij binnen: wat was er hier aan de hand? Is zoiets schadelijk voor onze gezondheid? Is het nu écht opgelost? Gebeurt dit meer?

Zonder meteen in te technische details te vervallen: als er zoiets fundamenteels fout zit in de aroma’s van een partij wijn, kan de oorzaak maar uit vier bronnen komen.

Eén: fouten gemaakt bij de botteling, maar aangezien de stankhinder precies ontdekt werd bij de levering in de bottelarij van Delhaize, kunnen we deze factor uitschakelen.

Twee: tijdens het overzeese transport, alhoewel er geen indicaties zijn dat dit anders werd geregeld dan de honderden ladingen voordien. Dus: neen.

Drie: in de wijngaard zelf, door bijvoorbeeld een andere bemesting of het gebruik van nieuwe  chemicaliën. Aangezien we hier toch met Fairtrade-producten te maken hebben, die het ethische credo én duurzame landbouw hoog in het vaandel voeren, kunnen we deze factor in principe ook als stoorzender uitsluiten.

Dus blijft er alleen verklaring vier: een probleem tijdens het vinificatieproces. En ook al heb ik de cuvée in kwestie nooit in zijn ‘blote’ staat geroken, noch op fles geproefd, lijken d verhalen over stalmestaroma’s en rotte eieren eerder te wijzen op Brettanomyces, kortweg ‘Brett’.

Luchthappen als reddende engel

Brett is een bacterie die vooral in rode wijn spontaan aanwezig is. Zich onder andere bevindt op de druif zelf, op de gebruikte werktuigen en vooral in de kelders waar de wijn wordt geproduceerd, met name op de muren en in de eiken vaten. Vooral in een vochtig en warm microklimaat en bij gebruik van oudere vaten, floreert Brett.

Nu moet u niet meteen in paniek slaan, want tenslotte is elke vinificatie en elke wijnruimte één poel van (goede) bacteriën. Want hoe anders zou gist suikers in alcohol kunnen transformeren? En hoe denkt u trouwens dat onze vermaarde geuze of Lambic aan zijn specifiek smaakprofiel komt? Inderdaad, door zijn Brettanomyces bruxellensis en zijn kozijn de Dekkera bruxulensis.

Brett is trouwens een positieve component in veel wijnen die, in lage dosissen, bijvoorbeeld aroma’s van leder en specerijen kan afgeeft. Maar wanneer bijvoorbeeld de foeders al meerdere jaren worden gebruikt en onvoldoende werden ontsmet - dat gebeurt met zwaveldioxide - kan de Brett-bacterie zo aangroeien, dat het eindresultaat aromatisch door 99% van de mensen als zeer negatief wordt ervaren. Dan lijkt het wel alsof we ons in een paardenstal bevinden of net in een koeievla hebben getrapt. Dat er ook over rotte eieren wordt gesproken, betekent dat er bovendien nogal gul werd gezwaveld. Kortom, hoe je het ook draait of keert: een fout van de lokale oenoloog, die zulke partij nooit richting export had mogen laten vertrekken.

Voldeed het verluchten en frequent overpompen van de tanks met de ‘shit-wijn’? Nogmaals, ik heb de wijn persoonlijk nog niet kunnen toetsen, maar ik betwijfel het toch sterk. Als de Delhaize-experten zo’n manifeste geurhinder inderdaad signaleren - en zij zien jaarlijks véél hectoliters passeren in Brussel - moet het euvel wel hoogst irritant geweest zijn. En dan helpt wat luchthappen m.i. weinig.

In het artikel van De Morgen werd trouwens ook gesuggereerd dat Oxfam op een bepaald moment zelfs gevraagd had om de wijn eventueel te behandelen met een kopersulfaat. Als dit namelijk toegevoegd wordt aan de stinkwijn, verbindt dit kopersulfaat zich met de zwavel, die dan neerslaat als kopersulfide, waardoor dus de zwavelstank afneemt. Deze ingreep werd echter door Delhaize geweigerd. Logisch, want dit betekent niet alleen een manipulatie van het eindproduct, maar zover we weten is deze praktijk uitsluitend toegestaan aan de bron zelf, dus bij de producent, en onder toezicht van een oenoloog.

Het komt me overigens een beetje vreemd voor dat een organisatie die enthousiast voor Fairtrade en ecovriendelijke wijnen ijvert, het gebruik van dit soort chemische hulpmiddeltjes zou aanmoedigen. Natuurlijk, 48.000 liter betekent bedrijfeconomisch een hele slok voor elk bedrijf: 64.000 wijnflessen die je moet afkeuren, zal de jaarrekening rood kleuren.

Begint het nu pas?

Conclusie? Ik zie er drie.

Eén: dit incident is absoluut geen bewijs dat ‘Belgische bottelingen’ altijd sjoemel -of prutswerk zijn. Het heeft zelfs in se niets te maken met de bottelarij in kwestie, die gewoon in opdracht werkte en geen invloed uitoefende op de selectie of kwaliteitsborg van het basisproduct. Belgische bottelingen blijven dus veilig, maar zijn net zo afhankelijk van ‘wat men er in stopt’, als een originele ‘mise au domaine’. Daar komen dit soort accidents de parcours trouwens ook geregeld voor, vooral op soms heel slecht geëquipeerde domeinen die zelfs niet eens over een eigen bottelinstallatie beschikken.

Twee: er is geen enkele moment in dit bottelproces sprake geweest van een gezondheidsrisico. Toegegeven, een wijn ontkurken die stinkt alsof men net in  paarden -of hondenpoep is gewandeld, betekent een aanslag op onze goede smaak (reukzin), maar de gevolgen ervan situeren zich louter op het mentale vlak...

En drie: naar verluidt is dus heel deze (ex)stalmestlading reeds de Oxfam-rekken uitgevlogen en heeft nog geen enkele koper zich beklaagd over het fenomeen. Dat kan twee dingen betekenen. Ofwel heeft de Oxfam-aankoper dus gelijk en bleek de operatie ‘Geef Ze Lucht!' voldoende om de stank te verjagen. Ofwel zijn veel consumenten tot nu toe te weinig kritisch gebleken en mogen we pas nu de ‘poep-hysterie’ verwachten, waarbij honderden klanten plots rare bijgeurtje in hun cuvée ontdekken.

Frank Van der Auwera 

P.S.: Zie ook http://www.radio1.be/programmas/nieuwe-feiten/geen-klachten-over-stinkwijn

Geplaatst op 7 september 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Spannende dagen in Montalcino

Wanneer alles normaal verloopt en er ter elfder ure geen uitstel werd gevraagd - de timing lijkt inderdaad wel ongelukkig, want in volle oogstperiode - , wordt vanavond (7 september) in Montalcino gestemd over een voorstel, dat het smaakprofiel van de lokale rosso’s fundamenteel kan wijzigen.

Want amper zijn de commerciële gevolgen van ‘Brunellogate’ verteerd, het schandaal dat in 2008 op Vinitaly losbarsttte toen bleek dat veel Brunello di Montalcino’s niet uit 100 procent Sangiovese waren samengesteld maar een flinke dosis appellatievreemde druiven bevatten, of er dreigt al een nieuw controverse (lees o.a. Brunello strijdt voor identiteit of Brunello: alles blijft bij het oude of Wijnschandalen in Italië deel 1 en deel 2 of Brunello: slecht én goed nieuws).

En opnieuw is het een dilemma: hoe ver mag men gaan met het tolereren van internationale variëteiten in de druivenmix, dus met het doorbreken van de vigerende appellatiewetgeving?

Blijf er af!

De leden van de Assemblea of Montalcino moeten immers de knoop doorhakken: mogen er straks straffeloos tot 15 procent ‘andere’ druiven, vooral dan Merlot, Cabernet Sauvignon of Syrah, in de D.O.C. Rosso di Montalcino gemengd worden? Deze kleine broer van de veel duurdere Brunello di Montalcino, dient tot nu toe immers wettelijk ook voor het volle pond uit Sangiovese-druiven te bestaan.

Eén van de fervente tegenstanders tegen deze ‘internationalisering’ van de Montalcino-wijnen is Nicolas Belfrage, een Britse Master of Wine en doorwinterd Italië-expert, die op het internet zelfs een heuse tegenactie is begonnen. Hij richtte onder andere een open brief aan de stemgerechtigde Brunello-producenten om radicaal ‘neen’ te stemmen, omdat ze anders het risico lopend dat het onimiteerbare Toscaanse karakter van hun wijnen uitgehold wordt.

Zijn brief leest al één ode aan de puurheid van het huidige product. Ik citeer: “I would urge you in the strongest terms not to support this change. Rosso di Montalcino, like Brunello di Montalcino, has created for itself a strong personality on international wine markets based largely on the fact that it is a pure varietal wine. In these days when more and more countries are climbing on the wine production bandwagon it is more important than ever to have a distinctive identity, to make wine in a way which no one else on earth can emulate. It is my belief that the strongest factor in the identity of Rosso di Montalcino (and of course Brunello di Montalcino) is the fact that it is 100% Sangiovese.”

Het Trojaanse paard

Niet dat Belfrage anti Merlot of Cabernet is, integendeel, maar hij vreest wel dat de personality van de Rosso di Montalcino definitief ondermijnd wordt als deze populaire druiven straks een rol mogen spelen in de blend. Hoe groot zou immers de verontwaardiging niet zijn als het C.I.V.B. (Conseil Interprofessionnel du Vin de Bordeaux) zou beslissen dat er voortaan 15 procent Sangiovese in de Bordeaux mag gemengd worden, zo vraagt Belfrage zich af. Iedereen zou zo’n voorstel als absurd van tafel vegen, maar de Montalcino-producenten blijven maar koppig met dit idee flirten.

Waarschijnlijk vooral uit bedrijfseconomische motieven, want er staat aardig wat Merlot en Cabernet aangeplant in het productiegebied van Montalcino, wingerds die men maar al te graag beter wil verzilveren. En in zwakke oogstjaren zou een ruggensteuntje van zulke sterke hulpdruiven zeker welkom zijn, maar al deze argumenten mogen volgens Belfrage niet zo zwaar doorwegen als de authenticiteit van de huidige Rosso di Montalcino. Volgens hem zijn er trouwens genoeg alternatieven om deze andere druiven volkomen legaal te commercialiseren, o.a. in in St. Animo of als IGT Toscana.

Wat alle tegenstanders tegen deze ‘liberalisering’ verenigt, is ook hun vrees dat de Rosso di Montalcino het Trojaanse paard is. Het voorspel slechts om straks ook de samenstelling van de ‘grote’ Brunello aan te passen.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 27 augustus 2011 door Wijntijd Reacties | Reageren

Kaapse wijnindustrie: profiteur of zondebok? (1)

Ripewithabuse In Zuid-Afrika kan men er absoluut niet mee lachen en in wijnkringen is het momenteel dan ook gespreksonderwerp nummer één.

Logisch, want het zopas verschenen rapport met de niet mis te verstane titel “Ripe with Abuse: Human Rights Conditions in South Africa’s Fruit and Wine Industries” zou wel eens een serieuze imagokiller kunnen worden voor de nu toch florissante Kaapse wijnindustrie, de 7de grootste wijnleverancier op wereldschaal.

Leven in een varkensstel

Even de feiten op een rijtje. Alles draait rond een zopas verschenen, 96 pagina’s tellend rapport, samengesteld door Human Rights Watch. De rode draad van dit assessment is duidelijk: het succes van de Zuid-Afrikaanse wijnindustrie wordt vooral gemaakt op de rug van de (arme) lokale bevolking, die in abominabele, onderbetaalde en zelfs gevaarlijke omstandigheden moet leven en werken. Veel landbouwwerkers - en vaak hun uitgebreide inwonende familie - leven immers op het landgoed of farm, wat als een vorm van indirect loon wordt gezien, dus een onderdeel van hun arbeidscontract. Maar de activisten twijfelen niet: die voorzieningen zijn barslecht. Qua mensenrechten is de Zuid-Afrikaanse wijnindustrie dik gebuisd.

Een paar citaten geven de sfeer van dit rapport weer. Werknemers "are denied adequate housing, proper safety equipment, and basic labour rights”. In sommige gevallen krijgen ze zelfs “on-site housing that is unfit for living”. Zo bevat het rapport het schrijnende verhaal van een arbeider die met zijn gezin al 10 jaar in een varkensstal leeft. Bovendien worden werknemers systematisch blootgesteld aan schadelijke stoffen zonder adequate bescherming (“exposure to pesticides without proper safety equipment”). Veel werkgevers brengen de gezondheid van hun arbeiders verder in gevaar “...by not providing them with access to drinking water, hand washing facilities, or toilets, even though these are required by labor regulations. When farmworkers are ill or injured, as is fairly common in this line of dangerous work, they are almost always refused the paid sick leave required by law unless they provide a medical certificate”.

Ook wordt de vorming van vakbonden effectief tegengewerkt. Zo zou in de Western Cape, één van de kerngebieden voor de wijnindustrie, slechts 3 procent van de werknemers gesyndicaliseerd zijn, tegen 30 procent in het ganse land.

Zware beschuldigingen waaruit Daniel Bekele, Africa director van Human Rights Watch, de volgende les distilleert: “The wealth and well-being these workers produce shouldn’t be rooted in human misery. The government, and the industries and farmers themselves, need to do a lot more to protect people who live and work on farms.” Maar, zo klinkt het toch voorzichtig “The answer is not to boycott South African products, because that could be disastrous for farmworkers. But we are asking retailers to press their suppliers to ensure that there are decent conditions on the farms that produce the products they buy and sell to their customers.”

Uiteraard kwam er heftige reactie op deze beschuldigingen vanuit de Zuid-Afrikaanse wijnindustrie. Daarover hebben we het morgen in deel 2 van dit verhaal...

Frank Van der Auwera

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer