Home Markten Live Netto Sabato

Wijnklassementen

Geplaatst op 10 april 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Laat Europa bordeaux vallen?

BordeauxKurkDat Bordeaux niet langer dé onaantastbare norm- en trendsetter is op wijngebied zoals één of twee generaties geleden, dat weerspiegelen de statistieken al een tijdje.

De signalen zijn inderdaad duidelijk. De primeurcampagnes verlopen al jaren moeizamer, de globale concurrentie is vooral in het betaalbare segment bikkelhard en de meest interessante groeicategorieën van consumenten – de leeftijdsgroep 20 à 30 jaar én vrouwelijke wijndrinkers – moeten écht permanent overtuigd worden dat Bordeaux ook toegankelijke moderne wijnen levert i.p.v. oubollige of overdreven dure cru's.

Heel het media-imago van de Bordelais wordt bovendien bepaald door pakweg 200 grands cru's die vaak megawinsten realiseren, terwijl duizenden kleinschalige domeinen financieel het water aan de lippen hebben staan.

Stabiele export

Maar ondanks al deze pijnpunten, blijkt uit de recente statistieken dat de export van bordeaux vorig jaar nagenoeg stabiel bleef.

Bordeaux exporteerde in 2016 circa 2 miljoen hectoliter wijn (equivalent van 270 miljoen flessen). Daarmee is deze appellatiecluster goed voor 17% van de totale Franse wijnuitvoer qua volume en zelfs 36% qua waarde.

Maar binnen dit op het eerste gezicht nog bevredigend plaatje is er toch sprake van verschuivingen. Zo kalft de impact van bordeauxwijn af op de Europese markten, maar wordt deze daling de laatste jaren wel gecompenseerd door de dorstige Chinezen en Amerikanen.

De Europese Unie is in volume nog amper goed voor 35% van de bordeaux-export (95 miljoen flessen of -10%; in waarde 462 miljoen euro of -16%), terwijl de niet-EU markten 65% voor hun rekening nemen, of omgerekend 176 miljoen flessen (+6%) voor een waarde van 1,3 miljard euro (+3%).

Bordeaux moet het tegenwoordig commercieel vooral hebben van een handvol sleutelmarkten volgens de recente studie van le Conseil Interprofessionnel du Vin de Bordeaux (CIVB).

China Reddende Engel

China is de grootste afzetmarkt sedert 2015, zowel in volume (74 miljoen flessen) als in waarde (322 miljoen euro). Toch kost circa een derde van de naar China uitgevoerde bordeaux minder dan 3 euro/liter (= exportprijs). Hongkong is op zijn beurt vooral de hub voor duurdere kwaliteitscru's, maar staat eveneens op nummer 7 qua volume.

Andere spectaculaire groeier is de VSA staat op de derde plek qua volume, én waarde waarbij het leeuwendeel van de wijnen tussen de 4,5 en 9 euro/liter kost (= exportprijs). Vorig jaar voerden de Amerikanen voor 196 miljoen euro bordeaux in. Vraag is natuurlijk hoe Trump deze stijgende interesse in bordeaux de komende jaren zal beïnvloeden door o.a. extra taksen.

Helemaal anders is het gesteld met de Europese sterkhouder van weleer, het Verenigd Koninkrijk. Het land staat nog steeds op positie 4 op deze exporthitparade, zowel in volume als waarde, maar de markt is wel erg grillig geworden sedert de financiële crisis van 2008/2009. Qua volume boerde het VK immers -10% achteruit en in waarde zelfs -26%. Bovendien is de toekomst heel onzeker nu de Brexit in gang werd gezet.

België boven?

En dan is er België: ondanks onze smurfenschaal vormen we nog steeds een loyale focusmarkt voor Bordeaux, met onze 2de plaats qua volume en 6de plaats in waarde. Daarmee zijn we weer de grootste Europese afzetmarkt qua volume.

Toch brokkelt deze loyaliteit zoals bij al onze Europese partners verder af, want qua volume gingen we 10% achteruit en in waarde 8%.

Ons land importeerde vorig jaar immers circa 190.000 hectoliter of 25 miljoen flessen bordeauxwijn met een marktwaarde rond de 100 miljoen euro. Maar voor het CIVB en andere belangengroepen en promotiediensten wordt het toch boksen tegen de competitie.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 10 februari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Organisch van A tot Z

CavaKurkMisschien is het u ontgaan, zelfs als u tot de meest fanatieke believers van de biologische wijnkerk behoort, maar Europa - en meer bepaald Spanje - bezit wel een primeur: de eerste 100% pure organische appellatie.

Eventjes nadenken waar en wie? Het is namelijk een schisma in de cava-productie die tot dit resultaat leidde, in casu de Calataanse DO Clàssic Penedès.

Weg van de massaproductie

In 2014 braken immers een aantal producenten uit de cava-koepel, gestimuleerd door de lokale eco-paus Albet i Noya, omdat ze zich niet langer konden vereenzelvigen met de soms belabberde kwaliteit van deze populaire Spaanse bubbels. Want door het enorme exportsucces werd de spoeling ook steeds dunner en dunner, zodat er – zelfs op onze Belgische markt – cava's in de rekken belandden waarvan de basisfactuur (vinificatie, fles, botteling, etikettering, dus de blote aankoopprijs) inferieur werden aan alle bijkomende kosten (transport, winstmarge, accijnzen, eco-kosten,…). De inhoud werd soms ondergeschikt aan de uitmonstering en het imago. Dus kwamen steeds meer producenten in het geweer tegen deze nivellering richting bas de gamme.

De nieuwe subappellatie Clàssic Penedès bleek evenwel toch meer dan een stelletje dwarsliggers of dikkenekken-bodega's. Zo was één van de belangrijkste condities om tot deze nieuwe club toe te treden de vereiste om gecertificeerd organische wijn te produceren. Zonder deze certificatie en een kelderrijping van minimaal 15 maanden kunnen de (aspirant)leden immers nooit het label van de DO Clàssic Penedès dragen.

Met andere woorden: dit is de eerste unisono appellatie op Europese bodem, zij het dat het natuurlijk om een voorlopig nog klein clubje draait. Want momenteel zijn er slechts 15 bodega’s die de DO belichamen. Bodega's waarvan een aantal ook bij ons vlot te koop zijn: Albet i Noya, Bonans, Castell de Pujades, Celler Can Morral del Moli, Celler Grapissó, Celler Puig Romeu, Cellers AT Roca, Clos Lentiscus, Colet, Loxarel, Mas Bertran, Mas Comtal, Mas dels Clavers Can Gallego, Miquel Jané en Torre del Veguer.

Loont het?

Dubbele hamvraag blijft.

Eén: wanneer krijgen deze 15 pioniers eindelijk meer sympathisanten die ook hun buik vol hebben van de platvloerse en banale cava's, zodat deze DO geen (weliswaar boeiend) randfenomeen blijft in de cava-commercie?

En twee: valt deze organische origine en druivencultuur ook effectief te proeven in het glas? Met andere woorden, is de toegevoegde waarde - en de soms hogere prijsvork - van deze certificatie in een ‘mousseproces’ essentieel? Ik denk dat we de komende weken en maanden dringend een aantal vergelijkende degustaties moeten organiseren om hierop een antwoord te vinden.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 30 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Latour op de organische toer

LatourDat steeds meer domeinen, zelfs in de Bordelais, zich profileren als biologische of organische producent, is geen toeval. Een bio-imago kan tegenwoordig immers een flinke commerciële bonus betekenen, ook al wordt er reeds jaren zo natuurlijk mogelijk gewerkt. Maar perceptie is een sterk wapen in de wijnhandel.

Cruciaal in deze perceptie of een wijnstreek/appellatie als ‘natuurlijk’ wordt bekeken, is het feit dat er een aantal voortrekkers met naam en faam actief zijn.

Daarom is het voor een als traditioneel gepercipieerd wijngebied als Bordeaux zo belangrijk dat het legendarische Château Latour (Premier Grand Cru Classé Pauillac) zich deze dagen out als ‘organisch wijndomein’.

In 2018 gelukt?

Deze onbetwiste topper uit het klassieke klassement van 1855 produceert jaarlijks drie verschillende cuvées. De ‘grand Vin’ is het Château Latour waarvoor, zeker uit oudere millésimes, fortuinen worden voor neergeteld en waarvan het overlevingsparcours meerdere decennia overspant. Een gespierd Cabernet Sauvignon-beest dat in recente oogsten tussen de 900 à 1.400 euro wordt verhandeld. Het druivenmateriaal ervoor komt dan ook uit het historische ‘Enclos’ van 45 hectare, met zicht op de Gironde, waar de rijping optimaal gebeurt.

Als tweede wijn is er het label ‘Les Forts de Latour’ (samengesteld uit de jongere stokken die nog niet de grand vin-status verdienen) en de derde wijn gaat als ‘gewone’ Pauillac onder kurk, met dito lager prijskaartje natuurlijk.

De conversie richting organische wijncultuur draait nu integraal rond deze historische 45 hectare van het Enclos, prestigeperceel dat wel bijna de helft van het totale domein van 88 hectare beslaat.

Het conversieproces werd al in 2015 opgestart en aangezien de certificatie ten vroegste pas na drie jaar wordt toegekend, betekent het dat we moeten wachten tot de oogst 2018 alvorens we de eerste ‘organische’ Château Latour kunnen kopen.

Minder is meer

Wat er vooral verandert bij Latour nu ze de organische kaart trekken?

Voortaan worden uitsluitend koper en zwavel, in combinatie met diverse plantinfusies, ingezet om ziekten in de wingerd te bestrijden. Ook insecticiden worden taboe en vervangen door de techniek van seksuele verwarring, waardoor de voortplantingscyclus van bepaalde schadelijke insecten verstoord wordt. En natuurlijk worden geen onkruidverdelgers meer gebruikt en zal exclusief organische mest alle kunstmest vervangen.

Mijn vraag is echter: zullen we dat straks ook proeven in het eindproduct? Ik denk het niet, aangezien Château Latour ook voor deze organische conversie nu niet meteen een chemische veelgebruiker was die zijn cliënteel ‘vergiftigde’.

Maar dat het marketingverhaal er rond als zoete broodjes verkoopt, illustreert verdorie zelfs deze column…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 22 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Blauwe wijn loopt blauwtje op

Vorig jaar was het een hype: plots lag er ‘blauwe’ wijn in de Europese rekken.

Product dat meteen de drinkende gemeenschap in twee kampen verdeelde. Het (overgrote) deel bestond uit tegenstanders, producenten én liefhebbers die dit nieuwe wijntype als een pure marketinggimmick en een kunstmatige creatie beschouwden. Een hipster-drankje kortom. Maar de voorstanders vonden het integendeel een leuke, trendy nieuwe drank die volgens hen wel natuurlijk was en bovendien eindelijk enige afwisseling bracht in het klassieke kleurschema wit-rood-rosé.

Wat er ook van zij: in Spanje kan men er niet mee lachen.

Bastaardwijn

Alhoewel het een team van jonge Spanjaarden was dat vorige zomer onder het Gik-label de eerste blauwe wijn lanceerde en meteen ruim 100.000 flessen in 25 afzetmarkten verkocht, krijgen zij nu een njet van de Spaanse wetgever.

Na een anonieme klacht en duidelijke afkeer van de traditionele wijnlobby, kregen de makers immers inspecteurs over de vloer. En het verdict dat recent viel is hard: blauwe wijn mag voortaan niet langer als ‘wijn’ gelabeld en verkocht worden, zo klinkt het nu officieel. Een blauwe wijn als Gik hoort in Spanje nu thuis in de vage categorie ‘andere alcoholische dranken’.

Uiteraard een dikke streep door de rekening van de entrepreneurs achter ‘Gik’. En al hun imitatoren die overal mee op de blauwe trein sprongen. Zij vinden deze beslissing namelijk absurd, omdat hun product voor 100% van een selectie Spaanse druivenvariëteiten wordt gemaakt en zijn blauwe kleur slechts krijgt na toevoeging van een natuurlijk pigment dat uit de druivenpel wordt geëxtraheerd.

Wat hun dossier natuurlijk zwakker maakt is dat er ook indigo wordt toegevoegd, een in se natuurlijke kleurstof afkomstig van de Wede-plant, die echter al lang ook artificieel wordt vervaardigd. Dat wijkt toch al af van klassieke vinificatieprocessen.

Bovendien maakten de Gik-teamleden bij de lancering van hun blauwe wijn ook strategische PR-fouten. Zo gaven ze in interviews toe dat niemand van hun team écht expertise had op gebied van wijnmaken en dat voor hen de kleur er eigenlijk niet toe deed. Hun reclamecampagne draaide verder helemaal rond het ‘breken van de wijnregels’, het ‘heruitvinden van tradities’ of het ‘drinken van innovaties’. Niet meteen een taalgebruik waarmee je de traditionele wijnbusiness- of drinkers charmeert.

Slag in het water?

Maar nu kreeg blauwe wijn dus rood licht in Spanje. Voorlopig zijn deze blauwe revolutionairen echter nog niet zinnens zich neer te leggen bij deze officiële beslissing. Op Change.org lanceerden ze daarom een actie en petitie om zoveel mogelijk steun te verzamelen. In hun motivatie wordt het voorgesteld of zij de strijd aanbinden tegen de 'oubolligen' en 'conservatieven' die blauwe wijn als blasfemie beschouwen.

Wat ook de uitkomst wordt: heeft deze actie nog wel zin? Want waar enkele maanden geleden blauwe wijn nog een hot topic was in veel populaire media, lijkt de hype serieus afgekoeld.

Misschien is de houdbaarheidsdatum van blauwe wijn ondertussen reeds overschreden…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 14 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Armworstelen voor de Chinese wijnfan

ChinawijnDat China de 5de belangrijkste wijnmarkt is op wereldniveau – en nog steeds met rode stip stijgend – maakt veel wijnproductielanden en individuele domeinen hypernerveus. Iedereen wil immers een deel van deze groeiende taart, want we mogen niet vergeten dat er tegen 2020 naar schatting zeker 32 miljoen (koopkrachtige) Chinezen bijkomen die wettelijk wijn mogen drinken en dus ongetwijfeld zullen kopen. Een natte droom voor elke wijnmaker- en importeur.

Maar als Europa traditioneel het grootste stuk van deze wijntaart wil opeisen, zullen er toch extra inspanningen nodig zijn. Want de Aussies liggen al jaren op de loer en kunnen ondertussen schitterende exportcijfers voorleggen richting Mainland China, ten koste vooral van de Franse wijnindustrie.

Waar tot enkele jaren geleden de dure Franse cru’s uit met name Bordeaux en Bourgogne de goed bij kas zittende Chinese wijnkopers fascineerde, is deze ‘mood’ omgedraaid. Tijdens de primeurronde in Bordeaux voor de grands crus classés hebben de Chinezen de laatste oogsten hun kat gestuurd. Of hun eerdere bestellingen geannuleerd. Zelfs de nouveaux riches in China hebben in het snuitje dat de prijskaartjes van bepaalde Franse cultwijnen buiten proportie zijn.

Europa in de tang

En ondertussen zijn er steeds meer kapers op de kust, zeker in het redelijk geprijsde wijnsegment. Ook uit Europa, want Italiaanse bubbels en Spaanse wijnen maken commercieel in China serieuze sprongen, alhoewel het vooral de Australiërs zijn die met het leeuwendeel gaan lopen.

Zo zag de Australische wijnindustrie vorig jaar haar exportaandeel van medium-geprijsde wijnen in China met maar liefst 51% groeien.

Trend die nog eens gestimuleerd wordt door de Chinese overheid, die de tarieven voor Australische wijnimport aan versneld tempo afbouwt via het recente bilaterale vrijhandelsakkoord. Zo zou het tarief voor Aussie-wijnimport in 2018 teruggeschroefd worden tot slechts 2,8%, om in 2019 zelfs tot zero terug te vallen.

Hello Europe, are you listening?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 10 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Rhône weer verrijkt

RhoneOok al moeten we vaak met een flinke korrel zout nemen, toch zijn beschermde herkomstbenamingen een goudmijn(tje) voor veel Franse producenten. Hun geografisch appellatiesysteem blijft wereldwijd consumenten aantrekken, ook al worden de spelregels in bepaalde regio’s niet echt nauwgezet nageleefd. En worden er nog steeds flessen gebotteld die een schande zijn voor hun beschermde appellatie.

Maar commercieel gezien betekent het ook in deze 21ste eeuw absoluut een meerwaarde en daarom vechten lokale belangengroepen van dorpen, districten en subzones soms jaren keihard om hun dossier goedgekeurd te krijgen bij het INAO. Vooral in grootschalige wijngebieden met een zeer ruime appellatieparaplu en duizenden concurrenten is zo’n promotie van levensbelang.

Neem nu de Rhône-vallei. In deze tweede grootste appellatie van Frankrijk – zowel qua oppervlakte wijngaarden als productievolume - circuleren continu veel dossiers om een trapje hoger op de hiërarchische ladder te komen. En specifiek: om uit de zee van ‘gewone’ Côtes-du-Rhône Villages het recht te verwerven voortaan de eigen dorpsnaam op het etiket te vermelden.

Het rode trio

Eind 2016 is het na jaren lobbywerk nog nipt gelukt voor drie ‘villages’ in de zuidelijke Rhône: Sainte-Cécile, Vaison-la-Romaine en Suze-la-Rousse – bij veel landgenoten bekend voor zijn wijnuniversiteit – kregen recent alle drie deze upgrading van reguliere Côtes-du-Rhone Villages tot Côtes-du-Rhone Villages met de eigen dorpsnaam. Het trio situeert zich in het noordelijke deel van de zuidelijke Rhône-vallei. Het zijn allemaal dorpjes met Provençaalse charme, waar naast de wijnbouw ook de olijven- en lavendelcultuur floreert.

In totaal promoveren zo bijna 5.000 hectare wijngaard.

Côtes-du-Rhône Villages Sainte-Cécile bestrijkt 1.390 hectare, de Côtes-du-Rhône Villages Vaison-la-Romaine is het kleintje met slechts 766 hectare aanplant, en de grootste van het drietal wordt Côtes-du-Rhône Villages Suze-la-Rousse met zijn 2.607 hectare wingerd.

Deze drie – exclusief rode – promovendi zullen we voor het eerst dit jaar in de rekken zien verschijnen, met slechts één bedenking: we hopen dat deze promotie zich niet meteen vertaalt in euro’s prijsstijging.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 15 december 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Het spel van de hitparades in Bordeaux

DruivenWe weten het allemaal: de ‘Fransen’ hebben iets met wijnklassementen. Deels puur uit status, maar deels ook omdat ze vaak zeer lucratief blijken en soms eeuwen geld in het laatje brengen. Hoe zouden we anders nog altijd het magnetisme van het classement des grands crus classés du Médoc & Sauternes uit 1855 verklaren?

Maar zij die structureel altijd uit de boot vielen of minder in de schijnwerpers van de media staan, blijven hopen op een promotie of lanceren al langer hun eigen classificaties.

Zo werd medio november bij het Franse Ministerie van Landbouw en Economie andermaal het lastencahier ingediend door de leden van het Syndicat des Crus Artisans en Médoc. Een vergeten categorie in het wijnlandschap van Bordeaux. Het nieuwe dossier moet het tienjaren-klassement vervangen dat al uit 2006 dateert.

Vijf jaar geldig

Want het syndicaat in kwestie droomt al jaren van een geactualiseerde hitparade die met de oogst van 2017 actief moet worden. Actueel vertegenwoordig deze koepelorganisatie 35 châteaux, goed voor 44 in 2006 geklasseerde domeinen.

De classificatie geldt voor de zogenaamde ‘caves particulières’, dus wijnbedrijven waarvan de uitbater/eigenaar quasi-permanent aanwezig is bij alle fasen van de productie en commercialisering.

De controle op dit nieuwe klassement gebeurt echter niet door de overheid, maar door een derde partij. De Franse politiek heeft blijkbaar de buik vol van al die Bordelaise hitparades, die uiteindelijk toch in juridische gevechten uitmonden: “Les pouvoirs publics ne veulent plus de décrets, après que ceux des Crus Bourgeois et de Saint-Emilion aient été annulés”, dixit Maxime Saint-Martin (de voorzitter van het syndicaat van de Crus Artisans).

Ambtenarij en de belangenbehartigers van de crus artisans touwtrokken immers lang rond de duur van zulke classificatie: het syndicaat wenste per se een tienjarige hitparade, terwijl de beleidsmakers een jaarlijkse herziening wilden doordrukken.

Uit de bus kwam een compromis: de nieuwe classificatie zou voor vijf jaar geldig zijn.

Nog kandidaten

In de praktijk zal de selectie voor deze Crus Artisans tijdens het tweede trimester van 2017 opstarten. Volgens het lastencahier zou daarbij 60% van de evaluatiepunten gaan naar de degustatie van de drie laatste oogstjaren van het domein in kwestie, en 40% van de totaalscore naar het ‘statut d’artisan’ van de eigenaar: "De ‘artisan’ is echt als een vakman verantwoordelijk voor alle beslissingen. Hij neemt deel aan de beslissingen in de wijngaard, de wijnmakerij, marketing, administratie … zonder dat dit betekent dat hij alle solo moet doen!” aldus Maxime Saint-Martin. Als u het mij vraagt een nogal vage definitie.

Mogelijk pijnpunt: de classificatie is momenteel gelimiteerd tot de acht appellaties in de Médoc, maar ook op de rechteroever of zeker in de Côtes de Bordeaux zijn er domeineigenaars die zich als ‘Cru Artisan’ willen profileren.

Hoe zal de harde kern uit de Médoc kortom met deze wens omgaan bij deze ‘outsiders’ ? Of ligt hier al de kern van een volgende juridische marathon rond een Bordelais klassement, hoe bescheiden ook?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 11 december 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Languedoc lijdt aan waterstress

Veel wijnmakers uit het Franse Zuiden – en meer specifiek de Languedoc - die ik de voorbije maanden sprak, haalden het reeds spontaan aan: hun wijngaarden worden tijdens de groeicyclus steeds vaker geconfronteerd met waterschaarste. Steeds langere periodes van droogte worden namelijk afgewisseld met dan plots hevige wolkbreuken, waar soms hoeveelheden neerslag van een hele maand in amper 24 uur vallen.

Door deze klimaatgrillen en oprukkende droogteperiodes ligt een oud dossier weer boven op tafel, zoals onlangs nog tijdens het technische wijnsalon Dionysud: irrigatie.

Want in de Languedoc-Roussillon, de regio die vaak te kampen heeft met deze waterschaarste, is op dit moment nauwelijks 10% (24.000 hectare) van de in totaal 240.000 hectare wijngaard uitgerust met een irrigatiesysteem. Volgens de Kamer van Landbouw van het departement Hérault wordt die situatie stilaan onhoudbaar, want de wijngaarden in de Languedoc hebben de voorbije jaren quasi elke recente oogst met waterstress af te rekenen. Diverse studies zijn dan ook lopende, onder meer om dé cruciale vraag te beantwoorden: waar moet uiteindelijk al dat water vandaan komen als iedereen zijn percelen wil irrigeren?

Actueel zijn de spelregels voor irrigatie streng, maar met toch reeds enkele achterpoortjes. Irrigatie is verboden voor alle wijnen tussen 15 augustus en de eigenlijke pluk. Maar voor midden-augsustus hangt alles af van de status van de wijngaard. Wijnen met een IGP en ‘Vin de France’ mogen immers probleemloos tot midden-augustus irrigeren, terwijl de (theoretisch) hoger gequoteerde AOP-kwaliteitswijnen er reeds op 1 mei moeten mee ophouden. Tenzij er zo’n catastrofe dreigt door een uiteonderlijke hete zomer, want er kan ook een uitzonderingsaanvraag worden ingediend die deze irrigatieperiode verlengt.

Gevolgen voor de consument

Wat die waterstress voor de eindconsument betekent? Meestal loopt dit fenomeen, zoals deze oogst in Frankrijk het geval is, samen met een serieus verminderd productievolume, maar toch een mooie kwaliteit en fruitconcentratie. Op voorwaarde natuurlijk dat er bekwame wijnmakers aan de slag zijn die hun druivenmateriaal wekenlang goed in het vizier houden en achteraf streng triëren.

Maar het resultaat in de rekken, zeker als meerdere opeenvolgende oogsten aan waterschaarste dus volumeverlies lijden, zal duidelijk zijn bij onze factuur. Prijsstijgingen zijn dan haast onvermijdelijk.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 november 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Tokaj schrapt traditie

TokajiElke nationale wijnindustrie heeft commercieel minstens één ‘trekpaard’ nodig: een appellatie, liefst met een lange geschiedenis en renommee, die de interesse van de consument kan prikkelen. Zelfs zonder dat de meeste wijnliefhebbers er flessen van in hun kelder stockeren.

Dat geldt zeker voor wijnlanden die niet meteen tot het kransje van de ‘Untouchables’ (Frankrijk, Italië, Spanje,…) worden gerekend, zoals Hongarije. Iedere amateur zal het erover eens zijn dat er veel potentieel in dit wijnland schuilt, maar de kennis van domeinen, druivenrassen en stijlen blijft uiterst beperkt bij het grote(re) publiek.

Eén ding heeft echter altijd tot de verbeelding gesproken, ook bij consumenten die er nog nooit één druppel van dronken: de regio Tokaj, heimat van één van de oudste wijntypes ter wereld de Tokaji Aszú, een zoete wijn gemaakt van door edele schimmel aangetaste (en ingedroogde, dus verkrente) druiven.

Populair aan het hof

Deze exclusieve dessertwijn werd inderdaad eeuwenlang in verband gebracht met blauw bloed en vorstenhuizen, aangezien hij in die kringen razend populair was.

Zo zond Keizer Frans Jozef van Hongarije naar verluidt de Britse koningin Victoria steevast op haar verjaardag een partij Tokaji, namelijk voor ieder nieuw jaar een extra dozijn. Met als resultaat, zo blijkt uit de annalen, dat er voor haar 81ste verjaardag in mei 1900 maar liefst 972 flessen Tokaj richting London werden verscheept.

Maar ook de Russische Catharine de Grote was dol op de Tokaji, zelfs in die mate dat zij haar voorraad permanent liet bewaken door gewapende militairen.

Een reputatie die onder het communistische bewind echter serieus beschadigd werd - want er werd toen gesjoemeld met de kwaliteit en spelregels - , maar sedert de val van de Berlijnse Muur is dit wijntype aan een commerciële remonte bezig, o.a. dankzij de instroom van buitenlandse investeerders en knowhow.

Puttonyos in de ban

Tot voor kort kende de Tokaji Aszú een strakke rangorde (waarbij we eventjes de Eszenzia buiten beschouwing laten). Het suikergehalte, dus de zoetheidsgraad en concentratie van de wijn, werd op het etiket vermeld in het aantal "puttonyos", oplopend van 2 tot 6.

Een puttony is een mand die de plukker op zijn rug draagt en waarin de door botrytis (edele schimmel) aangetaste druiven zorgvuldig worden verzameld. Hoe meer van deze puttonyos tijdens de vinificatie aan de most worden toegevoegd, hoe zoeter en geconcentreerder de cuvée smaakt. En hoe duurder ook de fles in de winkel, want op papier ook langlevender.

Maar ook in de Tokaj-regio waait nu een nieuwe wind en heeft men besloten om deze oude classificatie radicaal te schrappen. De vermelding puttonyos verdwijnt dus van de etiketten.

Voortaan is de zoetste Tokaji de categorie ‘Eszencia’, buitenbeentje dat minimaal 450 gram (!) restsuiker per liter moet bevatten en een alcoholgehalte tussen de 1,2% (!) en 8% kan bevatten. Daaronder volgt de grootste groep, die simpelweg ‘Aszú’ wordt gedoopt, met zeker 120 gram residuele suikers per liter en minimaal 9% alcohol. Al de andere, speciale subsoorten zoals ‘szamorodni’, ‘fordítás’ of ‘máslás blijven in droge en zoete versie bestaan, waarbij de dessertversies minimaal 45 gram/liter restsuikers moeten dragen.

Of deze zogeheten simplificatie het nu makkelijker maakt voor de eindconsument betwijfelen we echter, want straks belanden er ‘Aszú’ - wijnen op onze markt die inhoudelijk enorm kunnen verschillen qua suiker- en alcoholpercentage. Zonder dat de koper dit kan aflezen van het label.

Het wordt voortaan dus veel gissen of googelen voor de liefhebbers.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 17 november 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Italië weer wereldkampioen volume

DruivenDe statistieken zijn nog voorlopig, want worden nu bijna maandelijks bijgesteld, maar de hitparade van de belangrijkste wijnproducenten wereldwijd naar volume ligt toch al min of meer vast. Volgens de berekeningen van het O.I.V. ziet de Top Tien er als volgt uit voor de oogst 2016:

Hitparade Wijnproducenten Wereldwijd in 2016

1) Italië, 48,8 miljoen hectoliter

2) Frankrijk, 41,9 miljoen hectoliter

3) Spanje, 37,8 miljoen hectoliter

4) V.S., 22,5 miljoen hectoliter

5) Australië, 12,5 miljoen hectoliter

6) China, 11,5 miljoen hectoliter

7) Chili, 10,1 miljoen hectoliter

8) Zuid-Afrika, 9,1 miljoen hectoliter

9) Argentinië, 8,8 miljoen hectoliter

10) Duitsland, 8,4 miljoen hectoliter

Een paar conclusies: in totaal wordt de wereldwijnproductie voor de oogst 2016 globaal geraamd op 259,5 miljoen hectoliter, een van de laagste scores in de voorbije 20 jaar. Grillige klimaatcondities hebben diverse productielanden serieus geteisterd voordit millésime. In totaal ging het om een duik van -5% in 2016 vergeleken met het productievolume in 2015.

Vooral de kwantiteit in Frankrijk (-12% in vergelijking met de campagne 2016/2015), Chili (-21%), Zuid-Afrika (-19%) en Argentinië (-35%) zagen beduidend minder druivenmateriaal in hun kelders arriveren.

Verderop in de hitparade zijn er zelfs nog dramatischer resultaten te vinden. Zo halveerde het productievolume zelfs in Brazilië en noteerde ook de Oostenrijkse wijnbouw een terugval met -21%.

Wat deze krimp zal betekenen op prijsvlak valt voorlopig nog moeilijk te voorspellen.

Frank Van der Auwera

Onze blogs

Meer