Home Markten Live Netto Sabato

Wijnprijzen

Geplaatst op 31 december 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Britse wijndrinker betaalt straks het gelag

UKWineVolgens een nieuwe studie zullen wijnliefhebbers in het Verenigd Koninkrijk een van de grootste consumentenslachtoffers worden eens de Brexit een feit wordt

Een paper in The Journal of Wine Economics berekende immers dat, alhoewel de wijnprijzen de voorbije maanden reeds de hoogte ingingen door de dalende koers van het pond, in het post-Brexit-tijdperk tegen 2025 wijn in het V.K. tot 22% duurder kan worden.

De factuur van deze verhoging ziet er als volgt uit: “20% because of real depreciation of the British pound; 4% because of new tariffs on E.U., Chilean, and South African wines; and -2% because of slower U.K. income growth.”

Bijna 28% minder drinken

Prijsexplosie die volgens deze studie volgens het worst case  scenario maar één gevolg zal hebben: de Britse wijnconsumptie zal de komende jaren qua volume duiken met 28%: “The volume of U.K. wine consumption is 28% lower: 16% because of slower U.K. economic growth, 7% because of real depreciation of the British pound, and 5% because of new tariffs,” klinkt het.

Het zijn vooral de superpremiumwijnen – genre grands crus classés uit Bordeaux of Bourgogne – die het meest onder deze terugval zullen lijden: “Superpremium still-wine sales are the most affected, dropping by two fifths, while sparkling and commercial-premium wines drop a bit less than one quarter.”

Het worden kurkdroge tijden daar over het Kanaal…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 25 december 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Happy Birthday d’Oc

PaysdOcHet is een verjaardag die relatief stilletjes voorbij is gegaan, maar die toch ook veel Belgische wijnfans aanbelangt: dit najaar is het immers op de kop 30 jaar geleden dat de landwijnen van d’Oc werden gecreëerd. Wijn die frequent in onze Belgische glazen belandt.

Het waren immers spitsbroeders Robert Skalli (négociant in Sète) en vooral Jacques Gravegeal (nog steeds de legendarische voorzitter van de lokale belangengroep) die eind 1987 de Vin de Pays d’Oc officieel boven de doopvont hielden, wat nu onder de nieuwe benaming de IGP Pays d’Oc is geworden.

Economisch uiteindelijk de financiële redder van de Languedoc, ook al zag het plaatje er bij de opstart somberder uit. Veel producenten én verantwoordelijken bij het INAO bleken immers aanvankelijk uiterst sceptisch over deze nieuwe wijncategorie, vooral omdat ze zo’n grootschalig gebied bestreek. Dat kon toch niet aantikken?

Bovendien vermeldde deze landwijn nog eens fier het druivenras op het etiket. Wat in die tijd eerder ongewoon was, tenzij in Californië, wat toen door veel Fransen nog als een derdewereldgebied qua wijn werd beschouwd. Maar omdat een belangrijke makelaar als Skalli toch bereid bleek om deze gok te wagen, werden velen toch over de streep getrokken.

On-Frans luidde het verdict van de critici, die echter ongelijk kregen. Vooral in de export sloeg het concept Vin de Pays d’Oc meteen aan, niet alleen wegens de grote herkenbaarheid, maar zeker ook de relatief lage prijsdrempel.   

Verveling dreigt

Succesverhaal, want vandaag de dag met een oogstvolume van gemiddeld 6 miljoen hectoliter, is de Pays d’Oc de meest geproduceerde IGP in Frankrijk.

Anno 2017/2018 dreigt er wel een groot probleem voor deze veelal mono-cépages: voorspelbaarheid. Of correcter: verveling.

Want Merlot, Cabernet sauvignon, Chardonnay, Sauvignon Blanc en Syrah vormen het onaantastbare kwintet dat, afhankelijk van de jaargang, 80 tot 85% van het productievolume voor zijn rekening neemt. Vooral Merlot is razend populair: naar schatting een kwart van elke oogst Pays d’Oc draagt dit druivenras op het label.

Jammer voor een regio waar toch zoveel andere boeiende variëteiten groeien dat een globetrottersdruif er baas is en het imago bepaalt. Verdient de Languedoc niet beter?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 16 december 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

De wijntoerist wacht af

BrandweerHet is nog steeds te vroeg om de totale economische wijnfactuur van de bosbranden in Californië te berekenen – het verlies aan faciliteiten, gebouwen, wijnterreinen, stocks, rookschade… dossiers waar nu de verzekeringsfirma’s zich over buigen –, maar zeker is dat er één activiteit serieus impact kan voelen: het oenotoerisme.

Want waar de getroffen regio’s van Napa, Sonoma, Mendocino & C° misschien niet de volumeproducenten van Californië zijn, herbergen zij wel de vlaggenschepen en icoondomeinen waar jaarlijks miljoenen toeristen op afkomen.

De miljoenen van Napa

Neem nu dé populaire wijnbestemming: Napa Valley.

In 2016 passeerden er maar liefst 3,5 miljoen bezoekers de wineries, die samen naar schatting voor 1,9 miljard dollar spendeerden aan wijn, logement, eten en merchandising. Circa 13.000 jobs kunnen op die manier rechtstreeks gelinkt worden aan dit wijntoerisme.

Op een typische dag in Napa tijdens het toeristische seizoen kloppen er bijna 17.000 bezoekers aan, die samen voor zo’n 5 miljoen dollar uitgeven. Een groot gedeelte wordt niet alleen besteed aan op de winery gekochte flessen, die voor deze domeinen inderdaad een hoge winstmarge bieden, maar ook in de omringende horeca.

Door de hevige bosbranden is deze stroom van wijntoeristen echter al een tijdje onderbroken, zelfs bij wijndomeinen die helemaal niet door de vlammen bedreigd of beschadigd werden. Want veel bezoekers hebben, zeker door de beelden op sociale media of tv, het idee dat de hele streek structureel zwaar beschadigd werd, terwijl er bovendien effectieve schade aan het transport (toegangswegen bv.) of de horeca-infrastructuur te noteren viel.

Dat schrikt toeristen tijdelijk af. Daarom hoopt iedereen in deze stervalleien nu op een snelle verandering van deze beeldvorming.

Want anders kost de nasleep én perceptie van de bosbranden economisch uiteindelijk méér dan de vuurzee zelf.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 10 december 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Hokus Pokus in Bordeaux

Sjoemelaars zijn van alle tijden en alle sectoren, en uiteraard is de wijnbusiness een uitgelezen doelwit voor fraudeurs. Dat hebben we in deze rubriek al meermaals geïllustreerd. En alhoewel ik er eerst geen column wou aan wijden aan het zoveelste fraudedossier in Frankrijk, doe ik het toch

Omdat het aantoont dat, op een moment dat Bordeaux de grote (marketing)middelen inzet om toch de harten (en bankrekeningen) van consumenten te heroveren, dit dossier geen slechtere timing kon hebben.

Want 4.200 hectoliter bulkwijnen uit de Languedoc die omgetoverd werd in Bordelaise appellaties waaronder Margaux, Pauillac of Pomerol, blijft toch een gesjoemel dat niet elke dag op onze tafel belandt.

De DAE-carrousel

Concreet gaat het om de négociant-commissionaire “Signes de Terres” die de befaamde ‘plaçe de bordeaux’, het zenuwcentrum van de Bordelaise wijnhandel, ruim twee jaar lang bij de neus heeft genomen met valse etiketten en origines.

Alles draaide in deze transacties blijkbaar rond een vervalsing van de zogenaamde Documents d’Accompagnement Électronique (DAE), zowel bij het vertrek als aankomst van de wijn, waardoor de oorsprong ervan niet meer exact kon getraceerd worden.

Signes de Terre kocht in de Languedoc bijvoorbeeld een lading bulkwijn, maar de DAE bij vertrek vermeldde een nepleveradres. De transporteur werd tijdens de levering dan naar een ander adres doorverwezen, zonder eerst officieel het lot in het entrepôt van Signes de Terres te lossen.

Die nieuwe bestemming was dan wel bij de eigenlijke finale klant van Signes de Terres. Daar werd dan een tweede DAE afgeleverd, waarin een identiek volume als in het eerste document vermeld stond, maar wél met een ander kwaliteitsniveau. Lees: andere appellatie of ander millésime.

Kassa kassa!

Alhoewel het onderzoek nog loopt en de juridische procedure blijkbaar nog dient opgestart tegen Signes de Terres, zou via deze DAE-carrousel tussen 2012 en 2014 zeker 4.200 hectoliter bulkwijn uit de Languedoc – Pays D’Oc of Vin de France met traditionele Bordelaise druivensoorten – frauduleus omgetoverd zijn.

Daarvan werd 1.300 hectoliter getransformeerd naar AOC Bordeaux, 700 hectoliter tot Bordeaux supérieur, 700 hectoliter werd Pomerol, 600 hectoliter Margaux, 350 hectoliter Pauillac en nog eens 100 hectoliter werd onder het label Saint-Julien gebotteld.

Tel uit je profijt: de winst kon oplopen tot het tienvoudige van de kostprijs. Want het prijskaartje van een rode Vin de France of IGP uit de Languedoc die dit voorjaar gemiddeld voor 82 à 90 €/hl werd verhandeld, staat immers mijlenver van een tonneau Margaux of Pomerol, waarvan het prijskaartje per hectoliter in dezelfde periode makkelijk tot 1000 euro kon oplopen.

Terwijl sommige handelaars in zowel de Languedoc als Bordeaux dit dossier enigszins minimaliseren en soms zelfs spreken over “een oude koe die uit de gracht wordt gehaald”, trapten toch een aantal grote spelers in dit fraudeverhaal. Blijkbaar horen ook de Groupe Castel, Les Grands Chais de France of Les Grands Vins de Gironde (onderdeel van de groep Borie Manoux) bij de gedupeerden die zich door deze fraude lieten verschalken.

Dat het gesjoemel, zij het vrij laat, toch werd ontdekt, plakt in die optiek maar een kleine pleister.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 30 november 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Eigen Bourgogne Eerst!

RouteDesVinsIn een wijnbusiness die met zevenmijlslaarzen-snelheid verandert, is het logisch dat de gevestigde waarden/appellaties zich vaak heel defensief opstellen tegenover vernieuwingen waardoor hun marktpositie misschien bedreigd wordt

Momenteel woedt zo’n strijd voor het ‘merkimago’ in Bourgogne.

Daar vrezen namelijk veel producenten – die tussen haakjes toch ook vaak miserabele cuvées onder hun gerenommeerde merknaam bottelen – namelijk dat er een tsunami van wijnen op hen afkomt zonder geografische origine.

Zoals ‘Vin de France’, de vroegere tafelwijnen. Een wettelijk erkende categorie waardoor er ook in Bourgogne in de toekomst plantrechten worden verleend voor dit wijntype.

Puur protectionisme

Waar de belangenbehartigers zoals het Bureau interprofessionnel des vins de Bourgogne (BIVB) vooral nerveus van worden, is dat deze nieuwe cuvées - alhoewel ze zich bedienen van de zeer algemene noemer ‘Vin de France’ - toch specifieke geografische benamingen op hun ruglabels kunnen afdrukken. Informatie die naar Bourgogne refereert.

En dat, zo redeneert het BIVB, zal de consument op het verkeerde been zetten.

Paniekvoetbal? Want de spelregels voor een ‘Vin de France’ bezitten wel veel souplesse, maar wijnbouwers kunnen toch niet zomaar een geografische merknaam als Bourgogne stelen.

Zo dienen de naam en het adres van de producent wettelijk vermeld. En als dit adres overeenkomt met een prestigieuze appellatie zoals Meursault of Gevrey-Chambertin mag zo’n Vin de France alleen de postcode vermelden. En niet de herkomstbenaming die inderdaad tot verwarring kan leiden.

Bovendien is het argument dat een kwaliteitsregio als Bourgogne straks een ‘invasie’ van dit soort streekvreemde wijnen mag verwachten ook lichtjes overdreven. Het Franse wijnareaal mag qua nieuwe aanplant jaarlijks immers maar met maximaal 1% groeien, dus de kans lijkt heel gering dat heel de Côte D’Or en al die dure grands crus overspoeld worden door tweede/derderangs imitatiewijnen.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 26 november 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Beaujolais Nouveau is nog niet dood

BeaujolaisDe kelk is hopelijk ook aan u voorbijgegaan, maar ook deze derde donderdag van november werd de Beaujolais Nouveau commercieel op de wereld losgelaten

Een gelukkig krimpende wereld, want iedereen die van authentieke wijn houdt, verwondert zich over het feit dat dit ‘primeurfenomeen’, uitgedacht in 1951, nog altijd in de 21ste eeuw consumenten enthousiasmeert.

Maar vergis u niet: de hype rond Beaujolais Nouveau is nog niet helemaal dood. De aan hysterie grenzende media-aandacht van 30 of 40 jaar geleden is natuurlijk wel verdwenen, maar de meest recente cijfers laten toch zien dat er nog voldoende fans van dit wijntype bestaan.

Tien dagen hype

In de campagne rond de oogst 2016 bijvoorbeeld werd er in de eerste tien dagen maar liefst voor 22 miljoen euro Beaujolais Nouveau verkocht. Het leeuwendeel zelfs de eerste drie dagen, namelijk 17 miljoen euro.

Concreet: ongeveer 85% van de totale productie Nouveau ging in minder dan 14 dagen over de toonbank. Of misschien nog een overtuigender cijfer: ongeveer een kwart van de totale Beaujolais-productie werd onder het Nouveau-etiket gebotteld én vooral verkocht.

De sector verwacht gelijkaardige cijfers voor de campagne 2017, maar ondanks alle hoera-geluiden vergeet men statistisch één trend: de verkoop blijft structureel over de jaren krimpen.

Waar in 2004 immers nog 493.700 hectoliter Beaujolais Nouveau werd verhandeld, was dit in 2016 nog slechts 188.400 hectoliter. Of omgerekend toch een ferme tuimeling met -62%.

Een cijfer waardoor de échte Beaujolais-producenten waarschijnlijk dit weekend een extra fles ontkurkten, omdat hun kwaliteitsimago zo stilaan opgepoetst raakt.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 20 november 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Bijna een Da Vinci waard

Niet alleen voor kunstwerken à la Da Vinci worden tegenwoordig recordprijzen afgehamerd. Ook de prijskaartjes voor Bourgondische topwijngaarden bereiken ongeziene niveaus. Een tijdje terug hadden we het nog over zeldzame goedkope percelen in deze regio, maar ditmaal gaat het over het andere uiterste. Een cijfer om van te duizelen.

Recent werd immers het gerenommeerde Clos de Tart, een grand cru wijngaard in Morey-Saint-Denis (Côte de Nuits) van amper 7,5 hectare, verkocht. Het domein was al sinds de jaren ’30 in handen van de familie Mommesin, maar deze besloot recent het te verkopen aan François Pinault. Eén van de rijkste Franse zakenmannen die in zijn portfolio al andere ‘wijnkleppers’ heeft steken, waaronder het al even prestigieuze Château Latour in Pauillac.

Officieel werd niet bekend gemaakt hoeveel zijn familiaal investeringsbedrijf moest neertellen om dit Bourgondische kroonjuweel aan zijn collectie toe te voegen, maar volgens geruchten zou deze transactie bijna 250 miljoen euro waard zijn. Niet genoeg om een Da Vinci te kopen, maar omgerekend toch een verbluffende 34 miljoen euro per hectare, of 3.400 euro per vierkante meter.

Of dit record snel zal verbroken worden, valt dus te betwijfelen.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 13 november 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Straks lapje Bourgogne kopen?

Het Institut National des Appellations d’Origine (INAO), de regelneef én waakhond van de beschermde herkomstbenamingen in Frankrijk, heeft recent het wijnpatrimonium weer formeel uitgebreid.

Officieel zijn er vanaf heden nu immers twee gloednieuwe AOC’s actief: Vézelay promoveerde in de categorie ‘Village’, en Bourgogne Côte d’Or als een kersverse regionale appellatie. De erkenning van deze laatste vergroot het clubje van brede regionale appellaties, waar nu reeds Côte Chalonnaise, Passe-tout-grains, Tonnerre, Côteaux Bourguignons, Crémant de Bourgogne of Hautes Côtes de Beaune/Nuits toe horen.

Pelgrimsoord

De belangrijkste promovendus maakt dus eindelijk zijn comeback.

Vézelay bevindt zich in het Noorden van Bourgogne in het département Yonne, ten westen van Dijon en ten zuiden van Auxerre, maar verdween haast integraal van de kaart tijdens de phylloxera-plaag eind de 19de eeuw. Het herstel was een proces van lange adem, want pas in 1985 werd de generieke appellatie ‘Bourgogne’ toegekend. Een paar jaar later, om precies te zijn in 1998, mochten de betrokken wijnbouwers zichzelf als een regionale appellatie labelen en sinds eind dit jaar staat ze dus nog een trapje hoger op de kwaliteits- prijslader, namelijk als ‘Village’.

Vézelay op zich, dat nu amper 450 inwoners telt, is altijd al een toeristische trekpleister geweest in de regio, o.a. door zijn indrukwekkende middeleeuwse basiliek die prachtig op de heuvel gelegen is. Het is historisch ook een belangrijke etappe op de pelgrimstocht richting Santiago de Compostella gebleven, omdat lang werd gedacht dat hier de beenderen van Maria Magdalena begraven lagen. Alleen al de ruim 800.000 toeristen die deze plek jaarlijks bezoeken vormen dus op papier een belangrijk potentieel om deze appellatiewijnen te consumeren.

Spotprijsje?

Niet dat deze bezoekers er keuze zat hebben, want als wijnproducent blijft Vézelay actueel nog een smurf. De wijngaard bestrijkt er immers maar 110 hectare en 25 ‘exploitants’, die samen circa 500.000 flessen op jaarbasis afleveren, waarvan ruim een derde in bio-cultuur.

Zeldzaam voor een Bourgondische appellatie is echter dat enerzijds er nog voldoende uitbreidingsmogelijkheden voor nieuwe aanplant liggen, en anderzijds de prijzen voor de wijngaarden er nog democratisch blijven.

Naar schatting kan het druivenareaal er de komende jaren met nog zo’n 200 hectare aandikken, waarvan zeker 150 hectare recht hebben op de nieuw toegekende AOC.

Naar Bourgondische maatstaven kunnen deze terreinen bovendien gekocht worden voor een habbekrats. Het prijskaartje voor een ‘blanco’ perceel van 1 hectare schommelt slechts tussen de 3.000 en 10.000 euro, terwijl voor een beplante wijngaard tussen de 40.000 à 50.000 euro per hectare dient neergeteld.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 28 oktober 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

De Spaanse bulkarmada

RiojaTerwijl de Catalaanse onafhankelijkheid nu alle aandacht opzuigt en de politieke spanning stijgt, blijkt dat ook de Spaanse wijnbusiness hypernerveus is. Met als oorzaak: de export van bulkwijn groeit er aan te hoog tempo.

Eind oktober publiceerde de Federación Española del Vino (FEV) een communiqué waarin werd gewaarschuwd dat in de campagne 2017/2018 de wijnkoersen (lees: prijzen) uit de hand dreigen te lopen.

Ook al heeft de FEV altijd geijverd om de waardecreatie binnen het productie- en distributieketen van de Spaanse wijnindustrie te verbeteren, moeten nu volgens dit instituut “…absoluut plotselinge schokken vermeden worden die de winstgevendheid van bedrijven op middellange en lange termijn in gevaar kunnen brengen". Want: "…deze groei moet worden ondersteund door een verbetering van het imago en de kwaliteit van de producten, in plaats van de huidige korte termijn-weerspiegeling door problemen van schaarste of overvloed” zo klink het.

Half zo duur als Franse concurrentie

Spanje heeft zich de laatste jaren immers heel enthousiast op deze bulkmarkt geworpen, maar nu vragen veel producenten en belangenbehartigers zich af of deze evolutie zichzelf niet voorbij holde. En dus op termijn de Spaanse wijnexport eerder beschadigt dan bevordert.

“We hebben onze uitvoer de voorbije jaren inderdaad aanzienlijk gestimuleerd, maar waarschijnlijk te snel. Zodat we nu de verkeerde prijspiramide hebben, met veel wijn die veel te goedkoop verkocht wordt," analyseert Rafael del Rey, directeur van het OeMv (Observatorio Español del Mercado del Vino).

Zelfs bulkproducenten in La Mancha, de wijnschuur van Spanje, beginnen zich nu zorgen te maken. Door state-of-the-art irrigatiesystemen, mechanisering van de oogst en nieuwe opslagsystemen die vaak mee gesubsidieerd werden door de Europese Unie, hebben ze een enorm wijnvolume op de markt kunnen slijten. Want in combinatie met de lagere arbeidskosten in deze regio konden - en kunnen ze nog steeds - wijnen aanbieden aan de helft van de productieprijs van bijvoorbeeld concurrent Frankrijk.

Relatief succes

Dat dit Spaanse bulk-succes echter heel relatief is, illustreert Rafael del Rey met een vergelijking tussen Spanje en Italië. In 2000 exporteerden beide landen het gros van hun (bulk)wijn nagenoeg aan dezelfde basisprijs, namelijk 1,41 euro per liter.

Maar in 2014 verkocht Italië wijn aan gemiddeld 2,5 euro per liter, en bleek Spanje weggezakt tot 1,17 euro per liter.

Cijfers die de relativiteit aantonen van het exportsucces, omdat het vooral een bulkverhaal betreft. Want in diezelfde referentieperiode steeg de Italiaanse wijnexport met +15% qua volume en boekte Spanje een recordgroei van +154%, maar deze Spaanse exportinkomsten waren goed voor ‘slechts’ 2,6 miljard euro, grosso modo de helft wat de Italiaanse wijnexport in diezelfde periode realiseerde.

Spaanse bulkwijn mag kortom dan wel de nummer één van de Europese markt zijn geworden, maar tegen welke (lage) prijs? Zo verkoopt Spanje jaarlijks circa 500 miljoen liter wijn in Frankrijk, waarvan echter 90% pure bulkexport. Gemiddeld prijskaartje amper 40 eurocent per liter, terwijl Frankrijk zelf ondertussen 250 miljoen bulkwijn uitvoert met een gemiddeld prijsniveau van 1,24 euro/liter. Of: het drievoudige per liter van de Spaanse bulkconcurrentie.

Of dit nu betekent dat veel ‘Franse’ bulkexport eigenlijk van origine Spaanse bulkimport is, kan natuurlijk moeilijk bewezen worden, maar er rijzen toch serieuze vragen.

Stop de dumping

Vandaar dat de ontevredenheid tegenover deze Spaanse bulkinvasie met zijn dumpingprijzen toeneemt. Dit voorjaar blokkeerden Franse landbouwers reeds Spaanse trucks nabij de grens en lieten de wijninhoud over de weg stromen wegens wat ze ‘unfaire concurrentie’ noemen. En dit aantal confrontaties zal alleen maar toenemen als de huidige situatie niet verandert.

Hamvraag: hoe los je dit probleem op?

Door, zoals ooit in Rioja gebeurde en nu ook door bepaalde experts wordt geponeerd, de wijnbedrijven in Castillië-La Mancha te verplichten hun wijn te bottelen in plaats van in bulk te verkopen?

Deze vergelijking loopt immers mank. Toen Rioja deze bottelplicht introduceerde, was nauwelijks 5% van de lokale productie er bulk. In een wijnschuur als La Mancha met zijn soms grootschalige spelers is bulk echter eerder norm dan uitzondering.

De populariteit van bulkwijn piekt er bovendien sedert 2009, toen de Europese Unie besloot de subsidiekraan voor gedistilleerde alcohol dicht te draaien.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 22 oktober 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Bulk bont en blauw in 2017?

Dat de oogst 2017, zeker in Europa, kwantitatief maar povertjes uitvalt, wordt nu stilaan duidelijk

De cijfers worden de komende weken en maanden beslist nog serieus bijgestuurd, maar de onderliggende trend bij de drie dominante wijnmogendheden Frankrijk, Italië en Spanje is zo klaar als een klontje: Frankrijk verliest tussen 17 en 19% qua volume tegenover 2016, Italië naar schatting 21 à 25% en Spanje tikt af met een negatief saldo rond de 15%.

De totale Europese wijnproductie zal door de grillige weersomstandigheden dit jaar ruim 14 procent lager uitvallen dan tijdens de vorige oogst. Een historisch diepterecord van 145 miljoen hectoliter, ongezien sedert Wereldoorlog II. Volgens veel analisten zijn zelfs deze cijfers nog ‘optimistisch’ en kan het uiteindelijk volume nog een pak lager landen.

Bulk altijd bah?

Terwijl natuurlijk ook bepaalde beschermde appellaties zwaar verliezen – het productievolume in de Jura halveert bijvoorbeeld –, is het toch vooral de bulkmarkt die nu lichtjes panikeert.

Want uit de eerste berekeninen blijkt dat Europa minstens 20 à 25 miljoen hectoliter wijn ‘te kort’ zal hebben in het millésime 2017, waardoor de prijsdruk op met name de bulkmarkt vrij groot zal worden. Vooral bedrijven die nog voor januari 2018 levercontracten moeten afsluiten maar de voorbije jaren onvoldoende stocks hebben opgebouwd, zullen waarschijnlijk flink méér moeten betalen om hun aanbod te garanderen. En daarbij kunnen ze zelfs niet terugvallen op Oost-Europa als reservebank, want ook daar is in 2017  evenmin sprake van een volumineuze oogst.

Wie nu reageert “prima dat bulk pijn lijdt, want ik verkies domein-gebottelde kwaliteitswijnen!” moet wel beseffen dat dit een zeer belangrijke marktniche is en blijft, zeker in het betaalbare genre. En dat in dit aanbod ook zeer prettige producten te vinden zijn. Kijk maar eens in de plaatselijke supermarkt.

Bulkwijn dus per definitie gelijkstellen aan bullshitwijn getuigt niet van veel marktkennis. Bovendien: als de prijzen in één marktsegment klimmen, volgen doorgaans ook de andere niches...

Frank Van der Auwera

Onze blogs

Meer