Home Markten Live Netto Sabato

Wijnprijzen

Geplaatst op 6 mei 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

60.000 tot 120.000 euro voor 1 hectare Etna

Shutterstock_508720339Dat de Siciliaanse wijnbouw momenteel boomt, is een feit. Gedaan met alleen maar rode alcoholbommen of zware bianco’s: fraîcheur en moderner fruit zijn nu eerder de teneur, dan uitzondering.

Een unieke positie in dit wijnlandschap nemen de wijnen van de subappellatie ‘Etna’ in. Lichter qua kleurspiegel en eleganter qua fruitfactor, uiteraard door hun locatie voorzien van een mineraliteit die soms uitmuntend blijkt.

Maar wat ik me daarbij wel afvraag: staan nu soms alle flanken van deze vulkaan reeds van a tot z beplant met druiven, bijna tot aan de krater? Want geen week gaat voorbij of er wordt wel een nieuw label, een extra cuvée of zelfs een gloednieuwe wijngaard gelanceerd.

Het Gaja-effect

Dat de Etna voor wijnmakers, letterlijk en figuurlijk, ‘hot’ is, bewijst de komst van Angelo Gaja, de man die vooral Barbaresco op de wereldkaart zette. Gaja heeft nu, in een fiftyfifty partnership met Alberto Graci – één van de Etna-wijniconen –, een wijngaard van 21 hectare gekocht op de zuidzijde van de Etna, in de gemeente Biancavilla. Reeds 15 hectare daarvan staan beplant met Nerello Mascalese-druiven.

Het voorlopig nog naamloze project werd alvast op Sicilië warm onthaald. Daar is men er immers rotsvast van overtuigd dat door de komst van de legendarische Gaja en zijn renommee, ook de reputatie van Etna-wijnen – én de prijskaartjes voor druiven én cuvées – de hoogte zullen ingaan. En dat nieuwe investeerders gelokt zullen worden.

Dat Gaja op deze zuidwestelijke flank investeert is logisch, want de noordflank is reeds totaal uitverkocht. Bovendien is het zuidwesten ook historisch altijd van belang geweest voor de druivencultuur, omdat de trossen daar blijkbaar makkelijker rijpen.

Niet dat een wijngaard in deze locatie momenteel een koopje blijkt. Eén hectare kost er circa 60.000 euro, wat wel de helft is van dezelfde oppervlakte in het noorden (ca. 120.000 euro), maar toch nog steeds een fors bedrag voor een vulkaancuvée.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 28 april 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Smurfwijn focust nu op Uncle Sam

Eerst was blauwe wijn voor velen een 'sensatie', vervolgens zeker een hype, maar naarmate steeds meer critici dit smurfenwijntype kapot schreven en zelfs ook wetgevers – zoals in Spanje – blauwe cuvées verboden om zich nog langer als 'wijn' te presenteren, doofde het succes ervan in Europa uit.

Nadat de firma de Europese kritiek probeerde te pareren en juridisch opgesmukt terug op de markt kwam, leek de lucht al uit deze hype gestroomd.

Test het maar eens uit in onze Belgische horeca: nergens zal er een blauwe wijn op de kaart staan, zelfs niet in trendy bars. Want ook al houdt de producent bij hoog en laag vast aan het 'natuurlijke en organische' karakter van deze cuvée, blijft het toch een feit dat de kleur niet exclusief van de druivenpel komt, maar door toevoeging van een plant-gebaseerd ingrediënt, en dat de wijn zelf een mix is van rood en wit.

Heiligschennis in zuivere wijntermen.

Einde verhaal?

Maar Gik, het van origine Spaanse moederbedrijf dat - laten we dit niet vergeten! - deze blauwe wijn toch met het nodige succes in 25 landen lanceerde, richt nu de pijlen op een misschien inderdaad veel lucratievere markt dan de Europese unie, namelijk: de Verenigde Staten.

De laatste dagen kunnen Amerikanen – ik zie de enthousiaste beau monde van Los Angeles, NYC en San Francisco al in de rijt staan voor deze laatste trend – immers inloggen op de site https://bluewine.us/ om pre-orders te plaatsen voor de Turquoise wijn.

Zij zullen daar $16 per individuele fles, of $124 per karton, moeten neertellen. Alhoewel er nu ook volop reclame gemaakt wordt voor een set van 3 flessen tegen $36, inclusief free shipping.

Ik heb geen kristallen bol, maar ik voorspel dat na een enorme hype die in de VS 1 à 2 jaar duurt, we daarna niets meer zullen horen van deze vloeibare 'smurf'. Eenvoudigweg omdat de (Amerikaanse) nieuwlichters dan weer in de ban zijn van the next big thing, terwijl de echte wijnliefhebber dit soort producten liever niet in zijn/haar glas ontmoet wegens niet authentiek genoeg.

Het was 'mooi' zolang het duurde.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 10 april 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Laat Europa bordeaux vallen?

BordeauxKurkDat Bordeaux niet langer dé onaantastbare norm- en trendsetter is op wijngebied zoals één of twee generaties geleden, dat weerspiegelen de statistieken al een tijdje.

De signalen zijn inderdaad duidelijk. De primeurcampagnes verlopen al jaren moeizamer, de globale concurrentie is vooral in het betaalbare segment bikkelhard en de meest interessante groeicategorieën van consumenten – de leeftijdsgroep 20 à 30 jaar én vrouwelijke wijndrinkers – moeten écht permanent overtuigd worden dat Bordeaux ook toegankelijke moderne wijnen levert i.p.v. oubollige of overdreven dure cru's.

Heel het media-imago van de Bordelais wordt bovendien bepaald door pakweg 200 grands cru's die vaak megawinsten realiseren, terwijl duizenden kleinschalige domeinen financieel het water aan de lippen hebben staan.

Stabiele export

Maar ondanks al deze pijnpunten, blijkt uit de recente statistieken dat de export van bordeaux vorig jaar nagenoeg stabiel bleef.

Bordeaux exporteerde in 2016 circa 2 miljoen hectoliter wijn (equivalent van 270 miljoen flessen). Daarmee is deze appellatiecluster goed voor 17% van de totale Franse wijnuitvoer qua volume en zelfs 36% qua waarde.

Maar binnen dit op het eerste gezicht nog bevredigend plaatje is er toch sprake van verschuivingen. Zo kalft de impact van bordeauxwijn af op de Europese markten, maar wordt deze daling de laatste jaren wel gecompenseerd door de dorstige Chinezen en Amerikanen.

De Europese Unie is in volume nog amper goed voor 35% van de bordeaux-export (95 miljoen flessen of -10%; in waarde 462 miljoen euro of -16%), terwijl de niet-EU markten 65% voor hun rekening nemen, of omgerekend 176 miljoen flessen (+6%) voor een waarde van 1,3 miljard euro (+3%).

Bordeaux moet het tegenwoordig commercieel vooral hebben van een handvol sleutelmarkten volgens de recente studie van le Conseil Interprofessionnel du Vin de Bordeaux (CIVB).

China Reddende Engel

China is de grootste afzetmarkt sedert 2015, zowel in volume (74 miljoen flessen) als in waarde (322 miljoen euro). Toch kost circa een derde van de naar China uitgevoerde bordeaux minder dan 3 euro/liter (= exportprijs). Hongkong is op zijn beurt vooral de hub voor duurdere kwaliteitscru's, maar staat eveneens op nummer 7 qua volume.

Andere spectaculaire groeier is de VSA staat op de derde plek qua volume, én waarde waarbij het leeuwendeel van de wijnen tussen de 4,5 en 9 euro/liter kost (= exportprijs). Vorig jaar voerden de Amerikanen voor 196 miljoen euro bordeaux in. Vraag is natuurlijk hoe Trump deze stijgende interesse in bordeaux de komende jaren zal beïnvloeden door o.a. extra taksen.

Helemaal anders is het gesteld met de Europese sterkhouder van weleer, het Verenigd Koninkrijk. Het land staat nog steeds op positie 4 op deze exporthitparade, zowel in volume als waarde, maar de markt is wel erg grillig geworden sedert de financiële crisis van 2008/2009. Qua volume boerde het VK immers -10% achteruit en in waarde zelfs -26%. Bovendien is de toekomst heel onzeker nu de Brexit in gang werd gezet.

België boven?

En dan is er België: ondanks onze smurfenschaal vormen we nog steeds een loyale focusmarkt voor Bordeaux, met onze 2de plaats qua volume en 6de plaats in waarde. Daarmee zijn we weer de grootste Europese afzetmarkt qua volume.

Toch brokkelt deze loyaliteit zoals bij al onze Europese partners verder af, want qua volume gingen we 10% achteruit en in waarde 8%.

Ons land importeerde vorig jaar immers circa 190.000 hectoliter of 25 miljoen flessen bordeauxwijn met een marktwaarde rond de 100 miljoen euro. Maar voor het CIVB en andere belangengroepen en promotiediensten wordt het toch boksen tegen de competitie.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 29 maart 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Cava flirt met Veneto

FreixenetHet gezegde ‘hou je vrienden dichtbij en je vijanden nog dichterbij’ is blijkbaar ook doorgedrongen bij de cava-producenten.

En niet het eerste het beste mini-merk dit keer, want megabubbelspeler Freixenet lanceerde op de voorbije beurs ProWein meteen een nieuwigheid: de portfolio werd immers uitgebreid met een Prosecco DOC en zelfs een cuvée Conegliano Valdobbiadene Prosecco DOC, allebei verpakt in flessen die Boheems reliëfkristal en luxe suggereren.

Beide cuvées worden geproduceerd onder hoede van Freixenet door de coöperatieve La Marca. Einde vorig jaar werden deze flessen reeds in primeur geschonken tijdens de TFWA World Exhibition in Cannes, maar vanaf nu zullen beide bubbels vooral in onafhankelijke online-winkels en Duty-Free Shops in Europa worden aangeboden met een prijskaartje rond de 12 euro.

Is dit nu de toekomst? Financieel voldoende krachtige holdings die daarom zelfs de potentiële concurrentie op eigen terrein wil verslaan?

De motivering voor deze stap is immers duidelijk. Alleen al in de zo cruciale afzetmarkt van het Verenigd Koninkrijk kromp in 2016, voor het tweede jaar op rij, de verkoop van Freixenet onder druk van de steeds populairdere Prosecco. En tevens onder invloed van de nefaste discount-politiek die over het Kanaal gehanteerd wordt, zeker in de grootdistributie.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 10 februari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Organisch van A tot Z

CavaKurkMisschien is het u ontgaan, zelfs als u tot de meest fanatieke believers van de biologische wijnkerk behoort, maar Europa - en meer bepaald Spanje - bezit wel een primeur: de eerste 100% pure organische appellatie.

Eventjes nadenken waar en wie? Het is namelijk een schisma in de cava-productie die tot dit resultaat leidde, in casu de Calataanse DO Clàssic Penedès.

Weg van de massaproductie

In 2014 braken immers een aantal producenten uit de cava-koepel, gestimuleerd door de lokale eco-paus Albet i Noya, omdat ze zich niet langer konden vereenzelvigen met de soms belabberde kwaliteit van deze populaire Spaanse bubbels. Want door het enorme exportsucces werd de spoeling ook steeds dunner en dunner, zodat er – zelfs op onze Belgische markt – cava's in de rekken belandden waarvan de basisfactuur (vinificatie, fles, botteling, etikettering, dus de blote aankoopprijs) inferieur werden aan alle bijkomende kosten (transport, winstmarge, accijnzen, eco-kosten,…). De inhoud werd soms ondergeschikt aan de uitmonstering en het imago. Dus kwamen steeds meer producenten in het geweer tegen deze nivellering richting bas de gamme.

De nieuwe subappellatie Clàssic Penedès bleek evenwel toch meer dan een stelletje dwarsliggers of dikkenekken-bodega's. Zo was één van de belangrijkste condities om tot deze nieuwe club toe te treden de vereiste om gecertificeerd organische wijn te produceren. Zonder deze certificatie en een kelderrijping van minimaal 15 maanden kunnen de (aspirant)leden immers nooit het label van de DO Clàssic Penedès dragen.

Met andere woorden: dit is de eerste unisono appellatie op Europese bodem, zij het dat het natuurlijk om een voorlopig nog klein clubje draait. Want momenteel zijn er slechts 15 bodega’s die de DO belichamen. Bodega's waarvan een aantal ook bij ons vlot te koop zijn: Albet i Noya, Bonans, Castell de Pujades, Celler Can Morral del Moli, Celler Grapissó, Celler Puig Romeu, Cellers AT Roca, Clos Lentiscus, Colet, Loxarel, Mas Bertran, Mas Comtal, Mas dels Clavers Can Gallego, Miquel Jané en Torre del Veguer.

Loont het?

Dubbele hamvraag blijft.

Eén: wanneer krijgen deze 15 pioniers eindelijk meer sympathisanten die ook hun buik vol hebben van de platvloerse en banale cava's, zodat deze DO geen (weliswaar boeiend) randfenomeen blijft in de cava-commercie?

En twee: valt deze organische origine en druivencultuur ook effectief te proeven in het glas? Met andere woorden, is de toegevoegde waarde - en de soms hogere prijsvork - van deze certificatie in een ‘mousseproces’ essentieel? Ik denk dat we de komende weken en maanden dringend een aantal vergelijkende degustaties moeten organiseren om hierop een antwoord te vinden.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 30 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Latour op de organische toer

LatourDat steeds meer domeinen, zelfs in de Bordelais, zich profileren als biologische of organische producent, is geen toeval. Een bio-imago kan tegenwoordig immers een flinke commerciële bonus betekenen, ook al wordt er reeds jaren zo natuurlijk mogelijk gewerkt. Maar perceptie is een sterk wapen in de wijnhandel.

Cruciaal in deze perceptie of een wijnstreek/appellatie als ‘natuurlijk’ wordt bekeken, is het feit dat er een aantal voortrekkers met naam en faam actief zijn.

Daarom is het voor een als traditioneel gepercipieerd wijngebied als Bordeaux zo belangrijk dat het legendarische Château Latour (Premier Grand Cru Classé Pauillac) zich deze dagen out als ‘organisch wijndomein’.

In 2018 gelukt?

Deze onbetwiste topper uit het klassieke klassement van 1855 produceert jaarlijks drie verschillende cuvées. De ‘grand Vin’ is het Château Latour waarvoor, zeker uit oudere millésimes, fortuinen worden voor neergeteld en waarvan het overlevingsparcours meerdere decennia overspant. Een gespierd Cabernet Sauvignon-beest dat in recente oogsten tussen de 900 à 1.400 euro wordt verhandeld. Het druivenmateriaal ervoor komt dan ook uit het historische ‘Enclos’ van 45 hectare, met zicht op de Gironde, waar de rijping optimaal gebeurt.

Als tweede wijn is er het label ‘Les Forts de Latour’ (samengesteld uit de jongere stokken die nog niet de grand vin-status verdienen) en de derde wijn gaat als ‘gewone’ Pauillac onder kurk, met dito lager prijskaartje natuurlijk.

De conversie richting organische wijncultuur draait nu integraal rond deze historische 45 hectare van het Enclos, prestigeperceel dat wel bijna de helft van het totale domein van 88 hectare beslaat.

Het conversieproces werd al in 2015 opgestart en aangezien de certificatie ten vroegste pas na drie jaar wordt toegekend, betekent het dat we moeten wachten tot de oogst 2018 alvorens we de eerste ‘organische’ Château Latour kunnen kopen.

Minder is meer

Wat er vooral verandert bij Latour nu ze de organische kaart trekken?

Voortaan worden uitsluitend koper en zwavel, in combinatie met diverse plantinfusies, ingezet om ziekten in de wingerd te bestrijden. Ook insecticiden worden taboe en vervangen door de techniek van seksuele verwarring, waardoor de voortplantingscyclus van bepaalde schadelijke insecten verstoord wordt. En natuurlijk worden geen onkruidverdelgers meer gebruikt en zal exclusief organische mest alle kunstmest vervangen.

Mijn vraag is echter: zullen we dat straks ook proeven in het eindproduct? Ik denk het niet, aangezien Château Latour ook voor deze organische conversie nu niet meteen een chemische veelgebruiker was die zijn cliënteel ‘vergiftigde’.

Maar dat het marketingverhaal er rond als zoete broodjes verkoopt, illustreert verdorie zelfs deze column…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 14 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Armworstelen voor de Chinese wijnfan

ChinawijnDat China de 5de belangrijkste wijnmarkt is op wereldniveau – en nog steeds met rode stip stijgend – maakt veel wijnproductielanden en individuele domeinen hypernerveus. Iedereen wil immers een deel van deze groeiende taart, want we mogen niet vergeten dat er tegen 2020 naar schatting zeker 32 miljoen (koopkrachtige) Chinezen bijkomen die wettelijk wijn mogen drinken en dus ongetwijfeld zullen kopen. Een natte droom voor elke wijnmaker- en importeur.

Maar als Europa traditioneel het grootste stuk van deze wijntaart wil opeisen, zullen er toch extra inspanningen nodig zijn. Want de Aussies liggen al jaren op de loer en kunnen ondertussen schitterende exportcijfers voorleggen richting Mainland China, ten koste vooral van de Franse wijnindustrie.

Waar tot enkele jaren geleden de dure Franse cru’s uit met name Bordeaux en Bourgogne de goed bij kas zittende Chinese wijnkopers fascineerde, is deze ‘mood’ omgedraaid. Tijdens de primeurronde in Bordeaux voor de grands crus classés hebben de Chinezen de laatste oogsten hun kat gestuurd. Of hun eerdere bestellingen geannuleerd. Zelfs de nouveaux riches in China hebben in het snuitje dat de prijskaartjes van bepaalde Franse cultwijnen buiten proportie zijn.

Europa in de tang

En ondertussen zijn er steeds meer kapers op de kust, zeker in het redelijk geprijsde wijnsegment. Ook uit Europa, want Italiaanse bubbels en Spaanse wijnen maken commercieel in China serieuze sprongen, alhoewel het vooral de Australiërs zijn die met het leeuwendeel gaan lopen.

Zo zag de Australische wijnindustrie vorig jaar haar exportaandeel van medium-geprijsde wijnen in China met maar liefst 51% groeien.

Trend die nog eens gestimuleerd wordt door de Chinese overheid, die de tarieven voor Australische wijnimport aan versneld tempo afbouwt via het recente bilaterale vrijhandelsakkoord. Zo zou het tarief voor Aussie-wijnimport in 2018 teruggeschroefd worden tot slechts 2,8%, om in 2019 zelfs tot zero terug te vallen.

Hello Europe, are you listening?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 10 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Rhône weer verrijkt

RhoneOok al moeten we vaak met een flinke korrel zout nemen, toch zijn beschermde herkomstbenamingen een goudmijn(tje) voor veel Franse producenten. Hun geografisch appellatiesysteem blijft wereldwijd consumenten aantrekken, ook al worden de spelregels in bepaalde regio’s niet echt nauwgezet nageleefd. En worden er nog steeds flessen gebotteld die een schande zijn voor hun beschermde appellatie.

Maar commercieel gezien betekent het ook in deze 21ste eeuw absoluut een meerwaarde en daarom vechten lokale belangengroepen van dorpen, districten en subzones soms jaren keihard om hun dossier goedgekeurd te krijgen bij het INAO. Vooral in grootschalige wijngebieden met een zeer ruime appellatieparaplu en duizenden concurrenten is zo’n promotie van levensbelang.

Neem nu de Rhône-vallei. In deze tweede grootste appellatie van Frankrijk – zowel qua oppervlakte wijngaarden als productievolume - circuleren continu veel dossiers om een trapje hoger op de hiërarchische ladder te komen. En specifiek: om uit de zee van ‘gewone’ Côtes-du-Rhône Villages het recht te verwerven voortaan de eigen dorpsnaam op het etiket te vermelden.

Het rode trio

Eind 2016 is het na jaren lobbywerk nog nipt gelukt voor drie ‘villages’ in de zuidelijke Rhône: Sainte-Cécile, Vaison-la-Romaine en Suze-la-Rousse – bij veel landgenoten bekend voor zijn wijnuniversiteit – kregen recent alle drie deze upgrading van reguliere Côtes-du-Rhone Villages tot Côtes-du-Rhone Villages met de eigen dorpsnaam. Het trio situeert zich in het noordelijke deel van de zuidelijke Rhône-vallei. Het zijn allemaal dorpjes met Provençaalse charme, waar naast de wijnbouw ook de olijven- en lavendelcultuur floreert.

In totaal promoveren zo bijna 5.000 hectare wijngaard.

Côtes-du-Rhône Villages Sainte-Cécile bestrijkt 1.390 hectare, de Côtes-du-Rhône Villages Vaison-la-Romaine is het kleintje met slechts 766 hectare aanplant, en de grootste van het drietal wordt Côtes-du-Rhône Villages Suze-la-Rousse met zijn 2.607 hectare wingerd.

Deze drie – exclusief rode – promovendi zullen we voor het eerst dit jaar in de rekken zien verschijnen, met slechts één bedenking: we hopen dat deze promotie zich niet meteen vertaalt in euro’s prijsstijging.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 11 december 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Languedoc lijdt aan waterstress

Veel wijnmakers uit het Franse Zuiden – en meer specifiek de Languedoc - die ik de voorbije maanden sprak, haalden het reeds spontaan aan: hun wijngaarden worden tijdens de groeicyclus steeds vaker geconfronteerd met waterschaarste. Steeds langere periodes van droogte worden namelijk afgewisseld met dan plots hevige wolkbreuken, waar soms hoeveelheden neerslag van een hele maand in amper 24 uur vallen.

Door deze klimaatgrillen en oprukkende droogteperiodes ligt een oud dossier weer boven op tafel, zoals onlangs nog tijdens het technische wijnsalon Dionysud: irrigatie.

Want in de Languedoc-Roussillon, de regio die vaak te kampen heeft met deze waterschaarste, is op dit moment nauwelijks 10% (24.000 hectare) van de in totaal 240.000 hectare wijngaard uitgerust met een irrigatiesysteem. Volgens de Kamer van Landbouw van het departement Hérault wordt die situatie stilaan onhoudbaar, want de wijngaarden in de Languedoc hebben de voorbije jaren quasi elke recente oogst met waterstress af te rekenen. Diverse studies zijn dan ook lopende, onder meer om dé cruciale vraag te beantwoorden: waar moet uiteindelijk al dat water vandaan komen als iedereen zijn percelen wil irrigeren?

Actueel zijn de spelregels voor irrigatie streng, maar met toch reeds enkele achterpoortjes. Irrigatie is verboden voor alle wijnen tussen 15 augustus en de eigenlijke pluk. Maar voor midden-augsustus hangt alles af van de status van de wijngaard. Wijnen met een IGP en ‘Vin de France’ mogen immers probleemloos tot midden-augustus irrigeren, terwijl de (theoretisch) hoger gequoteerde AOP-kwaliteitswijnen er reeds op 1 mei moeten mee ophouden. Tenzij er zo’n catastrofe dreigt door een uiteonderlijke hete zomer, want er kan ook een uitzonderingsaanvraag worden ingediend die deze irrigatieperiode verlengt.

Gevolgen voor de consument

Wat die waterstress voor de eindconsument betekent? Meestal loopt dit fenomeen, zoals deze oogst in Frankrijk het geval is, samen met een serieus verminderd productievolume, maar toch een mooie kwaliteit en fruitconcentratie. Op voorwaarde natuurlijk dat er bekwame wijnmakers aan de slag zijn die hun druivenmateriaal wekenlang goed in het vizier houden en achteraf streng triëren.

Maar het resultaat in de rekken, zeker als meerdere opeenvolgende oogsten aan waterschaarste dus volumeverlies lijden, zal duidelijk zijn bij onze factuur. Prijsstijgingen zijn dan haast onvermijdelijk.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 28 oktober 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijn uit de hemel

AoYunWe hebben al veel exotische plekken besproken waar tegenwoordig, weliswaar op zeer bescheiden schaal, wijn wordt gemaakt, maar ik denk dat we nu toch wel het summum hebben bereikt. Letterlijk zelfs: wijn uit Shangri-La.

Iedereen kent ongetwijfeld de roman ‘Lost Horizon’ uit 1933 waarin de Engelse auteur James Hilton een soort mythologisch en paradijselijk Utopia, diep verborgen in de Himalaya, beschreef. Maar tegenwoordig is Shangri-La een arrondissement in zuidwestelijk China, dat tot 2001 de naam Zhongdian voerde.

Het is daar waar Moët Hennessy - onderdeel van de luxegroep LVMH - nu een prestigieuze en vooral peperdure cabernet sauvignon heeft geproduceerd, geblend met 10% cabernet franc. Doopnaam: Ao Yun, in het Engels vertaald “floating over the clouds.”

Tot 2560 meter boven zeespiegel

Deze luxecuvée werd recent in de Verenigde Staten gelanceerd met een startprijs van 300 USD per fles. Van de circa 2.300 geproduceerde kisten werden er ongeveer 500 richting Uncle Sam verscheept, zelfs eerder aan de gretige kopers voorgesteld dan in China zelf waar volgens Jean-Guillaume Prats, president van de wijndivisie van Moët Hennessy, “…nu reeds een enorm speculatieve vraag groeit voor deze speciale cuvée.” Lees: de startprijs zal snel verdubbelen.

Wat is nu het verhaal achter deze ‘Ao Yun’ oogstjaar 2013?

Een dikke tien jaar terug besliste de chief executive van Moët Hennessy, Christophe Navarre, dat de groep rode wijn in China moest maken. Naast de klassieke wijnregio’s in de Volksrepubliek, vonden de specialisten het geknipte microklimaat en terroir in de provincie Yunnan, grenzend aan Tibet, Myanmar en Vietnam, waar de Mekong-rivier zich doorheen de bergen slingert.

Eigenlijk geen nieuwe vondst, want Jezuïtische missionarissen plantten er reeds omstreeks 1840 de eerste druivenstokken. In 2002 werden er nog eens klassieke Bordelaise stokken soorten aangeplant. Toch beweert Prats dat geen kat geloofde dat deze regio ideaal was om er een fantastische cabernet sauvignon te produceren. Het was wachten tot in 2013, toen Moët Hennessy ongeveer 19 hectare wijngaard gebruikte die op zeer grote hoogte aangeplant stond – tussen 2.400 en 2560 meter boven zeeniveau – om er hun eerste Ao Yun cuvée van te maken.

Zon en Zen

Wie de wijngaard wil bezichtigen, moet wel de nodige inspanningen leveren. Eerst vliegen naar Shangri-La City, gelegen op bijna 3.675 meter hoogte. Na een grillige rit van zeker vier uur door het gebergte bereikt men pas het domein, waar de lucht zo droog en puur is dat allerlei bestrijdingsmiddelen (onkruidverdelgers, schimmelbestrijders, pesticides) overbodig zijn.

Gezien het reliëf van het perceel kan zelfs de irrigatie van de stokken zeer beperkt blijven én makkelijk beheerd worden. Het rijpingsproces en de fotosynthese verlopen er bovendien erg traag, omdat tijdens de cruciale periode de wijngaard maximaal zo’n zes uur zon per dag krijgt, waarna de temperaturen dramatisch dalen, zodat onder meer de aciditeit in de druiven perfect blijft.

De pluk gebeurt dan ook pas in november. De hoge ligging heeft nog een ander voordeel: tijdens de fermentatie is er veel minder zuurstof in de ijle lucht, wat volgens Prats het bewaarpotentieel ten goede komt.

Niet dat alles met deze maiden vintage van een leien dakje liep. Gistingstanks en zelfs de eiken barriques kwamen te laat op het domein, waardoor de wijn zelfs een tijdje op amfora’s moest verblijven.

Maar dat zal de speculanten en trendslaafjes natuurlijk geen barst schelen. De prijzenlotto zal er niet onder lijden...

Frank Van der Auwera

Onze blogs

Meer