Home Markten Live Netto Sabato

Wijnprijzen

Geplaatst op 10 februari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Organisch van A tot Z

CavaKurkMisschien is het u ontgaan, zelfs als u tot de meest fanatieke believers van de biologische wijnkerk behoort, maar Europa - en meer bepaald Spanje - bezit wel een primeur: de eerste 100% pure organische appellatie.

Eventjes nadenken waar en wie? Het is namelijk een schisma in de cava-productie die tot dit resultaat leidde, in casu de Calataanse DO Clàssic Penedès.

Weg van de massaproductie

In 2014 braken immers een aantal producenten uit de cava-koepel, gestimuleerd door de lokale eco-paus Albet i Noya, omdat ze zich niet langer konden vereenzelvigen met de soms belabberde kwaliteit van deze populaire Spaanse bubbels. Want door het enorme exportsucces werd de spoeling ook steeds dunner en dunner, zodat er – zelfs op onze Belgische markt – cava's in de rekken belandden waarvan de basisfactuur (vinificatie, fles, botteling, etikettering, dus de blote aankoopprijs) inferieur werden aan alle bijkomende kosten (transport, winstmarge, accijnzen, eco-kosten,…). De inhoud werd soms ondergeschikt aan de uitmonstering en het imago. Dus kwamen steeds meer producenten in het geweer tegen deze nivellering richting bas de gamme.

De nieuwe subappellatie Clàssic Penedès bleek evenwel toch meer dan een stelletje dwarsliggers of dikkenekken-bodega's. Zo was één van de belangrijkste condities om tot deze nieuwe club toe te treden de vereiste om gecertificeerd organische wijn te produceren. Zonder deze certificatie en een kelderrijping van minimaal 15 maanden kunnen de (aspirant)leden immers nooit het label van de DO Clàssic Penedès dragen.

Met andere woorden: dit is de eerste unisono appellatie op Europese bodem, zij het dat het natuurlijk om een voorlopig nog klein clubje draait. Want momenteel zijn er slechts 15 bodega’s die de DO belichamen. Bodega's waarvan een aantal ook bij ons vlot te koop zijn: Albet i Noya, Bonans, Castell de Pujades, Celler Can Morral del Moli, Celler Grapissó, Celler Puig Romeu, Cellers AT Roca, Clos Lentiscus, Colet, Loxarel, Mas Bertran, Mas Comtal, Mas dels Clavers Can Gallego, Miquel Jané en Torre del Veguer.

Loont het?

Dubbele hamvraag blijft.

Eén: wanneer krijgen deze 15 pioniers eindelijk meer sympathisanten die ook hun buik vol hebben van de platvloerse en banale cava's, zodat deze DO geen (weliswaar boeiend) randfenomeen blijft in de cava-commercie?

En twee: valt deze organische origine en druivencultuur ook effectief te proeven in het glas? Met andere woorden, is de toegevoegde waarde - en de soms hogere prijsvork - van deze certificatie in een ‘mousseproces’ essentieel? Ik denk dat we de komende weken en maanden dringend een aantal vergelijkende degustaties moeten organiseren om hierop een antwoord te vinden.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 30 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Latour op de organische toer

LatourDat steeds meer domeinen, zelfs in de Bordelais, zich profileren als biologische of organische producent, is geen toeval. Een bio-imago kan tegenwoordig immers een flinke commerciële bonus betekenen, ook al wordt er reeds jaren zo natuurlijk mogelijk gewerkt. Maar perceptie is een sterk wapen in de wijnhandel.

Cruciaal in deze perceptie of een wijnstreek/appellatie als ‘natuurlijk’ wordt bekeken, is het feit dat er een aantal voortrekkers met naam en faam actief zijn.

Daarom is het voor een als traditioneel gepercipieerd wijngebied als Bordeaux zo belangrijk dat het legendarische Château Latour (Premier Grand Cru Classé Pauillac) zich deze dagen out als ‘organisch wijndomein’.

In 2018 gelukt?

Deze onbetwiste topper uit het klassieke klassement van 1855 produceert jaarlijks drie verschillende cuvées. De ‘grand Vin’ is het Château Latour waarvoor, zeker uit oudere millésimes, fortuinen worden voor neergeteld en waarvan het overlevingsparcours meerdere decennia overspant. Een gespierd Cabernet Sauvignon-beest dat in recente oogsten tussen de 900 à 1.400 euro wordt verhandeld. Het druivenmateriaal ervoor komt dan ook uit het historische ‘Enclos’ van 45 hectare, met zicht op de Gironde, waar de rijping optimaal gebeurt.

Als tweede wijn is er het label ‘Les Forts de Latour’ (samengesteld uit de jongere stokken die nog niet de grand vin-status verdienen) en de derde wijn gaat als ‘gewone’ Pauillac onder kurk, met dito lager prijskaartje natuurlijk.

De conversie richting organische wijncultuur draait nu integraal rond deze historische 45 hectare van het Enclos, prestigeperceel dat wel bijna de helft van het totale domein van 88 hectare beslaat.

Het conversieproces werd al in 2015 opgestart en aangezien de certificatie ten vroegste pas na drie jaar wordt toegekend, betekent het dat we moeten wachten tot de oogst 2018 alvorens we de eerste ‘organische’ Château Latour kunnen kopen.

Minder is meer

Wat er vooral verandert bij Latour nu ze de organische kaart trekken?

Voortaan worden uitsluitend koper en zwavel, in combinatie met diverse plantinfusies, ingezet om ziekten in de wingerd te bestrijden. Ook insecticiden worden taboe en vervangen door de techniek van seksuele verwarring, waardoor de voortplantingscyclus van bepaalde schadelijke insecten verstoord wordt. En natuurlijk worden geen onkruidverdelgers meer gebruikt en zal exclusief organische mest alle kunstmest vervangen.

Mijn vraag is echter: zullen we dat straks ook proeven in het eindproduct? Ik denk het niet, aangezien Château Latour ook voor deze organische conversie nu niet meteen een chemische veelgebruiker was die zijn cliënteel ‘vergiftigde’.

Maar dat het marketingverhaal er rond als zoete broodjes verkoopt, illustreert verdorie zelfs deze column…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 14 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Armworstelen voor de Chinese wijnfan

ChinawijnDat China de 5de belangrijkste wijnmarkt is op wereldniveau – en nog steeds met rode stip stijgend – maakt veel wijnproductielanden en individuele domeinen hypernerveus. Iedereen wil immers een deel van deze groeiende taart, want we mogen niet vergeten dat er tegen 2020 naar schatting zeker 32 miljoen (koopkrachtige) Chinezen bijkomen die wettelijk wijn mogen drinken en dus ongetwijfeld zullen kopen. Een natte droom voor elke wijnmaker- en importeur.

Maar als Europa traditioneel het grootste stuk van deze wijntaart wil opeisen, zullen er toch extra inspanningen nodig zijn. Want de Aussies liggen al jaren op de loer en kunnen ondertussen schitterende exportcijfers voorleggen richting Mainland China, ten koste vooral van de Franse wijnindustrie.

Waar tot enkele jaren geleden de dure Franse cru’s uit met name Bordeaux en Bourgogne de goed bij kas zittende Chinese wijnkopers fascineerde, is deze ‘mood’ omgedraaid. Tijdens de primeurronde in Bordeaux voor de grands crus classés hebben de Chinezen de laatste oogsten hun kat gestuurd. Of hun eerdere bestellingen geannuleerd. Zelfs de nouveaux riches in China hebben in het snuitje dat de prijskaartjes van bepaalde Franse cultwijnen buiten proportie zijn.

Europa in de tang

En ondertussen zijn er steeds meer kapers op de kust, zeker in het redelijk geprijsde wijnsegment. Ook uit Europa, want Italiaanse bubbels en Spaanse wijnen maken commercieel in China serieuze sprongen, alhoewel het vooral de Australiërs zijn die met het leeuwendeel gaan lopen.

Zo zag de Australische wijnindustrie vorig jaar haar exportaandeel van medium-geprijsde wijnen in China met maar liefst 51% groeien.

Trend die nog eens gestimuleerd wordt door de Chinese overheid, die de tarieven voor Australische wijnimport aan versneld tempo afbouwt via het recente bilaterale vrijhandelsakkoord. Zo zou het tarief voor Aussie-wijnimport in 2018 teruggeschroefd worden tot slechts 2,8%, om in 2019 zelfs tot zero terug te vallen.

Hello Europe, are you listening?

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 10 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Rhône weer verrijkt

RhoneOok al moeten we vaak met een flinke korrel zout nemen, toch zijn beschermde herkomstbenamingen een goudmijn(tje) voor veel Franse producenten. Hun geografisch appellatiesysteem blijft wereldwijd consumenten aantrekken, ook al worden de spelregels in bepaalde regio’s niet echt nauwgezet nageleefd. En worden er nog steeds flessen gebotteld die een schande zijn voor hun beschermde appellatie.

Maar commercieel gezien betekent het ook in deze 21ste eeuw absoluut een meerwaarde en daarom vechten lokale belangengroepen van dorpen, districten en subzones soms jaren keihard om hun dossier goedgekeurd te krijgen bij het INAO. Vooral in grootschalige wijngebieden met een zeer ruime appellatieparaplu en duizenden concurrenten is zo’n promotie van levensbelang.

Neem nu de Rhône-vallei. In deze tweede grootste appellatie van Frankrijk – zowel qua oppervlakte wijngaarden als productievolume - circuleren continu veel dossiers om een trapje hoger op de hiërarchische ladder te komen. En specifiek: om uit de zee van ‘gewone’ Côtes-du-Rhône Villages het recht te verwerven voortaan de eigen dorpsnaam op het etiket te vermelden.

Het rode trio

Eind 2016 is het na jaren lobbywerk nog nipt gelukt voor drie ‘villages’ in de zuidelijke Rhône: Sainte-Cécile, Vaison-la-Romaine en Suze-la-Rousse – bij veel landgenoten bekend voor zijn wijnuniversiteit – kregen recent alle drie deze upgrading van reguliere Côtes-du-Rhone Villages tot Côtes-du-Rhone Villages met de eigen dorpsnaam. Het trio situeert zich in het noordelijke deel van de zuidelijke Rhône-vallei. Het zijn allemaal dorpjes met Provençaalse charme, waar naast de wijnbouw ook de olijven- en lavendelcultuur floreert.

In totaal promoveren zo bijna 5.000 hectare wijngaard.

Côtes-du-Rhône Villages Sainte-Cécile bestrijkt 1.390 hectare, de Côtes-du-Rhône Villages Vaison-la-Romaine is het kleintje met slechts 766 hectare aanplant, en de grootste van het drietal wordt Côtes-du-Rhône Villages Suze-la-Rousse met zijn 2.607 hectare wingerd.

Deze drie – exclusief rode – promovendi zullen we voor het eerst dit jaar in de rekken zien verschijnen, met slechts één bedenking: we hopen dat deze promotie zich niet meteen vertaalt in euro’s prijsstijging.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 11 december 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Languedoc lijdt aan waterstress

Veel wijnmakers uit het Franse Zuiden – en meer specifiek de Languedoc - die ik de voorbije maanden sprak, haalden het reeds spontaan aan: hun wijngaarden worden tijdens de groeicyclus steeds vaker geconfronteerd met waterschaarste. Steeds langere periodes van droogte worden namelijk afgewisseld met dan plots hevige wolkbreuken, waar soms hoeveelheden neerslag van een hele maand in amper 24 uur vallen.

Door deze klimaatgrillen en oprukkende droogteperiodes ligt een oud dossier weer boven op tafel, zoals onlangs nog tijdens het technische wijnsalon Dionysud: irrigatie.

Want in de Languedoc-Roussillon, de regio die vaak te kampen heeft met deze waterschaarste, is op dit moment nauwelijks 10% (24.000 hectare) van de in totaal 240.000 hectare wijngaard uitgerust met een irrigatiesysteem. Volgens de Kamer van Landbouw van het departement Hérault wordt die situatie stilaan onhoudbaar, want de wijngaarden in de Languedoc hebben de voorbije jaren quasi elke recente oogst met waterstress af te rekenen. Diverse studies zijn dan ook lopende, onder meer om dé cruciale vraag te beantwoorden: waar moet uiteindelijk al dat water vandaan komen als iedereen zijn percelen wil irrigeren?

Actueel zijn de spelregels voor irrigatie streng, maar met toch reeds enkele achterpoortjes. Irrigatie is verboden voor alle wijnen tussen 15 augustus en de eigenlijke pluk. Maar voor midden-augsustus hangt alles af van de status van de wijngaard. Wijnen met een IGP en ‘Vin de France’ mogen immers probleemloos tot midden-augustus irrigeren, terwijl de (theoretisch) hoger gequoteerde AOP-kwaliteitswijnen er reeds op 1 mei moeten mee ophouden. Tenzij er zo’n catastrofe dreigt door een uiteonderlijke hete zomer, want er kan ook een uitzonderingsaanvraag worden ingediend die deze irrigatieperiode verlengt.

Gevolgen voor de consument

Wat die waterstress voor de eindconsument betekent? Meestal loopt dit fenomeen, zoals deze oogst in Frankrijk het geval is, samen met een serieus verminderd productievolume, maar toch een mooie kwaliteit en fruitconcentratie. Op voorwaarde natuurlijk dat er bekwame wijnmakers aan de slag zijn die hun druivenmateriaal wekenlang goed in het vizier houden en achteraf streng triëren.

Maar het resultaat in de rekken, zeker als meerdere opeenvolgende oogsten aan waterschaarste dus volumeverlies lijden, zal duidelijk zijn bij onze factuur. Prijsstijgingen zijn dan haast onvermijdelijk.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 28 oktober 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijn uit de hemel

AoYunWe hebben al veel exotische plekken besproken waar tegenwoordig, weliswaar op zeer bescheiden schaal, wijn wordt gemaakt, maar ik denk dat we nu toch wel het summum hebben bereikt. Letterlijk zelfs: wijn uit Shangri-La.

Iedereen kent ongetwijfeld de roman ‘Lost Horizon’ uit 1933 waarin de Engelse auteur James Hilton een soort mythologisch en paradijselijk Utopia, diep verborgen in de Himalaya, beschreef. Maar tegenwoordig is Shangri-La een arrondissement in zuidwestelijk China, dat tot 2001 de naam Zhongdian voerde.

Het is daar waar Moët Hennessy - onderdeel van de luxegroep LVMH - nu een prestigieuze en vooral peperdure cabernet sauvignon heeft geproduceerd, geblend met 10% cabernet franc. Doopnaam: Ao Yun, in het Engels vertaald “floating over the clouds.”

Tot 2560 meter boven zeespiegel

Deze luxecuvée werd recent in de Verenigde Staten gelanceerd met een startprijs van 300 USD per fles. Van de circa 2.300 geproduceerde kisten werden er ongeveer 500 richting Uncle Sam verscheept, zelfs eerder aan de gretige kopers voorgesteld dan in China zelf waar volgens Jean-Guillaume Prats, president van de wijndivisie van Moët Hennessy, “…nu reeds een enorm speculatieve vraag groeit voor deze speciale cuvée.” Lees: de startprijs zal snel verdubbelen.

Wat is nu het verhaal achter deze ‘Ao Yun’ oogstjaar 2013?

Een dikke tien jaar terug besliste de chief executive van Moët Hennessy, Christophe Navarre, dat de groep rode wijn in China moest maken. Naast de klassieke wijnregio’s in de Volksrepubliek, vonden de specialisten het geknipte microklimaat en terroir in de provincie Yunnan, grenzend aan Tibet, Myanmar en Vietnam, waar de Mekong-rivier zich doorheen de bergen slingert.

Eigenlijk geen nieuwe vondst, want Jezuïtische missionarissen plantten er reeds omstreeks 1840 de eerste druivenstokken. In 2002 werden er nog eens klassieke Bordelaise stokken soorten aangeplant. Toch beweert Prats dat geen kat geloofde dat deze regio ideaal was om er een fantastische cabernet sauvignon te produceren. Het was wachten tot in 2013, toen Moët Hennessy ongeveer 19 hectare wijngaard gebruikte die op zeer grote hoogte aangeplant stond – tussen 2.400 en 2560 meter boven zeeniveau – om er hun eerste Ao Yun cuvée van te maken.

Zon en Zen

Wie de wijngaard wil bezichtigen, moet wel de nodige inspanningen leveren. Eerst vliegen naar Shangri-La City, gelegen op bijna 3.675 meter hoogte. Na een grillige rit van zeker vier uur door het gebergte bereikt men pas het domein, waar de lucht zo droog en puur is dat allerlei bestrijdingsmiddelen (onkruidverdelgers, schimmelbestrijders, pesticides) overbodig zijn.

Gezien het reliëf van het perceel kan zelfs de irrigatie van de stokken zeer beperkt blijven én makkelijk beheerd worden. Het rijpingsproces en de fotosynthese verlopen er bovendien erg traag, omdat tijdens de cruciale periode de wijngaard maximaal zo’n zes uur zon per dag krijgt, waarna de temperaturen dramatisch dalen, zodat onder meer de aciditeit in de druiven perfect blijft.

De pluk gebeurt dan ook pas in november. De hoge ligging heeft nog een ander voordeel: tijdens de fermentatie is er veel minder zuurstof in de ijle lucht, wat volgens Prats het bewaarpotentieel ten goede komt.

Niet dat alles met deze maiden vintage van een leien dakje liep. Gistingstanks en zelfs de eiken barriques kwamen te laat op het domein, waardoor de wijn zelfs een tijdje op amfora’s moest verblijven.

Maar dat zal de speculanten en trendslaafjes natuurlijk geen barst schelen. De prijzenlotto zal er niet onder lijden...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 23 oktober 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Aussies vrijen Azië op

AustralischeWijnOok al opgemerkt hoe er de laatste 2 à 3 jaar steeds minder Australische wijnen in onze rekken worden aangeboden? En dat deze daling niet alleen door de – althans voor de lokale producenten - soms slechte wisselkoers van de Australische Dollar kon verklaard worden, of door de gestegen thuisconsumptie?

Wat we al lang in deze kolommen voorspelden, wordt nu immers ook in cijfers bevestigd: de ‘Aussies’ laten op wijngebied steeds meer Europa vallen ten gunste van hun Aziatisch cliënteel, China op kop.

Het algemene rapport van deze vijfde belangrijkste wijnimporteur ter wereld oogt immers uitstekend. Tussen oktober 2015 en september 2016 steeg de uitvoer van Australische wijn met maar liefst +10% in waarde, tot circa 1,52 miljard euro. Alleen al de verkoop in fles steeg met +14% tot 1,26 miljard euro, zo becijferde Wine Australia.

Grote Dorst

Maar deze puike resultaten zijn vooral op conto van China en andere Aziatische afzetmarkten te schrijven. Zo ontpopte China zich tot dé grootste invoerder van Australische wijn: de verkoop in China (zonder Hong Kong!) groeide in die periode met maar liefst +54%, goed voor een bedrag van 331,7 miljoen euro. Om het in perspectief te zetten: tien jaar geleden voerde China amper voor 18,9 miljoen euro Australische wijn in. Duidelijk is dat het in 2014 getekende handelsakkoord tussen China en Australië als breekijzer heeft gewerkt.

Ondertussen lijkt heel heel Azië in de ban van de Aussie-wijn. Zo steeg de verkoop ervan met +7% in Hong Kong, +9% in Singapore, +24% in Maleisië en +42% in Zuid-Korea.

En Europa? Symbolisch voor de terugval is de situatie van vooral het Verenigd Koninkrijk, voorlopig nog de derde grootste importeur van Australische wijn. Daar boerde de verkoop met -3% achteruit. Van onze Belgische markt voorlopig geen betrouwbare/recente gegevens, maar ons buikgevoel én een rondvraag bij een aantal verdelers, wijst in dezelfde richting.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 26 september 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

De bittere smaak van Beaujolais Nouveau

BeaujolaisStraks, om precies te zijn een tweetal weken voor de officiële lanceringsdatum van de 17de november, probeert men voor de zoveelste keer de (inter)nationale consument weer warm te krijgen voor de ‘Beaujolais Nouveau’. Maar of de kleine accentverschillen in de campagne en de vele honderdduizenden geïnvesteerde euro's nu echt voor een kentering gaan zorgen, lijkt twijfelachtig.

Want niemand kan voorbij de feiten: de populariteit én verkoop van deze primeurwijn – die volgens veel critici eerder gelijkt op te dure gealcoholiseerde frisdrank dan op échte wijn – blijft dalen. Eventjes zorgden de Japanse consumenten nog voor een tijdelijke reddingsboei, maar veel andere exportmarkten haakten geleidelijk af. Tussen 2009 en 2014 bijvoorbeeld viel de verkoop qua volume in het buitenland nog maar eens terug met 13 procent.

Zelfs de Franse thuisconsument, grootdistributie én horeca hebben het tegenwoordig lastig om dit ‘tussenproduct’ te positioneren, waarschijnlijk omdat de kwaliteit ervan niet altijd beantwoordt aan het prijsniveau. Ook daar boerde de Nuoveau flink achteruit qua verkoop, gemiddeld tussen de -19 à -23%.

In ons land is trouwens de verkoop van dit product vooral nog een zaak van Wallonië of van de grootdistributie. De meeste detailhandelaars laten de november-hype al jaren links liggen en ook in onze cafés behoort het bordje met de juichende boodschap “Le Nouveau Beaujolais Est Arrivé!” tot de folklore.

Veel geblaat, weinig wol

Hoe de marketeers, met Frankrijk als uitvalsbasis, de ‘Nouveau’ dan toch weer populair willen maken?

Eerst en vooral door in het meervoud te spreken: het is niet langer ‘nouveau’ in de campagne, maar ‘nouveaux’. Méér dan een taalspelletje, zo beweren de bedenkers, want daarmee onderstrepen we de enorme pluraliteit van de wijnen en wijnbouwer: “On parle des beaujolais nouveaux et non plus du beaujolais nouveau et comme l'an passé, les vignerons, hommes et femmes, seront mis en avant, avec les 2000 domaines qui signent le millésime 2016”, aldus Anthony Collet, van de belangenbehartiger Inter Beaujolais.

Die ‘diversiteit’ wordt ook op de affichecampagne vereeuwigd door een fles met honderden handtekeningen van vignerons. Bovendien trekt diezelfde affiche ook de chauvinistische kaart: de kleuren van de Franse vlag domineren, volgens Collet “... pour rappeler l'origine France, et de montrer que nous en sommes fiers”. Ja, daar zullen alle Europese wijndrinkers meteen ontroerd van naar de winkels hollen...

In Frankrijk volgt er dan nog een intensieve radiocampagne (310 spots die in 28 miljoen contacten moeten resulteren) en voor het eerst ook webradio en web-TV bij cavisten en bistrots. Ook de sociale media Facebook, Pinterest, Twitter en Instagram zullen worden bespeeld, zo klinkt het. Dit alles gaat minstens 500.000 euro kosten.

2CV

Ik blijf echter met de sleutelvraag zitten: wat gaat deze modieuze marketing allemaal uithalen zolang de flesseninhoud van driekwart van alle gebottelde ‘Beaujolais Nouveau’ - op zijn zachtst uitgedrukt - wel fruitig maar futloos is, en qua smaak elke fles als twee druppels op elkaar gelijkt?

Gelooft men nu echt dat de Belgen, Duitsers of Britten weer massaal naar de fles Nouveau gelokt worden omdat ‘de maker’ voortaan centraal staat in de campagne en men bijvoorbeeld op de lanceringsdag een vijftigtal onder hen in Parijs laat tuffen in een sympathiek deux-cheveautje?

Ik denk dat er véél meer nodig is om het geknakte vertrouwen in het product te herstellen. Het valt samen te vatten in één woord: kwaliteit...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 12 september 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Cuvée Labo

DruppelWijnSedert het artikel in onze dagkrant (lees: Zonder druiven wijn maken in het labo) en mijn daaropvolgende radio-interview (Radio 1, ‘Nieuwe feiten’), word ik druk gemaild, aangesproken en gebeld met als hamvraag: gaat synthetische wijn straks nu écht de globale wijnmarkt radicaal verstoren en klassiek gemaakt wijn verdringen? Iedereen heeft er plots een mening over, ook al heeft nog niemand het artificiële eindproduct kunnen proeven.

Daarom deze column om nog een paar puntjes op de ‘i’ te zetten.

Wijn is altijd chemie

Neen, ik ben geen Luddiet, dus anti-technologie en innovatie, kortom niet per definitie contra synthetische wijn. Omdat nu reeds onze hedendaagse wijnmakerij dankzij de oenologische inzichten van de voorbije 30 à 40 jaar veel met (bio)chemie & wetenschap te maken heeft: gistculturen, additieven, eiken chips, noem maar op, worden reeds toegepast in veel cuvées. Soms overdreven veel – met veel kleur- en smaakstoffen -, soms goed gedoseerd en zo minimalistisch mogelijk.

Maar fundi’s die nog steeds geloven dat wijn zonder ‘chemie’ kan gemaakt worden en een soort bucolisch sprookje is, weten niet waarover ze praten. Zonder al die technische en chemische vondsten en middelen van de voorbije decennia, zouden onze nu betaalbare instapwijnen 2 à 3 keer zo duur in de rekken liggen, wegens jaarlijks teveel in de greep van de natuurgrillen. En zou mijn wijnkoopgids “De 300 Beste Wijnen Onder de 10 Euro” maar een flinterdunne brochure zijn.

Maar anderzijds vind ik wat deze start-up in San Francisco laboratoriumgewijs bekokstooft, er ook over. Zij maken immers een biochemische robotfoto van alle aanwezige moleculen, verbindingen, glucose, zuren et cetera in een specifieke wijn, analyseren die grondig en produceren er daarna een quasi-identieke copycat van.

Dat ze straks naar eigen zeggen een wijn ‘in 15 minuten’ kunnen reproduceren, neem ik met een flinke korrel zout. Maar zelfs als hun labo-proces enkele dagen of weken productietijd vereist, hebben ze natuurlijk commercieel een enorme bonus vergleken met de traditionele wijnbouwer. Die moet immers tijdens de vegetatieve cyclus van zijn druiven alleen al een honderdtal dagen met klamme handen in de wijngaard werken, biddend tot de weergoden. En dàn moet de eigenlijke vinificatie nog maar pas beginnen.

Steriel tot de laatste snik

Ik vind deze door witte-jassen in het labo geprepareerde cuvée er echter ‘over’, omdat primo wijn voor mij nog altijd alcoholisch gefermenteerd fruit is, bij voorkeur druiven. Secundo omdat het tevens een levend product is dat, zeker als het om complexe(re) cru’s gaat, nog jaren kan verder ontwikkelen op fles, richting zijn kwalitatieve 7de hemel. Daarin schuilt precies de ‘funfactor’ van een wijn.

Onze biochemische copycat cuvée bottelt daarentegen slechts een statische momentopname van een bepaalde cru, immuun voor het trage oxidatieve proces waarbij de wijn geleidelijk zijn primair fruit en soms ferme tannines afschudt, zich verder verdiept en de geur- en smaakcomponenten versmelten.

De labo-wijn blijft eeuwig steriel in zijn fles logeren.

Toch lucratief?

Hebben deze synthetische wijnen dan geen toekomst? Toch wel. Ik zie hun commercieel potentieel op twee vlakken, gefocust op twee types eindconsumenten.

Ten eerste: in het spotgoedkope instapgenre van wijnen die nu pakweg onder de 5 euro liggen en waar vooral budgetconsumenten op afkomen, meestal zonder voorkennis of voorkeuren. In die rayon kan zo’n snel geproduceerde, véél goedkopere, synthetische versie natuurlijk veel consumenten lokken. Zoals na elke accijnsverhoging van bijvoorbeeld cognac er massa’s drinkers zijn die automatisch downgraden naar een goedkopere type brandy.

De tweede consumentencategorie die vatbaar lijkt voor synthetische wijn, zit m.i. aan de andere kant van het spectrum: de wijnfreaks, de vaak zelfuitgeroepen kenners, de etikettenslaafjes én de the-next-big-thing-nieuwlichters, die hun vrienden/gasten/kennissen willen verrassen, of zelfs overbluffen.

Zij zullen met plezier straks een synthetisch gefabriceerde fles ‘Dom Pérignon’ uit een magisch jaar – of een Lafite – voor 35 à 50 euro aankopen in plaats van het origineel tegen een veelvoud van dit prijskaartje. Als gezelschapsspelletje tijdens een etentje garandeert zo’n imitatiefles veel plezier, in de hoop dat de meeste aanwezigen het verschil niet opmerken met het origineel.

Laat ons wel duimen dat de Belgische horeca geen vaste klant wordt van deze synthetische wijnen. En dat er straks in veel zaken dus wijnen-per-glas worden aangeboden aan de ‘oude prijs, maar de klant ondertussen wél een synthetisch alternatief krijgt ingeschonken, zonder dat hij/zij daarvan op de hoogte is.

Spannend versus saai

Conclusie? Zoals ik al tijdens mijn radio-interview verklaarde: voor mij mogen er gerust artificiële ‘wijnen’ op de markt komen, op voorwaarde dat ze én goedkoper blijven, én anders gelabeld worden, zodat er geen vergissing mogelijk is. Ik zal ze met plezier toetsen.

Maar het wezenlijke verschil tussen een ‘échte’ wijn – met al zijn cultuur en traditie, heel het terroir- en maakverhaal, de grillen van druif en natuur, de visie en persoonlijkheid van de wijnmaker et cetera – versus een synthetische versie, lijkt me zoals kijken naar een sportevenement. Ofwel kijk je live naar een voetbal/tennismatch, athletiekmeeting of wielerkoers, ofwel dagen later naar een opname ervan, terwijl je de uitslag al kent.

Dàt is voor mij het fundamentele verschil tussen ‘spanning’ en voorspelbare ‘saaiheid’.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 27 augustus 2016 door Wijntijd Reacties | Reageren

Na de smurfenwijn de hulkwijn?

MatchaTeaWaar is de tijd dat wijnkleur in essentie een menage à trois was: rood, wit en rosé, in diverse gradaties uiteraard. En dan laten we bubbels even buiten beschouwing. Maar steeds meer marketeers en producenten doorbreken dit traditionele coloriet om nieuwe – trendy? – consumenten aan te trekken.

De grenzen werden al een eerste keer afgetast toen de fameuze ‘blauwe wijn’ werd gelanceerd, door critici onthaald als de smurfenwijn, maar door aanhangers verdedigd als een natuurlijk origineel product.

Maar nu is men in Japan bezig met een nieuw kleurenspel: groene wijn.

Theegroene monster

Itohkyuemon, een theebedrijf dat al sinds 1832 gevestigd is in Kyoto, produceert er samen met Tamba Wine nu een nieuwe lijn van groene-theewijnen.

Technisch is het procédé eigenlijk poepsimpel: een witte wijn krijgt een infuus met poeder van de groene matcha-thee, poeder at vrijwel onmiddellijk oplost, maar wel voor een permanente groene kleur zorgt.

Het resultaat is volgens de bedenkers voortreffelijk: wie verwacht een eerder bittere, vegetale, zeewierachtig smaak te krijgen – zoals matcha thee vaak overkomt –, wordt volgens hen verrast door het eerder zoete en fruitgedreven karakter van deze groene wijn met zijn milde aciditeit en 12% alcohol.

Maar voorlopig lijkt de handel toch moeite te hebben met deze hybride wijn. Wijnprofessionals die de groene wijn uit het gamma “Yokan no Midori” (Midnight Green) al proefden, weten blijkbaar niet in welke categorie ze deze drank moeten positioneren: nog altijd in het thee-rek, in het wijn-rek of eerder varia-drankenrek.

Volgens de producenten kan hungroene wijn wel perfect ‘pairen’ met groentebereidingen en visgerechten, of – indien geserveerd met ijs of soda à la Sangria - met kazen, fruit en snoepgoed.

Gezond zal het eindresultaat wel zijn, maar ik erger me er toch groen aan. Al is het maar vanwege het prijskaartje: een flesje van 30 cl kost in Japan 1,296 yen (11,44 euro) en het 50 cl-formaat komt op 1,944 yen (of 17,15 euro).

Tel daar de exportkost bij – want er springt nu na lectuur gegarandeerd een importeur naar zijn laptop of tablet om als eerste deze groene wijn te kunnen introduceren in België – en allerlei taksen, en de conclusie is voor mij duidelijk: liever een pure matcha of glas authentieke wijn, dan dit groene monster.

Frank Van der Auwera

Onze blogs

Meer