Home Markten Live Netto Sabato

Wijnprijzen

Geplaatst op 12 juni 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Baas in eigen wijngaard

WijngaardWelke wijnliefhebber droomt er soms niet van om een handvol hectare wijngaard in La Douce France te exploiteren? Doof voor de ‘harde’ argumenten van zij die deze stap reeds maakten, want naast rozengeur & maneschijn ook het financiële en praktische plaatje kennen.

Maar stel dat u toch absoluut deze wijndroom wil realiseren: hoe groot moet dan actueel uw spaarpotje zijn?

Uit recente cijfers (referentiejaar 2016) blijkt dat het gemiddelde prijskaartje voor een AOP-perceel redelijk stabiel is gebleven (+0,1% t.o.v. 2015), maar wel een ferme 140.600 euro per hectare bedraagt over alle appellaties heen. AOP staat tussen haakjes voor ‘Appellation d'Origine Protégée’ en is het officiële kwaliteitslabel voor appellaties in Frankrijk voor wijn.

Bubbels dalen

Wel verrassend: de wijngaarden in Champagne werden het voorbije jaar iets goedkoper, want elders stegen de prijzen wél met gemiddeld +3,8%. Champagne registreert immers een terugval met -2,6%, of concreet een daling met circa 30.000 euro/hectare.

Een daling die ook te verwachten was, want tussen 1993 en 2015 verviervoudigde de prijs per hectare in dit bubbelkoninkrijk. Als dan de thuismarkt of het Verenigd Koninkrijk tijdelijk wat minder champagne invoeren of consumeren, reflecteert zich dat onmiddellijk in de prijskaartjes voor de percelen in deze regio.

Maar alvorens u victorie kraait en uw bankdirecteur een mail stuurt “Direct kopen!”, moet u wel weten dat vorig jaar één hectare in het kernland van Champagne opliep tot 1.113.500 euro per hectare.

De zon lokt

In sommige regio’s wordt deze prijszetting ook sterk beïnvloed door de (gesubsidieerde) rooicampagnes. Zo verdwenen er in de Languedoc-Roussillon tussen 2009 en 2016 dik 40.000 hectare wijngaard. Gevolg: de prijs voor de resterende percelen steeg er gemiddeld met +18% in die periode.

Uiteraard betekenen deze globale cijfers niet dat er nergens koopjes te doen zijn.

Wie immers niet valt voor een AOP-wijngaard, dus een geografisch minder hoog aangeschreven herkomstbenaming accepteert, moet beduidend minder diep in zijn/haar portefeuille tasten: daar ligt het gemiddelde voor één hectare rond de 13.400 euro, wat toch neerkomt op een stijging met +2,2%.

Vaak gaat het daarbij om percelen in Zuid-Frankrijk, dus wie een excuus zoekt om geregeld de zon op te zoeken…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 28 mei 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijnpatriotisme in de Languedoc-Roussillon

Belgen hebben een liefdesrelatie met de Languedoc-Roussillon, echt wel het Franse epicentrum waar op wijngebied veel gebeurt.

Maar de kracht van deze regio - zijn diversiteit qua subappellaties, wijnstijlen, druiven en terroirs - vormt meteen ook het knelpunt. De versnippering van appellaties blijkt vaak verwarrend voor de eindconsument.

Zeker in het bos van IGP’s (Indication Géograpihque Protégée, kortweg IGP, de beschermde geografische aanduiding) lopen velen verloren. Bovendien is er de Spaanse concurrentie - vaak zonder geografische aanduiding - die veel van deze producenten het vuur aan de schenen legt., vooral dan in de Franse grootdistributie. En aangezien dit serieuze commerciële consequenties heeft, proberen sommige IGP’s te fuseren om met vereende krachten de strijd tegen o.a. deze Spaanse flesseninvasie aan te gaan.

Samen onder één dak

Zo ontstond recent de IGP ‘Terres du Midi’, een fusie tussen vier IGP’s uit de Languedoc-Roussillon. In casu: drie departementele IGP’s uit de Hérault, Gard en l’Aude, plus de regionale IGP Côtes Catalanes. Samen theoretisch goed voor jaarlijks circa 1,5 miljoen hectoliter.

Na een dikke twee jaar onderhandeling tussen alle betrokkenen, werd medio mei echter ook een overkoepelend syndicaat voor ‘Terre du Midi’ opgericht.

Dat syndicaat zal voortaan de belangen behartigen van wat een familie zeer betaalbare regionale assemblage- en instapwijnen uit de Languedoc-Roussillon moet worden, kwalitatief onder de beter aangeschreven IGP Pays d’Oc. Dat kunnen we o.a. afleiden uit het lastencahier: waar voor een Pays D’Oc de maximumopbrengst op 90 hl/ha geplafonneerd is, mag ‘Terre du Midi’ straks tot een toch zeer hoog rendement van 120 hl/ha klimmen.

De exacte modaliteiten worden nu nog uitgewerkt, maar waarschijnlijk zullen de deelnemende domeinen en coops wel hun druivenrassen vermelden op het etiket en eventueel zelfs hun origine nog iets verder verduidelijken, bijvoorbeeld als Terres du Midi-Aude, Terre du Midi-Gard et cetera.

We zullen er in de Belgische rekken echter nog niet direct iets van merken, want het is de bedoeling dat ‘Terre Du Midi’ pas met de oogst 2017 op het label verschijnt.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 26 mei 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Brexit-koorts stijgt in wijnkringen

BrexitDe nervositeit rond Brexit neemt toe onder wijnproducenten- en exporteurs. De negatieve impact voor de Europese wijnindustrie door een voortdurende tarievenoorlog blijkt voor velen immers een gevreesd scenario.

Op een recent seminarie, georganiseerd tijdens de London Wine Fair, werd dan ook getracht alle neuzen in dezelfde richting te krijgen. En het toverwoord luidt: lobbyen.

Want ook al wacht ons op politiek vlak waarschijnlijk een slopende veldslag tussen het Verenigd Koninkrijk en continentaal Europa, lopen de belangen van de wijnhandel in Groot-Brittannië en hun Europese confraters heel parallel.

We mogen bijvoorbeeld niet vergeten dat het Verenigd Koninkrijk momenteel de tweede grootste markt ter wereld is qua wijnimport, zowel qua waarde als qua volume. Het VK voerde vorig jaar circa 1,8 miljard flessen in, goed voor een omzetcijfer van 3,2 miljoen euro.

Verder bestaat er economisch een haast perfect evenwicht tussen enerzijds de waarde van door de EU richting het VK geïmporteerde wijn, en anderzijds de export van Britse spirits richting het continent. Een argument dat de WSTA (Wine and Spirit Trade Association, de belangenorganisatie in het VK) al meerdere keren op tafel heeft gelegd bij de Britse regering: in de markt van wijn en distillaten zou in de komende deal een status-quo moeten nagestreefd worden. Of: er mag niets veranderen, zo luidt de strategie.

Wedden op twee paarden

Een standpunt dat wel unaniem door de deelnemers – Britse én continentale Europeanen uit de wijnbusiness en hun belangengroepen zoals Spirits Europe of het CEEV – werd gedeeld, maar dat in zekere zin utopisch lijkt. Want een zachte Brexit-overgang, met een lange aanpassingsperiode voor de bedrijven aan de nieuwe set reglementeringen, wordt steeds minder waarschijnlijk.

Toch was de teneur tijdens het seminarie duidelijk: we moeten als wijnprofessionelen uit één mond spreken. En langs welke kant van het kanaal ook bij de respectievelijke regeringen lobbyen voor een status-quo in de wijnhandel, dus zonder extra of extreme tarieven en invoerdrempels, bovendien met een voldoende lange overgangsperiode.

Een boodschap die vooral goed ontvangen wordt in Frankrijk en waar o.a. Jean-Marie Barillère, voorzitter van het CNIV (Comité National des Interprofessions des vins d’appellations d’origine), zich 100% achter schaart.

Maar Britten zouden geen Britten zijn als ze ondertussen niet op twee paarden wedden of alles laten afhangen van de Europese loyauteit in de sector. De WSTA wil daarom ook versneld nieuwe markten en allianties aanboren.

Met name de Britse regering moet de vrijhandel bevorderen met wijnproducerende landen die géén lid zijn van de Europese Unie. Er zou vooral een ‘modern wijncontract’ moeten onderhandeld worden met leden uit de World Wine Trade Group, waarvan de VS, Zuid-Afrika, Chili, Argentinië, Nieuw-Zeeland en Canada deel uit maken.

Op die manier wil Groot-Brittannië niet alleen de export van de eigen wijnproductie garanderen, maar in de toekomst ook uitgroeien tot dé commerciële draaischijf voor wijn uit de Nieuwe-Wereld die ‘tariefloos’ op Britse bodem aankomt, en dan van daaruit richting de Europese Unie wordt geëxporteerd.

En zo blijft dan het VK voor decennia dé hoofdrolspeler in de Europese wijnhandel, Brexit of geen Brexit.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 6 mei 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

60.000 tot 120.000 euro voor 1 hectare Etna

Shutterstock_508720339Dat de Siciliaanse wijnbouw momenteel boomt, is een feit. Gedaan met alleen maar rode alcoholbommen of zware bianco’s: fraîcheur en moderner fruit zijn nu eerder de teneur, dan uitzondering.

Een unieke positie in dit wijnlandschap nemen de wijnen van de subappellatie ‘Etna’ in. Lichter qua kleurspiegel en eleganter qua fruitfactor, uiteraard door hun locatie voorzien van een mineraliteit die soms uitmuntend blijkt.

Maar wat ik me daarbij wel afvraag: staan nu soms alle flanken van deze vulkaan reeds van a tot z beplant met druiven, bijna tot aan de krater? Want geen week gaat voorbij of er wordt wel een nieuw label, een extra cuvée of zelfs een gloednieuwe wijngaard gelanceerd.

Het Gaja-effect

Dat de Etna voor wijnmakers, letterlijk en figuurlijk, ‘hot’ is, bewijst de komst van Angelo Gaja, de man die vooral Barbaresco op de wereldkaart zette. Gaja heeft nu, in een fiftyfifty partnership met Alberto Graci – één van de Etna-wijniconen –, een wijngaard van 21 hectare gekocht op de zuidzijde van de Etna, in de gemeente Biancavilla. Reeds 15 hectare daarvan staan beplant met Nerello Mascalese-druiven.

Het voorlopig nog naamloze project werd alvast op Sicilië warm onthaald. Daar is men er immers rotsvast van overtuigd dat door de komst van de legendarische Gaja en zijn renommee, ook de reputatie van Etna-wijnen – én de prijskaartjes voor druiven én cuvées – de hoogte zullen ingaan. En dat nieuwe investeerders gelokt zullen worden.

Dat Gaja op deze zuidwestelijke flank investeert is logisch, want de noordflank is reeds totaal uitverkocht. Bovendien is het zuidwesten ook historisch altijd van belang geweest voor de druivencultuur, omdat de trossen daar blijkbaar makkelijker rijpen.

Niet dat een wijngaard in deze locatie momenteel een koopje blijkt. Eén hectare kost er circa 60.000 euro, wat wel de helft is van dezelfde oppervlakte in het noorden (ca. 120.000 euro), maar toch nog steeds een fors bedrag voor een vulkaancuvée.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 28 april 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Smurfwijn focust nu op Uncle Sam

Eerst was blauwe wijn voor velen een 'sensatie', vervolgens zeker een hype, maar naarmate steeds meer critici dit smurfenwijntype kapot schreven en zelfs ook wetgevers – zoals in Spanje – blauwe cuvées verboden om zich nog langer als 'wijn' te presenteren, doofde het succes ervan in Europa uit.

Nadat de firma de Europese kritiek probeerde te pareren en juridisch opgesmukt terug op de markt kwam, leek de lucht al uit deze hype gestroomd.

Test het maar eens uit in onze Belgische horeca: nergens zal er een blauwe wijn op de kaart staan, zelfs niet in trendy bars. Want ook al houdt de producent bij hoog en laag vast aan het 'natuurlijke en organische' karakter van deze cuvée, blijft het toch een feit dat de kleur niet exclusief van de druivenpel komt, maar door toevoeging van een plant-gebaseerd ingrediënt, en dat de wijn zelf een mix is van rood en wit.

Heiligschennis in zuivere wijntermen.

Einde verhaal?

Maar Gik, het van origine Spaanse moederbedrijf dat - laten we dit niet vergeten! - deze blauwe wijn toch met het nodige succes in 25 landen lanceerde, richt nu de pijlen op een misschien inderdaad veel lucratievere markt dan de Europese unie, namelijk: de Verenigde Staten.

De laatste dagen kunnen Amerikanen – ik zie de enthousiaste beau monde van Los Angeles, NYC en San Francisco al in de rijt staan voor deze laatste trend – immers inloggen op de site https://bluewine.us/ om pre-orders te plaatsen voor de Turquoise wijn.

Zij zullen daar $16 per individuele fles, of $124 per karton, moeten neertellen. Alhoewel er nu ook volop reclame gemaakt wordt voor een set van 3 flessen tegen $36, inclusief free shipping.

Ik heb geen kristallen bol, maar ik voorspel dat na een enorme hype die in de VS 1 à 2 jaar duurt, we daarna niets meer zullen horen van deze vloeibare 'smurf'. Eenvoudigweg omdat de (Amerikaanse) nieuwlichters dan weer in de ban zijn van the next big thing, terwijl de echte wijnliefhebber dit soort producten liever niet in zijn/haar glas ontmoet wegens niet authentiek genoeg.

Het was 'mooi' zolang het duurde.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 10 april 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Laat Europa bordeaux vallen?

BordeauxKurkDat Bordeaux niet langer dé onaantastbare norm- en trendsetter is op wijngebied zoals één of twee generaties geleden, dat weerspiegelen de statistieken al een tijdje.

De signalen zijn inderdaad duidelijk. De primeurcampagnes verlopen al jaren moeizamer, de globale concurrentie is vooral in het betaalbare segment bikkelhard en de meest interessante groeicategorieën van consumenten – de leeftijdsgroep 20 à 30 jaar én vrouwelijke wijndrinkers – moeten écht permanent overtuigd worden dat Bordeaux ook toegankelijke moderne wijnen levert i.p.v. oubollige of overdreven dure cru's.

Heel het media-imago van de Bordelais wordt bovendien bepaald door pakweg 200 grands cru's die vaak megawinsten realiseren, terwijl duizenden kleinschalige domeinen financieel het water aan de lippen hebben staan.

Stabiele export

Maar ondanks al deze pijnpunten, blijkt uit de recente statistieken dat de export van bordeaux vorig jaar nagenoeg stabiel bleef.

Bordeaux exporteerde in 2016 circa 2 miljoen hectoliter wijn (equivalent van 270 miljoen flessen). Daarmee is deze appellatiecluster goed voor 17% van de totale Franse wijnuitvoer qua volume en zelfs 36% qua waarde.

Maar binnen dit op het eerste gezicht nog bevredigend plaatje is er toch sprake van verschuivingen. Zo kalft de impact van bordeauxwijn af op de Europese markten, maar wordt deze daling de laatste jaren wel gecompenseerd door de dorstige Chinezen en Amerikanen.

De Europese Unie is in volume nog amper goed voor 35% van de bordeaux-export (95 miljoen flessen of -10%; in waarde 462 miljoen euro of -16%), terwijl de niet-EU markten 65% voor hun rekening nemen, of omgerekend 176 miljoen flessen (+6%) voor een waarde van 1,3 miljard euro (+3%).

Bordeaux moet het tegenwoordig commercieel vooral hebben van een handvol sleutelmarkten volgens de recente studie van le Conseil Interprofessionnel du Vin de Bordeaux (CIVB).

China Reddende Engel

China is de grootste afzetmarkt sedert 2015, zowel in volume (74 miljoen flessen) als in waarde (322 miljoen euro). Toch kost circa een derde van de naar China uitgevoerde bordeaux minder dan 3 euro/liter (= exportprijs). Hongkong is op zijn beurt vooral de hub voor duurdere kwaliteitscru's, maar staat eveneens op nummer 7 qua volume.

Andere spectaculaire groeier is de VSA staat op de derde plek qua volume, én waarde waarbij het leeuwendeel van de wijnen tussen de 4,5 en 9 euro/liter kost (= exportprijs). Vorig jaar voerden de Amerikanen voor 196 miljoen euro bordeaux in. Vraag is natuurlijk hoe Trump deze stijgende interesse in bordeaux de komende jaren zal beïnvloeden door o.a. extra taksen.

Helemaal anders is het gesteld met de Europese sterkhouder van weleer, het Verenigd Koninkrijk. Het land staat nog steeds op positie 4 op deze exporthitparade, zowel in volume als waarde, maar de markt is wel erg grillig geworden sedert de financiële crisis van 2008/2009. Qua volume boerde het VK immers -10% achteruit en in waarde zelfs -26%. Bovendien is de toekomst heel onzeker nu de Brexit in gang werd gezet.

België boven?

En dan is er België: ondanks onze smurfenschaal vormen we nog steeds een loyale focusmarkt voor Bordeaux, met onze 2de plaats qua volume en 6de plaats in waarde. Daarmee zijn we weer de grootste Europese afzetmarkt qua volume.

Toch brokkelt deze loyaliteit zoals bij al onze Europese partners verder af, want qua volume gingen we 10% achteruit en in waarde 8%.

Ons land importeerde vorig jaar immers circa 190.000 hectoliter of 25 miljoen flessen bordeauxwijn met een marktwaarde rond de 100 miljoen euro. Maar voor het CIVB en andere belangengroepen en promotiediensten wordt het toch boksen tegen de competitie.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 29 maart 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Cava flirt met Veneto

FreixenetHet gezegde ‘hou je vrienden dichtbij en je vijanden nog dichterbij’ is blijkbaar ook doorgedrongen bij de cava-producenten.

En niet het eerste het beste mini-merk dit keer, want megabubbelspeler Freixenet lanceerde op de voorbije beurs ProWein meteen een nieuwigheid: de portfolio werd immers uitgebreid met een Prosecco DOC en zelfs een cuvée Conegliano Valdobbiadene Prosecco DOC, allebei verpakt in flessen die Boheems reliëfkristal en luxe suggereren.

Beide cuvées worden geproduceerd onder hoede van Freixenet door de coöperatieve La Marca. Einde vorig jaar werden deze flessen reeds in primeur geschonken tijdens de TFWA World Exhibition in Cannes, maar vanaf nu zullen beide bubbels vooral in onafhankelijke online-winkels en Duty-Free Shops in Europa worden aangeboden met een prijskaartje rond de 12 euro.

Is dit nu de toekomst? Financieel voldoende krachtige holdings die daarom zelfs de potentiële concurrentie op eigen terrein wil verslaan?

De motivering voor deze stap is immers duidelijk. Alleen al in de zo cruciale afzetmarkt van het Verenigd Koninkrijk kromp in 2016, voor het tweede jaar op rij, de verkoop van Freixenet onder druk van de steeds populairdere Prosecco. En tevens onder invloed van de nefaste discount-politiek die over het Kanaal gehanteerd wordt, zeker in de grootdistributie.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 10 februari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Organisch van A tot Z

CavaKurkMisschien is het u ontgaan, zelfs als u tot de meest fanatieke believers van de biologische wijnkerk behoort, maar Europa - en meer bepaald Spanje - bezit wel een primeur: de eerste 100% pure organische appellatie.

Eventjes nadenken waar en wie? Het is namelijk een schisma in de cava-productie die tot dit resultaat leidde, in casu de Calataanse DO Clàssic Penedès.

Weg van de massaproductie

In 2014 braken immers een aantal producenten uit de cava-koepel, gestimuleerd door de lokale eco-paus Albet i Noya, omdat ze zich niet langer konden vereenzelvigen met de soms belabberde kwaliteit van deze populaire Spaanse bubbels. Want door het enorme exportsucces werd de spoeling ook steeds dunner en dunner, zodat er – zelfs op onze Belgische markt – cava's in de rekken belandden waarvan de basisfactuur (vinificatie, fles, botteling, etikettering, dus de blote aankoopprijs) inferieur werden aan alle bijkomende kosten (transport, winstmarge, accijnzen, eco-kosten,…). De inhoud werd soms ondergeschikt aan de uitmonstering en het imago. Dus kwamen steeds meer producenten in het geweer tegen deze nivellering richting bas de gamme.

De nieuwe subappellatie Clàssic Penedès bleek evenwel toch meer dan een stelletje dwarsliggers of dikkenekken-bodega's. Zo was één van de belangrijkste condities om tot deze nieuwe club toe te treden de vereiste om gecertificeerd organische wijn te produceren. Zonder deze certificatie en een kelderrijping van minimaal 15 maanden kunnen de (aspirant)leden immers nooit het label van de DO Clàssic Penedès dragen.

Met andere woorden: dit is de eerste unisono appellatie op Europese bodem, zij het dat het natuurlijk om een voorlopig nog klein clubje draait. Want momenteel zijn er slechts 15 bodega’s die de DO belichamen. Bodega's waarvan een aantal ook bij ons vlot te koop zijn: Albet i Noya, Bonans, Castell de Pujades, Celler Can Morral del Moli, Celler Grapissó, Celler Puig Romeu, Cellers AT Roca, Clos Lentiscus, Colet, Loxarel, Mas Bertran, Mas Comtal, Mas dels Clavers Can Gallego, Miquel Jané en Torre del Veguer.

Loont het?

Dubbele hamvraag blijft.

Eén: wanneer krijgen deze 15 pioniers eindelijk meer sympathisanten die ook hun buik vol hebben van de platvloerse en banale cava's, zodat deze DO geen (weliswaar boeiend) randfenomeen blijft in de cava-commercie?

En twee: valt deze organische origine en druivencultuur ook effectief te proeven in het glas? Met andere woorden, is de toegevoegde waarde - en de soms hogere prijsvork - van deze certificatie in een ‘mousseproces’ essentieel? Ik denk dat we de komende weken en maanden dringend een aantal vergelijkende degustaties moeten organiseren om hierop een antwoord te vinden.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 30 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Latour op de organische toer

LatourDat steeds meer domeinen, zelfs in de Bordelais, zich profileren als biologische of organische producent, is geen toeval. Een bio-imago kan tegenwoordig immers een flinke commerciële bonus betekenen, ook al wordt er reeds jaren zo natuurlijk mogelijk gewerkt. Maar perceptie is een sterk wapen in de wijnhandel.

Cruciaal in deze perceptie of een wijnstreek/appellatie als ‘natuurlijk’ wordt bekeken, is het feit dat er een aantal voortrekkers met naam en faam actief zijn.

Daarom is het voor een als traditioneel gepercipieerd wijngebied als Bordeaux zo belangrijk dat het legendarische Château Latour (Premier Grand Cru Classé Pauillac) zich deze dagen out als ‘organisch wijndomein’.

In 2018 gelukt?

Deze onbetwiste topper uit het klassieke klassement van 1855 produceert jaarlijks drie verschillende cuvées. De ‘grand Vin’ is het Château Latour waarvoor, zeker uit oudere millésimes, fortuinen worden voor neergeteld en waarvan het overlevingsparcours meerdere decennia overspant. Een gespierd Cabernet Sauvignon-beest dat in recente oogsten tussen de 900 à 1.400 euro wordt verhandeld. Het druivenmateriaal ervoor komt dan ook uit het historische ‘Enclos’ van 45 hectare, met zicht op de Gironde, waar de rijping optimaal gebeurt.

Als tweede wijn is er het label ‘Les Forts de Latour’ (samengesteld uit de jongere stokken die nog niet de grand vin-status verdienen) en de derde wijn gaat als ‘gewone’ Pauillac onder kurk, met dito lager prijskaartje natuurlijk.

De conversie richting organische wijncultuur draait nu integraal rond deze historische 45 hectare van het Enclos, prestigeperceel dat wel bijna de helft van het totale domein van 88 hectare beslaat.

Het conversieproces werd al in 2015 opgestart en aangezien de certificatie ten vroegste pas na drie jaar wordt toegekend, betekent het dat we moeten wachten tot de oogst 2018 alvorens we de eerste ‘organische’ Château Latour kunnen kopen.

Minder is meer

Wat er vooral verandert bij Latour nu ze de organische kaart trekken?

Voortaan worden uitsluitend koper en zwavel, in combinatie met diverse plantinfusies, ingezet om ziekten in de wingerd te bestrijden. Ook insecticiden worden taboe en vervangen door de techniek van seksuele verwarring, waardoor de voortplantingscyclus van bepaalde schadelijke insecten verstoord wordt. En natuurlijk worden geen onkruidverdelgers meer gebruikt en zal exclusief organische mest alle kunstmest vervangen.

Mijn vraag is echter: zullen we dat straks ook proeven in het eindproduct? Ik denk het niet, aangezien Château Latour ook voor deze organische conversie nu niet meteen een chemische veelgebruiker was die zijn cliënteel ‘vergiftigde’.

Maar dat het marketingverhaal er rond als zoete broodjes verkoopt, illustreert verdorie zelfs deze column…

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 14 januari 2017 door Wijntijd Reacties | Reageren

Armworstelen voor de Chinese wijnfan

ChinawijnDat China de 5de belangrijkste wijnmarkt is op wereldniveau – en nog steeds met rode stip stijgend – maakt veel wijnproductielanden en individuele domeinen hypernerveus. Iedereen wil immers een deel van deze groeiende taart, want we mogen niet vergeten dat er tegen 2020 naar schatting zeker 32 miljoen (koopkrachtige) Chinezen bijkomen die wettelijk wijn mogen drinken en dus ongetwijfeld zullen kopen. Een natte droom voor elke wijnmaker- en importeur.

Maar als Europa traditioneel het grootste stuk van deze wijntaart wil opeisen, zullen er toch extra inspanningen nodig zijn. Want de Aussies liggen al jaren op de loer en kunnen ondertussen schitterende exportcijfers voorleggen richting Mainland China, ten koste vooral van de Franse wijnindustrie.

Waar tot enkele jaren geleden de dure Franse cru’s uit met name Bordeaux en Bourgogne de goed bij kas zittende Chinese wijnkopers fascineerde, is deze ‘mood’ omgedraaid. Tijdens de primeurronde in Bordeaux voor de grands crus classés hebben de Chinezen de laatste oogsten hun kat gestuurd. Of hun eerdere bestellingen geannuleerd. Zelfs de nouveaux riches in China hebben in het snuitje dat de prijskaartjes van bepaalde Franse cultwijnen buiten proportie zijn.

Europa in de tang

En ondertussen zijn er steeds meer kapers op de kust, zeker in het redelijk geprijsde wijnsegment. Ook uit Europa, want Italiaanse bubbels en Spaanse wijnen maken commercieel in China serieuze sprongen, alhoewel het vooral de Australiërs zijn die met het leeuwendeel gaan lopen.

Zo zag de Australische wijnindustrie vorig jaar haar exportaandeel van medium-geprijsde wijnen in China met maar liefst 51% groeien.

Trend die nog eens gestimuleerd wordt door de Chinese overheid, die de tarieven voor Australische wijnimport aan versneld tempo afbouwt via het recente bilaterale vrijhandelsakkoord. Zo zou het tarief voor Aussie-wijnimport in 2018 teruggeschroefd worden tot slechts 2,8%, om in 2019 zelfs tot zero terug te vallen.

Hello Europe, are you listening?

Frank Van der Auwera

Onze blogs

Meer