Soms kan beleggen echt eenvoudig zijn. Tenminste voor die beleggers die een aandeel zoeken dat ze pakweg op hun 20ste kunnen kopen en vervolgens tot hun pensioen ergens in een lade stoppen. De ‘buy & hold’-belegger zeg maar. Die bedreigde beleggerssoort die geregeld zijn eigen doodsberichten in de financiële pagina’s moet lezen. We durven echter, geheel naïef, hopen dat te midden van alle speculatieve koorts wereldwijd toch nog een vijftal van die ultralangetermijnbeleggers overblijven.
Op die lange termijn zijn verrassend veel van de best renderende beleggingen bedrijven waar families de plak zwaaien. Maakt niet uit of ze Buffett, Colruyt, Boël, Janssen, Solvay of Bekaert heten. Dankzij die familiale verankering gaat de langetermijnstrategie tussen alle modetrends in de beurswereld nooit verloren. En worden strategische beslissingen minutieus gewikt en gewogen.
De families boven Solvay lieten zich voor de verkoop van de farmatak allerminst door ‘de markt’ opjagen en zullen evenmin overhaast te werk gaan bij de besteding van de berg cash. En de reputatie van Colruyt als de zowat meest bewonderde supermarktketen van Europa is intussen genoegzaam bekend. Sinds de beursgang begin 1977 leverde de groep de aandeelhouders van het eerste uur een rendement, inclusief nettodividenden, van 16.265,1 procent op. Goed voor een spectaculaire gemiddelde jaarlijkse return van 16,7 procent. Niemand doet beter. Of toch?
Wat ‘number crunchen’ levert een verrassend resultaat op. De Brusselse beurs herbergt nog een familiebedrijf met een trackrecord om u tegen te zeggen. En wel in het landelijke Lembeke, diep in het Meetjesland. De familie Boone trok met de koekjesbakker eind 1988 - toen nog als Corona-Lotus - naar de beurs.
Dik 22 jaar later legt Lotus een indrukwekkend beursparcours voor, met een rendement van 1.220,7 procent inclusief nettodividenden. Oftewel 18,8 procent per jaar. Dus klopt de Lembeekse Colruyt de Halse versie, zij het over een kortere periode. Opmerkelijk is wel dat de beurscarrière er een in twee snelheden was. Op een euforische start na - ‘De beurskoers verbaast ons ook. Wij vinden die te hoog’, waarschuwde Karel Boone in 1989 zelfs letterlijk - was de koekjesbakker tot eind 2003 niet echt een gouden belegging met een gemiddeld jaarlijkse rendement van 5,9 procent. De ‘turbo’ kwam er echter in de periode vanaf 2004: een uitgekiende merkenstrategie en slimme overnames leverden een jaarlijkse return van 36 procent op.
Uitgekiend is ook de herstructurering van het familiaal aandeelhouderschap die Lotus deze week ontvouwde. Een deal waar je al een stevige rekenmachine voor nodig hebt. En vooral een deal die een deel van de intussen uitgebreide familie toelaat zijn aandelen op termijn vlotter te verkopen, zonder dat de rest van de familie de controle uit handen moet geven. En dus zonder dat het Meetjesland zich veel moet aantrekken van de modegrillen op die verre Brusselse beurs.
:
Laatste reacties