De kleur van geld
Komt mevrouw Blinde Euforie opnieuw achter het hoekje kijken? In minder dan drie maanden tijd steeg de Bel20-index met 35 procent. Dat is een gemiddeld rendement van 3 procent per week - dividenden niét meegeteld. Aandelen van banken en kleinere bedrijven verveelvoudigden zelfs, zonder aanwijsbare reden. Na zoveel beursmiserie begint een mens zowaar alweer schuimpjes van irrationele exuberantie te zien (lang geleden dat we die term nog eens konden gebruiken).
'Alweer zijn de beleggers bang', fluisterde een beursbons me toe tijdens een receptie. 'Ditmaal zijn ze niet bang dat hun aandelen naar 0 gaan suizen. Neen, ze zijn bang dat andere aandelen fors gaan stijgen. Ze zijn bang de trein te missen.' 'Tsk tsk tsk, die beleggers toch', zei ik tegen de beursbons. Ik rolde met de ogen, om goed te benadrukken dat het toch patékes zijn, die beleggers. Zakenrecepties, ik begin zowaar te weten wat daar van mij verwacht wordt.
Over de irrationaliteit van beleggers heb ik al massa's columns geschreven - en ik ben bijlange niet alleen. Het is nu eenmaal fun om de kluns in de belegger met enkele gênante voorbeelden in de verf te zetten. Ik heb enkele straffe anekdotes van onbegrensde klunzigheid voor u opgesnord. Ik zal er in een van mijn volgende columns een 'best of' van geven. U mag me altijd helpen door zelf waargebeurde spectaculair verkeerde beursinschattingen op de website te plaatsen.
In zijn zeer lezenswaardige recente boek 'Panic' legt de gevierde financieel auteur Michael Lewis het mechanisme achter zulke scheefgroeiingen uit aan de hand van een verzonnen voorbeeld. Stel dat twee soorten dollarbiljetten worden uitgegeven: rode en blauwe dollars. Na vijf jaar mag de houder ze inwisselen in de bekende groene dollars (de 'greenbacks'), tegen de pariteitskoers van 1 rode of 1 blauwe in ruil voor 1 groene. Gedurende die periode mogen de anderskleurige dollars niet worden uitgegeven voor consumptiedoeleinden.
Na een poos stijgen de rode dollars tot 1,05 dollar en zakken de blauwe dollars tot 95 dollarcent, simpelweg omdat rood als kleur in die periode beter in de markt ligt dan blauw. Wat zou een rationeel belegger als u dan doen? Natuurlijk: de blauwe kopen en de rode verkopen. Ieder weldenkend mens zou dat doen. In theorie zullen de koersen dus snel terug naar 1 convergeren.
Dat zal allemaal wel, op voorwaarde dat de andere beleggers hun cool behouden. In tijden van paniek gelden echter totaal andere wetten. Dan redeneert men niet: 'Hela, hier is een 'gratis maaltijd', want die blauwe dollar is in 2014 precies 1 groene dollar waard!', maar men redeneert: 'Hola, dit is niet normaal: een dollar waarvan iedereen moet weten dat die een greenback waard is, is plots maar 95 cent waard. Daar is stront aan de knikker!' Dus in plaats van de blauwe dollar te gaan kopen, gaat men snel zijn blauwe dollars verkopen. Op die manier kan die zakken tot 70, 50 of 30 cent. Voor de nuchtere belegger wordt de opportuniteit dus zienderogen groter. Maar dan moet hij wel de rit tot 2014 zonder levensbedreigende verliezen kunnen uitzitten. In de praktijk blijkt dat laatste niet vanzelfsprekend. En zo kom je in de bizarre beursrealiteit waarin de nuchterste der beleggers uiteindelijk met de zwaarste kater zit.
Lewis vertelt aan de hand van zijn kleurrijke dollars de oorzaak van de ondergang van het legendarische hefboomfonds LTCM in 1998. Die beheerders waren eigenlijk superslimme beleggers, maar ze waren veel te nuchter - ze ontbeerden emotionele intelligentie. Ze leenden forse bedragen om te beleggen in tijdelijke koersverschillen van activa die in theorie evenveel waard moesten zijn. Helaas voor hen werden die koersverschillen eerst nog veel véél véél groter. De logische terugkeer naar normale koersniveaus gebeurde pas na hun val.
Deze parabel is van toepassing op elke vorm van overdrijving. Het geldt voor de nuchtere beleggers die in de loop van 2008 aandelen kochten die nadien nog veel goedkoper werden. En het geldt voor die nuchtere bankiers die ultrazware verliezen moeten slikken op tal van financiële producten die vandaag uiterst goedkoop zijn omdat niemand er een eurocent voor wil betalen.
Een belegger mag dus niet te nuchter zijn, luidt de logische conclusie. Ik zal snel mijn wijnvriend Jos nog eens gaan bezoeken.
http://www.youtube.com/watch?v=FjVg9zXuG24&feature=related
Een interessant idee om de crisis aan te pakken van Van Rossem..
Reactie van Fietsbel | 5 juni 2009 om 12:47
De ik is een lastige vorm.
Rechtuit ik is als krom.
Ik! Begin jij, die ik ben, met ik, is
Mijnheerke ikke en de rest mag stikke?
“Ik ga” wordt “ga!”
“Ik voel” wordt “het is!”
“Ik denk dus ik ben.” wordt
“Denk en leef!” (...dommerik)
Laat me ik en niet onverdraagzaam
Laat dan ik, en me geen tiran worden
Wat wordt trouw geofferd in zelf,
Als ik, niet heeft bestaan?
LB
Zo, dit geschreven hebbende en dus kwijt:
Als een belegger voel ik me goed in het vel van een kluns, een belegger kan eigenlijk nooit meer zijn dan een kluns. Ik ben van mening dat zelf als een belegger gelijk heeft, hij ongelijk heeft en als hij ongelijk heeft hij gelijk heeft. Met andere woorden de realiteit doet zich altijd anders voor dan zoals je haar had voorgesteld of zelf had kunnen voorstellen. Keer op keer merk ik hoe ik de werkelijkheid van de beurs slechts voor een fractie 'juist' heb kunnen benaderen, tenzij achteraf. En achteraf zie ik tot verstomming hoe diezelfde werkelijkheid keer op keer anders wordt bekeken of uitgelegd. Het idee van gelijk vloeit voort uit het feit dat je handelingen, in dit geval beleggen, je voordeel hebben gebracht of nadeel hebben gebracht. Als belegger betekent dat winst respectievelijk verlies.
Hetgeen ik me goed, beter dan andere beursgebeurtenissen herinner, is de beurscrash uit 1987. Sinds 1982 stegen de beurzen, na jaren van beursellende. In 1987 werd ik gewaarschuwd voor een crash en ik volgde dat standpunt. Ik leek (in feite steelsgewijs) het juist geraden te hebben. Maar ik geloofde niet in een herstel zoals die daarna zou voordoen en heb dat standpunt volgehouden tot 1992, ondanks een V-vormig herstel. Toch vond ik toen dat er genoeg redenen waren om niet te geloven in een vlot herstel van de beurzen. Er was nog eerst de junkbond crisis bijvoorbeeld en dan de sluipende crash van de Japanse beurs. Ondanks het feit dat zowel de economie als de beurs telkens data brachten van herstel, kon ik ze niet aanvaarden om mijn standpunt te herzien of zoals je wilt mijn ongelijk toegeven. Vandaag vind ik nog altijd dat er niet echt van een ongelijk kan gesproken worden, al mistte ik zogezegd een koerswinst.
Ik voel me nu in precies dezelfde situatie. Ik heb de crash niet zien aankomen. Sinds eind 2007 bouwde ik wel stelselmatig mijn portefeuille af, waardoor ik in september 2008 wel het gevoel had van gelijk. (Lees hier niet uit dat ik geen verliezen heb geleden) Eenmaal de crash zich voltrok en zich verder zette voelde ik me zwaar pessimistisch worden over de beurs en over de gezondheid van de economie. In het begin was volgens mij geen sprake mogelijk van een vergelijking met de crash van 1987. Maar die vergelijking voel ik nu wel zwaar doorwegen. In 1987 zakte de beurs van Japan nauwelijks, in tegenstelling met de Amerikaanse, ze steeg zelf krachtig verder en trokken ( of misschien juister, daarop leek het) de westerse beurzen zich daaraan op. De analogie, maar nu met de BRIC landen in plaats van Japan valt toch op, vind ik (Wat herstel betreft, want deze beurzen hebben in 1988 wel een zware terugval gekend). Dat bedrijven (ik ben nu wel vergeten welke) toen, in 1988 andere bedrijven begonnen over te nemen, sloeg bij mij in als een bom. Het was zoals ik later zou vinden 'het' voorteken van herstel. Ook vandaag vind ik dat de stijging van de aandelen in maart vooraf zijn gegaan door bedrijven die andere overnamen (biotech). Ook nu klonk het nieuws van overname erg buitenaards gezien het sentiment op dat moment. Toch ondanks die herinnering van vergelijk ben ik niet in staat afstand te doen van mijn opvatting dat de westerse beurzen hun bodem nog niet hebben bereikt en nog veel, veel lager zullen gaan dan in februari 2009. Zoals ik me meen te herinneren begon het herstel eveneens in maart van het volgend jaar, zijnde 1988. In Mei-Juni zou nog eventjes de hoop worden opgeflakkerd dat het pessimisme weleens terecht zou zijn om ze dan definitief in de zomer te zien wegkwijnen in spijt geen long positie te hebben ingenomen. Ik hield die stelling vol tot en met 1992.
Evenmin vandaag: ondanks mijn ervaring en herinneringen uit 1987 kan ik niet afstappen van het idee dat deze economie (Westerse) in een nog veel zwaardere crisis zal belanden. Als dat niet klunzig is. Het goede nieuws is wel als het niet gebeurt ik me gelukkig (wat deze kwestie over de crisis betreft) zal achten.
Mocht je me tegenkomen en vragen;'Wat zal de beurs doen, denk je?' zou ik vol overtuiging antwoorden dat ze verder zal stijgen. En hoe dat komt, heeft Zanna uitgelegd in een vorig artikel. :-). Innerlijk hoop ik dat dit niet komt omdat Zanna een vrouw is en wou ik dat mannen eens dergelijke artikels schreven. :-{). Maar door al die kennis voel ik me pas echt klunzig.
Reactie van Jacinto | 4 juni 2009 om 6:10
@BenVB. Dat fotooke is van het internet geplukt hoor. Cliché: business women. In realiteit is Zanna een overweight zestigjarige met een behaarde bovenlip.
Als de column maar goed is he?
Reactie van walter | 4 juni 2009 om 11:30
Geachte mevrouw,
Is het de bril die het doet en/of de vakkundige oogschmink, in elk geval is jouw foto een van de meest in het oog springende en intigerende die ik ooit gezien heb, zeker in combinatie met uw sprankelende blog.
Twintig jaar jonger zou ik meer willen/durven schrijven, maar, zoals een confrater mij ooit zei, 'als ik iets begin met een veel jongere meid, hou mij dan tegen'.
Mvg,
Reactie van Ben Van Bruystegem | 4 juni 2009 om 9:46