Vroege vogels vinden vetste wormen
Als u een beetje een ‘ancien’ bent van De Tijd, dan kent u me al 46 maanden en circa 180 columns lang. En dan weet u onderhand wel dat ik een vrolijk en levenslustig meisje ben. En dat ik de toekomst doorgaans rozig tegemoetzie. En dat ik het echt moeilijk heb om sombere financieel-economische voorspellingen te doen.
Ook vandaag krijg ik het alweer niet over mijn hart tegen aandelen en voor cash te preken, ook al weet ik ook wel dat de werkloosheid nog toeneemt, dat de rentetarieven niet eeuwig laag zullen blijven, dat van de wereldwijde schuldenbergen maar enkele heuveltjes weggewerkt zijn, dat de overheden weinig geld en veel schulden hebben, dat Griekenland in de puree zit. Ik weet, kortom, dat de financieel-economische wereld nog altijd danig labiel is. Maar precies dat sterkt mijn optimisme.
Ik verklaar me nader, anders ben ik u kwijt. Weet u het nog dat ik het in september 2007 had over de deugd van een ‘voorgerampte’ beurs? Na een flinke crash is er minder kans op een crash dan na jarenlang hausseplezier. Beleggers lijden immers aan rampbijziendheid. Ze beginnen te denken dat bomen tot in de hemel groeien en worden roekeloos. De schandalig onderschatte econoom Hyman Minsky maakte er de pijler van zijn academische carrière van. ‘Stabiliteit legt onvermijdelijk de kiemen van instabiliteit.’ Dat was in het oude Rome al zo, en op de beurs geldt dat om de haverklap. Maar nu is mijn vraag: geldt het omgekeerde ook? Legt instabiliteit de kiemen van stabiliteit?
Ik durf te geloven van wel. Maatschappijen evolueren in cycli. Wanneer wordt vertrokken vanuit het dieptepunt van de instabiele fase, is het dus logisch dat de trend richting stabiliteit koerst - om uiteindelijk terug te vallen in instabiliteit.
De huidige trend lijkt richting stabiliteit te koersen. Je merkt het aan zowat alles. Aan het toegenomen vertrouwen en de hogere risicoappetijt van de belegger, en aan de manier waarop kapitaalvragers daarop inspelen. Het verhaal is telkens weer hetzelfde: na het dieptepunt trekken de koersen weer aan (ja!). Vervolgens trekt die prille hausse nieuwe beleggers aan. Een evenwicht nadert. De waarderingen zijn niet langer enkel behaaglijk voor bodemvissers, ze weten stilaan ook potentiële aandelenverkopers te behagen.
Jagers beseffen dat de prijzen van hun prooien nu nog redelijk zijn. En de eerste beursintroducties steken de kop op. Want laat dat duidelijk zijn: bedrijven zullen pas naar de beurs gaan als de beurs ontvankelijk is. En laat ook dit doordringen: in de eerste fase van de ontvankelijkheid van de beurs zijn de inschrijvingsprijzen voor de belegger in regel redelijk.
Dat alles anders gezegd: de vroege vogel vindt de vetste worm.
Laatste reacties op onze blogs