januari 2010

Mr. Market heeft een nieuwe thuis! Voortaan vindt u zijn column elke zaterdag op Bear&Bull. Uw reacties zijn natuurlijk nog steeds even welkom.

Geplaatst op 26 januari 2010 door Zanna op zaterdag 3 reacties | Reageren

Vroege vogels vinden vetste wormen

ZannaAls u een beetje een ‘ancien’ bent van De Tijd, dan kent u me al 46 maanden en circa 180 columns lang. En dan weet u onderhand wel dat ik een vrolijk en levenslustig meisje ben. En dat ik de toekomst doorgaans rozig tegemoetzie. En dat ik het echt moeilijk heb om sombere financieel-economische voorspellingen te doen.

Ook vandaag krijg ik het alweer niet over mijn hart tegen aandelen en voor cash te preken, ook al weet ik ook wel dat de werkloosheid nog toeneemt, dat de rentetarieven niet eeuwig laag zullen blijven, dat van de wereldwijde schuldenbergen maar enkele heuveltjes weggewerkt zijn, dat de overheden weinig geld en veel schulden hebben, dat Griekenland in de puree zit. Ik weet, kortom, dat de financieel-economische wereld nog altijd danig labiel is. Maar precies dat sterkt mijn optimisme.

Ik verklaar me nader, anders ben ik u kwijt. Weet u het nog dat ik het in september 2007 had over de deugd van een ‘voorgerampte’ beurs? Na een flinke crash is er minder kans op een crash dan na jarenlang hausseplezier. Beleggers lijden immers aan rampbijziendheid. Ze beginnen te denken dat bomen tot in de hemel groeien en worden roekeloos. De schandalig onderschatte econoom Hyman Minsky maakte er de pijler van zijn academische carrière van. ‘Stabiliteit legt onvermijdelijk de kiemen van instabiliteit.’ Dat was in het oude Rome al zo, en op de beurs geldt dat om de haverklap. Maar nu is mijn vraag: geldt het omgekeerde ook? Legt instabiliteit de kiemen van stabiliteit?

Ik durf te geloven van wel. Maatschappijen evolueren in cycli. Wanneer wordt vertrokken vanuit het dieptepunt van de instabiele fase, is het dus logisch dat de trend richting stabiliteit koerst - om uiteindelijk terug te vallen in instabiliteit.

De huidige trend lijkt richting stabiliteit te koersen. Je merkt het aan zowat alles. Aan het toegenomen vertrouwen en de hogere risicoappetijt van de belegger, en aan de manier waarop kapitaalvragers daarop inspelen. Het verhaal is telkens weer hetzelfde: na het dieptepunt trekken de koersen weer aan (ja!). Vervolgens trekt die prille hausse nieuwe beleggers aan. Een evenwicht nadert. De waarderingen zijn niet langer enkel behaaglijk voor bodemvissers, ze weten stilaan ook potentiële aandelenverkopers te behagen.

Jagers beseffen dat de prijzen van hun prooien nu nog redelijk zijn. En de eerste beursintroducties steken de kop op. Want laat dat duidelijk zijn: bedrijven zullen pas naar de beurs gaan als de beurs ontvankelijk is. En laat ook dit doordringen: in de eerste fase van de ontvankelijkheid van de beurs zijn de inschrijvingsprijzen voor de belegger in regel redelijk.

Dat alles anders gezegd: de vroege vogel vindt de vetste worm.

Geplaatst op 17 januari 2010 door Zanna op zaterdag 1 reacties | Reageren

Nouriel en Elaine

MrmarketVoorwaar schokkend nieuws deze week in uw krant. Dr. Doom is niet meer. Tenminste, hij is wedergeboren als Dr. Realist. We hebben het natuurlijk over Nouriel Roubini. De New York University-econoom voorspelde in 2006 en 2007 de kredietcrisis maar predikte toen in de woestijn. Toen de kredietzeepbel uiteenspatte, hing iedereen plots aan zijn lippen. ‘Doordat ik gelijk heb gekregen moet ik vooral meer werken dan vroeger’, zei hij tijdens een korte doortocht in Brussel, ergens tussen Amsterdam en Londen in. En wat bleek? Roubini heeft zijn doemscenario’s opgeborgen. Hij voorspelt ‘maar’ een milde groeivertraging later dit jaar als basisscenario. En een snel herstel in V-vorm acht hij zelfs even waarschijnlijk als een nieuwe recessie. In dit tempo mogen we Roubini tegen de zomer ‘Dr. Boom’ noemen.

Het is met beursstrategen als met dinosaurussen: wie zich niet aanpast, is gedoemd uit te sterven. De vorige Dr. Doom deed het Roubini voor. Salomon Brothers-hoofdeconoom Henry Kaufman joeg in de late jaren 70 beleggers de stuipen op het lijf met zijn gitzwarte (maar correcte) visies. In augustus 1982, toen Wall Street op sterven na dood leek, voorspelde Kaufman plots dat het dieptepunt achter de rug lag. Het bleek het begin van een boom van bijna 20 jaar.

Andere strategen bleken niet zo flexibel. Ze teerden lang op één goed getimede ‘call’. En herhaalden dat trucje tot vervelens toe, als een vinylplaat die hapert. Tot ze van gevierde goeroes tot schertsfiguren degradeerden. Wie kent nog Joe Granville? Die voorspelde de beurscrisis van 1974. Maar bleef vervolgens in de jaren 80 en 90 in volle boom voor een ‘nakende crash’ waarschuwen. Zijn website The Granville Letter oogt nu intriest. ‘Joe Granville’s Latest Show: October 30, 2005’ staat ergens te lezen, naast een foto die minstens 20 jaar geleden genomen is.

Robert Prechter teerde ook te lang op zijn goed getimede waarschuwing net voor de crash van 1987. Net als Elaine Garzarelli. In de late jaren 80 was zij met die goede ‘call’ en haar flamboyante stijl de meest gevierde beursstrateeg. Een Lehman Brothers-stratege die haar beste beentje voorzet in reclames voor kousenbroeken, orthodox was het niet. En ze genoot begin 1994 van een in de media uitgesmeerde ‘cat fight’, toen ze met Lehman-hoofdstratege Katherine Hensel in de clinch ging. Lehman koos in oktober van dat jaar Hensel boven Garzarelli, die na de ene goede call te veel missers sloeg. Ruim 15 jaar later rest ‘Go-Go Garz’ een wat schimmige en pocherige website. Maar dat is nog altijd een betere prestatie dan haar voormalige werkgever.

Geplaatst op 9 januari 2010 door Zanna op zaterdag 3 reacties | Reageren

Open einde

Zanna'2009: een annus horribilis’, hoor ik her en der toeteren. Op de beurs was het nochtans goed toeven. Mijn return: 42 procent. Goed hè? Toegegeven, met deze sprong voorwaarts heb ik mijn verliezen van 2008 nog lang niet terug.

Voorts verbleekt mijn winst bij wat David Tepper in 2009 bij elkaar wist te verdienen. Tepper, een gezette kalende vijftiger uit de VS, mocht als eigenaar van een succesvol hedge fund 2,5 miljard dollar op zijn persoonlijke rekening bijschrijven. Dat is zowat 1,7 miljard euro. Hoeveel is dat nu weer in frank? Doe gerust de omzetting, beste lezer, en laat uw maag eens goed keren.

Hoe deed-ie het? Tepper is een expert in falende bedrijven en speciale situaties. Geen wonder dus dat hij zich in maart 2009 in zijn sas voelde. Giganten als Citigroup en Bank of America stevenden in ijltempo af op een dramatisch faillissement. Althans, dat dachten de meesten. Tepper niet. Hij redeneerde dat de overheid zich geen tweede Lehman zou veroorloven. Voor een appel en een ei kocht hij massaal aandelen van de lelijk gevallen grootbanken. ‘Ik voelde mij erg alleen. Niemand kocht. Er was zelfs niemand die een prijs bood’, getuigde Tepper achteraf.

Het leven is aan de durvers , jaja. Maar, don’t try this at home. Tepper was al dollarmiljardair voor 2009, dankzij een uitzonderlijke beleggerscarrière van 15 jaar. Die man is dus een speciaal geval met ultradiepe zakken. Die kan zich ‘een folieke’ veroorloven. Vergeet niet dat voor elke Tepper honderden anderen met even riskante transacties hun hele hebben en houden verliezen.

Tepper slaagde waar anderen faalden, dankzij een combinatie van geluk, doorzicht en een gigantische dosis lef. Chapeau! Maar mogen wij hem die monsterwinsten zomaar gunnen? Als we Teppers bijdrage tot de algemene welvaart als maatstaf nemen, is zijn 2,5 miljard duidelijk meer gerechtvaardigd dan een duizendmaal kleinere bonus voor een bankier die zijn bedrijf naar de haaien hielp door gretig deel te nemen aan de ratrace van winstbejag en hybris. Tepper-de-klepper kocht toen de banken écht kopers nodig hadden.

Maar een heiligverklaring hoeft nu ook weer niet. Of die nu economisch te rechtvaardigen is of niet, een jaarverloning van 1,7 miljard euro is gewoon pervers. Geen enkel lid van de mensheid mag zo’n bedrag in zijn eentje verdienen. Oké, Tepper doet wel aan liefdadigheid, maar dan wel op zijn Teppers. De man die naar verluidt de koperen teelballen op zijn bureau (bah!) dagelijks aait voor goed geluk (bah!) gaf bijvoorbeeld 55 miljoen dollar (wisselgeld voor hem) aan de universiteit van Carnegie Mellon - op voorwaarde dat de naam veranderde in David Tepper School of Business (bah!).

Maar ik wijk af. Ik wilde het deze week eigenlijk hebben over de Zanna Award voor de Verborgen Beursparel. Die gaat dit jaar naar

Geplaatst op 6 januari 2010 door Raphael Cockx 0 reacties | Reageren

Het Nyrstar van 2010

Nyrstar is hét aandeel van 2009, met een rendement van 281 procent en dus bijna een verviervoudiging van de beurskoers. Het moet een van de spectaculairste verrijzenissen uit de recente Brusselse beursgeschiedenis zijn. De zinkspecialist trok eind 2007 naar de beurs en verloor tijdens zijn eerste beursjaar als 'Nyrstakker' prompt 85 procent van zijn beurswaarde.

Uiteraard profiteerde Nyrstar deels van de wereldwijde heropstanding van de grondstoffensector. Maar de belangrijkste factor in 2009 was ongetwijfeld Roland Junck. De 54-jarige Luxemburger volgde in januari de Australiër Paul Fowler op aan de top van de Nyrstar. En het moet geleden zijn van 2002 dat een wissel aan de bedrijfstop zo'n beursimpact had. Toen volgde de Amerikaan John Brock de Canadees Hugo Powell op aan het hoofd van de brouwer Interbrew. Powell was zo gehaat in de beurswereld in het algemeen en de Londense City in het bijzonder, dat de beurswaarde van Interbrew bij de aankondiging van de wissel aan de top met 720 miljoen euro steeg.

Ook Juncks voorganger Fowler was niet bepaald geliefd in beurskringen, onder meer door op zijn zachtst gezegd onhandige communicatie. Dat de Australiër analisten als 'een bende idioten' omschreef, was ook niet van aard Nyrstar geliefd te maken. Junck veranderde, net als destijds Brock bij Interbrew, in één trek het beleggerssentiment rond het aandeel. Hij zette het mes in de kosten en verraste met een drastische strategiewijziging: onder zijn aansturen ging Nyrstar in 2009 ondergronds. Van een pure zinkverwerker moet de groep een geïntegreerde grondstoffenproducent worden die zink uit eigen mijnen toelevert.

Junck, een ArcelorMittal-veteraan, blijkt ook een opvallend nuchtere bedrijfsleider. In een interview met De Tijd zette hij de Chinese joint ventures op de schop, terwijl de rest van de wereld kickt op 'all things Chinese'. China mag dan al beloftevol zijn, het past niet in het plaatje dat Junck voor ogen heeft. 'Het is zoals met kunst. Als je van moderne kunst houdt, en je zit met enkele oude Vlaamse Primitieven die je hebt geërfd van je grootouders, dan ga je ook kijken naar wat de beste manier is om ze te verkopen', klonk het.

Het is uitkijken welk bedrijf het Nyrstar van 2010 kan worden. Er zijn alvast twee kandidaten. Twee grote namen uit de Belgische industrie die betere dagen gekend hebben, krijgen een nieuwe topman. Bij Tessenderlo Chemie volgde gisteren Frank Coenen Gérard Marchand op. En bij Recticel geeft Luc Vansteenkiste op 1 april de fakkel door aan Olivier Chapelle. Benieuwd of die nieuwe bezems even schoon vegen als Junck in 2009.

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer