februari 2010

Mr. Market heeft een nieuwe thuis! Voortaan vindt u zijn column elke zaterdag op Bear&Bull. Uw reacties zijn natuurlijk nog steeds even welkom.

Geplaatst op 21 februari 2010 door Zanna op zaterdag 3 reacties | Reageren

In the long run...

Zanna‘Wat is mijn schuld, beste man?’, vraagt de joviale professor in het bijzijn van de kinderen. De kleermaker antwoordt: ‘Wel, het bedrag wordt al zo lang jaarlijks verdubbeld, ziet u. 2.000 pond is dat geworden, heer professor. En ik denk dat ik het geld nu wil.’

‘Ach, is het dat maar?’ De professor voelt in zijn binnenzak, alsof hij daar altijd minstens 2.000 pond steken heeft. ‘Maar zou je niet nog een jaar wachten op een nieuwe verdubbeling? 4.000 pond! Stel je voor hoe rijk je zou zijn!’ De kleermaker stamelt: ‘Dat is inderdaad een enorm bedrag. Wel, met uw goedvinden wacht ik nog een jaar. Goeiedag!’ Blijgemutst stapt de kleermaker buiten.

‘Papa, gaat u die kleermaker eigenlijk ooit betalen?’, vraagt Sylvie. ‘Nooit, mijn kind!’, lacht de professor. ‘Hij zal het bedrag voortdurend willen verdubbelen tot hij sterft. Zie je, het is altijd de moeite een jaar langer te wachten om twee keer zoveel geld te krijgen.’

Mooi verhaal, niet? Een link met de beurs is snel gelegd. Hebzuchtige beleggers die almaar meer willen en te laat hun winsten veiligstellen, u kent dat wel. Maar dat afgezaagde verband wilde ik helemaal niet leggen. Er is een andere link: John Maynard Keynes.

Keynes diste dit verhaaltje - een fragment uit de novelle ‘Sylvie and Bruno’ van Lewis Carroll - op in zijn geestig essay uit 1930: ‘Economic Possibilities for our Grandchildren’.

U zal zich afvragen waarom ik dat essay deze week (her-)las. Omdat ik de voorbije dagen net iets vaker dan me lief is te horen kreeg dat er geen geld meer zal zijn voor mijn oude dag. Ik heb het alvast in mijn levenskalender genoteerd: werken tot 2041 of misschien wel 2044. Bedankt hoor, mama en papa en oma en opa. Maar ach, het zij zo. Zaniken helpt niet. Gelukkig werk ik nu nog graag.

Toch wilde ik nog eens nagaan hoe ver de grote Keynes de bal missloeg in zijn essay over mijn generatie. Oordeelt u zelf. Hij schreef: ‘In the long run…’

En nu denkt u ongetwijfeld dat deze quote eindigt met: ‘…we are all dead’, nietwaar? Fout! Keynes maakte die overbekende opmerking wel, maar dat was in 1923. Hij trok toen van leer tegen theoretici en beleidsmensen die steevast susten dat het op de duur wel zou goedkomen met de economie, dankzij haar zogenaamde zelfregulerende karakter. Hier sloeg hij de bal juist.

De voorspelling uit zijn essay van 1930 luidt: ‘In the long run, mankind is solving its economic problem.’ Dat is ongeveer de meest optimistische voorspelling die een mens kan maken. En dat in 1930, toen de wereld in de greep was van beurscrashes, recessies en een, dixit Keynes, ‘pijnlijke aanval van economisch pessimisme.’ Dat klinkt actueel. De tegendraadse Keynes deelde dat pessimisme niet. ‘Wat we voelen, zijn groeipijnen. De technologische efficiëntie is veel sneller toegenomen dan we op de arbeidsmarkt konden opvangen.’ Ook dat klinkt actueel. ‘Wat betekent dat nu voor onze kleinkinderen?’, vroeg Keynes zich dan af.

Zijn antwoord, het antwoord van een van de slimste mensen van de 20ste eeuw, luidt als volgt. Keynes’ kleinkinderen, wij dus, leven vandaag allemaal in het aards paradijs. Alleen degenen die niet zonder taken of verplichtingen kunnen, werken nog . Maar niet meer dan 15 uur per week. De anderen, die weten hoe te genieten in plaats van te streven, mogen voltijds genieten. Geld is geen probleem, rekende Keynes voor. De wet van de samengestelde intrest zorgt er wel voor dat iedereen ruim voldoende heeft. U kent die wet wel: als er periodiek een som bij de hoofdsom wordt bijgeteld, groeit die hoofdsom exponentieel aan tot een immens bedrag. Yeah right.

Ik werk veel meer dan 15 uur per week. Nochtans weet ik hoe ik moet genieten in plaats van te streven. Keynes’ voorspelling klopt dus van geen kanten. Is het niet opmerkelijk dat de man die de ‘dierlijke instincten’ van de beleggende mens meesterlijk onder de aandacht bracht de hele menselijkheid zo spectaculair overschat heeft? Hoe is het mogelijk dat iemand die in 1919 een nieuwe wereldoorlog vreesde in ‘The Economic Consequences of the Peace’ er elf jaar later maar van uitging dat de mens zichzelf niet meer in de miserie zou brengen door zijn machtswellust en hebzucht? Jongens, toch.

Hoe dan ook, van een ding ben ik zeker: in the long run zit ik nog steeds braafjes achter mijn bureau.

Geplaatst op 13 februari 2010 door Raphael Cockx 1 reacties | Reageren

Karl Otto

Mrmarket‘Het toekomstige Europese monetaire systeem is te belangrijk om het slachtoffer te worden van een compromis - zeker één van de luie variant. Waar we hier over praten, is niets minder dan de vervanging van onze Deutsche Mark door een Europese munt en de transfer van substantiële bevoegdheden van de Bundesbank naar een eengemaakte Europese centrale bank.’ Die quote tekende het weekblad Stern op sinterklaasdag 1990 op bij Karl Otto Pöhl, die van 1980 tot 1991 voorzitter was van de Bundesbank.

Pöhl voelde al nattigheid een jaar voor het verdrag van Maastricht, waar de Europese politici de muntunie en de euro op de rails zetten. Maastricht werd inderdaad een ‘lui compromis’ en het resultaat zien we nu met de weinig flatterende Europese aanpak van de Griekse crisis.

Op de Amerikaan Paul Volcker na is Pöhl de beste centrale bankier van de voorbije decennia. Hij voerde in de vroege jaren 80 ook samen met Volcker een keiharde maar succesvolle strijd tegen inflatie en legde zo mee de basis voor twee voorspoedige economische decennia. In de jaren 80 was Pöhl voor veel Duitsers de ‘vleesgeworden Deutschmark’: een symbool van prijsdiscipline met nultolerantie voor inflatie of welke muntontwaarding dan ook. Het was Pöhl die in de late jaren 80, initieel tegen de zin van de Fransen, eiste dat de toekomstige Europese Centrale Bank geschapen zou worden naar het beeld van de legendarisch onafhankelijke Bundesbank.

Pöhl waarschuwde in februari 2009 voor de Griekse schuldencrisis. In een interview met Sky News zei hij dat de Europese toezichthouders lessen moesten trekken uit twee jaar financiële crisis door lidstaten te verbieden schulden te hoog te laten oplopen. ‘We hebben de Maastrichtlimiet dat een begrotingstekort maximaal 3 procent van het bruto binnenlands product mag zijn. Maar niemand volgt de regels nog. De regels moeten scherper’, klonk het toen.

Pöhl zal niet alleen de Griekse schuldencrisis hoofdschuddend gevolgd hebben. Ook het bizarre voorstel van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) om de inflatiedoelstelling van 2 tot 4 procent op te trekken, vindt in zijn ogen ongetwijfeld geen genade. Ik weet ook niet wat ze daar in Washington tegenwoordig roken, maar het IMF-voorstel is een miskleun. Het is een mythe te denken dat centraal bankiers of politici inflatie kunnen ‘doseren’. Je laat inflatie even ‘los’ en voor je het weet zit je in stagflatie, de hatelijke combinatie van lage groei en hoge inflatie. Pöhl verwoordde het bij zijn aantreden als Bundesbank-voorzitter in 1980 perfect: ‘Inflatie is als tandpasta. Eenmaal eruit, krijg je het er niet meer terug in. Dus kun je maar beter niet te hard op de tube duwen.’

Geplaatst op 8 februari 2010 door Zanna op zaterdag 2 reacties | Reageren

Tempel van windmakers

ZannaErik is een echte vent. Een man van de echte wereld, die van bakstenen en cement. Zet Erik een helm op, trek hem laarzen aan en laat hem rondploeteren op containerterminals, chemiesites of in elektriciteitscentrales, en hij geniet. Maar spreek hem vooral niet over consultants of bankiers. ‘Een bouwvakker, die creëert’, betoogt hij dan. ‘Een chemiebedrijf creëert. Maar wat creëert een bankier, behalve een vette bonus voor zichzelf?’ En mijn passie voor de beurs deelt hij allerminst. ‘De beurs? Dat is de tempel van de windmakers!’ Erik, vreselijk en vreselijk charmant, is mijn collega.

Erik mag over bankiers denken wat hij wil. Maar het steekt dat hij de kleine belegger aanvalt. Hij valt immers mij aan. ‘Beleggers: idioten zijn het’, raast hij. ‘Als een belegger koopt, is er altijd een andere belegger die verkoopt tegen dezelfde prijs. En allebei denken ze dat ze een slimme zet gedaan hebben. Op basis van wat? Non-informatie. Ruis. En wat creëren zij, Zanna?’

Ik tracht Erik uit te leggen dat de beurs een financieringsinstrument is voor bedrijven die met dat kapitaal aan de slag kunnen om waarde te creëren. ‘Een beurstransactie op zich creëert geen reële waarde, neen. Het is veeleer een gevolg. Bedrijven evolueren, creëren of vernietigen waarde en op basis daarvan kopen of verkopen beleggers hun aandelen’, hoor ik mezelf poneren, donderdag, terwijl de beurskoersen naar beneden donderen. Erik hoort me geamuseerd aan en tuurt naar de bloedrode Tijd-website: ‘Zie dat gaan’, triomfeert hij. En fijntjes: ‘Ben je zeker, Zanna, dat de beleggers op dit eigenste moment de reële waarde van de bedrijven inschatten en op basis daarvan aan het verkopen zijn?’

‘Jamaar’, stamel ik. Wat kan ik anders doen in die situatie? ‘Jamaar, ik spreek over normale tijden. Als angst en hebzucht overheersen, heeft de waardecreatie of -vernietiging op de beurs inderdaad niets te maken met de reële waarde. Zie je? Het wordt in regel zelfs erger. Op den duur beginnen zelfversterkende effecten te spelen. Fondsen die aandelen móéten verkopen omdat hun klanten hun deelbewijzen verkopen. Producten die aldus ontworpen zijn dat de beheerder verkoopt bij dalende koersen. Alom toegepaste strategieën die risico afbouwen, dus aandelen verkopen, als de nervositeit stijgt. Dus, Erik, als de koersduik aanhoudt, stijgt de kans dat de koersduik zal aanhouden. Dat heeft niets meer met de reële waarde van de bedrijven te maken, maar het kan de reële waarde wel beïnvloeden. En dan hebben we het niet meer louter over ruis en windmakers, snap je?...’ Erik verlost me lachend uit mijn uitzichtloze monoloog: ‘Hou je mooie mondje maar. Ik zie je niet graag sukkelen.’

Wat haat ik die man.

Geplaatst op 1 februari 2010 door Zanna op zaterdag 5 reacties | Reageren

Zwarte dozen

MrmarketBij het binnenrijden van Brussel vermijd ik ’s morgens de Leopold II-tunnel. Niet zozeer omdat dat ongeveer de meest deprimerende plek is om stapvoets de hoofdstad binnen te schuiven. Wel omdat ik ondergronds niet meer naar BBC World kan luisteren. Het rustgevende Oxford-Engels hoor je kristalhelder op 648 kHz op de middengolf. Een must is hun ‘Business Daily’. De essentie van het economische nieuws, samengebald in 20 minuten radiojournalistiek van de bovenste plank.

De voorbije weken kwamen twee beleggers die ik erg kan smaken, hun ‘Chinaverhaal’ doen. Eerst legde topbeheerder Anthony Bolton uit waarom hij naar Hongkong verhuist, kwestie van midden het Chinese groeiverhaal te zitten.

Een heel andere teneur woensdagochtend, met de notoire Amerikaanse hedgie en baissespeculant Jim Chanos als centrale gast. Die haalde begin dit jaar de krantenkoppen met de slagzin dat China zal zijn ‘zoals Dubai, maar dan 1.000 keer erger’. Chanos gaf toe dat dat een boutade is. Maar hij handhaafde de essentie van zijn betoog. Hij zit ‘short’ op China omdat de kredietzeepbel er ‘enorm’ is.

Chanos maakte naam met een andere zeepbel: Enron. Als een van de eersten merkte hij in 2000 dat er ongerijmdheden zaten in de balans van de Texaanse energiegigant. Zoals een droevig lage kasstroom, ondanks de monsterwinsten. Of bizarre ‘related party transactions’. Soit, Enron was een zwarte doos, die elk kwartaal een winstgroei van zo’n 15 procent genereerde. Dat kwam omdat Enron-managers een nettowinstcijfer bedachten dat Wall Street kon plezieren en vervolgens de lijntjes hoger op de resultatenrekening waar nodig masseerden.

In essentie stelt Chanos dat ook China zo’n zwarte doos is. En het moet gezegd, de groeicijfers zijn ook bijna akelig consistent. De mandarijnen in Peking hebben ook een eigen manier om hun bbp te rapporteren (zie www.stats.gov.cn/english). Alle andere landen lijsten de vier grote componenten op (gezins- en overheidsconsumptie, bedrijfsinvesteringen en netto-uitvoer), China serveert data à la carte. Volgens Chanos ‘beslist’ Peking dat de bbp-groei rond 9 procent moet liggen en wordt heel het economische apparaat daarop ingezet. Voor dezelfde 9 procent groei moet Peking volgens hem steeds meer kapitaal inzetten, tot er een overaanbod aan infrastructuur dreigt. ‘Een beetje als de Sovjet-Unie in de jaren 60’, klinkt het verontrust. Chanos zegt niet dat de statistieken niet accuraat zijn, maar noemt ze wel misleidend.

China is een verhaal van believers (Bolton) en disbelievers (Chanos). Ik ben er niet uit. Als ‘voorzichtige beer’ neig ik naar Chanos, omdat regel nummer één in beleggen is dat je niet in een zwarte doos belegt. Maar ik hou ook de opmerking van New York Times-columnist Thomas Friedman in het achterhoofd: ‘Ik zou niet short gaan in een land dat over 2.400 miljard dollar reserves beschikt.’

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer