april 2010

Mr. Market heeft een nieuwe thuis! Voortaan vindt u zijn column elke zaterdag op Bear&Bull. Uw reacties zijn natuurlijk nog steeds even welkom.

Geplaatst op 30 april 2010 door Raphael Cockx 13 reacties | Reageren

Schuld en oorzaak

Zanna‘Dag lezer. Ik heet Zanna. Ik ben 30 jaar. Ik studeerde psychologie en ik heb een zwak voor de beurs.’ Ziedaar de aanzet van mijn eerste column van precies vier jaar geleden. Vandaag, een 200-tal columns verder en vier lange jaren ouder, heb ik nog steeds een zwak voor de beurs. Helaas heb ik er hoe langer hoe minder tijd voor.

Dat was ook de bonzen van De Tijd opgevallen. Ze nodigden me uit op de redactie. ‘Zanna, het zit zo’, zeiden ze. ‘Onze lezers beginnen te merken dat je minder met beleggen bezig bent. En sowieso, Zanna, kijk. Een columnist heeft een beperkte houdbaarheidsdatum, behalve indien die columnist uitzonderlijk goed is. En jouw houdbaarheidsdatum is overschreden. Voilà. Maar schrijf gerust nog een column, hoor, Zanna. Nog eentje. Koffie?’ Ik stribbelde nog tegen: ‘Net nu de psychologie pas echt doorbreekt in beursland...’, maar hun aandacht was weg: ook Alexander De Croo liep op de redactie rond. Vijf minuten later stond ik buiten.

Uw aandacht heb ik nog, beste lezer. Ik zal dan ook hier mijn laatste verhaal over beurs en psychologie afmaken. George Loewenstein, een Amerikaans vorser met een erg lelijke snor, vermoedde al lang geleden dat een mens bij zijn aankoopbeslissing niet denkt aan ‘nutsmaximalisatie’. De goesting om te kopen is groter dan de rede. En die goesting stoelt op de anticipatie op een positief gevolg. Waarom boeken we maanden op voorhand onze vakantie? Om er lekker lang naartoe te leven. En om nog plaats te hebben, dat ook.

Loewenstein is tevens een van de grondleggers van het nog jonge wetenschapsdomein van de ‘neuro-economie’. Via hersenscans onderzoekt hij hoe de beleggende mens denkt. Een van zijn interessantste bevindingen is dat we veel last, zelfs pijn ervaren bij het uitgeven van geld (mijn vriend dient zich nu te onthouden van commentaar!). De al honderden jaren gangbare theorie dat economische beslissingen een afweging zijn van onmiddellijk tegenover uitgesteld plezier (nu consumeren of sparen voor later?) is dus larie, stelt Loewenstein. Waar het om gaat in onze hersenen, is de veldslag tussen onmiddellijk plezier bij het kopen en onmiddellijke pijn bij het uitgeven van geld.

En het wordt nog interessanter. Wist u dat cash betalen onze hersenen meer pijnigt dan betalen via een kredietkaart? Loewenstein kon het wetenschappelijk aantonen. En beseft u wel ten volle wat die vaststelling betekent? Niets minder dan de definitieve opheldering van de hoofdoorzaak voor onze wereldwijde grote miserie, beste lezer. Die oorzaak is de enorme schuldenberg, van de Amerikaanse huizenbezitters, de banken en bedrijven, van de Grieken en zowat alle westerse overheden, en van ons. Maar dat wisten we al. De oorzaak voor de schuldenberg weten we bij deze: schulden aangaan doet minder pijn dan cash uitgeven.

Ziezo. Het grote geheim is ontsluierd. Ik kan in vrede stoppen.

Geplaatst op 24 april 2010 door Raphael Cockx 1 reacties | Reageren

Gesofisticeerde sof

Had u er al van gehoord? Van de synthetische CDO? Ik wed van niet. Dat is geen schande. Ook op de redactie van De Tijd krabden de meeste journalisten zich in het haar toen de SEC, de Amerikaanse beurswaakhond, Goldman Sachs aanklaagde voor fraude met het synthetische broertje van de gewone CDO.

Ter herinnering: CDO staat voor collateralised debt obligation. Of in mensentaal: een obligatie met een verzameling leningen als onderliggende waarde. Wie belegt in een CDO, kan op geregelde tijdstippen op een mooie coupon rekenen. Als de ontleners trouw hun leningen afbetalen tenminste. Als dat niet gebeurt, krijg je problemen. Of de grootste financiële crisis sinds de jaren 30, als miljoenen schuldenaars op hetzelfde moment in de problemen komen.

Met de synthetische CDO gingen de financiële whizzkids nog een stapje verder. Zo’n ding is niet gevuld met leningen, maar met credit default swaps. Dat zijn in wezen verzekeringsproducten waarmee beleggers zich kunnen indekken tegen wanbetaling op een obligatie. Maar in een synthetische CDO toveren bankiers ze prompt om in instrumenten om de prestatie van een bestaande kredietportefeuille na te bootsen.

Volgt u nog? Juist. In de aanloop naar de kredietcrisis werden bankiers dermate enthousiast dat de pot met te herverpakken leningen leeg raakte. Waarop ze de synthetische CDO uitvonden. Die kon makkelijk worden gevuld met CDS’en, zonder dat daarvoor nieuwe leningen nodig waren. Het grote voordeel: de verkoopmachine bleef draaien. Het nadeel: met de synthetische CDO werd de markt voor afgeleide producten nog ondoorzichtiger dan hij al was. En ettelijke malen groter.

‘Onze producten waren bedoeld voor gesofisticeerde beleggers’, verdedigde Goldman Sachs zich tegen de aanklacht van de SEC. Met andere woorden: IKB en ABN AMRO, de banken die het zwaarst getroffen werden in de gewraakte deal, hadden maar beter moeten nadenken. Goldman Sachs heeft deels gelijk. IKB en ABN AMRO waren waaghalzen die ook zonder het duwtje van Goldman tegen de vlakte zouden zijn gegaan.

Maar tegelijkertijd doet de Goldman-zaak de vraag rijzen welke belegger dan wel gesofisticeerd genoeg is voor de synthetische CDO. Of zou het toeval zijn dat we deze week bij KBC niemand aan de lijn kregen die ons haarfijn kon uitleggen hoe zo’n financieel product in elkaar steekt? En dat terwijl de bank in 2007 bijna 1 miljard euro aan CDO’s, waarvan het merendeel synthetisch, in de markt zette. Trouwens, net deze week kregen bankiers voor het eerst sinds lang opnieuw miljoenen euro’s aan CDO’s geplaatst. Zijn de gesofisticeerde beleggers terug van weggeweest?

Geplaatst op 17 april 2010 door Raphael Cockx 4 reacties | Reageren

De massa volgt

Zanna‘Dag Zanna, hoe gaat het met je?’, vroegen minstens drie collega’s vanochtend. Ze vragen dat elke dag. Anderen ook. Het is die simpele goedbedoelde meest gestelde vraag ter wereld. Het antwoord is al even simpel: ‘Goed. En met jou?’

Maar, vraag ik me eerlijk af, gaat het wel goed? Ik wil u hier niet lastigvallen met mijn persoonlijke gemoedstoestand - een zonovergoten terrasje is daar een betere plek voor. Ook de economische toestand baart me zorgen. Het is duidelijk dat de Griekse problemen niet van de baan zijn en niet tot de Griekse grenzen beperkt zullen blijven. Het is overigens een typevoorbeeld van een wereldwijd probleem. De overheden zitten tot over hun oren in de schulden, terwijl het tegenwoordig toch handig zou zijn als ze wat ruimte zouden hebben voor economische stimulering.

Tegen de huidige hyperlage rentes zijn die torenhoge schulden nog enigszins behapbaar. Maar hoe lang nog alvorens de rentetarieven wereldwijd fors beginnen te stijgen? We kennen allemaal de wet van vraag en aanbod. Ik zie een toenemende vraag naar geld om al die fenomenale begrotingstekorten te financieren. En ik zie een afnemend aanbod van geld, want dat heeft te maken met het teruggelopen welvaartspeil. Wat gebeurt er als de vraag groter is dan het aanbod? Juist: de prijs zal stijgen. En wat is de prijs van geld? Juist: de rente. En wat als de rente stijgt? Juist: investeren in groei wordt duurder. En wat als de investeringen teruglopen? Juist: de economieën versmachten. En wat als...?

En net toen ik in mijn typisch voorjaarsdipje zo zat te lamenteren, titelde de Bear & Bull Blog van De Tijd donderdag: ‘Tijd voor ongebreideld optimisme?’ En titelde Tim Bond, een knappe beursstrateeg van Barclays Capital: ‘Boom!’. Ter precisering: Bond bedoelde niet: ‘Boem, ’t is om zeep!’ Hij bedoelde: ‘Boem, het gaat boomen!’

‘Genoeg gelamenteerd’, dacht ik dan maar. Het blijft immers plezant om zulke positieve beursvoorspellingen te lezen. Net zoals een diepe geeuw is dat soort berichten erg aanstekelijk. Want wie zei ook alweer: ‘Als een mens echt mag doen wat hij wil, verkiest hij te imiteren’? En was het niet Mark Twain, de man die aan de lopende meter oneliners afvuurde, die declameerde: ‘Soms zijn de lawaaimakers juist, soms zijn ze verkeerd. Maar dat doet er niet toe: de massa volgt’? De toeterende optimisten lossen mijn economische zorgen niet op, maar zolang de duidelijk positieve beurstrend niet te veel aarzelingen vertoont, volg ik de massa.

‘Goed’, zei ik dus. ‘En met jou?’

Geplaatst op 10 april 2010 door Raphael Cockx 0 reacties | Reageren

Het licht ging uit

MrmarketSymbolischer kon het beeld niet zijn. Een 84 jaar oud verschrompeld mannetje, eenzaam in het donker. Dat mannetje is Alan Greenspan, die woensdag naar Capitol Hill trok om zijn licht te laten schijnen over zijn rol in de financiële crisis. ‘Non, je ne regrette rien’, was de teneur van zijn repliek tijdens een waar kruisverhoor. Tot na drie uur plots het licht uitging. Letterlijk. Congresmedewerkers haastten zich om wat gordijnen te openen, maar uiteindelijk eindigde de hoorzitting in de duisternis en de opperste chaos.

Vooral Commissielid Brooksley Born spaarde haar vitriool niet voor haar nemesis van tien jaar geleden. In de late jaren 90 pleitte ze als hoofd van de derivatenwaakhond Commodity Futures Trading Commission voor een strengere regelgeving van afgeleide producten, om keer op keer teruggefloten te worden door Greenspan en toenmalig minister van Financiën Robert Rubin. Greenspan moet zowat de enige mens ter wereld zijn die nog altijd denkt dat het probleem van credit default swaps niet de gebrekkige regelgeving is, maar puur ‘inschattingsfouten van ondernemingen’. En ook met zijn stelling dat een strengere regelgeving voor woonkredieten geen verschil zou gemaakt hebben bij de subprimecrisis, slaat Greenspan tegenwoordig een eenzaam figuur.

Het contrast tussen de eenzame Greenspan en de gevierde ‘buddies’ Paul Volcker en Ben Bernanke, respectievelijk zijn voorganger en opvolger aan het roer van de Federal Reserve, is enorm. Paul Volcker staat in tegenstelling tot Greenspan nog steeds op zijn voetstuk voor de manier waarop hij in de vroege jaren 80 de stagflatie een halt toeriep. En Bernanke wist met snel en doortastend crisismanagement (wat hij ‘blue sky thinking’ noemt) te vermijden dat de Grote Recessie in een Grote Depressie 2.0 uitmondde.

De twee stonden een dag na Greenspan samen op het podium in Washington. Volcker leidde de toespraak van de huidige Fed- voorzitter in met woorden van lof voor Bernanke, wiens voorzitterschap volgens hem een ‘keerpunt’ zal blijken in de geschiedenis van de centrale bank. Wat Volcker, die zelf niet aarzelde de rente tot 20 procent op te trekken om de inflatie meester te blijven, van het volgehouden nulrentebeleid van Bernanke vindt, weten we helaas niet. Voor deel 1 van het crisismanagement is Bernanke met glans geslaagd. Minstens even belangrijk is deel 2, de geleidelijke exit nu de economie aantrekt. Zoals het beeld van zijn eenzame voorganger illustreert, kunnen ook voor Bernanke de geschiedenisboekjes snel herschreven worden. En kan ‘beroemd’ al snel in ‘berucht’ omslaan.

Geplaatst op 3 april 2010 door Raphael Cockx 3 reacties | Reageren

De financiële Tigers

ZannaWat is de Roger Federer, de Michael Schumacher, de Tiger Woods of de Usain Bolt van de financiële producten? Welk product veroordeelt alle andere producten tot een strijd om de tweede plaats? Welk product is de absolute recordkampioen?

Het spaarboekje! Geen enkel ander product evenaart diens successen. Met miljarden per maand vloeit Belgisch geld naar de Belgische spaarboekjes. Nooit voordien stond zo’n gigantische geldberg op deze superveilige rekeningen geparkeerd. En waarom? Niet omwille van het jaarrendement van ocharme 1 of 1,5 procent, want dat is een kapitaalaangroei van niemendal voor verdoofde slakken die nimmer de eindmeet zullen halen. Of in elk geval met een veel te klein bijeengespaard bedrag.

Vraag het maar aan Alfred Bouckaert, de Belgische topman van de verzekeringsreus AXA. ‘Het is duidelijk dat, als de mensen hun spaargeld blijven parkeren op spaarboekjes, het onmogelijk zal zijn later aan hun behoeften te voldoen’, zei hij in de krant van 1 april. De man heeft groot gelijk: mensen moeten dringend ambitieuzer worden met hun spaarcentjes. Maar maak hen dat maar eens wijs. Ze durven gewoon niet. ‘Oké, 1 procent is weinig, maar het is meer dan 0 procent... Of dan -50 procent!’, denken ze dan. Het is dus een kwestie van angst, dat spaarboekjessucces. En van het universele feit dat we altijd op het verkeerde moment te veel of te weinig zelfvertrouwen hebben.

De London Business School deed over dat fenomeen onlangs een tof experiment. Beurshandelaren kregen een cijferreeks te zien van de laatst gevormde koersen van een financieel product. De vraag voor hen was: zal de volgende koers hoger of lager zijn? En hoe zeker bent u daarvan? Zij die zeker waren, mochten dat onderstrepen via fictieve posities.

Onder ons: die cijferreeksen waren louter willekeurig gekozen reeksen van cijfertjes, zonder enig patroon. De kans op een hoger of lager cijfer was dus altijd 50 procent. Toch observeerden de vorsers dat handelaren die vier keer na mekaar de juiste voorspelling maakten er almaar meer van overtuigd raakten dat ze het spelletje helemaal begrepen hadden. Zij handelden dan ook steeds vaker, steeds driester, met steeds meer geld. Op den duur zouden ze met plezier gaan lenen om toch maar met een forse hefboom die ‘gegarandeerde’ winst te maken. En zij die keer op keer verkeerd zaten? Die durfden op den duur niets meer.

Aan de ene kant heb je degenen die recente successen boekten, geen gevaren meer zien en almaar roekelozer worden. Aan de andere kant degenen die enkele keren na elkaar pech hadden, overal gevaren zien en niets meer aandurven. Alleen nog spaarboekjes.

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer