Geplaatst op 17 juli 2010 door Raphael Cockx

Bankierspraat

Laten we nog even de basiscursus economie bij de hand nemen. En eraan herinneren wat banken zijn of zouden moeten zijn. Komt ie: banken zijn het smeersel van de economie. Ze trekken op korte termijn deposito’s aan en zetten die om in langetermijnkredieten aan bedrijven en consumenten. Ze maken met andere woorden zichzelf illiquide om de rest van de economie liquide te maken. In ruil voor die essentiële functie ontvangen ze een ‘intermediatiemarge’, het - doorgaans - positieve verschil tussen de rente op langetermijnkredieten en de rente op de spaardeposito’s.

Tot zover de theorie. Afgaand op de beurskoersen denken beleggers duidelijk dat het voor banken ‘business as usual’ is. Wie deze week de Amerikaanse topbankiers bezig hoorde, kreeg een ander beeld. Banken zijn steeds minder een link tussen de spaarder en het bedrijfsleven. ‘We zien misschien een paar tekenen van activiteit aan de horizon. Maar dat uit zich niet in een grotere vraag naar kredieten. Onze klanten nemen een erg lage 30 à 32 procent op van de kredietlijnen die ze bij ons hebben uitstaan’, zuchtte Mike Cavanagh, financieel directeur van JPMorgan, bij de voorstelling van de resultaten van de Amerikaanse bankgigant.

Eenzelfde geluid bij Brian Moynihan, de topman van Bank of America. BofA is met 1.000 miljard dollar spaardeposito’s, 6.000 kantoren en 18.000 flappentappers dé vinger aan de pols van de Amerikaanse economie. ‘De vraag naar kredieten blijft zwak’, sakkerde Moynihan. ‘Onze bedrijfsklanten blijven behoudsgezind door een berg cash aan te houden. Ze wachten op een duurzaam herstel naar de vraag voor hun producten eer ze investeren.’ Moynihan concludeert: ‘Er is geen vraag naar kredieten omdat er geen vraag naar hun producten is.’ Slik. Als motie van wantrouwen in de Amerikaanse economie kan dat tellen.

Maar is er nog een andere motie van wantrouwen. Grote bedrijven hebben banken buitenspel gezet en zijn steeds meer hun eigen bankier geworden. Credit Suisse stipte deze week aan dat niet-financiële bedrijven in de eurozone sinds kort collectief schuldenvrij zijn en zelfs een nettokaspositie hebben. Britse en Amerikaanse industriële bedrijven bulken al langer van de cash.

Eigenlijk wil dat gewoon zeggen dat grote bedrijven er niet op vertrouwen dat ze de komende jaren op hun bankier kunnen rekenen om overnames of investeringen te doen. Dus bouwen ze maar een eigen ‘bankpoot’ uit. De Bank of England legt op haar site haarfijn uit dat de ‘kwantitatieve versoepeling’ - opkopen van staats- en bedrijfsobligaties - een manier is om bedrijven goedkoper aan financiering te helpen zonder via de disfunctionele banksector te moeten gaan. In een notendop samengevat, leerde de voorbije beursweek ons nog eens dit: het bedrijfsleven is kerngezond, op één belangrijke sector na.

Kurt Vansteeland

Reacties

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer