Gezocht: G.R. Goobey
‘De aandelencultuur is overleden. Obligaties zijn het nieuwe hebbeding’, schreef Citigroup-strateeg Robert Buckland deze week. In de vroege jaren 50 belegden Amerikaanse pensioenfondsen 67 procent van de activa in obligaties en 17 procent in aandelen, bij de piek van de aandelencultuur in 2006 waren die verhoudingen omgekeerd (zie grafiek). Sindsdien is er een knik en geloven beleggers niet meer in aandelen. ‘20 jaar superieure returns van staatsobligaties boven aandelen steken een dolk door het hart van de idee dat je op de lange termijn in aandelen moet beleggen’, zuchtte Bill Miller, beheerder bij Legg Mason én specimen van het uitstervend ras ‘langetermijnbelegger’.
Miller houdt er de moed in, Buckland ziet de huidige totale aandelenaversie niet snel keren. De Citi-strateeg kan wel eens gelijk hebben. Elke grote belegger is nu een John Ralfe. Ralfe is de vroegere beheerder van het pensioenfonds van Boots, de Britse drogisterijketen. Hij dumpte ruim tien jaar geleden in volle beursgekte alle aandelen. En investeerde het volledige fonds van 2,4 miljard pond in AAA-staatsobligaties. Tien jaar later een gouden zet, waardoor ieder zichzelf respecterend beheerder nu Ralfe achternaholt.
En die trend zal pas keren als er een nieuwe George Ross-Goobey opstaat. Geen klinkende naam. Ten onrechte, want Ross-Goobey is de vader van de aandelencultuur. De Brit was in de jaren 50, 60 en 70 beheerder van het pensioenfonds van de tabaksreus Imperial Tobacco. De vroege jaren 50 was een periode van overvloedig geld, lage inflatie op het randje van deflatie en bijzonder lage rendementen op staatspapier. Klinkt bekend in de oren?
Het gros van de pensioenbeheerders belegde conservatief in obligaties. Net als nu was dé modetrend dat pensioenfondsen hun verplichtingen moesten ‘matchen’ met even langlopende activa, in casu staatspapier. Ross-Goobey trok zich in thuisbasis Bristol - ver van de traditionele Britse pensioencentra Londen en Edinburgh - niets van die consensus aan. Hij voerde als broekje van 36 voor zijn raad van bestuur een pleidooi voor een gediversifieerde aandelenportefeuille, die een hoger rendement bood dan staatspapier.
Obligaties hadden in deel I van zijn betoog alleen zin als je er van uit ging dat bedrijven permanent het mes zouden zetten in hun dividenden. In deel II van zijn betoog argumenteerde Goobey dat een pensioenfonds met zijn langetermijnhorizon de ideale belegger in volatiele maar hoger renderende aandelen was. ‘Volatiliteit kan onze vriend zijn, niet onze vijand’, vertelde het broekje de auguste raad van bestuur. Tot zijn eigen verbazing stemden de streep- jespakken in en ruilde het Imperial-fonds gretig obligaties voor aandelen. De Angelsaksische aandelencultuur was geboren.
Kurt Vansteeland
Reacties