Geplaatst op 25 september 2010 door Raphael Cockx

Luie beleggers

De meerderheid van de beleggers is lui en nooit was die meerderheid zo groot. Hoe anders verklaar je de enorme populariteit van beursgenoteerde indexfondsen (indextrackers of exchange traded funds - ETF’s)? Pas in 1993 werd de eerste indextracker gelanceerd. Momenteel is wereldwijd zo’n 1.000 miljard dollar in ETF’s belegd. De schattingen lopen uiteen, maar een derde tot de helft van het dagelijkse volume in aandelen zou toe te schrijven zijn aan ETF’s. En of je het nu leuk vindt of niet, die evolutie is niet terug te draaien.

Een woordje uitleg voor wie een van de belangrijkste evoluties op de financiële markten van de laatste tien jaar gemist heeft. Indextrackers volgen de prestatie van een onderliggend mandje effecten, zoals een beursindex. Aangezien die fondsen beursgenoteerd zijn, hebben ze de kenmerken van een aandeel. Beleggers kunnen ze ongestoord kopen en verkopen, en in de loop van de beursdag weet je te allen tijde wat je belegging waard is. Dat geeft indextrackers een streepje voor op klassieke fondsen. Nog een troef is dat de kosten bij indexfondsen veel lager liggen dan bij klassieke fondsen. ETF’s vermoeien zich immers niet met het selecteren van aandelen, ze kopen gewoon de hele markt.

Je moet geen financiële whizzkid zijn om het verstorende effect op de werking van de financiële markten te zien. Wanneer steeds meer beleggers de hele index kopen, ‘vervlakt’ de beursprestatie van de indexleden. Verschillende studies wijzen op de toegenomen correlatie, de mate waarin aandelen in dezelfde mate op en neer bewegen. Barre tijden dus voor actieve fondsmanagers en stockpickers.

Gelukkig schuilen in die evolutie ook kansen. Hoe meer geld ‘lui’ belegd wordt, hoe inefficiënter dat geld wordt belegd. En hoe groter die inefficiënties, des te rijker wordt de voedings- bodem voor de actieve belegger op zoek naar waarde.

En dan is er nog een ander heikel punt. Het gros van de ETF’s in Europa is synthetisch. Krijgt u ook een vieze smaak in de mond bij het horen van dat woord? Denken we maar terug aan de intussen legendarische trader Fabrice ‘Fab’ Tourré, die met zijn ineenstortende synthetische CDO’s, herverpakte kredieten, zijn werkgever Goldman Sachs een nog slechtere naam bezorgde. In beide gevallen is het principe hetzelfde: het potje dekt de lading niet. Simpel gezegd bestaat een synthetische ETF uit een mandje activa met laag risico met daarbovenop een lading afgeleide producten of swaps. En wie zorgt ervoor dat die constructie de prestatie van het onderliggende mandje naadloos volgt? U raadt het al, een investeringsbank. Dat heet veilig te zijn, maar nog niet zolang geleden luidde het verkooppraatje dat synthetische CDO’s veiliger waren dan een termijnrekening. Quod non.

Stijn Demeester

Reacties

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer