oktober 2010

Mr. Market heeft een nieuwe thuis! Voortaan vindt u zijn column elke zaterdag op Bear&Bull. Uw reacties zijn natuurlijk nog steeds even welkom.

Geplaatst op 23 oktober 2010 door Raphael Cockx Reacties | Reageren

De vervuiler betaalt

Wat Jef Vermassen was voor de algemene nieuwsmedia, was Michel Barnier deze week voor de financiële media: alomtegenwoordig. Het Europees Commissielid voor de Interne Markt en Financiële Diensten kwam eerst met het langverwachte akkoord over hefboomfondsen. Alleen heten die in de lettersoep genaamd ‘Europees jargon’ geen hefboomfondsen, maar AIFM. Dat staat voor ‘alternative European investment fund managers’. Toch benieuwd of Europa er echt in zal slagen die legendarisch ondoorzichtige branche tot meer transparantie te dwingen. Waarna beleggers ongetwijfeld moeten vaststellen dat hedgies - met volgens Barnier op sommige dagen een marktaandeel van meer dan 50 procent de keizers van de beurshandel - geen kleren aan hebben.

Even belangrijk waren de plannen voor een Europees crisismanagement voor kapseizende banken. Het Franse Commissielid vat zijn principe schitterend samen: ‘De vervuiler betaalt.’ Als het weer grondig fout loopt met grootbanken die toxische producten op hun balans laden, zal het niet meer de belastingbetaler zijn die de factuur voor de opkuis betaalt. Wel de aandeelhouder, én de obligatiehouder.

Een klinkende boodschap. Maar waarom slagen beleidslui er in zo’n boodschap in vies jargon te gieten? Zo zijn beleidslui vastberaden bij een volgende crisis obligatiehouders - de grote ontsnappingsartiesten van de vorige crisis - in de kosten te laten delen. Maar in het omfloerste jargon heet dat principe ‘CoCos voor SIFIs’.

CoCos is ‘contingent convertible’ kapitaal. Obligaties die als het bij een bank fout loopt verplicht in aandelen worden omgezet. SIFIs staat voor ‘Systemically Important Financial Institutions’. Het klinkt als een duistere overdraagbare ziekte en is dus nog niet eens zo gek gekozen. SIFIs zijn TBTF. Too Big To Fail. Te groot om ten onder te laten gaan op het gevaar af de reële economie te besmetten. Soms komen de lettersoepspecialisten onbedoeld met een goede vondst af.

De vraag is of al die lettersoepvondsten een volgende crisis kunnen afwenden. Bankiers worden nu al nerveus. ‘Er is erg, erg weinig activiteit van onze klanten’, sakkerde David Viniar, financieel directeur van Goldman Sachs. En dan waren de resultaten van Goldman een beeldje vergeleken met die van Morgan Stanley, de Raymond Poulidor van Wall Street. De ‘value at risk’ - een weliswaar imperfecte risicograadmeter - steeg er tot een record. In het vlakke beursklimaat moest Morgan Stanley dus nooit geziene risico’s nemen. Om toch nergens te raken. Financieel directeur Ruth Porat verbloemde de dramatisch slechte tradingresultaten tijdens de makke zomer niet: ‘Het is niet dat we geld verloren in trading, we hebben gewoon nergens noemenswaardig geld verdiend.’ Ontwapenend eerlijk, heet zo iets.

Kurt Vansteeland

Geplaatst op 16 oktober 2010 door Raphael Cockx Reacties | Reageren

Het schaduwcomité

Laat ik nog eens over mijn nerdy trekjes beginnen, beste lezer. En toegeven dat ik dinsdagavond geen seconde gezien heb van de 4-4 score van onze Rode Duivels. Nee, ik was die avond te druk bezig de fascinerende trans-Atlantische kloof tussen de Europese en Amerikaanse centrale bankiers op te meten.

We weten dat we op Axel Weber, als Bundesbank-voorzitter een van de strengste én invloedrijkste bestuurders van de Europese Centrale Bank (ECB), kunnen rekenen om een kat een kat te noemen. Weber was in het fijne kader van de Union League Club van New York eregast van het ‘Shadow Open Market Committee’.

Weber was er welkom als ‘inflatiehavik’, een centrale bankier die inflatiebestrijding boven alles zet. Het schaduwcomité is een groep Amerikaanse economen die het openmarktcomité van de Fed (FOMC) met argusogen volgt. Sinds 1973. Toen zagen de economen met lede ogen hoe Washington de inflatie liet ontsporen. President Richard Nixon had twee jaar eerder het Bretton Woods-wisselkoersanker afgeschaft en dacht inflatie te kunnen bestrijden met prijscontroles.

Toenmalig Fed-voorzitter Arthur Burns verleende Nixon hand- en-spandiensten met de uitvinding van ‘kerninflatie’. Vrij vertaald: ‘alles wat te sterk in prijs stijgt, niet-essentiële zaken als voeding en brandstof bijvoorbeeld, halen we uit de indexkorf en negeren we’.

Het schaduwcomité vindt het gros van de Amerikaanse centrale bankiers sindsdien watjes, om het zacht uit te drukken. Op Paul Volcker na natuurlijk. Omdat huidig Fed-voorzitter Ben Bernanke en - godbetert - diens voorganger Alan Greenspan niet ongenadig op de controle van de geldhoeveelheid focussen om de inflatie onder de knoet te houden. Een van de respectabele leden van het schaduwcomité is Anna Schwartz, de bijna 95-jarige NBER-econome die met Milton Friedman de basis legde voor het monetarisme.

Een watje kan je Weber niet noemen. De Duitser was van bij de start kritisch over de obligatie-inkopen van de ECB, in mei. En hij is vijf maanden later niet milder, integendeel. Volgens de Bundesbank-topman werken die inkopen niet. Weber vindt ze gevaarlijk omdat ze de grens tussen monetair beleid en begrotingsbeleid vervagen. Ze kunnen volgens hem dus maar beter zo snel mogelijk afgevoerd worden.

Weber is wel ‘buiten categorie’ de strengste bestuurder van de ECB en een notoire moppersmurf, maar hij staat met zijn visie lang niet alleen in Frankfurt. De Italiaanse ECB-directeur, Lorenzo Bini Smaghi, deelt zijn mening. Vorige vrijdag stuurde de Italiaan tijdens een toespraak voor het gezaghebbende Peterson Institute in Washington een gelijkaardige boodschap uit: ‘Leg mij eens uit waar precies het probleem zit als het monetair beleid gescheiden blijft van begrotingsbeleid en niet gemanipuleerd kan worden door de fiscus om begrotingsproblemen op te lossen. (...) Het is de beste manier om te verzekeren dat begrotingsproblemen worden opgelost op een democratische manier en niet via muntmanipulatie, die verborgen herverdeeleffecten heeft op de bevolking.’

Terwijl Weber sprak, onderstreepten de notulen van de vorige bijeenkomst van de Fed op 21 september nog eens dat die muntmanipulatie is wat zijn Amerikaanse collega’s nauwelijks verholen nastreven. Zij gooien alles in de strijd om via forse geldcreatie en een stevige scheut inflatie de reële schuldenlast uit te hollen. Op 3 november hervat de Fed een ‘tapijtbombardement’ van obligatie-inkopen. Waarschijnlijk koopt het openmarktcomité maandelijks voor 50 à 100 miljard dollar obligaties in. Om waarschijnlijk pas te eindigen als de teller op 1.000 miljard dollar staat. En de Fed met een balans van dik 3.000 miljard dollar BlackRock inhaalt als ‘grootste vermogensbeheerder ter wereld’.

Vergelijk dat met het relatieve ‘precisiebombardement’ van de ECB sinds mei. Die kocht voor 63 miljard euro obligaties in vijf maanden tijd, het gros bovendien tijdens de eerste paar weken. Dat totaalbedrag, dat als we Weber mogen geloven niet meer veel zal stijgen, is ruwweg het bedrag dat de Fed elke maand wil inslaan. Een grote kloof, inderdaad.

shadowfed.org

Geplaatst op 9 oktober 2010 door Raphael Cockx Reacties | Reageren

Kansas City

Kansas City. Het geografische ‘hart van Amerika’. De metropool van de Amerikaanse prairie. Bekend voor barbecue en jazz, leert Wikipedia. En een heel kleintje als de geboortestad van de opkomende ster Janelle Monae. Die ik - beroepsmisvormd als ik ben - leerde kennen via de flard ‘we’re going to get back up like the Dow Jones and Nasdaq’ op het fantastische ‘Tightrope’, een duet met Big Boi van Outkast. Een grappige flard muziek, want als je de wat overspannen berichtgeving vanuit New York mag geloven heeft Kansas City eindelijk een ‘claim to fame’: Wall Street ongenadig de afgrond insturen.

De beurswaakhond SEC en de derivatenwaakhond CFTC wijzen in hun rapport (*) over de ‘hogesnelheidscrash’ van 6 mei op Wall Street één verantwoordelijke aan. Niet bij naam, ze hebben het over een ‘mutual fund complex’. Het duurde niet langer eer de financiële pers de schuldige vond. In een verrassende lokatie: Overland Park, een voorstad van Kansas City. Daar huist fondsbeheerder Waddell & Reed in een vroeger opleidingscentrum voor TWA-stewardessen.

Waddell & Reed gaf om 14u32 Newyorkse tijd het startschot voor de ijzingwekkende crash van 6 mei. De fondsbeheerder gaf een verkooporder voor 75.000 E-mini futures op de S&P500-index, goed voor 4,1 miljard dollar. Een relatief groot order dat de tradingafdeling van Waddell & Reed in 20 minuten door de markt joeg, terwijl de beheerder voor een gelijkaardig order eerder vijf uur nam. De conclusie vanuit de toezichthouders in Washington was duidelijk. Kansas City is schuldig. Wat in Overland Park, niet bepaald gewoon om in de schijnwerpers te staan, een zure reactie opleverde: ‘Veel marktwaarnemers merken op dat de gebeurtenissen van 6 mei meerdere problemen omvatten, die de handelingen van één enkele marktspeler overstijgen’, luidt het kortaf.

Het 73 jaar oude Waddell & Reed staat lokaal te boek als een ‘mom & pop’-belegger: een ietwat saaie langetermijnbelegger die zijn belegging uitkiest na - hoe ouderwets - grondige fundamentele analyse. Helaas is die noemer steeds meer een façade. Het verkooporder kwam van het Ivy Asset Strategy Fund van Waddell, dat in vijf jaar vervijfvoudigd is tot een reus van 27 miljard dollar. Het fonds is een ‘go anywhere’-fonds. Eigenlijk een verkapt hefboomfonds, dat van minuut tot minuut van de ene naar de andere belegging kan fladderen, maar waar ook kleine beleggers welkom zijn. Die dat ook massaal doen: alleen al dit jaar stopten retailbeleggers 2 miljard dollar in het fonds, dat nu meer dan een een derde van het beheerd vermogen uitmaakt. Ook andere Amerikaanse ‘traditionele’ fondsbeheerders transformeren zich steeds meer van gezapige langetermijnbeleggers tot cowboys, in een soort jaloezie voor die ‘blitse’ hefboomfondsbeheerders. Met de groeiende schare cowboys uit het midwesten valt het te vrezen dat het op Wall Street zoals op 6 mei wel vaker ‘high noon’ zal zijn.

(*) www.sec.gov/news/studies/2010.marketevents-report.pdf

Kurt Vansteeland

Geplaatst op 2 oktober 2010 door Raphael Cockx Reacties | Reageren

Iers geluk

‘Luck of the Irish’. Het is een van die vele oer-Engelse uitdrukkingen die je moeilijk naadloos in het Nederlands kan vertalen. Maar vrij vertaald betekent ‘Iers geluk’ hebben gewoon ongeluk hebben. Zelfs gelukkige periodes lijken of een of andere manier toch weer slecht te eindigen. Was iedereen begin dit decennium euforisch over die sterk groeiende ‘Keltische tijger’, dan is het doemdenken over de Keltische kater nu minstens even verspreid.

Begin dit jaar schoven zowat alle Angelsaksische beurshuizen Ierland nog naar voren als modelleerling, in contrast met de Griekse belhamels. Ierland was in 2009 zo voorzienig geweest om in volle financiële crisis moedig het mes te zetten in de begroting. Het kwam dus met minder overtollig vet aan de start van de fitnesskuur die de markten alle Europese schuldenzondaars oplegden.

Die begrotingssanering begint helaas op sisyfusarbeid te gelijken. Hoe meer de Ieren de buikriem aanhalen, hoe meer lijken er uit de kast vallen. De Ierse banken kreunen collectief onder de hallucinante erfenis van een vastgoedzeepbel die in de wereld zijn gelijke niet kende. Met Anglo Irish Bank als meest bodemloze vat.

De staatszender RTE opende donderdag een duidingsprogramma over het ‘definitieve’ prijskaartje van het vastgoedavontuur met de opeenvolgende overtreffende bedragen die de regering de voorbije anderhalf jaar dacht in de zieltogende banken te moeten stoppen. Een montage die aangaf hoe relatief het begrip ‘definitief’ in Ierland is.

Alleen al Anglo Irish zal de belastingbetaler 29,3 miljard euro kosten, een vijfde van wat alle Ieren jaarlijks produceren. Dit jaar komt er een begrotingstekort van 32 procent (!) van het bruto binnenlands product. De schuldenlast tikt aan tot 98 procent van het bbp, vier keer zoveel als begin 2008.

Waarschijnlijk komt daar 5 miljard euro bij, in een scenario waarbij de vastgoedmarkt de komende tien jaar blijft slabakken. Realistisch, want de erfenis is pure horror. De Ierse ‘bad bank’ NAMA is een van de grootste vastgoedeigenaars ter wereld, met ‘dank’ aan de leegstaande buurten die ze van de banken overnam. Ramingen houden het op 600 spookwijken (‘ghost estates’) en 300.000 à 350.000 leegstaande appartementen en huizen. In Ierland woedt een debat of ze het gros van die spooksteden niet beter tegen de vlakte gooien en toch een beetje terugkeren naar het ‘groene’ Erin van weleer.

Ierland is niet meer het land van de gemoedelijke Guinness in de pub bij een streepje harp, maar van bulldozers in spookwijken. Het meest gefotografeerde halfafgewerkte bouwwerk staat aan de North Wall Quay in Dublin: het geraamte van wat ooit het strakke, hypermoderne hoofdkantoor van Anglo Irish moest worden.

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer