De vervuiler betaalt
Wat Jef Vermassen was voor de algemene nieuwsmedia, was Michel Barnier deze week voor de financiële media: alomtegenwoordig. Het Europees Commissielid voor de Interne Markt en Financiële Diensten kwam eerst met het langverwachte akkoord over hefboomfondsen. Alleen heten die in de lettersoep genaamd ‘Europees jargon’ geen hefboomfondsen, maar AIFM. Dat staat voor ‘alternative European investment fund managers’. Toch benieuwd of Europa er echt in zal slagen die legendarisch ondoorzichtige branche tot meer transparantie te dwingen. Waarna beleggers ongetwijfeld moeten vaststellen dat hedgies - met volgens Barnier op sommige dagen een marktaandeel van meer dan 50 procent de keizers van de beurshandel - geen kleren aan hebben.
Even belangrijk waren de plannen voor een Europees crisismanagement voor kapseizende banken. Het Franse Commissielid vat zijn principe schitterend samen: ‘De vervuiler betaalt.’ Als het weer grondig fout loopt met grootbanken die toxische producten op hun balans laden, zal het niet meer de belastingbetaler zijn die de factuur voor de opkuis betaalt. Wel de aandeelhouder, én de obligatiehouder.
Een klinkende boodschap. Maar waarom slagen beleidslui er in zo’n boodschap in vies jargon te gieten? Zo zijn beleidslui vastberaden bij een volgende crisis obligatiehouders - de grote ontsnappingsartiesten van de vorige crisis - in de kosten te laten delen. Maar in het omfloerste jargon heet dat principe ‘CoCos voor SIFIs’.
CoCos is ‘contingent convertible’ kapitaal. Obligaties die als het bij een bank fout loopt verplicht in aandelen worden omgezet. SIFIs staat voor ‘Systemically Important Financial Institutions’. Het klinkt als een duistere overdraagbare ziekte en is dus nog niet eens zo gek gekozen. SIFIs zijn TBTF. Too Big To Fail. Te groot om ten onder te laten gaan op het gevaar af de reële economie te besmetten. Soms komen de lettersoepspecialisten onbedoeld met een goede vondst af.
De vraag is of al die lettersoepvondsten een volgende crisis kunnen afwenden. Bankiers worden nu al nerveus. ‘Er is erg, erg weinig activiteit van onze klanten’, sakkerde David Viniar, financieel directeur van Goldman Sachs. En dan waren de resultaten van Goldman een beeldje vergeleken met die van Morgan Stanley, de Raymond Poulidor van Wall Street. De ‘value at risk’ - een weliswaar imperfecte risicograadmeter - steeg er tot een record. In het vlakke beursklimaat moest Morgan Stanley dus nooit geziene risico’s nemen. Om toch nergens te raken. Financieel directeur Ruth Porat verbloemde de dramatisch slechte tradingresultaten tijdens de makke zomer niet: ‘Het is niet dat we geld verloren in trading, we hebben gewoon nergens noemenswaardig geld verdiend.’ Ontwapenend eerlijk, heet zo iets.
Kurt Vansteeland
Laatste reacties op onze blogs