Mr. Market heeft een nieuwe thuis! Voortaan vindt u zijn column elke zaterdag op Bear&Bull. Uw reacties zijn natuurlijk nog steeds even welkom.

Geplaatst op 21 augustus 2010 door Raphael Cockx Reacties | Reageren

De spijtprijs

‘De beurs loopt leeg’, sakkerde een collega deze week. ‘Zo weinig mensen kopen nog aandelen. Ze schaffen zich liever staatsobligaties aan, hoewel die praktisch niets opbrengen.’ Zeker wat dat laatste betreft, heeft hij overschot van gelijk. De rente op Belgische tienjarige staatsobligaties dook afgelopen maandag even onder 3 procent. De marktenredactie becijferde dat een Bel20-mandje sinds deze week een hoger dividendrendement oplevert dan de staatsrente. Veel bedrijven zitten bovendien op een berg cash. Hun financiële situatie is benijdenswaardiger dan die van Vadertje Staat.

Volgens drie vorsers*, van wie twee gespecialiseerd zijn in experimentele economie en de derde zich toelegt op hersenonderzoek, heeft het allemaal te maken met spijt. Vrij vertaald heeft de financiële crisis en de beursval van 2008 veel beleggers spijt doen krijgen van hun keuze voor aandelen . ‘Er volgt spijt als blijkt dat een andere keuze beter was geweest, en vreugde als dat niet zo is’, schrijft het drietal. ‘Maar dat geldt enkel als mensen weten wat het alternatief wel of niet heeft opgebracht.’

Ondertussen is algemeen bekend dat obligaties de jongste tien jaar meer hebben opgebracht dan aandelen. Beleggers weten dus wat ze de voorbije tien jaar gemist of gewonnen hebben als ze hun portefeuille met aandelen dan wel met obligaties hebben gestoffeerd.

Het onderzoek wordt pas echt interessant als de wetenschappers nagaan hoe hun proefkonijnen (studenten, maar de parallellen met beleggers zijn duidelijk) reageren als ze door een keuze te maken een mee- of tegenvaller incasseren op hun startbedrag, en dan moeten beslissen of ze wat overblijft vroeger of later te gelde willen maken. Maar er schuilt een adder onder het gras. Snel cashen kost een bepaald percentage van het kapitaal. Wachten tot de termijn afloopt, levert het volledige bedrag op. Wat blijkt? Blije beleggers, zij die de juiste keuze gemaakt hebben, zijn minder bereid een korting toe te staan dan beleggers die spijt hebben van hun keuze.

De wetenschappers verklaren dit fenomeen als volgt: ‘Het gevoel van spijt opent de deur naar pessimistische gedachten, waardoor de impact van negatieve gebeurtenissen in de toekomst overdreven wordt.’ Dat komt dus neer op ‘take the money and run’, nu het nog kan. Euforische beleggers zien op hun beurt alles door een roze bril en hebben daardoor veel minder haast.

Een andere mogelijke verklaring is dat zij die spijt voelen, dat zo snel mogelijk willen compenseren door het resterende geld op te strijken. De blije beleggers proberen dan weer het positieve gevoel zo lang mogelijk te rekken door hun winstneming uit te stellen.

L. Raeva, L. Mittone en J. Schwarzbach - Regret Now, Take it Now: on the Role of Experienced Regret on Intertemporal Choice - 2010.

Geplaatst op 14 augustus 2010 door Raphael Cockx Reacties | Reageren

Yasushi

Yasushi Mieno. Zou er een naam zijn die centrale bankiers meer angst aanjaagt? Europese en Amerikaanse centrale bankiers gooien alles in hun strijd tegen deflatie (die gruwelijke economische aandoening waar u op pagina 13 alles over leest). Maar ongetwijfeld bezorgt het schrikbeeld dat ze ‘een Yasushi’ zullen blijken, hun slapeloze nachten. Yasushi Mieno was gouverneur van de Japanse centrale bank van 1989 tot 1994. En staat in het pantheon van centrale bankiers aan het andere uiteinde van Paul Volcker, onder het vakje ‘slechtste centraal bankier aller tijden’. Mieno hield de rente hardnekkig hoog, terwijl Japan vanaf 1990 eerst de beurs, dan het vastgoed en ten slotte de economie in een deflatoire spiraal zag belanden. Een academicus genaamd Ben Bernanke veegde de Japanse centrale bankiers tien jaar geleden de mantel uit, omdat ze als konijnen voor een lichtbak naar de ondergaande economie keken. Diezelfde academicus krijgt nu van econoom Paul Krugman in een vlammend j’accuse het verwijt als Fed-voorzitter de Japanse fouten te herhalen.

Ook het bedrijfsleven heeft zijn Yasushi’s, de überpineuten. Wat te denken van die arme Olli-Pekka Kallasvuo. De Nokia-topman mocht bij de koffie in de krant lezen dat zijn raad van bestuur naar een opvolger aan het zoeken is. Maar de absolute Yasushi is John Sculley. Die voor eeuwig te boek staat als ‘de man die Steve Jobs ontsloeg’ tijdens z’n desastreuze doortocht aan de top van Apple van 1983 tot 1993.

Sculley is nu aan de slag bij een bedrijf genaamd Gizmoz, maar is voor de rest niet echt een gevierd figuur in Silicon Valley. Zijn naam duikt alleen op als ultiem schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. Zoals in de boze brief die Larry Ellison, de ‘larger than life’ topman van softwarereus Oracle, aan The New York Times schreef. Daarin windt hij zich op over hoe de mietjes van de raad van bestuur van Hewlett-Packard voor een flutschandaal hun CEO Mark Hurd op straat zetten. ‘De bestuurders van HP hebben net de slechtste personeelsbeslissing genomen sinds de idioten in het Apple-bestuur Steve Jobs vele jaren geleden ontsloegen’, fulmineerde Ellison. ‘Die beslissing richtte Apple bijna ten gronde. Dat zou ook gebeurd zijn, mocht Steve niet teruggekeerd zijn.’

Ellison is in deze niet helemaal neutraal, aangezien hij met Hurd regelmatig een balletje slaat op het tenniscourt. Maar een punt heeft hij wel: de raad van bestuur van HP scoorde met het ontslag in de winkelhaak van eigen doel. Hurd is het beste bewijs hoe belangrijk één CEO kan zijn, zelfs (of misschien zeker) in een bedrijf van 300.000 werknemers. Het verdict van Wall Street was duidelijk: zonder Hurd achtten ze HP prompt 10 miljard dollar minder waard. Mocht Hurd vanuit Californië plots als deus ex machina in het wat killere Helsinki neerstrijken, zou de ‘Olli-Pekka-korting’ bij Nokia ongetwijfeld plots in een ‘Hurd-premie’ veranderen.

Geplaatst op 7 augustus 2010 door Raphael Cockx Reacties | Reageren

Irrelevante hoofdzaak

Mijn woordenboek Engels vertaalt ‘bottom line’ als ‘einduitkomst’ of ‘hoofdzaak’. Wie bedrijfsresultaten opvolgt, weet dat die vertaling in boekhoudtermen niet opgaat. Wat is een boekhouding? In theorie een verzameling cijfers die een idee geven van de gezondheid van een bedrijf. Welnu, de belegger die bij lectuur van een resultatenrekening op het onderste lijntje focust, zal tot zijn scha en schande vaststellen dat de nettowinst vaak een fout beeld geeft.

Neem de resultaten van Barclays. De Britse bankgroep kwam donderdagochtend met ‘beter dan verwachte’ resultaten. De nettowinst ging over het eerste halfjaar 29 procent hoger, naar 2,43 miljard pond (2,92 miljard euro). Beleggers tevreden, denkt u? Fout. Het aandeel kelderde 4,7 procent. Wat grondiger lectuur leerde dat de nettowinst niet alles vertelde. Over het voorbije halfjaar boekte Barclays een boekhoudkundige meerwaarde van 851 miljoen pond (1,02 miljard euro) op een obscuur lijntje genaamd ‘own credit’. In de eerste helft van 2009 was er op datzelfde lijntje een boekhoudkundige minwaarde van 893 miljoen pond (1,07 miljard euro). Erg scheutig is Barclays niet met info, maar het lijntje ‘own credit’ gaat over de eigen schuldinstrumenten. En het voorbije halfjaar hadden beleggers minder vertrouwen in Barclays en stuurden ze de koersen van obligaties en andere schuldinstrumenten van de bank lager.

Dankzij een IFRS-kronkel geldt dat als een ‘meevaller’. Hoe meer beleggers het schuldpapier van Barclays dumpen, hoe lager de marktwaarde van die schulden en hoe lager de uitstaande verplichtingen van de bank. Bankiers zijn er als de kippen bij om de IFRS-boekhoudregels te verketteren als die hen verplichten hun activa tegen ‘onrealistische’ marktprijzen te waarderen, maar ze zijn wel opvallend gretig om diezelfde prijzen aan te grijpen om een meerwaarde op hun verplichtingen te boeken. Tot het absurde doorgetrokken: in de bizarre IFRS-wereld is het meest ‘winstgevende’ (boekhoudkundig dan toch) kwartaal van een bank, dat vlak voor het faillissement.

Om maar te zeggen: mijn bewondering voor de collega’s die de banksector volgen, stijgt nog elke dag. Hoe meer ik de cijfers van Dexia probeer uit te pluizen, hoe minder ik ervan begrijp. De bankgroep hanteert bijvoorbeeld twee definities van eigen vermogen: 10,27 euro per aandeel volgens de eigen definitie, 4,12 euro volgens de IFRS-definitie. Al is het nog maar de vraag of de kronkel hier bij IFRS zit. Dexia houdt in zijn eigen definitie geen rekening met de latente minwaarde van 10,4 miljard op de beleggingsportefeuille. Een open vraag: als u een portefeuille van 10.000 euro hebt en u kijkt tegen pakweg 50 procent latente minwaarden aan, wat is dan volgens u de waarde van de portefeuille? 5.000 euro? Of de aankoopprijs van 10.000 euro, omdat ‘de markt’ in tegenstelling tot uzelf uw fantastische stock picks niet naar waarde weet te schatten?

Geplaatst op 31 juli 2010 door Raphael Cockx Reacties | Reageren

Gebasel

Duitsers doen zich graag voor als de kampioen van de degelijkheid. Tot frustratie van de Fransen die maar wat graag zouden zien dat de buren aan de overkant van de Rijn in het belang van de eurozone eindelijk hun Teutoonse spaarzaamheid en strakke begrotingsdiscipline wat zouden vieren. De Duitse laksheid voor hun banksector valt daarom op. Bij de stresstests oogstte Spanje lof voor de hoge transparantie die het ‘Club Med’-lid aan de dag legde. Duitsland kreeg kritiek omdat het als enig land karig was met informatie. Deutsche Bank gaf dinsdag dan maar schoorvoetend de samenstelling van de portefeuille overheidsobligaties weer.

Idem met de langverwachte Basel III-normen, die strengere en steviger kapitaalbuffers voor de banksector moesten vastleggen. Zoals het Gallische dorp in de Asterixverhalen is er één land dat weerstand biedt. Het verrassende is dat Duitsland de nieuwe kapitaalbuffers niet te soepel vindt, maar blijkbaar te streng. The Wall Street Journal bestempelde ze als ‘Basel Faulty’ (mank Basel), een verwijzing naar John Cleese, die in de jaren 70 in ‘Fawlty Towers’ als Basil Fawlty een onvergetelijk hilarische hotelmanager ‘from hell’ neerzette. Met ‘The Germans’ overigens als meest onvergetelijke van de twaalf afleveringen, maar dit terzijde. De WSJ wijst er - misschien wat bevooroordeeld - fijntjes op dat Deutsche Bank van alle grootbanken in Europa en de VS misschien wel over de dunste kapitaalbasis beschikt. Het is tijd voor wat De Guchtiaans parler vrai: de Basel III-kapitaalnormen zoals ze nu voorliggen zijn pure schande.

Even een paar jaar terug in de tijd. Hoezeer de huidge Basel II-normen tekortschieten, legde de kredietcrisis van 2007-2009 duidelijk bloot. Bankiers wisten die vrolijk te omzeilen en zeker bij Europese banken waren hefbomen van 40 of 50 geen uitzondering: voor elke euro eigen vermogen hadden banken in 2007 40 of 50 euro kredieten en beleggingen uitstaan. Met zo’n minibuffer mocht het geen verbazing wekken dat de kapitaalbasis van de meeste banken van bij de start van de subprimecrisis meteen weggevaagd werd. En dat banken de ene na de andere kapitaalronde moesten organiseren.

Nu stemmen toezichthouders in met een maximale hefboom van 33,3, terwijl eerder in de VS een maximale hefboom van 15 circuleerde. Een wel heel spijtige zaak, aangezien een beperkte hefboom de beste en misschien zelfs enige manier is om de risicoappetijt van bankiers aan banden te leggen en een nieuwe crisis te vermijden. Ter illustratie: zowel het hefboomfonds LTCM in 1998 als Bear Stearns in 2008 ging bij een hefboom van 30 over de kop. Uiteraard is die hefboom een ruwe maatregel en maakt hij geen onderscheid tussen verschillende soorten kredieten of beleggingen. Maar wie durft na de voorbije jaren nog perfect te kunnen zeggen welke activa risicovol zijn en welke niet?

We kunnen alleen maar besluiten dat bankiers in Basel erg goeie lobbyisten hebben. Ze moeten de nieuwe, eigenlijk belachelijk soepele, hefboomregel mondjesmaat invoeren. In 2018 mag de hefboom maximum 33 bedragen. Juist, tien jaar (een decennium dus) na de bijna-implosie van het bankstelsel. Kort op de bal spelen is duidelijk niet het sterkste punt van de heren van Basel.

Geplaatst op 24 juli 2010 door Raphael Cockx Reacties | Reageren

Broodjesresten

Een pluim voor Barco. De elektronicagroep kondigde in de marge van de halfjaarcijfers aan weer over te stappen van kwartaal- naar halfjaarrapportering. Exact acht jaar na de invoering van volledige driemaandscijfers over het derde kwartaal van 2002 krijgen beleggers over het derde kwartaal van 2010 gewoon een kort activiteitenverslag. Ik ben ervan overtuigd dat bedrijven die de belegger elke drie maanden met cijfers bombarderen hem of haar niet beter informeren. Wie deze column af en toe leest, weet dat uw dienaar al langer vindt dat ‘kwartaal’ niet toevallig maar één letter verschilt van ‘wartaal’. Barco schaart zich bij Bekaert, Colruyt en Umicore: drie niet bepaald slecht gerunde bedrijven die beleggers halfjaarlijks inzage geven in de resultaten, maar zich over het eerste en derde kwartaal beperken tot een korte update.

De driemaandsfetisj was tot diep in de jaren 90 een Amerikaanse aangelegenheid, waar vooral de Londense City met zijn halfjaarfocus zijn neus voor ophaalde. Maar dan ontstond vanaf de late jaren 90 een bizar opbod tussen de Europese beurzen. Plots vonden die het nodig dat bedrijven kwartaalrapporten publiceerden vooraleer ze pakweg een ‘NextPrime’-kwaliteitslabel kregen of in deze of gene index mochten.

Legendarisch was de titanenstrijd tussen Deutsche Börse en Porsche. De Duitse beurzenuitbater kegelde Porsche uit de MDAX-index omdat de sportwagenbouwer gelet op zijn volatiele verkoopcijfers en de collectieve vakantieperiode in augustus weigerde kwartaalcijfers te publiceren. ‘Wie slim op de beurs wil navigeren, handelt niet kwartaalgewijs maar gewoon wijs’, luidde de repliek van Porsche-topman Wendel Wiedeking aan beurzentopman Werner Seifert. Beide über-Teutoonse tenoren zijn intussen van hun voetstuk gevallen, maar dat is een ander verhaal.

Zijn de kwartaalcijfers op de terugweg, een andere erfenis van het Europese beurzenopbod tien jaar geleden - een ultralange handelsdag - is hardnekkiger. De Europese handelsdag duurt 8,5 uur, terwijl Amerikanen het sinds 1985 op 6,5 uur houden. Voor Japanners volstaat 4,5 uur: in Tokio lassen handelaars van elf tot half een een pauze in om een gezonde ‘bento box’-lunch te verorberen. Al staat de Aziatische ‘way of life’ onder druk: de Straits Times schreef donderdag dat de beurs van Singapore overweegt haar lunchpauze af te schaffen. Albert Fong, voorzitter van de lokale beurshandelaarsvereniging Society of Remisiers, reageerde geschokt. ‘Hoe kunnen we gaan lunchen als er geen lunchpauze meer is? Als verantwoordelijke makelaars kunnen we onze post niet verlaten als er handel is, hoe kalm ook.’ Tips over hoe hij makkelijkst broodjesresten uit zijn klavier vist, kan mister Fong bij alle Europese traders - en financieel journalisten - krijgen.

Kurt Vansteeland

Geplaatst op 17 juli 2010 door Raphael Cockx Reacties | Reageren

Bankierspraat

Laten we nog even de basiscursus economie bij de hand nemen. En eraan herinneren wat banken zijn of zouden moeten zijn. Komt ie: banken zijn het smeersel van de economie. Ze trekken op korte termijn deposito’s aan en zetten die om in langetermijnkredieten aan bedrijven en consumenten. Ze maken met andere woorden zichzelf illiquide om de rest van de economie liquide te maken. In ruil voor die essentiële functie ontvangen ze een ‘intermediatiemarge’, het - doorgaans - positieve verschil tussen de rente op langetermijnkredieten en de rente op de spaardeposito’s.

Tot zover de theorie. Afgaand op de beurskoersen denken beleggers duidelijk dat het voor banken ‘business as usual’ is. Wie deze week de Amerikaanse topbankiers bezig hoorde, kreeg een ander beeld. Banken zijn steeds minder een link tussen de spaarder en het bedrijfsleven. ‘We zien misschien een paar tekenen van activiteit aan de horizon. Maar dat uit zich niet in een grotere vraag naar kredieten. Onze klanten nemen een erg lage 30 à 32 procent op van de kredietlijnen die ze bij ons hebben uitstaan’, zuchtte Mike Cavanagh, financieel directeur van JPMorgan, bij de voorstelling van de resultaten van de Amerikaanse bankgigant.

Eenzelfde geluid bij Brian Moynihan, de topman van Bank of America. BofA is met 1.000 miljard dollar spaardeposito’s, 6.000 kantoren en 18.000 flappentappers dé vinger aan de pols van de Amerikaanse economie. ‘De vraag naar kredieten blijft zwak’, sakkerde Moynihan. ‘Onze bedrijfsklanten blijven behoudsgezind door een berg cash aan te houden. Ze wachten op een duurzaam herstel naar de vraag voor hun producten eer ze investeren.’ Moynihan concludeert: ‘Er is geen vraag naar kredieten omdat er geen vraag naar hun producten is.’ Slik. Als motie van wantrouwen in de Amerikaanse economie kan dat tellen.

Maar is er nog een andere motie van wantrouwen. Grote bedrijven hebben banken buitenspel gezet en zijn steeds meer hun eigen bankier geworden. Credit Suisse stipte deze week aan dat niet-financiële bedrijven in de eurozone sinds kort collectief schuldenvrij zijn en zelfs een nettokaspositie hebben. Britse en Amerikaanse industriële bedrijven bulken al langer van de cash.

Eigenlijk wil dat gewoon zeggen dat grote bedrijven er niet op vertrouwen dat ze de komende jaren op hun bankier kunnen rekenen om overnames of investeringen te doen. Dus bouwen ze maar een eigen ‘bankpoot’ uit. De Bank of England legt op haar site haarfijn uit dat de ‘kwantitatieve versoepeling’ - opkopen van staats- en bedrijfsobligaties - een manier is om bedrijven goedkoper aan financiering te helpen zonder via de disfunctionele banksector te moeten gaan. In een notendop samengevat, leerde de voorbije beursweek ons nog eens dit: het bedrijfsleven is kerngezond, op één belangrijke sector na.

Kurt Vansteeland

Geplaatst op 10 juli 2010 door Raphael Cockx Reacties | Reageren

MC Soelaas

‘Route de la banque ou route de la banqueroute’, rapt de Franse hiphopster MC Solaar in ‘L’homme qui voulait trois milliards’.

Dat is exact de weg waarop de eurozonebanken en -landen zich bevinden. Het is de route van de Europese Centrale Bank (ECB) of het sukkelstraatje naar het bankroet. Veel banken zitten nog steeds met troep op de balansen en ook de overheden zitten op hun tandvlees na hun stimuluspakketten. De ECB biedt soelaas door de geldkraan open te zetten. Banken kunnen bij de centrale bank tegen 1 procent lenen en geraken er zelfs hun Grieks staatspapier kwijt. Tot grote opluchting van onder meer de Spaanse overheid, die geen nieuwe reddingsoperatie kan financieren.

De komende twee weken gaan 91 banken, goed voor 65 procent van de Europese banksector, op de ‘pijnbank’ van de stresstest. Die doorlichting moet uitwijzen welke klappen hun balansen te verduren zouden krijgen bij een ‘economische ramp’, zoals een groeivertraging of een schuldencrisis.

De ECB liet weten erg tevreden te zijn met de beslissing stresstests te doen voor individuele banken in de eurozone.

Op 23 juli worden de resultaten gepubliceerd. Maar hoe het verdict ook luidt, het zal de ECB niet ontlasten van haar taak als infuus. Die blijft, in de woorden van MC Solaar, ‘DJ Cash Billets derrière le guichet’.

De ECB zit immers in een lastig parket. Door het opslorpen van moeilijk verhandelbaar overheidspapier van de Zuid-Europese landen in ruil voor harde valuta is ze in het budgettaire straatje terechtgekomen. Daardoor zijn de traditionele rollen omgekeerd. De eurolanden zetten hun kredietlijnen open om banken, en zo ook de hele regio, recht te houden. De ECB zet de facto budgettaire munitie in om op haar beurt de zwakke landen overeind te houden.

Voorlopig sporen de doelstellingen van de monetaire instelling en de nationale budgettaire politiek nog. Maar als die uit elkaar lopen, moet een van de partijen buigen of barsten. Dat mocht bijvoorbeeld Ronald Reagan in 1981 ervaren. De Amerikaanse president was woedend toen de toenmalige voorzitter van de Federal Reserve, Paul Volcker, de rente optrok tot 20 procent om de inflatie van 15 procent te breken. Hij lokte er een scherpe recessie mee uit. Het monetair beleid hielp zo het budgettair beleid opnieuw in het gareel te lopen.

Als de inflatie in de eurozone opveert, moet de rente omhoog. Dat zal de kredietlijnen naar de banken duurder maken en de landen die verzuipen in de schulden, verder onder druk zetten.

De ECB is als MC Soelaas voorlopig nog de lieveling van de overheden. Maar die rekenen er beter niet op dat Frankfurt altijd een hitmachine blijft. caption.

Geplaatst op 3 juli 2010 door Raphael Cockx Reacties | Reageren

Düsseldorf

Het lijkt bij de huidige temperaturen een eeuwigheid geleden, maar tijdens mijn twee weken vakantie in het niet zo zonnige zuiden heb ik voor één keer een groot deel van het leesvoer dat ik elk jaar meezeul, kunnen lezen. Gezellig bij het knetterend haardvuur, dankzij het kille en natte weer in de zuidelijke Alpen. De locals - die in tegenstelling tot wij Belgen perfect weer gewoon zijn - werden er balorig van. Al had dat deels ook te maken met het feit dat ze als Fransen met Italiaanse roots hun geliefde voetbalploegen - les bleus en de azzurri - in Zuid-Afrika compleet de mist in zagen gaan. Ik genoot best van het pokkenweer en de extreem overstreste berichtgeving rond de staatszaak ‘les bleus’. Stel je voor: de lokale Nice-Matin vond ruziënde Franse voetballers belangrijker dan het nakende societyhuwelijk van Albert II, de Monegaskische versie.

Bij het haardvuur kon ik onder meer ‘The Big Short’ van Michael Lewis verslinden. En ik moet zeggen: de ‘pageturner’ kan zonder blozen naast Lewis’ klassieker ‘Liar’s Poker’ staan. In ‘Liar’s Poker’ lanceerde Lewis de term ‘Equities in Dallas’: voor een New Yorkse obligatiehandelaar in de jaren 80 was de ergst denkbare straf - erger dan ontslag of de dood - dat hij naar de aandelenhandel in Dallas verbannen zou worden.

In ‘The Big Short’ is ‘Dallas’ vervangen door een minstens even geslaagde Wall Street-pispaal. Dankzij Lewis hebben we een verzamelterm voor de grote, domme belegger: ‘Düsseldorf’. Ik ben er al lang van overtuigd dat het marktencliché dat de kleine belegger de domste is, niet klopt. Vaak is het de kleine, actieve belegger die het naarstigst zijn huiswerk doet voor hij handelt. En dat de term ‘gesofisticeerde belegger’ als omschrijving van de grote, institutionele belegger een contradictio in terminis is.

‘The Big Short’ staaft mij in die overtuiging. Neem pagina 93. Een hefboomfondsbeheerder vraagt de chef obligatiehandel bij Deutsche Bank vol ongeloof waar die al de ‘suckers’ blijft vinden die herverpakte rommelkredieten met een AAA-strikje rond blijven kopen. En dat terwijl autistische eenzaten met een glazen oog die even onder de motorkap keken, geen probleem hadden de onderliggende rommel te ontdekken.

Een flard conversatie. Een hedgie: ‘Wie is de tegenpartij? Wie is de idioot?’ Antwoord van de Deutsche Bank-trader: ‘Düsseldorf. Domme Duitsers. Zij nemen ratingbureaus ernstig. Ze geloven in regels’. Düsseldorf huist niet toevallig IKB, de Duitse kmo-bank die eeuwige roem verwierf als eerste Europese subprimeslachtoffer. En ook WestLB - de Landesbank die in de City en Wall Street faam verwierf voor haar seriële marktenzaalblunders - heeft in die Rijnstad haar hoofdzetel. Bankiers zijn gewaarschuwd. Als ze Wall Street bellen en ze horen iemand fluisteren ‘Düsseldorf on the line’, letten ze best op hun tellen.

Kurt Vansteeland

Geplaatst op 2 juli 2010 door Raphael Cockx Reacties | Reageren

Donderwolken

‘De Europese aandelenmarkt gaat van nu tot het jaareinde nog 19 procent hoger, de Amerikaanse beurs dikt 17 procent aan.’ De heren economen van ING toonden zich deze week bij de voorstelling van hun halfjaarprognose van hun positiefste kant.

‘Tja, het is mogelijk’, blies een collega op de redactie. ‘Maar ik zou er zelf mijn geld niet op inzetten.’

Dat vond ook David Harris, de Amerikaanse obligatiespecialist van de Britse vermogensbeheerder Schroders. Toen ik hem de ING-prognose voorlegde, kwam er een welgemeende ‘Wauw, those guys are really bullish!’ uit zijn mond. Zelf mikte hij voor de Amerikaanse rommelobligaties op een rendement van 10 procent voor de komende 12 maanden.

Boven de ING-bespiegelingen drijft wel een joekel van een donderwolk. Als de schuldenmalaise van de Europese landen aanhoudt, kan dat verregaande gevolgen hebben voor het consumentenvertrouwen en de financiële markten. ‘Het negatieve sentiment kan dan doorsijpelen naar de rest van de wereld, met de ontluikende economieën op kop’, zo waarschuwden de economen.

Bovendien is het maar de vraag hoe duurzaam dat 20 procentherstel zal zijn. De consensus onder economen is dat Griekenland binnen de drie jaar een schuldherschikking tracht te onderhandelen. ING verwacht al een dergelijke demarche aan het eind van volgend jaar. Dat zal ongetwijfeld calamiteiten veroorzaken op de financiële markten. Griekenland is het kneusje van de eurogroep, maar er zijn nog eurolanden die er niet bepaald rooskleurig voorstaan. Ook daar sluimeren broeihaarden die plots kunnen ontvlammen.

Denk maar aan Spanje, waar de cajas (spaarbanken) elkaar met het mes tussen de tanden bekampen in de strijd om de klant. De sector wordt er tegelijkertijd overspoeld door een consolidatiegolf die het aantal spaarbankkantoren fors zal uitdunnen. Nu zijn dat er nog 23.000.

Verschillende Spaanse banken, waaronder Banco Santander , bieden in de commerciële strijd een rente van 4 procent aan nieuwe klanten die hun geld 12 maanden onaangeroerd laten. Tegelijkertijd proberen ze zo hun afhankelijkheid van de interbankenmarkt te verminderen. Verschillende Spaanse bankiers gaven in de voorbije weken aan dat dat financieringskanaal voor hen aan het opdrogen is. Het rente-opbod is echter een zeer kostbare affaire.

De grote afsnoepslag vindt plaats in een wankel financieel systeem. De Spaanse bankgroepen BBVA en Banco Santander mogen dan wel goed uit de stress test komen, dat zegt niets over de gezondheid van het gros van de kleinere spaarbanken. Datzelfde geldt trouwens ook voor de Duitse Landesbanken.

‘Het leven is aan de optimisten’, luidt het gevleugelde gezegde. De beurzen de komende zes maanden klaarblijkelijk ook.

Daan Ballegeer

Geplaatst op 2 juli 2010 door Raphael Cockx Reacties | Reageren

Lef

‘Ik denk’, sprak de bankier bedachtzaam, ‘dat de media in belangrijke mate hebben bijgedragen tot de escalatie van de Europese schuldcrisis.’ Ondergetekende beet op zijn lip. Ik zat naast de bankier. In mijn hoedanigheid van journalist. Maar ik was te gast bij de werkgever van de man. Geen zin om in te gaan op belachelijke provocaties. Maar gelukkig is er Mr. Market! Want niet alleen bankiers gaan wel eens kort door de bocht. Ook politici schoten de voorbije beursweek weer met scherp. Jammer genoeg al te vaak op de verkeerde doelwitten.

Maar laten we met de bankier beginnen. Als die het bij het rechte eind heeft, is de kantoorruimte waarin ik deze column typ, gevuld met criminelen. Misdadigers, ja. Of hoe zou u het zootje ongeregeld omschrijven dat de Europese belastingbetaler in één dag tijd 750 miljard euro lichter maakte, enkel en alleen om de eurozone te redden van de ondergang? Nu ja, redden. Beleggers bleven de zwakke broertjes van de eurozone de voorbije beursweek gewoon onder vuur nemen. Na Griekenland is Spanje aan de beurt. Neen, de Spanjaarden verzuipen niet in de schulden zoals de Grieken. Maar de caja’s, de regionale spaarbanken, verdrinken in de slechte leningen. En Spanje moet op korte termijn miljarden bijeenharken op de financiële markten. Enkel en alleen om vervallende leningen te herfinancieren. Een makkelijke prooi voor nerveuze beleggers dus.

Is het de schuld van journalisten dat Spanje te lang getreuzeld heeft om de brokken in zijn banksysteem te lijmen? Kom nu! Het waren de politici die moedwillig de andere kant uitkeken, in de hoop dat het wel zou koelen zonder blazen. Niet enkel de Spaanse politici hebben boter op het hoofd. Duitse parlementsleden steigerden toen Moody’s maandagavond de kredietrating van Griekenland verlaagde tot rommel. ‘Dit houdt geen rekening met de inspanningen die we ondernomen hebben om ons tekort terug te dringen’, sakkerde ook George Papaconstantinou, de Griekse minister van Financiën. En dat terwijl nagenoeg alle professionele beleggers ervan uitgaan dat Griekenland in de komende jaren een deel van zijn schulden niet zal nakomen.

Onze eigen Europese president Herman Van Rompuy had maandagochtend in Financial Times de intellectuele eerlijkheid om toe te geven dat de sterke euro de onderliggende problemen van de eurozone jarenlang gemaskeerd heeft. Om daar snel aan toe te voegen dat beleggers ‘van een mug een olifant’ maken. Staat u mij dus toe licht cynisch naar de publicatie van de stresstests voor de Europese banken toe te leven? Als de Europese politici daarbij hetzelfde lef aan de dag leggen als ze de voorbije weken getoond hebben, zullen het vast weer de journalisten zijn die de banken deden wankelen.

Peter De Groote

Laatste reacties op onze blogs

Onze blogs

Meer